Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:5238

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2018
Datum publicatie
25-10-2018
Zaaknummer
18_1042
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Logies arbeidsmigranten in Helmond

De zaak gaat over een vergunning die is verleend door B&W van Helmond om een bestaand kantoorgebouw te transformeren naar een logies gebouw voor 100 arbeidsmigranten. Omwonenden zijn onder andere bang voor parkeerproblemen en overlast. De rechtbank past de omschrijving van de vergunning aan want die was te onduidelijk. Het besluit bevat een aantal voorschriften waaronder de verplichting om een beheerplan in acht te nemen. In dit beheerplan staat dat arbeidsmigranten niet mogen parkeren op de openbare weg bij de Baroniehof. Ook moet vergunninghouder zorgen voor een goede pendeldienst. met deze voorschriften is voldoende gedaan om parkeeroverlast in de wijk te voorkomen. Als er wordt geparkeerd door arbeidsmigranten uit het logiesgebouw in de wijk, kunnen wijkbewoners om handhaving verzoeken bij de gemeente Helmond of aangifte doen. Als er 100 mensen extra in de wijk komen, valt niet uit te sluiten dat de huidige bewoners van de wijk daar wat van gaan merken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder vergunninghouder kan verplichten toezicht te houden doordat hij in het bestreden besluit vergunninghouder heeft verplicht het beheerplan in acht te nemen. In het beheerplan zijn voldoende regels gesteld om alle vormen van overlast tegen te gaan. De bewoners hoeven niet de arbeidsmigranten zelf hier op aan te spreken, zij kunnen via de gemeente of de politie vergunninghouder hier op aanspreken. Dit acht de rechtbank voldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 18/1042 en SHE 18/1002

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2018 in de zaken tussen

1. [eisers] , te [woonplaats] , eisers

2 [eiseres]te [woonplaats] , eiseres,

(beiden vertegenwoordigd door gemachtigde: mr. E.J.H. van Lith),

3 [eiser]te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde mr. E.R. Koster)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, verweerder

(gemachtigde: mr. P. Helmus, T.T. Middel).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam] B.V. (vergunninghouder), te Helmond, gemachtigde: mr. drs. H. Doornhof.

Procesverloop

Op 22 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor de omzetting van het kantoorgebouw Baroniehof in een logiesgebouw voor arbeidsmigranten op het perceel, kadastraal bekend gemeente Helmond, [nummer] , gelegen aan de Baroniehof 169 .

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het beroep van eisers 1 en 2 is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer SHE 18/1042, dat van eiser 3 onder zaaknummer SHE 18/1002).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaken zijn behandeld op de zitting van 28 september 2018. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Namens vergunninghouder is mr. R. Janssen als waarnemer van de gemachtigde verschenen en F. Dijsselblom.

Overwegingen

Inleiding

1. De rechtbank zal hieronder eerst de feiten op een rij zetten. Dan zal de rechtbank uitleggen wat volgens haar wordt bedoeld met het bestreden besluit. Vervolgens zal de rechtbank bespreken of eisers belanghebbende zijn. Dan worden de beroepsgronden van eisers behandeld.

feiten

2.1

De kantoorgebouwen aan de Baroniehof 169 , 169a en 169b te Helmond staan al enige tijd leeg. Vergunninghouder wil de panden gebruiken voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor de duur van tien jaar. Hij heeft een aanvraag ingediend op
30 november 2017 met een ruimtelijke motivering. Verweerder heeft een ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Eisers hebben hier schriftelijk op gereageerd.

2.2

Het gebruik van het pand als logiesgelegenheid voor arbeidsmigranten is in strijd met het bestemmingsplan. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Rijpelberg" en de bestemming "gemengd' met de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - III". Op grond van artikel 3.2, van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Parkeren" wordt er voorzien in voldoende parkeergelegenheid, indien wordt voldaan aan de 'Beleidsregel parkeernormen Helmond 2017', als vastgesteld op 10 februari 2017.

