Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:49

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
16-01-2019
Datum publicatie
16-01-2019
Zaaknummer
333534 / HA ZA 18-291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aantasting eer en goede naam van een bekende Nederlander door in de media het voornemen bekend te maken een sekspop van haar op de markt te brengen. Een bedrag van eur 2.000,00 wordt als billijke schadevergoeding vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0080
NJF 2019/108
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

zaaknummer / rolnummer: C/01/333534 / HA ZA 18-291

Vonnis van 16 januari 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. Z.M. Alaca te Eindhoven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 juli 2018

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 november 2018.

1.2.

Wegens organisatorische redenen heeft de zitting plaatsgevonden op de locatie 's-Hertogenbosch.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een bekende Nederlander die in de afgelopen tijd in het nieuws is geweest vanwege de verspreiding door derden van seksueel getint videomateriaal.

2.2.

Dit heeft onder meer geleid tot een civiele procedure bij de rechtbank Amsterdam van [eiseres] tegen GS Media c.s., de exploitant van de website Geenstijl.nl. Bij vonnis van 25 juli 2018 is GS Media c.s. onder meer veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 30.000,00 aan immateriële schadevergoeding. Verder is het Openbaar Ministerie overgegaan tot vervolging van GS Media c.s. Die (straf)zaak is geëindigd met een transactie die aan GS Media c.s. is opgelegd.

2.3.

[gedaagde] is eveneens een bekende Nederlander. Hij heeft in 2017 aan journalisten gemeld dat hij het idee had om poppen van menselijk formaat, die in China werden gemaakt, te gaan importeren. Hij wilde een soort poppenhuis gaan maken met replica’s van bekende mensen. Hij heeft ook verteld dat hij er aan dacht om een sekspop te laten maken die leek op [eiseres] . Hierover zijn artikelen verschenen in Panorama, Story en in overige bladen, terwijl er ook aandacht aan werd besteed door RTL Boulevard, SBS shownieuws en door overige programma’s.

2.4.

[gedaagde] heeft over zijn voornemen en het bekend maken daarvan geen overleg gevoerd met [eiseres] .

2.5.

In een artikel van de Story van 27 februari 2018 staat onder meer het volgende:
Dolenthousiast vertelt [gedaagde] aan Story: “Als iemand het verdient om nagemaakt te worden, is het [eiseres] wel. Ik ben er honderd procent van overtuigd dat ze als sekspop een doorslaand verkoopsucces gaat opleveren. (…).” De verwachting is dat de [naam pop] (opmerking rechtbank: dit is de naam die [gedaagde] aan de pop heeft gegeven) in de loop van volgende week (…) zal aankomen. (…) de kopers kunnen gerust zijn over alle mogelijkheden die de [naam pop] heeft (…) Ook zal ze geleverd worden met drie verwarmingselementen zodat de lichaamsholtes verwarmd kunnen worden (…). De [naam pop] kan zelfs plassen, want er is ruimte voor maar liefst twee liter vloeistof, die uiteraard ook verwarmd kan worden ! (…)”

2.6.

Bij brief van 28 februari 2018 heeft de toenmalige raadsman van [eiseres] aan [gedaagde] het volgende bericht: “(…) Sinds korte tijd duiken er berichten op in de media dat u voornemens zou zijn een sekspop te produceren en op de markt zou brengen die het uiterlijk van mijn cliënte zou hebben, althans op haar zou lijken. Tevens zou de naam refereren aan dan wel gelijk zijn aan de naam van mijn cliënte. Namens cliënte wijs ik u erop dat u inbreuk maakt op de rechten van cliënte, waaronder het portretrecht, wanneer u daadwerkelijk tot productie en het op de markt brengen van deze pop zou overgaan. Daarnaast maakt u inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer en tast u haar eer en goede naam aan (…).” In deze brief wordt [gedaagde] verder gesommeerd uiterlijk 2 maart 2018 om 12.00 uur te verklaren dat hij aan zijn voornemen geen gevolg zal geven en in het openbaar zijn excuses aan te bieden. Tevens wordt een schadevergoeding van € 30.000,00 gevorderd.

