Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:2318

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-04-2019
Datum publicatie
23-04-2019
Zaaknummer
7519037 EJ VERZ 19-73
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

werknemersverzoek tot ontbinding v.d. arbeidsovereenkomst (art. 7:671c BW);

ernstige verwijtbaarheid werkgever; billijke vergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0633
AR-Updates.nl 2019-0442
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 7519037 \ EJ VERZ 19-73

Beschikking van 23 april 2019

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. A. Stege,

tegen:

de rechtspersoon naar het recht van de Republiek Ierland Ryanair DAC,

gevestigd te Swords, Co. Dublin (Republiek Ierland),

verweerder,

gemachtigde: mr. L.B. de Graaf.

Partijen zullen hierna “ [verzoeker] ” en “Ryanair” worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. Ryanair heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 26 maart 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De beide gemachtigden hebben pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben [verzoeker] en Ryanair beiden bij brief van 20 maart 2019 (een) aanvullende productie(s) toegezonden.

1.3.

Tot slot is een datum voor de beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Ryanair exploiteert een low-cost luchtvaartmaatschappij. Hij heeft een vloot van ruim 400 Boeing 737-toestellen waarmee voornamelijk Europese vluchten worden uitgevoerd. Binnen zijn netwerk vliegt Ryanair op 234 bestemmingen, die hij bedient met vliegtuigen die vanaf 84 bases opereren. Tot 5 november 2018 was er een basis op het vliegveld Eindhoven. Op het moment van sluiting van de basis Eindhoven waren er circa 110 personen werkzaam (circa 40 vliegers en circa 70 cabinemedewerkers).

2.2.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 augustus 2001 in dienst getreden bij Ryanair. De laatste functie die [verzoeker] vervulde, is die van gezagvoerder (Captain 737-800). [verzoeker] was laatstelijk vanaf de basis in Eindhoven werkzaam. De huidige arbeidsovereenkomst van [verzoeker] is ingegaan op 1 april 2014.

2.3.

In de arbeidsovereenkomst tussen partijen zijn, voor zover relevant, de volgende bepalingen opgenomen:

5. LOCATION

5.1.

Ryanair’s aircraft are registered in the Republic of Ireland and as you will perform your duties on these aircraft your employment is based in the Republic of Ireland. You will be located principally at Eindhoven Airport and at such other place or places as the Company reasonably requires for the proper fulfilment of your duties and responsibilities under this Agreement. It is a condition of your employment that you comply with any such requirement. This would include, for the avoidance of doubt, transfer to any of the Company’s bases without compensation. It must be understood that should you be transferred to another base you will be paid in accordance with the prevailing salary and flight pay system at that base.
(…)

Verder is in artikel 25 een verbod van nevenwerkzaamheden opgenomen en in artikel 35 een rechtskeuze-beding (voor Iers recht) en forumkeuze-beding (voor de Ierse rechter) opgenomen.

2.4.

[verzoeker] is lid van de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (hierna genoemd “VNV”), een vakbond voor verkeersvliegers zoals de vliegers van Ryanair.

2.5.

Tussen VNV en Ryanair zijn cao-onderhandelingen gevoerd, die begin augustus 2018 zijn vastgelopen. De VNV heeft vervolgens collectieve stakingsacties aangekondigd, voor het eerst op 10 augustus 2018.

2.6.

Ryanair heeft hiertegen in kort geding een verbod gevorderd, welke vordering door de voorzieningenrechter te Haarlem bij vonnis van 9 augustus 2018 is afgewezen. De eerste, aangekondigde actie heeft op 10 augustus 2018 plaatsgevonden. Ondanks de actie zijn de vluchten niet door Ryanair geannuleerd, maar uitgevoerd zoals gepland. De impasse in de cao-onderhandelingen duurde hierna onverminderd voort.

2.7.

Bij brief van 20 augustus 2018 heeft Eindhoven Airport aan Ryanair geschreven, voor zover relevant:
“According to our official operational data, we noticed a significant increase of arrivals (landings) after 22:59 LT at Eindhoven Airport due to late arrivals.

Arrivals after 22.59 LT are regulated in our license from the government. We are risking a decrease of our possible annual flight movements (slots) in 2019 due to breach of agreed flight movements after 22.59 LT in 2018.

Therefore, we have no other option than to mitigate actual operations and accept from September 1st 2018 until December 31th only planned slots after 22,59LT.

We would be grateful if you inform your responsible department to take the approcpriate measures to maintain flights according to given slot(s), because we believe that decreasing possible annual flight movements is not something we both want to happen. We will reconsider appropriate mitigation for 2019 in Q1 2019 if needed.”

Naar aanleiding van deze brief heeft correspondentie tussen Eindhoven Airport en Ryanair plaatsgevonden.

2.8.

De heer [naam Director of Network Optimization Ryanair] (verder te noemen: [naam Director of Network Optimization Ryanair] ), Director of Network Optimization bij Ryanair, heeft onderzoek gedaan naar welke invloed de verschillende bases van Ryanair hebben op de tijd die vliegtuigen feitelijk kunnen vliegen, de zogenoemde Aircraft Utilization (verder te noemen AU). Dit onderzoek is op 31 augustus 2018 afgerond. Uit dit onderzoek kwam volgens Ryanair naar voren dat de basis Eindhoven samen met Alghero, Thessaloniki, Hamburg en Düsseldorf de vijf slechtst presterende bases qua AU vormden. Ryanair heeft op deze vijf bases ingegrepen; bij Thessaloniki en Hamburg is de AU met respectievelijk 8% en 12% verbeterd, de bases Alghero, Düsseldorf en Eindhoven zijn omgevormd van basis tot bestemming.

2.9.

Op maandag 3 september 2018 is het rapport van [naam Director of Network Optimization Ryanair] besproken door het commerciële team van Ryanair.

2.10.

Op 6 september 2018 heeft een bijeenkomst van Ryanair met de vliegers plaatsgevonden. Ryanair heeft allerlei cijfers en resultaten aan de vliegers gepresenteerd; de curfew [opmerking kantonrechter: nachtklok, in welke periode geen toestellen mogen opstijgen of landen] is in de presentatie aan bod gekomen, de AU niet.

2.11.

Bij brief van 7 september 2018 heeft Ryanair aan Eindhoven Airport geschreven, voor zover relevant:
“I refer to your 5th September email which confirms that Eindhoven Airport will delay implementation of the proposed flight prohibition until no earlier than Friday, 14th September, during which period you will explore alternatives to remove the prohibition (and any threat of later implementation) entirly.
(…)

However, we welcome your plans to find an alternative solution to this matter and, on the basis of your written commitment, Ryanair will hold its complaint pending a joint review next Wednesday, 12th September.”

Op 12 september 2018 heeft Eindhoven Airport uiteindelijk besloten dat er voor het restant van 2018 geen verstrakking van de curfew zou plaatsvinden.

2.12.

Bij brief van vrijdag 14 september 2018 aan de heer [naam VNV bestuurslid] (VNV-bestuurslid voor Ryanair-zaken en Ryanairpiloot op de basis Eindhoven, verder te noemen [naam VNV bestuurslid] ) heeft Ryanair, voor zover relevant, het volgende geschreven:

“We are not willing to accept any more unnecessary disruptions to our business and our customers in Eindhoven, and as we explained at our recent meeting, if they continue then we will reorganise the Eindhoven base to serve our Dutch customers on aircraft bases overseas, leading to cuts in the number of bases aircraft and jobs in Eindhoven. We hope you will work with us now to avoid any such outcome. This is not a threat, but will be the inevitable consequence of any further misguided and unnecessary strike actions by our Eindhoven pilots or cabin crew.”

2.13.

Op maandag 24 september 2018 heeft VNV een tweede staking aangekondigd, die op vrijdag 28 september 2018 zou plaatsvinden.

2.14.

Bij brief van dinsdag 25 september 2018 aan [naam VNV bestuurslid] heeft Ryanair, voor zover relevant, het volgende geschreven:

“Thank you for your letter of 19 Sep in which you attached proposals on base transfers, seniority, command upgrade en annual leave (…). It is disappointing that even before we had a chance to review and reply to your letter you wrote again yesterday, 24 Sept (2 working days after your letter of 19 Sept), advising that you are going to call strike action unless Ryanair ‘produce’a ‘counterproposal which meets your demands’ by 26 Sept. (…)

Your actions are unacceptable (…). It appears that DALPA are just calling strikes to damage Ryanair. (…)

We are available to meet on either 2nd of 3rd October in Dublin to finalise the agreements on seniority, transfers, command upgrades and to discuss your laterst annual leave proposals (…).

(…) As we explained at our meeting of 6 Sept and our letter of 14 Sept if repeated disruptions continue in EIN we will be forced to reorganise the EIN base to serve our Dutch customers on aircraft based overseas which may lead to cuts to some or all of based aircraft and jobs in EIN.”

2.15.

Op 26 september 2018 heeft de Chief Officer Operations van Ryanair, de heer [naam Chief Officer Operations Ryanair] , telefonisch contact met [naam VNV bestuurslid] gehad. Na het telefoongesprek heeft [naam Chief Officer Operations Ryanair] een

e-mailbericht naar [naam VNV bestuurslid] gestuurd waarin, voor zover relevant, het volgende is geschreven:
“Thank you for the telephone call erlier today. I appreciate your feedback.

