Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:3616

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-07-2020
Datum publicatie
21-07-2020
Zaaknummer
C/01/360454 / KG ZA 20-406
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vervangende toestemming reis naar Frankrijk met minderjarige kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/360454 / KG ZA 20-406

Vonnis in kort geding van 17 juli 2020

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. A.M.M. de Waal te Bergen op Zoom,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. D.W.M. de Haan te Oosterhout Nb.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 juli met 7 producties

  • -

    de brief van mr. De Haan van 14 juli 2020 met een conclusie van antwoord tevens houdende eis in (voorwaardelijke) reconventie en 10 producties

  • -

    de mondelinge behandeling via een skypeverbinding op 16 juli 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn op 18 augustus 2015 te Bergen op Zoom een geregistreerd partnerschap aangegaan en op 1 juli 2016 gehuwd in gemeenschap van goederen te Heeswijk Dinther.

2.2.

Uit het huwelijk van partijen zijn de navolgende minderjarige kinderen geboren:

- [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats]

- [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

2.3.

Partijen zijn verwikkeld in een echtscheiding, welke procedure aanhangig is bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Op 6 december 2019 hebben partijen een ouderschapsplan ondertekend. Op grond van het ouderschapsplan hebben de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw.

2.4.

In het ouderschapsplan is ten aanzien van de zomervakantie 2020 en 2021 opgenomen dat de kinderen de 2e en 3e week van de vakantie bij de man verblijven (inclusief het weekend daaraan voorafgaand) van vrijdag 16 juli 2020 t/m zondag 2 augustus 2020 en dat de kinderen de vierde en vijfde week bij de vrouw verblijven, te weten vanaf zondagavond 2 augustus 2020 tot en met zondagavond 16 augustus 2020.

2.5.

Partijen hebben ter zitting van 19 juni 2020 naast het ouderschapsplan overeenstemming bereikt over de overige gevolgen van de echtscheiding. Deze overeenstemming dient nog nader vastgelegd te worden in een (concept) echtscheidingsconvenant.

2.6.

Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun kinderen.

3 Het geschil in conventie

3.1.

De man vordert samengevat - aan hem vervangende toestemming te verlenen om met zijn minderjarige kinderen: [naam kind 1] en [naam kind 2] in de periode van 18 juli 2020 tot en met 1 augustus 2020 naar Frankrijk af te reizen en daar te mogen verblijven.

3.2.

De man legt daaraan ten grondslag dat hij op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken recht heeft op twee weken vakantie met de kinderen (in de 2e en de 3e week) naar een land binnen de EU, met uitzondering van Turkije. Anders dan de vrouw stelt zijn partijen niet overeengekomen dat de man met de kinderen in Nederland met vakantie zou gaan. De man heeft wel gekeken naar een vakantie in Nederland, maar er is maar weinig beschikbaar en de wel beschikbare accommodaties zijn erg duur, zodat de man zich heeft georiënteerd op een vakantie naar Frankrijk. De man heeft er bewust voor gekozen om naar Frankrijk te gaan nu hier vergelijkbare maatregelen gelden als in Nederland. De man kan in 4 a 5 uur op plaats van bestemming zijn en vanuit de rijksoverheid geldt

geen negatief reisadvies voor Frankrijk. Tijdens de zitting op 19 juni 2020 hebben de man en de vrouw in aanwezigheid van de advocaten gesproken over de gewenste vakantie van de man naar Frankrijk. De man heeft vervolgens de vakantie geboekt en de vrouw geïnformeerd. De vakantie kan ook niet meer geannuleerd worden. De man heeft dan ook een spoedeisend belang bij de door hem ingestelde vorderingen.

3.3.

De vrouw voert verweer.

4 Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie

4.1.

