Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:1340

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-03-2019
Datum publicatie
29-04-2019
Zaaknummer
18_2060
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser vraagt om wijziging van zijn persoonsgegevens in de BRP en dient daarvoor – onder andere – brondocumenten en een DNA-onderzoek met zijn gestelde moeder in. Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat er onvoldoende bewijs is voor een verband tussen eiser en de overgelegde documenten. De rechtbank acht het DNA-onderzoek echter betrouwbaar en is van oordeel dat met het resultaat van dat onderzoek een verband kan worden gelegd tussen eiser en de documenten die hij heeft ingediend. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan naar die documenten. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 18/2060

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2019 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.H. Diels),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.H. Delissen).

Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser tot het wijzigen van de persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) afgewezen.

Bij besluit van 16 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Wat voorafging aan deze procedure

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

2. Eiser is sinds 28 februari 2000 ingeschreven in de BRP. Bij zijn inschrijving was eiser niet in het bezit van brondocumenten. Op basis van een door eiser onder ede afgelegde verklaring op 22 februari 2000 is hij ingeschreven als [naam] , geboren op [geboortedag] 1984 te Rui`an, China, moeder [naam] geboren te Rui`an, China en vader [naam] , geboorteplaats onbekend, China.

3. Eiser heeft verweerder op 28 juni 2017 gevraagd om zijn gegevens, die nu in de BRP van de gemeente Deurne zijn opgenomen, te wijzigen. Eiser wenst te worden geregistreerd als [naam] , geboren [geboortedag] 1976 te Wenzhou, China. Bij dit verzoek heeft eiser uiteindelijk de volgende documenten overgelegd:

  • -

    Een Chinees paspoort, afgegeven op 11 december 2015;

  • -

    Een verlopen Chinees paspoort, afgegeven op 31 oktober 1996;

  • -

    Een notariële verklaring betreffende geboorte afgegeven op 24 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

  • -

    Een uittreksel geboorteakte van 24 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

  • -

    Een notariële bevestiging geen huwelijk van 19 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

  • -

    Een kopie van een hukou, notarieel gecertificeerd op 24 april 2017 en geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

  • -

    Een schoolcertificaat van de middelbare school van juni 1992;

  • -

    Een DNA-onderzoeksrapport, opgemaakt op 23 maart 2018 door Verilabs te Leiden.

4. Aan de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing heeft verweerder het standpunt ten grondslag gelegd dat eiser met de overgelegde documenten niet heeft aangetoond dat de in de BRP geregistreerde persoonsgegevens onjuist zijn en evenmin dat de te registreren persoonsgegevens juist zijn en de te registreren identiteit bestaat en aan eiser toebehoort. Uit de documenten die eiser heeft overgelegd, valt niet op te maken dat deze documenten hem betreffen. Ook is niet vast te stellen of de documenten die eiser heeft overgelegd echt zijn en hoe de Chinese autoriteiten deze documenten hebben opgemaakt.

Juridisch kader

5. Op grond van artikel 2:58, eerste lid, van de Wet BRP voldoet het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisregistratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

6. Op grond van artikel 2:8, tweede lid, van de Wet BRP worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

7. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling; zie bijvoorbeeld de uitspraak van 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3014), dient voorop te worden gesteld dat de gegevens in de BRP betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn.

8. Het bewijs dat eenmaal in de BRP opgenomen gegevens feitelijk onjuist zijn, kan alleen maar worden geleverd door overlegging van de juiste brondocumenten. Voor het wijzigen van eenmaal in de BRP geregistreerde gegevens zal gelet op het systeem van de Wet BRP onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn.

Een link tussen eiser en overgelegde documenten

9. Voordat de rechtbank toe komt aan bespreking van de door eiser overgelegde documenten, moet worden vastgesteld of eiser heeft aangetoond dat deze documenten op hem betrekking hebben. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

10. Eiser heeft gesteld dat de uitkomsten van het door hem overgelegde DNA-onderzoeksrapport aantonen dat de overgelegde brondocumenten op hem betrekking hebben, omdat daaruit blijkt dat zijn biologische moeder degene is die op de brondocumenten als de moeder genoemd staat. Verweerder bestrijdt deze stelling en voert aan dat niet van de uitkomsten van het DNA-onderzoek kan worden uitgegaan, omdat niet duidelijk is hoe gecontroleerd is of de persoon van wie DNA is afgenomen in China daadwerkelijk de vermeende moeder van eiser is.

