Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:4026

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-08-2018
Datum publicatie
14-08-2018
Zaaknummer
18_1769
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Evenementenvergunning voor het evenement ‘Kermis Eikenboomgaard 2018’. Verzoekers stellen dat geluidsoverlast onaanvaardbaar is. Vergunning wederom gebaseerd op ondeugdelijk evenementenbeleid. Afwijking van deskundigenadvies niet deugdelijk gemotiveerd. Belangenafweging tussen (commerciële) belangen vergunninghoudster en woon- en leefklimaat van verzoekers was niet evenredig. Burgemeester mocht verzoekers niet tegenwerpen dat zij niet zijn ingegaan op compensatievoorstel van vergunninghoudster. Gebreken aan de evenementenvergunning zijn zo fundamenteel, dat deze naar verwachting niet te herstellen zijn in de beslissing op bezwaar. Voorzieningenrechter ziet aanleiding om voorlopige maatregel te treffen, het geluidsvoorschrift van de evenementenvergunning te schorsen en een gewijzigd voorschrift aan die vergunning te verbinden waar in staat dat er geen muziek mag worden gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 18/1769

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 augustus 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] en [verzoekster 1], te [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. drs. H.A. Pasveer),

en

de burgemeester van de gemeente Oss, de burgemeester

(gemachtigden: mr. T.E.P.A. Lam en mr. M. Bastet).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

[derde belanghebbende] , te [plaats] , de stichting

(gemachtigden: [naam] , [naam 1] en [naam 2] ).

Procesverloop

Bij besluit van 26 juli 2018 (de evenementenvergunning) heeft de burgemeester aan de stichting vergunning verleend voor de ‘Kermis Eikenboomgaard 2018’ van 16 tot en met 22 augustus 2018 en de op- en afbouw daarvan op 13 tot en met 15 en 23 en 24 augustus 2018 op de Eikenboomgaard in Oss (het kermisfeest).

Verzoekers hebben tegen de evenementenvergunning bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen door de evenementenvergunning te schorsen.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2018. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. De burgemeester en de stichting hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter het dictum in het openbaar uitgesproken.

Overwegingen

Waar staan de wettelijke regels die een rol in deze zaak spelen?

1. De wettelijke regels die van belang zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de zaak zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

Waar gaat het verzoek over?

2. De “Kermis Oss” is een jaarlijks terugkerend evenement dat al decennia wordt gehouden. De omvang van de kermis is door de jaren gegroeid en wordt nu gezien als een van de vijf grootste kermissen van Nederland. Op verschillende locaties in Oss worden activiteiten georganiseerd. De Eikenboomgaard is een straat in het centrum van Oss. De horecaondernemers die aan de Eikenboomgaard zijn gevestigd, hebben zich verenigd in een stichting. Deze stichting heeft door middel van de evenementenvergunning toestemming gekregen voor onder meer het plaatsen van een podium, bars, terrasmeubilair en een overkapping aan de Eikenboomgaard. Verzoekers wonen aan [adres] , pal aan het terrein waar het kermisfeest plaatsvindt. De afstand tot hun woning is enkele meters; de hekken die de overkapping van het festival begrenzen, staan bij verzoekers voor op de stoep.

3. De burgemeester heeft door onderzoeksbureau DPA Cauberg-Huygen een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Het rapport naar aanleiding van dat onderzoek is op 24 juli 2018 opgeleverd. In het rapport wordt onder andere het volgende overwogen (pagina 33):

“8.2 Richtlijnen binnenniveau woningen

Vaak wordt aansluiting gezocht bij de Nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’. De Nota stelt dat bij een binnenniveau van 50 dB(A) gedurende een evenement binnen de woning nog goed een gesprek tussen personen kan plaatsvinden en als ‘aanvaardbare’ hinder kan beschouwd worden, daarboven wordt de geluidhinder beoordeeld als zijnde onacceptabel. In een centrumgebied waarbij woningen op een korte afstand gelegen zijn van de geluidbronnen, resulteert de normering uit de Nota vaak in problemen. (…)