2.3

Eisers wonen in een straal van ongeveer 130 tot 55 meter (hemelsbreed) van het pand aan de Baroniehof . De Baroniehof is een afgesloten wijkje met twee ontsluitingswegen. Er is al enige tijd sprake van een tekort aan parkeerplaatsen.

Belanghebbende?

3.1

De rechtbank onderzoekt eerst of beide eisers wel op alle onderdelen kunnen procederen tegen het bestreden besluit. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat alleen belanghebbenden beroep kunnen instellen. Hiervoor moet je een rechtstreeks betrokken belang hebben. Dat kan als je feitelijk iets voelt, ziet, hoort of ruikt door het vergunde project. Niet zomaar iets, het moet wel ergens over gaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: Afdeling) heeft dit uitgewerkt in uitspraken van 16 maart 2016 en 23 augustus 2017. Verweerder en vergunninghouder betwijfelen of eisers een rechtstreeks betrokken belang hebben.

3.2

Eisers 1 hebben onweersproken gezegd dat zij de kantoorgebouwen vanuit hun huis kunnen zien. Eisers 2 en 3 kunnen de gebouwen niet zien. Eiser 3 woont echter op relatief korte afstand. De rechtbank sluit niet uit dat, als sprake zou zijn van een grote hoeveelheid arbeidsmigranten die met de auto komen, alle eisers hiervan iets merken en parkeeroverlast ervaren, vooral door de vormgeving van de wijk. Eisers hebben ook alle drie aangevoerd dat ze vooral hier bang voor zijn. Dat is een ruimtelijke uitstraling die de rechtbank wel bij de beoordeling betrekt. De rechtbank beschouwt eisers alle drie als belanghebbenden. Daarmee is niet gezegd dat parkeeroverlast gaat optreden. Dat gaat de rechtbank verder in de uitspraak bespreken. Hiervoor moet de rechtbank de zaak inhoudelijk behandelen.

Het bestreden besluit

4.Verweerder heeft een omgevingsvergunning verleend voor de volgende activiteiten: bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en brandveilig gebruiken als bedoeld in artikelen 2.1, eerste lid onder a, c en d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het project wordt omschreven als "transformeren kantoorgebouw Baroniehof ten behoeve van logies arbeidsmigranten". De omgevingsvergunning is verleend voor een periode van maximaal tien jaar. Om van het bestemmingsplan af te wijken heeft verweerder gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 2.12, eerste lid onder a2 in de Wabo. Verweerder beschouwt de afwijking van het project als een geval als bedoeld in artikel 4, negende lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

Bespreking beroepsgronden

5.1

Eisers zijn het niet eens met de manier waarop de procedure is verlopen. Zij hadden verwacht dat zij persoonlijk uitleg zouden krijgen naar aanleiding van de door hen ingediende zienswijzen en dat de buurt meer zou zijn betrokken bij de vergunningverlening en niet zou worden volstaan met een schriftelijke reactie op hun zienswijzen. Ze verwijten verweerder een gebrekkige communicatie.

5.2

Volgens verweerder is er juist goed gecommuniceerd. Er zijn twee informatieavonden gehouden en daarna is pas begonnen met de formele procedure. Hierbij zijn ook andere klachten over de wijk in ontvangst genomen.

5.3

De door verweerder gevolgde procedure voldoet aan de wettelijke eisen. Er is geen verplichting om na het inwinnen van zienswijzen nog eens een informatieavond te organiseren. Verweerder heeft meer gedaan dan zij had hoeven doen op basis van de wet. Eisers hebben, misschien na de twee gehouden informatieavonden, te hoge verwachtingen gehad over het betrekken van buurtbewoners bij het vergunningsproces. Verweerder moet rekening houden met de belangen van zowel de buurt als van vergunninghouder. De rechtbank is van oordeel dat verweerder genoeg heeft gedaan om deze belangen in kaart te brengen. Deze beroepsgrond faalt.

