Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:1363

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-03-2019
Datum publicatie
19-03-2019
Zaaknummer
C/01/336064 / HA ZA 18-456
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Contradictoir. Voorschot letselschade door slagboom. Loonvordering werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0481
AR-Updates.nl 2019-0316
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

zaaknummer / rolnummer: C/01/336064 / HA ZA 18-456

Vonnis in de hoofdzaak en in het incident van 13 maart 2019

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDZINK B.V.,

gevestigd te Budel-Dorplein, gemeente Cranendonck,

eisers in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NYRSTAR BUDEL B.V.,

gevestigd te Budel-Dorplein, gemeente Cranendonck,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. G.J.L.F.M. Schakenraad te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eisers] en Nyrstar genoemd worden.

[eiser sub 1] zal afzonderlijk [eiser sub 1] worden genoemd en Nedzink B.V. zal Nedzink worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 oktober 2018

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 18 januari 2019 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser sub 1] is werknemer van Nedzink.

2.2.

Op 31 mei 2016 is [eiser sub 1] , die op dat moment in dienst was als hoofd mechanische onderhoudsdienst, rond 6.30 uur aangekomen op de parkeerplaats bij zijn werkplek op het terrein aan de [adres] in Budel-Dorplein. [eiser sub 1] is vanaf de parkeerplaats via de hoofdweg naar het gebouw van Nedzink gelopen.

2.3.

Bij de toegangspoort is [eiser sub 1] te voet een fietspad overgestoken, dat toegang gaf tot het terrein. Dit fietspad kon worden afgesloten door middel van een slagboom. Op het moment dat [eiser sub 1] deze slagboom naderde, heeft de portier in de portiersloge door middel van een druk op een knop de slagboom naar beneden laten komen.

2.4.

[eiser sub 1] heeft de slagboom, althans een onderdeel daarvan, tegen zijn hoofd gekregen. [eiser sub 1] is daardoor ten val gekomen. [eiser sub 1] is na enige tijd wat duizelig overeind gekomen. [eiser sub 1] is vervolgens naar zijn werk gegaan.

2.5.

Op 1 juni 2016, de dag na het ongeval, heeft [eiser sub 1] zich ziek gemeld vanwege hoofdpijn, nekpijn, misselijkheid, dubbelzien, vlekken zien, vergeetachtigheid, moeite met concentratie en slaapproblemen. [eiser sub 1] is gezien door de huisarts, oogarts en neuroloog, waarna de diagnose hersenschudding is gesteld.

2.6.

De bedrijven Nedzink en Nyrstar zijn in 1995 gesplitst. Nyrstar is sindsdien eigenaar van het gehele terrein en de zich daarop bevindende gebouwen. Nedzink huurt een deel van het terrein en de zich daarop bevindende gebouwen. De beveiliging van het terrein en de bediening van de portiersloge, waaronder het slagboommechanisme, is in handen van Nyrstar.

2.7.

De gemachtigde van [eiser sub 1] heeft Nyrstar per e-mailbericht van 16 september 2016 (productie 4 bij de dagvaarding) aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:170 BW wegens een door haar medewerker gemaakte fout bij de bediening van de slagboom die toegang verschafte tot het terrein van Nedzink.

2.8.

Nedzink heeft Nyrstar per brief van 16 november 2016 aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:107a BW.

2.9.

Op 12 september 2016 is [eiser sub 1] op therapeutische basis gestart met werkhervatting in aangepast werk. [eiser sub 1] is gestart met twee maal per week een à twee uur per dag.

2.10.

Op 31 mei 2017 is [eiser sub 1] gestart met een spoor 2 traject. Nedzink is overgegaan tot het betalen van 90% van het loon.

2.11.

Op 12 juli 2017 is het rapport van het arbeidsdeskundig onderzoek uitgebracht (productie 9 bij de dagvaarding). Daarin wordt geconcludeerd dat [eiser sub 1] niet in staat is om zijn eigen functie in volle omvang uit te voeren.

2.12.

