Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:5331

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-10-2018
Datum publicatie
01-11-2018
Zaaknummer
SHE 18/2386
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De strijd om de Maurickbeuk

In Vught staat een waardevolle beuk. De APV laat de kap van de beuk slechts toe als een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang zwaarder weegt. Verweerder heeft een kapvergunning verleend voor de beuk vanwege een herinrichtingsproject. Voor dit project waren meerdere varianten. In deze zaak bekijkt de rechtbank verweerders vergelijking tussen de varianten. Als het verschil tussen beide varianten een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang oplevert, mag de beuk worden gekapt. De verschillen tussen beide varianten zijn niet noemenswaardig. De gestelde verminderde bruikbaarheid van het plein bij de keuze voor de andere variant is onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 18/2386

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 oktober 2018 in de zaak tussen

1. Stichting Natuur- en milieugroep Vughtte Vught

2. Vereniging Het Groene Hartte Den Dungen,

3. Stichting Boom en Boschte 's-Hertogenbosch,

eisers,

(gemachtigde: mr. J.E. Dijk),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, verweerder

(gemachtigden: mr. F.A. Pommer en S. van Schijndel).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Vught (gemeente).

Procesverloop

Op 8 mei 2018 heeft verweerder aan de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van elf bomen langs de Boxtelseweg te Vught, ter plaatse van het perceel kadastraal bekend gemeente Vught, sectie C, nummer 2459 (de kapvergunning).

Eisers en de Stichting Bossche Milieugroep hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

In het besluit van 13 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Stichting Bossche Milieugroep heeft haar verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Bij uitspraak van 5 oktober 2018 heeft de voorzieningenrechter het bestreden besluit geschorst tot en met 30 oktober 2018.

De zaak is behandeld op 30 oktober 2018. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Namens eiseres 1 zijn ook [persoon A] en [persoon B] gekomen. Namens eiseres 2. is ook [persoon C] gekomen en [persoon D] is verschenen namens eiseres 3. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    schorst de kapvergunning voor de kap van de bruine beuk aan het Maurickplein, deze mag dus blijven staan;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,-, aan eisers te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.002,-, te betalen aan eisers.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden.

1.1

De kapvergunning maakt onder andere de kap mogelijk van een 87 jaar oude bruine beuk vlakbij de voetgangersovergang van het Maurickplein over de A2 naar kasteel Maurick. Het beroep is beperkt tot de vergunning voor de kap van de bruine beuk.

1.2

Tussen partijen staat vast dat deze bruine beuk een waardevolle boom is. Waardevolle bomen worden extra beschermd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Een kapvergunning voor een waardevolle boom wordt alleen verleend als een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang van niet tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de boom. Zowel in de kapvergunning als in het bestreden besluit heeft verweerder niet getoetst aan artikel 4.11, vierde lid onder a, van de APV.

1.3

De gemeente is van plan om de aansluiting Grote Gent – Boxtelseweg en het Maurickplein en de Dr. Hillen laan te gaan herinrichten. Hierbij is gekozen voor een van de drie varianten uit een ambtelijk memo op basis van de Visie Verkeer- en Vervoerplan Vught (VVP). Bij de gekozen variant, de derde variant, wordt de Boxtelseweg rechtdoor getrokken, evenwijdig aan de Rijksweg A2 en staat de beuk in de weg. Bij de tweede variant maakt de Boxtelseweg een slinger om de beuk heen. In de bijlage bij de uitspraak staan afbeeldingen van beide varianten.

1.4

Het Maurickplein ligt tegen de A2. Er liggen 31 tijdelijke parkeerplaatsen en het is de bedoeling om hiervan definitieve parkeerplaatsen te maken. Er worden op het Maurickplein enkele evenementen per jaar gehouden, zoals de kermis, het Oktoberfest, een beachvolleybaltoernooi en een vrijmarkt op Koningsdag.

Hoe beoordeelt de bestuursrechter zo’n zaak?

2.1

De gemeenteraad heeft een keuze moeten maken uit een van de drie varianten voor herinrichting. Deze politieke keuze wordt de bestuursrechter terughoudend getoetst. De bestuursrechter let er daarbij wel op of alle belangen goed in kaart zijn gebracht. In dit geval heeft de beuk bij het maken van de keuze een bijzondere bescherming: het gaat om een waardevolle boom, dus er moet sprake zijn van een ‘zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang van niet tijdelijke aard dat belangrijker is dan het behoud van de boom’. De boom staat dus met 1-0 voor: als er zo’n zwaar belang er niet is, dan mag de vergunning niet worden verleend. Verweerder moet kijken of er zo’n zwaar belang is. De bestuursrechter beoordeelt of verweerder dit goed heeft gedaan en kijkt enigszins terughoudend wat de uitkomst van die beoordeling is.

