Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:2978

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-06-2020
Datum publicatie
12-06-2020
Zaaknummer
01/860339-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor

-overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet;

en

-overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b van deze wet, meermalen gepleegd.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zeer onoplettend en onvoorzichtig was.

Door het handelen van verdachte, als bestuurder van de auto, zijn de andere 3 inzittenden gewond geraakt en is een van de inzittenden overleden.

Verdachte was onder invloed van alcohol en gebruikte zijn telefoon veelvuldig, onder meer door ermee te filmen tijdens het rijden.

Rekening is in het voordeel van verdachte onder meer gehouden met het tijdsverloop (feit dateert van bijna 2 jaar geleden).

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 jaren met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al is ingevorderd/ingehouden.

De betreffende auto mag terug naar de rechthebbende, niet zijnde verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01/860339-18

Datum uitspraak: 11 juni 2020

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 mei 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 29 april 2020.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 juli 2018 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto (Renault Clio), daarmede rijdende over de weg, A59, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- aldaar te rijden na het gebruik van alcoholhoudende drank en/of

- tijdens het rijden (alcoholhoudende) drank te nuttigen en/of met zijn smartphone beeldopnamen te maken, althans handelingen te verrichten met zijn smartphone, en/of

- (ter hoogte van de afrit 50) tegen de vangrail in de middenberm van die A59 te rijden, althans de vangrail in de middenberm te schampen, en/of

- de controle over die personenauto te verliezen, althans de controle over die personenauto onvoldoende te behouden en/of

- die personenauto naar rechts te sturen en/of

- (vervolgens) van de rijbaan te geraken en/of te botsen tegen de zijkant van een droge sloot en/of tegen een hekwerk en/of een verkeerspaal, tengevolge van welke botsing of aanrijding een ander, genaamd [slachtoffer 1] , werd gedood en/of aan (een) ander(en), genaamd [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten

-voor die [slachtoffer 2] een gebroken bekken en/of een gebroken heiligbeen en/of een gebroken sleutelbeen en/of

-voor die [slachtoffer 3] een gebroken been en/of een gebroken arm en/of een gebroken sleutelbeen en/of gebroken ribben en/of een gescheurde long en/of gescheurde nier en/of gescheurde lever en/of

-voor die [slachtoffer 4] (een) gekneusde long(en) en/of een gebroken sleutelbeen,

althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, zulks terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

Op gronden zoals in het requisitoir is aangegeven, heeft de officier van justitie geconcludeerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, in die zin dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft – kort gezegd – integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte onder invloed was en daarmee een verkeersovertreding heeft begaan. Op zichzelf is dit echter niet voldoende voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Hiervoor dient sprake te zijn van bijkomende omstandigheden die bijdragen aan de mate van verwijtbaarheid. Dergelijke omstandigheden zijn er niet. Verdachte heeft weliswaar tijdens het autorijden meermalen handelingen verricht met zijn telefoon, maar uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken dat hij deze handelingen heeft verricht kort voor of op het moment van het ongeval. Ten slotte kan niet worden uitgesloten dat de oorzaak van het ongeval is te wijten aan gebreken aan de personenauto of de wegsituatie.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen.

1. Een proces-verbaal van bevindingen met [nummer 2] -3 van 14 juli 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pag. 17 – 19, voor zover inhoudende:

Op 14 juli 2018 krijgen wij, verbalisanten, om 02:30 uur de melding om te gaan naar de [adres 2] ter hoogte van [nummer] te Rosmalen. Daar zou een eenzijdig ongeval hebben plaatsgevonden (…).
Wij zagen dat in de bocht van de [adres 2] met de [straatnaam] een voertuig op de zijkant lag.

In totaal betrof het een aanrijding met vijf slachtoffers:

- (…) [slachtoffer 4] ;

- (…) [verdachte] ;

- (…) [slachtoffer 3] ;

- (…) [slachtoffer 2] ;

- (…) [slachtoffer 1] .

