Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:928

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
26-02-2019
Zaaknummer
17_871
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wob-zaak. Eiser heeft de minister van Justitie en Veiligheid verzocht om openbaarmaking van stukken die betrekking hebben op het mediabedrijf Simpel Media en de tv-programma’s “Ontvoerd” en “Op de Vlucht”. De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond omdat de minister niet ten aanzien van alle niet-openbaargemaakte documenten goed heeft uitgelegd waarom openbaarmaking achterwege is gelaten. De minister moet daarom een nieuw besluit nemen waarin hij dat beter motiveert, of waarbij hij overgaat tot het verstrekken van de stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 17/871

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 februari 2019 in de zaak tussen

[eiser] , in [woonplaats] , eiser,

en

de minister van Justitie en Veiligheid, de minister

(gemachtigden: mr. S. Groeptar en mr T.J. Sterkenburg).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam] B.V.

Procesverloop

Bij besluit van 9 september 2016 (het primaire besluit) heeft de minister eisers verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 1 februari 2016 (bestreden besluit I) heeft de minister het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard. De minister heeft daarbij het primaire besluit herroepen en eisers verzoek om informatie opnieuw gedeeltelijk afgewezen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 15 maart 2017 heeft eiser beroepsgronden ingediend.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 20 juni 2017 heeft [naam] een reactie ingediend.

Op 27 juni 2017 heeft de minister een nieuw besluit op bezwaar genomen (bestreden besluit II). De minister heeft daarbij het bezwaar gegrond verklaard en het bestreden besluit I aangevuld. Het beroep van eiser wordt op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geacht mede te zijn gericht tegen bestreden besluit II.

Eiser heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 6 november 2017.

De niet door de minister aan eiser verstrekte stukken zijn wel aan de rechtbank gezonden. De rechtbank heeft er op basis van artikel 8:29 van de Awb kennis van genomen.

Eiser en [naam] hebben toestemming verleend aan de rechtbank om mede op basis van de in deze zaak geheim gehouden stukken, uitspraak te doen.

De zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2017. Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Op 2 januari 2018 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en partijen schriftelijk om nadere inlichtingen verzocht. Partijen hebben hun reacties aan de rechtbank gezonden.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Het Wob-verzoek

1. Op 28 april 2016 heeft eiser aan de minister een Wob-verzoek gestuurd, waarin het volgende is opgenomen:

“(…) Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur verzoek ik u mij alle in documenten opgenomen informatie te verstrekken die aanwezig is bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie die direct of indirect betrekking heeft op het productie- en mediabedrijf [naam] en / of het tv-programma Ontvoerd en tv-programma Op de vlucht van [naam] van RTL.

Tot de hier bedoelde, gevraagde informatie behoort onder andere maar niet uitsluitend: alle correspondentie van, met en over (medewerkers van) [naam] of gerelateerd aan het tv-programma Ontvoerd en Op de vlucht van [naam] , indirect of direct betrekking hebbend op informatieverzoeken, contact- hulp- en bijstandsverzoeken en anderszins. (…)”

De besluiten van de minister

2. De minister heeft eisers verzoek gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. Op een inventarislijst heeft de minister vermeld welke documenten wel, niet of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt en op welke grond openbaarmaking is geweigerd. De weigeringsgronden die de minister heeft gehanteerd zijn:

  • -

    de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, tweede lid en onder e van de Wob);

  • -

    het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden (artikel 10, tweede lid en onder g van de Wob);

  • -

    documenten zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en bevatten persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11, eerste lid van de Wob).

3. In het bestreden besluit I heeft de minister het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen. Op de inventarislijst bij het primaire besluit was de weigeringsgrond “X” vermeld, maar zonder toelichting wat dat betekent. De minister heeft de inventarislijst in het bestreden besluit I aangevuld door te vermelden dat “X” betekent dat documenten niet zijn verstrekt, omdat ze volgens de minister geen betrekking hebben op de bestuurlijke aangelegenheid waar eisers verzoek op ziet en dus buiten de reikwijdte van het verzoek vallen.

