Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:276

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-01-2020
Datum publicatie
06-02-2020
Zaaknummer
16/3371
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Waterzaak, bewijslastverdeling oplossing.

De zaak gaat over vergunningen in verband met het afvoeren van hemelwater in een wijk via een sloot in de Reusel. De deskundigen van partijen en de deskundige van de rechtbank verschillen van mening over de juistheid van de berekening van de hydrologische gevolgen van dit project. Het nadeel van berekeningen op basis van een model is dat je nooit zeker weet of in de praktijk het water zich op dezelfde manier gedraagt. De berekeningen kunnen deze situatie in de praktijk nooit nabootsen omdat alle variabelen in de praktijk nooit in één model kunnen worden vervat. Dat hoeft ook niet. Het is voldoende dat in het model wordt gerekend met de belangrijkste variabelen en dat deze inputwaarden reproduceerbaar en controleerbaar zijn. De berekeningen zijn geen garantie maar slechts een voorspelling. De rechtbank concludeert dat in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd dat de ontkoppeling van het verharde oppervlakte niet kan leiden tot wateroverlast op de lagere percelen van eiseres in het licht van de kritiek van eiseres op de inputwaarden van de berekening .De rechtbank ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten naar aanleiding van het STAB advies. De tijd zal moeten leren of de oplossing van verweerder toereikend is. De rechtbank weet echter niet zeker of overlast zal optreden. Eiseres maakt zich terecht zorgen over de vraag of de schade als gevolg van deze overlast in het voorkomende geval zal worden gecompenseerd. Zij is bang dat ze niet kan voldoen aan de bewijslast. Als oplossing voor het geschil tussen partijen geeft de rechtbank -ten overvloede- aan hoe de rechtbank de bewijslastverdeling bij wateroverlast op het perceel van eiseres ziet. Indien in een T=25 situatie (of bij minder regenval) wateroverlast door overstroming vanuit de Reusel of de B-watergang ontstaat of indien er grondwateroverlast ontstaat, dan zal verweerder eerst moeten aantonen dat de schade ondanks de vergunde maatregelen ook zou zijn opgetreden. Verweerder zal hiertoe in ieder geval moeten aantonen dat maximaal 16.000 m² verhard oppervlakte in de wijk Lensheuvel is ontkoppeld. Van eiseres kan niet worden gevergd dat zij aantoont dat er sprake is van een overtreding inzake het loskoppelen van teveel verhard oppervlakte. Als verweerder daar niet in slaagt, dan is verweerder in beginsel gehouden de door eiseres geleden schade vanwege wateroverlast te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 16/3371

uitspraak van de meervoudige kamer van 23 januari 2019 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.R. Botman),

en

het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel, verweerder

(gemachtigde: mr. C.C.E.J. van Weert-de Laat).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-de Mierden (gemachtigde M. Sikkes).

Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-de Mierden (vergunninghouder) een watervergunning verleend voor het afkoppelen van een bestaand verhard oppervlak en de daarvoor benodigde ingrepen, te weten het aanbrengen van een lozingsconstructie in de Reusel op de locatie plaatselijk bekend Leijenstraat te Reusel (RS1), het aanleggen van een leiding onder een oppervlaktewaterlichaam op de locatie parallel van de Leijenstraat, tussen Lensheuvel en de RS1 en het vervangen van twee duikers en het aanbrengen van drie duikers in het hiervoor genoemde oppervlaktelichaam.

Bij besluit van 14 april 2016 (het primaire besluit 2) heeft verweerder aan vergunninghouder een watervergunning verleend voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam, het verwijderen van een duiker en het aanbrengen van een putconstructie in de Reusel op de locatie plaatselijk bekend Leijenstraat te Reusel (RS1), kadastraal bekend gemeente Reusel, sectie [letter] , nummer [nummer] . Bij dat besluit is de op 17 november 2015 verleende watervergunning ingetrokken, voor zover deze betrekking heeft op het aanleggen van één duiker.

Bij wijzigingsbesluit van 7 juni 2016 heeft verweerder de bij het primaire besluit 1 verleende vergunning gewijzigd en vergunning verleend voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam, het verwijderen van een duiker en het aanbrengen van een putconstructie in de Reusel op de locatie plaatselijk bekend Leijenstraat te Reusel (RS1), kadastraal bekend gemeente Reusel, sectie [letter] , nummer [nummer] .

