Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:2969

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-05-2018
Datum publicatie
18-06-2018
Zaaknummer
6475453 nr. 17 – 8487
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

beroep op dwaling in combinatie met de uitleg van een bepaling uit een duurovereenkomst, die zegt dat sprake is van een flexibel contract.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Kantonrechter

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 6475453

Rolnummer : 17 – 8487

Uitspraak : 31 mei 2018

in de zaak van

Volle Smaak BV

gevestigd te Amersfoort

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

gemachtigde Flanderijn en Verlaek, gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde in conventie, eiser in reconventie

gemachtigde mr. J.J.G. Heling.

Partijen zullen “Volle Smaak” en “ [gedaagde] ” worden genoemd.

Procedure

Volle Smaak heeft deze zaak aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 2 november 2017.

[gedaagde] heeft schriftelijk verweer gevoerd en een tegenvordering ingesteld.

Bij tussenvonnis van 11 januari 2018 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling, comparitie van partijen, bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 10 april 2018.

Op deze zitting heeft Volle Smaak een conclusie van antwoord in reconventie genomen en stukken overgelegd voorzien van een toelichting. De gemachtigde van [gedaagde] heeft spreekaantekeningen overgelegd.

De uitspraak is nader bepaald op vandaag.

Feiten

Volle Smaak maakt haar bedrijf, onder meer, van de verkoop en levering van koffie en aanverwante artikelen. [gedaagde] was tot 25 juli 2016 zelfstandig ondernemer. Hij was franchisenemer van de [naam 1] organisatie.

Op 17 juli 2015 is [gedaagde] benaderd door een vertegenwoordiger van Volle Smaak. In dit gesprek zijn partijen tot een overeenkomst gekomen getiteld “Afname overeenkomst”. Deze overeenkomst is vastgelegd in een schriftelijk formulier. [gedaagde] heeft dit stuk getekend op 17 juli 2015. Namens Volle Smaak is het formulier voor akkoord getekend op 2 september 2015. De overeenkomst bevatte – zoals aangetekend op dit formulier – de verplichting voor Volle Smaak tot levering van minimaal 15 pakken koffie, 10 pakken topping, suikersticks en melk cups. De overeenkomst bevatte voor [gedaagde] de verplichting tot het afnemen van minimaal deze hoeveelheden tegen betaling van een bedrag van € 224,50 per maand. De overeenkomst is ingegaan op 1 september 2015.

Het formulier vermeldt verder de volgende tekst:

“Duur van de overeenkomst: 72 maanden. Op deze overeenkomst zijn de algemene service– en leveringsvoorwaarden van Volle Smaak BV van toepassing. Bij ondertekening van deze overeenkomst is daarvan een exemplaar aan de klant overhandigd.”

Met betrekking tot de algemene voorwaarden bevat het formulier verder de volgende tekst:

“Opdrachtgever verklaart door ondertekening van de overeenkomst dat hem de algemene voorwaarden van opdrachtnemer van dit document, op voorhand ter hand zijn gesteld en dat hij hiervan uitdrukkelijke kennis heeft genomen. Opdrachtgever verklaart zich akkoord dat de algemene voorwaarden van opdrachtnemer op de onderhavige overeenkomst van toepassing zijn.”

Verder vermeldt het formulier:

“Opmerkingen

Flexibel contract: op elk gewenst moment aan te passen (volume, looptijd en configuratie) tegen de dan geldende prijzen”.

De laatste zin is omkaderd.

Op 25 juli 2016 heeft [gedaagde] zijn bedrijf middels een activatransactie verkocht aan [naam 2] .

Op 27 juli 2016 heeft [gedaagde] na telefonisch overleg met de heer [naam directeur] , directeur van Volle Smaak, aan Volle Smaak een bedrag overgemaakt van € 552,77 onder vermelding van:

“Omschrijving

Restantbedrag afrekening [gedaagde]

[naam 1] ”.

Na deze datum heeft Volle Smaak geen koffie en aanverwante producten meer geleverd. Wel heeft zij nog over een aantal maanden, in ieder geval de maanden september, oktober, november en december 2016 en januari, februari en maart 2017 het inmiddels verhoogde maandbedrag van € 234,15 exclusief btw aan [gedaagde] gefactureerd. De facturen over september en oktober 2016 zijn per abuis door [naam 2] betaald. De overige facturen zijn onbetaald gebleven evenals een factuur van 20 oktober 2016 van € 636,77 inclusief btw. Deze factuur had betrekking op een storingsbezoek op 14 juli 2016.

