Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:2562

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
08-05-2020
Datum publicatie
12-05-2020
Zaaknummer
355452 KG ZA 20-84
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige concurrentie door stelselmatig benaderen relaties en werknemers van ex-werkgever

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0560
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/355452 / KG ZA 20-84

Vonnis in kort geding van 8 mei 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EPIC SHELTERS B.V.,

gevestigd te Erp, gemeente Meijerijstad,

eiseres,

advocaat mr. W.A.T. Wieland te Eindhoven,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SHADES CONCEPTS B.V.,

gevestigd te Helmond,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 3]

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J.J.Th. van Stiphout te Helmond.

Partijen zullen hierna Epic Shelters en [gedaagden] genoemd worden. Daar waar gedaagden afzonderlijk worden bedoeld, zullen zij onderscheidenlijk [gedaagde sub 1] , Shades Concepts en [gedaagde sub 3] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 20 maart 2020 met producties, genummerd 1 tot en met 20;

  • -

    de brief van mr. Van Stiphout van 16 april 2020, houdende conclusie van antwoord met producties, genummerd 1 tot en met 5;

  • -

    de brief van mr. Wieland van 16 april 2020 met producties, genummerd 21 tot en met 33;

  • -

    de brief van mr. Wieland van 16 april 2020, houdende akte wijziging van eis met producties, genummerd 34 en 35;

  • -

    het e-mailbericht van mr. Wieland van 16 april 2020 met een productie, genummerd 36;

  • -

    de brief van mr. Wieland van 17 april 2020 met producties, genummerd 37 en 38;

  • -

    de brief van mr. Van Stiphout van 17 april 2020 met een productie, genummerd 6;

  • -

    de mondelinge behandeling via skype ter zitting van 17 april 2020;

  • -

    de pleitnota van mr. Wieland;

  • -

    de pleitnota van [gedaagden] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Epic Shelters houdt zich bezig met het ontwerpen, de ontwikkeling, verkoop en verhuur van schaduwoplossingen, zogenaamde “shelters”. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is via zijn houdstermaatschappij [naam bedrijf 1] enig aandeelhouder en bestuurder van Epic Shelters.

2.2.

[gedaagde sub 1] , voorheen werkzaam bij [naam bedrijf 2] te [woonplaats] (een bedrijf dat hekwerken levert, o.a. aan de evenementenbrache), is op 1 december 2015 in loondienst getreden bij Epic Shelters in de functie van Algemeen Manager. In de tussen Epic Shelters en [gedaagde sub 1] tot stand gekomen arbeidsovereenkomst (productie 3 bij de dagvaarding) is, voor zover in dit geding van belang, het volgende opgenomen.

“(…)

Artikel 8. Geheimhoudingsplicht

Werknemer zal, zowel gedurende de arbeidsovereenkomst als na afloop daarvan, strikte geheimhouding betrachten omtrent alle vertrouwelijke bedrijfsgegevens die hem in het kader van de arbeidsovereenkomst ter kennis zijn gekomen, zowel die van werkgever als die van een gelieerde vennootschap of onderneming en die van klanten en relaties van werkgever in de ruimste zin van het woord. Als vertrouwelijke bedrijfsgegevens worden onder meer aangemerkt alle knowhow

(…)

Artikel 10. Gebruik bedrijfsmiddelen en documenten

  1. Het is werknemer zonder voorafgaande toestemming van werkgever niet toegestaan de middelen die hem door werkgever ter beschikking zijn gesteld ter uitoefening van zijn functie voor privé doeleinden te gebruiken.

  2. Het is werknemer verboden op welke wijze dan ook documenten, correspondentie, eigendommen en/of andere informatiedragers en/of kopieën hiervan die aan werkgever toebehoren in bezit te hebben of te houden, uitgezonderd voor zover en voor zolang dit voor de uitoefening van zijn werkzaamheden voor werkgever noodzakelijk is.

Artikel 11. Einde arbeidsovereenkomst

1. Bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst (…) is werknemer verplicht onverwijld aan werkgever af te geven al hetgeen hij van of voor werkgever ter zake van of in verband met de onderhavige overeenkomst onder zich heeft en hetgeen hem verder door werkgever ter beschikking is gesteld.

