Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:5905

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-11-2018
Datum publicatie
04-12-2018
Zaaknummer
C/01/328169 / HA ZA 17-792
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Contradictoir. Koop paard. Geen consumentenkoop.

Geen consumentenkoop bij een paard met een koopsom van € 650.000,-, dat gekocht wordt om op Grand Prix niveau te presteren. Toepassing CISG in verband met verkoop aan koper gevestigd in Canada.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2019, afl. 1, p. 29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/328169 / HA ZA 17-792

Vonnis van 28 november 2018

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

wonende te [woonplaats]

2. de rechtspersoon naar Canadees recht

SILVER STAR FARMS INC.,

gevestigd te Box, Calgary, Canada

eiseressen,

advocaat mr. S.A. Wensing te Coevorden,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. L.M. Schelstraete te Oisterwijk,

2. Gesellschaft mit beschränkter haftung

J.S. SPORTPFERDE GMBH & CO. KG,

gevestigd te Lohmar, Duitsland,

gedaagde,

advocaat mr. W.G. Reddingius te Rotterdam.

Partijen zullen hierna ook [eiseressen] en [gedaagden] genoemd worden, dan wel afzonderlijk [eiseres sub 1] , Silver Star Farms, [gedaagde sub 1] en J.S. Sportpferde.

De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidenteel vonnis van 23 november 2017, waarbij de zaak door de kantonrechter is verwezen naar deze rechtbank;

  • -

    het incidenteel vonnis van 3 januari 2018, waarbij een vordering van [eiseressen] strekkende tot het overleggen van nadere stukken is afgewezen;

  • -

    het tussenvonnis van 28 februari 2018, waarbij de comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 31 oktober 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

2.1.

[gedaagde sub 1] staat in de Kamer van Koophandel vermeld als commissionair (‘tussenpersoon”/makelaar) in springpaarden en overige zakelijke transacties.

Hij was bevoegd tot verkoop van een springpaard, een merrie geboren in 2006, genaamd Wiona. Het paard was voor training ondergebracht bij J.S. Sportpferde in Lohma, Duitsland.

2.2.

Silver Star Farms is een hippische onderneming in Canada die zich toelegt op fokken, trainen en verkopen van spring- en dressuurpaarden voor de mondiale topsport.

Directeur van Silver Star Farms is [eiseres sub 1] . Zij neemt deel aan internationale springconcoursen op het hoogste niveau.

2.3.

[naam trainer] (hierna [naam trainer] ) geeft wekelijks enkele trainingen aan [eiseres sub 1] bij Silver Star Farms. Hij heeft in het verleden ook wel paarden gekocht voor [eiseressen]

Hij heeft in opdracht van [eiseressen] in het najaar van 2015 in Europa gezocht naar geschikte springpaarden. Hij heeft daarvoor [naam bemiddelaar] benaderd. [naam bemiddelaar] is een Canadese die in Duitsland woont. Zij is eigenaar van de stal [X] Horses GmbH, en bemiddelt bij aankoop van paarden vanuit de Verenigde Staten en Canada.

Zij heeft [naam trainer] gewezen op het paard Wiona, dat bij J.S. Sportpferde was gestald.

2.4.

[naam bemiddelaar] is het paard Wiona gaan bekijken bij J.S. Sportpferde en heeft haar vaste ruiter, Olympisch ruiter [naam ruiter] , de merrie laten berijden.

[naam bemiddelaar] heeft daarvan een filmopname gemaakt en heeft deze toegestuurd aan [naam trainer] .

[naam ruiter] was erg enthousiast over Wiona.

Het paard was kort ervoor röntgenologisch onderzocht. Die röntgenbeelden zijn aan [naam trainer] toegezonden, die deze heeft voorgelegd aan drs. [naam medewerker Veterinary Centre] van Moore Equine Veterinary Centre in Canada.

Kort voor Kerst 2015 is [naam trainer] naar Nederland gekomen om het paard zelf te bezichtigen en te berijden. [gedaagde sub 1] heeft [naam trainer] afgehaald op Schiphol en is met [naam trainer] naar J.S. Sportpferde gereden. [naam trainer] heeft op Wiona gereden. [naam trainer] heeft tijdens het testen met Wiona gesprongen, ook de hoogste sprongen van 155-160 cm. Daarbij waren [gedaagde sub 1] en [naam eigenaar stal JS Sportpferde] aanwezig. [gedaagde sub 1] heeft gezegd dat de koopsom € 650.000,- bedroeg. [naam trainer] heeft daarmee ingestemd, maar wilde het paard nog eerst veterinair doen keuren.