Inmiddels voerden [naam 1] en Volle Smaak overleg over een minnelijke regeling.

Bij e-mail van 1 september 2016 heeft Volle Smaak aan [naam 1] meegedeeld akkoord te kunnen gaan met een afkoopbedrag voor de afname-overeenkomst van € 5000,00 exclusief btw.

Vervolgens is gecorrespondeerd over het voeren van overleg over de winkel van [gedaagde] en nog twee andere winkels die er financieel slecht voor stonden.

Voor zover uit de overgelegde stukken valt na te gaan wordt pas weer in maart 2017 gesproken over concrete bedragen. Bij e-mail van 16 maart 2017 stelt Volle Smaak aan [naam 1] een afkoopsom voor van € 12.500,00 nadat zij op 7 maart 2017 een totaalbedrag bij [gedaagde] in rekening had gebracht aan kosten voor de beëindiging van de overeenkomst van € 17.345,27 inclusief btw. Namens [naam 1] is aangeboden een afkoopsom te betalen van € 5000,00 exclusief btw. Volle Smaak en [naam 1] zijn het hierover niet eens geworden.

Bij e-mail van 13 maart 2017 heeft [gedaagde] aan Volle Smaak meegedeeld met de vordering van Volle Smaak niet te kunnen instemmen. Hij deelde mede deze buiten proporties te vinden en deze niet te kunnen betalen.

Bij brief van 18 mei 2017 heeft Volle Smaak aan [gedaagde] meegedeeld over te zullen gaan tot toepassing van de artikelen 18.1 en 18.3 van de algemene voorwaarden en een bedrag geclaimd van € 15.809,45 exclusief btw. Volgens de bij dagvaarding overgelegde tekst van deze bepalingen uit algemene voorwaarden heeft zij in geval van verzuim van de klant het recht de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Zij heeft ook het recht de apparatuur bij de klant terug te halen. Ze heeft tenslotte het recht de na ontbinding nog resterende termijnen van de overeenkomst als schade te vorderen.

Vordering en verweer

In conventie vordert Volle Smaak de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een hoofdsom van € 500,00. Zij onderbouwt deze vordering door te stellen dat [gedaagde] aan haar een bedrag verschuldigd is van € 18.908,26 aan hoofdsom. Voor een specificatie daarvan verwijst de dagvaarding naar als productie 2 tot en met 2G overgelegde facturen. Deze hebben betrekking op de afname-overeenkomst, de kosten van beëindiging daarvan en het storingsbezoek van 14 juli 2016.

Volle Smaak beperkt haar vordering tot het bedrag van € 500,00 en reserveert uitdrukkelijk al haar rechten met betrekking tot de invordering van het meerdere.

[gedaagde] bestrijdt de vordering van Volle Smaak en de gronden waarop deze berust.

Hij stelt onder meer dat de afname-overeenkomst is afgedaan door de betaling van het restantbedrag van € 552,77 op 27 juli 2016, na welke datum Volle Smaak ook niets meer aan [gedaagde] heeft geleverd. Hij stelt ook niet gehouden te zijn aan de contractduur van 72 maanden omdat sprake zou zijn van een flexibele overeenkomst. Hij stelt tenslotte de algemene voorwaarden waar Volle Smaak haar vordering op baseert niet te hebben ontvangen. Bovendien zijn deze voorwaarden ten dele vernietigbaar omdat ze onredelijk bezwarend zijn.

In zijn conclusie formuleert [gedaagde] een aantal door Volle Smaak als tegenvordering opgevatte vorderingen inhoudende verklaringen voor recht dat de overeenkomst op verschillende gronden is geëindigd, dat de overeenkomst via een misleidende omissie tot stand is gekomen en dat de overeenkomst tot stand gekomen is onder invloed van dwaling dan wel bedrog dan wel onrechtmatig handelen van Volle Smaak .

Bij conclusie van antwoord in reconventie heeft Volle Smaak deze vorderingen betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan.

