Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:3752

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
03-07-2020
Datum publicatie
30-07-2020
Zaaknummer
SHE 20/1521
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Arbeidsmigranten. Units zonder vergunning

Verzoeker heeft 5 units geplaatst op zijn perceel zonder bouwvergunning. De gemeente wil dat deze units worden verwijderd binnen drie weken.

Verzoeker heeft zich niet gerealiseerd dat hij voor de tijdelijke plaatsing van de units formeel nog een bouwvergunning moest aanvragen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit duidelijk genoeg staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht.

Een uitzendbureau heeft verzoeker gevraagd om de units te mogen gebruiken gelet op de nijpende situatie bij slachterijen gedurende de Coronacrisis. De voorzieningenrechter ziet hierin geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder wil niet meewerken aan het huisvesten. Het is niet de verantwoordelijkheid van verzoeker om de problemen bij VION op te lossen. Dat moeten VION of de daaraan verbonden uitzendbureaus zelf doen binnen de geldende wet- en regelgeving. Dat was ook vóór de Corona crisis het geval. Anders zou verweerder voor het blok worden gezet en dat is niet de bedoeling. Bovendien ligt VION in een andere gemeente dan Best.

Verzoeker stelt dat hij niet binnen drie weken aan de last kan voldoen. De voorzieningenrechter wijst er op dat de begunstigingstermijn niet is bedoeld om de units te verkopen maar om de units te verwijderen. Drie weken is daar ruimschoots voldoende voor, zeker nu er geen mensen meer in worden gehuisvest. Dat is wellicht kapitaalvernietiging maar verzoeker had er ook voor kunnen kiezen om eerst toestemming te vragen voor het plaatsen van de units, zoals het hoort!

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 20/1521

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juli 2020 in de zaak tussen

[naam] h.o.d.n. [naam] , te [vestigingsplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. K.W.H. Albert),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best, verweerder

(gemachtigde: M. Smits en B. Smulders ).

Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder een last onder dwangsom opgelegd waarbij is aangezegd om de units op het adres [adres] en [adres] in Best te (laten) verwijderen en verwijderd te houden voor 1 juli 2020.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 9 juni 2020 heeft verweerder bericht dat hij de begunstigingstermijn opschort tot 3 weken na de uitspraak van de voorlopige voorziening.

De zaak is behandeld op 3 juli 2020. Verzoeker is verschenen, vergezeld door [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

  • -

    Verzoeker is eigenaar van de percelen aan de [adres] en [adres] in Best. Dit zijn de kadastrale percelen Gemeente Best, sectie [nummer] , nummer [nummer] en [nummer] . Hij heeft daar vijf prefab units neergezet. Vier units hebben ieder twee of drie slaapkamers, een eigen keuken, toilet en doucheruimte. In de grote unit zijn 13 kamers die afzonderlijk worden verhuurd, met gemeenschappelijke ruimten (keuken, woonkamer, toiletten en doucheruimtes).

  • -

    De percelen [adres] en [adres] liggen in het bestemmingsplan “Buitengebied Best 2006” (het bestemmingsplan) en hebben daarin de enkelbestemming “Agrarische bedrijfsdoeleinden”. Deze gronden zijn volgens artikel 10.1 lid b van de regels van het bestemmingsplan bestemd voor één bedrijfswoning, tenzij op de plankaart een ander maximum aantal bedrijfswoningen is aangegeven. Binnen het bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen vastgesteld op 2.

  • -

    Op 14 oktober 2019 is een onaangekondigde controle uitgevoerd. Er zijn 23 personen gecontroleerd die woonachtig zijn in de units op deze locatie. Niemand van hen was werkzaam in Best.

  • -

    Op 18 maart 2019 heeft verzoeker tekeningen afgegeven op het gemeentehuis.

  • -

    Op 14 april 2020 heeft daar een hercontrole plaatsgevonden en is geconstateerd dat de units er nog steeds stonden.

  • -

    Op 11 juni 2020 heeft een uitzendbureau gevraagd om het gebruik van de units door werknemers van VION te Boxtel toe te staan. Verweerder heeft op 25 juni 2020 aangegeven dat hij dit verzoek niet zal inwilligen.

  • -

    Op dit moment (3 juli 2020) zijn er geen arbeidsmigranten meer gehuisvest in de units.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de units zijn gebouwd zonder de daartoe benodigde omgevingsvergunning voor bouwen en dat zowel de bouw als het gebruik van de units in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder ziet geen concreet zicht op legalisatie.

3.1

Verzoeker voert aan dat hij de afmetingen van de units door zijn architect op tekening heeft laten zetten en die tekeningen heeft ingeleverd bij de heer Van der Vleuten van de afdeling vergunningen van de gemeente Best. Het inleveren van de tekeningen zou ook gezien kunnen worden als het aanvragen van een vergunning.

