Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:585

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
01/879687-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belaging van een 7-tal personen, voornamelijk vrouwen, door hen jarenlang telefonisch lastig te vallen.

Verjaring is niet aan de orde (belaging is nl een voortdurend delict).

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden (verplichte behandeling).

Verdachte dient aan de slachtoffers schade te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0183
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer: 01/879687-18 [verdachte]

Strafrecht

Parketnummer: 01/879687-18

Datum uitspraak: 05 februari 2019

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 januari 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 december 2018.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op meerdere momenten, in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 18 april 2018 te 's-Hertogenbosch, Vught, Goirle en/of Tilburg, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van

- - [slachtoffer 1] en/of

- - [slachtoffer 2] en/of

- - [slachtoffer 3] en/of

- - [slachtoffer 4] en/of

- - [slachtoffer 5] en/of

- - [slachtoffer 6] en/of

- - [slachtoffer 7] ;

door meerdere malen (veelvuldig) voornoemde personen te bellen en/of, wanneer door de gebelde persoon werd opgenomen, seksueel getinte geluiden en/of opmerkingen te maken met het oogmerk die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde feit ex artikel 70 Wetboek van Strafrecht verjaard is voor zover dit betrekking heeft op de periode gelegen voor
18 april 2012, zodat hij in zoverre niet-ontvankelijk is in de vervolging. De rechtbank volgt de officier van justitie niet in dit standpunt en overweegt als volgt.

Belaging is een misdrijf dat begaan wordt door het verrichten van verscheidene gedragingen gedurende enige tijd. De delictsomschrijving van het artikel eist immers het ‘stelselmatig’ opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. De kern van het misdrijf en van het begrip belaging schuilt in het aanhoudende karakter van inbreuk makende gedrag. Belaging is een voortdurend delict, dat pas eindigt als dat gedrag ophoudt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verjaringstermijn met betrekking tot elk van de slachtoffers pas aanvangt op het moment van beëindiging van het delict, zijnde 18 april 2018.

De officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen voor de gehele ten laste gelegde periode.

Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding.

Verdachte wordt verweten dat hij gedurende ruim 8 jaren zeven personen heeft lastig gevallen, op één na allemaal vrouwen.

Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heeft belaagd. Ten aanzien van [slachtoffer 5] heeft hij zijn twijfels, omdat dit een man is en verdachte zich niet richtte op mannen. Verdachte heeft verder verklaard dat zijn handelen niet beperkt bleef tot de in de tenlastelegging vermelde personen.

Namens verdachte is geen verweer gevoerd met betrekking tot bewezenverklaring als door de officier van justitie gevorderd.

Het oordeel van de rechtbank. 1

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaat de rechtbank ten aanzien van de belagingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] met een opsomming van de bewijsmiddelen.

- De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 januari 2019, waarin hij blijft bij zijn eerdere bij de politie afgelegde verklaring.

- De bekennende verklaring van verdachte d.d. 19 april 2018, p. 20 e.v.;

- Proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 april 2018, p. 11;

- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 17 maart 2018, p. 105 e.v.;

- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 3 november 2015, p. 108 e.v.;

- Proces-verbaal van bevindingen, p. 116-117 ;

- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7] d.d. 26 april 2018, p. 118-120;

- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 5 augustus 2015, p. 127-129;

- Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] d.d. 20 april 2018, p. 133-135;

- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 10 juni 2016, p. 136-138;

- Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 20 juli 2016, p. 139-140;

- Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 1] voornoemd d.d. 29 mei 2018, p. 141-143;

- Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] d.d. 10 november 2016, p. 144-145;

- Proces-verbaal van bevindingen, p. 153;

- Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] d.d. 1 mei 2018, p. 154-156;

- Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 6] d.d. 4 juli 2018, p. 183-185;

Ten aanzien van aangever [slachtoffer 5] bezigt de rechtbank de volgende bewijsmiddelen:

- Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 april 2018, p. 41-46, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van het telefoonnummer van de stalker, [telefoonnummer stalker] werden de gebruikersgegevens gevorderd.

Ik, verbalisant [verbalisant] , deed onderzoek naar de ontvangen historische verkeersgegevens van de periode van 28 september 2017 tot en met 16 maart 2018. Ik raadpleegde de telefoonnummers waar de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer stalker] , de stalker, telefonisch contact mee had gehad in de politiesystemen. (…)

Het telefoonnummer [telefoonnummer slachtoffer 5] bleek te zijn gekoppeld aan [slachtoffer 5] . Door hem werd aangifte gedaan. Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer van [slachtoffer 5] 23 keer gebeld is door de stalker in de opgevraagde periode.