Evenementen die plaatsvinden in de Eikenboomgaard kunnen niet voldoen aan de grenswaarden uit de Nota. Dit is gewoonweg niet mogelijk omdat woningen dichtbij zijn gelegen en een bepaald geluidniveau noodzakelijk is voor de beleving van het evenement. Daarom wordt geadviseerd aansluiting te zoeken bij het StAB-advies en een maximaal binnenniveau binnen in de woning van 60 dB(A) te hanteren. Deze waarde is gebaseerd op de ISO-Recommedation R-1996. De grenswaarde van 60 dB(A) is de uiterste grenswaarde, hierboven is zeker sprake van onaanvaardbare hinder. Dit uitgangspunt is tevens terug te vinden in het evenementenbeleid van andere gemeenten.”

4. In de door de burgemeester verleende vergunning is een aantal voorschriften opgenomen, waaronder het volgende geluidsvoorschrift:

1.3.1

Het gemiddelde geluidsniveau veroorzaakt door het maken van muziek en geluid mag niet meer bedragen dan 85 dB(A) en 95 dB(C) gemeten op meetpunt M1 op één meter voor de gevel.

Meetpunt M1 is aangegeven op een bij de vergunning gevoegde tekening. Verder zijn in de evenementenvergunning voorschriften opgenomen (1.3.2 tot en met 1.3.5) waarin onder andere staat dat de stichting geluidsmetingen moet uitvoeren.

5. De burgemeester heeft het geluidsniveau vergund dat minimaal nodig is om het kermisfeest door te laten gaan. Het gevolg daarvan is dat de meetwaarde binnen de woning van verzoekers 64 dB(A) zal zijn en op piekmomenten uitkomt op maximaal 68 dB(A). De burgemeester heeft gezien dat het geadviseerde maximum van 60 dB(A) wordt overschreden, maar heeft het laten doorgaan van het kermisfeest belangrijker gevonden.

6. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunning en deze voorlopige voorziening gevraagd omdat zij de geluidsoverlast, die met het kermisfeest gepaard gaat, niet acceptabel vinden. Verzoekers hebben toegelicht wat de gevolgen zijn van het vergunde geluidsniveau, gelet op hun eerdere ervaringen. Het is tijdens een kermisfeest niet mogelijk om in de woning met elkaar te praten. Stemgeluid wordt volledig overstemd door de feestmuziek, tv-kijken is onmogelijk, de kopjes trillen letterlijk op tafel en de ruiten rammelen in hun sponningen. Verzoekers verwijzen naar de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” (uit 1996), waarin is overwogen dat bij een binnenniveau van 50 dB(A) in de woning gedurende een evenement sprake is van onduldbare hinder. Verzoekers wijzen er ook op dat de burgemeester het door haarzelf ingewonnen deskundigenadvies niet opvolgt, dat zij die keuze niet goed heeft gemotiveerd en tot slot niet genoeg rekening heeft gehouden met de belangen van verzoekers.

7. Deze rechtbank heeft op 4 mei 20181 en 11 juli 20182 uitspraak gedaan over gelijksoortige evenementen in de Eikenboomgaard. De uitspraak van 4 mei 2018 ging over een door verzoekers ingediend verzoek om voorlopige voorziening om de door de burgemeester verleende vergunning voor een festival in het kader van de Muziekboulevard 2018 (op 10 mei 2018) te schorsen. De uitspraak van 11 juli 2018 ging over een door verzoekers ingesteld beroep tegen de beslissing van de burgemeester op hun bezwaren tegen de vergunningen voor de Muziekboulevard 2017 (op 25 en 26 mei 2017) en de ‘Kermis Eikenboomgaard 2017’ (van 15 tot en met 24 augustus 2017). De in die zaken vergunde evenementen zijn vergelijkbaar met het kermisfeest waarvoor in deze zaak een evenementenvergunning is verleend, met het verschil dat de muziekboulevards van kortere duur waren dan de kermisfeesten.

Wat is een voorlopige voorziening en wat kan de voorzieningenrechter beslissen?