2.5.

[eiseressen] hebben drs. [naam medewerker Veterinair Centrum Someren] van Veterinair centrum Someren verzocht een klinische keuring te verrichten.

De keuring vond plaats op 22 december 2015. In het rapport (productie 2 conclusie van antwoord) staat dat het paard “clinical sound” werd bevonden. Eveneens zijn er op 22 december nog aanvullende röntgenbeelden gemaakt, die aan [eiseressen] zijn toegezonden en door haar aan de Canadese dierenarts [naam medewerker Veterinary Centre] voornoemd zijn voorgelegd (productie 16 zijdens [eiseres sub 1] c.s). Deze schrijft hierover op 4 januari 2016:

“The caudocranial projection of the right stifle shows evidence of mild bone remodeling at the proximal medial aspect of the tibial plateau. This can be interpreted as evidence of early arthritis change; in this case it is very mild or equivocal and may not be of clinical significance. (…)

There are no significant abnormalities noted in these series of radiographs.”

Ook volgens dierenarts [naam medewerker Veterinair Centrum Someren] , die de keuring in opdracht van [eiseressen] heeft uitgevoerd, was deze mogelijke lichte artritis klinisch niet relevant. Dierenarts [naam dierenarts Sporthorse Medical Diagnostic Centre Heesch] van Sporthorse Medical Diagnostic Centre te Heesch, die de foto’s op 7 februari 2018 heeft beoordeeld, oordeelt eveneens dat wat op de foto’s wordt waargenomen een kleine, zeer milde en glad begrensde osteofyt betrof ter hoogte van het mediaal tibiaplateau in de knie van het rechter-achterbeen, die klinisch niet relevant was en niet gezien werd als een verhoogd risico tijdens een aankoopkeuring.

2.6.

Op verzoek van [naam trainer] heeft [gedaagde sub 1] de factuur d.d. 22 december 2015 op naam gesteld van Silver Star Farms. [gedaagde sub 1] is vermeld als de verkopende partij.

Silver Star Farms heeft de koopsom van € 650.000,- aan [gedaagde sub 1] voldaan op 29 december 2015.

2.7.

Wiona is door Overseas Horse Services opgehaald bij de stal J.S Sportpferde. Zij is op 15 januari 2016 geëxporteerd vanuit Europa naar Canada. De reis is betaald en geregeld door of namens Silver Star Farms.

2.8.

Op 20 juni 2016 ontving [gedaagde sub 1] een schrijven van de gemachtigde van [eiseres sub 1] , waarin gesteld werd dat het paard niet aan de overeenkomst zou beantwoorden omdat het niet het volgens [eiseres sub 1] toegezegde springvermogen zou hebben en niet probleemloos te vervoeren zou zijn.Tevens werd een beroep op dwaling gedaan.

2.9.

[gedaagde sub 1] is, ondanks herhaald verzoek en ondanks sommatie door zijn raadsman, door eisers niet in de gelegenheid gesteld om Wiona door een dierenarts te laten onderzoeken.

De vordering

3.1.

De vordering van [eiseressen] luidt als volgt:

dat de rechtbank [gedaagden] bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad zal veroordelen tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseressen] van:

- een som groot € 650.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2016 tot aan de dag der voldoening, hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd;

- subsidiair een door de rechtbank te bepalen bedrag;

- de kosten genoemd bij de vordering onder randnummer 22 e.v. ( de rechtbank begrijpt randnummer 20 op bldz. 10 van de dagvaarding) van de dagvaarding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de interesten vanaf 25 juni 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

  • -

    de buitengerechtelijke incassokosten conform rapport voorwerk

  • -

    de proceskosten.

3.2.

[eiseressen] leggen aan hun vordering deels bovenstaande feiten ten grondslag, alsmede de navolgende stellingen.