2.2

In deze zaak bekijkt de rechtbank verweerders vergelijking tussen variant 2 en variant 3. Als het verschil tussen beide varianten een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang oplevert, mag de beuk worden gekapt.

Beoordeling

3. De rechtbank kijkt niet naar andere varianten. In het ambtelijk memo staat dat de eerste variant de huidige problemen niet oplost. De door eisers voorgestelde vierde variant (waarbij de rijstroken van de Boxtelseweg worden gesplitst en aan weerszijde van de beuk komen te liggen), is volgens de rechtbank ook geen goed idee. De rechtbank vindt het risico dat een auto tegen de boom aan gaat rijden met alle gevolgen van dien, simpelweg te groot. De rijstrook tussen de keerwal van de A2 en de beuk is smaller dan geadviseerd in de CROW-richtlijnen over verkeersveiligheid. Het is maar de vraag of dit euvel kan worden verholpen. Verweerder heeft goed onderbouwd dat variant eigenlijk niet uitvoerbaar is. De varianten 1 en 4 vallen af.

4.1

Uit de ambtelijke memo komt naar voren dat één van de voordelen van de gekozen derde variant boven de tweede variant is dat de route voor doorgaand verkeer naar de Grote Gent optimaal wordt. In de tweede variant vindt echter ook een verbetering voor doorgaand verkeer plaats. De rechtbank vindt dit geen noemenswaardig verschil, ook niet als in de toekomst de N65 wordt aangepast. Beide varianten hebben dezelfde voordelen voor verkeersveiligheid, vooral die van de fietsers. In beide varianten wordt de bestaande Boxtelseweg tussen het centrum en het Maurickplein een fietsstraat en wordt het doorgaand verkeer afgewikkeld via een nieuwe weg. In beide gevallen hoeft de Taalstraat bij evenementen op het Maurickplein niet te worden afgesloten. Beide varianten voldoen aan de doelstellingen van het VVP.

4.2

In beide varianten wordt een nieuwe trap aangelegd vanuit het Maurickplein, over de nieuwe weg naar de voetgangersbrug over de A2. De ruimte voor de trap is iets beperkter in variant 2 dan in variant 3, maar dit lijkt nauwelijks wat uit te maken. De verkeersveiligheid van de gebruikers van de voetgangersbrug is in beide varianten hetzelfde en is overigens op dit moment geen knelpunt. Ook hier zit geen noemenswaardig verschil.

4.3

In de derde variant wordt een nieuwe groenpartij aangelegd en wordt de beuk gekapt. In de tweede variant blijft de beuk staan. Het nieuwe groen ziet er dan wat anders uit dan in de bestaande situatie, maar ook dit is geen relevant verschil.

4.4

Het enige echte verschil tussen beide varianten is dat in de derde variant de beschikbare ruimte op het Maurickplein wat groter wordt en in de tweede variant de beschikbare ruimte hetzelfde blijft of zelfs wat afneemt. Bij de derde variant kan het Maurickplein volgens verweerder beter worden gebruikt voor evenementen. De rechtbank is echter niet gebleken dat de bestaande evenementen niet langer kunnen doorgaan en betwijfelt sterk of hier niet met wat goede wil een praktische oplossing voor kan worden gevonden. Het belangrijkste evenement is de kermis maar die wordt op meerdere plekken in Vught gehouden. De plannen voor meer aandacht voor de Linie 1629 zijn nog in ontwikkeling. Verweerder heeft op zitting gesteld dat er mogelijk minder parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd bij de tweede variant. Verweerder heeft echter niet inzichtelijk gemaakt hoeveel parkeerplaatsen variant 2 gaat kosten, wat het bestaande tekort is aan parkeerplaatsen en of de ontwikkeling van een parkeergarage bij een supermarkt in Vught-Oost niet kan bijdragen aan een oplossing voor dit bestaande tekort. Het bestreden besluit is op dit onderdeel niet goed onderbouwd. Dan resteert de wens van de gemeente om het Maurickplein in de toekomst een belangrijkere rol te laten vervullen in Vught en onderdeel te laten maken van het centrum. Het is niet duidelijk geworden waarom dit in variant 2 niet zou lukken. Ook in de tweede variant is het Maurickplein slechts door een fietsstraat gescheiden van de rest van Vught.

Conclusie

5. Het beroep is gegrond. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende onderbouwd dat de voordelen van variant 3 boven variant 2 zo groot zijn, dat dit een voldoende zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang oplevert waar de beuk voor moet wijken. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. Verweerder zal dus een nieuw besluit op bezwaar moeten gaan nemen. De rechtbank schorst - voor alle duidelijkheid - de kapvergunning voor de beuk. Die mag dus blijven staan.

6. Omdat de eisers gelijk krijgen moet verweerder het door eisers betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank veroordeelt verweerder ook in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1002,- (één punt voor het indienen van het beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting ).

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.F. Hooghuis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage

Variant 2

Variant 3