2.7.

[gedaagde] heeft aan de raadsman van [eiseres] laten weten dat hij niet tot verdere productie en het op de markt brengen van de sekspop zal overgaan.

2.8.

In een artikel dat op de website van omroep Brabant op 1 maart 2018 verscheen staat het volgende:

“ [gedaagde] wilde een sekspop van [eiseres] maken omdat hij naar eigen zeggen zo’n groot fan van haar is. (…) “Ik dacht dat ze het een eer zou vinden. Ik wilde het eerste exemplaar aan haarzelf overhandigen.” De entertainer had [eiseres] niet van tevoren ingelicht. Wel heeft hij al een prototype laten maken die nu naar hem wordt verscheept. “(…) Ik dacht, ze zit financieel in zwaar weer dus dit komt goed uit. En wat is er mooier dat iemand iets leuks met je kan doen terwijl je 68 bent? Ze had hier geld aan kunnen verdienen. En als ze het idee van een sekspop niks had gevonden, konden we de gaten wellicht dicht lijmen.” Of het naïef was om het plan publiek te opperen nog voordat hij [eiseres] zelf op de hoogte bracht?

“Ik had haar reactie anders ingeschat, maar misschien was het een beetje naïef. Nu blijft het prototype in ieder geval in de doos. Maar ik ga geen excuses maken of geld betalen voor mijn goede intenties.”

2.9.

In een video die [gedaagde] op 2 maart 2018 op zijn Facebookaccount heeft gezet, zegt hij: “Ik moest antwoord geven op de brief van de advocaat. (…) Het is allemaal toch een beetje een misverstand. Ik had gehoopt dat je heel erg blij met de [naam pop] zou zijn, maar dat is helaas niet het geval. Soms kan je dingen doen waarvan je denkt je maakt er iemand blij mee en achteraf blijkt dat toch heel anders te zijn. Ik had een andere bedoeling ermee en ook dat je er een beetje geld aan zou verdienen ook. De pop blijft in de doos en wordt niet openbaar gemaakt.” [gedaagde] zegt verder dat hij niet op de vordering ingaat en dat hij ook geen excuses gaat aanbieden.

2.10.

In een artikel gepubliceerd op de website van Omroep Brabant van 5 maart 2018 is onder meer een deeplink naar een video op de Facebookaccount van [gedaagde] opgenomen. Daarin geeft [gedaagde] opnieuw een reactie op de sommatie en zegt onder meer: “Ik wil je een bos rozen aanbieden. Je hebt voor jouw gevoel iets meegemaakt wat je liever niet mee zou willen maken. Er komt geen sekspop. Ik wilde je alleen verrassen maar die verrassing vond je niet leuk.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat, na vermindering van eis, [gedaagde] te veroordelen:

1. tot betaling van een bedrag van € 15.000,00, vermeerderd met rente,

2. om binnen 48 uur na het vonnis via een publicatie in de landelijke media te verklaren dat [eiseres] niets van doen heeft en heeft gehad met de productie en het voornemen van het op de markt brengen van de sekspop, en waarin hij openlijk zijn excuses aanbiedt voor zijn onrechtmatig handelen/ de inbreuk die hij heeft gemaakt op de rechten van [eiseres] , onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 te vermeerderen met € 1.000,00 voor iedere dag dat hij hiermee in gebreke blijft,

