Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:7774

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-07-2019
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
7118534 CV EXPL 18-6290
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Buitengewone omstandigheden. Tussenvonnis. Rolverwijzing voor uitlating over duur van totale vertraging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 7118534 \ CV EXPL 18-6290

Vonnis van 11 juli 2019

in de zaak van:

1 [eiser 1] ,

2. [eiseres 2] ,

beiden zowel voor zichzelf als in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van hun twee minderjarige kinderen:

3. [eiseres 3]en

4. [eiseres 4] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

eisers,

gemachtigde: K.A.M. Verheijen, D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,

tegen:

de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V.,

gevestigd te Schiphol,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Reevers.

Partijen worden hierna genoemd “ [eiser c.s.] c.s.” en “Transavia”.

1 Het verloop van het geding

Dit blijkt uit het volgende:

a. de dagvaarding met producties;

b. de conclusie van antwoord met producties;

c. de conclusie van repliek;

d. de conclusie van dupliek met producties;

e. akte van de zijde van [eiser c.s.] c.s..

2 De feiten

2.1.

[eiser c.s.] c.s. hadden een bevestigde boeking voor vlucht HV6215 van Eindhoven naar Tenerife op 22 december 2017 die om 14:45 uur plaatselijke tijd (13:45 UTC) zou vertrekken.

2.2.

De vlucht is door Transavia met vertraging uitgevoerd. Als gevolg van deze vertraging zijn [eiser c.s.] c.s. met een vertraging van ruim zes uur in Tenerife aangekomen.

3. Het geschil

3.1.

[eiser c.s.] c.s. vorderen veroordeling van Transavia bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hen te betalen:

  1. een bedrag van € 1.600,00 aan hoofdsom;

  2. vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf de datum van dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

  3. vermeerderd met een bedrag van € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  4. onder veroordeling van Transavia in de kosten van de procedure.

[eiser c.s.] c.s. leggen daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. Aangezien vlucht HV6215 werd uitgevoerd met een vertraging van meer dan drie uur hebben zij op grond van Verordening 261/2004 (hierna de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ EU) inzake onder meer Sturgeon en Nelson recht op financiële compensatie van € 400,00 per passagier. Van een buitengewone omstandigheid was geen sprake. Transavia is vanaf 4 april 2018 wettelijke rente verschuldigd omdat zij vanaf die datum in verzuim verkeert. Tevens is Transavia een bedrag van € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.

3.2.

Transavia voert het volgende verweer. De vertraging van de vlucht is te wijten aan een samenloop van (buitengewone) omstandigheden, namelijk het later binnen komen van het toestel op Eindhoven Airport, de slechte weersomstandigheden (mist) in Eindhoven, en afstappende passagiers en de daarmee gepaard gaande “kofferparade”.

Later binnen komen van het toestel: de betreffende vlucht zou om 13:45 UTC vanaf Eindhoven vertrekken. Voorafgaand aan deze vlucht heeft het toestel een vlucht van Athene naar Eindhoven uitgevoerd. Het toestel is pas om 14:40 UTC in Eindhoven aangekomen in plaats van om 13:00 UTC, dus 1 uur en 40 minuten later dan voorzien. Dit had als gevolg dat vlucht HV6215 pas omstreeks 15:25 UTC zou kunnen vertrekken in verband met een "omdraaitijd" van 45 minuten. Toen het toestel klaar was voor vertrek was er dusdanig slecht zicht dat er niet vetrokken kon worden; Eindhoven Airport stelt als eis dat er minimaal 300 meter zicht moet zijn.

Afstappen passagiers: na het instappen wilde een groep van zes passagiers van boord in verband met een voedselvergiftiging van (een van) deze passagiers. Omdat ook de bagage van deze passagiers van boord moest, moest er een zogeheten “kofferparade” gehouden worden. Nadat de resterende bagage weer was ingeladen was het zicht op Eindhoven Airport nog altijd slecht en was er geen toestemming voor vertrek.

