Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:822

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
17_1892
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij de vaststelling van omvang van de van de huishoudelijke hulp in natura op grond van de Wmo heeft verweerder gebruik gemaakt van het in de beleidsregels opgenomen normenkader dat is vastgesteld door een adviesbureau. Dit normenkader is tot stand gekomen na uitgebreid (veld)onderzoek door het adviesbureau en het maken van een vergelijking van de normtijden uit de geldende richtlijnen met de resultaten uit het veldonderzoek. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de resultaten van het (veld)onderzoek van het adviesbureau aan zijn beleidsregels ten grondslag heeft kunnen leggen. Echter, omdat de door het adviesbureau genoemde en door verweerder in zijn beleidsregels overgenomen normtijden niet volgen uit de resultaten van het onderzoek van het adviesbureau (gemeten tijden) en verweerder het verschil tussen deze normtijden en de gemeten tijden niet heeft kunnen verklaren, is het bestreden besluit genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien door per datum uitspraak huishoudelijke hulp in natura toe te kennen voor 3 uur en 30 minuten per week en 2 keer per jaar 1 dagdeel voor de voor- en najaarsschoonmaak. De rechtbank heeft zich daarbij gebaseerd op de door het adviesbureau tijdens het veldonderzoek gemeten tijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 17/1892

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2018 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. A. van 't Laar),

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder

(gemachtigde: mr. R.M. Brill).

Procesverloop

Bij besluit van 9 september 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres tot en met 11 september 2016 in aanmerking gebracht voor 2 uur huishoudelijke hulp per week in natura ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en met ingang van 12 september 2016 voor 2,5 uur huishoudelijke hulp per week in natura.

Bij besluit van 24 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit gegrond verklaard en eiseres vanaf 24 mei 2017 in aanmerking gebracht voor 2 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week in natura.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2018. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.1

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Eiseres is een 71-jarige alleenstaande vrouw die woonachtig in een gelijkvloerse
3-kamerwoning. Het betreft een appartement (galerijflat), bestaande uit: een woonkamer (met bijgetrokken voormalige slaapkamer), een slaapkamer die door eiseres als zodanig in gebruik is, een tweede slaapkamer die in gebruik is als kledingruimte / wasruimte / ruimte voor de kattenbak, een keuken, een natte cel met wastafel en ligbad, een separate toiletruimte en een gang.

1.2

Eiseres heeft lichamelijke beperkingen die haar belemmeren bij het zelf doen van de huishoudelijke taken. Eiseres ontving daarom vanaf 1 januari 2010 tot 1 april 2015 op grond van de Wmo 2007 een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden voor 4 uur per week.

1.3

Op 1 januari 2015 is de Wmo 2015 in werking getreden. De gemeente Den Bosch is vervolgens overgegaan tot het resultaatgericht indiceren in plaats van het indiceren in uren.

Bij besluit van 2 juni 2015 heeft verweerder eiseres met ingang van 8 maart 2015 in aanmerking gebracht voor (de maatwerkvoorziening) hulp bij het huishouden ingevolge de Wmo 2015 met als resultaat een schoon en leefbaar huis. Bij brief van 23 juni 2016 heeft eiseres verzocht om herziening van het besluit van 2 juni 2015.

1.4

Bij het primaire besluit heeft verweerder eiseres tot en met 11 september 2016 in aanmerking gebracht voor 2 uur huishoudelijke hulp per week ingevolge de Wmo en naar aanleiding van het advies van TriviumPlus van 8 september 2016met ingang van 12 september 2016 voor 2,5 uur huishoudelijke hulp per week. Deze uren hebben betrekking op de volgende activiteiten:
- zwaar huishoudelijk werk: 90 minuten;
- licht huishoudelijk werk (gedeeltelijk): 45 minuten;
- extra tijd voor gebruik extra kamer en separaat toilet: 15 minuten.

