Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:2030

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
6422098 CV EXPL 17-7866
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

contractwissel, overgang van onderneming, behoud van identiteit, artikel 7:662 lid 2 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0548
JAR 2018/137
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 6422098

Rolnummer : 17-7866

Uitspraak : 26 april 2018

in de zaak van:

1 Ricoh Nederland B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

eiseres,

gemachtigde: mr. F. van Velden-van Passel,

2 [eiser sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. A. Noest,

3 [eiser sub 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. A. Noest,

tegen

Canon Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.J.M.T. Keulaerds.

Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als “Ricoh c.s.” en afzonderlijk als “Ricoh”, “ [eiser sub 2] ” en “ [eiser sub 3] ”. Gedaagde zal hierna worden aangeduid als “Canon”.

1 Het verloop van het geding

Ricoh c.s. heeft Canon op 13 juni 2017 gedagvaard. Bij vonnis in het incident van 25 oktober 2017 heeft de civiele handelskamer van deze rechtbank de zaak doorverwezen naar de kantonrechter. Canon heeft vervolgens een conclusie van antwoord genomen. Bij tussenvonnis van 21 december 2017 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen bepaald. Deze zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2018. Ricoh c.s. en Canon hebben ter zitting hun standpunten, mede aan de hand van een pleitnota, toegelicht. Tot slot van de zitting is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Ricoh houdt zich bezig met de levering van producten en diensten op het gebied van Informatie Technologie (IT) en documentmanagement. Zij biedt daarbij alles op het gebied van printing en multifunctionals aan (behalve computers) en biedt oplossingen op het gebied van documentbeheer.

2.2.

Canon is een organisatie die zich kenmerkt als toonaangevende leverancier op het gebied van digital Imaging en IT.

2.3.

[eiser sub 2] en [eiser sub 3] zijn sinds 1 augustus 1985 respectievelijk 1 april 2007 bij Ricoh in dienst, laatstelijk in de functie van Operator Level 2.

2.4.

Ricoh heeft sinds 1 oktober 2006 op basis van een gewonnen aanbesteding back-office werkzaamheden verricht voor de RAI te Amsterdam. [eiser sub 3] heeft deze werkzaamheden vanaf 1 oktober 2006 voor Ricoh bij de RAI verricht en [eiser sub 2] vanaf 5 december 2011.

2.5.

De opdracht-overeenkomst tussen Ricoh en de RAI is diverse malen verlengd, laatstelijk voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016. De overeenkomst is per 31 december 2016 geëindigd. Bij de laatste aanbesteding heeft de RAI de opdracht aan Canon gegund.

2.6.

Ricoh heeft op 22 december 2016 contact opgenomen met Canon om te bespreken of zij openstond voor het overnemen van [eiser sub 2] en [eiser sub 3] als werknemers. Canon heeft Ricoh laten weten daartoe niet bereid te zijn. Ook op een nader verzoek van de zijde van Ricoh heeft Canon medegedeeld dat volgens haar de Wet Overgang van Onderneming in deze situatie niet van toepassing is en zij daarom van mening is dat [eiser sub 2] en [eiser sub 3] , die tot en met 31 december 2016 werkzaam waren ten behoeve van de RAI, niet in dienst van haar zijn gekomen.

3 Het geschil

3.1.

Ricoh c.s. heeft de kantonrechter verzocht om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Ten aanzien van Ricoh

1. Te verklaren voor recht dat in casu sprake is van een overgang van onderneming waarbij alle rechten en plichten uit hoofde van de arbeidsovereenkomsten van Ricoh met [eiser sub 2] en [eiser sub 3] met ingang van 1 januari 2017, of met ingang van een anderszins rechtens in goede justitie nader te bepalen datum, op Canon zijn overgegaan;

2. Canon te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.125,97 uit hoofde van schade in de zin van artikel 6:96 BW, vermeerderd met de wettelijk rente;

Ten aanzien van [eiser sub 2] en [eiser sub 3]

3. Canon te verplichten alle rechten en plichten uit hoofde van 7:662 e.v. (BW) na te komen, in het bijzonder de wedertewerkstelling van [eiser sub 2] en [eiser sub 3] bij Canon binnen vijf dagen na dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag per werknemer, zulks onverminderd de verplichting van Canon om ook de salarisbetalingen aan [eiser sub 2] en [eiser sub 3] correct, volledig en tijdig na te komen;

4. Canon te veroordelen tot betaling aan [eiser sub 2] en [eiser sub 3] van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het loon in de periode vanaf 1 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente;

In beide gevallen

5. Canon te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 1.110,-, alsook in de proceskosten.

3.2.