8. Uitgangspunt van de wet is dat het maken van bezwaar de werking van een besluit niet opschort. Dat staat in artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met andere woorden: het besluit blijft van kracht, ook als er bezwaar tegen is gemaakt. Die hoofdregel kan worden doorbroken door het treffen van een voorlopige voorziening. De mogelijkheid daarvoor is geregeld in artikel 8:81 van de Awb. In dat artikel staat dat als tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De verzoeker moet dus redenen hebben die maken dat hij de beslissing op het bezwaar niet kan afwachten en die een uitzondering op de hoofdregel dat het bezwaar de uitvoering van het besluit niet schorst, rechtvaardigen. Een voorlopige voorziening heeft – zoals de term al zegt – het karakter van een tussenmaatregel, in afwachting van de bodemzaak (in dit geval de beslissing op bezwaar). De beoordeling die de voorzieningenrechter maakt, is dus voorlopig van aard en de rechtbank die in een later stadium in een eventuele bodemprocedure over de zaak beslist, is niet aan het oordeel van de voorzieningenrechter gebonden.

9. Als sprake is van onverwijlde spoed, zal de voorzieningenrechter kijken of een – zoals gezegd voorlopig – oordeel is te geven over de vraag of het besluit rechtmatig is. Vervolgens maakt de voorzieningenrechter aan de hand daarvan een belangenafweging, waarbij verschillende elementen worden betrokken, met name:

  • -

    in hoeverre duidelijk is dat (en in hoeverre valt te beoordelen of) aan het besluit een gebrek kleeft;

  • -

    in hoeverre dat gebrek naar verwachting te herstellen valt in de beslissing op bezwaar;

  • -

    of er een onomkeerbare situatie ontstaat als de gevraagde voorlopige voorziening wel of niet getroffen wordt;

  • -

    hoe groot de mate van spoedeisendheid is.

Bij zo'n belangenafweging moeten alle belangen voor en tegen worden afgewogen; als de belangen aan de ene kant groot zijn, moeten de belangen aan de andere kant ook groot zijn om daar tegen op te kunnen wegen.

Kleven er gebreken aan de evenementenvergunning?

10. Aangezien het kermisfeest op 16 augustus 2018 zal beginnen, bestaat over de vraag of sprake is van onverwijlde spoed geen discussie. De voorzieningenrechter zal daarom direct bekijken of een voorlopig rechtmatigheidsoordeel kan worden gegeven over de evenementenvergunning.

11. In artikel 2:25, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Oss 2016 (APV) is een vijftal belangen opgenomen op grond waarvan een evenementenvergunning kan worden geweigerd. Het ingediende verzoek om voorlopige voorziening komt erop neer dat de burgemeester de evenementenvergunning had moeten weigeren, gelet op de belangen “het voorkomen of beperken van overlast” en “het woon- en leefklimaat”. De Zondagswet is van toepassing voor zover het kermisfeest op zondag wordt gehouden. Artikel 3, derde lid, van deze wet geeft de burgemeester een ruimere bevoegdheid een vergunning te weigeren. Voor de beoordeling van dit geschil maakt dat niet uit, omdat verzoekers ook hier wijzen op de belangen “het voorkomen of beperken van overlast” en “het woon- en leefklimaat”.

12. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 11 mei 20163 geoordeeld dat niet op objectieve gronden is vast te stellen wanneer een omwonende onduldbare geluidshinder ondervindt. Het oordeel of sprake is van onaanvaardbare hinder, is niet alleen afhankelijk van de maximaal vergunde grenswaarde. Het is ook afhankelijk van de vraag of de burgemeester aan de belangen die met het kermisfeest zijn gediend, redelijkerwijs doorslaggevend gewicht heeft mogen toekennen.

12.1.

Alle partijen zijn het er over eens dat verzoekers overlast hebben van het kermisfeest en dat dit hun woon- en leefklimaat aantast. Partijen zijn het niet eens of deze overlast en de aantasting van het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar is. In de evenementenvergunning staat dat de Eikenboomgaard in het evenementenbeleid expliciet is aangewezen als locatie voor (luidruchtige) muziekevenementen. Ook staat in de evenementenvergunning dat de burgemeester weet dat het kermisfeest overlast veroorzaakt, en dat dit de reden is dat er op grond van het evenementenbeleid maximum 10 dagen per jaar (luidruchtige) muziekevenementen in de Eikenboomgaard mogen worden gehouden.

