Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:2038

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27-03-2020
Datum publicatie
08-04-2020
Zaaknummer
C/01/356334 / FA RK 20 - 969
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht vooral toediening van medicatie noodzakelijk te achten. Gebleken is evenwel dat in het verzoek van de officier van justitie het toedienen van medicatie niet als vorm van verplichte zorg is opgenomen. Gelet op het feit dat de geneesheer-directeur in zijn schriftelijke bevindingen aan de officier van justitie heeft aangegeven dat adequate medicamenteuze behandeling noodzakelijk is, houdt de rechtbank het ervoor dat het aankruisen van deze vorm van verplichte zorg door de officier van justitie een vergissing is en is de rechtbank van oordeel dat ook deze vorm van verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen.

Wetsverwijzingen
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg 6:4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/356334 / FA RK 20-969

Uitspraak : 27 maart 2020

Beschikking betreffende een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] aan de [adres] ,

verblijvende te [verblijfplaats] te [verblijfadres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. H.M.S. Cremers.

Het procesverloop


Bij verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 10 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    het zorgplan d.d. 29 februari 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 5 maart 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld en ondertekend door [naam] , psychiater

d.d. 5 maart 2020;

  • -

    een uittreksel justitiële documentatie;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz.

De behandeling van het verzoek heeft op 25 maart 2020 telefonisch plaatsgevonden, omdat als gevolg van het Covid-19-virus geen mondelinge behandeling in elkaars aanwezigheid op de verblijfplaats van betrokkene kan plaatsvinden. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan dor mr. H.M.S. Cremers;

- [naam psychiater] ;
- [arts assitent] .

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de telefonische behandeling is besproken, is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van ernstig nadeel, door het bestaan van of het aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang, levensgevaar, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag van betrokkene dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische stoornis, mogelijk schizofrene ontwikkeling of een schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van vroegkinderlijke traumatisering en mogelijk cognitieve achteruitgang.
Voorts is er sprake van oordeels- en kritiekstoornissen en waarschijnlijk een continue godsdienstwaan. Betrokkene heeft geen ziektebesef en –inzicht.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.


[naam psychiater] heeft naar voren gebracht vooral toediening van medicatie, de voorgeschreven antipsychotica, noodzakelijk te achten.

Gebleken is evenwel dat in het verzoek van de officier van justitie het toedienen van medicatie niet als vorm van verplichte zorg is opgenomen.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de geneesheer-directeur in zijn schriftelijke bevindingen aan de officier van justitie heeft aangegeven dat adequate medicamenteuze behandeling nodig is om het toestandsbeeld te stabiliseren, psychotische symptomen te doen verminderen en ernstig nadeel voor zichzelf en derden te voorkomen. Het toedienen van medicatie is evenwel niet aangekruist. De rechtbank houdt het ervoor dat dit een vergissing is, temeer nu ook uit de medische verklaring blijkt dat toedienen van medicatie noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.


Gelet op het voorgaande en de verder verkregen informatie is de rechtbank van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel weg te nemen:

  • -

    toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    beperken van bewegingsvrijheid;

  • -

    insluiten;

  • -

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    opnemen in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Het afgelopen jaar heeft betrokkene laten zien dat hij mondjesmaat zorg vrijwillig toelaat. Echter, dit is onvoldoende gebleken om het ernstig nadeel weg te nemen.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 27 september 2020.

De beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • -

    toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    beperken van bewegingsvrijheid;

  • -

    insluiten;

  • -

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 september 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.

Conc: SvdB

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.