Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:2444

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-05-2019
Datum publicatie
02-05-2019
Zaaknummer
01/860278-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de grootschalige productie van amfetamine door zijn schuur te verhuren aan personen die daar vervolgens een laboratorium hebben opgebouwd.

De rechtbank veroordeelt verdachte hiervoor tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en tot gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/860278-18

Datum uitspraak: 2 mei 2019

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [plaatsnaam] op [1988] ,

wonende te [postcode] , [straatnaam 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 april 2019, 2 april 2019, 3 april 2019 en 18 april 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 februari 2019.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 4 april 2018 te [pleegplaats] ( [gemeente] ),in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van

Nederland brengen van een of meer middel(en) vermeld op lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

-(telkens) een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die

feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om

daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen te verschaffen en/of

- (telkens) zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te

verschaffen en/of

- (telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of

zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden, dat die

bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij verdachte en/of zijn mededader(s):

- (een) loods(en), althans ruimte(s)/ schu(u)r(en), gehuurd en/of laten huren en/of gebruikt en/of laten gebruiken voor de productie van synthetische drugs en/of

-een of meer voertuigen gehuurd en/of geregeld om chemicaliën en/of grondstoffen en/of hardware te vervoeren en/of

- hardware, onder andere ketels gefabriceerd en/of laten fabriceren en/of

-chemicalien en/of grondstoffen, onder andere methanol en/of APAA(N) en/of formamide en/of zoutzuur en/of zwavelzuur en/of hardware,onder andere ketels en/of drukvaten en/of glaswerk en/of kookplaten voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s)

wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd

was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis en het feit dat voor een deel dezelfde overwegingen in de zaken van de medeverdachten zullen worden gehanteerd, zal de rechtbank in navolgende bewijsoverwegingen verdachte en de medeverdachten bij hun achternamen noemen.

Inleiding.

In oktober 2017 is onder leiding van het Openbaar Ministerie door de politie eenheid Oost-Brabant een opsporingsonderzoek gestart onder de naam [naam onderzoek] . Dit onderzoek werd onder andere opgestart naar aanleiding van TCI-meldingen met betrekking tot [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in relatie tot onder andere de productie van synthetische drugs. Er zijn diverse bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet, waarbij het onderzoek zich in beginsel richtte op [medeverdachte 1] . Gedurende het onderzoek komen diverse locaties en medeverdachten in beeld.

Het opsporingsonderzoek heeft uiteindelijk geleid tot een actiedag op 4 april 2018 waarbij de diverse in beeld gekomen locaties worden betreden. Eén van die locaties is een schuur te [pleegplaats] , een dorp in Friesland. Er wordt een laboratorium in aanbouw aangetroffen voor de vervaardiging van synthetische drugs. Ook op andere locaties worden druggerelateerde goederen en stoffen in beslag genomen. Verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [verdachte] worden die dag aangehouden.

Verdachte wordt – kort gezegd – beschuldigd van het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op de productie van amfetamine.

Het standpunt van de officier van justitie.

Op de in het schriftelijk requisitoir uitgewerkte gronden heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank tot een bewezenverklaring zal komen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft op gronden zoals vermeld in zijn schriftelijke pleitnota betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank. 1

De bewijsmiddelen:

het proces-verbaal bevindingen ondersteuning LFO opgemaakt door [verbalisant 1] op 15 mei 2018, pag. 792 en 794 tot en met 796, onder meer inhoudende:

Op woensdag 4 april 2018 heb ik (…) ondersteuning verleend bij de doorzoeking van een boerderij gelegen aan de [straatnaam 1] te [pleegplaats] . (…) De goederen zijn nader onderzocht, geïnventariseerd, gefotografeerd en deels bemonsterd. Hierbij is het unieke sporen identificatie nummer (SIN) vermeld.