Op hetgeen partijen verder ter toelichting op hun vordering en hun verweer hebben gesteld zal de kantonrechter voor zoveel nodig onder de beoordeling ingaan.

Beoordeling

Conventie

Volle Smaak heeft haar vordering in conventie beperkt tot een bedrag van € 500,00.

Aan deze vordering heeft zij de stelling ten grondslag gelegd dat zij recht heeft op de in haar algemene voorwaarden voorziene schadeloosstelling omdat [gedaagde] in verzuim zou zijn met de nakoming van zijn contractuele verplichtingen ingevolge de afname-overeenkomst.

De kantonrechter stelt vast dat het contractformulier waarop de verplichtingen van partijen over en weer zijn vastgelegd vermeldt dat van toepassing zijn “de algemene service- en leveringsvoorwaarden van Volle Smaak BV” en dat [gedaagde] deze heeft ontvangen.

Bij de inleidende dagvaarding heeft Volle Smaak een tekst overgelegd van algemene voorwaarden waarvan de aanhef luidt: “Algemene service–, leverings– en afnamevoorwaarden”. Bij conclusie van antwoord heeft Volle Smaak een tekst overgelegd van algemene voorwaarvan waarvan de aanhef luidt: “algemene service- en leveringsvoorwaarden service– en afname overeenkomst “Volle Smaak”. Voor wat betreft de titel van de voorwaarden, de lay-out en de inhoud vertonen deze twee teksten verschillen. Welke de correcte tekst is kon bij de comparitie niet worden vastgesteld, omdat geen origineel exemplaar van het getekende contractformulier beschikbaar was.

[gedaagde] heeft de toepasselijkheid van de voorwaarden als zodanig niet bestreden, maar hij heeft wel de vernietiging van de voorwaarden, althans een aantal bepalingen, ingeroepen.

Een onderbouwing en een gemotiveerde berekening van het ter zake van de contractbeëindiging gevorderde bedrag is niet in de stukken terug te vinden.

Naar het oordeel van de kantonrechter is een nader onderzoek naar deze grondslag van de vordering in dit geding niet nodig. Volle Smaak immers heeft haar vordering beperkt tot een bedrag van € 500,00. Aan deze vordering heeft zij ook ten grondslag gelegd dat zij op 14 juli 2016 werkzaamheden heeft verricht waarvoor zij bij factuur van 20 oktober 2016 een bedrag van € 636,77 in rekening heeft gebracht. Deze grondslag van de vordering is door [gedaagde] niet bestreden. Hij heeft weliswaar gesteld dat hij de betreffende factuur niet heeft ontvangen maar dit betekent niet dat hij ook betwist dat de werkzaamheden zijn verricht en dat daarvoor in redelijkheid het gestelde bedrag van € 636,77 in rekening gebracht mocht worden.

Op deze grond is het gevorderde bedrag van € 500,00 vermeerderd met rente vanaf de dagvaarding toewijsbaar. Dat de kwestie van de contractbeëindiging en de financiële gevolgen daarvan een deugdelijke grondslag oplevert voor enige vordering van Volle Smaak is vooralsnog niet komen vast te staan, maar behoeft geen verder onderzoek.

Omdat [gedaagde] in conventie ongelijk krijgt zal hij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Reconventie

De vorderingen van [gedaagde] , genoemd onder II en III in de conclusie van zijn conclusie van antwoord zijn niet toewijsbaar. Een verklaring voor recht dat de overeenkomst door opzegging van de kant van [gedaagde] is geëindigd is niet toewijsbaar omdat uit zijn eigen stellingen volgt dat geen opzegging heeft plaatsgevonden. Hij stelt immers dat partijen na de eindafrekening van € 552,77 in onderling overleg hebben vastgesteld dat de afnameverplichting op basis van de overeengekomen flexibiliteit was komen te vervallen. De zaak zou daarmee zijn afgedaan.

[gedaagde] stelt ook dat sprake is van acquisitiefraude als bedoeld in artikel 6:194 BW en hij vordert op basis daarvan te verklaren dat de overeenkomst via een misleidende omissie tot stand is gekomen en de gevolgen van de overeenkomst tussen partijen zodanig te wijzigen dat zijn betaalverplichting vanaf 27 juli 2016 primair op nul wordt gesteld, subsidiair op een in goede justitie te bepalen bedrag.

