Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:2868

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-05-2019
Datum publicatie
20-05-2019
Zaaknummer
C/01/346144 / KG ZA 19-240
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Executiegeschil. Uitleg boetebeding in vaststellingsovereenkomst. Schorsing executie en opheffing gerechtelijke bewaring. Opheffen beslagen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/346144 / KG ZA 19-240

Vonnis in kort geding van 10 mei 2019

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AES MEDICAL SUPPORT B.V.,

gevestigd te Vlierden,

3. de vennootschap naar Belgisch recht

AES MEDICAL SUPPORT BELGIUM B.V.B.A.,

gevestigd te Antwerpen (België),

eisers,

advocaat mr. Th.S.A. Berkhout te Deurne,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMBULANCE NL B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. N.M.J.H. van den Bogaard te Tiel.

Eisers zullen hierna respectievelijk [eiser sub 1] , AES B.V. en AES B.V.B.A. worden genoemd. Eisers zullen gezamenlijk AES c.s. genoemd worden.

Gedaagde zal Ambulance NL genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 6 mei 2019 met 12 producties

  • -

    de brief van mr. Van den Bogaard d.d. 7 mei 2019 met 3 producties

  • -

    de brief van mr. Berkhout d.d. 8 mei 2019 met producties 13 tot en met 16

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de spreekaantekeningen van mr. Berkhout

  • -

    de pleitnota van mr. Van den Bogaard

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

AES c.s. houden zich onder meer bezig met het verzorgen van medische en ambulancezorg tijdens evenementen.

2.2.

Ambulance NL biedt een franchiseformule aan en sluit in dat kader overeenkomsten met franchisenemers.

2.3.

Ambulance NL heeft in 2018 met AES c.s. een aantal (franchise)overeenkomsten gesloten waarin een concurrentie- en relatiebeding was opgenomen.

2.4.

Tussen partijen is een geschil ontstaan over het concurrentie- en relatiebeding en de vraag of AES c.s. die bedingen hadden overtreden en boetes hadden verbeurd.

2.5.

Het geschil heeft geleid tot een kort geding bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank (zaaknummer / rolnummer C/01/3432878 / KG ZA 19-91), waarin Ambulance NL in conventie kort gezegd nakoming van het concurrentie- en relatiebeding heeft gevorderd alsmede een voorschot op de boete en AES c.s. in reconventie kort gezegd schorsing van de bedingen en matiging van de boete hebben gevorderd.

2.6.

Op 1 april 2019 heeft de mondelinge behandeling van het kort geding plaatsgevonden. Partijen hebben bij die gelegenheid aangegeven dat zij een regeling wilden treffen. Daarbij was met name de verdeling van de relaties een heikel punt.

2.7.

Het kort geding is aangehouden en partijen hebben in de week na de mondelinge behandeling een vaststellingsovereenkomst opgesteld met als bijlage een lijst waarop is aangegeven hoe de relaties tussen partijen worden verdeeld.

2.8.

Op 8 april 2019 is de mondelinge behandeling van het kort geding voortgezet. De vaststellingsovereenkomst en bijlage zijn als regeling aan het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehecht en partijen hebben hun vorderingen over en weer ingetrokken.

2.9.

In de vaststellingsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

4. het is Partijen verboden, direct of indirect, gedurende een periode van 2 (twee) jaren na 16 november 2018 en derhalve tot 17 november 2020 op enigerlei wijze zakelijke en/of andere contacten aan te gaan of te onderhouden met relaties van de andere partij, tenzij de andere partij daartoe schriftelijk toestemming heeft gegeven.

6. Indien een partij in strijd handelt met het onder randnummer 4 genoemde verbod en/of het onder randnummer 8 bepaalde, verbeurt die partij ten behoeve van de andere partij een direct – zonder verdere sommatie of ingebrekestelling – opeisbare boete van € 15.000,-- (vijftienduizend euro) per overtreding alsmede € 1.000,-- (duizend euro) per dag, een gedeelte van een dag te rekenen als een gehele dag, dat hij in overtreding is, onverminderd het recht van de andere partij om volledige schadevergoeding van de overtredende partij te vorderen.

