Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:6750

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-09-2018
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
6776313 CV EXPL 18-1868
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Artikelen 7:448 en 7:450 BW

Onder bewind gesteld persoon laat behandeling door tandarts uitvoeren. Kosten € 331,51. Veel minder dure behandeling zou, hoewel esthetisch minder fraai, mogelijk zijn geweest. Tandarts wist van onderbewindstelling. Tandarts had daarom niet zonder meer de verrichting mogen doen, maar had de toestemming van de bewindvoerder moeten vragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 6776313

Rolnummer : 18-1868

Uitspraak : 20 september 2018

in de zaak van:

Famed B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

t e g e n :

[bewindvoerder] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. C.J. Driessen.

Partijen zullen verder worden aangeduid als ‘Famed’ en ‘de bewindvoerder’.

1 De procedure

Famed heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. De bewindvoerder is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen. Vervolgens is een comparitie van partijen bepaald. De gemachtigde van Famed heeft nog stukken ingezonden ten behoeve van de comparitie. De comparitie heeft plaatsgevonden op 7 september 2018. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Famed vordert betaling van € 390,01, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

Famed legt daaraan het volgende ten grondslag.

Een medische zorgverlener heeft in opdracht van gedaagde een medische behandeling verricht. De daaruit voortvloeiende vordering is aan Famed gecedeerd. Het betreft de nota d.d. 23 mei 2016 ad € 331,51.

De buitengerechtelijke kosten bedragen € 49,73. De verschuldigde wettelijke rente bedraagt tot en met 1 november 2017 € 8,77.

2.2.

De bewindvoerder heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.

[onderbewindgestelde] , bij wie de behandeling is uitgevoerd, staat onder bewind. De tandarts had de behandeling niet zonder toestemming van de bewindvoerder mogen doen.

[onderbewindgestelde] mag ex artikel 1:438 BW slechts overeenkomsten aangaan met toestemming van de bewindvoerder. De tandarts wist dat [onderbewindgestelde] onder bewind stond.

Voor de onderhavige speciale behandeling was toestemming van de bewindvoerder nodig. Het gaat om een fors bedrag. Dat de nota’s voor de gebruikelijke controles en behandelingen door de bewindvoerder werden betaald, geeft geen vrijbrief om de onderhavige uitzonderlijke behandeling zonder toestemming van de bewindvoerder uit te voeren.

De onderhavige rechtshandeling dient daarom ex artikel 1:439 BW ongeldig te worden verklaard.

3 De beoordeling

3.1.

[onderbewindgestelde] (hierna: [onderbewindgestelde] ) staat onder bewind. De bewindvoerder is zijn broer.

Vaststaat dat [onderbewindgestelde] zich op 14 maart 2016 heeft vervoegd bij Mondmedischcentrum Oss in verband met een afgebroken tand (element 23), en dat hij daarvoor door een tandarts van het Mondmedischcentrum Oss, de heer [naam tandarts] , is behandeld en dat voor deze behandeling een factuur d.d. 23 mei 2016 ten bedrage van € 331,51 is verzonden. De behandeling bestond onder meer uit het maken van röntgenfoto’s, het verwijderen van wortelkanaalvulmateriaal, een wortelkanaalstift, techniek- en materiaalkosten, twee drievlaksvullingen, opbouw van plastisch materiaal en polijsten van vullingen. Tevens staat vast dat bij het Mondmedischcentrum Oss sinds 2009 bekend was dat [onderbewindgestelde] onder bewind staat.

Ook staat vast dat de bewindvoerder de factuur niet heeft betaald.

3.2.

Uitgangspunt is dat [onderbewindgestelde] , ook al is hij onder bewind gesteld, zelfstandig een medische behandelingsovereenkomst kan sluiten. Ingevolge artikel 7:450 BW is voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst de toestemming van de patiënt vereist. [onderbewindgestelde] heeft die toestemming in beginsel kunnen geven zonder dat toestemming van de bewindvoerder vereist was.

3.3.