Ook deze vordering acht de kantonrechter niet toewijsbaar. Van misleidende handelspraktijken en verkooptechnieken is naar zijn oordeel onvoldoende gebleken.

[gedaagde] heeft tenslotte gesteld dat hij heeft gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst. Hij is ervan uitgegaan dat de omkaderde tekst op het contractformulier “Flexibel contract: op elk gewenst moment aan te passen volume, looptijd en configuratie tegen de dan geldende prijzen” voor hem de mogelijkheid inhield de afname-overeenkomst te beëindigen op het moment dat het hem in verband met de verkoop en beëindiging van zijn bedrijf uitkwam.

Bij conclusie van antwoord in reconventie heeft Volle Smaak hiervan gezegd dat als [gedaagde] geen overeenkomst voor 72 maanden had willen sluiten hij had moeten aangeven dat hij dat niet wilde. Bij de comparitie heeft Volle Smaak betoogd dat de door haar op het formulier geschreven tekst betekende dat aanpassing van het contract mogelijk was in overleg tegen de op het moment van het overleg geldende prijzen.

De kantonrechter is van oordeel dat de uitleg van Volle Smaak niet kan worden gevolgd. Immers, elk contract kan in nader overleg worden gewijzigd. Daarmee wordt het geen flexibel contract. De term “flexibel”, ook waar het de looptijd betreft, veronderstelt een intrinsieke eigenschap van het contract. In de door Volle Smaak voorgestane uitleg is deze eigenschap afwezig. Als Volle Smaak aanpassing van de overeenkomst weigert zou, in haar uitleg, van flexibiliteit geen sprake zijn.

Het gebruik van het woord flexibel leidt minstens tot onduidelijkheid. Het had op de weg van Volle Smaak gelegen deze onduidelijkheid te vermijden door uit te leggen wat de term in haar visie betekende. Dit heeft zij nagelaten. De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat door het gebruik van het woord flexibel, ook voor wat de looptijd betreft, bij [gedaagde] de mening heeft postgevat en ook mogen postvatten dat de termijn van zes jaar – die de kantonrechter voor een contract als het onderhavige overigens erg lang voorkomt – niet een in beton gegoten termijn was of slechts kon worden aangepast indien Volle Smaak daarmee instemde.

Het beroep op dwaling slaagt op deze gronden.

De kantonrechter begrijpt de vordering van [gedaagde] aldus dat hij wijziging van de overeenkomst verlangt in die zin dat zijn betalingsverplichting vervalt vanaf de datum van 27 juli 2016. Dit komt de kantonrechter juist voor. Immers tot deze datum is de overeenkomst door beide partijen behoorlijk nagekomen. Daarna heeft Volle Smaak geruime tijd – meer dan een half jaar – volstaan met het sturen van maandfacturen zonder enige levering van koffie of andere artikelen te doen. Twee van deze facturen zijn overigens betaald door [naam 2] . Pas toen het overleg met [naam 2] niet slaagde is zij met haar vordering op [gedaagde] gekomen. Dat Volle Smaak na 27 juli 2016 daadwerkelijk kosten heeft gehad in verband met de afname-overeenkomst met [gedaagde] is niet gesteld of gebleken.

Omdat Volle Smaak in reconventie ongelijk krijgt zal zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Beslissing

De kantonrechter

Conventie

veroordeelt [gedaagde] om tegen kwijting aan Volle Smaak een bedrag te betalen van

€ 500,00 vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 2 november 2017 tot aan de betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot vandaag aan de kant van Volle Smaak begroot op:

– € 83,51 dagvaardingskosten

– € 117,00 griffierecht

en

– € 120,00 bijdrage in de kosten van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Reconventie

verklaart voor recht dat [gedaagde] heeft gedwaald ten tijde van het aangaan van de afname-overeenkomst als gevolg van inlichtingen van Volle Smaak;

verklaart voor recht dat als gevolg daarvan te betalingsverplichting van [gedaagde] na de afrekening van de overeenkomst op 27 juli 2016 wordt gesteld op nihil;

veroordeelt Volle Smaak in de kosten van dit geding in reconventie tot vandaag aan de kant van [gedaagde] begroot op € 240,00 als bijdrage in de kosten van de gemachtigde;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.M. van der Ham en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 mei 2018.