8. Partijen sturen uiterlijk op 15 april 2019 het volgende e-mail bericht aan de aan de betreffende partij toebedeelde relaties, ten bewijze waarvan de andere partijen in de cc van dit bericht staan opgenomen:

Beste [NADER INVULLEN relatie],

Via deze weg berichten wij (ondergetekenden) u dat Ambulance NL als franchisegever en Ambulance Event Service, AES Medical Support B.V. en AES Medical Support Belgium B.V.B.A. als franchisenemers, officieel hun samenwerking per 16 november 2018 hebben beëindigd en de afronding van hun franchiserelatie op 8 april 2019 hebben voltooid.

Ter afwikkeling van de franchiserelatie hebben partijen afspraken gemaakt over de relatiebestanden en de wijze waarop u zo goed mogelijk, zowel nu als in de toekomst, bediend kan worden.

Voor u betekent dit dat u vanaf heden voor al uw vragen en verzoeken terecht kunt bij [NADER INVULLEN partij] via [NADER INVULLEN contactgegevens].

Uiteraard wordt continuïteit van de dienstverlening aan u gewaarborgd. Wij zien uit naar een prettige verdere samenwerking met u.

Hartelijke groet,

[naam medewerker Ambulance NL]

(Ambulance NL)

en

[eiser sub 1]

2.10.

Bij deurwaardersexploten van 23 april 2019 heeft Ambulance NL het proces-verbaal van 9 april 2019 aan AES betekend met bevel om kort gezegd tot 17 november 2020 geen contacten te onderhouden met relaties van Ambulance NL en om onmiddellijk het in randnummer 8 van de vaststellingsovereenkomst bedoelde e-mailbericht te sturen aan de aan AES c.s. toebedeelde relaties.

2.11.

AES c.s. heeft vervolgens op 25 april 2019 alsnog een 17-tal relaties de in randnummer 8 van de vaststellingsovereenkomst bedoelde e-mail verstuurd.

2.12.

Bij deurwaardersexploten van 25 april 2019 heeft Ambulance NL aan AES c.s. bevel gedaan tot betaling van een bedrag van € 459.000,-- aan verbeurde boetes. AES c.s. zou ten aanzien van 27 relaties niet zou hebben voldaan aan het bevel om de in randnummer 8 van de vaststellingsovereenkomst bedoelde e-mail te sturen.

2.13.

AES c.s. hebben betwist dat zij een bedrag van € 459.000,-- aan boetes hebben verbeurd.

2.14.

Partijen zijn er niet in geslaagd in onderling overleg tot een oplossing te komen.

2.15.

Bij brief van 30 april 2019 hebben AES c.s. op hun beurt Ambulance NL gesommeerd om het in randnummer 8 van de vaststellingsovereenkomst bedoelde e-mailbericht te sturen aan de aan haar toebedeelde relaties en dat AES c.s. aanspraak maken op een door Ambulance NL verbeurde boete van in totaal € 30.000,--.

2.16.

Op 1 en 2 mei 2019 heeft Ambulance NL ten laste van AES c.s. executoriaal beslag gelegd op banktegoeden van AES c.s. en op roerende zaken van AES c.s.. een deel van die roerende zaken is in gerechtelijke bewaring genomen, te weten een tweetal ambulances, een personenauto, een motorfiets en een monitor op wielen. Het gaat om zaken die door AES c.s. worden gebruikt in het kader van haar bedrijfsvoering.

3 Het geschil

3.1.

AES vordert samengevat – om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. de op of omstreeks 1 en 2 mei 2019 ten laste van AES c.s. gelegde executoriale beslagen op te heffen;

II. Ambulance NL te veroordelen om zich in de toekomst te onthouden van het leggen van executoriaal beslag op basis van het proces-verbaal van 8 april 2019;

Subsidiair:

I. Ambulance NL te veroordelen om de op of omstreeks 1 en 2 mei 2019 ten laste van c.s. gelegde executoriale beslagen met onmiddellijke ingang op te heffen en opgeheven te houden en Ambulance NL te veroordelen de opheffing aan de derdenbeslagene bekend te maken binnen één dag na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 50.000,-- per dag;

II. Ambulance NL te veroordelen zich in de toekomst te onthouden van het leggen van executoriaal beslag op basis van het proces-verbaal van 8 april 2019;

Meer subsidiair:

Het primair en subsidiair gevorderde toe te wijzen onder de voorwaarde dat AES c.s. € 18.000,-- althans een door de voorzieningenrechter te bepalen zekerheid stelt;