[eiser sub 1] is behandeld door een fysiotherapeut en een ergotherapeut.

De oogklachten zijn verdwenen. De cognitieve klachten, duizeligheid, vergeetachtigheid en hoofdpijn zijn voortdurend aanwezig. [eiser sub 1] ondervindt hierdoor beperkingen. Deze bestaan onder meer uit het niet snel kunnen schakelen, geen prioriteiten kunnen stellen en geen prikkels kunnen verwerken.

2.13.

Vanaf 30 mei 2018 ontvangt [eiser sub 1] een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 53,73%.

2.14.

De arbeidsovereenkomst van [eiser sub 1] is met ingang van 30 mei 2018 gewijzigd naar een 50% dienstverband op basis van 20 werkuren per week (productie 20 bij brief). [eiser sub 1] verricht tijdens deze uren passende ondersteunende werkzaamheden voor de afdeling Technische Dienst als werkvoorbereider.

3 Het geschil in de hoofdzaak

3.1.

[eisers] vordert in de hoofdzaak samengevat – bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te verklaren voor recht dat Nyrstar aansprakelijk is voor het ongeval d.d. 31 mei 2016 en de daaruit voortvloeiende schade;

  2. te bepalen dat Nyrstar aan [eiser sub 1] betaalt, binnen 14 dagen na vonnis, een bedrag van € 20.000,00 of een ander bedrag dat de rechtbank in goede justitie vaststelt, als voorschot op de vergoeding van materiële en immateriële schade, nader vast te stellen bij staat;

  3. te bepalen dat Nyrstar aan Nedzink betaalt, binnen 14 dagen na vonnis een bedrag van € 53.137,48 ter compensatie van het netto doorbetaalde loon, of een ander bedrag dat de rechtbank in goede justitie vaststelt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, ten titel van voorschot op de schadevergoeding, nader vast te stellen bij staat;

  4. te bepalen dat Nyrstar aan Nedzink betaalt, binnen 14 dagen na vonnis, een bedrag van € 3.691,98 ter compensatie van de kosten van re-integratie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

  5. te bepalen dat Nyrstar aan Nedzink betaalt, binnen 14 dagen na vonnis, een bedrag van € 4.910,00 ter compensatie van de overige kosten van re-integratie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

  6. te bepalen dat Nyrstar aan Nedzink betaalt, binnen 14 dagen na vonnis, een bedrag van € 2.966,00 ter compensatie van de kosten van rechtsbijstand, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding,

dit met veroordeling van Nyrstar in de kosten van de procedure, onder bepaling dat Nyrstar de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald.

3.2.

Nyrstar voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in het incident ex artikel 223 Rv

4.1.

[eisers] vordert in het incident bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, uitvoerbaar bij voorraad, Nyrstar te veroordelen tot het melden binnen 5 dagen na vonnis, van de schade, zijnde het ongeval van 31 mei 2016, op de van toepassing zijnde (bedrijfs-)aansprakelijkheidsverzekering, dit met veroordeling van Nyrstar in de kosten van het incident.

4.2.

Nyrstar voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in de hoofdzaak

Verklaring voor recht

5.1.

[eisers] baseert de aansprakelijkheid van Nyrstar op artikel 6:170 BW.

5.2.

Voor aansprakelijkheid van Nyrstar op grond van dit artikel dient aan een drietal vereisten te zijn voldaan. Er dient sprake te zijn van een rechtsbetrekking op grond waarvan Nystar als werkgever zeggenschap had over de door haar werknemer te verrichten werkzaamheden. De werknemer moet toerekenbaar onrechtmatig hebben gehandeld en tussen de opgedragen werkzaamheden en de onrechtmatige gedraging moet een functioneel verband bestaan. In de rechtspraak wordt dit verband ruim uitgelegd. De werkgever is niet alleen aansprakelijk voor daden in de functie gepleegd ten behoeve van de concrete taakvervulling, maar ook voor ongewenste fouten en zelfs voor daden in strijd met instructies.

5.3.

