Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:2543

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-05-2019
Datum publicatie
07-05-2019
Zaaknummer
01/997616-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In het door verdachte bewoonde chalet zijn diverse wapens aangetroffen. Daaronder bevonden zich twee gebruiksklare vuurwapens die onder onmiddellijk handbereik waren. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/997616-16

Datum uitspraak: 07 mei 2019

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1946] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 april 2019. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 januari 2019. Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 december 2016 te Kerkdriel, een of meer wapens en/of munitie van categorie III, te weten

  • -

    een vuurwapen (pistool) (FN High Power, kaliber 9 mm) (goednummer 1112655) en/of

  • -

    een vuurwapen (pistool) (Glock 19, kaliber 9mm) (goednummer 1112650) en/of

  • -

    23, althans een of meerdere patro(o)n(en) (S&B 9 mm, kaliber 9mm luger) (goednummer(s) 1112772 en 1112777) en/of

  • -

    16, althans een of meerdere patro(o)n(en) (Fiocchi 9 mm, kaliber 9mm luger) (goednummer(s) 1112769 en 1112775) en/of

een of meer wapens van categorie II, te weten

  • -

    2, althans een of meerdere busje(s) pepperspray/traangas, zijnde een voorwerp dat bestemd is voor het treffen van personen met (een) verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) (goednummer(s) 1113255 en 1113260) en/of

  • -

    een stroomstootwapen/taser, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht (goednummer 1113264),

voorhanden heeft gehad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.

  • -

    het relaas van [verbalisant 1] , pag. 85 t/m 90,

  • -

    het relaas van [verbalisant 2] , pag. 185 t/m 192,

  • -

    het relaas van [verbalisant 3] , pag. 133 t/m 137 en

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 april 2019 afgelegd.

Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 14 december 2016 te Kerkdriel wapens en munitie van categorie III, te weten

  • -

    een vuurwapen, pistool, FN High Power, kaliber 9 mm (goednummer 1112655) en

  • -

    een vuurwapen pistool, Glock 19, kaliber 9mm (goednummer 1112650) en

  • -

    23 patronen, S&B 9 mm, kaliber 9mm luger, (goednummers 1112772 en 1112777) en

  • -

    16 patronen, (Fiocchi 9 mm, kaliber 9mm luger, (goednummers 1112769 en 1112775) en

wapens van categorie II, te weten

  • -

    2 busjes pepperspray/traangas, zijnde telkens een voorwerp dat bestemd is voor het treffen van personen met een verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stof (goednummers 1113255 en 1113260) en

  • -

    een stroomstootwapen/taser, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht (goednummer 1113264),

voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft bepleit verdachte te veroordelen tot een taakstraf eventueel aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Strafverzwarende omstandigheden

Bij de doorzoeking van het door verdachte bewoonde chalet zijn diverse wapens en munitie aangetroffen. Onder die wapens bevonden zich twee gebruiksklare vuurwapens die onder onmiddellijk handbereik waren. Alle aangetroffen munitie was van een voor de vuurwapens geschikt kaliber. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens en munitie brengt grote veiligheidsrisico's met zich mee en vormt vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting een maatschappelijk kwaad dat zwaar dient te worden bestraft.

In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank voorts mee dat verdachte deze wapens en munitie naar eigen zeggen reeds geruime tijd tot zijn beschikking had en dat hij op geen enkel moment gedurende die periode ervoor heeft gekozen om zich van die wapens en munitie te ontdoen, hoewel hij daartoe voldoende gelegenheid heeft gehad. Gelet op de plaatsen waar de wapens zijn aangetroffen, acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte een gebruiksklaar wapen binnen handbereik wilde hebben. Dat is een zeer zorgelijke situatie, die de rechtbank verdachte ernstig aanrekent.

Redelijke termijn

Het recht van verdachte op een eerlijke en openbare behandeling van deze zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM, is geschonden. De rechtbank heeft daarbij tot uitgangspunt genomen dat de redelijke termijn is aangevangen op 14 december 2016. Op deze dag vond een doorzoeking plaats van het chalet waarin verdachte verbleef. Hij is die dag in verzekering gesteld op verdenking van witwassen. Dit onderzoek had betrekking op vier verdachten. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat het tijdsverloop niet geheel of gedeeltelijk is toe te rekenen aan de officier van justitie of dat dient te worden afgeweken van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaren bedraagt.

Ten tijde van de uitspraak is de termijn van twee jaar met bijna vijf maanden overschreden.

Nu dit voor een deel samenhangt met het complexe witwasonderzoek waarvan ook verdachte onderwerp was en waarvan niet kan worden gezegd dat er geen enkele aanleiding bestond om ook verdachte hierin te betrekken, zal de rechtbank volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is geschonden.

De strafmodaliteit

De verdediging heeft bepleit verdachte tot een taakstraf te veroordelen eventueel aangevuld met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de hoeveelheid wapens en munitie die bij verdachte is aangetroffen en het feit dat verdachte gebruiksklare vuurwapens onder onmiddellijk handbereik had liggen, is de rechtbank echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. Een taakstraf, ook niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, zou geen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde.

De rechtbank zal een gedeelte van deze gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Daarmee wil de rechtbank enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds voorkomen dat verdachte opnieuw zal overgaan tot het aanschaffen van (vuur)wapens of tot het plegen van een ander strafbaar feit.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Conclusie

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat passend en geboden is verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en

26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

en

handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie.

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf

 een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot drie maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.H.J.J. van de Wetering, voorzitter,

mr. E.M. Vermeulen en mr. R. van den Munckhof, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 7 mei 2019.

1 Tenzij anders vermeld wordt bij de aanduiding van de bewijsmiddelen verwezen naar de paginanummers uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD kantoor Eindhoven, dossiernummer 6060476, onderzoek Doetinchem, afgesloten op 16 augustus 2017.