Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:2445

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
19-02-2019
Zaaknummer
C-01-278839 - HA ZA 14-387
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

vaststelling van de door partijen gevorderde verdeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/278839 / HA ZA 14-387

Vonnis van 9 mei 2018

in de zaak van

[eiseres conventie/verweerster reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.J.M. Mertens te Weert,

tegen

1 [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALVI BEHEER B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

advocaat mr. E.L.H. Ketelings te Herten.

Partijen zullen hierna [eiseres conventie/verweerster reconventie] , [gedaagde conventie/eiseres reconventie] en ALVI Beheer genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 september 2016;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 8 maart 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

2.1.

De rechtbank blijft bij de inhoud van haar tussenvonnis van 16 december 2015. Dat betekent dat de onderwerpen waarover een eindoordeel is gegeven in voornoemd tussenvonnis geen verdere bespreking meer behoeven. Volledigheidshalve zullen wel alle geschilpunten, ook die waarover al een beslissing is genomen, in dit vonnis worden aangestipt.

De nog resterende geschilpunten zullen hierna verder inhoudelijk worden besproken.

De voormalige echtelijke woning

2.2.

Partijen zijn het erover eens dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] in de gelegenheid wordt gesteld de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde zoals genoemd in het in opdracht van beide partijen uitgebrachte taxatierapport d.d. 11 juni 2015. De waarde is hierbij vastgesteld op een bedrag van € 200.000,- waarbij als peildatum 21 mei 2015 is gehanteerd. Mocht het [eiseres conventie/verweerster reconventie] niet lukken om de woning tegen deze waarde, met ontslag van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] uit de hoofdelijkheid, over te nemen dan zal [gedaagde conventie/eiseres reconventie] in de gelegenheid worden gesteld om de woning tegen genoemde waarde over te nemen.

Mocht ook [gedaagde conventie/eiseres reconventie] er niet in slagen om de woning, met ontslag van [eiseres conventie/verweerster reconventie] uit de hoofdelijkheid, over te nemen dan zullen partijen aan makelaardij Hendriks opdracht geven om tot verkoop van de woning over te gaan.

De overwaarde zal in alle gevallen gelijkelijk moeten worden verdeeld, hetgeen feitelijk inhoudt dat, indien [eiseres conventie/verweerster reconventie] de woning overneemt zij de helft van de overwaarde aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dient te vergoeden. Indien [gedaagde conventie/eiseres reconventie] de woning overneemt zal hij de helft van de overwaarde aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] dienen te vergoeden. Bij eventuele verkoop aan derden wordt de te realiseren overwaarde tussen partijen gelijkelijk verdeeld.

Eigenaarslasten van de woning

2.3.

Tussen partijen is, gelet op het verhandelde ter comparitie van 8 maart 2017, niet langer in geschil dat de in deze te hanteren peildatum gesteld dient te worden op 9 november 2011.

2.4.

In haar vonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank geoordeeld dat de eigenaarslasten van de woning door partijen gelijkelijk gedragen moeten worden, met dien verstande dat indien er bij de berekening van de draagkracht van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] en de behoefte van [eiseres conventie/verweerster reconventie] bij de beschikking van de rechtbank Roermond wel van uit is gegaan dat ieder de helft van de eigenaarslasten zou voldoen een hogere kinder- en/of partneralimentatie aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] had moeten voldoen, dit verschil in mindering moet worden gebracht op de vordering van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] op [eiseres conventie/verweerster reconventie] uit hoofde van de eigenaarslasten. Partijen mochten zich bij akte uitlaten over de hoogte van dit verschil.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] is hierbij tevens in de gelegenheid gesteld een onderbouwd overzicht (met de achterliggende betalingsbewijzen) in het geding te brengen van de door hem betaalde eigenaarslasten vanaf de door hem gestelde ingangsdatum van 19 april 2011.