(…)

Artikel 13. Boetebeding

Bij overtreding of niet nakoming van het bepaalde in de artikelen 8, 9, 10 en 12 is werknemer, in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3, 4 4n 5 BW, een direct opeisbare boete ten gunste van werkgever verschuldigd van € 5000,-- per overtreding, vermeerderd met € 100,-- voor iedere dag (een gedeelte van de dag hieronder begrepen) waarop zodanige overtreding voortduurt. Werkgever behoeft hiervoor geen schade of verlies aan te tonen. In plaats van het voorgaande heeft werkgever het recht om schadevergoeding te vorderen. Voorts behoudt werkgever tevens haar rechten om nakoming van het bepaalde in deze arbeidsovereenkomst te vorderen.

2.3.

In maart 2018 heeft [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 3] opgericht.

2.4.

Eind oktober hebben [gedaagde sub 1] en Epic Shelters een beëindigingsovereenkomst gesloten (productie 4 bij de dagvaarding). In deze beëindigingsovereenkomst staat onder meer vermeld:

“(…)

3. Het hiervoor bedoelde overleg heeft ertoe geleid dat (…) partijen thans overeenkomen dat de tussen hen geldende arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2019 zal worden beëindigd.

(…)

8. Werknemer levert eventueel bij hem aanwezige zaken welke eigendom zijn van werkgever per 31 oktober 2019 in bij werkgever.

(…)

10. Werknemer betracht geheimhouding ten aanzien van al hetgeen hem ter kennis is gekomen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst bij werkgever.

(…)”

2.5.

Op 5 november 2019 heeft [gedaagde sub 1] Shades Concepts opgericht. [gedaagde sub 1] is via [gedaagde sub 3] enig aandeelhouder en bestuurder van Shades Concepts. Blijkens het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel verkoopt en verhuurt Shades Concepts toebehoren van evenementen en festivals.

2.6.

Op 5 januari 2020 heeft [gedaagde sub 1] een e-mailbericht gestuurd aan verschillende personen, die volgens Epic Shelters allen relaties zijn van Epic Shelters. In deze e-mail staat het volgende vermeld:

“Beste relatie,

Met Shades Concepts knallend het nieuwe jaar in.

Drie –twee – één…. Shades Concepts is live! Een ambitieuze, maar logische stap waarmee ik 2020 goed begin. Ervaring, vakmanschap en ondernemersdrive komen samen in Shades Concepts. Het adres voor het huren van sfeervolle en stevige schaduwoplossingen die beschermen tegen zowel zon als regen.

Unieke shades: 100% stevigheid en een snelle oplossing op maat.

Shades Concepts biedt unieke schaduwoplossingen op maat die zorgen voor schaduw, verkoeling én bescherming tegen zowel zon als regen. Wij hebben de perfecte shade voor elke gelegenheid en locatie. Van een enorm evenement, horecaterras of festival tot een knusse tijdelijke overkapping voor in je tuin. Wat dacht je bijvoorbeeld van de shade Cosmos, een veel gebruikte en unieke oplossing bij eventcatering of een speciale shade voor de dj-booth. Kies je gewenste formaat, vorm en kleur. Kwaliteit tot in de nok en gegarandeerd 100% stevigheid! shades verzorgt de volledige op- en afbouw snel, veilig en vakkundig. Kijk voor meer informatie op www.shades-concepts.com of bel gerust naar:

[mobiele nummer]

Ik kijk uit naar een toekomstige samenwerking waarin ik doe wat ik beloof.

[gedaagde sub 1]

Shades Concepts”

2.7.

Bij brief van 20 januari 2020 heeft de advocaat van Epic Shelters [gedaagde sub 1] gesommeerd om per direct het gebruik van alle hulpmiddelen die hij via Epic Shelters heeft verkregen te staken en gestaakt te houden, alsmede om per direct alle met Epic Shelters concurrerende werkzaamheden te staken en gestaakt te houden en geen direct of indirect contact meer te zoeken met leveranciers, klanten en relaties van Epic Shelters. (productie 19 bij de dagvaarding).