Eiseres heeft tegen alle besluiten bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 27 september 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en de primaire besluiten in stand gelaten met een aanvulling van de motivering ervan.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is meermalen behandeld op zitting, voor de eerste keer op 29 augustus 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en R. Laseroms, hydrologisch deskundige. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Op deze zitting heeft de rechtbank om nadere inlichtingen gevraagd bij verweerder. Verweerder heeft deze inlichtingen gegeven en eiseres heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) ingeschakeld. De StAB heeft op 12 april 2018 advies uitgebracht. Partijen hebben hierop gereageerd.

De rechtbank heeft vervolgens de zaak weer behandeld op de zitting van 2 oktober 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en R. Laseroms. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Op deze zitting heeft de rechtbank om nadere inlichtingen gevraagd bij partijen alsmede de StAB gevraagd een vervolgadvies uit te brengen. Naar aanleiding van reacties van partijen heeft de rechtbank uiteindelijk bepaald dat er een plaatsopneming moet geschieden in bijzijn van partijen en de StAB. Deze plaatsopneming is gedaan op 28 oktober 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en R. Laseroms. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.S. Krikhaar, dr. A. Sterk, Y.M.T.A.H. van Beers en J.A. Schoordijk. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Daarna is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. Zoals uit het procesverloop blijkt, is dit een gecompliceerde zaak. De zaak is complex om meerdere redenen. In de eerste plaats vanwege het project waarvoor vergunning is verleend. Het komt ook doordat de deskundigen van partijen en de deskundige van de rechtbank van mening verschillen over de juistheid van de berekening van de hydrologische gevolgen van dit project. De complexiteit wordt ook veroorzaakt doordat de rechtbank verwachtte dat de berekeningen van partijen in de praktijk konden worden geverifieerd door middel van metingen bij zware regenval. Het heeft echter niet zodanig hard geregend dat metingen zinvol waren. Door deze omstandigheden heeft de procedure veel te lang geduurd. In deze uitspraak geeft de rechtbank niet alleen een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, maar ook een richting voor een oplossing. Daartoe worden eerst de belangrijkste feiten op een rij gezet en wordt het uiteindelijke project beschreven. Ook wordt kort aangegeven wat de rechtbank heeft gezien bij de plaatsopneming. De standpunten van partijen en de bevindingen van de deskundigen worden vervolgens kort samengevat. Daarna geeft de rechtbank haar beoordeling. Hierna volgen de conclusie en de oplossingsrichting.

Feiten

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

- Eiseres is eigenaar van percelen ten noorden van de Leijenstraat. De percelen zijn niet gedraineerd. Er ligt een B-watergang tussen haar percelen en de Leijenstraat. Aan de westzijde van de percelen stroomt de Reusel, een A-watergang. De Reusel is een beek die enige kilometers ten zuiden van de Leijenstraat ontspringt. Ten oosten van de percelen ligt de bebouwde kom van Reusel met de wijk Lensheuvel.

- De aanvragen zoals die door vergunninghouder zijn ingediend, hebben betrekking op het afkoppelen van een verhard oppervlak van het rioolstelsel. Dit verhard oppervlak is de wijk Lensheuvel en is 1,6 ha groot. Met de aanvragen wordt beoogd om riooloverstortingen te verminderen, opdat het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallatie toeneemt.

- Het afkoppelen van het hemelwater op de locatie de Lensheuvel-’t Heike is opgenomen in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 20120-2016 van de gemeente Reusel-de Mierden dat de gemeente in samenspraak met het waterschap De Dommel heeft opgesteld. Het afkoppelen is vergund in het primaire besluit 1.