6.1

Eisers zijn van mening dat verweerder de verkeerde procedure heeft gevolgd. Volgens hen is verweerder niet bevoegd om met artikel 2.12, eerste lid onder a2 van de Wabo, vergunning te verlenen en had er een ruimtelijke onderbouwing moeten worden gevraagd.

6.2

Verweerder merkt het project aan als een geval als bedoeld in artikel 4, negende lid van bijlage II van het Bor. Hij heeft een termijn aan het bestreden besluit verbonden. De uitgebreide procedure is gevolgd omdat er ook toestemming is verleend voor het brandveilig gebruiken.

6.3

Vergunninghouder heeft er op gewezen dat er een ruimtelijke motivering bij de aanvraag zat die hetzelfde bevat als een ruimtelijke onderbouwing als vereist in artikel 2.12, aanhef, eerste lid onder a3 van de Wabo.

6.4

De rechtbank stelt voorop dat de uitgebreide procedure moet worden gevolgd alleen al vanwege de toestemming voor het brandveilig gebruiken. Verweerder is hiertoe verplicht op grond van artikel 3.10 van de Wabo. Het is niet mogelijk om artikel 4, elfde lid, van bijlage II van het Bor te gebruiken als een ander lid op het geval van toepassing is. Dat heeft verweerder ook niet gedaan. In het bestreden besluit is geen aanwijzing te vinden dat verweerder het project ook heeft beschouwd als een geval in de zin van artikel 4, elfde lid, van bijlage II van het Bor. De rechtbank is van oordeel dat het project is te beschouwen als een geval als bedoeld in artikel 4, negende lid, van bijlage II van het Bor. Het gebruik van een pand is naar zijn aard een voortdurende activiteit. Verweerder mag hieraan een termijn verbinden op grond van artikel 2.23 van de Wabo. Deze termijnstelling is overigens in het voordeel van eisers. Verweerder had het gebruik ook voor onbepaalde tijd kunnen toestaan. Deze beroepsgrond faalt.

7.1

Eisers vrezen parkeeroverlast. Zij snappen niet waarom een vergelijking wordt gemaakt met de parkeerbehoefte bij de functie hotel bij het bepalen van de parkeerbehoefte en denken dat de arbeidsmigranten veel vaker met de auto komen en dat er dan te weinig parkeerplaatsen zijn. Volgens eisers moet overeenkomstig het op 20 december 2011 gepubliceerde Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten aangesloten worden bij de functie wonen.

7.2

In het bestreden besluit is bepaald dat er 50 parkeerplaatsen moeten zijn voor de arbeidsmigranten. Daarnaast moet vergunninghouder veilig stellen dat bij een eventuele hogere parkeerlast kan worden uitgeweken naar parkeerterreinen bij bedrijven of instellingen in de buurt. Bovendien moet vergunninghouder toereikend vervoer voor de arbeidsmigranten naar hun werkplek regelen met pendelbussen en fietsen. In het parkeerbeleid van verweerder is geen parkeernorm opgenomen voor het gebruik door arbeidsmigranten. Verweerder heeft een parkeernorm van 50 parkeerplaatsen (0,76 parkeerplaats per kamer) vastgesteld door aan te sluiten bij de functie 'hotel' conform het parkeerbeleid.

8.1

Eisers wijzen op het "Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten" dat volgens hen uitgaat van de functie wonen. De rechtbank is het hier niet mee eens. Dat beleidskader gaat over de kwaliteit en de wijze van huisvesting voor arbeidsmigranten. Het gaat niet over parkeren. Verweerder kan uit dit beleidskader geen parkeernorm afleiden.