2.5.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft zich bij akte d.d. 10 februari 2016 op het standpunt gesteld dat zijn netto besteedbaar inkomen beduidend lager is geweest dan de rechtbank Roermond bij beschikking van 19 oktober 2011 heeft aangenomen, ten gevolge waarvan, althans zo begrijpt de rechtbank zijn standpunt, zijn draagkracht voor het betalen van een kinderbijdrage, welke in deze beschikking is vastgesteld op € 295,- per kind, veel lager zou zijn. Vervolgens heeft hij becijferd dat hij tot 1 januari 2016 € 18.840,07 aan eigenaarslasten heeft betaald, waarvan door [eiseres conventie/verweerster reconventie] , rekening houdende met het door hem genoten fiscaal voordeel, een bedrag van € 8.644,16 dient te worden voldaan aan hem, nog te vermeerderen met de door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] betaalde en nog te betalen lasten na 1 januari 2016.

2.6.

[eiseres conventie/verweerster reconventie] betwist het standpunt van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] en is van mening dat zij aanzienlijk meer per maand aan kinder- en partneralimentatie zou hebben ontvangen indien geen rekening zou zijn gehouden met de door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] te betalen eigenaarslasten in meergenoemde beschikking van 19 oktober 2011. Zij komt tot de conclusie dat, indien geen rekening zou zijn gehouden met de eigenaarslasten, zij een bedrag van € 2.520,- aan kinderalimentatie over de periode van oktober 2013 tot 19 oktober 2019 extra zou hebben ontvangen alsmede een bedrag van € 20.376,00 aan partneralimentie.

2.7.

De rechtbank stelt vast dat partijen ten aanzien van dit punt nog lijnrecht tegenover elkaar staan. Beide partijen zijn van mening dat de draagkracht van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] onjuist is vastgesteld. [gedaagde conventie/eiseres reconventie] vindt dat deze te hoog is vastgesteld en [eiseres conventie/verweerster reconventie] vindt dat deze te laag is vastgesteld. Het is echter niet aan de rechtbank om in het kader van deze procedure een nieuwe alimentatieberekening te maken. Indien er al sprake zou zijn van een onjuiste vaststelling had het om de weg van partijen gelegen om door middel van een in te dienen verzoekschrift te vragen om wijziging van de vastgestelde alimentatie. Dit is klaarblijkelijk niet gebeurd.

Vervolgens rijst de vraag of [eiseres conventie/verweerster reconventie] al dan niet nog een bijdrage dient te leveren in de eigenaarslasten. Nu niet in geding is dat bij het vaststellen van de alimentatie door rechtbank Roermond rekening is gehouden met het feit dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] de volledige eigenaarslasten voor zijn rekening zou nemen en [gedaagde conventie/eiseres reconventie] zich niet heeft uitgelaten over de in het tussenvonnis van 16 december 2015 opgeworpen vraag, namelijk wat zou het in mindering te brengen verschil zijn geweest (ten gevolge van een hogere kinder- of partneralimentatie) op het door [eiseres conventie/verweerster reconventie] te betalen gedeelte van de eigenaarslasten, indien bij meergenoemde alimentatieberekening uitgegaan zou zijn van een gelijkelijke verdeling van de eigenaarslasten, komt de rechtbank tot de conclusie dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] zich ten aanzien van dit punt onvoldoende heeft uitgelaten.

Hij heeft slechts de door hem betaalde eigenaarslasten berekend, welke berekening deels wordt bestreden door [eiseres conventie/verweerster reconventie] , maar hij heeft verzuimd aan te geven of en zo ja de kinder- en partneralimentatie op een hoger bedrag zou zijn vastgesteld indien bij meergenoemde beschikking uit was gegaan van gelijkelijke verdeling van de eigenaarslasten.

De rechtbank volgt [eiseres conventie/verweerster reconventie] dan ook in haar stelling dat deze vordering dient te worden afgewezen.

Gebruiksvergoeding

2.8.

De rechtbank heeft in haar vonnis van 16 december 2015 geoordeeld dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] over de periode tot en met 9 november 2011 geen gebruiksvergoeding aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] verschuldigd is geworden. Voor de periode na 9 november 2011 is geoordeeld dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] deze gebruiksvergoeding wel verschuldigd is. Voor de berekening van de door [eiseres conventie/verweerster reconventie] te betalen vergoeding heeft de rechtbank geoordeeld dat uitgegaan dient te worden van een percentage gelijk aan de wettelijke rente. Hierbij heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld een afschrift van het taxatierapport en een opgave van de hypotheekschuld in het geding te brengen zodat de rechtbank kan bepalen over welk bedrag [eiseres conventie/verweerster reconventie] [gedaagde conventie/eiseres reconventie] een gebruiksvergoeding verschuldigd is geworden.