2.8.

[gedaagde sub 1] heeft aan voornoemde sommatie geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Epic Shelters vordert na wijziging van eis samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. (i) [gedaagde sub 1] te verbieden om gedurende twee jaar na het wijzen van dit vonnis, althans een door de voorzieningenrechter vast te stellen periode, (primair) met de zakelijke relaties van Epic Shelters die op 1 november 2019 volgen uit haar administratie, althans (subsidiair) met de relaties van Epic Shelters als vermeld op het als productie 34 overgelegde relatieoverzicht, althans (meer subsidiair) met de relaties van Epic Shelters als vermeld op de als productie 24 overgelegde lijst, zakelijk contact te hebben en/ of hen te bedienen en/ of voor hen op enigerlei wijze diensten te verrichten, dan wel daartoe voor anderen te bemiddelen, een en ander voor zover verband houdende met de ontwikkeling, productie, verhuur en/ of verkoop van shelters of naar haar aard vergelijkbare producten, alsmede toebehoren en/ of onderdelen daarvan;

(ii) Shades Concepts en [gedaagde sub 3] te verbieden om met behulp van [gedaagde sub 1] gedurende twee jaar na het wijzen van dit vonnis, althans een door de voorzieningenrechter vast te stellen periode, betrokken te zijn bij zakelijke activiteiten met relaties van Epic Shelters, een en ander voor zover verband houdende met de ontwikkeling, productie, verhuur en/ of verkoop van shelters of naar haar aard vergelijkbare producten, alsmede toebehoren en/ of onderdelen daarvan;

(iii) [gedaagden] te verbieden om werknemers van Epic Shelters ertoe te bewegen om de arbeidsverhouding met Epic Shelters te beëindigen en bij [gedaagden] in dienst te treden althans op andere wijze werkzaam te zijn;

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

2. ( (i) [gedaagde sub 1] te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Epic Shelters te restitueren al hetgeen hij van en/of met betrekking tot Epic Shelters onder zich heeft, al dan niet betreffende relaties van Epic Shelters, alsmede iedere (digitale) kopie daarvan te vernietigen en binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Epic Shelters te verklaren dat hij daaraan heeft voldaan;

(ii) [gedaagde sub 1] te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Epic Shelters een afschrift te verstrekken van alle e-mailadressen aan wie [gedaagde sub 1] namens Shades Concepts het e-mailbericht van 5 januari 2020 heeft toegezonden;

(iii) [gedaagde sub 1] te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis namens Shades Concepts over te gaan tot rectificatie van het op 5 januari 2020 verzonden e-mailbericht op de wijze als beschreven in onderdeel 75 van de dagvaarding;

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom;

3. [gedaagde sub 1] te veroordelen om aan Epic Shelters een voorschot op de door hem verbeurde boetes te betalen van € 10.000,00, althans een door de voorzieningenrechter vast te stellen bedrag;

4. [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten, beiden te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW.

3.2.

Epic Shelters legt hieraan –samengevat- het volgende ten grondslag.

3.2.1.

[gedaagde sub 1] handelt onrechtmatig ten opzichte van Epic Shelters doordat hij het duurzame bedrijfsdebiet van Epic Shelters dat hij in het kader van de arbeidsovereenkomst mee heeft helpen opbouwen met hulpmiddelen die hij daartoe vertrouwelijk van Epic Shelters ter beschikking heeft gekregen, stelselmatig en substantieel afbreekt. [gedaagde sub 1] heeft namelijk door Shades Concepts op te richten, een met Epic Shelters concurrerende onderneming opgericht en is vervolgens actief relaties van Epic Shelters gaan werven (middels het e-mailbericht van 5 januari 2020). [gedaagde sub 1] benadert ook medewerkers en leveranciers van Epic Shelters veelvuldig en bij herhaling teneinde hen ten koste van Epic Shelters te winnen voor Shades Concepts. [gedaagden] gebruiken de kennis, ervaring en vertrouwelijke informatie die [gedaagde sub 1] bij Epic Shelters heeft opgedaan voor eigen gewin.

