Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:356

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
7194875 \ CV EXPL 18-5681
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

bestuurdersaansprakelijkheid, feitelijk bestuurder, lege BV, banknummer

De samenvatting: De feitelijk bestuurder van twee B.V.’s, heeft aan eisende partij een viertal opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van vertaalwerkzaamheden. Hij heeft hiermee onrechtmatig gehandeld omdat hij wist of had behoren te weten dat de B.V.’s hun betalingsverplichtingen niet zouden na komen en geen verhaal zouden bieden voor de ten gevolge hiervan door de contractspartij te lijden schade. Bij een B.V. was het namelijk onzeker of er een banknummer verstrekt zou worden en of er wel daadwerkelijk betalingen verricht zouden kunnen worden vanuit die B.V.. Voor de andere B.V. geldt dat de bestuurder een lege B.V. heeft laten deelnemen aan het economisch verkeer en hiermee het risico heeft gelopen dat deze B.V. haar verplichtingen niet kan nakomen. Hiermee heeft hij willens en wetens eiseres benadeeld en valt hem een persoonlijk verwijt te maken. De feitelijk bestuurder is daarom in privé aansprakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/343
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 7194875 \ CV EXPL 18-5681

Vonnis van 31 januari 2019

in de zaak van:

de besloten vennootschap Translation Office B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

1 de besloten vennootschap BitBanQ.nl B.V. h.o.d.n. Bitbanqi.nl,

2. de besloten vennootschap Cerise Holding B.V.,

beiden gevestigd te Veldhoven

3. [gedaagde sub 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

4. de besloten vennootschap NFP Garden B.V. h.o.d.n. Bitfindr,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

5. de besloten vennootschap [gedaagde sub 5] Beheer B.V.,

gevestigd te [woonplaats] ,

6. [gedaagde sub 6] ,

7. [gedaagde sub 7] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna genoemd “Translation Office” en “BitBanQ”, “Cerise”, “ [gedaagde sub 3] ”, “Bitfindr”, “ [gedaagde sub 5] Beheer”, “ [gedaagde sub 6] ”, “ [gedaagde sub 7] ” en waar gedaagden gezamenlijk worden bedoeld, worden zij aangeduid als “gedaagden”.

1 Het verdere verloop van het geding

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

 het tussenvonnis van 27 september 2018 waarbij een zitting (“comparitie van partijen”) is gelast;

 de aanvullende productie van de zijde van Translation Office;

 de aantekeningen van de griffier van de zitting van 4 december 2018 waarbij [gedaagde sub 7] is verschenen namens alle gedaagden.

1.2.

Tot slot is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 3] is bestuurder van Cerise en is middellijk bestuurder van BitBanQ.

2.2.

[gedaagde sub 5] Beheer is bestuurder van Bitfindr.

2.3.

[gedaagde sub 6] is bestuurder van [gedaagde sub 5] Beheer en geregistreerd partner van [gedaagde sub 7] .

2.4.

[gedaagde sub 7] is feitelijk bestuurder van BitBanQ, Cerise, Bitfindr en [gedaagde sub 5] Beheer. Tevens is hij geregistreerd partner van [gedaagde sub 6] .

2.5.

Translation Office heeft voor voornoemde werkzaamheden een viertal facturen met een totale hoogte van € 2.685,40 gestuurd. Deze facturen zijn door gedaagden onbetaald gelaten.

3 Het geschil

3.1.

Translation Office vordert bij vonnis, voor het geheel uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

  1. gedaagden hoofdelijk te veroordelen om aan Translation Office tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 3.146,79, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 2.685,40 vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag van algehele voldoening;

  2. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten;

Subsidiair:

A. BitBanQ, Cerise en [gedaagde sub 3] hoofdelijk te veroordelen om aan Translation Office tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van

€ 1.652,90 te vermeerderen met een bedrag van € 247,94 aan buitengerechtelijke incassokosten en verder te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de respectievelijke factuurbedragen, te rekenen vanaf de respectieve factuurvervaldata tot de dag van de algehele voldoening;

Bitfindr, [gedaagde sub 5] Beheer en [gedaagde sub 6] hoofdelijk te veroordelen om aan Translation Office tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.032,50 te vermeerderen met een bedrag van € 154,88 aan buitengerechtelijke incassokosten en verder te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de respectievelijke factuurbedragen, te rekenen vanaf de respectieve factuurvervaldata tot de dag van de algehele voldoening;

[gedaagde sub 7] hoofdelijk te veroordelen om aan Translation Office tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.146,79 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 2.685,40 vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag van algehele voldoening;

gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten

3.2.1.