2.9.

Blijkens het door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] overgelegde taxatierapport bedraagt de waarde van de woning € 200.000,00. De omvang van de hypotheekschuld bedraagt € 138.402,97.

Dit betekent dat de overwaarde € 61.597,03 bedraagt.

2.10.

[eiseres conventie/verweerster reconventie] heeft zich echter op het standpunt gesteld dat bij het bepalen van de gebruiksvergoeding ook rekening gehouden dient te worden met de door de rechtbank vastgestelde schuld aan Alvi Beheer van € 18.000,-, hetgeen betekent dat het aandeel van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] in de overwaarde van de woning niet € 30.798,50 bedraagt, maar € 21.798,50.

2.11.

De rechtbank is van oordeel dat de schuld aan Alvi Beheer voor de berekening van de gebruiksvergoeding niet relevant is. Zoals [gedaagde conventie/eiseres reconventie] terecht heeft opgemerkt heeft de lening van Alvi Beheer niet te gelden als een hypothecaire lening, reden waarom deze niet wordt meegenomen bij de berekening.

Dit betekent dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] over de periode na 9 november 2011 een gebruiksvergoeding is verschuldigd volgens de volgende formule: wettelijke rente x de helft van € 61.597,03.

Schuld aan Alvi Beheer

2.13.

In haar vonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank geoordeeld dat van een lening van € 20.000,- door Alvi Beheer geen sprake is. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat wel is komen vast te staan dat er sprake is van een lening van € 18.000,- die dient te worden aangemerkt als een gemeenschapsschuld die door beide partijen gelijkelijk dient te worden gedragen. Hierbij heeft de rechtbank het standpunt van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dat partijen deze lening na verkoop van de woning terug dienen te betalen aan Alvi Beheer verworpen. De rechtbank ziet geen aanleiding om op de over dit onderwerp gegeven oordelen terug te komen.

Doorlopend krediet

2.14.

Ten aanzien van het doorlopend krediet heeft de rechtbank in haar vonnis van 15 december 2015 geoordeeld dat het hier een gemeenschappelijke schuld betreft die door beide partijen gelijkelijk moet worden gedragen. De vordering van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] om deze schuld bij helfte te verdelen is evenwel afgewezen omdat de rechtbank zonder medewerking van de schuldenaar schulden niet kan verdelen. Ook ten aanzien van de met deze schuld samenhangende rentelasten is geoordeeld dat deze door partijen gelijkelijk dienen te worden gedragen.

Levensverzekering en overlijdensrisicoverzekering

2.15.

In haar vonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de te verwachten waarde c.q. de waarde van de afgesloten overlijdensrisicoverzekering.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft door middel van het overleggen van productie 37 trachten aan te tonen dat het hier een zogenaamde platte overlijdensrisicoverzekering betreft die geen waarde opbouw kent en enkel tot uitkering komt bij het overlijden van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] .

[eiseres conventie/verweerster reconventie] heeft uit de overgelegde stukken geconcludeerd dat er sprake is van een waarde opbouw van € 455,25 waarvan de helft aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] betaald dient te worden.

2.16.

De rechtbank is thans van oordeel, anders dan in het vonnis van 16 december 2015, dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] , gelet op de door hem als productie 37 overgelegde verklaring van de verzekeraar, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hier sprake is van een overlijdensrisicoverzekering die enkel tot uitkering komt bij overlijden van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] . Om deze reden wijst de rechtbank de vordering van [eiseres conventie/verweerster reconventie] , strekkende tot betaling van de helft van de waarde van deze verzekering aan haar, af.

2.17.

Ten aanzien van de levensverzekering bij Interpolis heeft de rechtbank de vordering van [eiseres conventie/verweerster reconventie] bij meergenoemd vonnis van 16 december 2015 verworpen.