4. In het bestreden besluit II heeft de minister het bestreden besluit I aangevuld. Nadat eiser beroep had ingesteld, heeft de minister nogmaals gezocht naar documenten. De documenten die daarbij zijn gevonden, heeft de minister gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op de niet openbaar gemaakte gedeelten heeft de minister de in overweging 2 en 3 genoemde weigeringsgronden van toepassing geacht.

5. De rechtbank heeft het onderzoek na de zitting heropend, omdat inmiddels een uitspraak was gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) die van belang is voor de beoordeling van deze zaak. In de heropeningsbrief heeft de rechtbank de minister verzocht zich uit te laten over die uitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:3479) in het licht van de beroepszaak. Daarbij heeft de rechtbank erop gewezen dat de minister zich alleen hoeft uit te laten over die documenten waarop hij de afwijzingsgrond uit artikel 11, eerste lid, van de Wob van toepassing heeft geacht.

6. De minister heeft naar aanleiding hiervan bij brief van 26 februari 2018 een nader standpunt ingenomen en dat aan de rechtbank gezonden. [naam] heeft een brief gestuurd waarin zij hebben gemeld geen inhoudelijk nader standpunt in te zullen nemen. De rechtbank heeft onder toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis genomen van het nadere standpunt. [naam] en eiser hebben toestemming verleend om mede op basis daarvan uitspraak te doen.

De beroepsgronden van eiser

7. Eiser heeft – kort weergegeven – de volgende beroepsgronden aangevoerd in zijn beroepschrift en in de aanvulling daarop van 6 november 2017:

  1. De minister heeft geen documenten verstrekt over het tv-programma “Op de Vlucht”, terwijl eiser daarom wel heeft verzocht en uit de inventarislijst blijkt dat die documenten er wel zijn.

  2. De minister heeft een beperkte uitleg aan het Wob-verzoek van eiser gegeven. Niet alle documenten die aan eisers verzoek voldoen, staan op de inventarislijst; er zijn méér documenten, die niet aan eiser, maar ook niet onder geheimhouding aan de rechtbank zijn verstrekt.

  3. De minister heeft ten onrechte gesteld dat bepaalde documenten buiten de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen, omdat deze geen betrekking hebben op de bestuurlijke aangelegenheid.

  4. De minister heeft ten onrechte de informatie uit de verschillende documenten die hij openbaar wil maken, samengevoegd in een nieuw document. Op deze manier is niet vast te stellen of de openbaar gemaakte informatie waarheidsgetrouw is.

  5. Het specifieke belang dat een verzoeker heeft, moet een rol spelen bij de beoordeling van een Wob-verzoek.

  6. Bepaalde documenten hadden niet integraal geweigerd hoeven te worden, maar hadden onder weglakking van gegevens gedeeltelijk verstrekt kunnen worden.

  7. De weigeringsgrond “eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer” is door de minister te ruim toegepast. De minister heeft niet concreet genoeg gemotiveerd waarom deze weigeringsgrond op bepaalde stukken is toegepast en handelt niet consequent bij het weglakken van namen.

  8. De weigeringsgrond “het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling” is door de minister te ruim toegepast. Openbaar maken van informatie over de werkzaamheden van de overheid en het inzicht verkrijgen in de denkprocessen, handelingen en keuzes, kan niet worden beschouwd als onevenredige benadeling van de overheid.

  9. De weigeringsgrond “documenten zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en bevatten persoonlijke beleidsopvattingen” is door de minister ten onrechte toegepast. De inhoud van de documenten is niet zodanig verweven met persoonlijke beleidsopvattingen dat scheiding niet goed mogelijk is.