I tried to make the offer from Ryanair very clear in my memo yesterday. [naam CEO Ryanair] also launched in Brussels today a very simple and clear pilot offer 2018. Both documents are attached. I think make it easier for the pilots to understand Ryanair’s offer. The feedback I got is that this is what the pilots want and it is easier to understand. The summary from my memo yesterday is:

Ryanair had committed in writing as follows:

  • -

    Transition to contracts under Dutch law

  • -

    Adjusting the proportion of variable pay into higher fixed pay

  • -

    A new Dutch seniority system

  • -

    A new annual leave system based on seniority with no month off and greater flexibility

  • -

    A new completely transparent base transfer system

  • -

    A transparant command upgrade system

I hope this is understood now by the pilots in the Netherlands.”

2.16.

De tweede aangekondigde stakingsactie heeft plaatsgevonden op vrijdag 28 september 2018.

2.17.

Op maandag 1 oktober 2018 heeft Ryanair aangekondigd dat de basis in Eindhoven per 5 november 2018 zou worden gesloten. In het bericht van 1 oktober 2018 geeft Ryanair als reden voor de sluiting: “(…), we have decided to trim our winter 2018 capacity (by 1%) in response to this lower fare, higher oil and higher EU261 cost environment.”

2.18.

In een ongedateerde brief (volgens Ryanair van 1 oktober 2018) aan de vliegers heeft Ryanair de vliegers een toelichting op de sluiting gegeven, en hen aangeboden dat zij worden overgeplaatst naar een andere basis. Hij schrijft, onder andere,:

“As per my memo of this morning we have issued a profit warning to the stock market cutting our full year profit guidance bij 12% as a result of lower than expected airfares and higher fuel costs. Over the past number of months our business has been adversely affected by high oil prices, higher EU261 costs and the negative impact on consumer confidence of pilot and cabin crew strikes in several countries, including The Netherlands.

As a result of this profit warning and the adverse trading conditions, we have announced that our base in Eindhoven wille close in 5 weeks’ time i.e. on Monday 5th November.

In accordance with the mobility clause in your contract of employment you will be transferred to another Ryanair base with available position. Please ensure that your base preferences on Crewdock are up-to-date (no later than Friday 5th Oct) and we will advise you of your new base next week.”

2.19.

Bij brief van 12 oktober 2018 heeft Ryanair de Eindhovense vliegers geïnformeerd welke mogelijkheden beschikbaar waren qua herplaatsing. In deze brief heeft Ryanair de vliegers zes alternatieve bases aangeboden: Lamezia (Zuid-Italië), Ponta Delgada (Azoren), Marrakech (Marokko), Fez (Marokko), Otopeni (Boekarest) of Sofia. Als zevende optie werd een mobile pilot-contract aangeboden. Een dergelijk contract houdt in dat de piloot geen vaste basis heeft, maar per drie maanden op wisselende bases wordt ingezet naar capaciteitsbehoefte.

Ryanair heeft de vliegers verzocht uiterlijk maandag 15 oktober 2018 hun voorkeuren door te geven.

2.20.

Bij dagvaarding van 12 oktober 2018 hebben zestien Ryanair-vliegers een kort geding aangespannen tegen Ryanair om tegen de gang van zaken te protesteren en om een verbod op eenzijdige overplaatsing naar een andere basis te vorderen. Er was ook een groep vliegers die akkoord ging met de overplaatsing.

2.21.

Bij brief van 17 oktober 2018 heeft Ryanair de Eindhovense vliegers bericht dat zij vanaf 6 november 2018 zullen worden ingezet als mobile pilot. Voorts is in de brief vermeld dat de vliegers, indien zij vragen hebben, via Zendesk [opmerking kantonrechter: een digitaal systeem] contact op kunnen nemen met Ryanair.

2.22.

Bij vonnis van 1 november 2018 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, onder andere, het volgende overwogen:
“Vooropgesteld wordt dat Ryanair, zowel bij brief van 14 september 2018 als bij brief van 25 september 2018, zelf aan de vliegers heeft meegedeeld dat de base in Eindhoven zal worden gesloten indien (“if”) de (voorgenomen) stakingsacties doorgang zouden vinden. De voorzieningenrechter neemt deze berichtgeving, mede gelet op de verstrekkende gevolgen die uit de daarin aangekondigde sluiting voortvloeien, buitengewoon serieus. Dit geldt zeker nu Ryanair op 1 oktober 2018, na de staking van de vliegers op 28 september 2018, daadwerkelijk heeft besloten de base te sluiten. Oftewel, Ryanair heeft niet alleen gedreigd met sluiting van de base, maar – anders dan mr. De Graaf ter zitting heeft verklaard – hieraan ook gevolg gegeven.

In dit verband kan voorshands worden aangenomen dat het besluit tot sluiting is genomen vanwege de stakingen, en niet vanwege bedrijfseconomische redenen zoals Ryanair thans doet voorkomen. Ryanair heeft onvoldoende onderbouwd dat bedrijfseconomische redenen werkelijk de aanleiding zijn geweest voor het besluit tot sluiting. In haar brieven wordt hierover in ieder geval met geen woord gerept. Er wordt enkel en direct verwezen naar de stakingen, terwijl dit de uitoefening van een fundamenteel sociaal recht betreft (zie Rechtbank Noord-Holland 9 augustus 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7026 en HR 30 mei 1986, NJ 1986/688). Een enkel, geanonimiseerd document, opgesteld door een medewerker, (mede) gebaseerd op verwachtingen voor de toekomst, overtuigt de voorzieningenrechter in ieder geval niet. Nergens uit blijkt vooralsnog dat de base in Eindhoven hoe dan ook, ongeacht de stakingsacties, zou zijn gesloten. Dit strookt ook niet met het aanbod van Ryanair om op 2 of 3 oktober 2018 verder te onderhandelen. De voorzieningenrechter komt zodoende tot de conclusie dat Ryanair het besluit tot sluiting van de base in Eindhoven niet had mogen nemen.”

De voorzieningenrechter heeft vervolgens, onder andere, Ryanair verboden om de vliegers eenzijdig over te plaatsen en heeft bepaald dat de vliegers aan een eenzijdige overplaatsing geen gehoor hoeven te geven zolang in rechte, via een door Ryanair aanhangig te maken bodemprocedure, niet is komen vast te staan dat eenzijdige overplaatsing gerechtvaardigd is. Ryanair is voorts veroordeeld tot doorbetaling van het loon van de vliegers.

2.23.

De zestien vliegers die het kort geding aanhangig hebben gemaakt, hebben nog op de dag van het vonnis een brief ontvangen, waarin voor zover relevant het volgende werd geschreven:

“I refer to the ruling of the Court of East Brabant today, 1 Nov 2018.

Ryanair welcomes this court ruling which does not alter the closure of the Eindhoven base on 05 Nov next. (…)

Nevertheless, we have offered you a base transfer and if you choose not to accept this as a voluntary tranfer, then this will lead to you being redundant after the Eindhoven base closes.

Since the 05 Nov is only four days away and the roster is alreday prepared and published to 02 Dec, we urgently need to know whether you wish to voluntarily transfer to a mobile base position. (…) If you wish to accept this voluntary tranfer then please let me know via email of Zendesk query by 18:00hrs tomorrow, Friday 02 Nov.

If you elect not to accept this voluntary transfer by 18:00hrs tomorrow, then Ryanair will initiate the rendundancy process.”

2.24.

Ryanair heeft voor het verstrijken van de door hem gestelde termijn voor reactie (2 november 2018 18.00 uur), namelijk op 1 november 2018, een collectieve ontslagaanvraag voor de vliegers bij het UWV ingediend.

2.25.

Bij brief van 2 november 2018 heeft VNV, onder verwijzing naar het vonnis van
1 november 2018 en de brief van Ryanair van diezelfde datum, Ryanair voorgesteld in overleg te treden om de situatie zo snel mogelijk te bespreken.

2.26.

Ryanair heeft de drie vliegers die ook betrokken waren bij het cao-overleg verzocht om naar Dublin te komen om namens de VNV overleg te voeren. De VNV heeft niet toegestaan dat Ryanair zou bepalen met welke vertegenwoordigers van de VNV er zou worden gesproken. De drie vliegers zijn vervolgens op individuele basis uitgenodigd voor een gesprek. Zij hebben aan de uitnodiging gehoor gegeven. Over de sluiting van de basis heeft met de VNV – in die periode – geen overleg plaatsgevonden.

2.27.

Bij brief van 3 december 2018 heeft [verzoeker] een brief van Ryanair ontvangen, waarin Ryanair beantwoording van een zestal vragen verlangt. Ryanair schrijft het volgende:
“We are aware that you have been offered an assurance of emplyment with the KLM Group of Airlines. As your employer, we are now seeking honest answers to the following questions and it is reasonable to expect you to reply truthfully and fully:

1. Have you recieved an offer of employment from another airline?

2. Have you received any assurance of a future offer of emplyment from another airline?

3. Have you received from any other organisation (including your union VNV) any assurance of a future offer of employment?