A: Ruimte na binnenkomst

SIN LFO- Omschrijving

code

Al

Doorzichtige slang

A2

6x zwart 220L schroefdekselvat

A3

5x blauw 220L klemdekselvat

A4

25x witte, lege. schone 20L jerrycans met zwarte dop

A5

129x witte, lege, schone 20L jerrycans zonder dop

A6

4x gasbrander waarvan 2x in doos

A7

Bak met wateraansluitingen, tas met daarin divers elektrisch schakelmateriaal en vloeistofpompen, waterpompen

A8

Bak met diverse gereedschappen t.b.v. wateraansluiting, tape, spanbanden

A9

Bak met slangenklemmen en vuilniszakken

A10

Doos met diverse water- en gasaansluitingen

A11

Kist met waterpompen en bevestigingsmaterialen

A12

Rollen gele en groene slang en oranje gasslang

A13

Tas met elektra aansluitingen en steelpan

A14

Bezemstelen, rol gaas en slangenklemmen

Al5

9x branders met brandersteun. in doos

B: ruimte rechts

SIN LFO- Omschrijving

code

B1 Afzuiging

C: Labruimte

SIN LFO- Omschrijving

code

Cl

RVS kookketel, ovaal van vorm.

hoogte 82cm, breedte 115cm, lengte 220cm

C2

220L blauw dopvat, verzegeld, zonder etiket, geheel gevuld met heldere kleurloze vloeistof.

C3

Zwarte versterkte slang

C4

RVS ring met 10 gaten, 0int 49,5cm,0ext 60cm

C5

RVS ring zonder gaten, 0int 61,5cm, 0ext 90cm

C6

Diverse gasslangen

C7

2Force compressor

C8

Luchtgasslang haspel

C9

RVS ketel met aftap en rondpompmogelijkheid met rubberen afdekring, gemodificeerd deksel voor 220L klemdekselvat, en verhoging op bodem t b.v. plaatsing van het 220L klemdekselvat.

C10

3x koolstoffilter

C11

Gasflessen, 5x 46,5kg en 9x 18kg

C12

2x Vloeistofpomp Lutz

AAEJ1514NL

C13

4x IBC l 000L, etiketten Hydrochloric Acid. Allen geheel gevuld en verzegeld

C14

Verrijdbare tafel met gaten, vermoedelijk t.b.v. scheitrechters. Op tafel lag gereedschap en 2x ventilator

C15

9x gemodificeerde watertank, vermoedelijk om te gebruiken als scheitrechter

Cl6

Verrijdbare tafel met gaten en erop diverse gereedschappen. Idem C14

C17

4x RVS Au bain-marie bak. Voorzien van diverse inlaten en aftappunten. Afmetingen 90cm hoog excl. pootjes, pootjes 20cm, afmetingen buitenmaat l 30x70cm, binnenmaat 125x65cm .

C18

Idem C9, en deze heeft een 220L klemdekselvat erin staan. Vat ruikt naar amfetamine.

C19

Waterslanghaspel

C20

7x flexibele buis t.b.v. afzuiging, ongebruikt. 7x 0 26cm, 2x 0 32cm

C21

Stapel van 16 emmers, 20L

C22

Rol elektriciteitsdraad

AAEJ1516NL

C23

3x 220L dopvat, waarvan één met etiket Formamida, allen geheel gevuld en verzegeld.

C24

2Force compressor

C25

12x oranje trechter

C26

2 bakken met handschoenen, maat L en XL, rode handschoenen en zwarte chemiehandschoenen

C27

3x zeef

C28

Bakies met stiften, zaklampjes , batterijen. gereedschapsklemmen

C29

pH meter

C30

Pot kogellagervet

C31

2x kabelhaspelautomaat

C32

4x LED bouwlamp en 1 kleintje, merk Diamant

C33

Maatbekers: 40x 5000ml, 20x 3000ml, 12x 2000ml, 16x 1000ml

C34

4 pollepel

C35

6x TL balk en elektra buizen

C36

4x opgehangen koolstoffilters, niet aangesloten.