Standpunt van de minister

8. De minister heeft aangevoerd dat hij wel per document kenbaar heeft gemaakt waarom openbaarmaking is geweigerd, namelijk via de inventarislijst die bij de bestreden besluiten is gevoegd. Volgens de minister heeft hij geen te beperkte uitleg gegeven aan eisers Wob‑verzoek en valt bepaalde informatie buiten de reikwijdte van het verzoek, zoals interne correspondentie van ambtenaren over het naamrecht in algemene zin, de EU demarche in Libanon en correspondentie in kinderontvoeringszaken waar [naam] niet bij is betrokken. Juist omwille van de duidelijkheid heeft de minister ervoor gekozen om de openbaar te maken informatie in een nieuw document op te nemen. Volgens de minister is dit in overeenstemming met artikel 7 van de Wob. Uit de wetsgeschiedenis van de Wob en uit vaste rechtspraak volgt dat het specifieke belang van een verzoeker geen rol kan spelen bij de in het kader van de Wob te maken belangenafweging. De weigeringsgrond “het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling” is wel juist toegepast. [naam] heeft de gegevens vertrouwelijk aan de minister meegedeeld en als vertrouwelijke correspondentie openbaar wordt gemaakt, wordt het in de toekomst moeilijker om zulke informatie te blijven ontvangen en overleg te voeren. De minister vindt verder dat hij de weigeringsgronden “documenten zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en bevatten persoonlijke beleidsopvattingen” en “eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer” wel degelijk op een juiste manier heeft toegepast.

De beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank zal eerst de beroepsgronden zoals vermeld onder a), b), d) en e) bespreken onder overweging 10 tot en met 13. Daarna zullen de overige beroepsgronden gezamenlijk worden besproken onder overweging 14.

10. Over de beroepsgrond zoals vermeld onder a) oordeelt de rechtbank als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3429) is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een bepaald document toch onder het bestuursorgaan berust, als een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt. De minister heeft gesteld dat er is gezocht naar stukken die betrekking hebben op het tv-programma “Op de Vlucht”, maar dat er daarover geen documenten zijn aangetroffen. Verder heeft de minister op de zitting toegelicht dat is gekeken bij de meest logische afdelingen en dat daar geen stukken over” Op de vlucht” zijn aangetroffen. Als mogelijke verklaring hiervoor heeft de minister genoemd dat “Op de vlucht” over veroordeelden gaat van wie de straf niet ten uitvoer gelegd kan worden omdat ze uit beeld zijn verdwenen en dat de ondersteuning beperkt is, aangezien de minister dus niet weet waar ze zijn. Die mededelingen komen de rechtbank niet ongeloofwaardig voor en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de documenten toch onder de minister berusten. Daarom faalt deze beroepsgrond.

11. Over de beroepsgrond zoals vermeld onder b) oordeelt de rechtbank als volgt. Eiser heeft een lijst van 35 punten overgelegd die volgens hem aannemelijk maken dat er méér documenten zijn dan aan de rechtbank onder geheimhouding zijn overgelegd. In die 35 punten heeft hij wel openbaar gemaakte documenten genoemd waarvan de tekst hem doet vermoeden dat er nog andere documenten bestaan. Die genoemde documenten bevinden zich deels in dit dossier en deels in het dossier van een andere zaak die op dezelfde zittingsdag door de rechtbank is behandeld en waarin eiser beroep heeft ingesteld tegen een Wob-besluit van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (zaaknummer 16/3720). Artikel 8:29 van de Awb is ook op die documenten van toepassing verklaard. De rechtbank heeft alle genoemde geheime documenten onderzocht en is van oordeel dat daaruit niet is af te leiden dat er méér of andere documenten bestaan dan de documenten die zijn overgelegd. Uitzondering hierop is punt 32. In punt 32 noemt eiser de bijlagen 1, 2 en 3 die zijn genoemd in document 20, dat de minister gedeeltelijk openbaar heeft gemaakt. Die bijlagen zitten niet bij de geheime stukken. De minister heeft op de zitting toegelicht dat die bijlagen buiten de reikwijdte van het verzoek vallen en daarom niet bij de stukken zitten. De rechtbank constateert dat zij op deze manier niet kan toetsen of het standpunt van de minister dat de bijlagen buiten het verzoek vallen, juist is. De beroepsgrond slaagt daarom.