12.2.

Deze rechtbank heeft in haar uitspraak van 11 juni 2018 geoordeeld dat het evenementenbeleid niet zorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank heeft in die uitspraak verder geoordeeld dat de burgemeester daarom het evenementenbeleid niet ten grondslag mag leggen aan de beslissing om een evenementenvergunning te verlenen. De voorzieningenrechter ziet geen enkele aanleiding om tot een ander oordeel te komen en neemt de beslissing en de overwegingen in die uitspraak4 over. Door het besluit toch deels en op belangrijke onderdelen op dit evenementenbeleid te baseren, heeft de burgemeester het besluit niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Dat is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Ook voor de belangenafweging is deels verwezen naar het evenementenbeleid. Daaruit volgt dat de belangenafweging niet in overeenstemming met artikel 3:4, eerste lid, van de Awb heeft plaatsgevonden. De verwijzing van de burgemeester naar het bestemmingsplan kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat daarin slechts in algemene zin is overwogen dat er in de Eikenboomgaard ruimte is voor evenementen.

12.3.

De burgemeester heeft het adviesbureau DPA Cauberg-Huygen gevraagd om haar te adviseren over de vraag welk geluidsniveau in de woning van verzoekers aanvaardbaar is. De burgemeester heeft een hoger geluidsniveau vergund dan het adviesbureau heeft geadviseerd. Op zich mag dat, maar daarvoor moet de burgemeester zwaarwegende argumenten hebben. In de evenementenvergunning is uitgebreid ingegaan op de historie van de Kermis Oss, het verbindende karakter daarvan tussen verschillende groepen mensen in de maatschappij en de leefbaarheid van het stadscentrum. Ook wordt erop gewezen dat de Kermis Oss een top 5 plaats heeft weten te bemachtigen in de Top 100 van grootste kermissen en dat dit een mooi festijn is voor de (vele) mensen in Oss die een vakantie niet kunnen betalen.

12.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat deze belangen gelden voor het houden van de (totale) Kermis Oss. Ze zijn niet toegespitst op het kermisfeest waarvoor de evenementenvergunning is afgegeven. De Kermis Oss zal ook doorgaan als het kermisfeest in de Eikenboomgaard niet doorgaat. In dat geval zullen deze belangen slechts beperkt worden geschaad, omdat een feest voor een specifieke (jonge) doelgroep niet doorgaat. Het is verder niet zo dat er voor deze doelgroep helemaal geen plaats meer is. De horeca blijft tijdens de Kermis Oss open en kan bezoekers uit deze doelgroep blijven ontvangen.

12.5.

Het niet doorgaan van het kermisfeest raakt het (commerciële) belang van de stichting en de bij haar aangesloten horecaondernemers. Hoe het commerciële belang van de stichting eruit ziet, is in de evenementenvergunning niet omschreven. Ter zitting heeft de stichting aangegeven dat het niet doorgaan van het kermisfeest betekent dat zij inkomsten zal mislopen. De voorzieningenrechter acht dat aannemelijk. Niet is gesteld dat dit verlies van inkomsten zo fors is dat het voortbestaan van de stichting of de daarbij aangesloten horecaondernemingen in gevaar komt.

12.6.

In de evenementenvergunning is niet is gemotiveerd waarom het (commerciële) belang van de stichting zoveel zwaarder weegt dan het belang van verzoekers bij het voorkomen of beperken van overlast en hun woon- en leefklimaat. De voorzieningenrechter wijst erop dat in de toelichting op de APV5 is overwogen (p. 43): “Oss heeft al jaren geleden bij het opstellen van het evenementenbeleid een extra weigeringsgrond opgenomen: e. het woon- en leefklimaat.” Uit niets blijkt dat de burgemeester betekenis heeft toegekend aan deze specifiek door de gemeenteraad vastgestelde weigeringsgrond. Ook ter zitting heeft de burgemeester niet kunnen toelichten hoe deze specifieke weigeringsgrond bij het verlenen van de evenementenvergunning een rol van betekenis heeft gehad. Dat is in strijd met de artikelen 3:4, eerste lid, en 3:46 van de Awb.

