Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:750

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-02-2019
Datum publicatie
23-04-2019
Zaaknummer
18_2268
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand vergoeding CAK ter hoogte van € 17,60 per vier weken toegekend onder de voorwaarde dat eiser een aanvraag schuldhulpverlening indient en zijn medewerking verleent aan een schuldhulptraject.

De rechtbank heeft overwogen dat verweerder in dit geval aan de toekenning de verplichting heeft mogen verbinden dat eiser zich aanmeldt voor schuldhulpverlening en zijn medewerking verleent aan het schuldhulptraject.

Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 18/2268

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 februari 2019 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, verweerder

(gemachtigde: dhr. P. Lejeune).

Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand voor vergoeding van de eigen bijdrage van het CAK ter hoogte van

€ 17,60 per vier weken toegekend, onder de voorwaarde dat eiser een aanvraag voor schuldhulpverlening indient en zijn medewerking verleent aan een schuldhulptraject.

Bij besluit van 7 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2019. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser ontvangt een WAO-uitkering (en toeslagen) en een aanvullende uitkering op grond van de Participatiewet . Bij besluit van 10 augustus 2017 heeft verweerder de bijzondere bijstand van eiser voor de eigen bijdrage van het CAK voor thuiszorg en het gebruik van een scootmobiel, met ingang van 1 september 2017, beëindigd. Vanaf die datum kon eiser deelnemen aan de collectieve ziektekostenverzekering van Azoss en werd de eigen bijdrage vanuit de aanvullende ziektekostenverzekeraar vergoed tot en met 1 april 2018. Eiser heeft zes maanden geen premie betaald, waardoor hij geroyeerd werd door Azoss en de aanvullende verzekering is beëindigd. Sinds 1 april 2018 werd voor eiser de eigen bijdrage niet meer voldaan aan het CAK. Het schuldhulpverleningstraject van verweerder waarin eiser was opgenomen is bij beschikking van 17 januari 2018 beëindigd, omdat eiser zich onvoldoende aan de afspraken hield. Tevens stond eiser onder bewind. Op verzoek van eiser is dit op 11 juli 2017, bij beschikking van deze rechtbank, opgeheven. Eiser heeft schulden ter hoogte van € 11.464,47.

2. Op 29 mei 2018 heeft eiser een aanvraag ingediend bij verweerder voor bijzondere bijstand voor vergoeding van de eigen bijdrage van het CAK vanaf 1 april 2018 ter hoogte van € 17,60 per vier weken.

3. Bij besluit van 14 juni 2018 heeft verweerder aan eiser bijzondere bijstand toegekend voor de eigen bijdrage van het CAK onder de voorwaarde dat eiser een aanvraag indient voor schuldhulpverlening en zijn medewerking verleent aan een schuldhulpverleningstraject.

4. Bij bestreden besluit van 7 september 2018 heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard en voor de motivering verwezen naar de commissie bezwaarschriften. Volgens de commissie heeft verweerder terecht en op goede gronden aan de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van het CAK de verplichting verbonden dat eiser een aanvraag indient voor schuldhulpverlening en zijn medewerking verleent aan een schuldhulpverleningstraject. De commissie heeft overwogen dat uit de stukken is gebleken dat eiser oplopende schulden heeft, waaruit blijkt dat hij niet in staat is zijn financiën goed te regelen. Omdat eiser hulp van derden afhoudt zal zijn financiële positie alleen maar verslechteren. Volgens de commissie is eiser door eigen toedoen geroyeerd uit Azoss en daardoor weer afhankelijk geworden van bijzondere bijstand. Daarom wordt aan eiser slechts bijzondere bijstand toegekend onder de verplichting dat hij zijn schuldenproblematiek aanpakt om uiteindelijk weer bij Azoss verzekerd te kunnen zijn, nu Azoss als voorliggende voorziening wordt beschouwd voor de eigen bijdrage van het CAK.

5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit omdat hij , net als vroeger, zijn geld zonder voorwaarde wil ontvangen omdat de zorgverzekering de eigen bijdrage van het CAK niet meer vergoedt. Hij kan dit zelf niet en daarom raakt hij zijn scootmobiel kwijt en heeft hij geen thuiszorg meer.