- Tijdens de feitelijke aanleg van de afkoppelvoorzieningen door vergunninghouder bleek dat de hemelwaterafvoerleiding van het losgekoppelde verhard oppervlak onder de B-watergang werd aangelegd maar dat dit niet zou kunnen zonder de B-watergang gedeeltelijk te dempen. Anders zou de uitstroomvoorziening te laag in de Reusel uitmonden. Bij de uitvoerwerkzaamheden in 2015 is de B-watergang feitelijk gedempt zonder vergunning. Daarom heeft eiseres op 18 december 2015 een handhavingsverzoek ingediend. Verweerder heeft per e-mail van 2 maart 2016 eiseres medegedeeld dat de aanleg van een drain van 160 mm tussen de bestaande sloot en de perceelsgrens, aangelegd op de diepte van de oorspronkelijke sloot, tot voldoende afwatering van haar percelen zal leiden. Door de aanleg van de drain wordt volgens verweerder wateroverlast op het perceel van eiseres voldoende voorkomen. Deze drain en aanpassingen zijn verwerkt in een nieuwe ontwerptekening die deel uitmaakt van de aanvraag van 18 maart 2016. Deze aanvraag heeft geleid tot de gewijzigde watervergunning in het primaire besluit 2. Op 25 maart 2016 heeft verweerder vergunninghouder ook gelast om de maatregelen uit te voeren. Dat heeft vergunninghouder gedaan en er zijn uiteindelijk geen dwangsommen verbeurd.

3. Wat omvat het project nu uiteindelijk? De vergunde hemelwaterafvoerleiding ter ontkoppeling van het verhard oppervlak bestaat ter plaatse van de Leijenstraat uit twee delen. Het meest oostelijke deel ligt onder de Leijenstraat, het meest westelijke deel dat ca. 190 meter lang is, ligt in de betreffende B-watergang. Door de aanleg van de hemelwaterafvoerleiding is de B-watergang over een lengte van 120 meter ondieper geworden en is het laatste deel van de B-watergang volledig gedempt. In het ondiepe deel van de B-watergang liggen twee inspectieputten naar de hemelwaterafvoerleiding. Bovendien kan het water in de B-watergang via een open verbinding in de onderliggende hemelwaterafvoerleiding lopen. Ook in het volledige gedempte deel ligt een putconstructie. De hemelwaterafvoerleiding komt uit in de Reusel. Bij de uitmonding is een klep aangebracht. Deze klep moet voorkomen dat water uit de Reusel in de hemelwaterafvoerleiding stroomt. Tot slot ligt er een drain - parallel aan de hemelwaterafvoerleiding - op het voormalig niveau van de B-watergang. Deze drain heeft een diameter van 160 mm en een lengte van 70 meter.

4. Dit heeft de rechtbank gezien ter plaatse. De rechtbank heeft verder gezien dat het -westelijke deel van de percelen van eiseres (tegen de Reusel) lager liggen dan het zuidelijke deel van de percelen ( evenwijdig aan de Leijenstraat). Dit blijkt ook uit de hoogtekaart (afbeelding 3.3 in het StAB-advies). Bij een hoge waterstand van de Reusel zal het westelijke deel eerder overstromen dan het zuidelijke deel. Ook acht de rechtbank aannemelijk genoeg dat het waterpeil van de Reusel in het verleden tot de bovenkant van de klep van de hemelwaterafvoerleiding heeft gestaan. Tot slot acht de rechtbank niet aannemelijk dat sinds de aanleg van de hemelwaterafvoerleiding de B-watergang is overstroomd.

(kort samengevatte) standpunten partijen

5. Eiseres vindt het vreemd dat vergunninghouder illegaal de sloot kan dempen en dit vervolgens niet ongedaan hoeft te maken. Zij is haar vertrouwen in verweerder en vergunninghouder volledig kwijt geraakt. Eiseres is bang dat bij zware regenval het peil in de Reusel stijgt en daardoor er voor zorgt dat de klep van de hemelwaterafvoerleiding niet open kan komen te staan. Dan zal het water van het verhard oppervlak een andere weg zoeken en uiteindelijk door de openingen in de inspectieputten in de B-watergang stromen. Deze kunnen dan vervolgens overstromen zodat haar percelen onder water komen te staan. Eiseres stelt dat haar percelen niet geschikt zijn voor drainage en dat ze ook niet hierom heeft gevraagd. Bovendien vreest zij dat de afvoercapaciteit van de B-watergang door de demping drastisch is afgenomen. Tot slot vreest zij dat rioolwater in de B-watergang kan komen.