[eiseres sub 1] stelt dat zij op amateuristische wijze de paardensport beoefent. Zij was op zoek naar een gezond en talentvol paard, geschikt voor de hogere springsport. De contacten over de aankoop van het paard verliepen tussen [naam trainer] en [naam bemiddelaar] , h.o.d.n. [X] Horses GmbH, welke laatste optrad namens J.S. Sportpferde.

[naam trainer] heeft aan [naam bemiddelaar] aangegeven dat [eiseres sub 1] op zoek was naar een talentvol springpaard, geschikt voor de hogere springsport op Grand Prix niveau 1.45 – 1.50 m. Ook moest het paard braaf en betrouwbaar zijn omdat [eiseres sub 1] amateur is. [naam bemiddelaar] verzekerde dat het paard over de door [naam trainer] gewenste eigenschappen beschikte.

[naam bemiddelaar] en [naam eigenaar stal JS Sportpferde] , eigenaar van de stal J.S. Sportpferde, deelden aan [naam trainer] mede dat het paard in eigendom toebehoorde aan Russische eigenaren en de afgelopen drie jaren in Rusland was uitgebracht in wedstrijden. Daarom was geen begrijpelijk uittrekstel aanwezig van de wedstrijdresultaten die door het paard behaald waren.

3.3.

[eiseressen] stellen dat het paard niet die eigenschappen bezit die [eiseres sub 1] op grond van de overeenkomst redelijkerwijs mocht verwachten. Het paard had een verborgen gebrek. Om die reden heeft [eiseres sub 1] de koopovereenkomst ontbonden bij schrijven van haar gemachtigde van 20 juni 2016 op grond van non conformiteit respectievelijk dwaling (productie 12 en 13).

Eiseressen mochten verwachten dat het paard geschikt was voor de hogere springsport op Grand Prix niveau 1,45-1,50m. Dat is expliciet gegarandeerd door [gedaagde sub 1] en J.S. Sportpferde.

3.4.

[eiseressen] stellen dat het paard niet over het vereiste springvermogen bleek te beschikken om een 1,45-1,50m parcours succesvol te volbrengen, en ook zou het paard niet te berijden zijn op een grasbodem.

Uit de wedstrijdresultaten gepubliceerd door la Fédération Equestre Internationale (hierna: FEI), door eiseressen overgelegd als productie 8, blijkt volgens [eiseressen] dat het paard al vóór de verkoop niet geschikt was voor de hogere springsport op het gewenste niveau. Haar advocaat heeft dit tijdens de comparitie van partijen gesteld.

Verder is het niet mogelijk het paard langdurig te vervoeren. Dat is niet vermeld bij de verkoop. Het paard schuurt dan met haar heupen en verwondt zichzelf. Eiseressen leggen als productie 9 een e-mail d.d. 19-01-2016 over van de vervoerder en een verklaring van [naam trainer] d.d. 30-08-2016.

3.5.

Op 5 juli 2016 is er aanvullend onderzoek gedaan door de dierenarts [naam medewerker Veterinary Centre] van Veterinary Centre Moore Equine (productie 10 van [eiseressen] ). Uit dat onderzoek bleek een breuk in het laterale griffelbeen van het linker achterbeen, alsmede lichte botveranderingen in het rechter achterbeen, die op artritis wijzen.

Bij een second opinion door [naam medewerker Paardenkliniek Garijp] van Paardenkliniek Garijp, heeft deze dezelfde constateringen. De breuk van het griffelbeen was niet zichtbaar in december 2015, omdat toen van het gebied waar dit zich bevindt geen röntgenfoto is gemaakt.

Als productie 11 zijn door [eiseressen] de bevindingen van [naam medewerker Paardenkliniek Garijp] in het geding gebracht.

3.6.

[eiseressen] stellen dat er sprake is van consumentenkoop door [eiseres sub 1] . Daarom dient te worden uitgegaan van het wettelijk bewijsvermoeden dat de zaak al bij de aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde omdat het gebrek zich binnen 6 maanden heeft geopenbaard.

3.7.

Voor wat betreft het beroep op dwaling stellen [eiseressen] dat als zij ten tijde van de koop op de hoogte zouden zijn geweest van de veterinaire gebreken alsmede het transportprobleem, zij het paard nimmer zouden hebben aangeschaft. Meer subsidiair beroepen [eiseressen] zich op wederzijdse dwaling. Dit dient te leiden tot vernietiging van de overeenkomst ex artikel 6:228 BW.