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld. Zij voert daartoe het volgende aan. [gedaagde] heeft zijn voornemen om een sekspop te produceren en op de markt te brengen die sterk op [eiseres] zou lijken en vrijwel dezelfde naam zou hebben publiekelijk bekend gemaakt. Dit deed hij juist op een gevoelig moment voor [eiseres] , namelijk toen het Openbaar Ministerie bekend maakte dat het tot vervolging zou overgaan, waarmee de nieuwsgaring rond [eiseres] rondom de seksueel getinte video, die net was geluwd, weer op gang kwam. [gedaagde] heeft daarmee de goede naam en faam van [eiseres] aangetast. Nadat [gedaagde] door de toenmalig advocaat van [eiseres] gesommeerd was zijn onrechtmatig handelen te eindigen is hij scrupuleus verder gegaan met het uitbuiten van de bekendheid van [eiseres] . Hij bleef stelselmatig beeldmateriaal publiceren waarin [eiseres] min of meer belachelijk door hem wordt gemaakt. [eiseres] verwijst naar een aantal publicaties die zij als producties 1 tot en met 6 in het geding heeft gebracht. [eiseres] heeft door het handelen van [gedaagde] schade geleden. Juist toen zij psychisch weer een beetje begon op te krabbelen en er aarzelend weer een aantal opdrachten binnen kwam, verscheen [eiseres] wederom, geheel buiten haar toedoen en geheel tegen haar wil, negatief in de publiciteit. Dit alles aldus [eiseres] .

3.3.

[gedaagde] voert daartegen het volgende aan. Hij heeft in 2017 aan journalisten gemeld dat hij het idee had om poppen van menselijk formaat, die in China werden gemaakt, te gaan importeren. Hij wilde een soort poppenhuis gaan maken met replica’s van bekende mensen. Hij heeft ook verteld dat hij er aan dacht om sekspoppen te laten maken die leken op [naam bekende nederlander] en [eiseres] . Het is echter slechts bij een idee gebleven. Hij heeft zijn voornemen nooit tot uitvoer gebracht. Hij heeft overigens nooit aan de media gemeld dat [eiseres] bij zijn idee betrokken was geweest of dat hij met [eiseres] omtrent zijn idee al contact had gehad met [gedaagde] . Het komt [gedaagde] voor dat [eiseres] zelf wilde bereiken dat de media haar aandacht zouden geven, hetgeen niet te rijmen is met haar stelling dat zij juist door dit soort publiciteit psychische schade lijdt. Na de sommatie heeft [gedaagde] aan de advocaat te kennen gegeven dat hij de pop niet zou produceren of laten produceren en ook niet op de markt zou brengen. Verder gaf hij aan dat hij onverplicht zijn excuses zou maken en dat hij onverplicht aan de media zou melden dat hij geen pop met de gelijkenis van [eiseres] zou produceren en ook niet op de markt zou brengen. Hij nam aan dat hiermee “de zaak” was afgedaan. [gedaagde] betwist dat [eiseres] schade heeft geleden en anders is de schade te verwaarlozen geweest. De schade is in zijn geheel niet onderbouwd. Er is geen enkel bewijs dat [eiseres] psychisch heeft geleden. Een verklaring van een psycholoog of psychiater ontbreekt. Ook ontbreekt het causaal verband tussen de eventuele psychische schade en het handelen van [gedaagde] . Als er al schade is, komt dit naar alle waarschijnlijkheid door de plassekszaak, waar [gedaagde] geheel buiten staat. Bovendien heeft [eiseres] altijd zelf haar seksleven naar buiten gebracht. [gedaagde] betwist verder dat hij de goede naam en faam van [eiseres] heeft aangetast. Door de plassexzaak en door het zelf naar buiten brengen van publicaties over haar seksleven, was er immers geen sprake meer van een goede naam. Dit alles aldus [gedaagde] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Allereerst zal de rechtbank de vraag beantwoorden of de uitlatingen door [gedaagde] in de media over [eiseres] onrechtmatig zijn geweest. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat [gedaagde] recht heeft op vrijheid van meningsuiting. Hij mag dus allerlei inlichtingen verstrekken en ideeën verspreiden. Maar dat recht vindt zijn beperking als de verspreiding daarvan een onrechtmatige daad tegenover een ander oplevert.

4.2.