6. Verweerder vindt dat hij terecht vergunning heeft verleend voor de ontkoppeling van het verhard oppervlak. Hij heeft in het hydrologisch rapport van 21 oktober 2015 onderzocht of de ontkoppeling kan leiden tot wateroverlast of waterproblemen. Dat is niet het geval. Hij heeft ook laten onderzoeken of de demping leidt tot een afname van het bergend vermogen van de B-watergang en is op grond van een advies van 6 januari 2016 van mening dat dit niet het geval is. Wel komt de bodem van de sloot hoger te liggen waardoor de percelen van eiseres minder goed kunnen ontwateren. Daarom is een drainagebuis ter compensatie aangelegd. Verweerder vindt dat eiseres haar vrees onvoldoende heeft onderbouwd met het door haar ingebrachte deskundigenadvies.

De bevindingen van de deskundigen

7. De rechtbank heeft na de eerste zitting verweerder gevraagd om aanvullende berekeningen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de beleidsregels. Dit heeft geresulteerd in een onderzoek van Arcadis van 21 september 2017. De belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek kunnen als volgt worden samengevat: de berekende maximale waterstanden blijven in alle berekende scenario’s (ook in een T=100 situatie) onder het niveau van de aansluitingen van de hemelwaterafvoerleidingen op de B-watergang. Er komt dus geen water uit de hemelwaterafvoerleiding in de B-watergang en de B-watergang kan wel afwateren op de hemelwaterafvoerleiding. In alle scenario’s blijft het waterpeil in de Reusel voldoende laag, zodat de uitlaatklep van de hemelwaterafvoerleiding kan openen naar de Reusel. Ook blijft in alle scenario’s de waterstand in de B-watergang zo laag dat de drain blijft functioneren.

8. De deskundige van eiseres heeft kritiek op het onderzoek van Arcadis. Deze is vooral gericht op enkele uitgangspunten, namelijk de waterstand in de Reusel, de hoeveelheid waterafvoer van de hemelwaterafvoerleiding en de afmetingen (na de demping) van de B-watergang. Daarom valt volgens eiseres ondanks de aanvullende berekening van Arcadis niet uit te sluiten dat in een T=25 situatie de percelen van eiseres vanuit de B-watergang dan wel de Reusel zullen overstromen.

9. De StAB trekt in haar advies de volgende conclusies.

De StAB stelt in de eerste plaats vast dat uit de berekeningen van Arcadis blijkt dat de waterstand van de Reusel na een extreme bui (T=100) zal stijgen tot de insteek van de Reusel, met andere woorden tot het maaiveld van de westelijke (lagere) percelen van eiseres. De StAB leidt hieruit af dat in een T=25 situatie de percelen van eiseres niet zullen overstromen vanuit de Reusel.

De StAB heeft ook (zelf) berekend dat in een T=25 situatie het water in de B-watergang ondanks de demping onder het maaiveldniveau van de percelen van eiseres blijft.

Ook de StAB signaleert dat na de demping de percelen van eiseres minder goed ontwateren, maar is van oordeel dat door middel van de drain deze verslechtering ruimschoots wordt gecompenseerd.

De StAB concludeert dat de B-watergang voldoet aan de wateroverlastnorm van T=25 ondanks de verminderde afvoer- en bergingscapaciteit.

10. Verweerder is het eens met de StAB. Eiseres niet. Haar deskundige is zeer kritisch over het StAB-advies. De kritiek van de deskundige van eiseres richt zich vooral op het niet meenemen van de eerdere kritiek op de uitgangspunten van Arcadis. Hij blijft bij zijn vrees dat de B-watergang bij piekafvoeren niet kan afvoeren op de hemelwaterafvoerleiding en dat er zelfs water vanuit de leiding in de B-watergang en vervolgens op het perceel van eiseres kan stromen. Hij merkt (kort samengevat) ook op dat waterpeilen bij een T=25 situatie niet altijd lager hoeven te zijn dan de waterpeilen in een T=100 situatie. Dit hangt af van de intensiteit van de bui (de dynamiek van de peilen) en dat kan alleen worden bepaald door middel van een hydrodynamische berekening. Volgens hem staat helemaal niet vast hoeveel verhard oppervlak afvoert via de hemelwaterafvoerleiding. Door middel van metingen concludeert hij dat het peil in de Reusel veel meer fluctueert en dat het waterpeil bij een regenbui veel sneller stijgt. Er wordt door Arcadis en de StAB uitgegaan van een veel te rooskleurig waterpeil in de Reusel en van te veel aannames in plaats van feitelijke constateringen.