Ambulance NL te veroordelen in de proceskosten inclusief de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

AES c.s. leggen daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

Ambulance NL maakt ten onrechte aanspraak op een bedrag van € 459.000,-- aan verbeurde boetes. Ambulance NL geeft namelijk een onjuiste uitleg aan het boetebeding in randnummer 6 van de vaststellingsovereenkomst. Ambulance NL stelt ten onrechte dat voor elke relatie die niet (tijdig) het in artikel 8 bedoelde e-mailbericht is verzonden een boete van € 15.000,-- wordt verbeurd. Dat is niet wat partijen hebben bedoeld. Bij overtreding van randnummer 8 kan slechts eenmaal een boete van € 15.000,-- worden verbeurd, te vermeerderen met € 1.000,-- per dag.

AES c.s. hebben daarom hoogstens een boete van € 15.000,-- verbeurd, vermeerderd met 3 maal € 1.000,--, dus in totaal € 18.000,--.

AES c.s. betwisten daarnaast dat zij 27 relaties niet (tijdig) hebben gemaild. Het gaat om 17 relaties.

Het is ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid om aanspraak te maken op een boetebedrag van € 459.000,--. Er is geen sprake van kwade opzet aan de zijde van AES c.s. [eiser sub 1] is de relaties simpelweg vergeten te mailen in verband met drukke werkzaamheden. Het had op de weg gelegen van Ambulance NL om daarover contact op te nemen met AES c.s. zeker nu zij weet dat [eiser sub 1] moeite heeft op zijn zaken administratief goed op orde te houden. AES c.s. hebben hun fout ook meteen hersteld door alsnog de relaties te mailen. Ambulance NL heeft er ook geen schade door geleden.

AES c.s. doen daarnaast een beroep op matiging van de boete op grond van artikel 6:94 lid 1 BW indien de uitleg van het boetebeding van Ambulance NL wordt gevolgd. Onverkorte toepassing leidt tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. Er is sprake van een wanverhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete.

Daarnaast geldt dat Ambulance NL zelf in gebreke is ten aanzien van 7 relaties om de e-mail te sturen.

Omdat de bedrijfsvoering van AES c.s. door de executoriale beslagen nagenoeg volledig wordt stilgelegd hebben zij een spoedeisend belang bij het gevorderde.

3.3.

Ambulance NL voert daartegen, zakelijk weergegeven, het volgende verweer.

Ambulance NL legt het boetebeding wel juist uit. De relaties zijn voor beide partijen van essentieel belang voor hun bedrijfsvoering. Het ligt dan voor de hand dat daarom per relatie een boete van € 15.000,-- wordt verbeurd.

Ambulance NL betwist dat AES c.s. 17 in plaats van 27 relaties niet tijdig heeft gemaild.

Het boetebeding is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Het is door partijen in onderling overleg ten overstaan van een rechter overeengekomen. Over de boete is ook uitdrukkelijk onderhandeld.

Het is aan AES c.s. zelf te wijten dat de boete zo hoog is opgelopen. Zij had eenvoudig zorg moeten dragen voor het e-mailen van de relaties. Daar heeft zij voldoende tijd voor gehad.

Het is ook redelijk om daar een boete aan te koppelen omdat begroten van de schade lastig is. Het versturen van de e-mail is van essentieel belang omdat daarmee de relaties overgaan naar de andere partij.

Van een wanverhouding tussen de boete en de schade is geen sprake.

Er bestaat geen grond om de boete te matigen. Het boetebeding is op initiatief van AES c.s. opgesteld en de boete is niet onredelijk hoog.

Ambulance NL maakt ook geen misbruik van bevoegdheid door executiemaatregelen te nemen. De bedrijfsvoering van AES c.s. komt niet in gevaar. Van een noodtoestand is geen sprake.

De primaire vordering tot opheffing van het beslag is onvoldoende bepaald.

De vordering tot een verbod op het leggen van toekomstige beslagen is niet onderbouwd en ook onredelijk.

Een bedrag van € 18.000,-- aan zekerheid staat niet in verhouding tot het boetebedrag.

Dit kort geding is het gevolg van het nalaten van AES c.s. zodat zij in de proceskosten moeten worden veroordeeld.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank is op grond van de forumkeuze in artikel 11 van de vaststellingsovereenkomst bevoegd. Ingevolge artikel 10 van de vaststellingsovereenkomst is Nederlandse recht van toepassing.