Banksaldi

2.18.

De rechtbank heeft hieromtrent geoordeeld dat de banksaldi per 9 november 2011 moeten worden verdeeld. Ten aanzien van de op naam van [eiseres conventie/verweerster reconventie] staande bankrekeningen is geoordeeld dat deze aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] worden toebedeeld waarbij [eiseres conventie/verweerster reconventie] uit hoofde van overbedeling een bedrag van € 756,13 aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dient te voldoen.

2.19.

Ten aanzien van de op naam van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] staande bankrekeningen heeft de rechtbank [gedaagde conventie/eiseres reconventie] in de gelegenheid gesteld bij akte onderbouwd aan te geven wat de hoogte was van de banksaldi op 9 november 2011. [gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft hiertoe de benodigde bankafschriften overgelegd. Hieruit blijkt - en partijen verschillen hierover niet van mening gezien de over en weer ingenomen stellingen - dat hierbij in ieder geval betrokken dient te worden het positief saldo op de betaalrekening ad € 5.637,24 en het positief saldo op de spaarrekening ad € 23,84.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] is echter van mening dat hierop in mindering dient te worden gebracht het negatief saldo op de Rabobank creditcard ad € 946,58. [eiseres conventie/verweerster reconventie] stelt zich te dien aanzien op het standpunt dat de bedragen betaald met de creditcard vergoed kunnen worden door de werkgever van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] . Enige onderbouwing van dit door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] weersproken standpunt ontbreekt echter. De rechtbank zal derhalve dit negatief saldo in mindering brengen.

Dit betekent dat het saldo van de verschillende bankrekeningen wordt vastgesteld op een bedrag van € 4.714,50. [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dient derhalve aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] te voldoen een bedrag van € 2.357,25 wegens overbedeling.

2.20.

Samenvattend betekent dit dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] dient te voldoen een bedrag van € 1.601,12 (€ 2.357,25 minus € 756,13).

Rekening-courant Alvi Beheer

2.21.

De rechtbank heeft reeds geoordeeld dat 9 november 2011 als peildatum moet worden gehanteerd. Voorts heeft de rechtbank aangegeven dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] in de gelegenheid zal worden gesteld bij akte een onderbouwd overzicht in het geding te brengen van de ontwikkeling van de rekening-courantschuld in de periode 25 augustus 2010 tot en met 9 november 2011, zijn financiële lasten over voornoemde periode en zijn inkomen over voornoemde periode.

2.22.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft vervolgens een door hem zelf opgesteld overzicht in het geding gebracht waarin zijn opgenomen de door hem in deze periode gedane uitgaven. Voorts heeft hij een brief van de belastingdienst d.d. 16 juli 2009 in het geding gebracht waaruit kan worden afgeleid dat over het jaar 2009 het bruto maandloon vooralsnog is teruggebracht tot € 500,- per maand.

De rechtbank is van oordeel dat van een deugdelijke onderbouwing aan de zijde van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] als hiervoor bedoeld geen sprake is. Het door hem ingebrachte overzicht wordt niet gestaafd door middel van bankafschriften. Evenmin is duidelijk geworden dat het bruto maandloon daadwerkelijk definitief is vastgesteld op € 500,- per maand en dat dit ook de rest van de hier aan de orde zijnde periode is gecontinueerd. Afgezien hiervan kan uit het door hem opgestelde overzicht worden afgeleid dat een behoorlijk deel van de opgevoerde kosten ziet op de eigenaarslasten van de woning, waarover hiervoor sub 2.3. tot en met 2.7. al een oordeel is gegeven, en op de alimentatieverplichtingen van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] . Indien de vordering van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] zou worden toegewezen op dit punt zou dat betekenen dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] alsnog de helft dient te betalen van onder andere de eigenaarslasten en de helft van de door haar ontvangen kinderalimentatie. Daarnaast staat er een aantal posten op die betrekking hebben op privé opnamen. De rechtbank ziet dan ook niet in waarom [eiseres conventie/verweerster reconventie] de helft van de negatieve stand op de rekening-courant zou moeten betalen aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] .