Translation Office legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. [gedaagde sub 7] heeft Translation Office opdrachten gegeven om vertaalwerkzaamheden uit te voeren. Translation Office heeft deze opdrachten naar tevredenheid uitgevoerd en gefactureerd. [gedaagde sub 7] heeft met betrekking tot factuur 18700480 aangegeven dat deze op naam van BitBanQ gezet kan worden zodat BitBanQ nu aangesproken kan worden tot betaling van deze factuur. De opdracht die ten grondslag ligt aan factuur 18700446 is gegeven door [gedaagde sub 7] vanaf het e-mailadres van BitBanQ zodat BitBanQ ook voor deze factuur aangesproken kan worden. Met betrekking tot factuur 18700482 heeft [gedaagde sub 7] aangegeven dat deze op naam van Bitfindr gezet kan worden zodat Bitfindr tot betaling aangesproken kan worden. De opdracht die ten grondslag ligt aan factuur 18700485 is door [gedaagde sub 7] gegeven vanaf het e-mailadres van Bitfindr zodat zij ook gehouden is deze factuur te betalen.

3.2.2.

[gedaagde sub 5] Beheer is de bestuurder van Bitfindr en [gedaagde sub 6] is de middellijk bestuurder van Bitfindr. [gedaagde sub 5] Beheer en [gedaagde sub 6] waren op de hoogte van het verstrekken van de opdrachten en hebben ook van de resultaten geprofiteerd. Zodoende zijn [gedaagde sub 5] Beheer en [gedaagde sub 6] hoofdelijk aansprakelijk voor een bedrag van € 1.032,50

3.2.3.

[gedaagde sub 7] is hoofdelijk aansprakelijk omdat hij als feitelijk bestuurder namens BitBanQ, Cerise, Bitfindr en [gedaagde sub 5] Beheer gehandeld heeft. Hij heeft toegelaten en bewerkstelligd dat voornoemde partijen hun verplichtingen jegens Translation Office niet nakomen. [gedaagde sub 7] is voor de gehele vordering aansprakelijk omdat hem een ernstig verwijt gemaakt kan worden, namelijk onzorgvuldig handelen jegens Translation Office. Hij wist of had redelijkerwijs behoren te begrijpen dat door zijn handelswijze BitBanQ, Cerise, Bitfindr en [gedaagde sub 5] Beheer hun verplichtingen niet na zouden (kunnen) komen. [gedaagde sub 7] heeft om de dienstverlening van Translation Office verzocht en is daarmee aan te merken als mede-opdrachtgever. Het is [gedaagde sub 7] ernstig te verwijten dat hij heeft nagelaten om contact op te nemen met Translation Office na de ontvangst van de diverse aanmaningen.

3.2.4.

Omdat gedaagden te laat zijn met betalen, zijn zij ook de wettelijke handelsrente verschuldigd. Deze bedraagt tot de dag der dagvaarding € 67,85. Daarnaast zijn zij ook buitengerechtelijke incassokosten met een hoogte van € 393,54 verschuldigd.

3.3.

Gedaagden voeren het volgende verweer. Het was de bedoeling dat BitBanQ opdrachtgever zou zijn maar de Nederlandse Bank en de AFM hebben de naam van deze B.V. afgewezen waardoor deze geen banknummer heeft en geen activiteiten verricht. Deze B.V. zou zich bezig gaan houden met de handel in cryptocurrencies. De activiteiten zouden overgenomen worden door Bitfindr. De facturen zijn onbetaald gelaten omdat de Poolse handelspartner waarmee Bitfindr in een joint venture is gestapt, in strijd met gemaakte afspraken, geen klanten meer heeft aangeleverd vanwege het instorten van de Bitcoinmarkt. [gedaagde sub 7] betwist hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor de vordering. Er is geen sprake van fraude.

4 De beoordeling

BitBanQ en Bitfindr

4.1.