In zijn rapport van 1 juni 2016 (productie 1 bij dagvaarding) verklaart de beveiligingsbeambte van Nyrstar, de heer [naam beveiligingsbeambte] , onder meer het volgende:

Omstreeks 06.35 uur stonden de slagbomen voor het inkomend- en uitgaand verkeer open. Ik wilde ze naar beneden laten zakken, maar drukte per ongeluk op de knop van de slagboom bij het fietspad. Net op dat moment kwam dhr. [eiser sub 1] , medewerker van de Fa. Nedzink, over het fietspad binnen lopen. Slagboom schampte nog net zijn achterhoofd. Vanuit de loge zag ik dat hij viel. Gelijk naar hem toe gelopen. Dhr. [eiser sub 1] was toch wel wat geschrokken, maar had verder geen verwondingen. Om 07.15 uur, na telefonisch contact met Dhr. [eiser sub 1] bleek dat hij wat duizelig was, maar verder geen last had van het voorval.”

5.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat de beveiligingsbeambte op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam was bij Nyrstar. Uit voormeld rapport blijkt dat er een fout is gemaakt en dat de slagboom daardoor op het hoofd van [eiser sub 1] terecht is gekomen. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het handelen van de beveiligingsbeambte onrechtmatig was en dat voldaan is aan het vereiste van functioneel verband. Dit betekent dat Nyrstar in beginsel aansprakelijk is voor de schade die [eisers] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het feit dat de slagboom [eiser sub 1] heeft geraakt.

5.5.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of [eiser sub 1] ook zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval en daarmee het ontstaan van de schade, zodat sprake is van eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW, zoals Nyrstar tot haar verweer heeft aangevoerd.

5.6.

Nyrstar voert in dat verband aan dat [eiser sub 1] als voetganger gebruik maakte van een fietspad. Dit is op grond van verkeerswetgeving niet toegestaan als er ook een trottoir aanwezig is. Dit laatste was het geval. Het was ook niet nodig dat [eiser sub 1] als voetganger gebruik maakte van het fietspad omdat de draaideur voor voetgangers op de dag van het ongeval zeer vroeg in de ochtend open was gegaan. Bovendien was het niet aan Nyrstar, maar aan Nedzink, als werkgever van [eiser sub 1] , om instructies ter zake veiligheid te geven. De beveiligingsbeambte was niet bedacht op de aanwezigheid van [eiser sub 1] op het fietspad en hoefde dat ook niet te zijn, aldus Nyrstar.

5.7.

Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van eigen schuld van [eiser sub 1] . Nyrstar stelt in dit verband dat [eiser sub 1] een niet toegestane route heeft gevolgd. De stelling van [eisers] , dat voetgangers vanaf de parkeerplaats meestal over het fietspad liepen zonder dat daarvoor door Nyrstar werd gewaarschuwd, is door Nyrstar niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Ook de stelling van [eisers] dat het zebrapad, dat vanaf de grote portiersloge naar de kleine portiersloge loopt, uitkomt op het fietspad is door Nyrstar niet betwist.

Belangrijker nog vindt de rechtbank de verklaring van de bij het ongeval betrokken beveiligingsbeambte (hiervoor weergegeven in r.o. 5.3.) waaruit zonder meer volgt dat het ongeval is veroorzaakt omdat deze per ongeluk op de verkeerde knop drukte. Uit niets blijkt dat de beveiligingsbeambte voorafgaand aan dat moment gecontroleerd heeft of zich ter hoogte van de slagboom fietsers bevonden en daarbij niet bedacht was op de aanwezigheid van [eiser sub 1] als voetganger. De beveiligingsbeambte was zich in het geheel niet bewust van de aanwezigheid van fietsers en/of voetgangers op het moment dat de slagboom naar beneden kwam. De omstandigheid dat [eiser sub 1] als voetganger gebruik maakte van het fietspad dat bestemd is voor fietsers, kan niet als een relevante (mede)oorzaak van de schade worden beschouwd. Er is daarom geen sprake van aan [eiser sub 1] toe te rekenen omstandigheden die aan de schade hebben bijgedragen.