4. To your knowledge, have your union VNV arranged or agreed a job offer for you with KLM of any other airline?

5. Have you undertaken any training for another airline sinces the base closure announcement on 01 Oct?

6. Have you engaged in any other employment since the base closure announcement on 01 Oct?”

2.28.

Bij brief van 5 december 2018 heeft VNV namens (onder andere) [verzoeker] gereageerd op de brief van Ryanair van 3 december 2018. De VNV schrijft, onder andere,:

“Furthermore, Ryanair is not entitled to answers to the questions posed in the letters of 30 November and 3 December. Ryanair refers to ‘the redundancy process’ that our members are going through and that the requested information would be relevant to Ryanair. On their behalf we challenge that there is a reasonable ground for termination of the employment agreements.”

2.29.

Bij brief van 8 december 2018 heeft Ryanair, onder verwijzing naar zijn brief van 3 december 2018, [verzoeker] opnieuw verzocht de zes vragen te beantwoorden. Nu schrijft Ryanair:

“As your employer we have a right to seek answers to these straightforward questions to esthablish whether there has been any breach of your contractual obligations. (…)

(…)

Should you fail to provide these answers then you will be in breach of your contract of employment.”

2.30.

Bij brief van 11 december 2018 heeft VNV namens (onder andere) [verzoeker] bericht dat het antwoord op vraag 6 nee is. Verder heeft VNV uitleg gevraagd waarom (onder andere) [verzoeker] in strijd zou handelen met contractuele bepalingen uit de arbeidsovereenkomst indien hij de vragen niet beantwoordt.

2.31.

Bij brief van 12 december 2018 heeft Ryanair, in verband met het uitblijven van antwoorden op de door hem gestelde vragen, het volgende geschreven:
“This is now a serious matter. As your employer we have a right to seek answers to these reasonable questions, and as our employee, you are obliged to comply with your contract of employment and respond to our reasonable questions.

Since you have failes/refused to answer these questions, you are now required to attend a meeting to discuss this issue and to determine whether you have breached your contract of employment which could then become a disciplinary matter.”

2.32.

Bij brief van 18 december 2018 heeft de VNV namens (onder andere) [verzoeker] de vragen van Ryanair beantwoord.

2.33.

Ryanair heeft de beantwoording van de vragen door VNV niet geaccepteerd. Bij brief van 19 december 2018 aan [naam VNV bestuurslid] heeft hij geschreven:

“(…) we will not accept third party hearsay replies from KLM pilots. (,,,)

We operate in a safety critical industry and it is essential that we receive responses to these straightforward but critical questions so that we can ensure there is no impact on the safety of our operation. (…)”

2.34.

[verzoeker] is uiteindelijk niet naar Dublin gegaan. Hoewel hij diverse opdrachten kreeg te verschijnen, ondanks ziekte, heeft de ziekte verhinderd dat hij kon gaan.

2.35.

Bij brief van 24 december 2018 heeft Ryanair, onder andere, het volgende aan [verzoeker] geschreven:

“Over the last week, we have met with a number of the 16 remaining EIN pilots (who chose redundancy over voluntary transfers) and it is clear from these conversations that a number of pilots have now recognised that they were misled bij DALPA who repeatedly assured you that EIN base would reopen, when it clearly will not.

(…) The UWV process for dismissal permits for the remaining pilots is well advanced and we expect to receive dismissal permits shortly as our base in Eindhoven has closed, and contrary to the false claims of DALPA will not reopen.

As you know, many of your colleagues have already taken up voluntary transfers / reassignments offers elsewhere with Ryanair, and some have chosen Mobile contracts on superior money and rosters. Some of our EIN pilots have asked that we give the pilots another opportunity to elect to apply for one of these mobile contracts which will allow them to remain living in Holland and will secure their continued employment with Ryanair. (…)

If you are interested in taking up this offer of a Mobile contract, please let me know in writing on/before 14:00 Hrs on Thursday 3rd January 2019.”

2.36.

Bij brief van 8 januari 2019 heeft het UWV aan de gemachtigde van Ryanair bericht dat zij van oordeel is dat aan de verplichting tot raadpleging van de vakbonden nog niet is voldaan, en dat zij daarom de ingediende aanvragen niet verder in behandeling neemt totdat de raadpleging van de vakbonden alsnog heeft plaatsgevonden. Vervolgens heeft er op 22 januari 2019 alsnog overleg tussen de VNV en Ryanair plaatsgevonden. Ryanair is bij zijn besluit tot sluiting van de basis Eindhoven gebleven.

2.37.

Bij beslissing van 19 maart 2019 heeft het UWV toestemming geweigerd om de arbeidsovereenkomst met (onder andere) [verzoeker] op te zeggen. Het UWV is – kort
gezegd – van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de sluiting van de basis Eindhoven ten dienste stond van een doelmatige bedrijfsvoering en was ingegeven door bedrijfseconomische omstandigheden.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt de arbeidsovereenkomst met Ryanair te ontbinden op grond van artikel 7:671c van het Burgerlijk Wetboek (BW), en Ryanair te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 78.270,- bruto, een billijke vergoeding van € 904.931,- bruto wegens materiële schade en € 50.000,- netto wegens immateriële schade en een vergoeding voor vijf niet-genoten vakantiedagen.

3.2.

Aan dit verzoek legt hij ten grondslag dat als gevolg van het handelen van Ryanair voor hem het punt is bereikt dat in redelijkheid niet meer van hem verwacht kan worden dat hij het dienstverband voortzet. Ryanair heeft het volgende gedaan en/of nagelaten:

i. i) Ryanair heeft de vliegers geïntimideerd (onbehoorlijk onder druk gezet) door erop aan te dringen geen gebruik te maken van hun fundamentele recht tot het voeren van collectieve actie in het kader van de vastgelopen cao-onderhandelingen, nota bene nadat hij geen last had gehad van de eerste staking doordat stakingsbrekers werden ingezet;

ii) hierbij ging Ryanair zo ver dat hij aankondigde bij een nieuwe collectieve actie tot reorganisatie van de basis over te gaan, waarbij alle banen verloren konden gaan. Dit deed hij met het doel de vliegers ervan te weerhouden gebruik te maken van hun fundamentele recht collectieve actie te voeren;

iii) nadat op vrijdag 28 september 2018 de tweede collectieve actie plaatsvond, heeft Ryanair op maandag 1 oktober 2018 tot sluiting van de basis Eindhoven besloten;

iv) vervolgens oefende Ryanair grote druk uit op de vliegers om binnen enkele dagen bekend te maken wat hun voorkeur voor een andere basis was, waarbij meteen werd aangegeven dat met de voorkeuren mogelijk geen rekening zou worden gehouden en dat hij dan eenzijdig zou bepalen wat de nieuwe basis zou worden;

v) Ryanair heeft daarna aan de vliegers enkele opties gepresenteerd, zonder toe te lichten wat de gevolgen van een specifieke keuze zouden zijn. De gepresenteerde opties waren vrijwel alleen bases in uithoeken van Europa, of zelfs in Afrika. Dit terwijl er ook vacatures waren op de basis London Stansted die veel dichterbij is, maar aan geen van de vliegers is aangeboden;

vi) nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant had vastgesteld dat het besluit van Ryanair om de basis te sluiten als een vergeldingsmaatregel moest worden aangemerkt, en dat een andere grond niet aannemelijk was, heeft Ryanair onverstoorbaar vastgehouden aan zijn onrechtmatige koers;

vii) Ryanair vroeg nog dezelfde dag aan de vliegers om te bevestigen dat de vlieger ‘vrijwillig’ met een aangeboden optie instemde. Dit betrof dezelfde opties die door de voorzieningenrechter als onredelijk en/of onvoldoende toegelicht waren aangemerkt én waarvan de voorzieningenrechter had aangegeven dat er voor de vliegers helemaal geen reden was om hierop in te gaan, aangezien het besluit tot sluiting van de basis Eindhoven was gebaseerd op misbruik van bevoegdheid.;

viii) na het vonnis van de voorzieningenrechter weigerde Ryanair overleg met de VNV, de vertegenwoordiger van de vliegers, over de gevolgen van het vonnis;

ix) Ryanair startte op 1 november 2018 een collectieve ontslagprocedure, terwijl er geen bedrijfseconomische reden bestond voor de sluiting van de basis Eindhoven;

x) Ryanair stelde zonder dat daartoe enige redelijke aanleiding bestond allerlei vragen aan de vliegers, waarbij hij om informatie vroeg die hem niets aanging en waartoe hij niet gerechtigd was. Desondanks werd grote druk op de vliegers uitgeoefend de vragen toch te beantwoorden, omdat er anders een ‘disciplinary matter’ gestart zou worden;

xi) zelfs nadat de VNV de vragen onverplicht schriftelijk namens de vliegers had beantwoord, nam Ryanair daarmee geen genoegen en ging hij verder met het intimideren van de vliegers in een, wat de heer [verzoeker] betreft, duidelijke poging de vliegers zo spoedig mogelijk naar de uitgang te bewegen;

xii) Ryanair heeft tijdens de bespreking van 22 januari 2018 met de VNV nogmaals bevestigd onverkort vast te houden aan de sluiting van de basis, zonder dat daarvoor een bedrijfseconomische reden bestaat.

3.3.

