Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2020:1602

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-03-2020
Datum publicatie
25-03-2020
Zaaknummer
7964613 CV EXPL 19-7479
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

aansprakelijkheid deurwaarder voor beroepsfout

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer : 7964613

Rolnummer : 19-7479

Uitspraak : 19 maart 2020

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. F.P.G.F. De Moel, advocaat te Eindhoven,

t e g e n :

1 [gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [woonplaats 2] ,

2. Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.,

gevestigd te Groningen,

3. [gedaagde sub 3] , toegevoegd gerechtsdeurwaarder aan gerechtsdeurwaarder [A] ,

gevestigd te [woonplaats 3] ,

gedaagden,

gemachtigde: Aedizon Gerechtsdeurwaarders te Groningen.

Partijen zullen hierna worden genoemd “ [eiseres] ”, “ [gedaagde sub 1] ”, “LAVG”, “ [A] ” en de gedaagden gezamenlijk “de gerechtsdeurwaarders”.

1 Het verdere verloop van het geding

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

- het tussenvonnis van 24 oktober 2019, waarbij een comparitie van partijen (= een zitting) is gelast om de zaak met partijen te bespreken;

- de aantekeningen van de griffier van de zitting op 21 januari 2020, met daaraan

gehecht de pleitnota van mr. de Moel.

1.2.

Tot slot is vonnis bepaald.

2 De feiten.

2.1.

[eiseres] heeft op 22 november 2018 in haar brievenbus een dagvaarding ontvangen, die is betekend door de [gedaagde sub 3] , als gerechtsdeurwaarder toegevoegd aan [A] en werkzaam voor [gedaagde sub 1] . De dagvaarding is gesteld op briefpapier van LAVG.

In deze dagvaarding, die is uitgebracht op verzoek van Tele2 Nederland BV (hierna Tele2 te noemen), zijn geen dag en tijdstip voor verschijning van [eiseres] opgenomen (productie 1 bij de dagvaarding). De dagvaarding voldoet daardoor niet aan het vereiste zoals neergelegd in artikel 111 lid 2 sub f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

2.2.

[eiseres] heeft aan LAVG kenbaar gemaakt dat in de door haar ontvangen dagvaarding geen dag en tijdstip van verschijning is opgenomen. Op 3 december 2018 heeft LAVG [eiseres] geadviseerd om contact hierover te zoeken met de rechtbank.

2.3.

[eiseres] heeft vervolgens op 3 december 2018 contact opgenomen met de rechtbank. De rechtbank gaf haar te kennen niet bekend te zijn met de dagvaarding.

2.4.

Op 10 december 2018 is de betekende dagvaarding bij de griffie van de rechtbank binnengekomen. In (het afschrift van) het exploot dat de rechtbank heeft ontvangen is wel een datum en tijdstip voor verschijning vermeld, namelijk 20 december 2018.

2.5.

[gedaagde sub 1] heeft (ook aan) LAVG een versie van de betekende dagvaarding verstrekt waarin datum en tijdstip voor verschijning zijn vermeld.

2.6.

[eiseres] is niet verschenen op de terechtzitting van 20 december 2018, als gevolg waarvan verstek tegen haar is verleend en een (veroordelend) verstekvonnis d.d. 20 december 2018 tegen haar is gewezen (prod. 4 bij dagvaarding).

2.7.

[eiseres] heeft haar gemachtigde ingeschakeld om een verzetdagvaarding op te stellen en te laten betekenen.

2.8.

De verzetprocedure is geëindigd in een schikking tussen Tele2 en [eiseres] .