[gedaagde sub 1] was al tijdens zijn dienstverband met Epic Shelters bezig om voorbereidingen te treffen om met Epic Shelters te concurreren, hetgeen de handelwijze van [gedaagde sub 1] extra onbetamelijk maakt.

3.2.2.

[gedaagde sub 1] heeft bovendien het geheimhoudingsbeding en het verbod tot het gebruik van bedrijfsmiddelen van Epic Shelters voor privédoeleinden van de artikelen 8 en 10 uit de arbeidsovereenkomst (die ook na het einde van de arbeidsovereenkomst van kracht blijven) overtreden. Ingevolge artikel 13 van de arbeidsovereenkomst is [gedaagde sub 1] een direct opeisbare boete ten gunste van Epic Shelters verschuldigd bij overtreding van de artikelen 8 en 10 van de arbeidsovereenkomst.

3.2.3.

[gedaagde sub 3] en Shades Concepts faciliteren het onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] en profiteren daar op hun beurt van. Daarmee handelen [gedaagde sub 3] en Shades Concepts eveneens onrechtmatig ten opzichte van Epic Shelters.

3.2.4.

Epic Shelters heeft [gedaagden] gesommeerd om dit onrechtmatig handelen jegens haar te staken en gestaakt te houden. [gedaagden] weigeren echter daaraan gehoor te geven en gaan door met de onrechtmatige activiteiten. Door het onrechtmatig handelen van [gedaagden] dreigt Epic Shelters forse schade te lijden.

3.3.

[gedaagden] heeft ten verwere –samengevat- het volgende naar voren gebracht.

[gedaagde sub 1] is al sinds 2004 werkzaam in de evenementenbranche en heeft op die manier veel relaties in deze branche verworven. [gedaagde sub 1] heeft bij zijn indiensttreding bij Epic Shelters een groot aantal van die relaties aangebracht bij Epic Shelters. Deze relaties moeten daarom worden gezien als relaties van [gedaagde sub 1] en niet alleen als relaties van Epic Shelters. [gedaagde sub 1] handelt dan ook niet onrechtmatig jegens Epic Shelters wanneer hij deze relaties aanschrijft. De klanten/ relaties naar wie [gedaagde sub 1] het e-mailbericht van 5 januari 2020 heeft gestuurd waren ofwel eerdere relaties van [gedaagde sub 1] ofwel relaties die middels voor een ieder vindbare e-mailadressen aangeschreven konden worden. [gedaagde sub 1] heeft nooit e-mailadressen van Epic Shelters meegenomen.

Van het feit dat een werknemer (de heer [naam 2] ) van Epic Shelters naar Shades Concepts is overgestapt, kan [gedaagde sub 1] geen verwijt worden gemaakt. Ook hier heeft te gelden dat het juist [gedaagde sub 1] is geweest, die deze werknemer bij Epic Shelters heeft aangebracht.

Ook de ontwikkelaar van het databaseprogramma Sansa mochten [gedaagden] gewoon benaderen. Het systeem is niet exclusief voor Epic Shelters ontwikkeld maar wordt door tal van bedrijven gebruikt. Niet valt in te zien wat er onrechtmatig is aan het benaderen van leveranciers van Epic Shelters.

[gedaagden] hebben geen vertrouwelijke bedrijfsgegevens gebruikt zodat niet aan de door de Hoge Raad geformuleerde vereisten voor onrechtmatige concurrentie is voldaan. [gedaagde sub 1] heeft ook geen bedrijfsmiddelen van Epic Shelters gebruikt voor bedrijfsdoeleinden.

Ook heeft [gedaagde sub 1] de geheimhoudingsplicht niet geschonden door informatie te delen met Shades Concepts. Het is immers [gedaagde sub 1] zelf die enig aandeelhouder en bestuurder is van [gedaagde sub 3] , die op haar beurt weer enig aandeelhouder is van Shades Concepts.

[gedaagden] heeft geen rechtmatig belang bij afgifte van de e-mailadressen waarnaar de e-mail van 5 januari 2020 is verzonden. [gedaagden] hebben geen eigendommen (meer) van Epic Shelters in hun bezit. Nu [gedaagden] niet onrechtmatig hebben gehandeld jegens Epic Shelters kan ook geen sprake zijn van een rectificatie.