Bovengenoemde omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, maken dat Ryanair jegens hem ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Om die reden verzoekt hij een billijke vergoeding op grond van artikel 7:671c, lid 2, sub b, BW.

De hoogte van de billijke vergoeding dient naar haar aard in relatie te staan tot het ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten. Ook mag er rekening worden gehouden met de gevolgen van het ontslag voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het aan de werkgever te maken verwijt. Als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van Ryanair zal [verzoeker] aanzienlijk minder gaan verdienen. De mobiliteit van vliegers is, zeker als zij al gezagvoerder zijn, buitengewoon beperkt. Een overstap naar een andere maatschappij met behoud van positie en salaris zal in beginsel onmogelijk zijn. Tot zijn pensioendatum zal hij naar verwachting een inkomensverlies van € 904.931,- bruto lijden; dit bedrag dient als billijke vergoeding wegens materiële schade te worden toegekend. De omstandigheid dat Ryanair hem i) met ontslag heeft bedreigd indien hij gebruik zou maken van zijn fundamentele grondrecht tot het voeren van collectieve actie en ii) dit dreigement daadwerkelijk heeft uitgevoerd als vergeldingsactie, en iii) op ongepaste wijze naar persoonlijke informatie heeft gevraagd onder dreiging van disciplinaire maatregelen als de verzochte informatie niet zou worden verstrekt, biedt voldoende grondslag om bij de billijke vergoeding ook een immateriële component mee te wegen en wel van € 50.000,- netto. Voorts maakt [verzoeker] aanspraak op de transitievergoeding, zoals bepaald in artikel 7:673, lid 1 aanhef en sub b, onder 2 BW. De transitievergoeding bedraagt € 78.270,- bruto. Ten slotte verzoekt [verzoeker] uitbetaling van vijf niet-genoten vakantiedagen, en veroordeling van Ryanair in de proceskosten.

4 Het verweer

4.1.

Ryanair verweert zich tegen de verzoeken van [verzoeker] . Hij bestrijdt niet het ontbindingsverzoek van [verzoeker] an sich – aangezien de arbeidsovereenkomst wegens de omvorming van Eindhoven van basis naar bestemming en de weigering van [verzoeker] om zich te laten herplaatsen hoe dan ook zal moeten eindigen – maar enkel de verzoeken tot toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding. Voor het overige refereert Ryanair zich aan het oordeel van de kantonrechter (met uitzondering van het verzoek tot veroordeling van Ryanair in de kosten).

4.2.

Ryanair voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten is geen sprake. De verwijten die [verzoeker] hem maakt (zoals hierboven weergegeven in overweging 3.2) zijn niet juist, noch kwalificeren deze als ernstig verwijtbaar handelen. Daartoe is van belang dat:

a. a) de operationele omvorming van Eindhoven van basis naar bestemming is gegrond op bedrijfseconomische redenen;

b) de omvorming niet in strijd is met het vonnis van de voorzieningenrechter;

c) Ryanair geen inbreuk heeft gemaakt op het collectieve-actierecht van [verzoeker] en de andere piloten en hen evenmin heeft geïntimideerd of bedreigd;

d) Ryanair zowel voor als na het vonnis aan [verzoeker] herhaaldelijk de mogelijkheid heeft geboden om te kiezen voor een nieuwe basis of een mobile pilot contract (vanuit zijn huidige woonplaats met 16% extra salaris), wat door de meerderheid van de in Eindhoven gestationeerde piloten is aanvaard;

e) het informatieverzoek van Ryanair aan [verzoeker] redelijk en gegrond was.

4.3.

Voor zover de kantonrechter zou oordelen dat wel sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Ryanair, stelt Ryanair zich op het standpunt dat dat nog altijd niet kan leiden tot toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding aan [verzoeker] , omdat het wettelijk vereiste causaal verband tussen het (beweerdelijke) ernstig verwijtbaar handelen en het ontbindingsverzoek ontbreekt. Het bestaan van een dergelijk causaal verband ligt voor de hand wanneer het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever tot gevolg heeft dat voor de werknemer een (letterlijk) ‘onwerkbare’ situatie ontstaat, waardoor de arbeidsovereenkomst niet langer kan voortduren. [verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift echter niet inzichtelijk gemaakt waarom het beweerdelijk ernstig verwijtbaar handelen – zelfs als daar al sprake van zou zijn – tot gevolg zou moeten hebben dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. Geen van de door [verzoeker] onder overweging 3.2 opgesomde omstandigheden biedt daartoe aanleiding of noodzaak.

4.4.

Voor zover desondanks aan de voorwaarden voor toekenning van een billijke vergoeding voldaan zou zijn – dat wil zeggen: voor zover sprake zou zijn van ernstig verwijtbaar handelen zijdens Ryanair en ontbinding van de arbeidsovereenkomst als gevolg van dat handelen noodzakelijk zou zijn – dient die vergoeding op nihil te worden gesteld, althans op een substantieel lager bedrag dan verzocht. Daartoe is het volgende van belang:

a. a) de ‘schade’ van [verzoeker] kan niet worden toegerekend aan het ernstig verwijtbaar handelen waarvan hij Ryanair beticht;

b) de wijze waarop [verzoeker] zijn ‘schade’ heeft berekend is speculatief, ondoorzichtig en niet onderbouwd;

c) voor zover [verzoeker] al schade zou hebben geleden is die aan hemzelf te wijten en had hij die redelijkerwijs moeten beperken;

d) er zijn geen gronden voor toewijzing van de door [verzoeker] verzochte ‘immateriële schadevergoeding’.

4.5.

Voor zover de transitievergoeding zou worden toegekend, stelt Ryanair dat het berekende bedrag van [verzoeker] niet klopt. Hoe hij aan dit bedrag komt, is niet toegelicht. [verzoeker] is per 1 augustus 2001 in dienst getreden en zijn salaris bedraagt € 11.372,- bruto per maand (op jaarbasis € 136.460,- bruto); de door [verzoeker] genoemde bedragen kloppen niet.

4.6.

Ryanair betwist de door [verzoeker] aangegeven vakantieaanspraken per de door hem gewenste einddatum niet.

4.7.

Nu de verzoeken tot toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding moeten worden afgewezen en Ryanair zich ten aanzien van de overige verzoeken naar het oordeel van de kantonrechter zal richten (met uitzondering van het verzoek tot veroordeling van Ryanair in de kosten), dient [verzoeker] te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

4.8.

[verzoeker] verzoekt in deze procedure ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst, terwijl hij zich simultaan aan deze procedure verweert tegen de ontslagaanvragen die Ryanair bij het UWV heeft ingediend. Dat heeft wezenlijke processuele consequenties die de kantonrechter in zijn oordeel dient te betrekken. Het UWV heeft de toestemming geweigerd. Ryanair kan tegen die uitspraak in beroep gaan. In een dergelijke procedure zal Ryanair bewijs mogen leveren, al dan niet door middel van getuigen. Indien de arbeidsovereenkomst in de onderhavige procedure wordt ontbonden en [verzoeker] zijn verzoek niet zou intrekken, wordt die rechtsgang voor Ryanair echter afgesneden. Ryanair zal dan in de civiele procedure op de voet van artikel 7:671b lid 1 sub b BW niet-ontvankelijk zijn; de arbeidsovereenkomst is dan immers reeds beëindigd en hoger beroep staat ex artikel 7:683 lid 2 BW alleen open ten aanzien van de hoogte van de eventueel toegekende vergoedingen. Ryanair wordt in dat geval dus de mogelijkheid ontnomen om in rechte te laten vaststellen dat de arbeidsovereenkomst rechtens beëindigd had mogen worden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub a BW.

5 De beoordeling

Nederlandse rechter bevoegd

5.1.

Omdat Ryanair buiten Nederland is gevestigd en partijen in de arbeidsovereenkomst een forumkeuze voor de Ierse rechter hebben gemaakt, rijst de vraag naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

5.2.

Ryanair heeft in deze procedure de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet betwist. Bovendien volgt uit artikel 21 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 (hierna: EEX-Vo (herschikt)) dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Dat [verzoeker] zijn werk gewoonlijk vanuit de basis in Eindhoven verricht, heeft Ryanair immers niet betwist. De forumkeuze voor de Ierse rechter doet op grond van art. 23 van de EEX-Vo (herschikt) aan de rechtsmacht van de kantonrechter niet af.

Toepasselijk recht

5.3.

In de arbeidsovereenkomst is Iers recht van toepassing verklaard. [verzoeker] heeft gesteld dat het geschil dient te worden beoordeeld op grond van Nederlands recht. Ryanair heeft dat in deze procedure niet betwist. De kantonrechter overweegt in dit verband als volgt.

5.4.

De huidige arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten na 17 december 2009, zodat de regels van de Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome-I Vo) gelden. Volgens overweging 44 bij Rome I heeft Ierland (overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de EU en aan het Verdrag tot oprichting van de EG is gehecht) laten weten dat het wenst deel te nemen aan de aanneming en toepassing van de verordening.

5.5.

De hoofdregel luidt volgens artikel 8 lid 1 Rome-I Vo dat een individuele arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. In beginsel dient de kantonrechter dus Iers recht toe te passen.

5.6.