12. Over de beroepsgrond zoals vermeld onder d) oordeelt de rechtbank als volgt. De minister heeft ervoor gekozen om de openbaar te maken informatie uit alle documenten onder elkaar op te nemen in een nieuw document. Hoewel de rechtbank met eiser eens is dat de manier waarop de minister in deze zaak informatie heeft verstrekt de overzichtelijkheid niet ten goede komt, heeft de minister niet in strijd met artikel 7 van de Wob gehandeld. De rechtbank geeft de minister in overweging om in toekomstige zaken niet op deze manier documenten openbaar te maken. Per niet-verstrekte passage moet immers steeds worden nagegaan waar die passage precies staat in het originele document en of er geen informatie ontbreekt. Dat levert een bijzonder tijdrovende exercitie op als de twee te vergelijken documenten niet dezelfde opmaak en lay-out hebben, en het dient de proceseconomie niet. De beroepsgrond faalt.

13. Over de beroepsgrond zoals vermeld onder e) oordeelt de rechtbank als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (onder meer de uitspraken van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2832 en van 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1246) dient het recht op openbaarmaking op grond van de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Bij de belangenafweging wordt het algemene of publieke belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie afgezet tegen de door de weigeringsgronden te beschermen belangen. Aan het belang van de verzoeker komt in die belangenafweging geen gewicht toe. De beroepsgrond faalt.

14. De beroepsgronden zoals vermeld onder c), f), g), h) en i) lenen zich voor gezamenlijke behandeling. De rechtbank gaat daarbij als volgt te werk. Deze beroepsgronden zien op de al dan niet juiste toepassing van weigeringsgronden uit de Wob en de reikwijdte van het Wob-verzoek. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten aanzien van alle niet-openbaargemaakte documenten voldoende heeft gemotiveerd waarom openbaarmaking achterwege is gelaten. Vanwege de geheime status van de documenten (artikel 8:29 van de Awb) zullen ze alleen met het nummer dat de minister eraan heeft gegeven, worden aangeduid. De rechtbank heeft in de tabel hieronder weergegeven ten aanzien van welke documenten de motivering niet voldoende is. De reden voor dat oordeel is ook in de tabel vermeld. Als een document niet in de tabel is vermeld, houdt dat in dat de rechtbank de motivering ten aanzien van dat document in de bestreden besluiten kan volgen.

Nummer document

Overgelegd bij

Door de minister toegepaste weigeringsgrond

Reden waarom de motivering niet volstaat

2

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Het is niet duidelijk waarom de weggelakte passages onder intern beraad vallen.

3

primaire besluit

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

In de tweede mail van document 3 (14 juni 2012, 01.28 uur) is als weigeringsgrond intern beraad vermeld, terwijl dit niet is terug te vinden op de inventarislijst.

Het is niet duidelijk waarom de weggelakte passage in de eerste alinea onder intern beraad valt.

Ook is niet duidelijk waarom in de derde alinea de weigeringsgrond “het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling” is ingeroepen.

In de mail van 6 juni 2012, 17.17 uur is niet duidelijk waarom de minister de eerste alinea en de eerste zin van de tweede alinea en de vierde alinea niet heeft verstrekt.

5

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

- In de mail van 31 augustus 2012, 5.00 uur, is niet duidelijk waarom bij de eerste weggelakte passage bij het eerste gedachtestreepje de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

Bij het vijfde gedachtestreepje is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

- Mail van 31 augustus 2012, 14.36 uur: onder punt 6b is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen. Onder punt 7a is niet duidelijk waarom bij twee passages de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

- Mails van 30 augustus 2012, 18.45 uur en 30 augustus 2012, 5.22 uur: niet duidelijk is waarom die mails niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

- Mail van 30 augustus 2012, 17.09 uur: niet duidelijk is waarom de buiten de kaders geplaatste passages niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Ook is niet duidelijk waarom bij het vierde en zesde opsommingsbolletje de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

6

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

- Mail van 4 oktober 2012, 11.38 uur: niet duidelijk waarom deze niet is verstrekt, hier zijn geen weigeringsgronden vermeld.

- Mail 20 september 2012, 14.04 uur: niet duidelijk waarom bij punt 4 de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

- Laatste ongedateerde mail: niet duidelijk waarom die niet kan worden verstrekt onder weglakken van privacygevoelige gegevens zoals namen.