Weersomstandigheden Eindhoven Airport: vanwege hevige bewolking en mist werd het vliegveld om 17:00 UTC geheel gesloten voor alle vluchten. Door deze sluiting van de luchthaven kon het toestel pas om 19:09 UTC vertrekken.

Het was voor Transavia niet mogelijk om maatregelen te treffen om deze omstandigheden te voorkomen. De ontstane vertraging was ook niet met redelijke maatregelen te voorkomen. Zij kon alleen afwachten tot toestemming werd verleend voor vertrek. Transavia concludeert dan ook dat [eiser c.s.] c.s. geen recht hebben op de gevorderde compensatie. Omdat de hoofdsom moet worden afgewezen, deelt de vordering tot betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten hetzelfde lot.

3.3.

[eiser c.s.] c.s. hebben bij repliek, kort samengevat, als volgt gereageerd.

Vertraging voorgaande vlucht: uit de overgelegde stukken blijkt niet dat de voorgaande vlucht vertraagd is. Verder blijkt nergens uit wat de aard was van de vertraging en welke inspanningen Transavia heeft verricht om de vertraging te voorkomen.

Weersomstandigheden: uit de overgelegde METAR berichten volgt niet dat het zicht dusdanig slecht was dat er niet gevlogen kon worden zowel op de oorspronkelijke vertrektijd van 13:45 UTC als om 15:25 UTC toen de vlucht klaar was voor vertrek volgens Transavia. Het OCC Management rapport is een intern bericht en geen objectieve onderbouwing. Dit bericht heeft geen bewijskracht. Vóór de sluiting om 17:00 UTC hebben er gewoon vluchten kunnen landen en vertrekken. De vlucht van [eiser c.s.] c.s. had dus ook kunnen vertrekken.

Verder blijkt nergens uit dat Transavia (redelijke) maatregelen heeft getroffen om vertraging te voorkomen.

3.4.

Transavia heeft bij dupliek, kort samengevat, nog het volgende aangevoerd.

Vertraging voorgaande vlucht: de voorgaande vlucht is vanwege de slechte weersomstandigheden op Eindhoven Airport uitgeweken naar Schiphol. Het toestel heeft daar gewacht totdat de weersituatie in Eindhoven verbeterd was. Als gevolg daarvan is het toestel met een vertraging van 1 uur en 40 minuten in Eindhoven aangekomen (14:40 UTC). Gelet op de omdraaitijd van 45 minuten was het toestel om 15:25 UTC weer klaar om te vertrekken.

Afstappen passagiers: behalve uit oogpunt van service is het ook om veiligheidsredenen niet toegestaan om de bagage van een passagier mee te nemen zonder dat de passagier aan boord is. Daarom moest de bagage van de afstappende passagiers van boord gehaald worden. Omdat de bagage niet makkelijk terug te vinden was moest er een “kofferparade” gehouden worden. Dit duurt zeker een uur. Om die reden kon het vliegtuig in het tijdvak van 15:25 UTC tot 16:25 UTC niet vertrekken.

Weersomstandigheden: Eindhoven Airport beschikt over één verharde start- en landingsbaan. Uit de METAR-gegevens blijkt de zichtverslechtering duidelijk. Ook blijkt hieruit dat er tussen 15:35 UTC en 17:06 UTC geen zicht was (code: OVC000).

De overgelegde rapporten/documenten vormen voldoende bewijs; deze stukken bevatten belangrijke gegevens die ook voor Transavia van belang zijn en die zoveel mogelijk naar objectieve waarneming zijn vastgelegd. In zijn uitspraak in de Pešková-zaak (C-315/15,

4 mei 2017) heeft het HvJ EU bepaald dat vertragingsoorzaken die als buitengewoon zijn aan te merken qua tijd moeten worden afgetrokken van de totale vertragingsduur.

4 De beoordeling

Bevoegdheid rechter

4.1.