Enerzijds staat vast dat [gedaagde] de pop zelf nooit heeft getoond of op de markt heeft gebracht. Hij heeft slechts de suggestie gewekt dat hij dat ging doen en dat heeft hij openbaar gemaakt. Hij heeft vervolgens (na de sommatie door [eiseres] ) bekend gemaakt dat de pop er niet zou komen. Ook valt in de desbetreffende artikelen niet te lezen dat hij heeft gesuggereerd dat [eiseres] bij idee was betrokken. Daar staat tegenover dat [gedaagde] in de pers uitvoerig uit de doeken heeft gedaan hoe de sekspop eruit zou komen te zien, en daarbij heeft hij ook gewezen op de holtes die de pop zou bevatten en de aandacht gevestigd op het feit dat de pop ook zou kunnen plassen. Verder heeft hij gesuggereerd dat hij [eiseres] met de sekspop een plezier zou doen en dat zij daar ook een aardig centje aan zou kunnen verdienen. De rechtbank verwijst naar de uitlatingen die [gedaagde] in de pers heeft gedaan die zijn aangehaald in punt 2.5, 2.8 en 2.9 van dit vonnis. De rechtbank beschouwt dergelijke uitlatingen beledigend en onnodig krenkend voor [eiseres] .

4.3.

Daarbij komt het volgende. Hoewel [gedaagde] in deze procedure heeft aangevoerd dat het alleen bij een idee is gebleven, heeft hij in de media de indruk gewekt dat de pop al klaar was. In het artikel op de website van Omroep Brabant (aangehaald in punt 2.8.) staat dat hij al een prototype heeft laten maken. Hoewel dat niet letterlijk is opgetekend uit de mond van [gedaagde] , heeft hij daar ook geen afstand van genomen. Op zijn Facebookaccount heeft hij gezegd dat de pop in de doos blijft (punt 2.9). Ook dat suggereert dat de pop al klaar was.

Verder heeft [gedaagde] zijn voornemen openbaar gemaakt zeer kort nadat [eiseres] opnieuw geconfronteerd werd met publiciteit rondom het videomateriaal dat over haar was verspreid. Hij heeft daarmee misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin [eiseres] al verkeerde.

Bovendien was voor [gedaagde] heel eenvoudig geweest om eerst even bij [eiseres] te checken of zij het een goed idee vond. Hij heeft dat niet gedaan, maar heeft zonder haar erin te kennen de media gezocht.

Tot slot hebben de mededelingen van [gedaagde] geen enkel algemeen belang gediend. Hij heeft uitsluitend voor zijn eigen commercieel belang en publicitaire doel de mededelingen naar buiten gebracht.

4.4.

Dit alles leidt tot het oordeel dat [gedaagde] de goede naam en eer van [eiseres] heeft aangetast. Dit is onrechtmatig. Het verweer van [gedaagde] dat [eiseres] haar goede naam al had verloren, wordt verworpen. Een ieder heeft recht op bescherming van zijn goede naam. Dat geldt dus ook (en in sommige gevallen zelfs juist) in het geval dat die naam in het verleden ook al was aangetast.

4.5.

Op grond van het bepaalde in art. 6:106 BW onder b heeft een benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, indien hij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Bij de vaststelling van de omvang van de vergoeding naar billijkheid moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van het geval. Relevante omstandigheden zijn: de mate waarin de benadeelde is getroffen, de aard van de aan de gedaagde verweten gedraging (mate van verwijtbaarheid), de aard van de aansprakelijkheid en de economische omstandigheden van beide partijen. Ook moet rekening worden houden met bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.

4.6.

Ten aanzien van de mate waarin [eiseres] is getroffen neemt de rechtbank in aanmerking dat de pop niet daadwerkelijk op de markt is gebracht. Het is gebleven bij uitlatingen die [gedaagde] daarover heeft gedaan.

Ten aanzien van de verwijtbaarheid wordt overwogen dat [gedaagde] misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin [eiseres] na verspreiding van de plasseksvideo verkeerde, uitsluitend met het doel om zijn eigen commerciële belang en publicitaire doel te dienen.