De vordering van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] om [eiseres conventie/verweerster reconventie] te veroordelen om de helft van de negatieve stand van de rekening-courant aan hem te betalen zal om deze reden worden afgewezen.

De rechtbank ziet evenmin reden om aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] toe te bedelen de helft van het op 25 augustus 2010, een tijdstip gelegen ruim vóór de peildatum, bestaande positief saldo op de rekening-courant, temeer niet nu door [eiseres conventie/verweerster reconventie] , gelet op de door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] gegeven toelichting op het ontstaan van de negatieve stand, onvoldoende nader is onderbouwd dat de door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] gedane uitgaven gezien moeten worden als lichtvaardig gemaakte schulden

Dit betekent dat de vorderingen van zowel [gedaagde conventie/eiseres reconventie] als [eiseres conventie/verweerster reconventie] ten aanzien van dit punt worden afgewezen.

2.23.

De rechtbank is, gezien het hiervoor vermelde, niet van oordeel dat er sprake is van lichtvaardig gemaakte schulden. De rekening-courantschuld is ontstaan om te voorzien in het levensonderhoud van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] . De door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ontvangen ontslagvergoeding is feitelijk aangewend om te voorzien in zijn levensonderhoud en indirect (gedeeltelijk) in het levensonderhoud van zijn kinderen en moet derhalve worden gezien als vervanging van zijn inkomen. Om die reden dient deze ontslagvergoeding aangemerkt te worden als verknocht aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] en komt deze, nog afgezien van het feit dat in Alvi Beheer ontoereikende financiële middelen aanwezig zijn om nog enige periodieke uitkering aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] te doen, niet voor verdeling in aanmerking.

De vordering van [eiseres conventie/verweerster reconventie] ter zake zal dan ook worden afgewezen.

2.24.

Met betrekking tot de waarde van de aandelen in Alvi Beheer B.V. heeft [gedaagde conventie/eiseres reconventie] zich op het standpunt gesteld dat deze op nihil dient te worden gesteld met het voorstel dat hij deze aandelen overneemt voor het symbolische bedrag van € 1,-, waarvoor hij [eiseres conventie/verweerster reconventie] wegens overbedeling een bedrag van € 0,50 dient te betalen.

[eiseres conventie/verweerster reconventie] heeft dit noch in haar akte uitlatingen tussenvonnis d.d. 16 december 2015 noch later weersproken, zodat de rechtbank thans dienovereenkomstig zal beslissen.

Spaargeld kinderen

2.25.

De ter zake door [eiseres conventie/verweerster reconventie] ingestelde vordering is, hoewel de rechtbank heeft overwogen dat partijen gehouden zijn de aan de spaargeldrekening van de kinderen onttrokken bedrag terug te betalen, afgewezen nu deze vordering niet door [eiseres conventie/verweerster reconventie] pro se kan worden ingesteld maar enkel als vertegenwoordiger van de kinderen.

Inboedel

2.26.

Ter comparitie van 26 april 2017 hebben partijen ten aanzien van de inboedel een regeling getroffen. Als uitgangspunt hebben partijen hierbij ingenomen het door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] bij akte van 6 april 2016 ingediende overzicht (productie 45 aan de zijde van [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ). Partijen hebben afgesproken dat alles wat op grond van dit overzicht is toebedeeld aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] (aangeduid met J) toebedeeld blijft aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] en dat alles wat op grond van dit overzicht is toebedeeld aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] (aangeduid met P) toebedeeld blijft aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] .

Dit geldt niet voor de items aangeduid met de nummers 36, 43, 57, 62, 123, 124, 187, 240, 274, 276, 277, 290, 304, 311, en 320. De items met deze nummers worden allen toebedeeld aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] .

De overdracht van de items zal plaatsvinden op het moment dat de woning door één van beide partijen wordt verkregen, binnen een maand na levering van de woning. Indien de woning aan een derde verkocht moet worden zullen partijen er voor zorg dragen dat de items uiterlijk twee weken voor levering aan de juiste partij worden toebedeeld.

De rechtbank zal overeenkomstig hetgeen partijen ter zake zijn overeengekomen beslissen.

Auto’s

2.27.

