Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2019:1104

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
27-02-2019
Zaaknummer
C/01/338405 / FA RK 18-4363
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 1:253a BW geschil. Partijen vragen de rechtbank een beslissing te nemen over de voetbalclub waar de minderjarige gaat voetballen.

Eerst na deze beslissing willen partijen hun overige geschilpunten via mediation bespreken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/338045 / FA RK 18-4363

Uitspraak : 22 februari 2019

Beschikking in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. P.E. Epping,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. E.J. Kolmeijer,

partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de moeder en de vader.

1 De procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift van de moeder, ontvangen ter griffie op 6 september 2018;

  • -

    het verweerschrift van de vader, tevens houdende een zelfstandig verzoek;

  • -

    het verweerschrift van de moeder op het zelfstandig verzoek van de vader;

- de correspondentie, waaronder met name:

  • -

    een brief met bijlagen d.d. 14 september 2018 van mr Epping;

  • -

    een brief met bijlagen d.d. 28 januari 2019 van mr. Epping;

  • -

    een F9-formulier met bijlagen d.d. 28 januari 2019 van mr. Kolmeijer.

1.2.

De zaak is behandeld ter zitting van 8 februari 2019. Verschenen zijn de moeder, bijgestaan door mr. P.E. Epping, en de vader, bijgestaan door mr. M. Nasrullah als vervanger van mr. Kolmeijer.

Namens de raad voor de kinderbescherming is [naam] verschenen.

Ten slotte is [naam] verschenen als piketmediator.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en hebben met elkaar samengewoond. De samenwoning van partijen is in mei 2014 geëindigd.

2.2.

Het minderjarige kind van partijen tezamen is:

- [A] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] (hierna: [A] ).

De vader heeft [A] erkend.

2.3.

De vader en de moeder hebben gezamenlijk het gezag over [A] . [A] heeft het hoofdverblijf bij de moeder.

2.4.

De vader en de moeder zijn in onderling overleg een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) overeengekomen.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank dient te oordelen over het verzoek van de vader tot wijzing van het hoofdverblijf van [A] en de verzoeken van moeder tot vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en [A] en de vaststelling van een door vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [A] .

3.2.

De moeder en de vader zijn ter zitting overeengekomen dat zij door middel van mediation willen proberen om tot een oplossing van hun geschilpunten te komen. Zij zijn het er over eens dat voordat met mediation kan worden gestart er eerst duidelijkheid moet komen over de voetbalclub waar [A] gaat voetballen. De moeder en de vader verzoeken de rechtbank daarover een beslissing te nemen.

3.3.

De vader stelt dat het in het belang van [A] is dat hij voetbalt bij de club [voetbalclub X] en verzoekt de rechtbank dit te bepalen. De vader voert aan dat [A] al drie jaar deel uitmaakt van een team waarin kinderen zijn opgenomen die talent hebben om zich binnen het voetballen verder te kunnen ontwikkelen. Dat kan bij [voetbalclub X] en [A] heeft bij die club ook sociale contacten met spelertjes buiten het voetbal om. De reisafstand tussen het woonadres van [A] en [plaatsnaam] ziet vader niet als een probleem, omdat hij zorgdraagt voor het halen en brengen van [A] .

3.4.

De moeder stelt dat het in het belang van [A] is als hij voetbalt bij de club

[voetbalclub Y] en verzoekt dat te bepalen. De moeder voert aan dat [A] dan niet hoeft te reizen naar het voetballen en sociale contacten kan opbouwen in [plaatsnaam] waar hij ook op school zit. De moeder voert voorts aan dat het nog maar de vraag is of [A] zich zal ontwikkelen tot het talent dat vader voor ogen heeft. Volgens moeder is voetballen voor [A] belangrijk, maar moet er ook ruimte zijn voor andere dingen in zijn leven.

3.5.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen tussen de ouders in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening omtrent die gezagsuitoefening op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Het geschil van partijen over de plaats waar [A] gaat voetballen is een geschil betreffende de gezamelijke gezagsuitoefening. Partijen hebben dit geschil eerst concreet ter zitting naar voren gebracht en de rechtbank verzocht daarin voor alles een tussenbeslissing te nemen, zodat de rechtbank in het belang van [A] daarop thans een beslissing zal nemen. Het belang van [A] brengt ook met zich mee dat de ouders na de beslissing op dit geschilpunt een mediation traject kunnen starten om hun overige geschillen op te lossen.

3.6.

