Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:4353

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-05-2018
Datum publicatie
24-01-2019
Zaaknummer
C/01/327091 / FA RK 17-5415
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie van een meerderjarige. Het vasthouden aan het minderjarigheidsvereiste levert in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ontoelaatbare inmenging in het recht op eerbiediging van family life van verzoekster en de man (en ook de overige gezinsleden) op.

Verzoekster is ongeneeslijk ziek en wil uitdrukkelijk deel uitmaken van het gezin en, evenals haar zus, formeel juridisch een volwaardig gezinslid zijn. Ook de man en de moeder zijn eenzelfde mening toegedaan. De wens van verzoekster is om als een kind van de man te sterven. Zij heeft niets meer van haar biologische vader te verwachten.

Het in overeenstemming brengen van de juridische status met de sinds jaar en dag bestaande sociale en emotionele realiteit van het tussen verzoekster en de overige gezinsleden bestaande gezinsleven, is in haar belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0033
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer : C/01/327091 / FA RK 17-5415

Uitspraak : 15 mei 2018

Beschikking betreffende adoptie in de zaak van

[man] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verzoeker, hierna mede te noemen: de man,

advocaat mr. A.G.J. de Vries,

tegen

[vader] ,

verweerder, hierna mede te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,

betreffende

[meerderjarige] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna mede te noemen: [naam meerderjarige] ,

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[moeder] ,

hierna mede te noemen: (de) moeder,

wonende te [man] .

De procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift (met bijlagen) van verzoeker, ingekomen ter griffie op

27 oktober 2017;

  • -

    een formulier-F9 met bijlage, gedateerd 30 oktober 2017;

  • -

    een formulier-F9 (met bijlagen) van verzoeker, gedateerd 5 december 2017.

De zaak is behandeld ter zitting van 5 april 2018. Verschenen zijn: de man, bijgestaan door mr. De Vries, [naam meerderjarige] en de moeder.

Hoewel daartoe behoorlijk en tijdig opgeroepen is de vader niet ter zitting verschenen.

Nadien heeft de rechtbank kennis genomen van:

  • -

    een formulier-F9 met bijlage van mr. De Vries, gedateerd 26 april 2018;

  • -

    een referteverklaring van de vader, gedateerd 1 mei 2018.

De feiten

De moeder en de vader zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het huwelijk is onder meer dochter [naam meerderjarige] geboren. Op [datum] is het huwelijk van de moeder en de vader ontbonden.

De man en de moeder leven inmiddels drieëntwintig jaar samen.

[naam meerderjarige] heeft al meer dan tien jaar geen contact meer met haar vader. Sinds haar vierde jaar is [naam meerderjarige] door de man en de moeder opgevoed. De man beschouwt [naam meerderjarige] als zijn eigen dochter. De zus van [naam meerderjarige] , [naam 1] , is in 2010 door de man geadopteerd en draagt zijn geslachtsnaam, te weten [naam 2] .

Het verzoek

De man verzoekt de adoptie uit te spreken van [naam meerderjarige] en de geslachtsnaam van [naam meerderjarige] te wijzigen in [naam 2]

De man legt aan zijn verzoek onder meer het volgende ten grondslag.

Inmiddels heeft de man al vierentwintig jaar de zorg over [naam meerderjarige] en de man acht het in het belang van [naam meerderjarige] dat de reeds zeer lang tussen hen bestaande banden worden bevestigd door het tot stand brengen van een familierechtelijke betrekking. De man beroept zich daarbij op zijn recht en het recht van [naam meerderjarige] op eerbiediging van hun ‘family life’. De man heeft gedurende het jarenlange verblijf van [naam meerderjarige] bij hem in alle opzichten de rol van ouder vervult, zodat tussen hen een zodanige nauwe persoonlijke betrekking bestaat wat aangemerkt moet worden als familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM.