De rechtskeuze mag er echter volgens art. 8 lid 1 Rome-I Vo niet toe leiden dat de werknemer de bescherming verliest die hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het recht dat volgens de leden 2, 3 en 4 bij gebreke van een rechtskeuze toepasselijk zou zijn geweest.

In dit geval zou volgens lid 2, en mogelijk ook lid 4, bij gebreke van de rechtskeuze het Nederlands recht van toepassing zijn geweest, nu [verzoeker] zijn arbeid gewoonlijk vanuit Nederland verricht, en mogelijk uit alle omstandigheden blijkt dat de arbeidsovereenkomst een kennelijk nauwere band heeft met Nederland.

5.7.

De bevoegdheid van de Nederlandse rechter om op verzoek van een werknemer een arbeidsovereenkomst te ontbinden, en om in dat kader vergoedingen toe te kennen, is een bepaling van dwingend Nederlands recht, zie artikel 7:671c, lid 5, BW. Er is sprake van een de werknemer beschermende bepaling in de zin van art. 8 lid 1 Rome-I Vo. Dit betekent dat de kantonrechter in het onderhavige geschil Nederlands recht dient toe te passen.

Ontbinding arbeidsovereenkomst

5.8.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld of aan [verzoeker] een transitievergoeding en/of een billijke vergoeding dient te worden toegekend.

5.9.

In artikel 7:671c lid 1 BW is bepaald dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst kan ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

5.10.

Door de sluiting van de Ryanair-basis in Eindhoven zijn de arbeidsplaatsen in Eindhoven komen te vervallen, maar [verzoeker] weigert in te stemmen met de overplaatsing naar een nieuwe basis of een mobile pilot contract, omdat hij van mening is dat dat in de gegeven omstandigheden niet van hem verlangd kan worden. Ryanair heeft een ontslagvergunning voor [verzoeker] aangevraagd bij het UWV, maar die is door het UWV afgewezen. Partijen zijn daarmee in een impasse komen te verkeren. In de ontstane situatie ontbreekt elk perspectief op een zinvolle voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek van [verzoeker] zal dan ook worden toegewezen, met als ontbindingsdatum – zoals door hem verzocht – 1 mei 2019.

Ernstig verwijtbaar handelen?

5.11.

Nu het ontbindingsverzoek wordt ingewilligd, kan de kantonrechter op grond van artikel 7:671c lid 2 sub b BW een billijke vergoeding en op grond van artikel 7:673 lid 1 onderdeel b BW een transitievergoeding aan [verzoeker] toekennen, indien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Ryanair. Partijen twisten over de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Ryanair.

5.12.

De kantonrechter stelt voorop dat uit de wetgeschiedenis (Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 34) volgt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever gaat om uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag, als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat, of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren en ontslag langs die weg te realiseren. Een dergelijke situatie doet zich hier voor. Daartoe wordt als volgt overwogen.

5.13.

Ryanair stelt dat de operationele omvorming van Eindhoven van basis naar bestemming is gegrond op bedrijfseconomische redenen, maar die stelling van Ryanair is ongeloofwaardig en overtuigt daarom niet. Ryanair wil doen voorkomen alsof zij reeds op 3 september 2018, tijdens de bijeenkomst van het commerciële team, het besluit tot sluiting van de basis in Eindhoven heeft genomen, maar hij heeft dat voornemen, anders dan in relatie tot de stakingen, nooit gecommuniceerd. Volgens Ryanair waren de AU en de mogelijke verstrakking van de curfew belangrijke redenen om tot sluiting van de basis in Eindhoven over te gaan, maar in de brieven van 14 en 25 september 2018 worden die redenen niet genoemd. Ook in de presentatie aan de vliegers op 6 september 2018 is de AU niet ter sprake gekomen. De vliegers hebben onweersproken aangevoerd dat zij pas tijdens de behandeling van het kort geding op 18 oktober 2018, dus ruim twee weken nadat het besluit tot sluiting van de basis bekend is gemaakt, op de hoogte zijn geraakt van de – volgens Ryanair – onvoldoende efficiency van de basis in Eindhoven. De curfew is in de presentatie van 6 september 2018 wel aan de orde gekomen, maar anders dan Ryanair leest de kantonrechter in de brief van 20 augustus 2018 van Eindhoven Airport geen concrete dreiging van een verdere verstrakking van de curfew, maar een attendering op mogelijke consequenties bij voortdurende overschrijdingen van de uiterste landingstijd. Ook in de berichtgeving die de vliegers hebben ontvangen van Ryanair ter toelichting op het besluit tot sluiting van de basis in Eindhoven (productie 15 bij verzoekschrift), zijn de AU en curfew niet genoemd.

Uit de overgelegde stukken blijkt evenmin dat er – buiten de stakingen – andere redenen voor sluiting van de basis waren, nu zowel de memo van mevrouw [naam medewerkster Ryanair] (productie 10 bij verweerschrift), de notulen van de bijeenkomst van 3 september 2018 (productie 12 bij verweerschrift) en de voortgangsrapportage van 7 september 2018 (productie 13 bij verweerschrift) grotendeels zwart zijn gemaakt.

Ook het handelen van Ryanair is niet te rijmen met zijn stelling dat reeds op 3 september 2018 het besluit tot sluiting van de basis was genomen. Als dat reeds op 3 september 2018 was besloten, waarom zou Ryanair dan eind september nog onderhandelen over een cao? Zowel uit de brief van de heer [naam Director of HR Strategy and Operations Ryanair] (Director of HR Strategy and Operations) van 25 september 2018 (productie 9 bij verzoekschrift) als uit de e-mail van de heer [naam Chief Officer Operations Ryanair] (Chief Officer Operations) van 26 september 2018 (productie 10 bij verzoekschrift) blijkt dat Ryanair de cao-onderhandelingen op dat moment nog voortzette. [naam Director of HR Strategy and Operations Ryanair] geeft expliciet aan dat Ryanair op 2 en 3 oktober 2018 beschikbaar is voor verder overleg om tot afspraken te komen en ook [naam Chief Officer Operations Ryanair] doet een aanbod met het oog op de toekomst.

5.14.

De beschreven gang van zaken maakt dan ook ongeloofwaardig dat bedrijfseconomische redenen aan de sluiting ten grondslag liggen. Voor zover de bedrijfseconomische redenen bij de besluitvorming wel een rol zouden hebben gespeeld, overweegt de kantonrechter nog het volgende. Ryanair baseert zich ten aanzien van de AU op een intern rapport dat de AU over een periode van één week weergeeft. De resultaten in dit rapport zijn aan de hand van de in deze procedure voorhanden zijnde stukken niet controleerbaar, en de stelling van Ryanair dat gegevens over één week voldoende zijn, omdat er voor het hele zomerseizoen (van april tot en met oktober) slechts één schema is, is in strijd met de eigen stellingen van Ryanair. In alinea 3.23 van het verweerschrift schrijft hij immers dat het in de zomer van 2018 ging om tussen de 170 en 175 vluchten per week. Onduidelijk is wat de invloed van deze fluctuaties is op de AU. Ook is niet geprobeerd de AU te verbeteren, maar is heel snel (volgens Ryanair de eerstvolgende werkdag na afronding van het onderzoek van [naam Director of Network Optimization Ryanair] ) het besluit tot sluiting van de basis Eindhoven genomen. Dit terwijl de vliegers ter zitting onweersproken hebben gesteld dat er voor 2020 maximaal 43.000 vliegbewegingen zijn toegestaan op Eindhoven Airport, en dat Eindhoven Airport daar 2.500 bewegingen onder zit, zodat er wel degelijk ruimte is voor groei.

Met betrekking tot de curfew is Ryanair door Eindhoven Airport aangeschreven dat zij heeft gesignaleerd dat er sprake is van een toename van het aantal landingen na 22.59 uur. Eindhoven Airport verzoekt om daar rekening mee te houden om te voorkomen dat overschrijdingen zullen leiden tot een afname van het aantal jaarlijkse toegestane vliegbewegingen. De kantonrechter onderschrijft het oordeel van het UWV dat Eindhoven Airport in haar correspondentie met Ryanair met name heeft ingezet op het voorkomen van beperkingen in de toekomst en niet op het daadwerkelijk (structureel) doorvoeren van beperkingen. Uit de correspondentie van na 20 augustus 2018 blijkt ook dat Eindhoven Airport en Ryanair daar verder overleg over hebben gevoerd en dat van een verstrakking in 2018 geen sprake is geweest.

5.15.

Ryanair heeft bewijs aangeboden, onder meer van haar stelling dat de sluiting van de basis was ingegeven door objectieve en legitieme bedrijfseconomische redenen. Bewijs op dit punt kan echter niet tot een ander oordeel leiden, omdat Ryanair vóór de kort geding zitting van 18 oktober 2018 richting de vliegers nooit heeft gecommuniceerd over AU als een belangrijke reden voor sluiting, terwijl wel de druk om niet te gaan staken is opgevoerd. Zelfs al zou Ryanair de bedrijfseconomische redenen alsnog aan kunnen tonen, neemt dat zijn ernstig verwijtbaar handelen op dit punt jegens de vliegers niet weg.

5.16.