Dat lijdt echter uitzondering in het geval meerdere behandelingen mogelijk zijn, die ieder tot een bevredigend resultaat zouden leiden, maar waaraan verschillende kosten verbonden zijn. Ingevolge artikel 7:448 BW is de hulpverlener gehouden de patiënt op duidelijke wijze in te lichten over de voorgestelde behandeling. De hulpverlener dient zich daarbij te laten leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijze dient te weten over de aard en het doel van de behandeling, over de gevolgen en de risico’s ervan, over eventuele alternatieven en over de vooruitzichten. Daartoe behoort ook dat de hulpverlener de patiënt informeert over de kosten van de mogelijke verschillende behandelingen. Indien de hulpverlener weet dat de patiënt onder bewind staat dient hij de informatie over de kosten van de verschillende behandelingen, als deze sterk uiteen lopen en er sprake is van substantiële kosten, ook aan de bewindvoerder mede te delen en diens toestemming te vragen voor de behandeling.

3.4.

Famed heeft aangevoerd dat er sprake was van noodhulp, zodat de behandeling niet geweigerd kon worden. Ter comparitie is echter gebleken dat de tand van [onderbewindgestelde] al een week voor de behandeling was afgebroken. Van noodhulp kan dan niet worden gesproken.

3.5.

Uit de door Famed overgelegde verklaring van de tandarts blijkt dat hij met [onderbewindgestelde] het alternatief, een extractie, heeft besproken, maar dat [onderbewindgestelde] voor de onderhavige behandeling koos omdat hij geen zichtbaar gat in de voorkant van zijn mond wilde hebben. Uit de gepubliceerde tandartstarieven 2016 blijkt dat de kosten van een extractie van een tand met verdoving waarschijnlijk (ruim) onder de € 100,- zouden zijn gebleven.

De bewindvoerder heeft ter comparitie aangevoerd dat zijn broer wekelijks leefgeld krijgt, dat hij geen geld heeft voor een behandeling van € 331,-, en dat, als deze rekening moet worden betaald, zijn wekelijks leefgeld gedurende vele weken zal moeten worden beperkt en dat zijn broer dat niet beseft omdat hij de financiële gevolgen van zijn handelingen niet overziet (om welke reden hij onder bewind is gesteld). Voorts heeft de bewindvoerder aangevoerd dat hij, als hij zou zijn geïnformeerd over de kosten van de mogelijke behandelingen, dat met zijn broer zou hebben besproken en met hem zou hebben besproken dat de wortelkanaalbehandeling met de plaatsing van een stifttand zou leiden tot een veel langduriger korting op zijn leefgeld dan de esthetisch minder mooie oplossing van extractie, en dat hij ervan uitgaat dat dan voor de tweede oplossing zou zijn gekozen.

3.6.

De kantonrechter is het in dezen eens met de bewindvoerder. Het gaat in dit geval niet om een standaardbehandeling als een (half)jaarlijkse tandheelkundige controle met geringe werkzaamheden, maar het gaat om een behandeling voor substantiële kosten, terwijl het niet ging om een noodgeval en er een veel goedkoper alternatief voorhanden was. Tot het “informed consent” als vereist door artikel 7:448 BW behoort dat de behandeling plaatsvindt met instemming van [onderbewindgestelde] , maar in dit geval behoort daartoe ook de instemming van de bewindvoerder in verband met de kosten van de behandeling. Ten onrechte heeft de tandarts de behandeling uitgevoerd zonder die instemming te hebben verkregen.

3.7.

Famed heeft tevens een beroep gedaan op het beroepsgeheim van de tandarts, als gevolg waarvan hij niet uit eigen initiatief contact zou hebben mogen opnemen met de bewindvoerder. Dat ontslaat de tandarts echter niet van zijn verplichting om vóór de behandeling de toestemming van de bewindvoerder te verkrijgen. De tandarts had aan [onderbewindgestelde] behoren mede te delen dat hij deze toestemming nodig had en hem daartoe naar zijn bewindvoerder behoren te verwijzen dan wel een machtiging aan [onderbewindgestelde] te vragen om direct met de bewindvoerder contact op te nemen.

3.8.

Om deze reden kan de onderhavige schuld, voortvloeiend uit de door [onderbewindgestelde] met Mondmedischcentrum Oss gesloten behandelingsovereenkomst, ingevolge artikel 1:440 BW niet op de onder het bewind staande goederen van [onderbewindgestelde] worden verhaald. De vordering wordt daarom afgewezen.

3.9.

Famed wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten.

4 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Famed in de kosten van de procedure, aan de zijde van de bewindvoerder tot heden begroot op € 120,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).

Aldus gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2018.