- Proces-verbaal relaas d.d. 21 juni 2018, p. 4, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit het onderzoek naar de opwaardeergegevens van het telefoonnummer dat de stalker gebruikte, werden de verkooplocaties van de opwaardeerproducten bekend. (…) Om de identiteit van de verdachte te achterhalen, werden van deze locaties de bewakingsbeelden opgevraagd. Op de bewakingsbeelden van het [tankstation] stond de man die het opwaardeerproduct kocht. Op een van deze beelden werd ook de auto vastgelegd waarin de man zich verplaatste. Het betrof een Opel Astra op naam van de zus van verdachte. Verdachte, [verdachte] , werd op 18 april 2018 aangehouden.

- Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] d.d. 7 april 2015, p. 157-158 en bijlage 3 op p. 162, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik word sinds oktober 2014 telefonisch lastig gevallen. Omdat het bleef aanhouden ben ik vanaf 29 november 2014 gaan bijhouden wanneer, hoe laat en hoe vaak ik gebeld werk en vanaf welk nummer. Tot nu toe is het elke keer geweest dat ik gebeld werd, opnam en dan werd er niets gezegd. Na een aantal seconden werd de verbinding verbroken.

Voor het laatst gebeld op 6 april 2015.

- Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 5] d.d. 1 mei 2018, p. 163-164, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Vanaf 7 april 2015 tot en met 5 april 2018 ben ik weer diverse keren gebeld. (…)

Mijn vrouw nam ook wel eens mijn telefoon op en een keer ben ik daarbij geweest en zette zij de telefoon op de luidspreker. Ik hoorde een hoop gehijg van een man en ik hoorde hem zeggen: “Ik wil je neuken”.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven genoemde bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de periode van 1 januari 2010 tot en met 18 april 2018 in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van

- - [slachtoffer 1] en

- - [slachtoffer 2] en

- - [slachtoffer 3] en

- - [slachtoffer 4] en

- - [slachtoffer 5] en

- - [slachtoffer 6] en

- - [slachtoffer 7]

door meerdere malen veelvuldig voornoemde personen te bellen en/of, wanneer door de gebelde persoon werd opgenomen, seksueel getinte geluiden en/of opmerkingen te maken met het oogmerk die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , te dwingen iets te dulden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van voorarrest en met bijzondere voorwaarden, waaronder een contactverbod met de aangevers.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Namens verdachte is verzocht om oplegging van een taakstraf van de maximale duur en een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met een lange proeftijd.

Daarbij is gewezen op de verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid en de omstandigheid dat verdachte het onderzoek ter zitting reeds als straf heeft ervaren.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, let de rechtbank op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging jegens een groot aantal slachtoffers door hen gedurende een lange periode zeer frequent, soms dagelijks en zelfs ook ’s nachts telefonisch lastig te vallen. In de meeste gevallen bediende verdachte zich daarbij van zeer agressief seksueel getint taalgebruik en maakte hij hijgende geluiden.

Vijf van de slachtoffers hebben ter zitting op indringende wijze verwoord welke impact het handelen van verdachte op hen heeft gehad; verdachtes handelen was niet alleen hinderlijk maar heeft bovendien grote gevoelens van angst en onveiligheid opgeroepen. Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Eén van de slachtoffers heeft verklaard dat zij en haar ouders verdachte persoonlijk kennen, dat zij hem hebben opgevangen na zijn scheiding en dat hij kind aan huis was. Dit alles heeft verdachte niet weerhouden van zijn handelingen. Ondanks de smeekbedes van de slachtoffers om te stoppen met de terreur dan wel de wisselingen van telefoonnummers, ging verdachte ermee door. Hij heeft, zoals ter zitting verklaard, geen moment stilgestaan bij de impact die zijn handelen had op de slachtoffers. Het terreur van verdachte heeft jarenlang het leven van de slachtoffers, hun partners en hun familieleden verstoord. De rechtbank rekent dit alles verdachte zeer ernstig aan.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door klinisch psycholoog [naam psycholoog] van 26 juli 2018 blijkt, dat het door hem gepleegde strafbare feit in verminderde mate aan hem kan worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving en uit een oogpunt van vergelding niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De rechtbank zal deze straf voor een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Namens de verdediging is verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Namens de verdediging is verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Namens de verdediging is verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen. Aangevoerd is tevens dat de materiële schade niet in rechtstreeks verband staat tot het bewezen verklaarde.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering wat betreft de immateriële schade toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 60,55 (reis- en parkeerkosten).