3.8.

Volgens [eiseressen] staat het handelen van J.S. Sportpferde als mede-verkoper in deze kwestie centraal. Zijn handelen is onlosmakelijk verbonden aan de tussen [gedaagde sub 1] en [eiseressen] gesloten koopovereenkomst. De mededelingen van J.S. Sportpferde waren voor [eiseres sub 1] beslissend bij de aankoop van het paard.

3.9.

Haar vordering betreft, kort gezegd, terugbetaling van koopprijs en vergoeding van schade op te maken bij staat, bestaande uit de stallings- en dierenartskosten, alsmede de transportkosten.

Het verweer

4.1.

Sportpferde heeft tegen de vordering ingebracht dat zij niets met de verkoop te maken heeft. Zij is geen eigenaar van het paard en zij heeft niet bemiddeld. Evenmin handelde [naam bemiddelaar] in opdracht van Sportpferde.

4.2.1.

[gedaagde sub 1] voert aan dat het paard aan de overeenkomst voldeed ten tijde van de levering. Het paard is gekocht door Silver Star Farms, niet door [eiseres sub 1] in privé. Hij heeft [eiseres sub 1] nooit gesproken. Op verzoek van [naam trainer] heeft hij de factuur op naam van Silver Star Farms gesteld en Silver Star Farms heeft ook de koopprijs betaald.

4.2.2.

Hij wijst erop dat [eiseres sub 1] op het allerhoogste niveau deelneemt aan internationale springconcoursen. [eiseres sub 1] beoefent de hippische sport beroepsmatig. Zij is directeur, “president”, van Silver Star Farms. Er is daarom geen sprake van consumentenkoop.

De koopovereenkomst is niet rechtsgeldig ontbonden of vernietigd, omdat dit door [eiseres sub 1] werd gedaan en niet door Silver Star Farms, die de koper was.

Op deze overeenkomst is het Weens Koopverdrag (hierna: CISG) van toepassing:

Daarin wordt voor ontbinding van de koop geëist dat er een wezenlijke tekortkoming moet zijn. Een dwalingsactie wordt niet toegelaten, zodra die actie betrekking heeft op de non-conformiteit van het gekochte.

4.2.3.

[gedaagde sub 1] stelt dat hij geen toezeggingen heeft gedaan over het springvermogen van het paard en dat hij ook geen andere eigenschappen heeft toegezegd of gegarandeerd. Dat is ook niet bevoegd namens hem gedaan. Het niveau dat een paard behaalt, hangt ook af van de combinatie paard/ruiter.

[naam bemiddelaar] heeft voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan [naam trainer] de wedstrijdresultaten van Wiona overhandigd, die blijken uit FEI (Federation Equestre Internationale), en die [eiseressen] als professionals ook zelf hadden kunnen raadplegen. Daaruit blijkt onder meer de deelname op 19, 20 en 21 juni 2015 aan onder meer niveau 140-160.

4.2.4.

[gedaagde sub 1] benadrukt dat [eiseressen] alle mogelijkheid hebben gehad om het paard veterinair te onderzoeken alvorens tot aankoop over te gaan. Het paard was gezond ten tijde van de levering. De lichte botverandering in het rechter achterbeen (als gevolg van artrose) was al zichtbaar op de röntgenbeelden van [naam medewerker Veterinair Centrum Someren] , die [eiseressen] hebben laten beoordelen door dierenarts [naam medewerker Veterinary Centre] vóór de koop, en daarvan is in diens veterinair rapport melding gemaakt.

Over de breuk in het griffelbeen die in juni 2016 is geconstateerd, wijst [gedaagde sub 1] erop dat geenszins vaststaat dat deze er al was ten tijde van de koop, zoals uit de bevindingen van [naam medewerker Paardenkliniek Garijp] van Paardenkliniek Garijp blijkt.

4.2.5.

Het paard is niet meer gekeurd voor transport. [gedaagde sub 1] wijst op artikel 39 CISG: in dat geval verliest de koper elk recht zich erop te beroepen dat het niet aan de overeenkomst beantwoordt.

