Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:2351

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
8216735 CV EXPL 19-8584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

overeenkomst van opdracht, proceskostenveroordeling,

onvoldoende onderbouwing voor verweer dat er een van de schriftelijke opdrachtbevestiging afwijkende mondelinge afspraak is gemaakt. Bij berekening van de proceskosten wordt geen rekening gehouden met punten voor salaris gemachtigde omdat het advocatenkantoor voor zichzelf procedeert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

8216735 \ CV EXPL 19-8584

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingslocatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 8216735 \ CV EXPL 19-8584

vonnis van 26 maart 2020

in de zaak van:

[eiseres] ,

gevestigd te [woonplaats 1] ,

eisende partij

gemachtigde: mr. C.A.M.J. de Wit

tegen:

[gedaagde 2]

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde 2] genoemd.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van het tussenvonnis van 9 januari 2020 en de daarin genoemde processtukken. In dit tussenvonnis is een mondelinge behandeling bepaald. Deze heeft plaats gevonden op 10 maart 2020. [eiseres] heeft ten behoeve van de mondelinge behandeling nog een akte overlegging nadere producties genomen. Ter zitting is [eiseres] verschenen vertegenwoordigd door mr. H.M.A. van den Boogaard, kantoorgenoot van mr. De Wit die in de kop van het vonnis is genoemd. [gedaagde 2] is verschenen in persoon en is bijgestaan door [kennis gedaagde] , een kennis van hem. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting naar voren is gebracht.

1.2.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiseres] aan [gedaagde 2] rechtskundige bijstand heeft verleend. De bijstand is verleend door mr. Van den Boogaard, hierboven genoemd.

2.2.

[eiseres] heeft voor de verleende diensten een factuur gestuurd aan [gedaagde 2] met daarop een bedrag van € 2.336,45. [gedaagde 2] heeft het bedrag op deze factuur, ondanks aanmaningen, niet betaald.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eiseres] eist dat de kantonrechter [gedaagde 2] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 2.711,63, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.336,45 vanaf 9 oktober 2019. Verder eist [eiseres] veroordeling van [gedaagde 2] in de proceskosten, waaronder ook de nakosten zijn begrepen.

3.2.

[eiseres] heeft aan haar eis ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde 2] diensten heeft verleend, waarvoor moet worden betaald. Omdat betaling uitbleef, heeft [eiseres] [gedaagde 2] moeten herinneren en aanmanen. [eiseres] maakt daarom ook aanspraak op betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

[gedaagde 2] heeft de eis betwist en aangevoerd dat [eiseres] hem heeft toegezegd dat zij het hem zou doorgeven als een aan haar verschuldigd bedrag van

€ 1.000,00 zou zijn bereikt. Deze toezegging is [eiseres] niet nagekomen. [gedaagde 2] is bereid om voor de dienstverlening te betalen maar vindt het in rekening gebrachte bedrag te hoog, in aanmerking genomen de slechte kwaliteit van het geleverde werk. [eiseres] heeft [gedaagde 2] tot twee maal toe een korting aangeboden, wat het vertrouwen van [gedaagde 2] in de wederpartij helemaal teniet heeft gedaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat [gedaagde 2] [eiseres] de opdracht heeft gegeven om hem rechtskundige bijstand te verlenen. Ook staat vast dat die bijstand door mr. Van den Boogaard is verleend.

4.2.

Bij akte overlegging nadere producties heeft [eiseres] de opdrachtbevestiging overgelegd, die aan [gedaagde 2] is gezonden. [gedaagde 2] heeft de ontvangst van deze opdrachtbevestiging niet betwist. In de opdrachtbevestiging is niets vermeld over het geven van een seintje als een bedrag van € 1.000,00 zou zijn bereikt. Mr. Van den Boogaard heeft ter zitting betwist dat er aan [gedaagde 2] een toezegging in die zin is gedaan of een afspraak is gemaakt. [gedaagde 2] heeft toegelicht dat de toezegging niet op schrift is gezet. Er was sprake van een gentlemen’s agreement volgens [gedaagde 2] .

4.3.

De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde 2] niet duidelijk heeft gemaakt welke gevolgen hij verbonden wil zien aan zijn stelling dat [eiseres] een toezegging aan hem heeft geschonden. Als al zou moeten worden aangenomen dat [gedaagde 2] heeft bedoeld te zeggen dat hij het bedrag dat de € 1.000,00 te boven gaat niet verschuldigd is, dan slaagt dit verweer niet. Aangezien [eiseres] heeft betwist dat er een toezegging is gedaan, had [gedaagde 2] niet alleen moeten stellen dat de toezegging is gedaan maar daarvan ook bewijs moeten leveren. Dat heeft [gedaagde 2] niet gedaan. De betwiste toezegging staat niet op schrift en ook heeft [gedaagde 2] geen aanleiding gezien om de schriftelijke opdracht te laten aanvullen met de gestelde toezegging. Alleen om die reden treft het beroep op de toezegging al geen doel.