De beoordeling door de rechtbank

11. Verweerder is bevoegd om het ontkoppelen van verhard oppervlak te vergunnen en om de demping van een B-watergang te vergunnen. Het gebruik van deze bevoegdheden is echter wel ingeperkt door de voorwaarden in de Beleidsregels voor waterkering, waterkwantiteit en grondwater Keur Waterschap De Dommel 2015 (de Beleidsregels). In beleidsregel 13 is bepaald dat het ontkoppelen niet mag leiden tot wateroverlast of waterproblemen elders. In beleidsregel 6 is bepaald dat een demping niet mag leiden tot afname van het benodigd bergend vermogen, tenzij dit leidt tot een verbetering van het watersysteem of wanneer de demping wordt gecompenseerd. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden, dan is gebruik van de bevoegdheden in strijd met de beleidsregels en zal verweerder moeten motiveren waarom hij (als hij toch wil vergunnen) afwijkt van deze beleidsregels.

12. Als verweerder een ontkoppeling of demping wil vergunnen, zal hij aannemelijk moeten maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden in de beleidsregels. Op verweerder (en in het verlengde daarvan de vergunninghouder) rust de bewijslast. Verweerder kan dit alleen maar doen door middel van een berekening van de werking en capaciteit van het oppervlaktewatersysteem bij een bepaalde hoeveelheid neerslag. Op het perceel van eiseres geldt een wateroverlastnorm van T=25. Dat wil zeggen dat in de situatie, gebaseerd op meerjarige neerslagstatistieken, die zich gemiddeld eens in de 25 jaar voordoet geen sprake mag zijn van wateroverlast vanuit het oppervlaktewatersysteem. Met andere woorden, bij een zware regenbui die maar één keer per 25 jaar voorkomt, mag nog steeds geen water vanuit de B-watergang op het perceel van eiseres komen. Verweerder is in de berekeningen uitgegaan van een T=100 situatie, ofwel een zware regenbui die maar één keer per 100 jaar voorkomt. Het nadeel van berekeningen op basis van een model is dat je nooit zeker weet of in de praktijk het water zich op dezelfde manier gedraagt. De berekeningen kunnen deze situatie in de praktijk nooit nabootsen omdat alle variabelen in de praktijk nooit in één model kunnen worden vervat. Dat hoeft ook niet. Het is voldoende dat in het model wordt gerekend met de belangrijkste variabelen en dat deze inputwaarden reproduceerbaar en controleerbaar zijn. De berekeningen kunnen niet worden gecontroleerd met metingen of waarnemingen, omdat deze berekeningen worden gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van het project, dan wel voordat die zware regenbui valt. De rechtbank dacht na de tweede zitting aanvankelijk dat het wel mogelijk was om de berekeningen te verifiëren door middel van metingen, maar komt hierop terug, simpelweg omdat het niet mogelijk is gebleken om metingen te verrichten onder de juiste omstandigheden. De berekeningen hoeven daarom ook geen garantie te zijn, maar zijn slechts een voorspelling.

13. De rechtbank kan zich voorstellen dat eiseres kritiek heeft op de inputwaarden in de modellen, in het bijzonder de inputwaarden met betrekking tot het waterpeil in de Reusel. Eiseres denkt dat deze inputwaarden niet kloppen en heeft hiervoor metingen verricht. Verweerder heeft deze metingen niet weersproken en heeft niet zelf metingen verricht om de gehanteerde inputwaarden in het model te verifiëren. De StAB heeft aangegeven dat het eerder gekozen meetpunt 320 (bovenstrooms van de duiker) van de deskundige van eiseres niet representatief is. De rechtbank is het op dit onderdeel eens met de StAB, maar deze kanttekening kan de twijfel van de rechtbank over de juistheid van de gehanteerde uitgangspunten naar aanleiding van de kritiek van de deskundige van eiseres niet geheel wegnemen. De deskundige van eiseres heeft namelijk ook metingen verricht in september en oktober 2017 benedenstrooms van de duiker. De twijfel van de rechtbank leidt tot vragen over de betrouwbaarheid van de uitkomst van de berekeningen van Arcadis. Dit is van belang in verband met het risico op overstroming vanuit de Reusel op de lager gelegen percelen van eiseres. Immers, uit de berekeningen van Arcadis blijkt namelijk dat het waterpeil van de Reusel, aangevoerd met het water vanuit de hemelwaterafvoerleiding, in een extreme situatie tot aan het maaiveld kan komen te staan. Als de uitgangspunten van deze berekeningen niet kloppen en het waterpeil in de Reusel is hoger, dan is er, door de ontkoppeling van het verhard oppervlak direct een aanzienlijke kans op wateroverlast en is het besluit van verweerder niet in overeenstemming met de beleidsregel 13. De rechtbank concludeert dat in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd dat de ontkoppeling van het verharde oppervlakte niet kan leiden tot wateroverlast op de lagere percelen van eiseres in het licht van de kritiek van eiseres op de inputwaarden met betrekking tot het waterpeil in de Reusel.

