Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:2931

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-06-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
01/865018-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor 8 woninginbraken en 4 pogingen daartoe waarvan 1 in een bedrijfspand (tandartspraktijk).

Rekening houdend met de ouderdom van sommige feiten wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.

Aan drie slachtoffers dient schade te worden vergoed. Hoofdelijkheid.

Zie voor de mededaders ECLI:NL:RBOBR:2018:2932, 2933 en 2934.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865018-18

Datum uitspraak: 15 juni 2018

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1986] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Ter Apel.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 juni 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 25 april 2018.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca (uit een woning gelegen aan de [adres 1] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een chromebook (merk Dell) en/of een tablet (merk Samsung) en/of laptop (merk Peaq) en/of een Kidizoom (merk V-tech) en/of een of meer tas(sen) (merk Vintage) en/of een of meer andere goed(eren) naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming.

2.

hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Bakel, gemeente Gemert-Bakel, (uit een woning gelegen aan de [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een playstation (met bijbehorende spellen en controller) en/of een luidspreker (merk Soundlogic) en/of toiletartikel(en) en/of een rugzak (merk Targus) en/of een of meer andere goed(eren) naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming.

3.

hij op of omstreeks 21 februari 2018 te Helmond (uit een woning gelegen aan het [adres 3] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (zilveren) doosje met rozenkrans en/of sieraden en/of een of meer andere goed(eren) naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming.

4.

hij op of omstreeks 17 oktober 2013 te Hooglanderveen, gemeente Amersfoort (uit een woning gelegen aan de [adres 4] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer tas(sen) en/of (kinder)kleding en/of sieraden en/of een of meer horloge(s) en/of een tablet (merk Asus) en/of een notebook (merk HP) en/of een of meer andere goed(eren) naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming.

5.

hij op of omstreeks 19 november 2013 te Montfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een breekijzer en/of schroevendraaier één of meer deur(en) en/of één of meer ruit(en) heeft geforceerd, althans heeft getracht te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

6.

hij op of omstreeks 02 december 2013 te Voorhout, (uit een woning gelegen aan de [adres 6] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden en/of geld en/of een harddisk en/of een videocamera en/of een MP3 speler en/of een of meer andere goed(eren) naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

7.

hij op of omstreeks 18 december 2013 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 7] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die wonign te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een schroevendraaier en/of breekijzer één of meer deur(en) heeft geforceerd, althans heeft getracht te forceren en/of één of meer ruit(en) heeft gebroken, althans heeft getracht te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

8.

hij op of omstreeks 20 december 2013 te Heiloo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 8] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen over een schutting is geklommen en/of (vervolgens) een ruit (van de achterdeur) heeft gebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

9.

hij, op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 20 december 2013 te Heiloo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit drie, althans meerdere, woningen (gelegen aan de [adres 9] en/of [adres 10] en/of [adres 11] ), heeft weggenomen diverse goederen (onder andere sieraden en/of horloge(s) en/of een GSM (merk Samsung) en/of beveiligingscamera(s) en/of laptop(s)), in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] (delictdossier C9) en/of [slachtoffer 11] (delictdossier C10) en/of [slachtoffer 12] (delictdossier C11), althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

10.

hij op of omstreeks 20 december 2013 te Heiloo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 12] ) weg te nemen goederen en/op geld naar zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen over een schutting is geklommen en/of met een breekijzer en/of schroevendraaier één of meer deur(en) heeft geforceerd, althans heeft getracht te forceren en/of de alarminstallatie en/of de buitenverlichting heeft uitgeschakeld/kapot gemaakt en/of het pand heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan in die zin dat

1.

hij op 21 februari 2018 te Nuenen, gemeente Nuenen (uit een woning gelegen aan de [adres 1] ), tezamen en in vereniging met anderen, een Chromebook (merk Dell) en een tablet (merk Samsung) en laptop (merk Peaq) en een tas (merk Vintage) en/of een of meer andere goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.

2.

hij op 21 februari 2018 te Bakel, gemeente Gemert-Bakel, (uit een woning gelegen aan de [adres 2] ) tezamen en in vereniging met anderen, een PlayStation (met bijbehorende spellen en controller) en een rugzak (merk Targus) en/of een of meer andere goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.

3.

hij op 21 februari 2018 te Helmond (uit een woning gelegen aan het [adres 3] ) tezamen en in vereniging met anderen, een zilveren doosje met rozenkrans, toebehorende aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.