Bij vonnis van 16 december 2015 is bepaald dat de Audi A6 moet worden toebedeeld aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] en dat de Ford Ka moet worden toebedeeld aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] . De waarde van de Ford Ka is hierbij vastgesteld op een bedrag van € 1.900,00. Dit betekent dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] in beginsel een bedrag van € 950,00 dient te voldoen

2.28.

Ten aanzien van de Audi A6 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de waarde van de Audi op 25 augustus 2010.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft in dit kader een verklaring overgelegd van Klijn Leasing B.V.. Hierin wordt gesteld dat de waarde van de Audi op 25 augustus 2010 € 7.500,- bedroeg.

[eiseres conventie/verweerster reconventie] heeft vervolgens ter zake een tweetal stukken in het geding gebracht, te weten een niet getekende overzichtstabel van Achmea waaruit zou moeten blijken dat de Audi ten tijde hier in geding een waarde had van € 20.733,- alsmede een verklaring van autohandelaar Nooit Gedacht, die de waarde van de Audi schat op een bedrag tussen de € 15.000,00 en € 17.500,00. Uitgaande van het gemiddelde van de door [eiseres conventie/verweerster reconventie] genoemde bedragen komt zij uit op een waarde van € 18.491,50 waarvan de helft aan haar zou toekomen.

De rechtbank is van oordeel dat aan de verklaring van Klijn Leasing in dit verband doorslaggevende betekenis toekomt. Zij overweegt hiertoe dat onvoldoende weersproken door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] is gesteld dat de auto destijds in 2008 is gekocht voor een bedrag van € 14.000,- bij dit bedrijf. Hiervan uitgaande ligt het niet in de rede dat de auto twee jaar later meer waard is geworden. Het is een feit van algemene bekendheid dat auto’s (enkele hier niet aan de orde zijnde uitzonderingen daargelaten) minder waard worden. Derhalve wordt de waarde van de auto op 25 augustus 2010 bepaald op € 7.500,-. De helft van deze waarde, zijnde een bedrag van € 3.750,- dient [gedaagde conventie/eiseres reconventie] aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] te voldoen.

2.29.

Samenvattend betekent dit dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] in verband met overbedeling ter zake de auto’s een bedrag dient te voldoen van € 2.800,00 (€ 3.750,00 minus € 950,00).

Eenmanszaak Tok Tok

2.30.

Bij vonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank reeds een oordeel gegeven over de handelsvoorraad van de door [eiseres conventie/verweerster reconventie] gedreven eenmanszaak (zie rechtsoverweging 4.26). De rechtbank zal thans op de daar weergegeven wijze beslissen zonder dat er tot verrekening van de waarde wordt overgegaan.

Belastingaanslagen

2.31.

Tussen partijen is niet in geding, gelet op het gestelde in de dagvaarding en de conclusie van antwoord in conventie dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ter zake de naheffingsaanslag inkomstenbelasting 2009 nog een bedrag van € 973,50 dient te voldoen aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] alsmede dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] ter zake de belastingteruggave over 2010 nog een bedrag van € 993,50 aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dient te voldoen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

2.32.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld gemotiveerd aan te geven welke belastingrestituties zij na 9 november 2011 nog hebben ontvangen ter zake de huwelijkse periode en welke belastingschulden die betrekking hebben op de huwelijkse periode na 9 november 2011 nog door hen zijn voldaan.

[eiseres conventie/verweerster reconventie] heeft naar aanleiding hiervan een kopie van de aanslag inkomstenbelasting over 2011 overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat die aanslag op nihil is gesteld.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft een afschrift verstrekt van een klein deel van de aanslagen over 2009, 2010 en 2011 waaruit afgeleid kan worden dat ook ten aanzien van hem de aanslagen inkomstenbelasting over deze jaren op nihil is gesteld.