4.2.6.

[gedaagde sub 1] wijst er voorts op dat er pas 6 maanden na aankoop is geklaagd. Dat is te laat. Een termijn van 2 weken zou redelijk zijn. Het gaat hier immers om een levend dier, dat onderhevig is aan verandering van omgeving, voer, trainingsmethoden enz. Hij wijst erop dat er van alles met het paard kan zijn gebeurd in het halve jaar dat gelegen is tussen de aankoop en de eerste klacht die hem bereikte.

Er is pas op 20 juni 2016 door [eiseres sub 1] geklaagd en nog later, pas op 1 maart 2017, door Silver Star Farms. Datzelfde geldt voor de klacht dat het paard niet geschikt zou zijn voor het rijden op een grasbodem.

4.2.7.

[gedaagde sub 1] brengt een handgeschreven verklaring van [naam bemiddelaar] in het geding (productie 12), waaruit blijkt dat de openbare FEI-resultaten door haar aan [naam trainer] zijn toegestuurd. Deze FEI-resultaten zijn overigens eenvoudig online te raadplegen. Daaruit blijkt dat het paard Wiona zeer geschikt was voor wedstrijden op niveau Grand Prix en hoogte 145-155. Hij wijst op wat [naam bemiddelaar] in haar verklaring schrijft: Zij kreeg na de verkoop hele positieve berichten over het paard. Het nam deel aan diverse springconcoursen met goed resultaat. In mei vertelde [naam trainer] haar dat [eiseres sub 1] een fout had gemaakt, waardoor Wiona was gevallen en [eiseres sub 1] ook. Dat had [eiseres sub 1] bang gemaakt. Daarom werd Wiona in mei in The Thunderbird bereden door de vrouw van [naam trainer] , [naam echtgenote trainer] . Wiona won weer in de 140-klasse op gras. In juni 2016, voor de wedstrijden Spruce Meadows, bleek dat [naam echtgenote trainer] en Wiona een dag niet konden rijden. [naam trainer] heeft haar verteld dat de staljongen van [eiseres sub 1] verkeerde spijkers/nagels onder de hoefijzers had aangebracht die niet geschikt waren om uitglijden op gras tegen te gaan, waardoor het paard op het gras was uitgegleden en gevallen. De dag erop, sprong ze echter meteen goed.

4.2.8.

[gedaagde sub 1] betwist dat het paard niet te vervoeren zou zijn op lange afstanden. Gesteld zijn enkel problemen op de heenweg naar Canada. “Rubs” op de heupen kunnen ook veroorzaakt zijn door gebrek aan ruimte. Over ander vervoer is niets gesteld. De verklaring van [naam trainer] over het vervoer is niet gebaseerd op eigen waarneming.

Zo er al problemen waren bij langdurig vervoer, is daarover niet tijdig geklaagd. Volgens [eiseres sub 1] is immers al bij aankomst in Canada gebleken dat dit mogelijk een probleem zou kunnen zijn.

4.2.9.

Tot slot stelt [gedaagde sub 1] dat hij zwaarwegende belangen heeft om eventueel reeds bij levering aanwezige gebreken te controleren of te verhelpen of om de schade te beperken. De toegang tot het paard werd hem echter ontzegd.

Het geschil en de beoordeling

5.1.

De zaak heeft een internationaal karakter. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen dient te worden beantwoord aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van

12 december 2012 betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo II) die rechtstreeks verbindend en toepasselijk is in de lidstaten.

Op grond van artikel 4 EEX-Vo II is [gedaagde sub 1] terecht voor de Nederlandse rechter opgeroepen. Aangezien [gedaagde sub 1] binnen dit arrondissement woont, is deze rechtbank bevoegd.

Op grond van artikel 26 van EEX-Vo II heeft de Nederlandse rechter ook rechtsmacht in de zaak tegen Sportpferde, omdat deze de rechtsmacht niet heeft bestreden. Zoals reeds door de kantonrechter is overwogen doet zich hier niet de situatie voor van een vergewisplicht van de rechtbank. De rechtbank Oost-Brabant is bevoegd van deze zaak kennis te nemen, na de verwijzing door de kantonrechter.

