Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:4188

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-08-2018
Datum publicatie
04-09-2018
Zaaknummer
6582195 CV EXPL 18-289
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Hennep in huurwoning; geen ontbinding en ontruiming; bijzondere omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/96
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Kantonrechter

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 6582195

Rolnummer : 18 – 289

Uitspraak : 30 augustus 2018

in de zaak van

Stichting Zayaz

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch

eiseres

gemachtigde mr. R. Boekhoff

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

gemachtigde mr.B.G.M.C. Peters.

Partijen zullen “Zayaz” en “ [gedaagde] ” worden genoemd.

Procedure

Zayaz heeft deze zaak aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 9 januari 2018.

[gedaagde] heeft schriftelijk verweer gevoerd.

Bij tussenvonnis van 5 april 2018 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling, comparitie van partijen, bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 3 juli 2018.

Bij akte van 2 augustus 2018 heeft Zayaz het strafvonnis van deze rechtbank van 20 juli 2018 in het geding gebracht, evenals een volmacht voor en verzoek tot het instellen van hoger beroep

De uitspraak is bepaald op vandaag.

Feiten

[gedaagde] is in 1996 besmet geraakt met het HIV virus. Vanaf 1996 heeft hij verschillende medicijnen moeten gebruiken waarmee het virus wordt onderdrukt. Deze medicatie veroorzaakt veel bijwerkingen waaronder misselijkheid, braken, maagpijn en gebrek aan eetlust. Voor [gedaagde] is van levensbelang dat hij zijn medicatie tijdig inneemt en binnenhoudt. Voor een optimaal resultaat van zijn medicatie dient hij meer dan 95% therapietrouw te zijn. Ter beperking en onderdrukking van de bijwerkingen gebruikt [gedaagde] medicinale cannabis op doktersvoorschrift.

[gedaagde] huurt sinds 1 juni 2000 van Zayaz het appartement aan het [adres] . Op de huurovereenkomst zijn de “Algemene voorwaarden van de “Stichting wonen ‘s-Hertogenbosch (S.W.H.)” (De rechtsvoorganger van Zayaz) van juli 1997 van toepassing.

Op zondag 22 oktober 2017 heeft de politie Oost-Brabant, team ‘s-Hertogenbosch, in het door [gedaagde] gehuurde appartement een ingerichte en in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen van 18 planten van ongeveer een week oud. Daarnaast werd er gedroogde hennep tot een gewicht van 51,5 g aangetroffen. Uit onderzoek van een fraudeinspecteur van Enexis BV bleek dat de verzegeling van de elektriciteitsmeter niet was verbroken en dat er geen illegale aansluiting was aangelegd. Er was geen sprake van diefstal van stroom.

Bij brief van 25 oktober 2017 heeft Zayaz aan [gedaagde] laten weten dat bedrijfsmatige activiteiten, waaronder het exploiteren van een hennepplantage, in gehuurde woningen niet zijn toegestaan. Zayaz deelde mede de huurovereenkomst te willen beëindigen en heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zelf de huurovereenkomst op te zeggen.

Bij e-mail van 2 november 2017 heeft de gemachtigde van [gedaagde] Zayaz verzocht [gedaagde] en haar de gelegenheid te geven zijn persoonlijke situatie mondeling toe te lichten. Zij heeft in haar bericht verwezen naar een uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam en gesteld dat zij na deze uitspraak, waarbij de vordering van de woningbouwvereniging werd afgewezen, in goed overleg tot een voor alle partijen werkzame en veilige oplossing heeft kunnen bereiken.

In haar reactie daarop van 8 november 2017 heeft Zayaz gewezen op haar lik op stuk beleid met betrekking tot het kweken van hennep. De zaak van [gedaagde] kon zij daarom ook niet door de vingers zien. Een hennepzaak wordt altijd aan de rechter voorgelegd. Mocht, aldus Zayaz “een rechter in het verhaal van de heer [gedaagde] meegaan, dan kunnen we ons hierover ook naar buiten toe verantwoorden”. Dit betekent, aldus wederom Zayaz, dat zij een juridische procedure op zou starten als [gedaagde] de huurovereenkomst niet zelf zou beëindigen.

De burgemeester van ‘s-Hertogenbosch heeft bij brief van 18 december 2017 een bestuurlijke waarschuwing ingevolge artikel 13b van de Opiumwet aan Zayaz toegezonden. Aan deze waarschuwing is geen onderzoek naar de concrete omstandigheden van dit geval voorafgegaan.