Ingevolge de regels in Verordening (EG) nr. 1215/2012 is de kantonrechter bevoegd als Nederlandse rechter van de zaak kennis te nemen. Dat blijkt ook uit de uitspraak van het HvJ EU 09-07-2009, C-204/08 , LJN: BJ2979 (Rehder-arrest), waarin is bepaald dat in het geval van luchtvervoer van personen van een lidstaat naar een andere lidstaat op grond van een overeenkomst die is gesloten met één enkele luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, het gerecht dat bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot compensatie gebaseerd op die vervoerovereenkomst en Verordening EG (261/2004), naar keuze van eiser het gerecht is in het rechtsgebied waarvan zich de plaats van vertrek of de plaats van aankomst van het vliegtuig bevindt, zoals deze plaatsen in die overeenkomst zijn overeengekomen. De kantonrechter te Eindhoven is de relatief bevoegde rechter omdat de overeengekomen plaats van vertrek Eindhoven was.

Buitengewone omstandigheden

4.2.

Vooropgesteld wordt dat [eiser c.s.] c.s. in het onderhavige geval, op grond van artikel 5 lid 1 sub c van de Verordening, in beginsel recht hebben op de in artikel 7 van de Verordening genoemde compensatie van (in dit geval) € 400,00 per passagier.

4.3.

De luchtvervoerder is niet verplicht die compensatie te betalen indien er sprake is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. In dat artikellid is bepaald dat een luchtvaartmaatschappij niet verplicht is compensatie als bedoeld in artikel 7 te betalen als zij kan aantonen dat annulering van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Deze regel geldt zowel in het geval de vlucht is geannuleerd dan wel is vertraagd.

4.4.

Uit de considerans van de Verordening blijkt dat dergelijke buitengewone omstandigheden zich met name kunnen voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert. Ook in het geval een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt, kan sprake zijn van een buitengewone omstandigheid.

4.5.

Transavia heeft aangevoerd dat de vertraging is ontstaan door een samenloop van een drietal omstandigheden die volgens haar als buitengewoon moeten worden gekwalificeerd en die niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van redelijke maatregelen.

Deze drie omstandigheden zullen achtereenvolgens worden besproken.

4.6.1.

Dat de voorgaande vlucht vanwege slecht weer op Eindhoven Airport is uitgeweken naar Amsterdam Schiphol (met als gevolg een vertraging van 1 uur en 40 minuten), kan niet als buitengewone omstandigheid worden aangemerkt. Gelet op overweging 14 van de considerans van de Verordening moeten de weersomstandigheden zich hebben voorgedaan tijdens "de vlucht in kwestie" en dat is hier niet het geval. "De vlucht in kwestie" is immers de vlucht waarvoor de passagier een ticket heeft gekocht, dus van Eindhoven naar Tenerife.

4.6.2.

[eiser c.s.] c.s. hebben niet weersproken dat er passagiers van boord zijn gegaan vanwege ziekte (van een van hen) en dat er als gevolg daarvan een “kofferparade” heeft plaatsgevonden. Ook is niet weersproken, dat de bagage van de betreffende passagiers van boord moest vanwege vliegveiligheidsvoorschriften. De als gevolg van een en ander opgetreden vertraging van 15:25 UTC tot 16:25 UTC geldt dus als vaststaand feit. Omdat Transavia daarop geen enkele invloed kan uitoefenen, moet deze vertraging als buitengewone omstandigheid worden aangemerkt. Niet valt in te zien met welke maatregelen Transavia deze vertraging had kunnen voorkomen.

4.6.3.

Ten derde heeft Transavia de slechte weersomstandigheden op Eindhoven Airport aangevoerd als niet aan haar toe te rekenen oorzaak van vertraging.