11. De rechtbank volgt verweerder niet in die stelling. In het DNA-onderzoeksrapport is vermeld dat het DNA van de vermeende moeder is afgenomen op het Consulaat-Generaal te Shanghai, dat bij de identificatie en afname van lichaamsmateriaal de procedure is gevolgd van het Consulaat-Generaal en dat er geen afwijkingen zijn geconstateerd ten aanzien van de monsters en de procedures. Dat in het rapport is aangegeven dat Verilabs niet garant staat voor extern afgenomen materiaal, zoals verweerder heeft opgemerkt, doet aan de inhoud en betekenis van die mededelingen niet af. Datzelfde geldt voor het ontbreken van handtekeningen van medewerkers van het Consulaat-Generaal die het DNA-onderzoek hebben afgenomen. De rechtbank ziet daarin of om andere redenen geen aanleiding aan de totstandkoming van het onderzoek en de zorgvuldigheid van de procedure van het Consulaat-Generaal te twijfelen. Dat geldt te meer gelet op het ter zitting door eiser overgelegde e-mailbericht , waarin het Consulaat-Generaal in antwoord op vragen in een andere procedure heeft uitgelegd dat personen die DNA afstaan worden gecontroleerd aan de hand van hun ID-kaart en/of paspoort, en dat zowel de echtheid van het identiteitsbewijs wordt gecontroleerd als de overeenkomst tussen de persoon op de foto en de persoon die DNA komt afstaan.

12. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de uitkomsten van het DNA-onderzoeksrapport.

13. Verweerder heeft vervolgens aangevoerd dat als van de uitkomst van het DNA-onderzoek moet worden uitgegaan, hiermee niet vaststaat dat eiser het kind van beide ouders is die in de overgelegde documenten staan, omdat alleen DNA is afgenomen van de vermeende moeder van eiser en niet van de vermeende vader. Daarom is niet onomstotelijk bewezen dat eiser de persoon is die op de overgelegde documenten wordt genoemd.

14. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Ook wanneer het DNA van zowel de moeder als de vader zou zijn onderzocht, zou dit onderzoek niet het onomstotelijk bewijs kunnen leveren dat de brondocumenten op eiser betrekking hebben: uit DNA-onderzoek blijkt immers wie de biologische ouders van een betrokkene zijn, niet wie een persoon zelf is. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling kunnen uitkomsten van een DNA-onderzoek echter wel dienen als aanvullend bewijs om aan te tonen dat een verband bestaat tussen originele brondocumenten en een betrokkene. Daarvoor is niet vereist dat het DNA-onderzoek onomstotelijk moet bewijzen dat brondocumenten op eiser betrekking hebben, zoals verweerder heeft gesteld.

15. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat praktisch is bewezen dat [naam] , geboren [geboortedag] 1935, de biologische moeder is van de persoon, die is geïdentificeerd als eiser. De naam en het identiteitskaartnummer van [naam] komen overeen met de gegevens die op de geboorteakte staan vermeld bij de moeder van [naam] , de persoon die eiser stelt te zijn. De naam, geboortedatum en het identeitskaartnummer van [naam] komen ook overeen met de gegevens in de hukou die eiser heeft overgelegd. Het verband tussen de documenten en eiser kan gezien de uitkomst van het DNA-onderzoek door middel van dit onderzoek inderdaad worden gelegd. Steun voor dit oordeel vindt de rechtbank in de uitspraak van de Afdeling van 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:233.

Paspoorten

16. Verweerder heeft de twee Chinese paspoorten die eiser heeft overgelegd niet ingezonden naar Bureau Documenten ter beoordeling van de originaliteit. Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat de paspoorten hoe dan ook geen aanleiding kunnen vormen om de gegevens van eiser in de BRP te wijzigen, omdat deze geen brondocumenten betreffen. Bovendien kan de inhoud van de paspoorten niet worden geverifieerd, en is onduidelijk op basis van welke gegevens de paspoorten zijn afgegeven.

17. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de paspoorten op zichzelf onvoldoende bewijs vormen voor wijziging van de BRP (zie de uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2839, rov. 3.2). Dat laat onverlet dat de gegevens op de paspoorten wel een aanwijzing kunnen vormen voor het antwoord op de vraag of de overige overgelegde documenten op eiser betrekking hebben (zie de uitspraak van de Afdeling van 5 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2910).

18. De gegevens op de paspoorten komen overeen met de gegevens in de door eiser overgelegde brondocumenten. Het verlopen paspoort is bovendien afgegeven voordat eiser Nederland is ingereisd. De rechtbank oordeelt dat verweerder dan ook ten onrechte niet onderzocht of de paspoorten van eiser originelen betreffen. Omdat zoals hiervoor is overwogen op grond van het DNA-onderzoek kan worden aangenomen dat de overgelegde documenten op eiser betrekking hebben, is nader onderzoek nu niet meer nodig.

Brondocumenten

19. Eiser stelt dat hij zijn identiteit voldoende heeft aangetoond door het overleggen van een gelegaliseerde notariële geboorteakte en een gelegaliseerde en gewaarmerkte kopie van een hukou.

20. Verweerder heeft ten aanzien van deze documenten aangevoerd dat Bureau Documenten heeft aangegeven dat deze niet op echtheid kunnen worden gecontroleerd. Om die reden kan aan de documenten volgens verweerder geen waarde worden toegekend.

21. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat hij betwijfelt of verweerder de door hem overgelegde documenten wel in origineel aan Bureau Documenten heeft opgestuurd. De rechtbank stelt vast dat uit de Verkorte verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 10 augustus 2017 blijkt dat Bureau Documenten de originele notariële verklaring betreffende geboorte heeft ontvangen, en notariële akten met kopieën van onderliggende documenten en dat dit volgens eiser ook de documenten zijn die hij heeft overgelegd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verweerder de door eiser overgelegde documenten in die vorm aan Bureau Documenten heeft voorgelegd.

22. In reactie op de stelling van verweerder dat de documenten kopieën zijn en daarom niet op echtheid kunnen worden gecontroleerd, overweegt de rechtbank als volgt.

23. In de Circulaire legalisatie en verificatie buitenlandse bewijsstukken (staat van personen en toepassing DNA-onderzoek) (Stcrt. 2015, 46341) staat in paragraaf B2 het volgende over buitenlandse bewijsstukken:

“Als hoofdregel geldt dat de herkomst van een buitenlands stuk betreffende de staat van een persoon dient te worden gecontroleerd door middel van legalisatie. Het desbetreffende stuk dient in het land van herkomst te worden gelegaliseerd door de daartoe bevoegde autoriteiten die in een zodanige functionele of hiërarchische relatie tot de afgevende instanties staan, dat zij voor de geldigheid van het document kunnen instaan. In de meeste gevallen zal dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken van dat land zijn. Vervolgens dient het stuk te worden gelegaliseerd door de voor dat land bevoegde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging.”

24. Kan een betrokkene de juiste gelegaliseerde documenten overleggen, dan betekent dat derhalve dat de bevoegde autoriteiten voor de geldigheid van deze documenten instaan.

25. In paragraaf B3.1 staat dat de legalisatieketen per land wordt bekendgemaakt via de website van de rijksoverheid. Op de website www.nederlandwereldwijd.nl van het ministerie van Buitenlandse Zaken staan de eisen voor het legaliseren van documenten uit China voor gebruik in Nederland.

26. Ten aanzien van documenten afkomstig uit China staat op deze website, onder de link https://www.nederlandwereldwijd.nl/landen/china/wonen-en-werken/buitenlandse-documenten-legaliseren, onder meer het volgende:

“Documenten van een notaris

De volgende documenten laat u door een notariskantoor (gong zheng chu) opstellen. Deze documenten krijgt u in het Chinees met daaraan vast de Engelse vertaling. Het Chinese document is voor Nederland het belangrijkste gedeelte.