Epic Shelters wensen middels de onderhavige vorderingen aan [gedaagden] achteraf zowel een concurrentie- als relatiebeding op te leggen. Deze bedingen zijn echter niet bij arbeidsovereenkomst overeengekomen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat concurrentie alsdan is toegestaan. Wanneer deze handelwijze zou worden gesanctioneerd betekent dit dat er niet geconcurreerd kan worden binnen eenzelfde branche.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vorderingen van Epic Shelters zijn onder andere gericht op het beëindigen van een volgens haar onrechtmatige situatie en zijn daardoor naar hun aard voldoende spoedeisend. Dit spoedeisend belang wordt door [gedaagden] overigens ook niet weersproken.

4.2.

Dat [gedaagden] een met Epic Shelters concurrerende onderneming zijn gestart is evident en is tussen partijen ook niet in geschil.

4.3.

Vast staat dat in de arbeidsovereenkomst tussen Epic Shelters en [gedaagde sub 1] geen concurrentie- noch ook een relatiebeding is opgenomen. Als uitgangspunt heeft dan ook te gelden dat een ex-werknemer zoals een ieder, vrij is om aan het economisch verkeer deel te nemen en mitsdien jegens zijn vroegere werkgever niet onrechtmatig handelt door deze na afloop van zijn dienstverband te beconcurreren, ongeacht of dit direct (met een eigen onderneming) of indirect (in dienst van een andere onderneming) gebeurt. Dit is slechts anders wanneer de werknemer stelselmatig klanten benadert die duurzaam met de voormalige werknemer zijn verbonden, waarbij hij gebruik maakt van kennis en gegevens die hij vertrouwelijk ter beschikking heeft gekregen bij zijn voormalige werkgever en waardoor het (door werknemer) bij werkgever opgebouwde werk wordt afgebroken (HR 9 december 1955, NJ 1956/ 157, Bogaard/Vesta).

4.4.

Als productie 24 heeft Epic Shelters een lijst overgelegd waarop de bedrijven staan vermeld ten aanzien waarvan Epic Shelters zich op het standpunt stelt dat zij klanten zijn van Epic Shelters en dat [gedaagde sub 1] deze klanten heeft benaderd teneinde hen als klant te winnen voor Shades Concepts, onder meer door hen op 5 januari 2020 het e-mailbericht te sturen zoals vermeld in de feiten onder randnummer 2.6.

4.5.

[gedaagde sub 1] heeft niet weersproken dat de betreffende bedrijven klanten zijn van Epic Shelters en dat hij de betreffende klanten actief heeft benaderd teneinde zelf via Shades Concepts zaken met hen te doen. Een enkeling, zo geeft [gedaagde sub 1] aan, heeft zelf [gedaagde sub 1] benaderd.

4.6.

[gedaagde sub 1] meent echter dat hij niet onrechtmatig handelt jegens Epic Shelters door de betreffende klanten te benaderen ten behoeve van zijn eigen onderneming omdat vrijwel al deze relaties, al vóórdat zij als relaties van Epic Shelters konden worden gekwalificeerd, relaties waren van [gedaagde sub 1] . Zo kent [gedaagde sub 1] een aantal relaties uit de tijd dat hij bij [naam bedrijf 2] werkte. Een enkele relatie kent [gedaagde sub 1] zelfs al van vóórdat hij werkzaam was bij [naam bedrijf 2] , toen hij nog bij [naam bedrijf 3] werkte, zo stelt hij. [gedaagde sub 1] meent dat al deze klanten in feite zíjn klanten zijn omdat hij degene is die hen destijds, toen hij bij Epic Shelters in dienst trad, heeft aangebracht bij Epic Shelters en dat het hem daarom vrij staat hen te benaderen teneinde zelf (via [gedaagde sub 3] en Shades Concepts) zaken met hen te doen.

4.7.