Voor de aard van de aansprakelijkheid geldt dat [gedaagde] opzettelijk de publiciteit heeft gezocht terwijl hij zich op zijn minst had moeten realiseren dat dit ten koste zou gaan van de eer en goede naam van [eiseres] . Op de zitting heeft hij nog te kennen gegeven dat hij alleen maar vragen van de pers heeft beantwoord en niet zelf het idee van een sekspop heeft geopperd. Dit is echter tegenstrijdig met zijn conclusie van antwoord waarin hij heeft gesteld dat hij de media heeft verteld dat hij er aan dacht om een sekspop van [eiseres] te maken. Bovendien heeft hij nooit enige afstand genomen van de mededelingen dat de sekspop zijn eigen idee was.

Met betrekking tot de economische omstandigheden van partijen heeft [eiseres] naar voren gebracht dat [gedaagde] een zeer vermogend man is en dat de hoogte van de schadevergoeding daarop moet worden afgestemd, omdat die anders een onvoldoende afschrikwekkend effect zou hebben. Deze, door [gedaagde] weersproken, stelling wordt echter verder niet onderbouwd. Bovendien is de schadevergoeding bedoeld om het leed dat [eiseres] is aangedaan, enigszins te verzachten, en is deze niet zozeer punitief van karakter.

Met betrekking tot de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend zal de rechtbank allereerst acht slaan op het in punt 2.2. aangehaalde vonnis, waarbij aan [eiseres] een schadevergoeding van € 30.000,00 is toegekend. Daarbij was echter sprake van een aanmerkelijk grovere inbreuk op de rechten van [eiseres] dan in dit geval. In een zaak waarbij in een tijdschriftartikel zeer negatief over een fotomodel werd geschreven (in die zin dat zij een bekende vastgoedondernemer zou chanteren en een sekswerkertje werd genoemd) is een schadevergoeding toegekend van € 2.500,00 (ECLI:NL:RBAMS:2014:3095), en in een zaak waarin de voormalig buurman van een tv-presentatrice een aantal naaktfoto’s en een compromitterend filmpje van haar heeft gehackt en verspreid is een schadevergoeding van
€ 3.000,- toegekend (ECLI:NL:RBNEE:2014:2592). Tot slot is in een zaak waarbij compromitterende foto’s van een fotomodel op een website toegankelijk zijn gemaakt een schadevergoeding toegekend van € 5.000,00 (ECLI:NL:RBAMS:2013:4771).

4.7.

Al deze omstandigheden in aanmerking genomen, komt de rechtbank tot het oordeel dat in dit geval een schadevergoeding van € 2.000,00 billijk is.

4.8.

Met betrekking tot de gevorderde publicatie dat [eiseres] niets van doen heeft en heeft gehad met de productie en het voornemen van het op de markt brengen van de sekspop , heeft [eiseres] gesteld dat bij vluchtig lezen van de artikelen de indruk kan ontstaan dat [eiseres] daar zelf bij betrokken was. Voor toewijzing van de vordering moet echter vast staan dat [gedaagde] zelf die suggestie heeft gewekt. Gesteld noch gebleken is dat hij dat gedaan heeft. Daarom is die vordering niet toewijsbaar.

4.9.

Met betrekking tot de gevorderde openlijke excuses overweegt de rechtbank dat het in rechte afdwingen van (schriftelijke) excuses niet mogelijk is. Excuses geven uiting aan persoonlijke gevoelens van spijt, welke naar hun aard niet bij vonnis kunnen worden afgedwongen. Ook die vordering zal niet worden toegewezen.

4.10.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiseres] op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 99,91

- overige explootkosten 0,00

- griffierecht 895,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 922,00 (2,0 punten × tarief € 461,00)

Totaal € 1.916,91

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding van

€ 2.000,00 (tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag met ingang van 2 maart 2018 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.916,91, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2019.