Op 14 maart 2018 heeft een buurman “officiële klachten” over [gedaagde] ingediend. De klachten betreffen stank– en geluidsoverlast. Concreet gaat het om het opstarten van een elektromotor, het slaan van een koekoeksklok en het tweemaal per dag houden van een rooksessie met vrienden, kennissen of familie.

Op 16 april 2018 is deze klacht onderwerp geweest van een bespreking tussen partijen. Er zou ook sprake zijn geweest van bedreigingen over en weer. De aan hem gerichte verwijten zijn door [gedaagde] betwist. Namens Zayaz is voorgesteld buurtbemiddeling aan te vragen. [gedaagde] was daarmee akkoord. Buurtbemiddeling is kennelijk niet aangevraagd.

Bij vonnis van deze rechtbank van 20 juli 2018 is [gedaagde] veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Hem is een geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd van € 250,00. Tegen dit vonnis heeft [gedaagde] hoger beroep ingesteld.

Vordering en verweer

Zayaz stelt dat [gedaagde] het gehuurde niet als een goed huurder volgens de woonbestemming heeft gebruikt maar het gehuurde heeft benut ten behoeve van strafbare en commerciële activiteiten, namelijk het kweken en verhandelen van hennep. Deze tekortkoming is van een zodanige aard dat ontbinding is gerechtvaardigd. Op deze gronden vordert Zayaz de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de gehuurde woning met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

[gedaagde] bestrijdt de vordering van Zayaz en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen.

Hij bestrijdt op zichzelf niet dat hij in de gehuurde woning hennepplanten heeft gekweekt. Hij stelt dat het niet zijn eigen keus is geweest om zijn planten thuis te kweken. Hij stelt dat hij niet strafbaar handelt omdat hij een medische reden heeft en een aangetoonde noodzaak om medicinale cannabis te kweken.

[gedaagde] stelt dat wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat medicinale cannabis effectief is tegen bijwerkingen als gevolg van hiv-infectie en aids. De noodzaak voor het gebruik van medicinale cannabis door [gedaagde] staat vast. Er is geen andere mogelijkheid om de bijwerking te onderdrukken. Hij is na vele jaren resistent voor alle middelen tegen bijwerkingen.

[gedaagde] heeft alle bestaande en tot heden uitgebrachte varianten medicinale cannabis van Bedrocan geprobeerd. Deze zijn niet voldoende werkzaam.

Hij heeft ook enige tijd medicinale cannabis in de coffeeshop gekocht. De voor hem effectieve soorten waren echter niet continu leverbaar en met regelmaat te kostbaar. In dit verband heeft hij gesteld dat hij een uitkering heeft waarmee hij nog maar net kan rondkomen. Aanvullende vergoedingen zijn hem geweigerd door zijn zorgverzekeraar en de gemeente. De thuiskweek met een beperkt aantal planten is voor hem het redmiddel.

Op hetgeen partijen verder ter toelichting op hun vordering en hun verweer hebben gesteld zal de kantonrechter voor zoveel nodig onder de beoordeling ingaan.

Beoordeling

Inleiding

Zayaz heeft zich ter onderbouwing van haar vordering beroepen op het in kwesties als deze door alle woningbouwverenigingen gehanteerde zero-tolerance beleid ten aanzien van hennepactiviteiten. Zij heeft aan dit beleid ruime bekendheid gegeven.

De kantonrechter is van oordeel dat dit beleid in zijn algemeenheid te billijken is.

Dit betekent niet dat geen aandacht meer gegeven hoeft te worden aan bijzondere omstandigheden van het concrete geval.

De kantonrechter is aan dit beleid niet gebonden. Hij dient te beoordelen of sprake is van een tekortkoming in de verplichtingen van [gedaagde] voortvloeiend uit de huurovereenkomst en zo ja of deze tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt.

Tekortkoming, strafbaar feit

Zayaz heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de door [gedaagde] ontplooide activiteiten in strijd zijn met de Opiumwet. In artikel 8.10 van de algemene huurvoorwaarden van Zayaz is bepaald dat het de huurder niet is toegestaan in het gehuurde activiteiten te ontplooien die bij wet verboden zijn.