4.

hij op 17 oktober 2013 te Hooglanderveen, gemeente Amersfoort (uit een woning gelegen aan de [adres 4] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, tassen en (kinder)kleding en sieraden en horloges en een tablet (merk Asus) en een notebook (merk HP) en een of meer andere goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

5.

hij op 19 november 2013 te Montfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 5] en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak en/of inklimming, met zijn mededaders met een breekijzer en schroevendraaier één of meer deur(en) en/of één of meer ruit(en) heeft getracht te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

6.

hij op 2 december 2013 te Voorhout, (uit een woning gelegen aan de [adres 6] ), tezamen en in vereniging met anderen, sieraden en geld en een harddisk en een videocamera en een MP3 speler en/of een of meer andere goed(eren), toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

7.

hij op 18 december 2013 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 7] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 8] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, met een breekvoorwerp één of meer deur(en) heeft getracht te forceren en/of één of meer ruit(en) heeft gebroken, althans heeft getracht te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

8.

hij op 20 december 2013 te Heiloo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 8] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 9] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak , met zijn mededaders een ruit van de achterdeur heeft gebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

9.

hij op tijdstippen op 20 december 2013 te Heiloo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit drie woningen (gelegen aan de [adres 9] en [adres 10] en [adres 11] ), heeft weggenomen diverse goederen (onder andere sieraden en horloges en beveiligingscameras en laptops), in elk geval telkens enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 10] (delictdossier C9) en [slachtoffer 11] (delictdossier C10) en [slachtoffer 12] (delictdossier C11), waarbij verdachte en zijn mededaders (telkens) de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming.

10.

hij op 20 december 2013 te Heiloo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 12] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 13] en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededaders met een schroevendraaier een deur heeft geforceerd en de alarminstallatie en de buitenverlichting heeft uitgeschakeld/kapot gemaakt en/of het pand heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis.
Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan

12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaren geëist.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich telkens samen met een ander of anderen schuldig gemaakt aan een aantal voltooide woninginbraken, een aantal pogingen daartoe en een poging tot inbraak in een bedrijfspand. In totaal betreft het hier 12 inbraken.

Op 21 februari 2018 is verdachte, samen met drie mededaders opgepakt, nadat zij na een achtervolging door de politie met hun voertuig zijn gecrasht en uiteindelijk in de sloot zijn beland. Kort daarvoor hadden verdachte en zijn mededaders in een kort tijdsbestek drie woninginbraken gepleegd. Ontegenzeggelijk waren verdachte en zijn mededaders die avond op pad gegaan met de bedoeling om woninginbraken te plegen. Dat het, zoals verdachte heeft verklaard, niet de bedoeling was om in woningen in te breken en dat zij onder invloed van drank en drugs tot een soort van spontane uitvoering zijn gekomen, gelooft de rechtbank niet.

Daarnaast heeft verdachte zich al eerder aan soortgelijk feiten schuldig gemaakt. Zo heeft hij in 2013 bij een groot aantal woningen, waaronder ook een bedrijfspand, ingebroken, of pogingen daartoe gedaan. Dat verdachte de jaren tussen de woninginbraken in 2013 en 2018 geen feiten heeft gepleegd, is volgens zijn raadsman te wijten aan de omstandigheid dat hij die jaren zijn drugsverslaving onder controle had.

De rechtbank rekent deze feiten de verdachte echter zwaar aan.

De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in de woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Uit verdachtes handelen spreekt een zekere minachting voor andermans eigendom.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het bestraffen van een ‘Inbraak woning (art. 311 Sr)’ neemt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden als uitgangspunt.

Factoren die (in strafverzwarende zin) meewerken zijn onder andere de waarde van de goederen en het samenwerkingsverband.

Genoemde straffen gelden zoals gezegd als oriëntatiepunt en vormen als zodanig het uitgangspunt voor de strafoplegging door de rechtbank.

In strafverminderende zin heeft de rechtbank meegenomen dat verdachte ten aanzien van de feiten 5, 7, 8 en 10 ter zake van een poging wordt veroordeeld, waarbij het wel opmerking verdient dat ook bij een poging tot een woninginbraak veelal schade aan de woning wordt toegebracht en gevoelens van angst, onrust en onveiligheid ontstaan in de buurt. In het geval de inbraak niet is voltooid omdat de dader(s) zijn overlopen, komt daar nog bij het van algemene bekendheid zijnde feit dat de bewoners daardoor nog lange tijd last kunnen hebben van negatieve psychische gevolgen wegens het feit dat zij zijn geconfronteerd met een beangstigende situatie.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op de ouderdom van de feiten 4 t/m 10, die stammen uit 2013. Hier heeft de rechtbank in sterke mate in het voordeel van verdachte rekening mee gehouden bij het bepalen van de strafmaat.

Alles overziend is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van

24 maanden, recht doet aan de ernst van de feiten en noodzakelijk is om de verdachte het verkeerde van zijn handelen te laten inzien en hem duidelijk te maken dat dergelijke strafbare feiten niet kunnen worden getolereerd.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om daarboven aan verdachte nog een voorwaardelijk strafgedeelte op te leggen.

Vorderingen benadeelde partijen

In het strafproces hebben zich gevoegd als benadeelde partijen:

- [slachtoffer 1] (feit 1);

- [slachtoffer 3] (feit 3);

- [slachtoffer 4] (feit 4);

- [slachtoffer 5] (feit 5);

- [slachtoffer 6] (feit 6);

- [slachtoffer 7] (feit 6);

- [persoon] (feit 8) als bewindvoerder van [slachtoffer 9] .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden toegewezen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat geen bedrag aan schade wordt gevorderd.