[gedaagde sub 1] miskent hiermee echter dat deze klanten inmiddels behoren tot het duurzame bedrijfsdebiet van Epic Shelters. Dat dit (grotendeels) komt door [gedaagde sub 1] , die deze relaties bij een andere werkgever, die zich niet bezighoudt met de verkoop en verhuur van shelters, heeft geworven en bij Epic Shelters heeft aangebracht, doet hieraan niet af. Niet in geschil is immers dat [gedaagde sub 1] dat heeft gedaan in loondienst en ten behoeve van Epic Shelters. Dat behoorde tot zijn taken en daarvoor kreeg hij ook betaald. [gedaagde sub 1] heeft op die manier het duurzame bedrijfsdebiet van Epic Shelters mee helpen opbouwen. Dit brengt niet mee dat wanneer [gedaagde sub 1] vertrekt bij Epic Shelters en een met Epic Shelters concurrerend bedrijf opstart, hij die relaties zonder meer kan meenemen. Een en ander zou anders hebben gelegen wanneer [gedaagde sub 1] hierover afspraken zou hebben gemaakt met Epic Shelters, bij zijn arbeidsovereenkomst of bij de beëindigingsovereenkomst. Vast staat echter dat hij dit niet heeft gedaan.

4.8.

Het voorgaande kan dan bezwaarlijk anders worden opgevat dan dat [gedaagde sub 1] met behulp van vertrouwelijke gegevens die hij verkregen heeft tijdens zijn dienstverband met Epic Shelters, te weten de namen van klanten die inmiddels (mede) door zijn eigen inspanningen duurzaam met Epic Shelters zijn verbonden, stelselmatig klanten van Epic Shelters benadert, waardoor het opgebouwde debiet van Epic Shelters wordt afgebroken. [gedaagde sub 1] erkent immers dat hij aanbiedingen doet die onder de prijs van Epic Shelters gaan, welke prijs hij kent als voormalig werknemer van Epic Shelters. De onrechtmatigheid van het handelen van [gedaagde sub 1] is hiermee gegeven. Epic Shelters heeft bovendien nog aangevoerd dat [gedaagde sub 1] wist wanneer Epic Shelters bij haar klanten langs zou gaan en dat hij de betreffende relaties steeds benaderde vlak voordat Epic Shelters dat deed, hetgeen [gedaagde sub 1] niet heeft weersproken. [gedaagden] heeft evenmin weersproken dat hij op 2 oktober 2019 per e-mail aan alle relaties van Epic Shelters zijn naderende vertrek bij Epic Shelters heeft aangekondigd en dat hij daaronder zijn nieuwe telefoonnummer heeft weergegeven.

4.9.

Gelet op het voorgaande ligt de vordering onder 1. (i) voor toewijzing gereed. Het primair gevorderde verbod, te weten het verbod om relaties te benaderen van Epic Shelters die op 1 november 2019 volgen uit haar administratie acht de voorzieningenrechter te onbepaald. Nu niet in geschil is dat de namen die vermeld staan op het als productie 34 overgelegde overzicht, relaties zijn van Epic Shelters, zal het subsidiair gevorderde verbod worden toegewezen in die zin dat het [gedaagde sub 1] wordt verboden de relaties te benaderen die vermeld staan op dat overzicht.

4.10.

Het onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] als ex-werknemer van Epic Shelters heeft in het maatschappelijk verkeer tevens als onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 3] en Shades Concepts te gelden omdat [gedaagde sub 1] via [gedaagde sub 3] (enig) aandeelhouder en bestuurder is van Shades Concepts. Gelet hierop ligt ook de vordering onder 1 (ii) voor toewijzing gereed. Voor zover Epic Shelters wenst dat het verbod ook ziet op het gebruik maken van dezelfde leveranciers als dat Epic Shelters doet, wordt de vordering afgewezen. Niet valt immers in te zien waarom het onrechtmatig is gebruik te maken van dezelfde leveranciers als Epic Shelters doet. Voorshands kan niet kan worden uitgesloten dat een dergelijk verbod de bedrijfsvoering van Shades Concepts onmogelijk zou maken.

4.11.

De onder 1 (i) en 1 (ii) gevorderde verboden zullen voor de duur van negen maanden worden opgelegd. Zo Epic Shelters meent dat een langer verbod geïndiceerd is, dan zal zij zich daarvoor tot de bodemrechter moeten wenden.