12.7.

Ook heeft de burgemeester erop gewezen dat het kermisfeest een functie heeft in het kader van de openbare orde. In de evenementenvergunning is overwogen dat ieder initiatief in het kader van de Kermis Oss zijn eigen doelgroep trekt en voorziet in een behoefte. De verschillende activiteiten zorgen voor spreiding van de diverse doelgroepen over de stad. Dat is een vorm van crowdmanagement, wat in het belang is van de openbare orde en veiligheid. De Eikenboomgaard biedt per dag plaats aan zo’n 3.000 mensen. Als het kermisfeest niet door kan gaan, dan kunnen deze bezoekers volgens de burgemeester niet worden opgevangen op de overige plaatsen waar de Kermis Oss wordt georganiseerd. De vraag is of de bezoekers, die volgens de burgemeester tot een specifieke doelgroep behoren, in deze aantallen naar Oss komen als het kermisfeest niet doorgaat.

12.8.

De burgemeester heeft meegewogen dat verzoekers niet zijn ingegaan op een aanbod van de stichting om over compenserende maatregelen te praten. De burgemeester vindt dat de overlast die verzoekers door het kermisfeest ervaren het gevolg is van hun eigen keuze om niet in te gaan op dit aanbod. De voorzieningenrechter wijst er op dat juist verzoekers in een van de eerdere procedures hebben verzocht om compensatie, maar dat de burgemeester toen aangaf dat daar “geen potje” voor was. De stichting heeft verzoekers pas op 8 augustus 2018, nog geen 48 uur voor aanvang van de zitting, benaderd met een concreet compensatievoorstel. Daar komt bij dat op 24 juli 2018 in het Brabants Dagblad een artikel verscheen naar aanleiding van een interview met een aantal bij de stichting aangesloten horecaondernemers. In dit artikel staat dat zij bezoekers opriepen om met een “positieve, ludieke ondertoon” van zich te laten horen dat de Ossenaar zich zijn kermisfeestje niet zomaar laat afpakken.6 De stichting heeft ter zitting toegelicht dat dit niet de strekking van het interview was en dat de horecaondernemers schrokken toen zij zagen hoe dit in de krant was terechtgekomen. De voorzieningenrechter twijfelt niet aan de intentie van de horecaondernemers, zoals deze ter zitting is toegelicht. Dit neemt niet weg dat verzoekers als gevolg van de berichtgeving in de krant negatieve reacties ontvingen op hun bezwaren tegen het kermisfeest en dat zij zelfs te maken hebben gehad met bedreigingen. De voorzieningenrechter begrijpt dat de stichting dit niet heeft beoogd en zeker niet heeft gewild. De voorzieningenrechter begrijpt ook dat verzoekers door deze gebeurtenissen geen zin (meer) hadden in overleg. De burgemeester had verzoekers dat niet mogen tegenwerpen.

13. Hieruit volgt dat de evenementenvergunning na heroverweging in bezwaar redelijkerwijs geen stand zal houden. De gebreken die aan de evenementenvergunning kleven zijn zo fundamenteel, dat deze naar verwachting niet te herstellen zijn in de beslissing op bezwaar. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige maatregel te treffen.

Een voorlopige maatregel: welke?

14. De bezwaren van verzoekers zijn voornamelijk gericht tegen het geluidsvoorschrift van de evenementenvergunning. De voorzieningenrechter zal daarom niet de gehele vergunning schorsen, maar alleen het geluidsvoorschrift. Dit betekent dat het kermisfeest mag doorgaan, maar zonder dat er muziek wordt gemaakt. Om dit duidelijk te maken zal de voorzieningenrechter een voorschrift aan de evenementenvergunning verbinden waar dat in staat. De voorzieningenrechter realiseert zich dat het evenement hierdoor een heel ander karakter krijgt dan door de stichting bij de aanvraag is beoogd. De stichting zal zelf de afweging moeten maken of zij het evenement in deze gewijzigde vorm wil laten doorgaan.