2. Een proces-verbaal van bevindingen met [nummer 2] -57 van 30 december 2018, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 3] , pag. 49 – 50, voor zover inhoudende:

Wat wel opvalt is dat er (…) heel wat live gestreamd is door [verdachte] . Wat mij opvalt is dat het tijdschema van deze filmpjes naadloos op elkaar aansluiten wat kan duiden op ‘continue gebruik van een mobiele telefoon’ achter het stuur van een voertuig. Ik heb geconstateerd dat het live streamen op 14 juli 2018 vanachter het stuur van de Renault Clio [kenteken] niet op zichzelf staat.

Voor wat betreft het live-streamgedrag van [verdachte] (…):

- 14 juli 2018 om 1.52.30 t/m 14 juli 2018 om 1.52.34. Hierin is te zien dat er over een snelweg gereden wordt.

- 14 juli 2018 om 1.52.34 t/m 14 juli 2018 om 1.53.24. In dit filmpje is te zien dat [verdachte] achter het stuur van de betrokken Renault Clio zit voorzien van het kenteken [kenteken] . Te zien is dat er meerdere personen in de auto zitten en dat [verdachte] zichtbaar onder invloed is van alcohol en filmt. Hij geeft zijn rode drinkbeker af aan de bijrijder, terwijl hij filmt.

(…)

- 14 juli 2018 om 1.53.34 t/m 14 juli 2018 om 1.58.26 uur. In dit filmpje wordt duidelijk wie er op welke plek zit in de Renault Clio. [verdachte] zit achter het stuur. Achter [verdachte] zit [slachtoffer 4] , op de bijrijder stoel zit [slachtoffer 3] . Achter betrokkene [slachtoffer 3] zit [slachtoffer 1] en in het midden op de achterbank zit [slachtoffer 2] . Op het filmpje zie je dat [verdachte] zichzelf aan het filmen is met een selfie-camera op zijn mobiele telefoon. (…) Ook hoor je dat hij ogenschijnlijk reageert op reacties van zijn live stream. Je ziet dat [verdachte] in de linkerhand zijn mobiele telefoon en het stuurwiel vast houdt en met de rechterhand uit een rode beker drinkt. Even later geeft hij deze drinkbeker af aan betrokkene [slachtoffer 3] en steekt hij met zijn rechterhand een sigaret op. Tijdens dit filmpje zie je ook een fles Bacardi doorgegeven worden in de auto. Later blijkt dat [verdachte] live was op facebook.

3. Proces-verbaal Verkeersongeval Analyse met [nummer 2] van 3 december 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , voor zover inhoudende:

Op 14 juli 2018, omstreeks 02:28 uur, had er op de autosnelweg, de A59, ter hoogte van hectometeraanduiding 143,6 (afslag 50 Kruisstraat) te Rosmalen een eenzijdig verkeersongeval plaatsgevonden.

Betrokken voertuig:

Een personenauto, merk Renault, type Clio, kenteken [kenteken] .

Oorzaak:

De bestuurder van de personenauto reed door onbekende oorzaak tegen de midden vangrail geleideconstructie.


Toedracht:

Uit onderzoek bleek dat de bestuurder van de personenauto met de linker voorzijde tegen de midden vangrail geleideconstructie was gereden. Zeer waarschijnlijk heeft de bestuurder van de personenauto hierop een stuurcorrectie naar rechts gemaakt, waarna de personenauto in de slip raakte. De personenauto reed via rijstrook 1, rijstrook 2, rijstrook 3, vluchtstrook door de rechter grasberm en botste tegen de rechter zijkant van de sloot. Door de botsing met de slootrand draaide en/of rolde de personenauto over/om zijn gieras, botste tegen een verkeerspaal en kwam op de rechter zijkant tot stilstand.

4. Een proces-verbaal Technisch onderzoek met [nummer 2] van 17 juli 2018, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 6] , voor zover inhoudende:

Gegevens voertuig: Renault Clio

Kenteken: [kenteken]

Het voertuig verkeerde in voldoende rij-technische staat van onderhoud en vertoonde geen gebreken die eventueel de oorzaak van of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval.

5. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 13 augustus 2018, opgesteld door [traumachirurg] , inhoudende:

Medische informatie betreffende: [slachtoffer 2]

Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 14 juli 2018.

Op 17 juli werd zij geopereerd aan haar bekkenbreuk.

Geschatte duur van genezing: 6 tot 12 maanden.

6. Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] met [nummer 2] -37 van 20 juli 2018, opgemaakt door de [verbalisant 7] , pag. 76 – 80, voor zover inhoudende:

V: Wat voor letsel heeft u?

A: Gebroken bekken op twee plaatsen. Doorgebroken heiligbeen. Sleutelbeen rechts gebroken.

(…) Ik moet nog zeker een jaar lang revalideren. Ik weet niet of het ooit nog helemaal goed komt met me.

7. Een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] met [nummer 2] -41, van 10 augustus 2018, pag. 85 – 87, voor zover inhoudende:

In [club] waren wij op 14 juli omstreeks 00.30 uur. Wij wilden daarna door naar Tilburg (…). Wij zijn de A2 opgereden richting ’s-Hertogenbosch. [verdachte] zat achter het stuur. (…) Het viel mij op dat [verdachte] zijn rijstijl nergens op sloeg. Hij was met zijn mobiele telefoon bezig, rookte een sigaret en dronk mixdrank (Bacardi Cola) uit een rode beker. (…) Op een gegeven moment komen wij op de A59 richting Oss. Wij reden voor het ongeval op de linkerbaan. (…) [verdachte] zat nog steeds achter het stuur. [verdachte] zijn rijgedrag was nog steeds hetzelfde. Drinken, bezig zijn met de mobiele telefoon, roken en onder invloed achter het stuur zitten. (…) Toen gebeurde er iets. Dat ‘iets’ sloeg op het feit dat de auto naar rechts zwenkte. Het volgende moment werd ik wakker op de grond buiten de auto.

8. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 30 juli 2018, opgesteld door [traumachirurg 2] , inhoudende:

Medische informatie betreffende: [slachtoffer 3] .

Uitwendig waargenomen letsel: breuk bovenbeen, breuk bovenarm, ribbreuken, sleutelbeenbreuk.

Overige van belang zijnde informatie: gescheurde long, gescheurde nier, gescheurde lever.

Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 14 juli 2018

Geschatte duur van de genezing: 6 – 12 maanden

9. Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van 17 juli 2018, opgemaakt door [behandelend arts] , inhoudende:

Medische informatie betreffende: [slachtoffer 4] .

Uitwendig waargenomen letsel: claviculafractuur en prac. Spinosi Th4-19.

Geschatte duur van de genezing: 6 weken.

10. Een proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse met nummers 2018 202781 & 2018 313981 van 15 juli 2018, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , pag. 97 – 101, voor zover inhoudende:

Op 14 juli 2018 vond de schouw plaats van het slachtoffer.

Het slachtoffer was genaamd: [slachtoffer 1] .

De schouwarts deelde ons het volgende mede: ‘Deze vrouw is overleden ten gevolge van multitrauma’.

11. Een proces-verbaal rijden onder invloed met [nummer 2] -46 van 30 december 2018, opgemaakt door de verbalisant [verbalisant 3] , pag. 124 – 126, voor zover inhoudende:

Op 14 juli 2018 werd ik in kennis gesteld van een verkeersongeval op de A59 nabij Rosmalen.

Naar aanleiding van verkeersongeval (…) is bloed afgenomen.

Achternaam: [verdachte]

Voornaam: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum] 1989

Ik, [verbalisant 3] , heb de bloedmonsters (…) direct verpakt en verzegeld, alsmede het bloedafnameformulier voorzien van het [nummer 3] .