4.12.

Voorts wordt overwogen dat het [gedaagden] , bij gebreke van enig relatie- of concurrentiebeding, in beginsel vrijstaat om werknemers van Epic Shelters te benaderen, mits dit niet op een stelselmatige en doelbewuste wijze gebeurt. Gelet hierop is de vraag aan de orde of [gedaagden] met gebruikmaking van kennis en gegevens die hij heeft verkregen uit hoofde van zijn functie bij Epic Shelters stelselmatig werknemers van Epic Shelters benadert teneinde over te gaan van Epic Shelters naar Shades Concepts bewegen over te gaan waardoor substantieel afbreuk wordt gedaan aan het bedrijfsdebiet van Epic Shelters. Epic Shelters heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt dat zulks het geval is.

4.13.

Zo heeft Epic Shelters als productie 16 een uitdraai van een What’s app-gesprek overgelegd waarin een oud-werknemer, de heer [naam 2] , aan [naam 1] aangeeft dat hij voor [gedaagde sub 1] gaat werken. Ook een oproepkracht, de heer [naam 3] (hierna: [naam 3] ), die al jarenlang werkt voor Epic Shelters, heeft aan [naam 1] bevestigd dat [gedaagde sub 1] hem heeft gevraagd om voor hem te komen werken, zo geeft Epic Shelters aan. Als productie 31 en 32 heeft Epic Shelters een kopie van de betreffende de What’s app-correspondentie tussen [naam 1] en [naam 3] (productie 32 van mr. Wieland) en tussen [gedaagde sub 1] en [naam 3] (productie 31 van mr. Wieland) overgelegd. Op de vraag (per What’s app) van [naam 1] of [gedaagde sub 1] [naam 3] heeft benaderd om in de zomer bij hem te komen werken, antwoordt [naam 3] : “Ja klopt, met de vraag of ik nog wat jongens extra kon regelen en daar idd kwam werken, maar ik heb al tegen [gedaagde sub 1] gezegd dat ik dat niet ga doen (…)” (productie 32 van mr. Wieland) In de What’s app-correspondentie tussen [gedaagde sub 1] en [naam 3] vraagt [gedaagde sub 1] op 4 januari 2020 aan [naam 3] : “Heb je al wat boys gesproken voor werk!?” Ook nadien heeft hij [naam 3] nog benaderd en geeft hij aan: “Maar ik zou je er graag bij hebben met een paar andere boys”, “ [naam 4] ”, “ [naam 5] ”, “En de rest”, “En die van [naam 6] ”. Vervolgens appt [gedaagde sub 1] nog naar [naam 3] : “Naar Veghel elke dag of op het fietsje naar mij” (productie 31 van mr. Wieland).

4.14.

Uit deze correspondentie blijkt genoegzaam dat [gedaagden] stelselmatig doende zijn werknemers van Epic Shelters te benaderen teneinde hen te bewegen over te stappen naar Shades Concepts. Epic Shelters heeft voorts nog onweersproken aangevoerd dat [gedaagde sub 1] bekend is met de salarissen die de betreffende medewerkers bij [gedaagden] ontvangen. Uit de What’s app-correspondentie van productie 31 blijkt dat hij van deze vertrouwelijke salarisinformatie gebruikt maakt, daar waar hij aangeeft aan [naam 3] : “En voor zeker hetzelfde salaris”.

4.15.

Gezien het voorgaande wordt ook de vordering onder 1 (iii) toegewezen.

4.16.

De ter versterking van de gevraagde veroordelingen onder 1 gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze zal worden beperkt als na te melden.

4.17.

De vordering van Epic Shelters onder 2 (i) die ertoe strekt [gedaagde sub 1] te veroordelen tot afgifte van al hetgeen [gedaagde sub 1] van Epic Shelters onder zich heeft, moet worden afgewezen nu de vordering te onbepaald is. Epic Shelters heeft niet gespecificeerd welke zaken [gedaagden] van Epic Shelters onder zich heeft en aan Epic Shelters moet afgeven. Tegelijkertijd betwist [gedaagde sub 1] nog zaken van Epic Shelters onder zich te hebben.