1.5

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit gegrond verklaard en eiseres vanaf 24 mei 2017 in aanmerking gebracht voor 2 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week in natura. Verweerder heeft de omvang van de huishoudelijke hulp gebaseerd op de Verordening maatschappelijke ondersteuning
’s-Hertogenbosch 2017 en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning
’s-Hertogenbosch 2017, die in werking zijn getreden op 1 januari 2017. De toegekende uren huishoudelijke hulp hebben betrekking op de volgende activiteiten:
- eenpersoonshuishouden zware huishoudelijke taken: 75 minuten;
- eenpersoonshuishouden lichte huishoudelijke taken (gedeeltelijk): 25 minuten;
- wasverzorging (gedeeltelijk): 10 minuten;

- bereiden van maaltijden (gedeeltelijk): 21 minuten;

- strijken: 15 minuten;

- indirecte tijd: 15 minuten.
Daarnaast is in navolging van het advies van TriviumPlus van 23 februari 2017 aan eiseres ten behoeve van de voor- en najaarschoonmaak 2 keer per jaar 1 dagdeel huishoudelijke hulp toegekend.

2. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij meent met de toegekende 2 uur en 45 minuten huishoudelijke ondersteuning onvoldoende te worden gecompenseerd in haar gebrek aan zelfredzaamheid. Zij stelt dat de genoemde beleidsregels niet voldoen aan het vereiste dat deze voldoende objectief en inzichtelijk tot stand zijn gekomen. De door verweerder toegepaste normering is in de situatie van eiseres niet toereikend en dient volgens haar dan ook buiten beschouwing te worden gelaten. Voorts heeft eiseres aangevoerd dat er geen rechtsgrond bestond om haar met ingang van 1 januari 2017 minder uren toe te kennen dan waarop zij naar haar mening recht had op 31 december 2016. Daarnaast heeft eiseres nog aangevoerd dat verweerder bij het bestreden besluit ten onrechte het primaire besluit niet heeft herroepen en dat in haar geval geen sprake was van toepassing van artikel 2.3.9 van de Wmo maar van een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo waarop een besluit is genomen.

3. De rechtbank overweegt als volgt.

4. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraken van 11 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4262, en 27 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:430, geoordeeld dat verweerder op grond van artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd is om ter invulling van het begrip schoon en leefbaar huis beleidsregels vast te stellen. Deze regels mogen echter niet willekeurig zijn en dienen, gelet op de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb, op objectieve criteria te steunen en op deugdelijk onderzoek te berusten.

5. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de omvang van de huishoudelijke hulp om in een schoon en leefbaar huis te kunnen wonen gebaseerd op de Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2017 en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2017, die zijn ingegaan op 1 januari 2017. Bijlage 1 bij de beleidsregels bevat een normeringskader hulp bij het huishouden.

6. TriviumPlus heeft in 2016 in opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch een onderzoek uitgevoerd naar de bestaande werkwijze en naar een objectieve normering van een ‘schoon en leefbaar’ huis. Daarvoor heeft TriviumPlus onder meer veldonderzoek verricht, waarbij twee gecontracteerde zorgaanbieders zijn betrokken en waarbij de toen geldende richtlijnen (“Richtlijn omvang Hulp bij het Huishouden”) in de praktijk middels huisbezoeken zijn getoetst bij 143 cliënten in de periode van 28 juli 2016 tot en met 2 september 2016. Dat hield in dat onderzoekers meekeken tijdens het schoonmaken door de huishoudelijke hulp en daarbij de deeltaken van de diverse noodzakelijke huishoudelijke hulpwerkzaamheden (lichte taken, zware taken, wasverzorging, maaltijden, regie, indirecte tijd en incidentele werkzaamheden) onderzochten en een aantal relevante factoren observeerden, zoals type woning, samenstelling van de leefeenheid en de totaal ingeplande tijd door de zorgaanbieder. De uitkomsten van dit veldonderzoek zijn vastgelegd en geanalyseerd en beschreven in het rapport “Ondersteuning ontwikkeling objectief normenkader hulp bij het huishouden ten behoeve van de gemeente ’s-Hertogenbosch” van TriviumPlus (hierna: het rapport). In hoofdstuk 5 van het rapport staan de vertalingen van de metingen en de resultaten beschreven. Voorts wordt daarin door TriviumPlus een voorstel voor een nieuw normenkader gedaan. Dit normenkader is tot stand gekomen door de normtijden uit de “Richtlijn omvang Hulp bij het Huishouden” te vergelijken met de resultaten van het veldonderzoek en berekeningen te maken met betrekking tot de frequentie waarmee een deeltaak is uitgevoerd. Verweerder heeft dit normenkader overgenomen en in zijn beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2017 opgenomen.