Ondanks het feit dat door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] niet is voldaan aan het verzoek van de rechtbank, inhoudende dat gemotiveerd aangegeven dient te worden wat hij nog heeft ontvangen over de op de huwelijkse periode ziende belastingaanslagen c.q. teruggaven, ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding om hier gevolgen aan te verbinden. De rechtbank overweegt hiertoe dat zij geen concrete aanwijzingen heeft, ook niet op basis van het door [eiseres conventie/verweerster reconventie] daarover gestelde, dat de summierlijk door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] overgelegde overzichten onjuist zouden zijn.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat er ten aanzien van belastingaanslagen dan wel teruggaven tussen partijen, behoudens het hiervoor sub 2.31 gestelde, niets te verrekenen valt tussen partijen.

Verrekenposten [eiseres conventie/verweerster reconventie]

2.33.

Ten aanzien van de kinderbijslag en het kindgebonden budget heeft de rechtbank bij vonnis van 16 december 2015 geoordeeld dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ter zake een bedrag van respectievelijk € 515,32 en € 176,00 aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] dient te betalen. In totaal derhalve een bedrag van € 691,32. De rechtbank zal thans dienovereenkomstig beslissen.

2.34.

[gedaagde conventie/eiseres reconventie] heeft voorts gesteld dat hij in oktober 2011 een te hoog bedrag aan kinderalimentatie heeft betaald en heeft terzake toen een beroep op verrekening gedaan. [eiseres conventie/verweerster reconventie] heeft aangegeven dat zij zou moeten nakijken of dit daadwerkelijk het geval is geweest. De rechtbank heeft vervolgens bij meergenoemd tussenvonnis partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte hierover nader uit te laten.

De rechtbank constateert thans dat geen van beide partijen van deze gelegenheid gebruik heeft gemaakt. De rechtbank leidt hieruit af dat dit blijkbaar niet langer een geschilpunt is tussen partijen, zodat zulks geen verdere bespreking behoeft.

Verrekenposten [gedaagde conventie/eiseres reconventie]

2.35.

Bij vonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank geoordeeld dat, behoudens een door [eiseres conventie/verweerster reconventie] erkend bedrag van € 1.274,50 en de voor gezamenlijke rekening komende eigenaarslasten, [gedaagde conventie/eiseres reconventie] deze vordering voor het overige onvoldoende heeft onderbouwd. Dit betekent dat het hier door [gedaagde conventie/eiseres reconventie] gevorderde bedrag met uitzondering van genoemd bedrag van € 1.274,50 zal afwijzen.

Schadevergoeding

2.36.

In haar vonnis van 16 december 2015 heeft de rechtbank [eiseres conventie/verweerster reconventie] in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen welk deel van de haar toegekende schadevergoeding ad € 8.000,00 betrekking heeft op immateriële schade en welk deel op materiele schade, daartoe overwegende dat voor zover er sprake is van immateriële schade deze verknocht is aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] en derhalve niet voor verdeling in aanmerking komt.

2.37.

Bij akte uitlaten van 16 december 2015 heeft [eiseres conventie/verweerster reconventie] zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade te verwaarlozen was. Van een verlies aan arbeidsvermogen was geen sprake, medische kosten zijn door de zorgverzekeraar van [eiseres conventie/verweerster reconventie] voldaan en andere materiële kosten waren er feitelijk niet.

De ingestelde provisionele vordering, groot toekenning van een voorschot van € 30.000,-, bestond voor 2/3 deel immateriële schade en voor 1/3 deel materiële schade. Deze verdeelsleutel toepassende op het overeengekomen bedrag van € 8.000,- betekent dat hooguit een bedrag van € 2.666,67 materiële schade zou betreffen, waarbij [gedaagde conventie/eiseres reconventie] op maximaal de helft van dit bedrag aanspraak zou kunnen maken, zijnde € 1.333,33.

2.38.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de oorspronkelijk ingestelde vordering in de schadezaak door [eiseres conventie/verweerster reconventie] , [eiseres conventie/verweerster reconventie] zich destijds op het standpunt stelde dat er in feite alleen sprake was van immateriële schade. Immers de immateriële schade wordt becijferd op een bedrag van € 20.000,-. De ingestelde provisionele vordering besloeg een bedrag van € 30.000,-. Daarnaast werd verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd voor het vaststellen van de verdere schade. Blijkbaar stelde [eiseres conventie/verweerster reconventie] zich destijds in ieder geval op het standpunt dat de door haar geleden materiële schade groter was dan € 10.000,-.