(…)

De ruimten A, B en C zijn bestemd voor, en deels ingericht voor de vervaardiging c.q. bewerking van synthetische drugs.

Ruimte C is enerzijds deels ingericht voor het op zeer grote schaal omzetten van een pre precursor naar BenzylMethylKeton (BMK). (…)

Ruimte C is anderzijds ingericht om uitgaande van, de ter plaatse vervaardigde, BMK met behulp de aangetroffen 800 liter Formamide op zeer grote schaal amfetamine te vervaardigen middels de Leuckart synthese. (…)

Formamide en zoutzuur en zijn beide chemicaliën die gebruikt worden bij de productie van amfetamine. Formamide wordt gebruikt bij de 1e kookstap van amfetamine. Zoutzuur bij het

omzetten van een pre-precursor in de grondstof BMK, en bij de 2e kookstap van amfetamine.

het rapport drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [straatnaam 1] te [pleegplaats] , 4 april 2018, zaaknummer 2018.04.11.196, d.d. 8 mei 2018, pag. 810, onder meer inhoudende:

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat

Kenmerk

Omschrijving

Resultaat

AAEJ1514NL/

C13

monster kleurloze vloeistof, volgens opgave “4 x IBC 1000L, etiket Hydrochloric Acid. Allen geheel gevuld en verzegeld.”

bevat zoutzuur

AAEJ1516NL/

C23

monster kleurloze vloeistof, volgens opgave “3 x 220L dopvat, waarvan één met etiket Formamida, allen geheel gevuld en verzegeld.”

bevat formamide

een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 4 april 2018, pag. 419 tot en met 421, onder meer inhoudende:

Ik woon (…) in [pleegplaats] aan de [straatnaam 1] . (…)Ik ben wel eens om het hok heen gelopen maar ik kon helemaal niks zien. De man had er een groot slot omheen gedaan. (…) In de loods zitten wel ramen maar daar hadden ze luxaflex voor gedaan. Er zit een tussendeur tussen mijn schuur en hun schuur zodat ze niet in mijn schuur konden komen. Maar ik kwam er ook al achter dat er van de andere kant een houten plank gemonteerd was. Ik kon niet meer door de kier kijken. (…) Ik vond het al vreemd dat hij zo aan de deur kwam, maar ja toen bood hij dat geld aan en ik deed niks met dat hok. (…) Het was ergens in januari dat hij aan de deur kwam. (…) Begin februari heb ik de loods verhuurd. Daarvoor heb ik de loods helemaal leeggemaakt en ik heb een afvoer aangelegd zodat de man zijn handen kon wassen. (…) Ik had duidelijk gezegd dat het niet voor illegale doeleinden moest zijn en zeker geen wietkwekerij want dat zou ik ook snel genoeg door hebben.

Bewijsoverweging

Wat betreft het tenlastegelegde verdient het opmerking dat onder het bereik van artikel 10a van de Opiumwet onder meer vallen het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van een strafbaar feit. Hoewel deze gedragingen in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht als ‘medeplichtigheidshandelingen’ worden gezien, kunnen deze gedragingen op grond van artikel 10a van de Opiumwet worden gekwalificeerd als het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen. Dit is een op zichzelf staand strafbaar feit waaraan verdachte zich in de ogen van de rechtbank schuldig heeft gemaakt door de schuur te blijven verhuren c.q. ter beschikking te stellen en niet in grijpen terwijl hij willens en wetens de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid van een drugslab heeft aanvaard. De rechtbank leidt dit af uit de volgende feiten en omstandigheden.