In het mondeling antwoord en ter comparitie heeft [gedaagde sub 7] erkend dat hij – als bevoegd bestuurder - vier opdrachten voor het verrichten van vertaalwerkzaamheden heeft verstrekt aan Translation Office. Hij heeft in zijn mondeling antwoord verklaard dat Bitfindr heeft te gelden als opdrachtgever voor al die opdrachten. Weliswaar zijn de eerste twee opdrachten namens BitBanQ verstrekt maar omdat de Nederlandse Bank en de AFM de naam van deze BV hebben afgewezen, heeft BitBanQ geen activiteiten verricht en beschikt zij ook niet over een banknummer. Ter comparitie heeft [gedaagde sub 7] verklaard dat het kan zijn dat hij Bitfindr contractueel heeft gebonden voor het geheel. Het kan ook zijn dat hij BitBanQ en Bitfindr contractueel heeft gebonden voor elk twee opdrachten. Uiteindelijk heeft [gedaagde sub 7] geconcludeerd dat het alleen om Bitfindr gaat als opdrachtgever.

4.2.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde sub 7] heeft erkend dat hij (aanvankelijk) namens BitBanQ twee opdrachten heeft verstrekt aan Translation Office. Voorts staat vast dat hij aan Translation Office kenbaar heeft gemaakt dat BitBanQ haar contractspartij is en eveneens vast staat dat BitBanQ als rechtspersoon nog bestaat. Dat zij geen activiteiten (meer) verricht, doet daar niet aan af en dat zij geen bankrekeningnummer heeft evenmin.

De kantonrechter concludeert op basis van voorgaande feiten dat BitBanQ jegens Translation Office contractueel verplicht is tot betaling van de facturen 18700480 en 18700446. Nu vast staat dat BitBanQ de facturen onbetaald heeft gelaten, is de vordering (subsidiair onder A) toewijsbaar op grond van een toerekenbare tekortkoming. Voor een hoofdelijke veroordeling van BitBanQ voor het geheel is naar het oordeel van de kantonrechter geen deugdelijke grondslag gegeven. Gesteld noch gebleken is dat BitBanQ enige bemoeienis heeft gehad met de opdrachten die zijn gegeven namens Bitfindr. De enkele omstandigheid dat de BV’s aan elkaar gelieerd zijn, is voor een hoofdelijke aansprakelijkheid onvoldoende.

4.3.

De kantonrechter stelt vervolgens vast dat [gedaagde sub 7] heeft verklaard dat Bitfindr (thans) moet worden beschouwd als opdrachtgever voor alle vier de opdrachten. Deze verklaring heeft hij ter comparitie – na enige aarzeling – gehandhaafd. Onduidelijk is gebleven op basis waarvan Bitfindr beschouwd zou moeten worden als opdrachtgever voor het geheel. Gelet op de stellingen van [gedaagde sub 7] en dat wat ter zitting is toegelicht, komt de kantonrechter tot de conclusie dat Bitfindr niet alleen contractueel verplicht is om de facturen 18700482 en 1800485 te voldoen. Zij heeft ook te gelden als hoofdelijk medeschuldenaar voor de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomsten van opdracht die [gedaagde sub 7] namens BitBanQ heeft gesloten met Translation Office. De kantonrechter stelt hierbij voorop dat [gedaagde sub 7] heeft erkend dat hij – als bevoegd bestuurder - namens BitBanQ twee opdrachten aan Translation Office heeft verstrekt. Vast staat dat hij nimmer aan Translation Office kenbaar heeft gemaakt dat BitBanQ niet langer als haar contractspartij heeft te gelden. Dat er sprake is van een contractsovername als bedoeld in artikel 6:159 BW kan alleen om die reden al niet worden aangenomen. De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde sub 7] met zijn verklaring omtrent de omvang van de verplichting van Bitfindr heeft bedoeld te stellen dat Bitfindr het op zich heeft genomen om de betalingsverplichting van BitBanQ jegens Translation Office met toepassing van artikel 6:30 BW aan Translation Office te voldoen. Gelet hierop acht de kantonrechter de primaire vordering A jegens Bitfindr toewijsbaar.

Aansprakelijkheid Cerise, [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 5] Beheer en [gedaagde sub 6]

4.4.

Wat deze gedaagden betreft, is onvoldoende gesteld om te oordelen dat er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. Van bestuurdersaansprakelijkheid is namelijk (pas) sprake als een bestuurder van een vennootschap een verplichting aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor ten gevolge van wanprestatie te lijden schade. De bestuurder is persoonlijk aansprakelijk wanneer hem persoonlijk een ernstig verwijt treft. Dit is bijvoorbeeld het geval als de tekortkoming in de nakoming door de vennootschap ten tijde van het aangaan van de verplichting voorzienbaar was. Dat de onder dit kopje genoemde personen en/of rechtspersonen enige wetenschap hadden van de verstrekte opdrachten en/of de betalingsonmacht is gesteld noch gebleken. Daarom is het gestelde onrechtmatig handelen door deze (rechts)personen niet komen vast te staan. De vorderingen, die zijn ingesteld tegen deze gedaagden, zullen dus worden afgewezen.