Op grond van de Rome I-verordening is Nederlands recht van toepassing op deze transactie, omdat de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland. Aangezien Nederland en Canada zijn aangesloten bij het Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980, “het Weens Koopverdrag”, hierna: CISG, is dit verdrag van toepassing op de onderhavige koopovereenkomst.

5.2.

De eerste vraag die de rechtbank, onafhankelijk van het voorlopig oordeel van de kantonrechter hierover in diens verwijzingsvonnis, dient te beantwoorden is die, of er hier sprake is van consumentenkoop, zoals [eiseressen] stellen.

De rechtbank is van oordeel dat daarvan géén sprake is. De rechtbank overweegt daartoe het volgende:

De factuur is gesteld op naam van Silver Star Farms en deze is voldaan door Silver Star Farms. Daaraan doet in het geheel niet af, integendeel, dat [eiseres sub 1] kort voor de betaling de aankoopsom aan Silver Star Farms heeft overgemaakt. Vaststaat dat Silver Star Farms zich toelegt op het fokken, trainen en verkopen van spring- en dressuurpaarden voor de mondiale topsport. Er zijn door [eiseressen] onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld, op grond waarvan de rechtbank kan aannemen dat [gedaagde sub 1] ervan op de hoogte was dat niet Silver Star Farms, maar [eiseres sub 1] zijn contractspartij was.

In rechte dient er derhalve van uit te worden gegaan dat Silver Star Farms het paard Wiona van [gedaagde sub 1] heeft gekocht.

Hieruit volgt reeds dat de vordering van [eiseres sub 1] wordt afgewezen, omdat zij niet de koper is.

[eiseres sub 1] is president van Silver Star Farms. Zij is ook een topsport ruiter die deelneemt aan internationale springconcoursen. De rechtbank overweegt ten overvloede dat ook in het geval [eiseres sub 1] als koper zou worden aangemerkt, wat niet het geval is, zij geenszins kan worden aangemerkt als een consument die het paard enkel aankoopt voor privé-doeleinden. Dit blijkt onder meer uit de hoogte van de koopsom ad € 650.000,- , het feit dat [eiseres sub 1] het paard niet zelf is komen bekijken en berijden vóór de aankoop, de verklaring van [eiseres sub 1] ter zitting dat [naam trainer] ongeveer een maand voor de aankoop van Wiona, ook een ander paard in Europa heeft aangekocht voor Siver Star farms/ [eiseres sub 1] , en het feit dat het paard Wiona uitkomt in wedstrijden op hoog niveau, waarbij zij ook door een andere ruiter wordt bereden.

5.3.

Waar zijdens Silver Star Farms twijfel wordt opgeworpen over wie de eigenaar van het paard was, [gedaagde sub 1] of Russische eigenaren, verbindt zij hieraan geen rechtsgevolgen. Dit is dan ook niet relevant voor de beoordeling van de zaak.

5.4.1.

Aangaande het beroep van [eiseressen] op non-conformiteit van het paard, dient de vraag te worden beantwoord of het dier op het moment van de verkoop en levering de eigenschappen bezat die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

Het is aan [eiseressen] om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt dat dit niet het geval was. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waarbij met name van groot belang is dat hier sprake is van de verkoop van een paard waarvan verwacht wordt dat het op hoog niveau zal presteren.

5.4.2.

[eiseressen] stellen dat uit de FEI papieren die dateren van voor de verkoop volgt, dat Wiona niet geschikt was voor wedstrijden op niveau 145-150 cm hoogte.