12. Een geschrift, te weten een ‘Rapport Alcohol en drugs in het verkeer’ van 29 augustus 2018, pag. 134 – 135, voor zover inhoudende:

Resultaten onderzoek in bloed van [verdachte] .

SIN TAAT5638NL Omschrijving Bloed van [verdachte]

Een extract van het bloed [nummer 3] werd geanalyseerd.

Aangewezen stof: alcohol.

Meetbare stof: methanol.

Eindresultaat in bloed: 1,35.

Rapportage eenheid: milligram per millimeter.

13. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 28 mei 2020, voor zover inhoudende:

Op 14 juli 2018 zat ik als bestuurder in de Renault Clio met kenteken [kenteken] . Toen ik in de auto stapte had ik al wat Bacardi cola gedronken. Tijdens het rijden heb ik filmpjes gemaakt en was ik live op Facebook. Ik was aan het filmen en rijden tegelijk. Het zou goed kunnen dat ik tijdens het rijden ook aan het drinken was uit een drinkbeker met Bacardi cola. Het kan kloppen dat ik met mijn rechterhand op een gegeven moment een sigaret vasthad (…) [slachtoffer 4] heeft blijvende littekens in het gezicht door het ongeval.

Nadere bewijsoverweging.

Vaststaat dat verdachte op 14 juli 2018 omstreeks 02.28 uur als bestuurder van een personenauto onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol (1,35 mg/ml) op de A59 nabij afrit 50 tegen de midden vangrail geleideconstructie is gereden, waarna de personenauto in een slip raakte en uiteindelijk door de botsing met een naastgelegen slootrand en een verkeerspaal op de zijkant tot stilstand kwam. Ten gevolge van het ongeval is één van de inzittenden van de auto, [slachtoffer 1] , komen te overlijden. De anderen drie inzittenden liepen zwaar lichamelijk letsel op.

Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet

De raadsman heeft betwist dat het ongeluk is veroorzaakt door roekeloosheid dan wel (zeer) aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend handelen van verdachte in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994).

De vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 komt aan op het geheel van gedragingen, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarvoor zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding(en) en de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is/zijn begaan. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. In dergelijke gevallen dient sprake te zijn van bijkomende omstandigheden waaruit kan blijken dat verdachte tenminste aanmerkelijk tekort is geschoten in hetgeen van hem als verkeersdeelnemer in het individuele concrete geval mocht worden verwacht.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van roekeloosheid, nu niet is voldaan aan de vereisten die blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad daaraan worden gesteld, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Zoals hierboven weergegeven stelt de rechtbank vast dat verdachte op 14 juli 2018 als bestuurder van de personenauto onder invloed van alcohol was en daarmee een verkeersovertreding heeft begaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat door het gebruik van alcohol het reactievermogen afneemt en de waarneming slechter wordt. Verder heeft verdachte tijdens het besturen van de personenauto diverse handelingen verricht met zijn mobiele telefoon. Zo was hij een half uur voor het ongeluk meermalen ‘live’ op Facebook waarbij hij zichzelf en een deel van de autorit filmde. Ook dronk hij tijdens het rijden alcohol en rookte een sigaret. Dat verdachte eveneens kort voor het ongeval bezig was met heel andere dingen dan het besturen van zijn personenauto, blijkt uit de getuigenverklaring van [slachtoffer 3] . Hij heeft verklaard dat op het moment dat verdachte op de A59 reed richting Oss, kort voordat het ongeval plaatsvond, hij nog steeds handelingen verrichtte met zijn mobiele telefoon, alcohol dronk en een sigaret rookte. Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat verdachte door zeer onoplettend en onvoorzichtig te rijden de controle over de personenauto heeft verloren en een (eenzijdig) verkeersongeval heeft veroorzaakt.