Door [eiser c.s.] c.s. is niet gemotiveerd weersproken dat het zicht op Eindhoven Airport minimaal 300 meter moet zijn en dat de luchthaven vanaf 17:00 UTC tijdelijk gesloten is geweest vanwege slechte weersomstandigheden. Verder staat vast dat het vliegtuig na het afstappen van de passagiers en de “kofferparade” om 16:25 UTC klaar was voor vertrek. Mede gelet op de door Transavia gegeven uitleg is op grond van de overgelegde METAR-gegevens (productie 4 conclusie van antwoord) voldoende aannemelijk gemaakt dat er omstreeks het "nieuwe" tijdstip van vertrek (16:25 UTC) sprake was van verminderd dan wel geen zicht; dat blijkt onder meer uit de gebruikte codes (OVC000) in de METAR-rapportage. Uit de overgelegde e-mail van 22 december 2017 van de Airport Operations Manager van Eindhoven Airport (productie 7 conclusie van antwoord) volgt verder dat “Due to heavy fog EIN is closed and no inprovement insight for the next hours”. Met deze e-mail, in samenhang met de METAR-rapportages, heeft Transavia voldoende aangetoond dat het vliegtuig niet om 16:25 UTC kon vertrekken vanwege de weersomstandigheden. Dat er, zoals [eiser c.s.] c.s. aanvoeren, om 15:25 UTC geen sprake was van slecht zicht doet verder niet ter zake nu tussen partijen niet in discussie is dat het vliegtuig pas om 16:25 UTC klaar was voor vertrek vanwege het van boord gaan van de passagiers. [eiser c.s.] c.s. hebben niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat er tussen 16:25 UTC en 17:00 UTC (tijdstip sluiting) nog vluchten zijn vertrokken.

Gelet op het voorgaande moet ook de vertraging van 16:25 UTC tot 19:09 UTC (het uiteindelijke vertrektijdstip) worden aangemerkt als het gevolg van een buitengewone omstandigheid. Ook hier valt niet in te zien welke maatregelen Transavia had kunnen nemen om deze vertraging te voorkomen. Op weersomstandigheden en het besluit de luchthaven tijdelijk te sluiten kan Transavia immers geen invloed uitoefenen.

4.7.

De slotsom is, dat een deel van de opgetreden vertraging kan worden toegerekend aan buitengewone omstandigheden die niet konden worden voorkomen met aan de situatie aangepaste maatregelen. Met betrekking tot het andere deel van de vertraging (zie hierboven 4.6.1.) is geen sprake van een buitengewone omstandigheid.

In zijn uitspraak in de zaak Pešková (4 mei 2017, C-315/15 ) heeft het HvJ EU geoordeeld dat de vertraging die valt toe te rekenen aan eerstgenoemde omstandigheden moet worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de betrokken vlucht om te kunnen beoordelen of voor de aankomstvertraging van die vlucht compensatie moet worden betaald overeenkomstig art. 7 van de Verordening.

[eiser c.s.] c.s. hebben gesteld dat de totale vertraging meer dan zes uur is geweest. Met het afstappen van de passagiers en de 'kofferparade' is een vertraging van een uur gemoeid geweest (15:25 - 16:25 UTC) en met de slechte weersomstandigheden en periode van sluiting 2 uur en 44 minuten (16:25 - 19:09 UTC). Dit betekent dat er van de totale vertraging 3 uur en 44 minuten moet worden afgetrokken.

Voor zover de kantonrechter heeft kunnen nagaan blijkt uit de processtukken niet wat de oorspronkelijk voorziene aankomsttijd en de uiteindelijke daadwerkelijke aankomsttijd in Tenerife is geweest. De precieze duur van de totale vertraging kan daarom nog niet worden vastgesteld. Die duidelijkheid is wel noodzakelijk om te kunnen vaststellen of er nog een aankomstvertraging van drie uur of meer resteert; alleen in dat geval hebben [eiser c.s.] c.s. recht op compensatie. Omdat Transavia op dit punt over de benodigde gegevens beschikt, zal zij in de gelegenheid worden gesteld bij akte informatie te verschaffen over de oorspronkelijk voorziene aankomsttijd en de daadwerkelijke aankomsttijd van vlucht HV6215 van Eindhoven naar Tenerife op 22 december 2017. Vervolgens zullen Van de Hoogen c.s. daarop bij antwoord-akte mogen reageren.

4.8.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 8 augustus 2019 te 09.00 uur voor het indienen van een akte door Transavia over hetgeen hierboven in randnummer 4.7 is omschreven;

bepaalt, dat vervolgens aan [eiser c.s.] c.s. gelegenheid wordt gegeven om daarop bij antwoord-akte te reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Roeterdink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2019.