6. De rechtbank overweegt dat uit de Participatiewet volgt dat verweerder aan het toekennen van bijzondere bijstand voorwaarden mag verbinden. In dit geval heeft verweerder aan de toekenning de verplichting voor eiser verbonden dat hij zich aanmeldt voor schuldhulpverlening en zijn medewerking verleent aan het schuldhulptraject.

7. De rechtbank heeft ter zitting uitgebreid met vooral eiser besproken wat dit inhoudt en de rechtbank heeft zich er hierbij van vergewist dat eiser begrijpt waarom verweerder deze verplichting aan de toekenning heeft verbonden, dat verweerder dat ook mag en wat de gevolgen zijn als eiser hieraan niet voldoet.

Eiser heeft aangegeven de bevoegdheid van verweerder niet te betwisten en te overzien dat als hij niet voldoet aan de voorwaarden hij geen geld krijgt. Eiser heeft uitgelegd dat hij er voor kiest om niet te voldoen aan de voorwaarden omdat hij volledig zelf wil beslissen wat hij met zijn geld doet. Ook heeft hij uitgelegd dat eerdere trajecten zijn mislukt en hij daarom geen enkele verwachting heeft dat een nieuw traject wel kan lukken. Eiser denkt ook dat een nieuw traject zonder meer met zich zal brengen dat hij een bewindvoerder krijgt en dat wil hij absoluut niet.

De rechtbank heeft verweerder gevraagd of indien eiser wel wil voldoen aan de verplichtingen de nieuwe contactpersoon van eiser eerst het hele dossier gaat lezen en dan met eiser gaat praten en ook zijn mening gaat vragen over hoe de schuldenproblematiek moet worden aangepakt. Verweerder heeft dit bevestigd. Verweerder heeft desgevraagd ook bevestigd dat ongeacht de uitspraak in deze zaak eiser altijd om een gesprek kan vragen en kan aangeven open te staan voor hulp bij de aanpak van zijn problemen. Eiser heeft aangegeven dat misschien ook te gaan doen.

8. De rechtbank heeft ter zitting aangegeven dat als eiser er voor kiest om niet te voldoen aan de verplichtingen omdat hij dat niet zinnig vindt, het zal betekenen dat de uitspraak van de rechtbank de situatie voor hem niet anders zal maken en hij geen geld krijgt. Eiser heeft gezegd dat hij liever geen thuiszorg en geld heeft voor een scootmobiel dan hulp te moeten aannemen voor zijn geldproblemen. De rechtbank heeft eiser gevraagd hoe hij zich de afgelopen tijd heeft kunnen redden. Eiser heeft verklaard dat hij geld heeft geleend van vrienden en bekenden en kleine stukken ook kan lopen zodat hij niet volledig afhankelijk is van een scootmobiel. Hij wil wel graag thuiszorg maar alleen als hij geen bemoeienis hoeft te accepteren met zijn geldzaken.

9. De rechtbank heeft tot slot aan eiser uitgelegd dat zijn opmerking ter zitting dat andere mensen binnen de gemeente wel gewoon zonder voorwaarden geld krijgen, door de rechtbank niet kan worden beoordeeld. De rechtbank kent de namen en situatie van de andere mensen waar eiser het over heeft niet en zijn opmerking kan dus niet tot gevolg hebben dat eiser in deze procedure gelijk krijgt.

10. De rechtbank concludeert dat, zoals vermeld in rechtsoverweging 6, verweerder bevoegd is om aan de toekenning van bijzondere bijstand voorwaarden te verbinden. De argumenten van eiser doen hier niet aan af zodat de gronden van beroep niet slagen. De rechtbank zal het beroep dan ook, zoals al aan eiser uitgelegd, ongegrond verklaren. De rechtbank heeft aangegeven geen mondelinge uitspraak te doen maar alles duidelijk voor eiser op papier te zetten. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S. van Lokven, voorzitter, mr. M.G.P.A. Burghoorn en mr. R.A. de Wit, in aanwezigheid van mr. T. Proudian, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.