Door de verdediging is gesteld dat het ongeval mogelijk is ontstaan door gebreken aan de personenauto of de infrastructuur en/of de inrichting van de weg. Naar het oordeel van de rechtbank is dat op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Zo blijkt uit het proces-verbaal ‘Technisch Onderzoek’ dat de personenauto in voldoende rij-technische staat van onderhoud verkeerde en geen gebreken vertoonde die de oorzaak van of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval. Voorts is evenmin gebleken dat de infrastructuur van de weg of de inrichting van de weg, dan wel de omgeving of omgevingsfactoren, van invloed waren op de toedracht en / of de oorzaak van het ongeval. De stukken die door de verdediging ter onderbouwing zijn overgelegd scheppen gelet op de overige omstandigheden van het ongeval en de ongevalsanalyse geen ander licht op de zaak. De verweren van de verdediging worden dan ook verworpen.

Conclusie

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, in die zin dat verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval terwijl hij onder invloed was van alcohol en handelingen verrichte met zijn smartphone en waardoor een persoon is gedood en drie andere personen zwaar lichamelijk letsel hebben bekomen, waarbij de mate van schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 14 juli 2018 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto (Renault Clio), daarmede rijdende over de weg, A59, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig en onoplettend

- aldaar te rijden na het gebruik van alcoholhoudende drank en

- tijdens het rijden alcoholhoudende drank te nuttigen en handelingen te verrichten met zijn smartphone en

- ter hoogte van de afrit 50 tegen de vangrail in de middenberm van die A59 te rijden en

- de controle over die personenauto te verliezen en

- die personenauto naar rechts te sturen en

- vervolgens van de rijbaan te geraken en te botsen tegen de zijkant van een droge sloot en tegen een hekwerk en een verkeerspaal, ten gevolge van welke botsing [slachtoffer 1] werd gedood en aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten

-voor die [slachtoffer 2] een gebroken bekken en een gebroken heiligbeen en een gebroken sleutelbeen en

-voor die [slachtoffer 3] een gebroken been en een gebroken arm en een gebroken sleutelbeen en gebroken ribben en een gescheurde long en gescheurde nier en gescheurde lever en

-voor die [slachtoffer 4] (een) gekneusde long(en) en een gebroken sleutelbeen,

zulks terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden gevorderd en daarbij een ontzegging van de rijbevoegdheid van 5 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft een taakstraf van 240 uur verzocht met een ontzegging van de rijbevoegdheid van
1 jaar, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en onder invloed van alcohol een verkeersongeval veroorzaakt waarbij één inzittende is overleden en drie andere inzittenden zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. Verdachte zelf is daarbij ook zwaargewond geraakt. Verdachte heeft onaanvaardbare risico’s genomen door na het drinken van ongeveer 2,7 keer de toegestane hoeveelheid alcohol auto te gaan rijden terwijl zich 4 andere inzittenden in zijn auto bevonden, waarvan er twee zelfs minderjarig waren ten tijde van het ongeval. Hij heeft daarnaast zeer onverantwoord rijverdrag vertoond door tijdens het autorijden alcohol te blijven nuttigen en handelingen te verrichten met zijn smartphone, als gevolg waarvan hij de controle over de auto heeft verloren en uiteindelijk met zijn auto in de berm is beland. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij op deze uiterst onverantwoorde wijze aan het verkeer heeft deelgenomen.

