Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:145

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-01-2019
Datum publicatie
16-01-2019
Zaaknummer
C/01/340737 / KG ZA 18-696
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, cessie van geldvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/192
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/340737 / KG ZA 18-696

Vonnis in kort geding van 11 januari 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E.L. Hoogstraate te Haarlem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEHEERMAATSCHAPPIJ [gedaagde sub 1],

gevestigd te [woonplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. M.W. Josephus Jitta te Amsterdam.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiseres] en anderzijds Beheermaatschappij [gedaagden] dan wel Beheermaatschappij en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 december 2018 met 20 producties;

  • -

    de brief van mr Josephus Jitta van 11 december 2018 met 5 producties;

  • -

    de brief van mr Hoogstraate van 12 december 2018 met productie 21;

  • -

    de brief van mr Josephus Jitta van 13 december 2018 met producties 6 en 7;

  • -

    de mondelinge behandeling op 14 december 2018;

  • -

    de pleitnota van Beheermaatschappij [gedaagden] .

  • -

    de brief van mrs Hoff en Hoogstraate van 4 januari 2019 waarin zij aangeven dat partijen geen regeling in der minne zijn overeengekomen en zij vonnis vragen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] en [gedaagde sub 2] zijn zus en broer van elkaar. [eiseres] en [gedaagde sub 2] houden door middel van hun respectieve houdstermaatschappijen gezamenlijk de certificaten van aandelen in de [naam BV] B.V. (hierna: [naam BV] ), die door Stichting Administratiekantoor Maibo (hierna: Maibo), enig aandeelhouder van [naam BV] zijn uitgegeven. Bestuurders van Maibo zijn [gedaagde sub 2] en [eiseres] . [gedaagde sub 2] is een van de bestuurders van [naam BV] .

2.2.

[naam BV] is een holdingmaatschappij die met onder andere het merk Maison [merknaam] actief is in de Europese markt van corporate, public- en private events en zorgcatering.

2.3.

[gedaagde sub 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van Beheermaatschappij. Beheermaatschappij houdt de helft van de certificaten van aandelen in [naam BV] . De andere helft van de certificaten van aandelen in [naam BV] houdt [eiseres] .

2.4.

Tussen Beheermaatschappij enerzijds en Concept Cosmetics Holding B.V., Baron Vredenburg B.V. en W&S Holding B.V. zijn op 20 juni 2014 overeenkomsten van geldlening gesloten. Bij overeenkomst van contractsoverneming en van verplichting tot vestiging nadere zekerheden van 20 juni 2014 heeft Concept Cosmetics Holding B.V. de overeenkomsten van geldlening tussen Beheermaatschappij enerzijds en Baron Vredenburg B.V. en W&S Holding B.V. van laatstgenoemden overgenomen. Na de contractsoverneming had Concept Cosmetics Holding B.V. in hoofdsom € 300.000 (hierna: de vordering) van Beheermaatschappij te vorderen.

2.5.

Bij brief van 10 december 2018 schrijft [naam echtgenoot] Beheermaatschappij en [gedaagde sub 2] onder andere: “Van [eiseres] begreep ik dat jouw advocaat originele gewaarmerkte afschriften heeft opgevraagd van de akten waarbij Concept Cosmetics Holdings B.V, respectievelijk Greenlight Holding B.V. de vorderingen op grond van de overeenkomst van 20 juni 2014 hebben overgedragen.

De betreffende akten zijn helaas niet meer terug te vinden in de administratie.