9

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom de eerste twee mails buiten de reikwijdte van het verzoek vallen.

Het is niet duidelijk waarom de derde mail (28 december 2012, 15.33 uur) niet kan worden verstrekt onder weglakken van privacygevoelige gegevens zoals namen en waarom de weigeringsgrond “het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling” is ingeroepen.

Ook bij de vierde mail (21 december 2012, 5.16 uur) is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

10

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom onder het onderstreepte kopje “te nemen besluit” de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

11

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

- Mail 9 januari 2013, 14.46 uur: Niet duidelijk is waarom in de zin die begint met “Mocht hij contact opnemen…” een passage niet is verstrekt op grond van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling.

- Mail 8 januari 2013, 3.24 uur: niet duidelijk waarom de laatste zin van de tweede alinea onder intern beraad valt.

- Mail van 8 januari 2013, 11.25 uur: niet duidelijk is waarom in de eerste alinea informatie niet wordt verstrekt op grond van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en intern beraad.

- Mail 8 januari 2013, 9.47 uur: niet duidelijk is waarom in de eerste alinea na de zinsnede “hereniging tussen moeder en dochter tot stand gebracht” de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

12

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

In de mail van 30 januari 2013, 10.02 uur is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen. Van de overige mails is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

14

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

In de mail van 28 maart 2013, 13.48 uur is bij de laatste zin van het eerste opsommingsbolletje niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen.

Bij het tweede bolletje en de zin daarna is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

Ook bij de passage na de zin “Hoofddoel voor [naam] is herenigen van [naam] met haar dochters” is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

Ook is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen bij de passage na de zinsnede “Hij benadrukte dat het programma wil laten zien wat BZ doet en”. Vervolgens is een passage niet verstrekt zonder dat daar een weigeringsgrond voor is vermeld. Het gaat om de passage voor “Team van [naam] bestaat voor deze reis uit”. Na die passage “Team van [naam] bestaat voor deze reis uit” is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

15

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Het is niet duidelijk waarom onder het kopje “Hoe nu verder?” is vermeld dat die passages niet vallen binnen de reikwijdte van het verzoek.

17

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Onder de kopjes “Juridische status”, “Zorgen” en “Wat heeft de Centrale autoriteit gedaan om zorgen te verkleinen” is niet duidelijk waarom die informatie niet binnen de reikwijdte van het verzoek valt. Bij het tweede bolletje bij het kopje “Wat heeft de Centrale autoriteit gedaan om zorgen te verkleinen” is niet duidelijk waarom alleen één zin is verstrekt en waarom de rest van de tekst bij dit bolletje niet is verstrekt; er is geen weigeringsgrond vermeld.

Onder het kopje “Risico’s” is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

18

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom de passages die buiten de kaders staan, niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

19

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

In de voorlaatste alinea is niet duidelijk waarom de tekst die is vervangen door de tekst “[PERSOON]” is verwijderd, omdat het hier niet om een naam maar om een functie gaat.

20

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom onder “Kinderen [NAAM] (Marokko – seizoen 2)” een passage buiten de reikwijdte van het verzoek valt. Ook is niet duidelijk waarom bij het eerste bolletje de weigeringsgrond intern beraad is ingeroepen.

23

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Niet duidelijk is waarom in de mail van 9 september 2013, 16.02 uur de functie is verwijderd.

24 en 25

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom is vermeld dat een deel van het document buiten de reikwijdte van het verzoek valt. Ook is niet duidelijk waarom onder het kopje “Curaçao” de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

26, 30, 31, 32, 34, 35 en 36

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in deze documenten is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

- Mail 7 oktober 2013, 15.07 uur: tweede alinea: niet duidelijk is waarom hier 2 keer de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

- Mail 7 oktober 2013, 12.02 uur: eerste gedachtestreepje: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

27, 28, 29

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in deze documenten is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

- Mail van 7 oktober 2013, 12.13 uur: bij het gedachtestreepje met de tekst “vrijdag zijn vader en zoon herenigd …voor het belang van het kind” is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

33

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

37, 38 en 39

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

40

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Mails 16 oktober 2013, 18.06 uur en 4.38 uur: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

41

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passage in dit document is niet duidelijk waarom dit niet binnen de reikwijdte van het verzoek valt.