De 21-jarige [slachtoffer 1] is door het gedrag van verdachte uit het leven weggerukt. Het leed dat als gevolg hiervan is ontstaan, is groot en onherstelbaar. Haar vriendin en nicht [slachtoffer 2] , die zich ook in de auto bevond, heeft in een slachtofferverklaring, die ter zitting is voorgelezen door de voorzitter, uitgedrukt hoe groot het gemis en het verdriet is door dat verlies. Daarnaast heeft zij aangegeven nog dagelijks fysieke pijn te ervaren van het ongeluk, en ook nog steeds de psychische gevolgen ervan te ondervinden. Ook de andere twee inzittenden, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , hebben ernstig letsel opgelopen. De rechtbank is zich ervan bewust dat geen enkele straf het leed dat is veroorzaakt kan compenseren. De rechtbank dient echter een straf op te leggen die past bij het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van 30 april 2020 van Novadic-Kentron, dat is opgesteld door [naam] . Daarin wordt onder meer geconcludeerd dat verdachte reeds jaren een instabiele leefsituatie heeft met gebrek aan (arbeids)verleden, relatieproblemen en schulden. Als gevolg van het ongeval is hij lichamelijk beperkt voor een eventueel arbeidstraject. Van psychische problemen is eveneens mogelijk sprake, als gevolg van de lichamelijke beperkingen en de praktische problemen die verdachte ervaart. Verdachte ziet volgens de reclassering geen reden tot gedragsverandering – hij ziet geen relatie tussen het gebruik van alcohol en het ten laste gelegde – en heeft slechts behoefte aan praktische hulpverlening. De recidivekans voor wat betreft verkeersgerelateerde delicten schat de reclassering in op laag-gemiddeld. Ontvankelijkheid voor hulpverlening is volgens de reclassering laag en de kans op onttrekken aan eventuele bijzondere voorwaarden wordt ingeschat op gemiddeld. De uitvoerbaarheid van een eventueel toezicht acht de reclassering daarom twijfelachting evenals de inzet van een gedragsinterventie, mede gelet op het feit dat verdachte weinig inzicht geeft in zijn leefwijze.

Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij zwaar gebukt gaat onder de gevolgen van het ongeval. Hij voelt zich schuldig en wil zijn spijt betuigen aan de slachtoffers.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten straftoemeting als uitgangspunt genomen. Verdachte heeft ernstige schuld aan het ongeval. Volgens de oriëntatiepunten is het uitgangspunt in een situatie als de onderhavige, waarbij sprake is van ernstige schuld aan het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval en waarbij alcoholgebruik is geconstateerd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier jaren. Daarin is de eendaadse samenloop van overtreding van artikel 6 WVW 1994 met overtreding van artikel 8 WVW 1994 verdisconteerd. Wanneer onder dezelfde omstandigheden sprake is van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, is het uitgangspunt volgens de oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie jaren. In deze zaak is sprake van één overledene en drie zwaargewonden.

De rechtbank acht een aantal omstandigheden van belang die leiden tot afwijking van het bovengenoemde totaal in strafverminderende zin.

De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven zeer aangedaan te zijn door het ongeval en heeft verklaard hoe vreselijk hij het voor de slachtoffers vindt en dat hij met die gevolgen voor de slachtoffers nog regelmatig wordt geconfronteerd. De gemeenschap waartoe verdachte en een deel van de slachtoffers behoort heeft het zwaar met hetgeen is gebeurd en daar heeft verdachte eveneens onder te lijden. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de omstandigheid dat verdachte waarschijnlijk de rest van zijn leven bezig zal zijn met terugbetaling van de geëiste schadevergoedingen.

De rechtbank houdt ten slotte rekening met het relatief grote tijdsverloop in deze zaak.

Het voorgaande leidt ertoe dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden wordt opgelegd.

Daarnaast acht de rechtbank in het kader van de verkeersveiligheid het opleggen van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen noodzakelijk voor lange duur. De rechtbank zal daarom aan verdachte de ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 jaren opleggen, met aftrek van de tijd waarin het rijbewijs ingevorderd c.q. ingehouden is geweest.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag.

Teruggave aan de rechthebbende.

Onder verdachte is een personenauto van het merk Renault Clio zoals weergegeven onder nummer 1 op de beslaglijst in beslag genomen. Dit goed behoort niet aan verdachte toe. De rechtbank zal daarom de teruggave gelasten van voormeld voorwerp aan de rechthebbende, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van het in beslag genomen goed.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b van deze wet, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder begrepen) voor de duur van 4 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

- 1.00 STK Personenauto Renault Clio [kenteken] , goednummer 1352436

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Boersma, voorzitter,

mr. C.J. Sangers- de Jong en A.A.M. Janssen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G.J.B. van Weegen, griffier,

en is uitgesproken op 11 juni 2020.