4.2.

Het spoedeisend belang aan de zijde van AES is evident. Zij wordt als gevolg van de beslagen en gerechtelijke bewaring beperkt in haar bedrijfsvoering.

4.3.

Onderdeel I van de primaire vordering strekt tot opheffing van de door Ambulance NL ten laste gelegde executoriale beslagen. Het verweer van Ambulance NL dat die vordering onvoldoende bepaald is faalt. Het is voldoende duidelijk welke beslagen worden bedoeld, namelijk alle beslagen die Ambulance NL in het kader van de executie van het proces-verbaal van 8 april 2019 ten laste van AES c.s. heeft gelegd.

4.4.

Volgens vaste jurisprudentie is het aan de executant om aannemelijk te maken dat dwangsommen zijn verbeurd. Bij die hoofdregel dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval aansluiting te worden gezocht bij beantwoording van de vraag of AES c.s. de door Ambulance NL gestelde boetes heeft verbeurd. Dat betekent dat het op de weg van Ambulance NL ligt om aannemelijk te maken dat de boetes zijn verbeurd nu dat door AES c.s. wordt betwist.

4.5.

Vast staat dat AES c.s. niet hebben voldaan aan het bepaalde in randnummer 8 van de vaststellingsovereenkomst. Zij erkennen dat zij een 17-tal relaties niet tijdig hebben ge-maild. Dat zou namelijk pas op 25 april zijn gebeurd, nadat Ambulance NL daartoe bevel had gedaan. Dat AES c.s. boetes hebben verbeurd is daarmee voldoende aannemelijk. De vraag is alleen voor welk bedrag. Los van de vraag of AES c.s. 17 relaties of, zoals Ambulance NL stelt, 27 relaties niet of niet tijdig heeft gemaild, is tussen partijen in geschil hoe het boetebeding in randnummer 6 van de vaststellingsovereenkomst moet worden uitgelegd. AES stelt dat dit aldus moet worden uitgelegd dat slechts eenmaal een boete van € 15.000,-- kan worden verbeurd indien een partij in strijd handelt met het in randnummer 8 bepaalde, ongeacht het aantal relaties dat niet (tijdig) is gemaild. Dus ook indien 17 relaties niet tijdig zijn gemaild, geldt dat volgens AES c.s. als één overtreding. Ambulance NL betwist de juistheid van die uitleg. Zij stelt dat met het boetebeding is bedoeld dat elke relatie die niet (tijdig) wordt gemaild geldt als een overtreding en dus een boete oplevert van € 15.000,--.

4.6.

Uitgangspunt bij de uitleg van een vaststellingsovereenkomst is dat het niet alleen gaat om de tekst en de betekenis die daaraan moet worden gegeven, maar ook om datgene wat partijen hebben bedoeld en wat zij over en weer over elkaars bedoelingen hebben mogen begrijpen. Uitleg dient dus te geschieden aan de hand van het Haviltex-criterium. Dat het verdelen van de relaties de kern van de vaststellingsovereenkomst vormt en dat de relaties voor partijen essentieel zijn voor hun bedrijfsvoering, is duidelijk. Dat rechtvaardigt echter nog niet zonder meer de conclusie dat dus ook bedoeld is om elke te late e-mail te bestraffen met een boete van € 15.000,--. Zoals AES c.s. terecht stellen lijken de gevolgen van het te laat verzenden van de e-mails op het eerste gezicht namelijk niet bijzonder ernstig. Partijen dienden ingevolge het bepaalde in randnummer 8 ieder de relaties aan te schrijven die aan hen zelf werden toebedeeld. De relaties die door AES c.s. niet (tijdig) zijn aangeschreven zijn dus relaties die aan henzelf zijn toebedeeld. De gevolgen van het niet tijdig aanschrijven van die relaties lijken voor Ambulance NL dan ook mee te vallen.

4.7.