[gedaagde] stelt dat hij niet strafbaar heeft gehandeld omdat hij een medische reden heeft en een aangetoonde noodzaak om medicinale cannabis te kweken. Hij stelt dat hij vanwege een conflict van plichten niet anders kan dan zelf te kweken. Hij stelt dat hij 2 tot 4 gram medicinale cannabis per dag nodig heeft om in leven te blijven. Vijf planten zijn onvoldoende gebleken om de misselijkheid en bijwerking te onderdrukken. Medicinale cannabis van het BMC is vanwege kwaliteit en kosten niet de oplossing. Hij heeft niet de mogelijkheid ontheffing aan te vragen.

De strafkamer van deze rechtbank heeft in het vonnis van 20 juli 2018 het strafrechtelijk beroep van [gedaagde] op overmacht en noodtoestand afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] niet alle legale mogelijkheden heeft verkend om in zijn behoefte aan cannabis te voorzien.

De rechtbank heeft overigens aangenomen dat [gedaagde] voor het bestrijden van bijwerkingen van zijn medicatie baat heeft bij het gebruik van cannabis. Zijn huisarts ondersteunt deze stelling. De rechtbank heeft uit de geringe omvang van de kwekerij opgemaakt dat de planten voor eigen gebruik werden gekweekt. Mede in het licht van deze feiten heeft de rechtbank een geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd van € 250,00.

[gedaagde] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Gezien het vonnis van de strafkamer van de rechtbank gaat de kantonrechter ervan uit dat in dit geval het kweken van hennep door [gedaagde] strafbaar is. Echter, de ene kwekerij is de andere niet. In dit geval is sprake van een relatief licht strafbaar feit. De kantonrechter merkt op dat sancties als door de rechtbank in dit geval opgelegd van het niveau zijn van sancties die onder meer bij snelheidsovertredingen in het verkeer plegen te worden opgelegd.

Er is dus sprake van een tekortkoming in de nakoming van de contractuele verplichtingen van [gedaagde] , maar een tekortkoming van relatief lichte aard. Een vergelijking met een bedrijfsmatige teler, al dan niet onder aansturing van het criminele circuit, gaat aan alle kanten mank.

Tekortkoming, bedrijfsmatige teelt

Zayaz stelt bij dagvaarding ook dat [gedaagde] heeft geteeld voor de verkoop. Dit zou blijken uit een grote hoeveelheid gripzakjes en uit de aanwezigheid van de aangetroffen hoeveelheid hennep die ver boven de normen liggen voor eigen gebruik.

[gedaagde] heeft het verwijt van commerciële teelt en handel uitvoerig gemotiveerd weersproken. Hij heeft gewezen op het feit dat het gebruik van cannabis voor hem van levensbelang is en hij heeft gemotiveerd dat hij een bepaalde hoeveelheid moet gebruiken om het beoogde effect te bewerkstelligen.

Zayaz heeft hiertegenover onvoldoende concrete feiten gesteld die, indien ze bewezen zouden worden, kunnen leiden tot de conclusie dat [gedaagde] wel commerciële activiteiten ontplooide.

Vast staat dat sprake was van een kleine kwekerij. Weliswaar zijn door de politie meer dan vijf planten aangetroffen, maar een min of meer gebruikelijke commerciële kwekerij omvat toch vrijwel altijd veel meer dan 18 planten.

Ook staat vast dat niet met de elektriciteitsaansluiting is gemanipuleerd. Er is geen diefstal van energie geconstateerd.

Met de rechtbank in het strafvonnis over deze kwestie van 20 juli 2018 is de kantonrechter van oordeel dat vast staat dat de planten voor eigen gebruik werden gekweekt. Het verwijt van bedrijfsmatig gebruik van het gehuurde gaat dus niet op.

Tekortkoming, overlast

Zayaz heeft onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch gesteld dat het een feit van algemene bekendheid is dat de aanwezigheid en exploitatie van een bedrijfsmatige hennepplantage in of bij een huurwoning voor het gehuurde en de omgeving een reële kans op gevaarzetting, brandgevaar, overlast, wateroverlast en stankoverlast, schade en ander serieus te nemen nadelige effecten in het leven roept.