8.2

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de "Beleidsregel parkeernormen Helmond 2017" (Beleidsregel). In deze beleidsregel is de CROW publicatie 182 'parkeercijfers-Basis voor parkeernormering' van juni 2003 als uitgangspunt genomen voor het opnemen van parkeernormen naar categorie. In de Beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen parkeren in het centrum, in schilwijken en in overige wijken. Per functie wordt in de Beleidsregel een parkeernorm gegeven. De Beleidsregel biedt de mogelijkheid om lagere normen te hanteren. De Beleidsregel bevat geen specifieke norm voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

8.3

Kan verweerder aansluiten bij de functie "hotel met een lage hotelkwalificatie"? Je kunt je dit afvragen omdat de kamers in het gebouw allemaal zijn uitgerust met een eigen kookgelegenheid en badkamer. Het gebouw is echter bedoeld voor arbeidsmigranten die vier tot twaalf maanden aaneengesloten zullen verblijven volgens de normen van de Stichting Normen Flexwonen. Verweerder, vergunninghouder en het uitzendbureau dat bemiddelt bij de arbeidsmigranten die in de gebouwen zullen gaan verblijven, hebben dat op de zitting uitdrukkelijk bevestigd. In het bestreden besluit is de verblijfsduur van vier tot twaalf maanden niet afgebakend. De rechtbank zal dit in deze uitspraak alsnog doen. De rechtbank is van oordeel dat in het bestreden besluit en de ruimtelijke motivering verder voldoende is onderbouwd waarom is aangesloten bij de functie "hotel". Verweerder heeft dit kunnen doen. Op grond van artikel 5 in combinatie met artikel 3 van de Beleidsregel mag een lagere norm worden gehanteerd binnen een bepaalde bandbreedte. Voor de 66 kamers zijn in totaal 50 parkeerplaatsen beschikbaar. Dat is per kamer 0,76 parkeerplaats. Dat is meer dan de ondergrens van de bandbreedte bij 'overige wijken' die wordt genoemd in de Beleidsregel.

8.4

Is dit genoeg? De rechtbank vindt uiteindelijk van wel om de volgende redenen:

  • -

    Vergunninghouder moet op basis van het bestreden besluit het 'Beheerplan Baroniehof 169 A en B ' (Beheerplan) in acht nemen. In het Beheerplan is bepaald dat buiten de aangegeven parkeerplaatsen niet door de gebruikers van de gebouwen nabij de locatie wordt geparkeerd. Dat betekent volgens de rechtbank dat arbeidsmigranten niet mogen parkeren op de openbare weg bij de Baroniehof . Doen zij dit wel, dan is sprake van een overtreding van de vergunningsvoorschriften en dat is in strijd met artikel 2.3, tweede lid van de Wabo. Verweerder kan dan handhavend optreden. Bovendien is overtreding van artikel 2.3, tweede lid van de Wabo een economisch delict dus er kan ook strafrechtelijk worden opgetreden. Eisers of andere omwonenden hebben voldoende mogelijkheden om bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden af te dwingen. Zij kunnen om handhaving verzoeken bij verweerder of zij kunnen aangifte doen. Dat kan in Nederland, dus ook in Helmond.

  • -

    De voorschriften in het bestreden besluit verplichten vergunninghouder ook om toereikend vervoer te regelen voor de arbeidsmigranten naar de werkplek in de vorm van een pendelbusdienst of fietsen. Vergunninghouder heeft op de zitting verteld dat het de bedoeling is dat de arbeidsmigranten lopen naar de carpool parkeerplaats.

  • -

    Tot slot is in de ruimtelijke motivering en in het bestreden besluit voldoende onderbouwd dat arbeidsmigranten die voor een periode van vier tot twaalf maanden naar Nederland komen niet vaak hun auto meenemen.

Door middel van de hierboven genoemde voorschriften is voldoende gedaan om te voorkomen dat parkeeroverlast in de wijk optreedt. De rechtbank vindt het wel vreemd dat verweerder toch nog een voorschrift opneemt dat vergunninghouder verplicht bij hogere parkeeroverlast beschikbare parkeerruimte op nabijgelegen gronden veilig te stellen. Dit voorschrift is onvoldoende concreet. Dit voorschrift is echter niet echt nodig omdat vergunninghouder al verplicht wordt gesteld er voor te zorgen dat arbeidsmigranten niet mogen parkeren op de openbare weg bij de Baroniehof . De rechtbank laat het voorschrift daarom ongemoeid.