4.4.

Dat het gevorderde bedrag niet in verhouding staat met de geleverde prestatie, is door mr. Van den Boogaard gemotiveerd betwist. Van den Boogaard heeft aangevoerd dat hij pas kort voor de zitting waartegen [gedaagde 2] was gedagvaard, is ingeschakeld door [gedaagde 2] . Het politiedossier in de zaak van [gedaagde 2] was omvangrijk. Het gevoerde verweer in de zaak was adequaat en heeft ertoe geleid dat de veroordeling van [gedaagde 2] is uitgekomen op een straf die lager is dan op grond van de beleidslijnen te verwachten was. Ter zitting heeft [gedaagde 2] de uiteenzetting door Van den Boogaard niet overtuigend weersproken. [gedaagde 2] heeft slechts naar voren gebracht dat drie keer factureren voor dossierstudie te veel is. Uit de door [eiseres] overgelegde specificatie maakt de kantonrechter op dat mr. Van den Boogaard in totaal 4 uur en 20 minuten heeft besteed aan het bestuderen van het dossier, inclusief het voorbereiden van zijn mondeling pleidooi. Gelet op de door Van den Boogaard geschetste omstandigheden en het weinige dat daar door [gedaagde 2] tegenover is gesteld, heeft de kantonrechter onvoldoende aanknopingspunten om het verweer van [gedaagde 2] dat de factuur niet in verhouding staat met het geleverde werk te honoreren. Dat mr. Van den Boogaard fouten heeft gemaakt, is door [gedaagde 2] wel gesteld maar de kantonrechter heeft uit de discussie ter zitting de indruk overgehouden dat die stelling is terug te voeren op het niet doorzien door [gedaagde 2] van de juridische betekenis van het door Van den Boogaard gevoerde verweer.

4.5.

In de omstandigheid dat [eiseres] tot twee keer toe een korting heeft voorgesteld in de periode die is voorafgegaan aan de dagvaarding, ziet de kantonrechter geen reden tot afwijzing van een deel van het nu geëiste bedrag. Mr. Van den Boogaard heeft toegelicht dat deze voorstellen zijn gedaan in een poging een gerechtelijke procedure te voorkomen. Vast staat dat [gedaagde 2] de voorstellen niet heeft aanvaard en de factuur geheel onbetaald heeft gelaten, waarna [eiseres] toch moest dagvaarden. Het is helemaal niet ongebruikelijk dat partijen wat water bij de wijn doen in een poging om hun geschil buiten rechte op te lossen. [gedaagde 2] heeft ervoor gekozen om niet op de alleszins redelijke voorstellen van [eiseres] in te gaan en kan daar nu geen recht meer aan ontlenen.

4.6.

Op grond van wat hiervoor is overwogen, concludeert de kantonrechter dat [gedaagde 2] de factuur van [eiseres] zal moeten betalen. De kantonrechter zal hem daartoe veroordelen. De gevorderde wettelijke rente over de factuur zal ook worden toegewezen. [gedaagde 2] heeft daartegen geen afzonderlijk verweer gevoerd.

4.7.

De eis van [eiseres] om [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens buitengerechtelijke incassokosten, zal ook worden toegewezen. Gebleken is dat er op 1 mei 2019 een aanmaning aan [gedaagde 2] is gestuurd waarin hem de gelegenheid is geboden om de factuur zonder bijkomende kosten te betalen. Deze aanmaning voldoet aan de eisen die de wet op dit punt stelt en dat geldt ook voor het geëiste bedrag.

4.8.

[gedaagde 2] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de kant van [eiseres] tot vandaag begroot op € 571,09 (€ 486,00 wegens griffierecht en € 85,09 wegens uitbrengen dagvaarding). Aan [eiseres] zal geen gemachtigdensalaris worden toegekend, aangezien zij voor zichzelf een vordering indient. Om diezelfde reden worden de gevorderde nakosten, voor zover deze betrekking hebben op gemachtigdensalaris, afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.711,63, te vermeerderen met wettelijke rente over een bedrag van € 2.336,45, ingaande 9 oktober 2019 tot de dag van voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde 2] in de kosten van de procedure, aan de kant van [eiseres] tot vandaag begroot op € 571,09;

5.3.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is bij vervroeging gewezen door de kantonrechter mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2020.