De kantonrechter heeft al overwogen dat van bedrijfsmatige teelt in dit geval geen sprake was. Concrete overlast is door Zayaz bij dagvaarding niet gesteld. Bij de comparitie van partijen heeft Zayaz klachten van een benedenbuurman genoemd, die door [gedaagde] gemotiveerd zijn tegengesproken. Hij heeft zowel bij de conclusie van antwoord als bij de comparitie een fors aantal verklaringen van andere buren overgelegd. Deze verklaringen komen er op neer dat deze buren nooit overlast van [gedaagde] hebben ondervonden. Zij verklaren positief over [gedaagde] en zijn gedrag. Een enkeling verklaart negatief over de klagende benedenbuurman.

In het licht van al deze feiten en omstandigheden en van de schriftelijke verklaringen van de buren had het op de weg van Zayaz gelegen haar verwijt van overlast meer feitelijk te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten.

Dit betekent dat in het geheel niet is komen vast te staan dat de kwekerij van [gedaagde] een bron van overlast voor de omgeving is geweest. Ook is niet in het minst gebleken van gevaar voor het gehuurde, de andere appartementen in het complex en de verdere omgeving.

Ontbinding gerechtvaardigd?

De kantonrechter concludeert dat sprake is van een tekortkoming – een kwekerij van bescheiden omvang – zonder bedrijfsmatige aspecten en zonder gevaarzetting of overlast.

De vraag die resteert is of deze tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt. (Artikel 6: 265 BW).

[gedaagde] heeft uitvoerig beargumenteerd en met medische stukken gedocumenteerd een beroep gedaan op de voor hem geldende bijzondere omstandigheden. Zayaz heeft deze niet bestreden, althans niet gemotiveerd, maar volstaan met te stellen dat de aangevoerde medicinale redenen niet aan een toewijzing van de gevorderde ontbinding en ontruiming in de weg staan. Zayaz heeft deze stelling onderbouwd met de – hiervoor onjuist geoordeelde stelling – dat de feiten wijzen op een bedrijfsmatig en commercieel karakter van de teelt. Zayaz heeft ook het standpunt ingenomen dat de aangevoerde omstandigheden van medische aard sowieso onvoldoende zijn. Ontbinding en ontruiming dient in alle gevallen te volgen.

De kantonrechter volgt het standpunt van Zayaz niet.

Vast staat dat [gedaagde] zijn lot in het leven niet zelf gekozen heeft. Zijn leven is getekend door een langdurige ernstige en niet te genezen ziekte. Hij heeft – mede aan de hand van de door hem overgelegde stukken van medische aard – voldoende duidelijk gemaakt dat hij minst genomen baat heeft bij het gebruik van medicinale cannabis. Dat vijf planten onvoldoende oogst leveren is naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende aannemelijk gemaakt.

[gedaagde] heeft gesteld dat hij al hetgeen voor hem mogelijk is geprobeerd heeft om niet tot thuisteelt te hoeven overgaan. Hij heeft gesteld dat de door hem thuis gekweekte cannabis van veel betere kwaliteit is en beter werkzaam is dan de varianten van Bedcrocan en de varianten uit de coffeeshop. Met de strafkamer van deze rechtbank is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] dit beter had moeten onderbouwen.

Wat er van dit laatste ook zij, alles bijeen genomen is de kantonrechter van oordeel dat de bijzondere aard van de tekortkoming en de geringe betekenis ervan de ontbinding niet rechtvaardigen.

Hier komt nog bij dat ook de gevolgen van de ontbinding en de ontruiming te ernstig zijn.

Het eerder genoemde beleid van Zayaz en haar collega-verhuurders brengt met zich dat wanneer op grond van een hennepkwekerij in een huurwoning de huurovereenkomst wordt ontbonden en de ontruiming volgt de gewezen huurder gedurende een veelheid van jaren niet in aanmerking kan komen voor toewijzing van een sociale huurwoning. Een alternatief, vrije sector huur of koop, is gezien het inkomen van [gedaagde] niet aanwezig.

Het zou naar het oordeel van de kantonrechter maatschappelijk onaanvaardbaar zijn om een ernstig en ongeneeslijk zieke man naar de daklozenopvang te verwijzen vanwege een relatief lichte tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder.

Op deze gronden zal de kantonrechter de vorderingen van Zayaz afwijzen.

Omdat Zayaz ongelijk krijgt zal zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van Zayaz af;

veroordeelt Zayaz in de kosten van dit geding, tot vandaag aan de kant van [gedaagde] begroot op € 1200,00 als bijdrage in de kosten van de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.M. van der Ham en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 augustus 2018.