8.5

De rechtbank acht daarom voldoende aannemelijk dat er geen parkeeroverlast zal optreden. zolang er maar in de gebouwen arbeidsmigranten verblijven voor een periode van vier tot twaalf maanden.

9.1

Eisers hebben aangevoerd dat de geluidsbelasting vanuit het wegverkeer over de N270 voor de bewoning van de Baroniehof te hoog is.

9.2

De normen in de Wet geluidhinder en andere regelgeving over wegverkeerlawaai zijn bedoeld om mensen te beschermen die in de buurt van wegen wonen. De normen zijn niet bedoeld om de buren van deze mensen te beschermen. De rechtbank vernietigt een besluit niet op basis van strijd met een regel die niet is bedoeld om degene te beschermen die er een beroep op doet (het relativiteitsvereiste in artikel 8:69a van de Awb). De rechtbank laat daarom bespreking van deze beroepsgrond buiten beschouwing.

10.1

Eisers vrezen voor overlast door de huisvesting van 100 arbeidsmigranten en vrezen dat het er meer worden. Met slechts één beheerder kan geen toezicht worden gehouden. Dit geeft ook een andere dynamiek in de wijk.

10.2

Verweerder heeft ter voorkoming van overlast de vergunninghouder verplicht het beheerplan in acht te nemen.

10.3

Volgens vergunninghouder is een mogelijke verstoring van openbare orde een handhavingskwestie.

10.4

Als er 100 mensen extra in de wijk komen, valt niet uit te sluiten dat de huidige bewoners van de wijk daar wat van gaan merken. Het is daarom belangrijk dat verweerder de vergunninghouder kan verplichten om toezicht te houden. De overige bewoners in de wijk kunnen verweerder dan ook verzoeken om bij eventuele overlast op te treden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deze mogelijkheid heeft doordat hij in het bestreden besluit vergunninghouder heeft verplicht het beheerplan in acht te nemen. In het beheerplan zijn voldoende regels gesteld om alle vormen van overlast tegen te gaan. De bewoners hoeven niet de arbeidsmigranten zelf hier op aan te spreken, zij kunnen via de gemeente of de politie vergunninghouder hier op aanspreken. Dit acht de rechtbank voldoende. Deze beroepsgrond faalt.

Conclusie

11. Omdat de omschrijving in het bestreden besluit niet goed is afgebakend, zijn de beroepen gegrond. De rechtbank vernietigt de omschrijving in het bestreden besluit. De rechtbank zal het bestreden besluit zelf aanpassen en de volgende omschrijving opnemen “transformeren kantoorgebouw Baroniehof ten behoeve van het verblijf voor een periode van vier tot uiterlijk twaalf maanden overeenkomstig de normen van de Stichting Normen Flexwonen, van arbeidsmigranten”. Dat betekent dat als arbeidsmigranten korter of langer blijven, dit een vorm van gebruik is waarvoor geen vergunning is verleend. Deze vorm van gebruik is dan in strijd met het bestemmingsplan en in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. De rest van het bestreden besluit (en daarmee de vergunning) blijft in stand. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak (en deze omschrijving) in de plaats treedt van de omschrijving in het bestreden besluit.

12. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hun betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting) in beide zaken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de omschrijving "transformeren kantoorgebouw Baroniehof t.b.v. logies arbeidsmigranten" in het bestreden besluit;

  • -

    neemt in plaats daarvan de volgende omschrijving voor het project in het bestreden besluit op: "transformeren kantoorgebouw Baroniehof ten behoeve van het verblijf voor een periode van vier tot uiterlijk twaalf maanden overeenkomstig de normen van de Stichting Normen Flexwonen, van arbeidsmigranten";

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eisers 1 en 2 en aan eiser 3 te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers 1 en 2 en aan eiser 3 tot een bedrag van € 1002,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J. van der Meiden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

25 oktober 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.