15. Partijen hebben gewezen op het belang van de openbare orde. De voorzieningenrechter ziet dat belang en hij stel vast dat, ook als de vergunning wel of niet zou worden geschorst, de horeca een aanzienlijk bezoekersaantal verwacht tijdens de Kermis Oss. Ook dan liggen de verantwoordelijkheid en de benodigde bevoegdheden bij de burgemeester om de openbare orde te handhaven. Dat is in dit geval niet anders.

Hoe beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek?

16. De voorzieningenrechter verbindt aan de evenementenvergunning een gewijzigd voorschrift, ter vervanging van de geluidsvoorschriften zoals opgenomen onder 1.3.1 tot en met 1.3.5 van de evenementenvergunning (zie punt 4 van deze uitspraak). Het gewijzigde voorschrift komt als volgt te luiden:

1.3.1

Het is verboden in de openlucht een geluidinstallatie in werking te hebben of muziek te maken.

17. Dit betekent niet dat de aan de Eikenboomgaard gevestigde horecaondernemers geen muziek meer in hun cafés en restaurants mogen laten horen. Als dat binnen hun normale bedrijfsvoering ook is toegestaan, dan verandert het onder punt 16 gewijzigde voorschrift daar niets aan.

18. Omdat de voorzieningenrechter een ordemaatregel treft, veroordeelt de voorzieningenrechter de burgemeester in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002,– (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,– en een wegingsfactor 1). Ook moet de burgemeester het door verzoekers betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- treft de voorlopige voorziening dat de aan de evenementenvergunning verbonden voorschriften 1.3.1 tot en met 1.3.5 vervallen en worden vervangen door het volgende voorschrift:

1.3.1

Het is verboden in de openlucht een geluidinstallatie in werking te hebben of muziek te maken.”;

  • -

    bepaalt dat de voorlopige voorziening van kracht blijft tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist;

  • -

    veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van

€ 1.002,–;

- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 170,– aan verzoekers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2018.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

BIJLAGE – Relevante regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:2

Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

Artikel 3:4

  1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.

  2. (…)

Artikel 3:46

Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.

Artikel 6:16

Het bezwaar of beroep schorst niet de werking van het besluit waartegen het is gericht, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.

Artikel 8:81

  1. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

  2. (…)

Zondagswet

Artikel 3

  1. Het is verboden op Zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is.

  2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op uitingen tijdens geoorloofde samenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging, vergaderingen of betogingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Voor zover dat vereist is ter voorkoming van gerucht dat de viering van de Zondag en de openbare rust op de Zondag ernstig verstoort, voegt de burgemeester aan de voorschriften en beperkingen bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties voorschriften en beperkingen toe met betrekking tot het geluidsniveau en met betrekking tot het gebruik van geluidsapparaten, of worden door hem aanwijzingen ter zake gegeven.

  3. Voor andere gevallen dan die bedoeld in het tweede lid kan de burgemeester voor de tijd na 13 uur ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid; de gemeenteraad kan ter zake regels stellen.

Algemene Plaatselijke Verordening Oss 2016

Artikel 2:24 Begripsbepaling

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak (…)

  2. (…)

Artikel 2:25 Evenement

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

  1. de openbare orde en veiligheid;

  2. het voorkomen of beperken van overlast;

  3. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en goederen;

  4. e zedelijkheid of volksgezondheid;

  5. het woon- en leefklimaat.

(…)

8. De burgemeester kan besluiten een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in lid 1 van deze bepaling niet te behandelen, als deze niet 12 weken vóór aanvang van het evenement is aangevraagd.

1 ECLI:NL:RBOBR:2018:2243.

2 ECLI:NL:RBOBR:2018:3374.

3 ECLI:NL:RVS:2016:1245.

4 Zie de punten 8 tot en met 9.21 van de uitspraak van 11 juli 2018.

5 https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=oss&id=100001412.

6 https://www.bd.nl/oss/horeca-roept-op-ossenaren-laat-je-kermisfeestje-niet-afpakken-enrsquo~a0f771ac/