42

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passage in dit document is niet duidelijk waarom dit niet binnen de reikwijdte van het verzoek valt.

45

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

- Mail 16 april 2014, 10.33 uur: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

- Mail 16 april 2014, 9.06 uur: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

Ook is niet duidelijk wat is bedoeld met de opmerking: “eerdere mail, zie: document 44)”, omdat er nog 2 mails resteren en maar één daarvan is te vinden in document 44.

46

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

- Mail van 12 december 2013, 11.20 uur: in de eerste alinea is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging persoonlijke levenssfeer, voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling en intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen zijn ingeroepen.

47

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Niet duidelijk is waarom de weigeringsgrond intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen in de passage die begint met “De Ca onderhoudt geen rechtstreeks contact”.

50

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Niet duidelijk is waarom de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen voor het eerste woord na “Uiteindelijk zijn de kinderen in twee etappes naar Nederland teruggehaald door”.

51

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen op de laatste verwijderde passage bij het tweede opsommingsteken.

52

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

Ook is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

53 en 54

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Mail 25 juni 2014 “RTL derde serie ontvoerd”. In de verstrekte stukken is niet gemotiveerd op welke grond informatie niet is verstrekt, op de namen na.

55

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom de mail van 30 juni 2014, 13.00 uur buiten de reikwijdte van het verzoek valt.

56

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Onder de kopjes “Egypte”, “Libië en “Pakistan” is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging persoonlijke levenssfeer en voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen.

Ook is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen bij het laatste kopje vóór “/vader [NAAM]”.

57

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

- Mail van 3 juli 2014, 16.09 uur: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

- Mail van 3 juli 2014, 1.16 uur: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

- Mail van 3 juli 2014, 10.23 uur: niet duidelijk is waarom het laatste stuk van die mail buiten de reikwijdte van het verzoek valt.

58

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Niet duidelijk is waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen.

61

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

63

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

- Mail van 21 augustus 2014, 10.54 uur: bij het derde gedachtestreepje is twee keer informatie verwijderd zonder vermelding van de weigeringsgrond. Bij het vierde en vijfde gedachtestreepje is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen.

- Mail van 20 augustus 2014, 9.23 uur: niet duidelijk is waarom de weigeringsgrond intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

- Mail van 19 augustus 2014, 4.16 uur: niet duidelijk is waarom bij de zin na “We hebben meermaals gevraagd … verder wil gaan” de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen. Ook is niet duidelijk waarom in die mail de weigeringsgrond voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

- Mail van 12 augustus 2014, 22.25 uur: niet duidelijk is waarom hier de weigeringsgrond voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

64

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passages aan het eind van dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

65

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

- Mail van 26 augustus 2014, 14.20u: er is bij het een-na-laatste gedachtestreepje voor de laatste verwijderde passage niet vermeld welke weigeringsgrond daarbij is toegepast.

70

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Niet duidelijk is met toepassing van welke weigeringsgrond de informatie in de laatste mail (26 augustus 2014, 9.32 uur) is verwijderd.

75

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passages aan het eind van dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

78

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Mail van 22 september 2014, 9.20 uur: niet duidelijk is waarom de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen, gelet op wat er wel is verstrekt.

79

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Mail van 19 september 2014, 17.58 uur: bij het derde bolletje is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

81

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Mail van 25 september 2014, 12.51 uur: onder 1 is niet duidelijk waarom de tekst die is vervangen door de tekst [PERSOON] is verwijderd.

85

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

89

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Mail van 24 februari 2015, 13.24 uur: niet duidelijk is waarom de weigeringsgrond intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen is ingeroepen.

90

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Niet duidelijk is waarom niet kan worden volstaan met het weglakken van privacygevoelige gegevens, zoals namen.

91

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Van de buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

92

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

In de mail van 26 maart 2015, 12.44 uur is niet duidelijk waarom onder punt 3 bij de zin na “Curaçao” de weigeringsgrond eerbiediging persoonlijke levenssfeer is ingeroepen.