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Namens de verdediging is verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Namens de verdediging is verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen. Tevens is aangevoerd dat de materiële kosten (reiskosten woon-werk-verkeer) niet door de benadeelde partij zelf zijn geleden zodat de vordering in zoverre dient te worden afgewezen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering wat betreft de immateriële schade toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

De vordering tot vergoeding van materiële schade bestaat uit reiskosten woon-werk-verkeer, gemaakt door familie en vrienden van benadeelde [slachtoffer 4] . De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank moet worden onderscheiden tussen enerzijds de civielrechtelijke mogelijkheden tot schadevergoeding (voor de verplaatste schade is dit opgenomen in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek) en anderzijds de beperkte mogelijkheden om die civielrechtelijke aanspraken binnen een strafrechtelijke procedure geldend te maken. Voor die laatste procedure gelden immers de criteria voor slachtofferschap van de artikelen 51a e.v. Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat voor wat betreft de schade die thans wordt gevorderd, zijnde verplaatste schade, niet aan de criteria van de artikelen 51a e.v. Wetboek van Strafvordering is voldaan. Dit betekent niet dat de verdachte niet aansprakelijk zou zijn voor de door familie en vrienden in zoverre gestelde schade, maar dat het aan de burgerlijke rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen.
De rechtbank zal de benadeelde partij dus niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

Namens de verdediging is verzocht het toe te wijzen bedrag aan immateriële schade te matigen. Aangevoerd is tevens dat de materiële schade niet in rechtstreeks verband staat tot het bewezen verklaarde.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering toewijsbaar wat betreft de immateriële schade en de kosten voor de medicatie, vermeerderd met de wettelijke rente als na te melden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 51,94 (reis- en parkeerkosten).

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregelen.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens telkens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente als na te noemen.

Aangezien aan verdachte met betrekking tot elk genoemd slachtoffer meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee in zoverre zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 60a, 285b.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

belaging, meermalen gepleegd. verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf en maatregelen:

 een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 8 (acht) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;

- zich binnen 48 uur na onherroepelijk zijn van het vonnis tussen 09:00 en 12:00 uur meldt bij Reclassering Nederland via telefoonnummer 088-8041504. Betrokkene blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

- zich laat behandelen door Kairos, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is inmiddels gestart (schorsende voorwaarde preventieve hechtenis). De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden,

waarbij de Reclassering Nederland, Regio Zuid, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden, waarbij heeft te gelden dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en hij zijn medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt daarnaast als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met de in deze strafzaak genoemde, bij een algeheel contactverbod belanghebbende personen, zijnde aangevers: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6].

Schadevergoeding [slachtoffer 1]

 Maatregel van schadevergoeding van € 5.078,00 subsidiair 60 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 5.078,04 (zegge: vijfduizendachtenzeventig euro en vier eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 5.000,00 immateriële schadevergoeding en een bedrag van € 78,04 materiële schadevergoeding (post medicatie).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 (einddatum delict) tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag aan materiele schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de vordering, zijnde 8 januari 2019.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 5.078,04 (zegge: vijfduizendachtenzeventig euro en vier eurocent), te weten € 5.000,00 immateriële schadevergoeding en € 78,04 materiële schadevergoeding (post medicatie).

Het totale toegewezen bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het totale toegewezen bedrag aan materiele schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de vordering, zijnde 8 januari 2019.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op € 51,94.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Schadevergoeding [slachtoffer 5]

 Maatregel van schadevergoeding van € 2.500,00 subsidiair 35 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van een bedrag van € 2.500,00 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] , van een bedrag van € 2.500,00 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro) immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Schadevergoeding [slachtoffer 3]

 Maatregel van schadevergoeding van € 5.000,00 subsidiair 60 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 60,55.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Schadevergoeding [slachtoffer 2]

 Maatregel van schadevergoeding van € 5.000,00 subsidiair 60 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), te weten immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoeding [slachtoffer 4]

 Maatregel van schadevergoeding van € 5.000,00 subsidiair 60 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), te weten immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de reiskosten woon-werk-verkeer.

Veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Schadevergoeding [slachtoffer 7]

 Maatregel van schadevergoeding van € 2.500,00 subsidiair 35 dagen hechtenis.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] van een bedrag van € 2.500,00 (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van een bedrag van € 2.500,00 (zegge: vijfduizendtweehonderd euro) immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag aan immateriële schade te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 18 april 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Met betrekking tot alle voorgaande schadevergoedingsmaatregelen heeft het volgende te gelden:

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.E.L. Hendriks, voorzitter,

mr. R. van den Munckhof en mr. M.I. Fedorova, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,

en is uitgesproken op 5 februari 2019.

Mr. Fedorova is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, district ’s-Hertogenbosch, basisteam Meierij, genummerd PL2100-2018099813, aantal pagina’s: 190. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.