Het deel van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4] dat ziet op de post ‘kosten installatie alarmsysteem’ dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze post geen rechtstreeks verband houdt met het tenlastegelegde feit. De vordering kan voor het overige worden toegewezen.

Met betrekking tot de (delen van de) vorderingen die zien op de immateriële schade dient de rechtbank een inschatting te maken.

Het standpunt van de verdediging

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert aan bedrag van € 80,- voor de post ‘Paspoort’. Niet is gebleken dat deze post rechtstreeks verband houdt met het tenlastegelegde feit, zodat dit deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Het deel van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4] dat ziet op de post ‘kosten installatie alarmsysteem’ dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze post geen rechtstreeks verband houdt met het tenlastegelegde feit.

De schade van benadeelde partij [slachtoffer 5] is reeds vergoed en het ‘zilveren doosje met de rozenkrans’, zoals is gevorderd door de benadeelde partij [slachtoffer 3] , is reeds aan haar geretourneerd

Voor het overige refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

De beoordeling

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de benadeelde partij heeft volstaan met het opgeven van (materiële) schadeposten en het noemen van een bedrag, maar de vordering voor het overige niet heeft onderbouwd.

De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] . De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien geen bedrag aan schade wordt gevorderd en het gestolene reeds aan haar is geretourneerd; derhalve is niet gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het feit.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] . De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten materiële schadevergoeding de posten ‘vervangen cilinders sloten’ ter hoogte van € 190,- en ‘reis-parkeerkosten’ ter hoogte van € 60,90 en immateriële schadevergoeding ter hoogte van
€ 275,-., vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank heeft bij de hoogte van het toe te wijzen bedrag aan immateriële schadevergoeding gekeken naar de redelijkheid en billijkheid.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering, aangezien de post ‘kosten installatie alarmsysteem’ geen rechtstreeks verband houdt met het tenlastegelegde feit en het bedrag aan immateriële schadevergoeding reeds is vastgesteld op € 275,-..

De benadeelde partij kan deze delen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens (iedere) benadeelde partij hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2013 tot de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] . De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering, aangezien de gevorderde schade reeds aan hem is vergoed.

Het staat de benadeelde partij vrij om, bijvoorbeeld in het geval een betalingsverplichting jegens de verzekeraar ontstaat, zijn vordering bij de burgerlijke rechter aan te brengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] . De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter hoogte van € 450,- in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens (iedere) benadeelde partij hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] . De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 275,-., vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank heeft bij de hoogte van het toe te wijzen bedrag aan immateriële schadevergoeding gekeken naar de redelijkheid en billijkheid.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens (iedere) benadeelde partij hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [persoon] als bewindvoerder van [slachtoffer 9] . De rechtbank zal de benadeelde partij [persoon] niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering, aangezien geen bedrag aan schade wordt gevorderd.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

36f, 45, 47 en 311 Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert de misdrijven:

t.a.v. feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming t.a.v. feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming t.a.v. feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming t.a.v. feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak t.a.v. feit 5: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming t.a.v. feit 6: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak t.a.v. feit 7: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak t.a.v. feit 8: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak t.a.v. feit 9: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming, meermalen gepleegd t.a.v. feit 10: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf.

t.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7, feit 8, feit 9, feit 10: Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

t.a.v. feit 1:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

t.a.v. feit 3:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

t.a.v. feit 4

Maatregel van schadevergoeding van € 525,90 subsidiair 10 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van € 525,90, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Het bedrag betreft immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 275,- en materiële schadevergoeding ter hoogte van
€ 250,90. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 525,90, te weten € 275,- immateriële schadevergoeding en € 250,90 materiële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Bepaalt dat verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door de mededaders is voldaan.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot op heden begroot op nihil.

t.a.v. feit 5

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 5] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

t.a.v. feit 6

Maatregel van schadevergoeding van € 450,- subsidiair 9 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] van een bedrag van € 450,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 dagen hechtenis. Het bedrag betreft immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], van een bedrag van € 450,-, te weten immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door de mededaders is voldaan.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij [slachtoffer 6] tot op heden begroot op nihil.

t.a.v. feit 6

Maatregel van schadevergoeding van € 275,- subsidiair 5 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7] van een bedrag van € 275,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Het bedrag betreft immateriële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], van een bedrag van € 275,-, te weten immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat verdachte niet tot betaling gehouden is indien en voor zover het verschuldigde bedrag reeds door de mededaders is voldaan.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij [slachtoffer 7] tot op heden begroot op nihil.

t.a.v. feit 8

Verklaart de benadeelde partij [persoon] niet-ontvankelijk in de vordering.

De benadeelde partij [persoon] kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Veroordeelt de benadeelde partij [persoon] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. T. Dompeling, voorzitter,

mr. C.P.J. Scheele en mr. T.J. Roest-Crollius, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,

en is uitgesproken op 15 juni 2018.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.