5.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Nyrstar volledig aansprakelijk is voor de schade die door het ongeval is veroorzaakt.

Voorschot schade

5.9.

[eiser sub 1] vordert een voorschot op zijn materiële en immateriële schade van

€ 20.000,00. De totale schade, waaronder met name verlies aan verdienvermogen, is volgens [eiser sub 1] nog niet vast te stellen. De WGA-uitkering loopt af in september 2020 en het is onduidelijk wat er daarna gebeurt. Ook de omvang van de pensioenschade is onduidelijk.

In nummer 24 van de dagvaarding worden diverse schadeposten genoemd, waaronder reiskosten, eigen risico ziektekosten en smartengeld tot in totaal € 26.039,10.

5.10.

Tijdens de comparitie van partijen heeft mr. Schakenraad namens Nyrstar verklaard dat niet betwist wordt dat de schade wegens verlies verdienvermogen € 10.000,00 tot € 15.000,00 bedraagt. Het totaal voorschot van € 20.000,00 is evenmin betwist.

Het gevorderde voorschot wordt daarom toegewezen.

Loonvordering

5.11.

De loonvordering van Nedzink is gebaseerd op artikel 6:107a lid 2 BW.

Dit artikel bepaalt - kort gezegd - dat de werkgever die krachtens de wet of een (collectieve) arbeidsovereenkomst loon heeft moeten doorbetalen aan een werknemer die ziek of arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, jegens die ander recht heeft op vergoeding van het door haar doorbetaalde netto loon.

5.12.

Nedzink vordert een bedrag van € 53.137,48 als compensatie voor het netto aan [eiser sub 1] doorbetaalde loon. Dit bedrag is berekend over de periode vanaf 1 juni 2016 (de eerste datum van arbeidsongeschiktheid) tot en met maart 2018. Een overzicht en de daarbij behorende loonstroken zijn als productie 14 bij de dagvaarding overgelegd.

5.13.

Bij de brief van mr. Noordhof van 7 januari 2019 zijn de gewijzigde arbeidsovereenkomst, de loonstroken vanaf 1 april 2018 tot 1 november 2018 en een recent overzicht van de netto betaalde loonkosten (productie 23) overgelegd. Uit dit laatste overzicht blijkt dat Nedzink over de periode 1 juni 2016 tot en met mei 2018 in totaal

€ 57.694,45 aan netto loon heeft betaald. De rechtbank merkt op dat [eisers] haar eis niet heeft vermeerderd.

5.14.

Nyrstar betwist de loonvordering op zich niet, maar wel de hoogte daarvan.

Uit de stellingen van [eisers] volgt dat [eiser sub 1] tijdens zijn ziekte, althans gedurende een periode daarvan, ook heeft gewerkt. Door deze werkzaamheden is loonwaarde gecreëerd. Het is niet duidelijk om welke percentages of welke bedragen het gaat.

Als er bijvoorbeeld in een periode sprake was van 65% arbeidsongeschiktheid, terwijl [eiser sub 1] toen 50% heeft gewerkt, dan is er objectief gezien 15% extra loonwaarde geweest. Het is niet juist om het volledige formele percentage in aanmerking te nemen bij de schadeberekening omdat deze dan geheel bij Nyrstar wordt neergelegd. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat werknemers met de leeftijd van [eiser sub 1] vaak hun uren en/of werkzaamheden aanpassen, aldus Nyrstar.

5.15.

De rechtbank overweegt als volgt. De schadevergoeding die Nedzink

op grond van artikel 6:107a lid 2 BW toekomt bestaat uit ten hoogste het door haar aan [eiser sub 1] betaalde loon gedurende zijn arbeidsongeschiktheid en kan niet meer zijn dan het bedrag waarvoor Nyrstar aansprakelijk zou zijn wanneer een loondoorbetalingsverplichting ontbreekt, verminderd met de schadevergoeding die zij aan [eiser sub 1] moet voldoen.