De vrouw vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

in reconventie:

  1. de man te veroordelen de gemaakte afspraken over de vakantie in de periode van 17 juli 2020 tot en met 31 juli 2020 in Nederland na te komen,

  2. de man te verbieden om op vakantie te gaan naar Frankrijk,

  3. te bepalen dat de man van 17 juli 2020 tot en met 31 juli 2020 op vakantie kan gaan in Nederland en dat de man er zorg voor dient te dragen dat de kinderen op 31 juli 2020 om 18:30 weer bij de vrouw zijn,

  4. te bepalen dat de man aan de vrouw een direct opeisbare dwangsom verbeurt van

€ 500,= voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat hij met het onder 1 t/m 3 gevorderde in gebreke blijft, althans een door u in goede justitie te bepalen dwangsom, met een maximum van€ 25.000,=, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum, met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure,

in voorwaardelijke reconventie, voor het geval dat aan de man vervangende toestemming wordt verleend om met vakantie te gaan naar Frankrijk, te weten naar Camping [naam camping] geboekt via Eurocamp (adres: [adres] ),

5. te bepalen dat wanneer er in Nederland, en/of in België, en/of in

Frankrijk, de code van geel wijzigt naar oranje de man per ommegaand terug dient

te komen naar Nederland, als ook wanneer een van de kinderen Corona gerelateerde

klachten (incl. verkoudheidsklachten met koorts) krijgt,

6. te bepalen dat de man aan de vrouw een direct opeisbare dwangsom verbeurt van

€ 500,= voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat hij met het onder 5 gevorderde in gebreke blijft, althans een door u in goede justitie te bepalen dwangsom, met een

maximum van € 25.000,=, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum.

4.2.

De vrouw legt daaraan ten grondslag dat partijen op 26 mei 2020 de afspraak hebben gemaakt dat de man met de kinderen in Nederland op vakantie zou gaan in de periode van 17 juli 2020 tot en met 31 juli 2020. Partijen achtten het beiden in het belang van de kinderen dat de kinderen moeder tijdens de vakantie zouden kunnen zien waardoor zij hebben afgesproken dat de vrouw een dag zou langs komen. Als de man naar Frankrijk afreist kan de vrouw niet langskomen. Ook dient rekening te worden gehouden met de ontwikkelingen rondom COVID. De gevolgen van het eventueel ziek worden van de man, of de kinderen zijn dusdanig groot dat hiermee rekening dient te worden gehouden. De man kan deze zorgen niet wegnemen. Als de man ziek wordt is er in Frankrijk niemand om voor de kinderen te zorgen. In dat geval zal de vrouw naar Frankrijk moeten rijden, hetgeen gevolgen zal hebben voor het werk van de vrouw, omdat zij dan verlof zal moeten opnemen. Ook is de vrouw van mening - gezien het feit dat de man veelal de hulp van de vrouw inroept bij de opvoeding van de kinderen - dat de man niet alleen twee weken met de kinderen naar Frankrijk kan gaan. De vrouw heeft er onvoldoende vertrouwen in dat de man kan inspelen op de wensen en behoeften van de kinderen.

4.3.

De man voert verweer.

5 De beoordeling in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

5.1.

Het spoedeisend belang is gegeven. De man wenst aanstaande zaterdag met de kinderen af te reizen naar Frankrijk voor een vakantie en de vrouw weigert daarvoor haar toestemming te verlenen.

5.2.

Anders dan de vrouw stelt zijn partijen niet overeengekomen dat de man in Nederland vakantie zou vieren met de kinderen. Uit de door de vrouw overgelegde transcriptie van het telefoongesprek van 26 mei 2020 kan niet anders worden afgeleid dan dat de man, om de vrouw tegemoet te komen, zou proberen een vakantie te boeken in Nederland. De man heeft ter zitting echter verklaard dat het nu moeilijk is een vakantie te boeken in Nederland, dat de kosten erg hoog zijn en dat hij zich daarom is gaan oriënteren op een vakantie naar België of Frankrijk.