Een notarieel certificaat (notarised /notarial certificate)

Dit is een verklaring van een notaris over een gebeurtenis, bijvoorbeeld een geboorte. Daarin staan alle nodige gegevens over die gebeurtenis. De notaris geeft deze verklaring af op basis van een officieel Chinees document.

Een gewaarmerkte kopie (certified true copy)

Dit is een fotokopie die een notaris maakt van een origineel Chinees document. Daarbij zit een verklaring van de notaris dat de kopie hetzelfde is als het origineel.”

27. Op de website is verder te lezen dat voor legalisatie van een uittreksel van een geboorteakte voor personen die langer dan een jaar niet in China woonachtig zijn en zijn geboren vóór 1 maart 1996 nodig zijn:

- Een notarieel certificaat met geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en de namen van vader en moeder

en een gewaarmerkte kopie van één van de volgende documenten:

  • -

    De hukou van de ouders, waarin de geboorte staat;

  • -

    Een ziekenhuisverklaring waarin staat dat deze geschikt is voor aangifte in het hukou-register;

  • -

    Een verklaring van het Public Security Bureau met alle geboortegegevens.

28. Bureau Documenten heeft in de ‘Verkorte verklaring van onderzoek documenten’ aangegeven dat de door eiser overgelegde notariële verklaring betreffende geboorte echt is. Voor wat betreft de notariële akte met de kopie van een verklaring betreffende geboorte, ondertekend door het Public Security Bureau, heeft Bureau Documenten aangegeven dat dit geen origineel document betreft maar een kopie met een notariële akte. Over de stempels en handtekeningen van de legalisaties heeft Bureau Documenten zich niet uitgelaten.

29. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat eiser heeft voldaan aan de eisen die aan een uittreksel van een geboorteakte uit China zijn gesteld. Verweerder heeft ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat geen authentiek uittreksel van een geboorteakte is overgelegd. Verweerder had nader onderzoek moeten doen naar de legalisatie en de inhoud van de door eiser overgelegde documenten betreffende zijn geboorteakte.

30. Eiser heeft daarnaast een kopie van een hukou van 19 april 2017 overgelegd, en een “notarial certificate” van deze hukou van 19 april 2017. Hierbij zijn eveneens stempels en handtekeningen van legalisatie toegevoegd.

31. Ook over deze hukou heeft verweerder aangevoerd dat dit een kopie betreft en geen authentiek brondocument. Verder heeft verweerder gesteld dat er informatie ontbreekt in de hukou omdat de eerste zoon van het huishouden hierin niet is genoemd.

32. Op de hiervoor genoemde website is vermeld dat voor legalisatie van een hukou niet het origineel, maar een gewaarmerkte kopie volstaat. Ten aanzien van deze hukou kon verweerder daarom naar het oordeel van de rechtbank evenmin de authenticiteit betwisten met de enkele stelling dat het geen origineel document betreft.

33. Tegen de stelling van verweerder dat de informatie van de hukou niet volledig is omdat de eerste zoon hier niet in staat vermeld, heeft eiser terecht ingebracht dat als de eerste zoon geen onderdeel uitmaakt van het huishouden, hij niet in de hukou staat geregistreerd. Een hukou is immers een overzicht van wie onderdeel uitmaakt van het huishouden, en niet een overzicht van alle leden van een gezin.

34. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat het onderzoek van verweerder naar de hukou van eiser onvoldoende zorgvuldig is uitgevoerd. Verweerder had nader onderzoek moeten doen naar de legalisatie en naar de inhoud van de door eiser overgelegde hukou.

Conclusie

35. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep van eiser gegrond is. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder nader onderzoek zal moeten doen naar de door eiser overgelegde documenten. Vanwege dit nader onderzoek ligt ook een tussenuitspraak in dit geval naar het oordeel van de rechtbank minder voor de hand. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

36. Aangezien het beroep gegrond wordt verklaard dient verweerder het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.

37. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van
€ 512,-).

Beslissing

De rechtbank

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 170,- vergoedt;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Palmboom, rechter, in aanwezigheid van
mr. D.M. Manie, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2019.

griffier de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.