4.18.

De vordering onder 2 (ii) die ertoe strekt [gedaagde sub 1] te veroordelen om afschrift te verstrekken van alle e-mailadressen aan wie [gedaagde sub 1] het e-mailbericht van 5 januari 2020 heeft verzonden, zal worden afgewezen. Niet valt immers in te zien welk rechtens te respecteren belang Epic Shelters heeft bij een dergelijke veroordeling. De voorzieningenrechter acht hierbij van belang dat het [gedaagde sub 1] hoe dan ook verboden wordt de betreffende relaties in zakelijk opzicht te benaderen.

4.19.

In het kader van een belangenafweging oordeelt de voorzieningenrechter dat een veroordeling, strekkende tot rectificatie van het op 5 januari 2020 verzonden e-mailbericht vooralsnog te ver voert. Epic Shelters heeft niet nader onderbouwd welk rechtens te respecteren belang zij heeft bij een dergelijke rectificatie en ook hier heeft te gelden dat [gedaagde sub 1] voor de toekomst hoe dan ook al een verbod krijgt opgelegd om voor de betreffende relaties van Epic Shelters werkzaamheden of diensten te verrichten. De vordering onder 2 (iii) wordt daarom afgewezen.

4.20.

Volgens Epic Shelters is [gedaagde sub 1] een contractuele boete verschuldigd aan Epic Shelters omdat hij het geheimhoudingsbeding ex artikel 8 van de arbeidsovereenkomst en het verbod tot gebruik van bedrijfsmiddelen en documenten voor privédoeleinden ex artikel 10 van de arbeidsovereenkomst heeft geschonden. De vordering van Epic Shelters die ertoe strekt [gedaagde sub 1] te veroordelen om aan Epic Shelters een voorschot op die boetes te betalen betreft een geldvordering.

4.21.

Een geldvordering in kort geding komt slechts voor toewijzing in aanmerking als het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en er daarnaast sprake is van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van belangen mede betrokken dient te worden de vraag naar het risico van de onmogelijkheid van terugbetaling.

4.22.

De vordering van Epic Shelters kan die toets niet doorstaan. Nog afgezien van het feit dat het nog maar de vraag is in hoeverre de bodemrechter uiteindelijk de boetes zal toekennen, heeft Epic Shelters niet aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij het gevorderde voorschot op die boetes. De vordering van Epic Shelters onder 3 wordt dan ook afgewezen.

4.23.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verbiedt [gedaagde sub 1] om gedurende negen maanden na betekening van dit vonnis met de relaties van Epic Shelters als vermeld op het als productie 34 overgelegde relatieoverzicht, zakelijk contact te hebben en/ of hen te bedienen en/ of voor hen op enigerlei wijze werkzaamheden of diensten te verrichten, dan wel daartoe voor anderen te bemiddelen, een en ander voor zover verband houdende met de ontwikkeling, productie, verhuur en/ of verkoop van shelters of naar haar aard vergelijkbare producten, alsmede toebehoren en/ of onderdelen daarvan;

5.2.

verbiedt Shades Concepts en [gedaagde sub 3] om met behulp van [gedaagde sub 1] om gedurende negen maanden na betekening van dit vonnis, betrokken te zijn bij zakelijke activiteiten met relaties van Epic Shelters, anders dan leveranciers, een en ander voor zover verband houdende met de ontwikkeling, productie, verhuur en/ of verkoop van shelters of naar haar aard vergelijkbare producten, alsmede toebehoren en/ of onderdelen daarvan;

5.3.

verbiedt [gedaagden] om werknemers van Epic Shelters ertoe te bewegen om de arbeidsverhouding met Epic Shelters te beëindigen en bij [gedaagden] in dienst te treden of op andere wijze voor [gedaagden] werkzaam te zijn.

5.4.

veroordeelt [gedaagden] om aan Epic Shelters een dwangsom te betalen van € 5.000,00 per overtreding van (een van de) onder 5.1 tot en met 5.3 vermelde veroordelingen, vermeerderd met een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt;

5.5.

bepaalt dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voorzover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2020.