Ricoh c.s. heeft hieraan – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.

Er is sprake van een overgang van onderneming op grond waarvan [eiser sub 2] en [eiser sub 3] op 1 januari 2017 van rechtswege bij Canon in dienst zijn getreden. Gelet op vaste jurisprudentie is het niet noodzakelijk dat er een overeenkomst bestaat tussen de nieuwe en de oude opdrachtnemer. Ook wanneer een bedrijf op grond van een aanbestedingsprocedure een economische eenheid verwerft, ten koste van het bedrijf dat de activiteit eerst uitvoerde, kan sprake zijn van een overgang.

Verder is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een economische eenheid die haar identiteit heeft behouden, conform de criteria zoals door het Hof van Justitie geformuleerd in haar arrest van 19 maart 1986 (NJ 1987, nr. 502, het “Spijkersarrest”) en conform het Sodexho arrest van het Hof van Justitie van 20 november 2003, JAR 2003/298. Voor wat betreft de aard van de betrokken onderneming zijn alle activiteiten die Ricoh c.s. tot 1 januari 2017 voor en bij de RAI verrichtte één op één overgegaan naar Canon. Dat Canon de werkzaamheden met eigen middelen en andere personen verricht, is niet van belang omdat er nagenoeg geen “eigen middelen” zijn waarmee de werkzaamheden worden verricht en de activiteiten zoals deze bij de RAI worden verricht een kapitaalintensief- en geen arbeidsintensief karakter dragen. Canon heeft van de RAI de beschikking gekregen over de belangrijkste middelen, bedrijfsruimte, uitrusting en energie, op dezelfde wijze als deze door de RAI aan Ricoh ter beschikking zijn gesteld. De werkzaamheden die Ricoh verrichtte en die thans door Canon worden verricht kunnen slechts worden uitgevoerd met de door de RAI ter beschikking gestelde middelen en locatie. Verder is relevant dat de waarde van de immateriële activa, de verwerking van waardepapieren die door de RAI ter beschikking worden gesteld, in de kern gelijk blijft. Ook de overgedragen klantenkring blijft nagenoeg gelijk. Een extra indicatie dat de aard van de werkzaamheden nagenoeg gelijk is gebleven is dat er geen onderbreking is geweest van de activiteiten. Dat er her en der moderniseringen zijn doorgevoerd in de uitvoering van de werkzaamheden zoals deze thans door Canon worden verricht doet er niet aan af dat sprake is van overgang van onderneming.

Er dient ook te worden gekeken naar de strekking van artikel 7:662 BW e.v., namelijk de bescherming van de werknemers bij de overgang van hun onderneming. Het belang hiervan wordt versterkt nu in dit geval geen sprake is van een CAO of brancheafspraken waardoor de bescherming bij contractwisseling wordt ondervangen. In dit licht heeft de Stichting van de Arbeid (hierna: de Stichting) in haar bevindingen van 16 december 2016 aangevoerd dat de afspraak “werknemers volgen het werk met behoud van arbeidsvoorwaarden” opgenomen zou moeten worden in alle aanbestedingsprocedures en dat de Europese richtlijnen zich tegen een dergelijke invoering niet verzetten.

Nu de arbeidsovereenkomsten van [eiser sub 2] en [eiser sub 3] met Ricoh per 1 januari 2017 zijn geëindigd heeft Ricoh vanaf die datum geen loonbetalingsverplichting meer jegens hen. Om hen niet te dupe te laten worden van de onderhavige situatie heeft Ricoh hen maandelijks een voorschot voldaan gelijk aan hun oude netto loon, alsook betaling van een voorschot op het vakantiegeld. Ricoh voldoet nu aan de financiële verplichtingen die bij Canon als werkgever behoren te liggen. Het niet nakomen van deze verplichtingen door Canon levert een onrechtmatige daad op en Ricoh lijdt hierdoor schade, bestaande uit de netto voorschot betalingen, alsmede bestaande uit kosten die Ricoh heeft moeten maken. Deze schade bedraagt per 1 mei 2017 € 2.125,97.