Met de raad voor de kinderbescherming is de rechtbank van oordeel dat het niet wenselijk is dat [A] bij beide voetbalclubs voetbalt, alleen al omdat dit voor een kind van 7 jaar een te grote belasting vormt. Waar [A] wel gaat voetballen staat los van het belang van de moeder of het belang van de vader. Het gaat erom wat in het belang van [A] is.

3.7.

Tussen de ouders is niet in geschil dat zij over de zorgregeling afspraken hebben gemaakt. Die afspraken komen erop neer dat [A] in de ene week van maandag tot donderdag bij de moeder is, waarna vader [A] op school ophaalt en op zondag weer naar moeder brengt. In de andere week verblijft [A] van vrijdag na school tot zaterdag bij zijn vader. Op dinsdag en donderdag zou [A] door vader opgehaald worden bij moeder en daar ook weer teruggebracht worden om naar de voetbaltraining in [plaatsnaam] te gaan.

In die onderlinge afspraken ligt dan ook besloten dat [A] in [plaatsnaam] voetbalt. Die afspraak is door moeder doorkruist door [A] zonder overleg met vader in te schrijven bij de voetbalclub [voetbalclub Y] . De beweegredenen van moeder daarvoor zijn gelegen in haar vrees dat vader [A] te veel naar zich toe zou trekken. Uit hetgeen partijen over en weer verklaard hebben blijkt dat er tot aan het moment dat [A] is ingeschreven bij de voetbalclub [voetbalclub Y] er geen problemen waren.

3.8.

De rechtbank is gebleken dat voetballen voor [A] belangrijk is en dat hij daar ook veel plezier aan beleeft. Het is echter voor de rechtbank niet te beoordelen of, en zo ja op welke termijn, [A] met betrekking tot het voetballen een niveau zal bereiken dat uitstijgt boven een recreatief niveau. Door de vader is een verklaring ingebracht van de trainer van [voetbalclub X] . Daaruit blijkt dat [voetbalclub X] van mening is dat [A] talent heeft, maar ook zij spreken geen toekomstverwachting uit. Wel blijkt daaruit dat [A] binnen [voetbalclub X] begeleiding krijgt met betrekking tot zijn talent en de ontwikkeling daarvan. Dat een soortgelijke begeleiding ook plaats vindt bij [voetbalclub Y] is door de moeder niet aangevoerd, noch is daarvan op andere wijze gebleken.

Ook al zou voor [A] binnen [voetbalclub Y] een zelfde traject kunnen worden ingezet, dan nog zal [A] regelmatig trainingen moeten volgen en wedstrijden moet spelen. Daarbij zou vader ook betrokken moeten worden. Enerzijds omdat voetbal voor [A] belangrijk is en hij betrokkenheid van beide ouders daarbij moet kunnen ervaren. Anderzijds omdat vaststaat dat het vader is die tot nu toe steeds als ouder voor de begeleiding van [A] zorg heeft gedragen.

3.9.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [A] is indien hij blijft voetballen bij [voetbalclub X] te [plaatsnaam] . De vader dient daarbij [A] steeds bij de moeder op te halen en bij de moeder terug te brengen. Voor vader geldt voorts dat hij moeder wel bij het voetballen van [A] moet gaan betrekken. Weliswaar kunnen de ouders elkaars betrokkenheid nog niet goed op elkaar afstemmen, maar ook daarvoor gaan zij een mediation traject in.

3.10.

De rechtbank zal de zaak voor wat de betreft de beslissing over het hoofdverblijf, de zorgregeling en de kinderalimentatie aanhouden in afwachten van de resultaten van de mediation zoals hierna wordt vermeld. Ter zitting is met partijen en de mediator besproken dat de zaak daartoe zal worden aangehouden tot 3 weken na 8 maart 2019. De rechtbank gaat er van uit dat de zaak daarna schriftelijk kan worden afgedaan.

3.11.

De proceskosten tot op heden worden gecompenseerd zoals hierna wordt vermeld.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

bepaalt dat [A] zal voetballen bij de voetbalclub [voetbalclub X] te [plaatsnaam] , alsmede dat de vader [A] daartoe steeds bij de moeder ophaalt en weer terugbrengt;

4.2.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

4.3.

houdt iedere verdere beslissing in afwachting van de uitkomsten van het mediation traject dat partijen gaan volgen pro forma aan tot 5 april 2019 en verzoekt de beide advocaten de rechtbank uiterlijk 29 maart 2019 daarover te berichten;

compenseert de proceskosten tussen partijen tot op heden aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.J. Raeijmaekers, rechter, tevens kinderrechter,

en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 22 februari 2019.

Conc: awe

Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op
andere wijze bekend is geworden.