Door een weigering de adoptie uit te spreken, omdat niet voldaan is aan het minderjarigheidsvereiste, wordt inbreuk gemaakt op het bestaande gezinsleven van de man en [naam meerderjarige] . De man meent dat hun feiten en/of omstandigheden dusdanig bijzonder zijn dat er aanleiding is voorbij te gaan aan het leeftijdscriterium. Het contact tussen [naam meerderjarige] en haar biologische vader en familie vaderszijde ontbreekt. Zij heeft nu niets van haar vader te verwachten en ook voor de toekomst valt redelijkerwijs te voorzien dat zij van haar vader niets meer te verwachten heeft in zijn hoedanigheid als ouder. Toen [naam 1] in 2010 door de man is geadopteerd, wilde [naam meerderjarige] ook geadopteerd worden. Zij was toen al eenentwintig jaar oud. [naam meerderjarige] kampte op dat moment al jaren, ook in de laatste jaren van haar minderjarigheid, met ernstige gezondheidsproblemen. In 2009 werd bij haar een hersentumor gediagnosticeerd. Een operatie en een lang revalidatieproces volgde. Ook heeft zij gedurende vele jaren psychologische hulp moeten hebben om deze klap te kunnen verwerken. Om deze redenen is gedurende de minderjarigheid en recente meerderjarigheid van [naam meerderjarige] afgezien van het indienen van een verzoek tot adoptie door de man.

Daar komt bij dat in 2015 bij [naam meerderjarige] opnieuw een hersentumor is ontdekt. Het afgelopen jaar heeft zij te horen gekregen dat haar aandoening ongeneeslijk is en weer zal terugkeren. [naam meerderjarige] heeft besloten dat zij niet opnieuw behandeld wil worden en zij realiseert zich dat zij niet heel lang meer te leven heeft. Haar wens tot adoptie heeft ook daarmee te maken. Zij wil als dochter van de man, deel uitmakend van het gezin, als [naam meerderjarige] sterven. Zijn noemt hem ook al jaren ‘papa’ en voert informeel al vele jaren zijn geslachtsnaam. [naam meerderjarige] heeft geen vermogen en leeft op basis van een uitkering, zodat de adoptie niets van doen heeft met erfrecht.

De standpunten (ter zitting)

Ter zitting hebben de man, mede bij monde van zijn advocate, als ook [naam meerderjarige] en de moeder hun standpunten uitgebreid toegelicht. [naam meerderjarige] heeft verklaard dat de man haar vaderfiguur is. Hij heeft altijd voor haar klaargestaan zoals een vader behoort te doen. Mocht het verzoek tot adoptie worden afgewezen, dan is dat een grote klap voor [naam meerderjarige] en haar familie. Het gaat [naam meerderjarige] niet alleen om het dragen van de achternaam van de man, maar om het erbij horen, bij de familie [naam 2] . Het is de wens van [naam meerderjarige] om in de jaren die haar resteren in een familierechtelijke betrekking te staan tot de man. Zij wil straks sterven met haar moeder en de man als haar vader. Een afwijzing van het verzoek tot adoptie zal een inbreuk vormen op het gezinsleven van de man en [naam meerderjarige] op grond van het EVRM.

De rechtbank heeft op 1 mei 2018 de ondertekende referteverklaring van de vader ontvangen, eveneens gedateerd 1 mei 2018. De vader heeft daarin verklaard kennis te hebben genomen van het ingediende verzoekschrift van de man en de vader verzet zich niet tegen de verzochte adoptie en wijziging van de geslachtsnaam. De vader was op de hoogte van de mondelinge behandeling op 5 april 2018 om 13.00 uur, maar wenste om hem moverende redenen niet ter zitting te verschijnen.

De beoordeling

Het verzoek tot adoptie dient te worden getoetst aan de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Artikel 1:228 lid 1 sub a BW bepaalt onder meer als voorwaarde voor adoptie dat het te adopteren kind op de dag van het (eerste) verzoek minderjarig is.

Vast staat dat door de man niet eerder een adoptieverzoek is ingediend en dat [naam meerderjarige] ten tijde van de indiening van onderhavig adoptieverzoek reeds jaren meerderjarig is. Daarmee is niet voldaan aan voormeld vereiste van minderjarigheid, hetgeen volgens voormeld wetsartikel reeds om die reden tot een afwijzing van het verzoek tot adoptie zou leiden.

De vraag die aan de rechtbank ter beoordeling voorligt is of een weigering om adoptie toe te staan in dit geval een ongeoorloofde inmenging in het gezins- of familieleven van [naam meerderjarige] en de man, als bedoeld in artikel 8 EVRM, met zich brengt en een terzijdestelling van artikel 1:228 lid 1 sub a BW rechtvaardigt.