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert (verkort weergegeven);

1. verklaring voor recht dat de gerechtsdeurwaarders jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld;

2. hoofdelijke veroordeling van de gerechtsdeurwaarders tot betaling van € 2.766,09, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 13 mei 2019;

3. hoofdelijke veroordeling van de gerechtsdeurwaarders in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

Zij heeft door toedoen van de gerechtsdeurwaarders schade geleden, die dient te worden vergoed. [gedaagde sub 1] respectievelijk [A] heeft een nietige dagvaarding uitgebracht/laten uitbrengen en heeft verzaakt deze te herstellen. LAVG was op de hoogte van de nietigheid van de dagvaarding. De gerechtsdeurwaarders hebben in strijd gehandeld met artikel 1 en 3 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders (hierna: de Verordening). Zij hebben een beroepsfout gemaakt en deze niet hersteld. [gedaagde sub 1] respectievelijk [A] heeft onrechtmatig jegens haar gehandeld door in strijd te handelen met de Verordening. LAVG heeft onrechtmatig gehandeld door geen herstelexploot uit te (laten) brengen, nadat zij bekend was geworden met de nietigheid van de dagvaarding; dat nalaten is haar toe te rekenen.

De schade die [eiseres] heeft geleden bestaat uit de kosten van haar advocaat.

De declaratie van 7 maart 2019 bedraagt in totaal € 2.351,79 en bestaat uit € 1.740,00 aan honorarium, € 121,80 aan kantoorkosten, € 81,83 aan deurwaarderkosten, plus de btw.

De declaratie van 13 mei 2019 bedraagt in totaal € 414,30 en bestaat uit € 320,00 aan honorarium en € 22,40 aan kantoorkosten, plus de btw.

3.3.1.

De gerechtsdeurwaarders voeren, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.

Primair geldt, dat [eiseres] de verkeerde partij in rechte betrekt. Tele2 heeft LAVG verzocht [eiseres] in rechte te betrekken. LAVG heeft vervolgens een dagvaarding opgesteld. Om logistieke redenen heeft LAVG aan [gedaagde sub 1] verzocht de dagvaarding uit te brengen. [gedaagde sub 1] heeft het exploot laten betekenen door kandidaat-deurwaarder [gedaagde sub 3] , die is toegevoegd aan deurwaarder [A] .

Omdat de gerechtsdeurwaarders de dagvaarding hebben uitgebracht op verzoek van Tele2, zijn eventuele omissies in het exploot voor rekening en risico van Tele2. Bovendien volgt uit het proces-verbaal van schikking in de verzetprocedure tussen [eiseres] en Tele2 dat zij elkaar over en weer finale kwijting hebben verleend. Dit kwijtingsbeding staat in de weg aan een nadien ingestelde vordering tot schadevergoeding.

Verder bieden de artikelen 1 en 3 van de Verordening geen grondslag voor de stelling dat de gerechtsdeurwaarders onrechtmatig hebben gehandeld. Een gerechtsdeurwaarder is jegens de gedagvaarde partij niet aansprakelijk voor de inhoud van het door hem betekende exploot. Ook eventuele formele fouten, zoals het ontbreken van een zittingsdatum, kunnen de gerechtsdeurwaarder niet persoonlijk worden aangerekend.

3.3.2.

Voor het geval de gerechtsdeurwaarders wel persoonlijk aansprakelijk zouden zijn, dient hun schadevergoedingsplicht te worden gematigd tot nihil dan wel tot € 600,00.

[eiseres] had namelijk na ontvangst van het exploot contact dienen op te nemen met de deurwaarder die het exploot had betekend ( [gedaagde sub 3] dan wel [A] ), om deze op de hoogte te stellen van het gebrek. Deze deurwaarder had dan het gebrek kunnen herstellen. [eiseres] had ook meerdere keren met de griffie van de rechtbank contact hierover kunnen opnemen. Het is de plicht van [eiseres] om de schade voor de gerechtsdeurwaarders zo veel mogelijk te beperken. Nu zij dit niet heeft gedaan is er sprake van eigen schuld en dient de schadevergoedingsplicht te worden gematigd tot nihil.