De rechtbank kan eiseressen daarin niet volgen. Uit productie 8 van [eiseressen] volgt juist dat het paard op 19 juni 2015 een wedstrijd met hoogte van 145 cm reed en nummer 9 werd; op 20 juni 2015 reed Wiona een wedstrijd met hoogte 150 cm, en eindigde als 7de en op 21 juni 2015 eindigde Wiona als eerste in de Word Cup Table A competition, hoogte 140-160 cm. Voor zover door de raadsman van eiseressen ter comparitie is aangevoerd, dat uit de FEI resultaten blijkt dat Wiona na juni 2015 niet meer heeft deelgenomen aan springconcoursen, en daarom niet aan de overeenkomst zou voldoen, is dit geen valide argument. In de eerste plaats niet, omdat dit ten tijde van de koop voor [eiseressen] zonder meer kenbaar was, omdat dit een openbaar register is waarin alle resultaten van internationale springconcoursen waaraan Wiona heeft deelgenomen, worden vermeld. Daarover kunnen geen misverstanden tussen partijen hebben bestaan. De stelling van [eiseressen] dat zij niet gekeken heeft naar de FEI uitslagen van Wiona oordeelt de rechtbank ongeloofwaardig, en zo dit al het geval zou zijn geweest, komt dit geheel voor haar rekening. In de tweede plaats betreft de notering in FEI enkel internationale wedstrijden. Het is dus zeer wel mogelijk dat het paard na juni 2015 aan nationale wedstrijden in Rusland heeft deelgenomen. Daarnaast is ter comparitie onweersproken gesteld door [naam eigenaar stal JS Sportpferde] namens J.S. Sportpferde, dat Wiona aan trainingswedstrijden deelnam, om haar in goede conditie te houden.

[eiseressen] heeft alle gelegenheid gehad om het paard zelf te testen. Het is op verzoek van [naam trainer] bereden door een ruiter van [naam bemiddelaar] , [naam ruiter] , die haar beter vond dan het paard waarmee hij naar de Olympische Spelen was gegaan. Daarvan is beeldmateriaal aan [eiseressen] toegestuurd. Onweersproken is dat het paard daarbij de hoogste sprongen heeft uitgevoerd, van 155cm - 160cm. Vervolgens heeft [naam trainer] zelf op Wiona gereden en heeft hij haar eveneens deze “big jumps” laten springen.

Uit deze tests en uit de resultaten van FEI blijkt dat Wiona wel degelijk op het moment van verkoop op het gewenste niveau en hoogte 140-150, maar ook 145-155 cm kon presteren.

De stelling van [eiseressen] ter comparitie dat het springen tijdens de door [naam ruiter] en [naam trainer] afgenomen testen niet vergeleken kan worden met het rijden van een heel parcours, wordt verworpen, aangezien uit de FEI resultaten wel degelijk blijkt dat Wiona daartoe in staat was.

5.4.3.

Aangaande de beweerde ongeschiktheid van het paard omdat zij moeilijk te vervoeren zou zijn, oordeelt de rechtbank dat het enkele feit dat het dier tijdens de eerste reis naar Canada, in een vreemde omgeving en zonder een vertrouwd persoon in de buurt zich verwond heeft door haar heupen te schaven, onvoldoende is om aan te nemen dat zij niet op lange afstanden te vervoeren zou zijn. Over meer opgetreden problemen tijdens vervoer is niets gesteld of gebleken. Dit argument wordt verworpen.

5.4.4.

De stelling dat het paard op een grasbodem niet te berijden zou zijn, is niet of onvoldoende onderbouwd, zeker gelet op de verklaring van [naam bemiddelaar] , dat het paard door [naam echtgenote trainer] , de vrouw van [naam trainer] in een 140 klasse is uitgekomen op gras met goede resultaten, en dat in juni 2016 Wiona een dag is uitgevallen in Spruce Meadows omdat haar hoeven waren voorzien van verkeerde “studs” (spijkers), die niet geschikt waren om grip te hebben op gras, waardoor Wiona op het gras is uitgegleden en gevallen.

5.4.5.

Voor zover er geen match zou zijn tussen [eiseres sub 1] en het paard Wiona, omdat, zoals [eiseres sub 1] ter zitting verklaarde, het paard een sterke ruiter nodig heeft en niet alleen zij, maar zelfs [naam echtgenote trainer] , de vrouw van [naam trainer] , door Wiona is afgeworpen, oordeelt de rechtbank dat een koper niet kan instaan voor de reactie van een levend dier in de toekomst op haar berijders. Wiona heeft tot de verkoop goed gepresteerd. Als de klik met het dier werkelijk zo belangrijk was voor [eiseres sub 1] , had het op haar weg gelegen het paard zelf te testen vóór de aankoop.

5.5.