5.16.

De schadevergoeding op grond van artikel 6:107a lid 2 BW bestaat dus in beginsel uit het nettoloon dat Nedzink over de maanden juni 2016 tot en met mei 2018 aan [eiser sub 1] heeft betaald. De rechtbank volgt Nyrstar in het standpunt dat daarop in mindering strekt het loon over de uren waarin [eiser sub 1] in het kader van zijn re-integratie werkzaamheden heeft verricht. Daarbij dient het te gaan om loonvormende arbeid, dat wil zeggen dat [eiser sub 1] anders dan op therapeutische basis werkzaamheden heeft verricht.

5.17.

De rechtbank overweegt dat het overzicht (productie 14 bij de dagvaarding) een verloop in het percentage arbeidsongeschiktheid laat zien van 100 (juni – december 2016) naar 65 (vanaf augustus 2017). De vordering van Nyrstar correspondeert met het percentage arbeidsongeschiktheid, in die zin dat vanaf het moment dat dit percentage afneemt, niet meer het volledige netto loon wordt gevorderd maar een evenredig deel daarvan.

De rechtbank begrijpt het verweer van Nyrstar aldus, dat [eiser sub 1] mogelijk meer loonvormende werkzaamheden heeft verricht dan het deel waarvoor hij in de betreffende periode arbeidsgeschikt was verklaard en dat zij niet in staat is dit te controleren.

5.18.

[eisers] heeft ook een rapportage arbeidsdeskundig onderzoek (productie 9 bij de dagvaarding) overgelegd. Daaruit blijkt onder meer het volgende. Begin oktober 2016 werd er een voorzichtige start gemaakt met re-integratie, 2x per week 1 à 2 uren per dag in aangepast werk. Vanaf medio november 2016 werd gestart met aanvullende behandelingen. De re-integratie verloopt moeizaam. Vanaf begin januari 2017 is [eiser sub 1] 2x 3 uren per week werkzaam in aangepast werk. Vanaf maart 2017 wordt verder uitgebreid naar 2x 4 uren en eind april 2017 is [eiser sub 1] 3x 4 uren per week werkzaam. [eiser sub 1] blijft veel beperkingen ervaren. Ten tijde van dit onderzoek werd gesproken over een uitbreiding naar 3x 4,5 uren. [eiser sub 1] had op dat moment aangepaste werkzaamheden, die hij op eigen tempo kon uitvoeren. Het betreft het uitzoeken van tekeningen van de installaties, waarbij hij nieuwe omschrijvingen en tekeningen maakt t.b.v. revisie (pagina 12). Nedzink heeft in het kader van dit onderzoek aangegeven dat de functie van hoofd mechanische dienst veel vergt van flexibiliteit. Vanwege zijn beperkingen is [eiser sub 1] niet meer in staat snel te schakelen en zich te handhaven in de dynamiek van het bedrijf. [eiser sub 1] was voor de uitval begonnen met het structuur aanbrengen in de logistiek en voorraden. Dit project heeft geen tijdsdruk en [eiser sub 1] kan deze klus oppakken wanneer hij wil.

Verder blijkt uit de brief van Arbo Unie van 22 januari 2018 (productie 10 bij dagvaarding) dat geadviseerd is om de arbeidsuren terug te brengen van 5 naar 4 uur. Hierdoor is een lichte verbetering van de klachten opgetreden. In het kader van de re-integratie is geadviseerd het 4 uren werken te handhaven.

In de aangepaste arbeidsovereenkomst (productie 20 bij brief) is overeengekomen dat [eiser sub 1] zijn werkzaamheden vijf dagen per week zal verrichten van 7.00 tot 11.30, waarin een half uur onbetaalde pauze tijd is opgenomen.

5.19.