Op grond van het voorgaande hebben Ricoh c.s. recht en belang bij een verklaring van recht en vorderen zij dat Canon haar verplichting nakomt om [eiser sub 2] en [eiser sub 3] toe te laten tot de werkplek in hun functie en zij de loonbetaling overneemt. Aanvullend vorderen [eiser sub 2] en [eiser sub 3] wettelijke verhoging en wettelijke rente. Tot slot vordert Ricoh c.s. vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

Canon heeft hiertegen – samengevat – het volgende verweer gevoerd.

Over de vraag of er in het kader van deze heraanbesteding sprake is van een overeenkomst bestaat geen discussie. Er is echter geen sprake van een overgang van een economische eenheid met identiteitsbehoud als bedoeld in de richtlijn. De stelling van Ricoh dat de voor en bij de RAI verrichte werkzaamheden sinds de overdracht van Ricoh aan Canon niet zouden zijn gewijzigd en dat daarmee sprake zou zijn van identiteitsbehoud, is feitelijk en juridisch onjuist. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU volgt dat een economische eenheid niet kan worden gereduceerd tot de activiteit waarmee zij is belast. Het enkele feit dat de vorige en de nieuwe opdrachtnemer dezelfde of vergelijkbare diensten verrichten is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een overgang van een economische eenheid. Bij een arbeidsintensieve activiteit, als waarvan in dit geval sprake is, kan, zonder overdracht van een wezenlijk deel van het personeel, geen sprake zijn van identiteitsbehoud (HvJ EU 20 januari 2011, JAR 2011/57 Clece).

De bij de RAI verrichte activiteiten zijn arbeidsintensief en niet kapitaalintensief. De betreffende werkzaamheden kunnen zonder noemenswaardige activa worden uitgevoerd. Een groot deel van de door Ricoh genoemde activa is niet aan te merken als een hulpmiddel voor het uitvoeren van de werkzaamheden en is daarom niet van belang. De genoemde zaken zijn geen hulpmiddelen waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd.

Nu Canon geen werknemers van Ricoh heeft overgenomen voor het uitvoeren van de werkzaamheden bij de RAI, kan reeds om die reden geen sprake zijn van een overgang van onderneming.

Daar komt bij dat Canon de door Ricoh uitgevoerde werkzaamheden niet ongewijzigd heeft overgenomen. Ricoh was tot 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de backoffice werkzaamheden en Penfields Europe B.V. was verantwoordelijk voor de frontoffice werkzaamheden. Canon heeft ook de frontoffice werkzaamheden overgenomen en heeft de back- en frontoffice werkzaamheden geïntegreerd en ondergebracht in één verbouwde ruimte in het RAI Business Centre. De oude backoffice locatie wordt nu door de RAI voor andere activiteiten gebruikt. De activiteiten die Canon uitvoert voor de RAI zijn geenszins te vergelijken met de activiteiten die Ricoh uitvoerde. Het takenpakket is uitgebreider en de werkzaamheden worden door Canon op geheel andere wijze, op andere locaties en met andere systemen en apparatuur, verricht.

Omdat sprake is van een arbeidsintensieve activiteit en er geen personeel is overgenomen, waardoor geen sprake kan zijn van overgang van onderneming, hoeft aan een toetsing van de Spijkerscriteria niet te worden toegekomen. Wanneer niettemin naar de Spijkers-criteria zou worden gekeken wijst slechts één van de zeven criteria op overgang van onderneming, namelijk dat er geen sprake is geweest van een onderbreking van de activiteiten.

Verder kan er geen overgang van onderneming worden aangenomen enkel omdat er geen brancheafspraken zijn. Brancheafspraken in bijvoorbeeld de schoonmaak zijn juist gemaakt omdat de genoemde sectoren arbeidsintensief zijn, waardoor zonder overname van personeel geen sprake is van overgang van onderneming. De brancheafspraken houden dan ook een verplichting in om bij een contractwissel een deel van het personeel over te nemen. Zonder brancheafspraken zou daartoe in de genoemde sectoren geen verplichting bestaan.