Aansprakelijkheid [gedaagde sub 7]

4.5.

Ter zitting heeft Translation Office toegelicht dat zij [gedaagde sub 7] aansprakelijk houdt op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Uit dat wat hiervoor is overwogen volgt dat vast staat dat [gedaagde sub 7] – als bevoegd bestuurder - namens BitBanQ twee opdrachten verstrekt heeft aan Translation Office. Uit de stellingen van [gedaagde sub 7] ter zitting blijkt vervolgens dat tijdens het verstrekken van deze opdrachten de zaken binnen BitBanQ nog niet goed geregeld waren. Er moest nog toestemming verkregen worden van de Nederlandse Bank en de AFM voor de naam van de B.V. en die toestemming was een vereiste om een banknummer te verkrijgen, zo heeft [gedaagde sub 7] verklaard. Toen de toestemming werd geweigerd, zijn of konden er geen activiteiten meer worden verricht door BitBanQ, aldus [gedaagde sub 7] . Wat daar verder ook van zij, uitgaande van de stellingen van [gedaagde sub 7] moet geconcludeerd worden dat [gedaagde sub 7] bewust een risico heeft genomen door verplichtingen namens BitBanQ aan te gaan, voordat hij ervan verzekerd was dat deze vennootschap binnen de geldende regels aan het rechtsverkeer zou kunnen deelnemen. [gedaagde sub 7] had moeten beseffen dat de kans aanwezig was dat de vereiste toestemming door de Nederlandse Bank en/of de AFM zou worden onthouden, mede gelet op de risicovolle financiële markt waarop hij zich met BitBanQ wilde begeven (de cryptocurrency markt). Nu het gevolg van de onthouden toestemming kennelijk is dat er geen banknummer kan worden verstrekt, had [gedaagde sub 7] kunnen en/of moeten voorzien dat er vanuit BitBanQ geen betalingen verricht zouden kunnen worden als de toestemming niet zou worden verleend. [gedaagde sub 7] heeft verklaard dat BitBanQ uiteindelijk nooit tot leven is gekomen omdat (of nadat) er geen goedkeuring door de Nederlandse Bank en de AFM was verstrekt. Voor zover het weigeren van de toestemming elke activiteit onmogelijk maakte, geldt dat [gedaagde sub 7] zich van dit risico bewust had behoren te zijn en had moeten beseffen dat BitBanQ haar betalingsverplichtingen jegens Translation Office niet zou kunnen nakomen. Voor zover het niet tot leven komen van de vennootschap een keuze is geweest van [gedaagde sub 7] als feitelijk bestuurder van BitBanQ, heeft hij met die keuze Translation Office willens en wetens benadeeld. De kantonrechter concludeert op grond van dat wat hiervoor is overwogen dat [gedaagde sub 7] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Translation Office door het verstrekken van de opdrachten, terwijl hij wist of had behoren te weten dat er een grote kans was dat BitBanQ haar betalingsverplichtingen niet zou kunnen nakomen en vervolgens geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge hiervan door haar contractspartij te lijden schade.

Op basis van dat wat hiervoor is overwogen, oordeelt de kantonrechter tevens dat de tekortkoming in de nakoming door BitBanQ ten tijde van het geven van de opdrachten voorzienbaar was. [gedaagde sub 7] treft, als feitelijk bestuurder van BitBanQ, dus een persoonlijk ernstig verwijt en hij is daarom in privé aansprakelijk.

4.6.