93

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Bij het gedeelte van de mail van 30 maart 2015, 16.14 uur dat binnen de reikwijdte van het verzoek valt, is niet duidelijk waarom de weigeringsgronden eerbiediging persoonlijke levenssfeer en voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen.

95

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

In de mail van 3 september 2015, 15.54 uur is bij punt 5 niet duidelijk waarom daar de weigeringsgronden eerbiediging persoonlijke levenssfeer en voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling zijn ingeroepen.

96

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

In de mail van 22 september 2015, 13.45 uur is niet duidelijk waarom daar de weigeringsgrond voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling is ingeroepen.

97

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Van de buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

99

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Valt niet binnen reikwijdte verzoek

Niet duidelijk is waarom de passages ná de wel verstrekte informatie (“MinBuZa zal wel alvast…actie MinBuZa”) niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen.

100

primaire besluit

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

In de mail van 4 mei 2016, 11.31 uur is niet duidelijk waarom de weigeringsgrond eerbiediging persoonlijke levenssfeer is ingeroepen bij de laatste verwijderde informatie, gelet op welke informatie er in die mail al wel is verstrekt.

2

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

- Mails van 8 oktober 2012, 17.02 uur, 16.13 uur, 16.08 uur, 13.27 uur, 12.35 uur en 11.48 uur: van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Dat is niet als weigeringsgrond in de inventarislijst opgenomen.

5

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

- Mail van 26/11/12, 11.34 uur: deze mail is niet verstrekt, terwijl er geen reden is gegeven voor het niet verstrekken.

- Mail 26/11/12, 15.13uur: niet duidelijk is waarom bij de eerste vermelding van de weigeringsgronden ‘eerbiediging persoonlijke levenssfeer’ en ‘voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling’, die gronden zijn tegengeworpen.

- Mail 26/11/12, 15.31uur: niet duidelijk is waarom bij de eerste vermelding van de weigeringsgrond ‘voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling’, die grond is tegengeworpen.

6

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Niet duidelijk is waarom de mail van 28 november 2012, 0.23 uur en de mail van 28 november 2012, 0.22 uur niet zijn verstrekt. Hier is geen weigeringsgrond op van toepassing verklaard.

7

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Dat is niet als weigeringsgrond in de inventarislijst opgenomen.

8

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Van de eerste buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Dat is niet als weigeringsgrond in de inventarislijst opgenomen.

10

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling (artikel 10 lid 2 sub g Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in dit document is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Dat is niet als weigeringsgrond in de inventarislijst opgenomen.

11

bestreden besluit II

Eerbiediging persoonlijke levenssfeer (art. 10 lid 2 sub e Wob)

Intern beraad / persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11 Wob)

Van alle buiten de kaders geplaatste passages in deze documenten is niet duidelijk waarom die niet binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Dat is niet als weigeringsgrond in de inventarislijst opgenomen.

15. Het beroep is gegrond. De minister moet een nieuw besluit nemen waarin hij beter motiveert waarom de in de tabel hierboven vermelde stukken niet worden verstrekt, of waarbij hij overgaat tot het verstrekken van de stukken. Ook zal de minister bij het nieuw te nemen besluit moeten motiveren waarom de in overweging 11 genoemde bijlagen buiten de reikwijdte van het verzoek vallen, als hij dit standpunt handhaaft.

16. Gezien de aard van deze procedure ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen.

17. De minister moet het griffierecht dat eiser heeft betaald, aan hem vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de bestreden besluiten I en II, voor zover daarbij de in de tabel uit rechtsoverweging 14 genoemde stukken niet zijn verstrekt;

  • -

    draagt de minister op om een nieuw besluit op het bezwaarschrift van eiser te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;

  • -

    bepaalt dat de minister het griffierecht van € 168,− aan eiser dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. Dworakowski - Kelders, voorzitter, en mr. J. Lie en mr. M.L.W.M. Viering, leden, in aanwezigheid van mr. M.Th. van Maurik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2019.

De griffier is verhinderd voorzitter

de uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.