Wat partijen precies hebben bedoeld met het boetebeding kan door de voorzieningenrechter niet eenvoudig worden vastgesteld. Dat vergt een nader onderzoek naar de feiten waarvoor een kort geding zich niet goed leent. De kwestie rond de uitleg van het boetebeding leent zich dan ook veel beter voor behandeling in een bodemprocedure. De voorzieningenrechter ziet op dit moment ook geen concrete noodzaak om daarop vooruit te lopen gelet op de geringe ernst van de overtredingen. Niet valt in te zien waarom Ambulance NL niet eerst de uitkomst van een dergelijke bodemprocedure zou kunnen afwachten alvorens de executie door te zetten.

4.8.

Daar komt nog bij dat onduidelijk is in hoeverre Ambulance NL zelf boetes heeft verbeurd omdat zij niet heeft voldaan aan het bepaalde in randnummer 8. AES c.s. stellen dat Ambulance NL zelf ook een zevental relaties niet (tijdig) heeft gemaild en maakt ter zake aanspraak op verbeurde boetes. AES c.s. hebben de relaties ook met naam genoemd. Ambulance NL heeft slechts in algemene zin betwist dat zij boetes heeft verbeurd.

4.9.

Slotsom is dat voldoende aannemelijk is dat AES c.s. boetes hebben verbeurd. Onduidelijk is alleen voor welk bedrag. Ambulance NL heeft aldus belang bij handhaving van de gelegde beslagen. De kans bestaat enerzijds dat het door AES verbeurde boetebedrag het door AES gestelde bedrag van € 18.000,-- ruimschoots zal overstijgen, zodat van Ambulance NL niet gevergd kan worden dag zij de genoegen neemt met een zekerheidstelling door AES c.s. voor dat bedrag en de beslagen opheft zoals door AES c.s. meer subsidiair is gevorderd. De voorzieningenrechter ziet op dit moment daarom geen aanleiding om de door Ambulance NL gelegde beslagen op te heffen. Anderzijds is het mogelijk dat het door AES c.s. verschuldigde boetebedrag per saldo, ervan uitgaande dat Ambulance NL mogelijk zelf ook boetes heeft verbeurd, ruimschoots onder de € 18.000,-- of zelf op nihil zal uitkomen. De voorzieningenrechter zal de executie daarom schorsen in afwachting van de beslissing van de bodemrechter zodat Ambulance NL voorlopig geen verdere executiemaatregelen kan nemen.

4.10.

Daarnaast zal de voorzieningenrechter de gerechtelijke bewaring van de roerende zaken opheffen. AES c.s. hebben een zwaarwegend belang om over de zaken te kunnen beschikken. Zij hebben namelijk onweersproken gesteld dat zij deze nodig hebben in het kader van hun bedrijfsvoering. Thans maken zij naar eigen zeggen noodgedwongen gebruik van gehuurde materialen om aan hun verplichtingen jegens relaties te kunnen voldoen. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van feiten of omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat AES c.s. de roerende zaken aan het beslag zullen onttrekken en voor Ambulance NL zoek zullen maken. Het belang van Ambulance NL bij de handhaving van de bewaring lijkt dan ook gering en weegt niet op tegen het belang van AES c.s. bij opheffing daarvan.

4.11.

Voor het opleggen van een algeheel verbod aan Ambulance NL om executoriaal beslag te leggen uit hoofde van het proces-verbaal van 8 april 2019 bestaat geen grond. Zoals Ambulance NL terecht stelt heeft het boetebeding ook betrekking op andere verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst zodat zij er belang bij heeft dat zij zo nodig bij andere overtredingen executiemaatregelen tegen AES c.s. kan treffen. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanmelding om te veronderstellen dat Ambulance NL haar executiebevoegdheid zal gaan misbruiken.

4.12.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

schorst de tenuitvoerlegging van het proces-verbaal van de zitting gehouden op 8 april 2019 in het kort geding met zaaknummer / rolnummer C/01/343287 / KG ZA 19-91 voor zover deze betrekking heeft op het innen van boetes uit hoofde van het in randnummer 6 van de aan dat proces-verbaal gehechte vaststellingsovereenkomst neergelegde boetebeding wegens overtreding van het bepaalde in randnummer 8 van de vaststellingsovereenkomst, tot dat de bodemrechter heeft vastgesteld welk bedrag aan boetes AES c.s. ter zake hebben verbeurd,

5.2.

heft op de gerechtelijke bewaring van de roerende zaken waarop bij deurwaardersexploot van 2 mei 2019 door Ambulance NL ten laste van AES c.s. executoriaal beslag is gelegd,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2019.