Verder acht de rechtbank de verklaring van de heer [naam hoofd personeelszaken] (hoofd personeelszaken van Nedzink) van belang. De heer [naam hoofd personeelszaken] heeft tijdens de comparitie verklaard dat [eiser sub 1] toen hij na het ongeval weer ging werken maximaal 4 uur per dag aanwezig was en nooit zijn eigen werk volledig kon doen in die uren. [eiser sub 1] kon niet 100% van zijn aanwezigheid presteren.

5.20.

Gezien de inhoud van de hiervoor genoemde stukken en de verklaring van de heer [naam hoofd personeelszaken] is de rechtbank van oordeel dat Nyrstar het standpunt van [eisers] dat er geen sprake is geweest van extra loonvormende arbeid onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. De arbeidsovereenkomst van [eiser sub 1] is uiteindelijk aangepast naar een overeenkomst voor 20 uren per week. [eiser sub 1] zal tijdens deze uren niet de werkzaamheden verrichten die hij eerder als hoofd mechanische onderhoudsdienst uitvoerde. [eiser sub 1] heeft deze werkzaamheden ook niet uitgevoerd tijdens zijn re-integratie. Ook de opbouw in uren, zoals deze blijkt uit het overzicht, komt overeen met de bevindingen in het arbeidsdeskundig rapport. Ten slotte is er geen enkele aanwijzing dat er sprake zou zijn geweest van het terugbrengen van uren en/of het wijzigen van de werkzaamheden vanwege de leeftijd van [eiser sub 1] als het ongeval niet had plaatsgevonden. Dit verweer van Nyrstar faalt dan ook.

5.21.

De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat het gevorderde voorschot op de loonvordering volledig kan worden toegewezen.

5.22.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding, zoals is gevorderd.

Kosten re-integratie

5.23.

Nedzink vordert ter compensatie van kosten van re-integratie twee bedragen, namelijk € 3.691,98 en € 4.910,00. Het eerste bedrag heeft betrekking op arbeidsdeskundig onderzoek en begeleiding door VDS. Het tweede bedrag heeft betrekking op declaraties van Arbo Unie.

5.24.

Op grond van artikel 6:107a lid 3 BW is Nyrstar verplicht om de door Nedzink gemaakte redelijke kosten ter nakoming van haar in artikel 7:658a BW bedoelde verplichtingen inzake de re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer te vergoeden.

5.25.

Het verweer van Nyrstar dat (volledig) causaal verband ontbreekt wordt gepasseerd. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing dat het volgen van een re-integratie traject nodig zou zijn geweest als het ongeval niet had plaatsgevonden.

5.26.

Voor het overige voert Nystar geen inhoudelijk verweer ten aanzien van deze vorderingen, zodat deze worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de wettelijke rente, die gevorderd is vanaf de dag van de dagvaarding.

Kosten rechtsbijstand

5.27.

Nedzink vordert op grond van artikel 6:96 BW een bedrag van € 2.966,00 als compensatie van de kosten van rechtsbijstand. Aan de rechtsbijstand zijn 11,8 uren besteed. De declaraties zijn overgelegd als productie 17 bij de dagvaarding.

5.28.

Nyrstar betwist zowel de hoogte van het tarief (€ 255,00 per uur) als de bestede uren. Het betreft een eenvoudige incasso van een loonsom. De kosten zijn niet anders gemaakt dan ter instructie van de zaak en het voorbereiden van een dagvaarding. Daarbij past geen specialistisch uurtarief.

5.29.

De rechtbank overweegt dat de gevorderde kosten zowel kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW) kunnen zijn, als kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (artikel 6:96 lid 2 sub c BW), maar ook kosten in verband met deze procedure die op grond van artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering buiten het bereik van artikel 6:96 BW vallen.

5.30.

Uit de declaraties die ter onderbouwing van de vordering zijn overgelegd blijken de data, aard en omvang van de verrichte werkzaamheden. Kort samengevat is er advies opgesteld en uitgebracht ter zake de aansprakelijkstelling, er is een schadeberekening gemaakt en er is overleg gevoerd met de verzekeraar en de advocaat van Nyrstar voordat deze procedure is gestart. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verrichte werkzaamheden en de gemaakte kosten daarmee voldoende gespecificeerd, zodat de vordering deugdelijk is onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat hier gaat om toewijsbare kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, zodat de vordering zal worden toegewezen. Ten slotte komt het gevorderde tarief niet onredelijk hoog voor.