7. De rechtbank is van oordeel dat het veldonderzoek van TriviumPlus, getuige de verslaglegging daarvan in het rapport, deugdelijk en objectief tot stand is gekomen. Dit betekent dat verweerder in redelijkheid de resultaten van dit onderzoek aan zijn beleidsregels en normenkader huishoudelijke hulp ten grondslag kan leggen.

8. De door TriviumPlus genoemde normtijden die in hoofdstuk 5 van het rapport zijn beschreven en die verweerder in zijn beleidsregels heeft overgenomen, volgen echter niet uit de resultaten van het onderzoek van TriviumPlus. Zo zijn de in het veldonderzoek gemeten tijden voor lichte en zware huishoudelijke taken voor een eenpersoonshuishouden en voor was- en strijkwerkzaamheden in een eenpersoonshuishouden hoger dan in hoofdstuk 5 van het rapport beschreven en hoger dan de normtijden die verweerder in zijn beleidsregels heeft opgenomen. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd aangegeven het verschil tussen de gemeten tijden en de vastgestelde normtijden niet te kunnen verklaren. De door verweerder gehanteerde beleidsregel wordt in zoverre niet onderbouwd door deugdelijk onderzoek.

9. Dit betekent dat het bestreden besluit niet is voorzien van een onderbouwing die het bestreden besluit kan dragen. Het beroep is gegrond. Het bestreden zal worden vernietigd wegens strijd met het bepaalde in de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. Gelet hierop hoeven de overige beroepsgronden van eiseres geen bespreking meer.

10. Uit een oogpunt van finale geschilbeslechting ziet de rechtbank aanleiding om zelf in de zaak te voorzien als bedoeld in artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb en te bepalen dat eiseres in aanmerking komt voor huishoudelijke hulp met een omvang van 3 uur en 30 minuten (zijnde 208 minuten) per week en 2 keer per jaar 1 dagdeel voor voor- en najaarschoonmaak.
De rechtbank heeft zich hierbij gebaseerd op de door TriviumPlus tijdens het veldonderzoek gemeten tijden zoals beschreven in het rapport en op het advies van TriviumPlus van 23 februari 2017:
- lichte werkzaamheden, eenpersoonshuishouden, 49 minuten
- zware werkzaamheden, eenpersoonshuishouden, 125 minuten
- wasverzorging eenpersoonshuishouden, 26 minuten
- strijken eenpersoonshuishouden, 22 minuten
- indirecte tijd, 11 minuten
Totaal 233 minuten per week, te verminderen met 25 minuten per week voor taken die eiseres nog zelf kan verrichten.

11. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op een totaal bedrag van € 1.002,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor de behandeling ter zitting, met een waarde per punt van € 501,-).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres per heden recht heeft op huishoudelijke hulp van 3 uur en 30 minuten in natura per week en 2 keer per jaar 1 dagdeel voor de voor- en de najaarschoonmaak;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002,-;

  • -

    draagt verweerder op aan eiseres het betaalde griffierecht van € 46,- te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.T.C. Wijsman, voorzitter, en mr. M. van 't Klooster en mr. R.A. de Wit, leden, in aanwezigheid van H.J. Renders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2018.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.