Ook ten aanzien van Bitfindr staat vast dat [gedaagde sub 7] heeft gehandeld als feitelijk bestuurder. Ter comparitie heeft [gedaagde sub 7] verklaard dat Bitfindr een lege B.V. is en dat er geen middelen voor handen zijn om de facturen van Translation Office te betalen. De kantonrechter is van oordeel dat een feitelijk bestuurder, die een lege BV laat deelnemen aan het economisch verkeer, moet beseffen dat deze vennootschap zijn verplichtingen niet zal kunnen nakomen en ook geen verhaal zal bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade. Dat [gedaagde sub 7] dit zich realiseert, is ter zitting voldoende duidelijk geworden. Hij heeft erkend dat in géén van de gedaagde vennootschappen, waarvan hij feitelijk bestuurder is, geld zit. Naar zijn zeggen is dit allemaal het gevolg van het instorten van de cryptocurrency markt, waarop zijn vennootschappen actief zouden zijn. Uit door Translation Office overgelegde stukken valt echter op te maken dat [gedaagde sub 7] een dubieuze reputatie heeft als ondernemer. Het lijkt niet de eerste keer te zijn dat rekeningen niet voldaan zijn met als argument dat er tegenslag is opgetreden. Wat daar verder ook van zij, in deze procedure staat als onvoldoende weersproken vast dat [gedaagde sub 7] door opdrachten te geven namens een lege vennootschap de wederpartij van deze vennootschap willens en wetens heeft benadeeld. Hiervan is hem een persoonlijk verwijt te maken. [gedaagde sub 7] is daarom in privé aansprakelijk voor de gevolgen van de toerekenbare tekortkoming van Bitfindr. (vergelijk ECLI:NL:GHLEE:2009:BI3432).

4.7.

Voor zover [gedaagde sub 7] zich erop heeft willen beroepen dat de tekortkoming in de nakoming ten tijde van het aangaan van de verplichtingen niet voorzienbaar was omdat hij meende in de cryptocurrency markt (veel) geld te kunnen verdienen met BitBanQ en/of Bidfindr en hij het instorten van de Bitcoinmarkt niet heeft kunnen of hoeven voorzien, is de kantonrechter van oordeel dat deze (mogelijke) veronderstellingen hem niet kunnen baten. Hierbij tekent ze aan dat [gedaagde sub 7] willens en wetens een risico heeft genomen door bedrijven op te richten die zich bezighouden met het handelen in producten waarvan bekend is dat deze een hoog speculatief karakter hebben. Daarbij geldt verder dat opdrachten verstrekt zijn, zonder dat de benodigde formaliteiten om te kunnen handelen al waren vervuld. Conclusie is dat er door [gedaagde sub 7] , namens de genoemde vennootschappen, verplichtingen zijn aangegaan zonder dat hij wist of er daadwerkelijk inkomsten te generen zouden zijn. Het onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 7] staat met al dat wat hiervoor is overwogen vast.

4.8.

Op grond van het voorgaande is [gedaagde sub 7] als feitelijk bestuurder van BitBanQ en Bitfindr aansprakelijk voor betaling van de openstaande facturen. De vordering tegen [gedaagde sub 7] tot betaling van het geheel zal dan ook worden toegewezen.

Wettelijke rente

4.9.

Tegen de gevorderde wettelijke handelsrente is geen afzonderlijk verweer gevoerd zodat deze zal worden toegewezen over de bedragen die BitBanQ en Bitfindr zullen moeten betalen. Ten aanzien van het bedrag dat [gedaagde sub 7] verschuldigd is, zal de wettelijke rente als bedoeld in 6:119 BW worden toegewezen. Het gaat in dit laatste geval immers om een veroordeling op grond van onrechtmatig handelen (bestuurdersaansprakelijkheid). Wettelijke handelsrente is een schadevergoeding die slechts kan worden toegewezen bij vertraging in de voldoening van een geldsom, voortspruitend uit een handelsovereenkomst.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.10.

De kantonrechter stelt vast dat Translation Office voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, die qua hoogte zijn gebaseerd op de in het Besluit buitengerechtelijke incassokosten opgenomen staffel, worden daarom toegewezen.

Proceskosten

4.11.

BitBanQ, Bitfindr en [gedaagde sub 7] worden als de (in overwegende mate) in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt BitBanQ hoofdelijk om aan Translation Office te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de som van € 1.652,90, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de respectievelijke factuurvervaldata tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt BitBanQ hoofdelijk om aan Translation Office te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de som van € 247,94 aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt Bitfindr hoofdelijk om aan Translation Office te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de som van € 3.146,79, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over

€ 2.685,40 vanaf de respectievelijke factuurvervaldata tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt [gedaagde sub 7] hoofdelijk om aan Translation Office te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de som van € 3.146,79, te vermeerderen met de wettelijke rente over

€ 2.685,40 vanaf de respectievelijke factuurvervaldata tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt BitBanQ, Bitfindr en [gedaagde sub 7] hoofdelijk in de kosten van de procedure, aan de zijde van Translation Office tot heden begroot op € 189,39 aan explootkosten, € 476,00 aan griffierecht en € 420,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);

verklaart dit vonnis, voor zover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen – van Eeden, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2019.