Voor zover Ryanair nog heeft aangevoerd dat de vrijheid van vestiging/de vrijheid van ondernemerschap op ongeoorloofde wijze worden beperkt, indien geoordeeld wordt dat het ernstig verwijtbaar is van Ryanair om haar basis in Nederland te sluiten, overweegt de kantonrechter als volgt. Werknemersbescherming mag er niet toe leiden dat het een werkgever onmogelijk wordt gemaakt een vestiging te sluiten. Daarvan is hier echter geen sprake. Het ernstig verwijtbaar handelen van Ryanair zit niet in de sluiting van de basis Eindhoven, maar in de manier waarop dit heeft plaatsgevonden en de bejegening van de vliegers. De vrijheid van vestiging/de vrijheid van ondernemerschap komt daarmee niet in het gedrang.

5.17.

Ryanair stelt verder, dat de omvorming van de basis Eindhoven niet in strijd is met het vonnis van de voorzieningenrechter. [verzoeker] daarentegen verwijt Ryanair dat hij na het vonnis onverstoorbaar heeft vastgehouden aan zijn onrechtmatige koers.

De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 1 november 2018 overwogen dat Ryanair het besluit tot sluiting van de basis in Eindhoven in de gegeven omstandigheden niet had mogen nemen, en heeft Ryanair (onder andere) verboden de vliegers eenzijdig over te plaatsen en veroordeeld het loon van de vliegers door te betalen. Aan Ryanair kan worden toegegeven, dat de vorderingen in het kort geding inderdaad niet gericht waren op het terugdraaien van het besluit tot sluiting en dat het slechts gaat om een voorlopig oordeel. Het verwijt aan Ryanair betreft echter niet direct het (vasthouden door hem aan het) besluit tot sluiting, maar vooral de (oneigenlijke) redenen die tot dat besluit hebben geleid en het feit dat hij na het vonnis niet bereid is geweest tot enig overleg met de vliegers of VNV maar dezelfde dag nog is overgegaan tot het aanvragen van ontslagvergunningen. De piloten voelden zich gesterkt door het vonnis, nu de voorzieningenrechter immers met hen van oordeel was dat het besluit tot sluiting was genomen vanwege de stakingen en niet vanwege bedrijfseconomische redenen. De vliegers zagen in het vonnis een opening voor overleg tussen partijen, maar in plaats van het overleg aan te gaan heeft Ryanair diezelfde dag (i) de ontslagaanvragen bij het UWV ingediend en (ii) de vliegers verzocht uiterlijk de volgende dag in te stemmen met vrijwillige overplaatsing, bij gebreke waarvan de ontslagprocedure in gang zou worden gezet. Daaruit kan niet anders worden afgeleid, dan dat Ryanair zich weinig tot niets gelegen laat liggen aan de belangen van de vliegers. Ryanair spreekt in haar brief van 1 november 2018 ten onrechte van een "vrijwillige" overplaatsing: hij was niet bereid terug te komen op het besluit tot sluiting met als gevolg dat slechts resteerde de keuze tussen overplaatsing of ontslag. Onder die omstandigheden kan niet gesproken worden van een vrijwillige overplaatsing. Ondanks het door de voorzieningenrechter aan Ryanair opgelegde verbod tot overplaatsing werd er dusdanige druk op de vliegers uitgeoefend dat zij uiterlijk de volgende dag moesten aangeven of ze meewerkten aan een "vrijwillige" overplaatsing.

5.18.

Ryanair stelt verder dat zij geen inbreuk heeft gemaakt op het collectieve actierecht van [verzoeker] en de andere piloten en hen evenmin heeft geïntimideerd of bedreigd. De kantonrechter deelt die opvatting van Ryanair niet. In zijn brief van 14 september 2018 oefent Ryanair druk uit op de vliegers om niet te gaan staken. Dit wordt herhaald in de brief van 25 september 2018. Mede tegen de achtergrond van het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Haarlem van 9 augustus 2018, waarin het stakingsrecht van de vliegers wordt erkend, konden de vliegers de brieven van 14 en 25 september 2018 opvatten als dreigend en intimiderend. De stelling van Ryanair dat slechts sprake was van retoriek in het kader van onderhandelingen, volgt de kantonrechter dan ook niet en wordt ook gelogenstraft door het feit dat Ryanair de daad bij het (geschreven) woord heeft gevoegd. Op deze wijze heeft Ryanair de druk op de vliegers verder opgevoerd. De vliegers hadden immers geen enkele reden om aan te nemen dat de basis in Eindhoven, indien zij niet zouden gaan staken, tóch gesloten zou worden. Dit is immers nimmer aan hen gecommuniceerd.

5.19.

Ryanair stelt dat hij zowel voor als na het vonnis van de voorzieningenrechter aan [verzoeker] de mogelijkheid heeft geboden om te kiezen voor een nieuwe basis of een mobile pilot contract. Ryanair heeft echter nagelaten om [verzoeker] toe te lichten wat de gevolgen van specifieke keuzes zouden zijn aangaande een overplaatsing. Van Ryanair mag verwacht worden dat hij uit eigen beweging en actief voorlichting geeft over de financiële consequenties van een overplaatsing, in plaats van de vliegers te verwijzen naar de helpdesk. Dat de vliegers in het tijdvak van 1 oktober 2018 tot en met 1 november 2018 geen informatie hebben opgevraagd, kan hen niet worden tegengeworpen, nu zij eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter wilden en mochten afwachten. Toen de voorzieningenrechter uitspraak deed, moesten zij vervolgens binnen zeer korte tijd een keuze maken. Juist op dat moment had van Ryanair verwacht mogen worden dat hij met de vliegers in overleg zou gaan en de vliegers uitgebreid zou voorlichten, te meer nu het overplaatsing naar een ander land betrof, met andere fiscale en sociaal- verzekeringsrechtelijke regels, en mede tegen de achtergrond dat in de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de vliegers bij overplaatsing geen recht op (financiële) compensatie hebben.

5.20.

Ten slotte stelt Ryanair dat het informatieverzoek aan [verzoeker] redelijk en gegrond was. In dat standpunt wordt Ryanair niet gevolgd. Toen Ryanair [verzoeker] voor het eerst vroeg de vragen te beantwoorden, gaf hij daarvoor geen reden. Nadat de VNV Ryanair erop had gewezen dat Ryanair geen redelijke grond had om de betreffende vragen te stellen, gaf Ryanair als reden dat de informatie van belang zou zijn voor de UWV-procedure. In een volgende brief stelt Ryanair dat hij wil controleren of contractuele bepalingen uit de arbeidsovereenkomst geschonden zouden zijn, vervolgens werd gedreigd met disciplinaire maatregelen en ten slotte voert Ryanair de vliegveiligheid als reden aan. Uit het feit dat er aanvankelijk geen reden voor de gevraagde beantwoording van de vragen werd gegeven, en later drie verschillende redenen, én uit het feit dat Ryanair geen genoegen wilde nemen met beantwoording van de vragen door de VNV namens [verzoeker] , maar (aanvankelijk) verlangde dat [verzoeker] in Dublin zou verschijnen, leidt de kantonrechter af dat de verschillende redenen als ongeloofwaardig moeten worden aangemerkt en dat Ryanair deze informatieverzoeken slechts als drukmiddel heeft willen gebruiken. Dat kon door de vliegers in ieder geval zo worden ervaren, zeker nu gesteld noch gebleken is dat dit soort verzoeken gebruikelijk is binnen Ryanair.

5.21.

Al met al moet geconcludeerd worden dat Ryanair zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen en dat de onwerkbare situatie die is ontstaan aan hem is te wijten. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst is daarmee het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Ryanair.

5.22.

Voor zover Ryanair nog heeft aangevoerd dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst processuele consequenties heeft voor de rechtsgang inzake het hoger beroep tegen de UWV-uitspraak, kan deze omstandigheid niet tot een andere beslissing leiden, nu de mogelijkheid voor een werknemer om zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, op grond van artikel 7:671c lid 5 BW niet kan worden beperkt. Dat een ontbinding in deze procedure kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de uitspraak van het UWV, maakt dat oordeel niet anders.

oorzakelijk verband

5.23.

Het standpunt van Ryanair, dat geen sprake is van een oorzakelijk verband tussen het beweerdelijk ernstig verwijtbaar handelen en het verzoek van [verzoeker] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, wordt verworpen. Zoals hierboven is beschreven heeft Ryanair op verschillende manieren en op meerdere momenten ongeoorloofde druk op de piloten uitgeoefend en onvoldoende onderbouwde en/of niet-consistente redenen gegeven voor door hem genomen besluiten die ingrijpende gevolgen hebben voor de piloten. Ryanair heeft daarmee een ernstig verstoorde arbeidsverhouding veroorzaakt die ertoe heeft geleid, dat [verzoeker] zich terecht op het standpunt kan stellen dat het voor hem niet meer mogelijk is op normale wijze zijn werkzaamheden uit te oefenen. Dat andere piloten er ondanks de handelwijze van Ryanair voor hebben gekozen zich te laten overplaatsen naar een andere basis in het buitenland of anderszins hun dienstverband te laten voortduren, doet daar niet aan af.

transitievergoeding en billijke vergoeding

5.24.

Nu hierboven is vastgesteld, dat Ryanair ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en er een oorzakelijk verband is tussen dat handelen en het door [verzoeker] ingediende verzoek, komt de vraag aan de orde of en in hoeverre aan [verzoeker] de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 lid 1, aanhef en sub b, BW en een billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:671c, lid 2 aanhef en onder b, BW moet worden toegekend.

transitievergoeding

5.25.