Verder zijn de declaraties waarvan [eiseres] vergoeding verzoekt veel te hoog. Gesteld noch gebleken is dat de bemoeienissen van mr. De Moel (gemachtigde van [eiseres] in de verzetprocedure tegen Tele2) na betekening van de verzetdagvaarding noodzakelijk waren. [eiseres] heeft namelijk aangegeven dat zij het verweer in de zaak tegen Tele2 eenvoudig zelf had kunnen voeren. Voor het opstellen van de verzetdagvaarding en de betekening daarvan had slechts € 600,00 in rekening mogen worden gebracht, uitgaande van 2,5 bestede uren en een uurtarief van € 200,00. Alle andere kosten dienen voor rekening van [eiseres] zelf te blijven.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 6:162 lid 2 BW wordt als onrechtmatige daad aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Volgens [eiseres] is hier sprake van omdat de gerechtsdeurwaarders een beroepsfout hebben gemaakt en niet (tijdig) hebben hersteld: [gedaagde sub 1] respectievelijk [A] heeft in strijd gehandeld met artikel 1 en 3 van de Verordening en LAVG heeft geen herstelexploot uitgebracht nadat zij bekend was geworden met de nietigheid van de dagvaarding.

4.2.

De taken en bevoegdheden van de gerechtsdeurwaarder zijn beschreven in de Gerechtsdeurwaarderswet. De gerechtsdeurwaarder is als natuurlijk persoon een door de Kroon benoemde ambtenaar met een onafhankelijke positie. Op hem is toezicht en tuchtrecht van toepassing. Als openbaar ambtenaar is hij belast met de uitvoering van een zeer groot aantal, bij diverse wettelijke voorschriften aan hem opgedragen of voorbehouden taken die met name liggen op het gebied van het burgerlijk procesrecht. Een opdracht tot het verrichten van ambtshandelingen wordt niet gegeven aan de gerechtsdeurwaarder als ambtelijk orgaan, maar aan de natuurlijk persoon die het ambt bekleedt. De gerechtsdeurwaarder is de enige die verantwoordelijk is voor zijn handelen en ook de enige die behoort te worden aangesproken. In de onderhavige procedure gaat het om de ambtelijke taak van de gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar in de zin van artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet, ten aanzien van welke taak geen sprake kan zijn van delegatie aan en/of uitvoering door enigerlei besloten vennootschap. [eiseres] is daarom niet ontvankelijk in haar vorderingen tegen [gedaagde sub 1] en LAVG. Hetgeen hierna volgt heeft dan ook uitsluitend betrekking op de vorderingen tegen [A] .

4.3.

Uit de stempel in de kop van de dagvaarding van 22 november 2018 blijkt dat [gedaagde sub 3] , als toegevoegd gerechtsdeurwaarder werkzaam op het kantoor van [A] , gerechtsdeurwaarder te [woonplaats 3] , de dagvaarding op verzoek van Tele2 aan [eiseres] heeft betekend.

De toegevoegd gerechtsdeurwaarder is geen ambtenaar in de zin van de wet en niet belast

met een openbare taak, omdat hij namens en onder verantwoordelijkheid van de betrokken gerechtsdeurwaarder optreedt (art. 27 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet, zoals dat gold op 22 november 2018). Zodoende is de toegevoegde gerechtsdeurwaarder, indien hij een beroepsfout maakt, niet zelf aansprakelijk maar de deurwaarder aan wie hij is toegevoegd.

[eiseres] heeft daarom terecht [A] en niet [gedaagde sub 3] gedagvaard.

4.4.

De uitoefenaar van een vrij beroep, die een beroepsfout maakt, is jegens zijn wederpartij aansprakelijk uit wanprestatie en/of onrechtmatige daad. Van een beroepsfout is sprake indien niet is gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Jegens derden, zoals in dit geval [eiseres] , kan deze fout tot aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad leiden. Met name voor beroepsbeoefenaars met een publieke functie, zoals accountants, deurwaarders en notarissen, geldt dat zij gezien hun bijzondere positie zich ook de belangen van derden dienen aan te trekken.