14. De rechtbank stelt verder vast dat de vergunning voor het ontkoppelen van verhard oppervlak uitsluitend ziet op het ontkoppelen van een oppervlakte van 16.000 m². Als er meer verhard oppervlak is of bijkomt (bijvoorbeeld omdat de bestrating in de wijk wijzigt), is hiervoor géén vergunning verleend en is dit in afwijking van de verleende vergunning. Dan is dit illegaal en zal verweerder hiertegen in beginsel handhavend moeten optreden of voor de afwijking een nieuwe vergunning moeten verlenen. Dit betekent niet direct dat de rechtbank voorbij gaat aan de kritiek van eiseres op dit punt. De mogelijke aanwezigheid van extra verhard oppervlak dat wordt ontkoppeld met de hemelwaterafvoer, leidt echter niet tot het oordeel dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Dat wil echter niet zeggen dat deze kritiek geen rol speelt. Als er veel meer verhard oppervlak is dat afwatert via de hemelwaterafvoerleiding op de Reusel, dan is de kans op overstroming nog groter. Verweerder zal er nauwgezet op moeten toezien dat de verharde oppervlakte klopt en in de toekomst blijft kloppen.

15. De rechtbank is naar aanleiding van de bevindingen van de StAB in paragraaf 3.3.2 van het advies en de plaatsopneming verder van oordeel dat de vrees van eiseres dat de afvoerklep van de hemelwaterafvoerleiding niet opengaat bij een te volle Reusel ongegrond is. Verweerder heeft niet aannemelijk hoeven achten dat er zodanige weersomstandigheden zullen optreden dat de Reusel vol loopt, terwijl er geen of weinig water in de hemelwaterafvoerleiding stroomt en de afvoerklep niet opengaat. In het verlengde hiervan is de rechtbank van oordeel dat verweerder evenmin heeft hoeven aannemen dat er een risico bestaat dat er water vanuit de hemelwaterafvoerleiding via de inspectieputten in de B-watergang en vervolgens op het land van eiseres zal stromen. Omdat de hemelwaterafvoerleiding zal blijven afwateren op de Reusel, bestaat hoogstens het risico dat vervolgens eerder het lagere deel van de percelen van eiseres overstroomt. De rechtbank ziet echter niet in waarom de percelen direct naast de B-watergang vanuit de B-watergang zouden overstromen. Dit kan alleen maar gebeuren als er veel meer water door de hemelwaterafvoerleiding stroomt. Dat is alleen het geval als de hoeveelheid verhard oppervlak niet klopt. Dat is echter een kwestie van handhaving en wil niet zeggen dat het bestreden besluit onrechtmatig is.