3.2

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het inleveren van de tekeningen niet kan worden aangemerkt als een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Een verzoek om omgevingsvergunning dat niet langs elektronische weg via het Omgevingsloket online of met gebruikmaking van het daartoe bedoelde formulier is gedaan, kan alleen dan als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb worden beschouwd, als voor het bestuursorgaan meteen duidelijk is of kan zijn dat een aanvraag is gedaan. Het dient daarbij altijd te gaan om een zelfstandig stuk (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 maart 2019 ( ECLI:NL:RVS:2019:829). Verweerder heeft aan verzoeker van meet af aan duidelijk aangegeven zijn brief als een verzoek om vooroverleg te beschouwen. Verzoeker heeft dit niet weersproken. Dit is geen aanleiding voor het treffen van een verzoek om voorlopige voorziening.

4. Verzoeker merkt op dat verweerder in het kader van het regulier overleg met verzoeker van de plaatsing en het gebruik van de units op de hoogte. Verweerder erkent dit ook. Volgens de voorzieningenrechter kan verzoeker daaraan niet het vertrouwen ontlenen dat verweerder het plaatsen en het gebruik van de units zou gedogen. Het staat verweerder vrij om handhavend op te treden.

5. Verzoeker heeft zich niet gerealiseerd dat hij voor de tijdelijke plaatsing van de units formeel nog een bouwvergunning moest aanvragen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit duidelijk genoeg staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht. Bovendien lijkt verzoeker beroepsmatig onroerend goed te verhuren. Dit komt voor risico van verzoeker. Verweerder hoeft verzoeker niet hierover in te lichten.

6.1

Verzoeker geeft per brief van 10 juni 2020 aan dat Flexwork aan hem heeft gevraagd, gelet op de nijpende situatie bij slachterijen gedurende de Coronacrisis gebruik te mogen maken van de onderhavige woonunits. Flexwork stelt dat aan haar is verzocht om arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij VION in Boxtel alleen op een kamer te plaatsen gedurende de Coronacrisis. De 23 kamers bij verzoeker staan leeg en zij verzoekt dringend om daar tijdelijk gebruik van te kunnen maken.

6.2

De voorzieningenrechter ziet hierin geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder wil niet meewerken. Het is niet de verantwoordelijkheid van verzoeker om de problemen bij VION op te lossen. Dat moeten VION of de daaraan verbonden uitzendbureaus zelf doen binnen de geldende wet- en regelgeving. Dat was ook vóór de Coronacrisis het geval. Anders zou verweerder voor het blok kunnen worden gezet en dat is niet de bedoeling. Bovendien ligt VION in een andere gemeente dan Best.

7. Verzoeker voert aan dat legalisering mogelijk is. De units zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan “Agrarische bedrijfsdoeleinden”. Artikel 10.4.8 van de planregels biedt de mogelijkheid om vrijstelling en vergunning te verlenen voor de plaatsing van woonunits ten behoeve van seizoensarbeiders die zijn toegestaan gedurende maximaal acht maanden per kalenderjaar. Met verweerder is de Voorzieningenrechter van oordeel dat zowel aan artikel 10.4.8 lid a als lid b niet wordt voldaan. De units staan al langer dan 8 maanden aanwezig op het perceel. Daarnaast zijn de seizoensarbeiders niet werkzaam op het agrarisch perceel. Zij zijn zelfs niet werkzaam in Best. Tot slot kan de voorzieningenrechter zich moeilijk voorstellen dat voor de ter plaatse aanwezige varkenshouderij zoveel arbeiders nodig zijn. Verzoeker geeft zelf aan dat twee personeelsleden voldoende zijn.

8.1

Verzoeker stelt dat hij niet binnen drie weken aan de last kan voldoen. Verzoeker is bereid om de units door verweerder te laten verzegelen, zodat ze niet meer gebruikt kunnen worden. Verzoeker is namelijk bezig met de verkoop van de units en de uiteindelijke verwijdering daarvan. Daarvoor is meer tijd nodig. Als gevolg van de Coronacrisis zijn kopers en potentiele huurders van units terughoudend in de aanschaf. Dat zou moeten lukken voor 1 december 2020.

8.2

De voorzieningenrechter wijst er op dat de begunstigingstermijn niet is bedoeld om de units te verkopen, maar om de units te verwijderen. Drie weken is daar ruimschoots voldoende voor, zeker nu er geen mensen meer in worden gehuisvest. Dat is wellicht kapitaalvernietiging, maar verzoeker had er ook voor kunnen kiezen om eerst toestemming te vragen voor het plaatsen van de units, zoals het hoort! Dat heeft hij niet gedaan en daarom komt de mogelijke kaptaalvernietiging voor zijn eigen risico.

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.M.C. van Og, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 3 juli 2020.

griffier voorzieningenrechter

is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.