5.3.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw geen gegronde redenen aangevoerd op grond waarvan zij niet zou hoeven meewerken aan de vakantie van de man met de kinderen in Frankrijk. De vrouw stelt zich zorgen te maken over de ontwikkelingen rondom corona en de veiligheid van de kinderen in dat verband. Hoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de weerstand van de vrouw tegen reizen naar het buitenland in coronatijd, hebben partijen samen het gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] en is uitgangspunt dat man in de periode dat “hij de kinderen heeft” beslist hoe hij die tijd invult. De voorzieningenrechter vindt een vakantie van de kinderen in Frankrijk op de wijze zoals de man voor ogen staat, niet onverantwoord. Frankrijk is geen brandhaard (geweest) van de corona-epidemie, het land is lid van de Europese Unie, er geldt geen negatief reisadvies voor Frankrijk (“code geel”), en de man verblijft daar met de kinderen op een camping. Niet aannemelijk is dat de kinderen en de man tijdens de reis en tijdens het verblijf in Frankrijk een groter risico lopen dan in Nederland.

5.4.

Ook is er geen enkele objectieve reden aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat de man zijn gezondheid of de gezondheid van de kinderen in gevaar zal brengen indien de situatie zich negatief ontwikkelt. De man heeft toegezegd dat hij zal terugkeren naar Nederland als hij of de kinderen corona verschijnselen gaan vertonen en/of er een uitbraak is in de buurt van hun camping. De ouders van de man zijn bovendien bereid, mocht dat nodig zijn, hulp te bieden bij eventuele terugkeer naar Nederland. De vrees van de vrouw dat zij mogelijk naar Frankrijk zal moeten afreizen is daarmee ook weggenomen.

5.5.

Voor de stelling dat de man niet in staat is om twee weken voor de kinderen te zorgen zijn geen enkele concrete aanwijzingen te vinden. Het lijkt er veeleer op dat de vrouw grote moeite heeft om de kinderen los te laten en onvoldoende in staat is de man het vertrouwen te geven dat hij in staat is de zorg voor de kinderen op zich te nemen. Dat de vrouw niet een dagje kan langskomen als de man naar Frankrijk op vakantie gaat, kan evenmin aan het verlenen van toestemming voor de vakantie in Frankrijk met de kinderen in de weg staan.

5.6.

Nu niet is gebleken van zwaarwegende bezwaren van [naam kind 1] en [naam kind 2] die zich verzetten tegen de vakantie met de man naar Frankrijk zal de vervangende toestemming worden verleend, zoals verzocht.

5.7.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de vordering in conventie zal worden toegewezen en de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen. Er bestaat geen grond de man te veroordelen de kinderen op 31 juli 2020 om 18:30 weer bij de vrouw te brengen. De man heeft ter zitting weliswaar de toezegging gedaan een dag eerder van vakantie terug te keren, maar op grond van het ouderschapsplan heeft de man recht op omgang met de kinderen in week 2 en 3 van de vakantie, van vrijdag 16 juli tot en met zondag 2 augustus 2020.

5.8.

Ook de vorderingen in voorwaardelijke reconventie zullen, bij gebrek aan belang, worden afgewezen. Er is geen enkele grond om aan te nemen dat de man de gezondheid van zichzelf en de kinderen in gevaar zal brengen. Hij heeft verklaard dat hij met de kinderen zal terugkeren naar Nederland als de situatie in Frankrijk in verband met corona zich negatief ontwikkelt en aanwijzingen dat de man zich daaraan niet zal houden zijn er niet. Er bestaat dan ook geen aanleiding de man daartoe, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen.

5.9.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

verleent de man vervangende toestemming om met de kinderen [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] en [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] , naar Frankrijk te reizen in de periode van 18 juli 2020 tot en met 1 augustus 2020,

6.2.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in (voorwaardelijke) reconventie

6.5.

wijst de vorderingen af,

6.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2020.