Ter voorkoming van onnodige kosten in verband met eventuele heropening van de vereffening van Concept Cosmetics Holding B.V,. bevestig ik hierbij dat Concept Cosmetics Holdings B.V. bovenvermelde vorderingen op Beheermaatschappij [gedaagde sub 1] B.V. rechtsgeldig heeft gecedeerd aan Greenlight Holding B.V. en dat Greenlight Holding B.V. deze op haar beurt rechtsgeldig aan mij heeft gecedeerd. Voor zover nodig worden genoemde rechtshandelingen hierbij door mij in bovenvermelde hoedanigheden bekrachtigd.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat – Beheermaatschappij c.s. te gebieden om mee te werken aan het vestigen van een pandrecht in eerste rang met overgang van stemrecht tot zekerheid van de terugbetaling van het openstaande bedrag van de geldleningen van in hoofdsom € 300.000 conform de als productie 15 overgelegde pandakte, met bepaling (primair) dat het vonnis ex art. 3:300 BW dezelfde kracht heeft als de pandakte dan wel (subsidiair) dat een door de voorzieningenrechter aan te wijzen dwangvertegenwoordiger de pandakte namens Beheermaatschappij c.s. zal ondertekenen; Beheermaatschappij te veroordelen tot betaling aan Maibo dan wel de Stichting Beheer Derdengelden Hoff Advocaten van een voorschot van € 50.000 voor de kosten van de deskundigen in het geval Beheermaatschappij voor de tweede optie als bedoeld in artikel 1 van de als productie 15 overgelegde pandakte kiest; met veroordeling van Beheermaatschappij c.s. in de kosten van de procedure en in de nakosten.

3.2.

[eiseres] betoogt dat Concept Cosmetics Holding B.V. de vordering heeft gecedeerd aan Greenlight Holding B.V. welke de vordering vervolgens heeft gecedeerd aan [naam echtgenoot] . [naam echtgenoot] heeft [eiseres] een onherroepelijke privatieve last gegeven om de vordering te innen en de daarbij behorende nevenrechten uit te oefenen.

3.3.

Beheermaatschappij [gedaagden] voeren verweer. Onder andere betwisten zij de cessies door Concept Cosmetics aan Greenlight Holding B.V. en door Greenlichtholding B.V. aan [naam echtgenoot] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] baseert haar vordering op Beheermaatschappij op de privatieve last van [naam echtgenoot] .

Gesteld noch gebleken is dat de vordering door Concept Cosmetics B.V. door middel van registratie van een onderhandse akte ex art. 3:94 lid 3 BW aan Greenlight Holding B.V. en vervolgens door middel van registratie van een onderhandse akte door Greenlight Holding B.V. aan [naam echtgenoot] is gecedeerd. Voorts is gesteld noch gebleken dat ex art. 3:94 lid 1 BW mededeling is gedaan aan Beheermaatschappij van de gestelde cessie van de vordering door Concept Cosmetics B.V. aan Greenlight en van de gestelde cessie door Greenlight Holding B.V. aan [naam echtgenoot] . In dit kort geding moet het er dan ook voor worden gehouden dat de vordering nooit door Concept Cosmetics B.V, aan Greenlight Holding B.V. is gecedeerd.

Omdat Greenlight Holding B.V. nimmer rechthebbende met betrekking tot de vordering is geworden, heeft zij de vordering ook niet aan [naam echtgenoot] kunnen cederen. Dit betekent dat [naam echtgenoot] nooit rechthebbende met betrekking tot de vordering is geworden, zodat de last niet tot gevolg heeft dat [eiseres] met betrekking tot de vordering inningsbevoegd is geworden en/of andere rechten met betrekking tot de vordering kan uitoefenen.

Daarbij geldt dat bij gebreke van cessieaktes eventuele cessies, als daarvan wel sprake zou zijn, ex artikel 3:94 lid 4 BW niet aan Beheermaatschappij kunnen worden tegengeworpen.

4.2.

Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat de gestelde cessies ook niet door bekrachtiging perfect zijn geworden. Van de gestelde cessies is uit niets gebleken en bekrachtiging is dan ook niet aan de orde. Bovendien heeft Beheermaatschappij de cessies niet als geldig aangemerkt in de zin van art. 3:58 lid 1 BW. Zij heeft immers gevraagd om gewaarmerkte kopieën van de aktes van cessie ter beschikking te stellen. Los daarvan geldt dat [naam echtgenoot] in zijn brief van 10 december 2018 niet meer in naam van de niet meer bestaande vennootschap Concept Cosmetics B.V. heeft kunnen acteren.

4.3.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Beheersmaatschappij [gedaagden] worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.606,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Beheersmaatschappij [gedaagden] tot op heden begroot op € 1.606,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2019.