Daarenboven oordeelt de rechtbank dat over een eventueel onvermogen van het paard om de gewenste prestaties in een parcours, al dan niet op gras, te leveren, over de match met [eiseres sub 1] en over de beweerde problemen bij vervoer, in een veel eerder stadium, namelijk binnen enkele weken na de aankoop geklaagd had behoren te worden. [eiseressen] hebben op grond van artikel 39 lid 1 CISG hun recht verloren om de koopovereenkomst te ontbinden op basis van deze beweerde, in rechte niet aangenomen, tekortkomingen.

5.6.

Aangaande de pas op 6 juli 2016 vastgestelde breuk in het laterale griffelbeen van het linker achterbeen, oordeelt de rechtbank als volgt:

In de e-mail van dierenarts [naam medewerker Paardenkliniek Garijp] waar [eiseressen] naar verwijzen, productie 11 dagvaarding, is hierover vermeld:

“Of deze breuk twee maanden oud is of twee jaar kan helaas niet vastgesteld worden. Met geen enkele zekerheid valt op grond van de röntgenfoto’s te concluderen dat deze breuk op 15 december 2015 al aanwezig was.(…)

Deze paarden hebben over het algemeen geen enkele last van de oude breuk en kunnen daar normaal mee presteren”.

De rechtbank wijst erop dat er van alles met het paard kan zijn gebeurd in het half jaar dat het bij [eiseressen] verbleef. De constatering van een breuk een half jaar na levering, waarvan niet kan worden vastgesteld wanneer deze is opgetreden, kan niet aan de verkoper als een tekortkoming worden toegerekend.

Wat betreft de lichte botveranderingen in het rechter achterbeen die op artritis zouden wijzen, oordeelt de rechtbank dat deze reeds bij de keuring op 15 december 2015 aanwezig waren, en vermeld zijn in de veterinaire rapporten van zowel drs. [naam medewerker Veterinair Centrum Someren] van Veterinair centrum Someren als van de veearts [naam medewerker Veterinary Centre] verbonden aan de universiteit van Calgary, zodat dit bij de koper voor de levering bekend was en dus geen verborgen gebrek, laat staan een tekortkoming zijdens de verkoper is.

5.7.

De conclusie is, dat er zijdens [eiseressen] onvoldoende feiten zijn gesteld die, indien bewezen, erop zouden kunnen wijzen dat er reeds op het moment van de aankoop sprake was een (verborgen) gebrek.

5.8.

Aangaande de vordering die is ingesteld tegen J.S. Sportpferde, oordeelt de Rechtbank dat [eiseressen] onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld op grond waarvan de rechtbank zou kunnen aannemen dat J.S. Sportpferde (mede) verkoper van het paard Wiona zou zijn. J.S. Sportpferde wordt immers nergens als verkoper vermeld en evenmin is aan haar een koopsom betaald.

5.9.

Uit het voorgaande volgt, dat de vordering van [eiseressen] tegen beide gedaagden wordt afgewezen en dat de overige argumenten van partijen geen bespreking meer behoeven.

5.10

[eiseressen] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagden.

De proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden tot op heden begroot op € 6.705,00 in totaal, gespecificeerd als volgt:

- griffierecht € 1.545,00

- salaris advocaat in de procedure € 5.160,00 (2 punt × € 2.580,00)

De proceskosten aan de zijde van J.S. Sportpferde worden tot op heden begroot op

€ 9.054,00 in totaal, gespecificeerd als volgt:

- griffierecht € 3.894,00

- salaris advocaat in de procedure € 5.160,00 (2 punt x € 2.580,00)

De beslissing

De rechtbank:

Wijst de vorderingen van [eiseressen] af;

Veroordeelt [eiseressen] in de proceskosten gevallen aan de zijde van gedaagden, welke tot op heden worden vastgesteld op € 6.705,00 aan de zijde van [gedaagde sub 1] en op € 9.054,00 aan de zijde van Sportpferde, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW indien niet binnen veertien dagen na heden aan deze veroordeling is voldaan;

Veroordeelt [eiseressen] in de na dit vonnis aan de zijde van [gedaagde sub 1] en J.S. Sportpferde ontstane kosten, welke aan de zijde van zowel [gedaagde sub 1] als van J.S. Sportpferde worden begroot op € 157,00 aan salaris advocaat. Dit bedrag wordt vermeerderd met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak indien [eiseressen] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Spoor en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2018.