Ingevolge artikel 7:673 lid 1, aanhef en sub b, BW is de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst tenminste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever op verzoek van de werknemer is ontbonden. Aan deze voorwaarden is voldaan, zodat [verzoeker] aanspraak heeft op de transitievergoeding.

5.26.

Ryanair heeft verweer gevoerd tegen de wijze waarop [verzoeker] de vergoeding heeft berekend.

5.26.1

[verzoeker] gaat uit van een jaarsalaris van € 150.802,- bruto, bestaande uit een vast deel van € 110.206,- en een variabel deel van € 40.596,-.

Ryanair hanteert een jaarsalaris van € 136.460,- bruto, uitgaande van een vast deel van

€ 95.868,- en een variabel deel van € 40.596,-. Partijen verschillen dus van mening over het vaste deel.

5.26.2.

In het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (hierna: het Besluit) en de Regeling looncomponenten en arbeidsduur (hierna: de Regeling) is uitgewerkt hoe het loon moet worden berekend dat voor (onder meer) de transitievergoeding bepalend is.

-Beide partijen hanteren een basissalaris van € 6.655,00 bruto per maand (€ 79.856,00 per jaar).

-Voor de productivity-bonus gaat [verzoeker] uit van € 1.000,00 per maand, en Ryanair van
€ 917,- per maand. Ryanair stelt daartoe dat sprake is van een gemiddelde, nu deze bonus van € 1.000,- per maand pas is ingegaan per 1 juni 2018 en op grond van artikel 3 lid 1 sub b van het Besluit het gemiddelde over 12 maanden voorafgaand aan de einddatum vastgesteld moet worden. [verzoeker] heeft echter, onder verwijzing naar de door hem overgelegde en van Ryanair afkomstige "Eindhoven (EIN) Pilot Base Agreement 2017-2023" (prod. 43 [verzoeker] ) aangevoerd dat deze bonus geldt vanaf 1 mei 2018. In de Eindhoven Pilot Base Agreement worden inderdaad de bedragen die gelden per 1 mei 2018 genoemd, zodat voor de productivity-bonus zal worden uitgegaan van € 1.000,- per maand.

-Voor de Allowance neemt Ryanair een bedrag van € 417,- per maand, maar hij heeft niet toegelicht hoe hij aan dit bedrag komt. [verzoeker] heeft wederom verwezen naar de Eindhoven Pilot Base Agreement, waar een bedrag van € 6.000,- per jaar (dat wil zeggen
€ 500,- per maand) voor de Allowance is opgenomen. Nu de genoemde productie 43 een gespecificeerd en van Ryanair zelf afkomstig salarisoverzicht betreft, zal bij de berekening van de transitievergoeding worden uitgegaan van de op dat overzicht gebaseerde Allowance van € 500,- per maand.

- [verzoeker] heeft in zijn jaarsalaris verder nog een bedrag ad € 4.350,- bruto voor vakantietoelage opgenomen. Uit de berekening van Ryanair (productie 35 Ryanair) blijkt niet, dat in die berekening rekening is gehouden met de vakantietoelage, terwijl in de Eindhoven Pilot Base Agreement wel een bedrag voor vakantietoelage is opgenomen (dit is inbegrepen in de “Sector Pay”). De hoogte van de vakantietoelage is uit productie 43 niet af te leiden. Nu [verzoeker] onweersproken heeft gesteld dat de vakantietoelage € 4.350,- per jaar bedraagt, zal van dit bedrag (€ 4.350,- per jaar, € 362,50 per maand) worden uitgegaan.

-Ten slotte heeft [verzoeker] een bedrag ad € 8.000,00 voor pensioenbijdrage meegenomen. In de Regeling worden in art. 4 en 5 de vaste en variabele looncomponenten limitatief opgesomd. Looncomponenten die niet zijn benoemd, worden mitsdien niet meegenomen bij de berekening van de transitievergoeding. De pensioenbijdrage valt, anders dan [verzoeker] heeft betoogd, dus niet onder een looncomponent die bij de berekening van de transitievergoeding moet worden meegenomen.

-Beide partijen hanteren een variabel jaarsalaris van € 40.596,-, wat neerkomt op

€ 3.383,- bruto per maand.

5.26.3.

Op grond van voornoemde bedragen wordt de transitievergoeding daarom vastgesteld op een bedrag van € 84.295,21 bruto.

5.27.

De wettelijke rente over de transitievergoeding zal op grond van artikel 7:686a worden toegewezen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Billijke vergoeding

5.28.

Er is voorts aanleiding aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen. Gelet op artikel 7:671c lid 2, onderdeel b, BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daar is sprake van, zoals in rechtsoverweging 5.21 reeds is geoordeeld.

5.29.

De billijke vergoeding moet worden bepaald op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. In de toelichting bij de Wet werk en zekerheid (Wwz) is opgemerkt dat de hoogte van de billijke vergoeding naar haar aard in relatie zal staan tot het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en niet tot de gevolgen van het ontslag. Die gevolgen worden geacht reeds te zijn verdisconteerd in de transitievergoeding (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 4, p. 61 en nr. 7, p. 81). Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat de gevolgen van het ontslag bij het vaststellen van de billijke vergoeding geen rol mogen spelen. De achtergrond van de opmerkingen in de toelichting is de doelstelling om met de Wwz een einde te maken aan het vóór de invoering van de wet bestaande stelsel van vergoedingen, die waren gerelateerd aan de gevolgen van het ontslag, en afhankelijk waren van factoren als de duur van het dienstverband en de leeftijd van de werknemer (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 23-24 en 34). De gevolgen van het ontslag kunnen naar huidig recht dus geen grond meer zijn voor het toekennen van een vergoeding anders dan de transitievergoeding. Het stelsel van de Wwz verzet zich er echter niet tegen dat met de gevolgen van het ontslag rekening wordt gehouden bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding, waarop de wet een werknemer aanspraak geeft, omdat de werkgever van het ontslag als zodanig een ernstig verwijt kan worden gemaakt, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het de werkgever te maken verwijt. Ook bij de billijke vergoeding van artikel 7:671c, tweede lid, aanhef en onder b, BW, dat in deze zaak aan de orde is, hangt het van de omstandigheden van het geval af, of en in hoeverre bij de vaststelling van de hoogte van die vergoeding rekening wordt gehouden met het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst in stand zou zijn gebleven. Tot die omstandigheden behoort onder meer de mate waarin de werkgever een verwijt valt te maken.

Bij de vaststelling van de billijke vergoeding kan er ook mee rekening worden gehouden of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden, en met de inkomsten die hij daaruit dan geniet (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 7, p. 90), en met de (andere) inkomsten die hij in redelijkheid in de toekomst kan verwerven. Bij de vergelijking tussen de situatie zonder de beëindiging en de situatie waarin de werknemer zich thans bevindt, dient bovendien de eventueel aan de werknemer toekomende transitievergoeding te worden betrokken.

Voor zover elementen van de vaststelling van de billijke vergoeding zien op de vergoeding van schade van de werknemer, lenen de wettelijke regels van artikel 6:95 e.v. BW zich voor overeenkomstige toepassing. Uit de tekst van en de parlementaire toelichting op de Wwz blijkt niet dat de wetgever aan de billijke vergoeding een specifiek punitief karakter heeft willen toekennen (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.50-3.55 in de beschikking van de Hoge Raad van 30 juni 2017 inzake New Hairstyle (ECLI:NL:HR:2017:1187)). Daarom behoort bij het vaststellen van de billijke vergoeding daarmee geen rekening te worden gehouden. Uiteindelijk gaat het erom, dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (HR 8 juni 2018 inzake Zinzia, ECLI:NL:HR:2018:878).

5.30.

Wat de hoogte van de billijke vergoeding betreft worden de volgende omstandigheden in aanmerking genomen.

5.30.1.

[verzoeker] heeft aangevoerd dat als hij bij een andere luchtvaartmaatschappij aan de slag kan, er zeer grote kans is dat hij een stap terug moet doen en niet meer zal worden aangesteld als gezagvoerder maar als co-piloot (first officer) of als reservepiloot (second officer), waarbij de mogelijkheden verder nog worden beperkt door het type vliegtuig waarmee wordt gevlogen. Bij Ryanair heeft [verzoeker] uitsluitend gevlogen met het type Boeing-737. Veel luchtvaartmaatschappijen hanteren het systeem van senioriteit, waarbij men "opschuift" naar mate van anciënniteit en op een gegeven moment "aan de beurt is". Meestal werken piloten daarom hun gehele loopbaan bij één luchtvaartmaatschappij. Nu het dienstverband met Ryanair wordt beëindigd, brengt een en ander mee, dat de arbeids- en carrièremogelijkheden beperkt zijn. Indien de Ryanair-basis in Eindhoven niet (om oneigenlijke redenen) zou zijn gesloten, had hij daar vermoedelijk tot zijn pensioen kunnen blijven. Ondanks de sluiting heeft Ryanair het aantal vluchten op Eindhoven immers gehandhaafd en er is geen enkele aanwijzing dat het aantal vluchten in de toekomst zal afnemen. Bovendien staat Ryanair er financieel goed voor nu er in de afgelopen jaren flinke winsten zijn geboekt. Inmiddels zijn [verzoeker] en zijn gezin geworteld in de regio Eindhoven, zodat een eventuele verhuizing bij het vinden van een nieuwe baan ingrijpende gevolgen zal hebben. Verder is er bij het in dienst treden bij een andere maatschappij een zeer grote kans, dat hij vaker 's nachts niet thuis kan zijn. [verzoeker] becijfert zijn inkomensverlies tot zijn pensioendatum op € 904.931,- bruto.