De rechtbank stelt voorop dat het recht op adoptie als zodanig niet behoort tot één van het door het EVRM beschermde rechten. Slechts indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden is een terzijdestelling van voormelde dwingendrechtelijke (nationale) bepaling gerechtvaardigd.

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden en overweegt daartoe als volgt.

[naam meerderjarige] vormt sinds haar vierde levensjaar samen met de man, haar moeder en zus [naam 1] een gezin en heeft in gezinsverband met hen samengeleefd. Dit betekent dat de man vrijwel het gehele leven van [naam meerderjarige] samen met de moeder mede-opvoeder van [naam meerderjarige] is geweest. Voor [naam meerderjarige] is de man haar vaderfiguur, net als voor [naam 1] , die in 2010 door de man is geadopteerd en ook de naam [naam 2] draagt. [naam meerderjarige] wilde toen ook al geadopteerd worden, maar zij bleek toentertijd (al) ernstig ziek en daarom is daar verder geen verzoek toe gedaan, nog daargelaten dat zij ook op dat moment reeds meerderjarig was. Zij noemt de man al jaren ‘papa’ en gebruikt zijn geslachtsnaam. Met de (biologische) vader heeft [naam meerderjarige] al jarenlang nauwelijks tot geen contact. [naam meerderjarige] verwacht eigenlijk ook niets meer van hem. De vader heeft schriftelijk verklaard zich niet tegen de verzochte adoptie en geslachtsnaamwijziging te verzetten. Hieruit mag worden geconcludeerd dat [naam meerderjarige] inderdaad niet veel van hem te verwachten zal hebben. [naam meerderjarige] is inmiddels opnieuw ernstig en ongeneeslijk ziek. Naar eigen zeggen ter zitting is haar levensverwachting beperkt tot “een paar jaar”. Zij wil uitdrukkelijk deel uitmaken van het gezin en, evenals haar zus [naam 1] , formeel juridisch een volwaardig gezinslid zijn. Ook de man en de moeder zijn eenzelfde mening toegedaan. De wens van [naam meerderjarige] is om als een [naam 2] ’ te sterven. Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat het in overeenstemming brengen van de juridische status met de sinds jaar en dag bestaande sociale en emotionele realiteit van het tussen [naam meerderjarige] en de overige gezinsleden bestaande gezinsleven, in haar belang is.

Hoewel in beginsel het stellen van termijnen geen ongerechtvaardigde inmenging is in het

recht op eerbiediging van family life in de zin van artikel 8 EVRM, is de rechtbank gezien al het vorenoverwogene van oordeel dat het vasthouden aan het minderjarigheidsvereiste in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ontoelaatbare inmenging in het recht op eerbiediging van family life van [naam meerderjarige] en de man (en ook de overige gezinsleden) oplevert.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verzochte adoptie kan worden uitgesproken. Aannemelijk is geworden dat dit in het kennelijke belang van [naam meerderjarige] is en voor het overige is voldaan aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 1:227 en 1:228 BW.

[naam meerderjarige] , de man en ook de moeder, zoals ter zitting is gebleken, hebben de keuze voor de geslachtsnaam van de man, zijnde ‘ [naam 2] ’, gemaakt ter gelegenheid van deze rechterlijke uitspraak tot adoptie. [naam meerderjarige] zal, gelet op het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 BW, deze geslachtsnaam hebben.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken toewijzen als hierna in het dictum te melden.

De beslissing

De rechtbank:

spreekt de adoptie uit van [meerderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [man] , door [man] , geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] ;

verstaat dat de man, de moeder en [naam meerderjarige] gezamenlijk hebben verklaard dat [naam meerderjarige] met ingang van de datum waarop de adoptie van kracht wordt de geslachtsnaam [naam 2] zal dragen;

verstaat dat op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW niet eerder dan drie maanden na dagtekening van deze beschikking een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [man] .

Deze beschikking is gegeven door mr. N.I.B.M. Buljevic, rechter, tevens kinderrechter,

en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 15 mei 2018.

conc: mvdn

Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op
andere wijze bekend is geworden.