Canon interpreteert het rapport van de Stichting van 16 december 2016 anders dan Ricoh. De Stichting erkent in haar rapport juist dat naar de stand van de huidige wetgeving een aanbesteding niet automatisch onder de reikwijdte van de Wet overgang van onderneming valt.

Voor wat betreft de door Ricoh gevorderde schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW geldt dat niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan. De regelgeving over overgang van onderneming strekt ter bescherming van de belangen van werknemers en niet ter bescherming van de belangen van vervreemders.

4 De beoordeling

4.1.

De voorliggende vraag is of er in dit geval sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW. Niet in discussie is dat aan de overdracht van de activiteiten van Ricoh c.s. aan Canon een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:662 lid 2 sub a BW ten grondslag ligt.
De artikelen 7:662 e.v. BW betreffen de implementatie van Richtlijn 01/23/EG, Pb.EG, L 82/16 en haar voorgangers. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een overgang in de zin van de richtlijn is het beslissende criterium of de identiteit van de onderneming bewaard blijft.
Bij de beantwoording van de vraag of een economische eenheid, na een overgang op grond van een overeenkomst, haar identiteit heeft behouden, moet volgens vaste rechtspraak van het HvJ EU rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, zoals de aard van de betrokken onderneming of vestiging, de vraag of materiële activa als gebouwen en roerende zaken worden overgedragen, de waarde van de immateriële activa op het tijdstip van de overgang, de vraag of vrijwel al het personeel door de nieuwe ondernemer wordt overgenomen, de vraag of de clientèle wordt overgedragen, de mate waarin de vóór en na de overgang verrichte activiteiten met elkaar overeenkomen en de duur van een eventuele onderbreking van die activiteiten (de zogenaamde “Spijkersfactoren”; HvJ EG 18 maart 1986, ECLI:EU:C:1986:127, NJ 1987, 502, Spijkers/Benedik). Deze factoren zijn echter slechts deelaspecten van het te verrichten volledige onderzoek en mogen daarom niet elk afzonderlijk worden beoordeeld. (Zie onder meer ook HvJ EU, 20-01-2011, ECLI:EU:2011:24 Clece/Martin Valor).

De nationale rechter moet bij de beoordeling van de Spijkersfactoren onder meer rekening houden met de aard van de betrokken onderneming of vestiging (HvJ EG 11 maart 1997, C-13/95, ECLI:EU:C:1997:141, Süzen/Zehnacker). Het belang dat moet worden gehecht aan de verschillende Spijkersfactoren verschilt met de in de onderneming uitgeoefende activiteit. Bij de beoordeling van de Spijkersfactoren dient te worden bepaald welke elementen essentieel zijn voor de werking van de economische eenheid en welke daarvan zijn overgenomen. In dat verband kan het van belang zijn om de onderneming als arbeids- dan wel kapitaalintensief te kwalificeren. De richtlijn vindt geen toepassing in een situatie van een contractwissel van een arbeidsintensieve ondernemingsactiviteit indien daarbij geen materiële of immateriële activa van betekenis worden overgedragen en de nieuwe ondernemer niet een wezenlijk deel - qua aantal en deskundigheid - van het personeel overneemt dat zijn voorganger voor de uitvoering van zijn overeenkomst had ingezet.
Volgens vaste rechtspraak van het HvJ EU wettigt de enkele omstandigheid dat de door de vervreemder uitgeoefende activiteit en de door de verkrijger uitgeoefende activiteit overeenkomen of zelfs identiek zijn, niet de conclusie dat een economische eenheid haar identiteit behoudt; een economische eenheid kan niet worden gereduceerd tot de activiteit waarmee zij is belast.

4.2.

In het onderhavige geval staat, naast de hiervoor onder 2. vermelde feiten, onder meer het volgende vast.

De (backoffice-)werkzaamheden van [eiser sub 2] en [eiser sub 3] bij de RAI betroffen:

- verzorgen van koeriersdiensten;

- post ontvangen en digitaliseren;

- pakketten in ontvangst nemen en leveren aan centrale locaties;

- pallets in ontvangst nemen en opslaan;

- waardepapieren (parkeerkaarten en toegangsbewijzen) verwerken en beheren;

- repro-opdrachten coördineren en uitvoeren;

- administratieve werkzaamheden zoals het inboeken van bonnen;

- verzorgen van de afdeling “gevonden voorwerpen”;

- aanleveren van papieren, niet zijnde waardepapieren;

- verrichten van allerhande werkzaamheden rondom de postkamer van de RAI;

- balie- en adviesgesprekken met gebruikers en belanghebbende beursorganisatoren, het beantwoorden van vragen, enzovoorts.

