Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:2546

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-04-2020
Datum publicatie
08-05-2020
Zaaknummer
C/01/357421 / FA RK 20-1593
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot opname en verblijf. Advocaat stelt dat cliënt bereid is om vrijwillig te worden opgenomen. De bereidheid vindt zijn grond de wens om bij zijn vrouw in een verpleegtehuis te zijn. Dat is in verband met corona niet mogelijk, zodat het gevaar bestaat dat cliënt terugkeert naar huis.

Wetsverwijzingen
Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/357421 / FA RK 20-1593

Uitspraak : 30 april 2020

Beschikking betreffende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[naam cliënt] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende en verblijvende te [verblijfplaats] ,

hierna te noemen: de cliënt,

advocaat: mr. M.E. González Pérez.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 10 april 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    het zorgplan d.d. 9 augustus 2019;

  • -

    het indicatiebesluit d.d. 2 april 2020;

  • -

    de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam] , specialist ouderengeneeskunde, d.d. 3 april 2020;

  • -

    de aanvraag d.d. 7 april 2020;

  • -

    een verklaring van de zorgaanbieder [naam] d.d. 8 april 2020.

De behandeling van het verzoek heeft op 30 april 2020 telefonisch plaatsgevonden, omdat als gevolg van het COVID-19-virus geen mondelinge behandeling in elkaars aanwezigheid op de verblijfplaats van cliënt kan plaatsvinden. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. M.E. González Pérez;

- casemanager de heer [naam] ;

- de buurman van cliënt, de heer [naam] .

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een gemengde dementie (vasculair/Alzheimer).

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit (het aanzienlijk risico op) ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, een bedreiging van de eigen gezondheid en de situatie dat de algemene veiligheid van personen goederen in gevaar is.

Er is sprake van oordeels- en kritiekstoornissen en een gebrek aan ziekte-inzicht. Cliënt is niet in staat om zelfstandig en veilig te handelen. Er is sprake van desoriëntatie en cliënt is niet in staat te handelen naar de van kracht zijnde COVID-19-maatregelen. Cliënt is op dit moment op vrijwel alle gebieden van zijn dagelijks leven afhankelijk van zijn buren, die veel zorg en bijstand verlenen. Desondanks valt hij in enkele maanden kilo’s af doordat hij vergeet te eten, is hij ’s nachts actief en stapt hij in zijn auto om te rijden, terwijl dat volstrekt onverantwoord is.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.


De rechtbank begrijpt goed dat cliënt graag bij zijn vrouw wil zijn. Cliënt heeft aangegeven het liefst de gehele dag in de [naam] in [plaats] te zijn, het verpleeghuis waar zijn vrouw verblijft. Echter, cliënt wenst wel zijn eigen woning te behouden.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat cliënt bereid zou zijn vrijwillig opgenomen te worden bij de [naam] in [plaats] . Een opname in het vrijwillig kader heeft de voorkeur. Echter, uit de mondelinge behandeling is de rechtbank duidelijk geworden dat het cliënt voornamelijk gaat om samen met zijn vrouw kunnen zijn en gelet op de maatregelen vanwege het COVID-19-virus is dit op dit moment niet mogelijk, waardoor het gevaar dat cliënt wil terugkeren naar zijn woning met alle risico’s van dien, blijft voortbestaan. De rechtbank vertrouwt er niet op dat cliënt blijft instemmen met opname en verblijf, waardoor de rechtbank ervan uitgaat dat cliënt zich hiertegen verzet.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt dus tot en met
30 oktober 2020.

De beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:
[naam cliënt] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 30 oktober 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Lammers, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2020 in aanwezigheid van de griffier.

Conc: SvdB

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.