In artikel 1 van de Verordening is bepaald dat de gerechtsdeurwaarder zich gedraagt zoals een goed gerechtsdeurwaarder betaamt. Dit artikel vormt de algemene zorgvuldigheidsnorm voor de gerechtsdeurwaarder. Artikel 3 bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder zijn beroep zodanig uitoefent dat een goede vervulling van zijn ambtelijke verplichtingen gewaarborgd is.

De vraag die beantwoord moet worden is of [A] aansprakelijk is voor schade van [eiseres] , die is ontstaan als gevolg van de wijze van uitvoering van de door Tele2 aan LAVG opgedragen werkzaamheden. Hiervoor is beslissend of [A] (die de dagvaarding op verzoek van [gedaagde sub 1] heeft betekend, die op haar beurt was ingeschakeld door LAVG) bij de uitvoering van deze opdracht een zorgplicht heeft geschonden jegens [eiseres] en of [A] daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

4.5.

[A] erkent dat in het aan [eiseres] betekende afschrift van het exploot van dagvaarding geen zittingsdatum stond vermeld (punt 10 in de conclusie van antwoord), terwijl dit op grond van artikel 111 Rv in de dagvaarding dient te staan. In het afschrift van het exploot dat ter griffie van de Rechtbank is ingeschreven is wel de zittingsdatum vermeld. Om die reden is geen nietigheid van de dagvaarding uitgesproken en is een verstekvonnis gewezen.

Omdat [gedaagde sub 3] heeft verzuimd een datum en tijdstip van verschijning in het aan [eiseres] betekende afschrift van het exploot te vermelden heeft hij niet de zorgvuldigheid in acht genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Hierdoor heeft [A] , als verantwoordelijk deurwaarder aan wie [gedaagde sub 3] was toegevoegd, jegens [eiseres] een beroepsfout gemaakt en onrechtmatig gehandeld. Van dit handelen kan [A] als verantwoordelijk deurwaarder een verwijt worden gemaakt.

4.6.

Het verweer van [A] dat zij niet aansprakelijk is, omdat een omissie in het exploot voor rekening en risico van Tele2 als opdrachtgever komt, faalt. Weliswaar is Tele2 de opdrachtgever van [A] , maar bij de uitvoering van die opdracht is het de wettelijke taak van (uitsluitend) [A] om de wettelijke vormvoorschriften voor de betekening van een dagvaarding na te leven. Een daarbij door haar gepleegde beroepsfout kan zij niet afwentelen op haar opdrachtgever omdat die opdrachtgever geen enkele invloed heeft of kan hebben op de wijze waarop [A] haar deurwaarderstaak uitvoert.

Ook het verweer, dat er sprake is van een kwijtingsbeding, gaat niet op. Het proces-verbaal van schikking in de verzetprocedure ziet op de procedure tussen [eiseres] en Tele2 en niet op de onderhavige procedure tussen [eiseres] en de gerechtsdeurwaarders. [eiseres] heeft schade geleden door toedoen van [A] en niet door toedoen van Tele2.

4.7.

[A] stelt zich verder op het standpunt dat haar schadevergoedingsplicht, vanwege eigen schuld aan de zijde van [eiseres] , moet worden gematigd tot nihil. [eiseres] had contact moeten zoeken met [A] en/of [gedaagde sub 1] en om uitleg kunnen verzoeken, zodat deze een herstelexploot had(den) kunnen uitbrengen en de schade beperkt was gebleven, aldus [A] .

[A] miskent daarmee echter dat het de verantwoordelijkheid van de deurwaarder zelf is om een dagvaarding zonder vormfouten uit te brengen en een eventuele vormfout te herstellen. Bovendien heeft [eiseres] voldoende inspanningen verricht om de datum en het tijdstip van verschijning te achterhalen, doordat zij hierover op 3 december 2018 contact heeft opgenomen met LAVG en vervolgens met de rechtbank. Dat zij contact opnam met LAVG is alleszins begrijpelijk, omdat het exploot was opgesteld op briefpapier van LAVG met aan het slot de vermelding van de contactgegevens van LAVG. Van eigen schuld aan de zijde van [eiseres] is dan ook geen sprake.