5.30.2.

Ryanair heeft daartegen ingebracht dat de schadeberekening niet voldoende is onderbouwd. Het is in het geheel niet zeker dat [verzoeker] tot zijn pensioen voor Ryanair en op de basis in Eindhoven had kunnen blijven werken. Ryanair sluit en opent bases met grote regelmaat. Bovendien is de berekening van het toekomstig inkomen hypothetisch. Voor ervaren piloten zijn er meer dan voldoende mogelijkheden om naar een andere maatschappij over te stappen en ook overstappen met behoud van positie is heel goed mogelijk. Het is zelfs niet uitgesloten dat er bij een andere maatschappij tot aan de pensioendatum een hoger inkomen dan bij Ryanair zal worden gegenereerd. Uit meerdere krantenberichten (prod. 31 en 32 verweerschrift) blijkt, dat er niet alleen wereldwijd maar ook bij KLM grote vraag is naar (ervaren) piloten. Met de wens van de piloten om per se vanuit (de regio) Eindhoven te willen werken kan slechts beperkt rekening worden gehouden. Voor de gevorderde immateriële schadevergoeding bestaat geen enkele reden.

5.30.3.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Na eerst op andere Ryanair-bases in Europa te hebben gewerkt heeft [verzoeker] de

(eind-)functie van gezagvoerder bereikt en is hij op de basis in Eindhoven geplaatst. Zijn stelling, dat een gezagvoerder in beginsel niet meer van basis hoeft te wisselen, is door Ryanair onvoldoende weersproken. [verzoeker] had bovendien geen enkele reden om aan te nemen dat de Ryanair-basis in Eindhoven zou sluiten: Ryanair heeft in alle Europese landen één of meer bases en Eindhoven was de enige basis in Nederland en bood ook in de toekomst voldoende mogelijkheden voor Ryanair; tekenend is in dit verband dat Ryanair na het besluit tot sluiting al zijn vluchten op Eindhoven heeft gehandhaafd. Dat [verzoeker] verwachtte tot zijn pensioen op de basis Eindhoven te kunnen werken is dan ook begrijpelijk. Als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van Ryanair zal [verzoeker] nu op zoek moeten naar een andere baan.

Wat dat betreft kan aan [verzoeker] worden toegegeven, dat Nederland slechts een beperkt aantal werkgevers in de luchtvaartbranche kent; anderzijds was hij daarmee bekend toen hij koos voor het beroep van piloot. Voldoende aannemelijk is echter dat [verzoeker] , indien hij bij een nieuwe werkgever in dienst kan treden, gedurende langere tijd met een aanmerkelijke inkomensachteruitgang zal worden geconfronteerd. Uit de door [verzoeker] overgelegde producties 40 en 41 blijkt, dat KLM en Transavia een senioriteitsbeleid hanteren, waarbij nieuw in dienst getreden vliegers (met Boeing 737-ervaring) in beginsel starten in de functie van eerste officier (KLM) of "junior eerste officier" (Transavia) en men vervolgens onderaan de senioriteitslijst wordt geplaatst. Ook uit de stellingen van Ryanair zelf blijkt, dat twee van zijn gezagvoerders die in januari en februari 2019 ontslag hebben genomen, bij KLM in dienst zijn genomen als respectievelijk tweede officier en eerste officier (zie randnummer 5.23 van het verweerschrift).

Er is verder een gerede kans dat [verzoeker] bij indiensttreding bij een andere luchtvaartmaatschappij zal worden geconfronteerd met de verplichting tot het uitvoeren van intercontinentale vluchten en/of met andere ongemakken zoals hogere onkosten voor bijvoorbeeld een verhuizing of woon/werkverkeer.

[verzoeker] heeft zijn inkomensschade berekend tot zijn pensioendatum. Voor een volledige schadevergoeding als door hem verzocht bestaat echter geen reden, alleen al omdat de schade zich moeilijk laat begroten vanwege de vele onzekere factoren. De wet spreekt over een billijke vergoeding en zoals de Hoge Raad al heeft overwogen in zijn Zinzia-uitspraak (ECLI:NL:HR:2018:878, overweging 3.3.6) laat de omvang van de toe te kennen billijke vergoeding zich naar zijn aard moeilijk motiveren.

Bij zijn berekening is [verzoeker] ervan uitgegaan, dat hij bij indiensttreding bij een andere luchtvaartmaatschappij pas na ongeveer tien jaar in de functie van gezagvoerder zal worden aangesteld. Ryanair heeft dat echter gemotiveerd betwist en ter zitting is gebleken dat het bij KLM en Transavia niet geheel is uitgesloten dat, eventueel na bemiddeling door VNV, doorgroei naar de functie van gezagvoerder eerder mogelijk is dan pas na tien jaar. Vrijwel zeker is echter, dat [verzoeker] ondanks de transitievergoeding geconfronteerd zal worden met een forse inkomensachteruitgang gedurende meerdere jaren, waarbij moet worden benadrukt, dat hij door ernstig verwijtbaar toedoen van Ryanair in deze situatie terecht is gekomen.

[verzoeker] is nog relatief jong (39 jaar bij einde dienstverband). Hij heeft onweersproken verklaard, dat hij gesolliciteerd heeft bij KLM, Transavia en Corendon, maar telkens is afgewezen; de sollicitatieprocedure bij TUI loopt nog. Op dit moment staan bij TUI echter drie van de zeven vliegtuigen aan de grond. Dit betreft Boeing 737-max toestellen die mogelijk niet mogen vliegen. Als die toestellen niet mogen vliegen, kan hij niet bij TUI aan de slag, want voor de andere Boeing737-toestellen zijn voldoende mensen.

Rekening houdend met al deze feiten en omstandigheden zal de billijke vergoeding worden vastgesteld op een bedrag van € 400.000,- bruto.

Voor het toekennen van een afzonderlijke immateriële schadevergoeding bestaat geen reden. Onvoldoende is gebleken dat [verzoeker] in zijn eer of goede naam is aangetast en de wijze waarop hij (en zijn collega's) door Ryanair zijn bejegend en de effecten daarvan in immateriële zin zijn door de kantonrechter verdisconteerd in de toegekende billijke vergoeding.

5.30.4.

De door [verzoeker] verzochte wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag aan billijke vergoeding is eveneens toewijsbaar met dien verstande dat de wettelijke rente niet eerder door Ryanair verschuldigd is dan nadat hij met de betaling van de billijke vergoeding in verzuim verkeert. Dit laatste is het geval als betaling niet binnen twee weken na de datum van deze beschikking plaatsvindt.

Niet-genoten vakantiedagen

5.31.

De door [verzoeker] aangegeven niet-genoten vakantiedagen zijn door Ryanair niet betwist. De vergoeding voor deze dagen komt daarom voor toewijzing in aanmerking. De wettelijke rente over deze vakantiedagen zal worden toegewezen vanaf de 15e dag na dagtekening van deze beschikking.

Gelegenheid tot intrekking

5.32.

Nu aan de ontbinding een lagere vergoeding dan door [verzoeker] is verzocht wordt verbonden, zal [verzoeker] gelet op artikel 7:686a lid 7 BW in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken binnen de hierna genoemde termijn.

Proceskosten

5.33.

De proceskosten komen voor rekening van Ryanair, omdat hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. Indien [verzoeker] het verzoek intrekt, zal hij de proceskosten van Ryanair moeten betalen. De proceskosten van Ryanair zullen in dat geval worden vastgesteld op een bedrag van € 1.441,- voor salaris van de gemachtigde van Ryanair.

6 De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt dat de termijn, waarbinnen [verzoeker] het verzoek kan intrekken (door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de (gemachtigde van de) wederpartij), zal lopen tot en met 30 april 2019;

Voor het geval [verzoeker] het verzoek niet binnen die termijn intrekt:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2019;

veroordeelt Ryanair om aan [verzoeker] de transitievergoeding te betalen van € 84.295,21 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juni 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

veroordeelt Ryanair om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 400.000,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de 15e dag na dagtekening van deze beschikking tot aan de dag van de gehele betaling;

veroordeelt Ryanair om aan [verzoeker] uit te betalen vijf niet-genoten vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de 15e dag na dagtekening van deze beschikking tot aan de dag van de gehele betaling;

veroordeelt Ryanair tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag worden vastgesteld op € 1.927,-, te weten € 486,- voor het griffierecht en € 1.441,- voor salaris gemachtigde;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

Voor het geval [verzoeker] het verzoek binnen die termijn intrekt:

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Ryanair tot en met vandaag worden vastgesteld op € 1.441,- voor salaris gemachtigde;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. G.J. Roeterdink, kantonrechter, en op 23 april 2019 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.