16. Dan de gedeeltelijke demping van de B-watergang. Deze demping mag ingevolge beleidsregel 6 niet leiden tot afname van het benodigd bergend vermogen, tenzij dit leidt tot een verbetering van het watersysteem of wanneer de demping wordt gecompenseerd. Uit de conclusies van het StAB-advies volgt dat sprake is van een afname van de bergingscapaciteit. Bovendien heeft de gedeeltelijke demping een verslechtering van de grondwaterstand op de percelen van eiseres naast de B-watergang tot gevolg. Ter compensatie heeft verweerder een drainageleiding verplicht gesteld. Strikt genomen is de gedeeltelijke demping in strijd met Beleidsregel 6, omdat deze demping niet wordt gecompenseerd met een wijziging van het bergend vermogen elders , maar door middel van de aanleg van een drainage. De drainage leidt niet zozeer tot een compensatie van de benodigde bergingscapaciteit maar tot een opheffen van de (door de demping) verslechterde grondwaterafvoer van de percelen van eiseres. Dat vindt de bezwaarschriftencommissie ook. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd dat desondanks aan het toetsingscriterium is voldaan. Als verweerder denkt dat de afname van bergend vermogen kan worden gecompenseerd met andere maatregelen, die op zichzelf niet leiden tot een gelijke toename van bergend vermogen, dan had verweerder dat moeten opnemen in de beleidsregel. In de beleidsregel staat echter alleen een uitzondering voor maatregelen die leiden tot een verbetering van het watersysteem. In verweerders uitleg is het mogelijk om een vergroot risico op wateroverlast door overstroming van de B-watergang, na het verlies van bergend vermogen, te compenseren door een vermindering van het risico op wateroverlast door een te hoge grondwaterstand. Dat zijn echter twee verschillende vormen van wateroverlast. De rechtbank ziet niet in hoe de drainage kan leiden tot een verbetering van het watersysteem. Bovendien betwijfelt de rechtbank of de grondwaterafvoer deel uitmaakt van hetzelfde watersysteem.

Conclusie en oplossing

17. Gelet op het bovenstaande is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit.

18. De rechtbank ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten om de volgende reden. De risico’s op wateroverlast door overstroming van de Reusel zijn in opdracht van verweerder berekend in een T=100 situatie. Verweerder hoeft niet te garanderen dat de percelen van eiseres in een dergelijke situatie niet overstromen, omdat voor deze percelen een wateroverlastnorm van T=25 geldt. Gelet op het StAB-advies acht de rechtbank het niet op voorhand aannemelijk dat de percelen van eiseres in een T=25 situatie zullen overstromen vanuit de Reusel. Daarnaast acht de rechtbank het evenmin aannemelijk dat de percelen van eiseres in een T=25 situatie zullen overstromen vanuit de B-watergang of dat er een onaanvaardbare grondwateroverlast op de percelen van eiseres naast de B-watergang zal optreden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat in 2016 zware buien zijn gevallen maar dat er geen overstroming heeft plaatsgevonden. De rechtbank geeft verweerder dus het voordeel van de twijfel, naar aanleiding van het StAB advies. De tijd zal moeten leren of de oplossing van verweerder toereikend is.

19. De rechtbank weet echter niet zeker of in een T=25 situatie overlast zal optreden. Eiseres maakt zich terecht zorgen over de vraag of de schade als gevolg van deze overlast in het voorkomende geval zal worden gecompenseerd. Zij is bang dat ze niet kan voldoen aan de bewijslast. Als oplossing voor het geschil tussen partijen geeft de rechtbank -ten overvloede- aan hoe de rechtbank de bewijslastverdeling bij wateroverlast op het perceel van eiseres ziet. Indien in een T=25 situatie (of bij minder regenval) wateroverlast door overstroming vanuit de Reusel of de B-watergang ontstaat of indien er grondwateroverlast ontstaat, dan zal verweerder eerst moeten aantonen dat de schade ondanks de vergunde maatregelen ook zou zijn opgetreden. Verweerder zal hiertoe in ieder geval moeten aantonen dat maximaal 16.000 m² verhard oppervlakte in de wijk Lensheuvel is ontkoppeld. Van eiseres kan niet worden gevergd dat zij aantoont dat er sprake is van een overtreding inzake het loskoppelen van teveel verhard oppervlakte. Als verweerder daar niet in slaagt, dan is verweerder in beginsel gehouden de door eiseres geleden schade vanwege wateroverlast te vergoeden.

20. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.100,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 2 punten voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een deskundigenadvies en 0,5 punt voor de plaatsopneming, waarde per punt € 525,00, wegingsfactor 1). Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in vergoeding van de door eiseres gemaakte deskundigenkosten. Deze stelt de rechtbank in goede justitie vast op een bedrag van € 3.000,00.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,00 aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 5.100,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzitter, en mr. J. Heijerman en mr. J.D. Streefkerk, leden, in aanwezigheid van mr. A.F. Hooghuis, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 23 januari 2019.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.