4.8.

Volgens [A] dient de schadevergoeding, in het geval er geen sprake is van eigen schuld van [eiseres] , fors te worden gematigd omdat de gevorderde schade te hoog is.

Ook dit verweer slaagt niet. [eiseres] heeft aangegeven dat er voor het opstellen van de dagvaarding 2,5 uur zijn besteed en dat het uurloon € 200,00 heeft bedragen. De overige kosten zien onder andere op correspondentie, studie e.d., voorafgaande aan de comparitie. Voor deze werkzaamheden heeft [eiseres] op terechte gronden een gemachtigde ingeschakeld. Deze werkzaamheden hadden niet plaatsgevonden, indien [eiseres] op de hoogte was geweest van de datum en tijdstip van verschijnen in de zaak tegen Tele2 en zij vervolgens in rechte was verschenen.

In voornoemde factuur zijn daarnaast werkzaamheden opgenomen die betrekking hebben op de aansprakelijkstelling van de gerechtsdeurwaarders. Deze kosten komen eveneens voor rekening van [A] , aangezien gesteld noch gebleken is dat [eiseres] dusdanig juridisch is onderlegd, dat zij deze werkzaamheden zelf had kunnen verrichten.

Het bedrag van de factuur van 7 maart 2019 (€ 2.351,79) kan daarom worden toegewezen.

4.9.

De werkzaamheden die in rekening zijn gebracht bij factuur van 13 mei 2019 ad

€ 414,30 zien ten dele eveneens op werkzaamheden die betrekking hebben op de aansprakelijkstelling van de gerechtsdeurwaarders. Het deel van de factuur dat hierop betrekking heeft is toewijsbaar.

Ook het andere deel van het factuurbedrag kan worden toegewezen. Omdat [eiseres] zelf goed in staat was om zonder hulp van haar gemachtigde inhoudelijk verweer te voeren tegen de vordering van Tele2, heeft de gemachtigde (terecht) geen kosten voor de in de verzetprocedure gehouden zitting in rekening gebracht. De kosten van de overige werkzaamheden op 10 april 2019 (in totaal € 120,00 exclusief btw) houden verband met communicatie met LAVG en (procesrechtelijk) advies aan [eiseres] en komen daarom wel voor vergoeding in aanmerking.

4.10.

Het voorgaande betekent, dat de gevorderde hoofdsom van € 2.766,09 jegens [A] toewijsbaar is. Over deze hoofdsom wordt de "gewone" wettelijke rente toegewezen en niet de wettelijke handelsrente. De vordering van [eiseres] betreft immers een vordering tot vergoeding van geleden schade en ziet niet op (nakoming van) een handelsovereenkomst.

4.11.

[A] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Voor een afzonderlijke kostenveroordeling ten gunste van [gedaagde sub 1] en LAVG bestaat geen reden omdat zij dezelfde gemachtigde hebben als [A] en het verweer gelijkluidend is. De door [eiseres] ten behoeve van [gedaagde sub 1] en LAVG gemaakte (dagvaardings)-kosten moeten voor haar eigen rekening blijven.

5 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart [eiseres] niet ontvankelijk in haar vorderingen jegens [gedaagde sub 1] en LAVG;

verklaart voor recht dat [A] jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld;

veroordeelt [A] tot betaling aan [eiseres] van € 2.766,09, te vermeerderen met

de wettelijke rente vanaf 13 mei 2019 tot de dag van betaling;

veroordeelt [A] in de kosten van het geding, voor zover aan de kant van [eiseres] gevallen en tot vandaag vastgesteld op € 104,54 wegens dagvaardingskosten,

€ 231,00 wegens griffierecht en € 420,00 wegens gemachtigden-salaris (niet met btw belast);

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen tot betaling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Roeterdink, kantonrechter, en op donderdag 19 maart 2020 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.