Uit het strafdossier volgt dat verdachte een deel van een schuur aan een hem tot dan onbekende persoon heeft verhuurd. De verdachte vond het vreemd dat de man daarvoor ineens aan zijn deur stond. Hij vond het nodig te benadrukken dat de huurder geen hennepkwekerij in de schuur mocht opbouwen. Door de huurder is vervolgens een groot slot aangebracht op de toegangsdeur van de schuur waardoor verdachte de schuur niet meer in kon. De verdachte verklaart dat hij niet meer in de schuur kon kijken, doordat er luxaflex voor de ramen is gehangen. Ook is er een houten plank gemonteerd bij een tussendeur tussen de schuur en een ruimte in gebruik bij verdachte. De verdachte verklaart dat hier een kier was. Door de plank kon verdachte niet meer in het verhuurde deel van de schuur kijken.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat het niet anders kan dan dat verdachte zich ervan bewust is geweest dat wat in de loods gebeurde het daglicht niet kon verdragen. Desondanks heeft hij deze situatie laten voortduren terwijl hij daar op eenvoudige wijze, bijvoorbeeld door het inschakelen van de politie, een einde aan had kunnen maken.

Dit alles in samenhang beschouwend, is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in het door hem verhuurde deel van de schuur een laboratorium werd opgebouwd voor het produceren van synthetische drugs. De rechtbank benadrukt daarbij dat zij uit de voor het bewijs gebezigde verklaring van verdachte, in het bijzonder het onderdeel dat hij had gezegd dat het niet voor illegale doeleinden moest zijn, mede de bewustheid van deze aanmerkelijke kans afleidt, maar dat die verklaring niet meebrengt dat het verdachte heeft ontbroken aan de wil om die kans te aanvaarden.

Vrijspraak medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van verdachte moet van voldoende gewicht zijn.

De rechtbank heeft met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte vastgesteld dat hij de schuur heeft verhuurd. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte verder enige betrokkenheid heeft gehad bij de opbouw van het laboratorium.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten. Daarom spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde medeplegen.

Pleegperiode

Verdachte verklaart dat er medio januari 2018 iemand aan zijn deur stond om de schuur te huren en dat hij daarna nog werkzaamheden heeft verricht om de schuur gereed te maken voor de verhuur die inging per 1 februari 2018. Gelet op deze verklaring acht de rechtbank de periode van 1 januari 2018 tot en met 4 april 2018 wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor het produceren van synthetische drugs in de periode gelegen tussen 1 januari 2018 en 4 april 2018, zoals in de bewezenverklaring hieronder is opgenomen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

in de periode van 1 januari 2018 tot en met 4 april 2018 te [pleegplaats] ( [gemeente] ), om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer anderen gelegenheid en middelen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, hebbende hij:

- een loods, laten huren en laten gebruiken voor de productie van synthetische drugs,

waarvan verdachte ernstige redenen had te vermoeden, dat die bestemd was tot het plegen van die feiten.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van de verdachte heeft verzocht de strafmaat te matigen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van de grootschalige productie van amfetamine door zijn schuur te verhuren aan personen die daar vervolgens een laboratorium hebben opgebouwd.

Het is van algemene bekendheid dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebuik vaak door diefstal of ander ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Van de productie van synthetische drugs is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit. Naast het gevaar voor de volksgezondheid, schuilt in de productie van dergelijke harddrugs ook direct gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door illegale dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in natuurgebieden. De kosten voor het opruimen van dergelijk afval lopen hoog op. Daarnaast wijst de rechtbank op het ontploffingsgevaar dat kan optreden bij het (ondeskundig) opslaan en bewerken van diverse chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium.

Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft kennelijk gehandeld uit winstbejag.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor een Opiumwetfeit is veroordeeld.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank ziet in het bijzonder geen noodzaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarbij betrekt

zij de relatief geringe ernst van het aan verdachte gemaakte verwijt als dit wordt vergeleken met de aan zijn medeverdachten gemaakte verwijten en daarnaast zijn persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een geringere straf dan een taakstraf voor de duur van 240 uren. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 22c, 22d

Opiumwet art. 10a.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, anderen gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

- legt op de volgende straf.

Taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van2 jaren

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. T. Kraniotis en mr. A. Bernsen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N.P.M. van de Wouw, griffier,

en is uitgesproken op 2 mei 2019.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, onderzoek [naam onderzoek] , aantal pagina’s: 1487. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.