5.31.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering zal worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de wettelijke rente, die met ingang van de dag van de dagvaarding is gevorderd.

Proceskosten

5.32.

Nyrstar zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 103,50

- overige explootkosten 0,00

- griffierecht 1.950,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 4.201,50

6 De beoordeling in het incident

6.1.

[eisers] vordert in het incident dat Nyrstar wordt veroordeeld tot het melden van de schade, zijnde het ongeval van 31 mei 2016, op de van toepassing zijnde (bedrijfs-) aansprakelijkheidsverzekering.

6.2.

Nyrstar heeft in reactie op de vordering gesteld dat zij op zich geen bezwaar heeft tegen het melden van de schadeclaim bij de verzekeraar, maar dat er sprake is van een hoog eigen risico (meer dan € 1.000.000,00). De verzekeraar zal daarom niet aan uitkering toekomen.

6.3.

De rechtbank overweegt als volgt. Nyrstar betwist niet dat zij verzekerd is voor de schade zoals deze door [eisers] is dan wel zal worden geleden. Ook brengt Nyrstar geen feitelijke bezwaren tegen de melding naar voren. Nyrstar stelt alleen dat de schade van [eisers] het eigen risico, zoals dat van toepassing is, niet zal overstijgen. Gezien de hoogte van de in deze procedure gevorderde bedragen en het genoemde eigen risico is het aannemelijk dat de verzekeraar van Nyrstar niet tot uitkering zal overgaan. Of dit ook daadwerkelijk zo is, zal echter pas blijken zodra de definitieve omvang van de schade duidelijk is. Daarvan is op dit moment nog geen sprake. Bovendien heeft [eisers] gesteld dat zij belang heeft bij de melding omdat er berichten in de media zijn verschenen (productie 24 bij de akte vermeerdering van eis) waaruit blijkt dat de financiële situatie van Nyrstar zorgelijk is. Dit gestelde belang is door Nyrstar niet bestreden.

6.4.

Dit alles leidt tot de conclusie dat de incidentele vordering moet worden toegewezen.

6.5.

Nu Nyrstar geen verweer heeft gevoerd tegen de toe te wijzen vordering, kan geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt. De kosten van deze procedure zullen daar worden gecompenseerd als na te melden.

7 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

7.1.

verklaart voor recht dat Nyrstar aansprakelijk is voor het ongeval d.d. 31 mei 2016 en de daaruit voortvloeiende schade,

7.2.

veroordeelt Nyrstar tot vergoeding aan [eiser sub 1] , binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, van € 20.000,00 als voorschot op de vergoeding van materiële en immateriële schade, nader vast te stellen bij staat,

7.3.

veroordeelt Nyrstar tot vergoeding aan Nedzink, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, van € 53.137,48 ter compensatie van het netto doorbetaalde loon, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, als voorschot op de schadevergoeding, nader vast te stellen bij staat;

7.4.

veroordeelt Nyrstar tot vergoeding aan Nedzink, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, van € 3.691,98 ter compensatie van de kosten van re-integratie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,

7.5.

veroordeelt Nyrstar tot vergoeding aan Nedzink, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, van € 4.910,00 ter compensatie van de overige kosten van re-integratie, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,

7.6.

veroordeelt Nyrstar tot vergoeding aan Nedzink, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, van € 2.966,00 ter compensatie van de kosten van rechtsbijstand, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,

7.7.

veroordeelt Nyrstar in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 4.201,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

7.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in het incident

7.9.

veroordeelt Nyrstar tot het melden binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, van de schade, zijnde het ongeval van 31 mei 2016, op de van toepassing zijnde (bedrijfs-) aansprakelijkheidsverzekering,

7.10.

compenseert de proceskosten in het incident, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.11.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2019.