Ook uit de gesloten vaststellingsovereenkomst kan niet worden herleid dat deze uitsluitend zag op immateriële schade.

De rechtbank komt op basis hiervan tot het oordeel dat de uiteindelijke toegekende schadevergoeding niet uitsluitend betrekking heeft op immateriële schade en om die reden niet geheel als verknocht moet worden beschouwd.

Nu [gedaagde conventie/eiseres reconventie] verder niet inhoudelijk heeft gereageerd op de min of meer subsidiair gevraagde toepassing van de door [eiseres conventie/verweerster reconventie] genoemde verdeelsleutel zal de rechtbank dienovereenkomstig besluiten.

Dit betekent dat van de toegekende schadevergoeding een bedrag van € 5.333.33 als immateriële schade zal worden aangemerkt en derhalve verknocht aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] en dat een bedrag van € 2.666,67 als materiële schade zal worden aangemerkt ten aanzien waarvan de helft, zijnde een bedrag van € 1.333,33, aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dient toe te komen.

2.39.

Ten aanzien van de mogelijke schadevordering van [eiseres conventie/verweerster reconventie] op het St. Jans Gasthuis heeft [eiseres conventie/verweerster reconventie] onvoldoende weersproken gesteld dat haar ter zake geen schadevergoeding is toegekend en dat zulks ook niet meer zal gebeuren. [eiseres conventie/verweerster reconventie] hoeft ter zake dan ook niets te betalen aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] .

Pensioenverevening

2.40.

De rechtbank zal beslissen zoals overwogen in het vonnis van 16 december 2015.

Proceskosten

2.41.

Nu partijen gewezen echtelieden zijn zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank:

in conventie en reconventie

3.1.

bepaalt dat de voormalige echtelijke woning wordt toebedeeld op de wijze als bedoeld in overweging 2.2.;

3.2.

veroordeelt [eiseres conventie/verweerster reconventie] tot het betalen van een gebruiksvergoeding aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] over de periode na 9 november 2011 op de in overweging 2.11 genoemde wijze;

3.3.

bepaalt dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] dient te voldoen ten aanzien van de banksaldi een bedrag van € 1.601,12;

3.4.

bepaalt dat de aandelen in Alvi Beheer B.V. zullen worden toebedeeld aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] en dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] voor deze aandelen aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] dient te voldoen een bedrag van € 0,50;

3.5.

bepaalt dat de inboedel aan partijen zal worden toebedeeld als vastgesteld in overweging 2.25;

3.6.

bepaalt dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] dient te voldoen ten aanzien van de auto’s een bedrag van € 2.800,00;

3.7.

bepaalt dat de goederen die op de als productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie overgelegde goederenlijst staan opgesomd in de categorieën “afsprakenmaker”, “baby-artikelen”, “blokken/duwkarren”, “buro/schrijven/kleuren”, “decoratie”, “diversen”, “educatief”, “gastvrouwcadeau” en “sieraden”, zonder verrekening van de waarde daarvan aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] worden toebedeeld en dat de overige goederen, zonder verrekening van de waarde daarvan, aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] worden toebedeeld;

3.8.

bepaalt dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] aan [eiseres conventie/verweerster reconventie] ter zake van diverse verrekenposten van [eiseres conventie/verweerster reconventie] dient te voldoen een bedrag van € 691,32;

3.9.

bepaalt dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ter zake van diverse verrekenposten dient te voldoen een bedrag van € 1.274,50;

3.10.

bepaalt dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] aan [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ter zake de ontvangen schadevergoeding van Stichting Kasteel Baexem een bedrag dient te voldoen van € 1.333,33;

3.11.

bepaalt dat [eiseres conventie/verweerster reconventie] en [gedaagde conventie/eiseres reconventie] ter zake de verevening van het door [eiseres conventie/verweerster reconventie] opgebouwde pensioen het formulier “mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderschapspensioen” zullen ondertekenen en dat [gedaagde conventie/eiseres reconventie] dit formulier daarna aan het pensioenfonds van [eiseres conventie/verweerster reconventie] toestuurt;

3.12.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.13.

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3.14.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2018.