De RAI heeft in de aanbesteding van eind 2016 aangegeven de backoffice werkzaamheden en de frontoffice werkzaamheden bij één partij te willen onderbrengen. Deze opdracht is aan Canon gegund. Canon heeft de activiteiten geïntegreerd en ondergebracht in een andere ruimte dan die waarin de backoffice werkzaamheden door Ricoh c.s. werden verricht (de postkamer), namelijk in de oude frontoffice locatie in het RAI Business Centre. De frontoffice werkzaamheden zijn een substantieel onderdeel van het totaal van de werkzaamheden van de opdracht aan Canon. Canon doet in de frontoffice locatie onder andere aan informatievoorziening. Het is ook een retaillocatie, waar zij artikelen verkoopt en diensten verleent aan externe klanten van de RAI. Van de medewerkers wordt daarom ook vereist dat zij over meer competenties, waaronder klantgerichtheid ten aanzien van externe klanten met een diverse achtergrond, beschikken.

Canon verricht geen koeriersdiensten meer.

Canon heeft geen productiemiddelen van Ricoh overgenomen. Ricoh c.s. gebruikte voor de werkzaamheden haar eigen scanner, printers en machines voor inbinden, snijden en lamineren. Canon gebruikt haar eigen productiemiddelen.

De reprowerkzaamheden vinden niet langer plaats bij de RAI, maar op een externe locatie van Canon.

De werknemers van Ricoh gebruikten het RAIcomsysteem voor hun werkzaamheden. De Canon-werknemers hebben geen toegang meer tot dit systeem; zij gebruiken een namen/afdelingslijst.

De werknemers van Ricoh verwerkten de waardepapieren-opdrachten in EBMS (een RAI-systeem voor het aanmaken en beheren van opdrachten ten behoeve van waardepapieren). De werknemers van Canon hebben geen toegang tot dit systeem. De RAI-medewerkers maken en bewerken opdrachten zelf en plaatsen de opdrachten in een SWA-portal, waarna Canon de fysieke verwerking van de waardepapieren op een eigen externe locatie doet.

4.3.

Canon heeft bepleit dat de activiteiten zoals die werden verricht door Ricoh moeten worden aangemerkt als arbeidsintensief, omdat arbeidskracht de voornaamste factor in de onderneming vormt, en dat, omdat zij geen werknemers heeft overgenomen, reeds geen sprake is van behoud van identiteit van de onderneming.

Ricoh c.s. heeft een beroep gedaan op het Sodexho-arrest van het HvJ EU (ECLI:EU:C:2003:629) en aangevoerd dat er in het onderhavige geval, net als in het Sodexho-arrest, “heel wat uitrusting” nodig is voor het verrichten van de werkzaamheden, omdat niet alleen menskracht nodig is, maar ook activa, zoals een locatie, waardepapieren, computers, printers, een magazijn, post en pallets, nodig zijn, welke voor een groot deel door de RAI ter beschikking zijn gesteld. Er zou daarom sprake zijn van een kapitaalintensief karakter van de onderneming en, gelijk in de Sodexho-zaak, zou daarom moeten worden geconcludeerd tot behoud van identiteit van de onderneming.

Het is naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval echter niet zo dat arbeidskracht de voornaamste factor is van de activiteiten en dat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder noemenswaardige activa. Ricoh c.s. heeft terecht aangevoerd dat de activa waarmee gewerkt wordt niet een verwaarloosbare rol spelen. Alle Spijkersfactoren moeten daarom worden beoordeeld.

4.4.

Er is sprake van een contractwissel. De aard van de onderneming en de activiteiten voor en na de overgang zijn om die reden (vanzelfsprekend) voor een belangrijk deel hetzelfde gebleven, een klantenkring is niet “overgedragen” (de klant is de opdrachtgever), en er is geen onderbreking van de activiteiten geweest.

De materiële activa die vereist zijn voor het verrichten van de (backoffice) activiteiten zijn niet overgedragen. De toegang tot de ruimtes en de data van de RAI kan niet worden aangemerkt als een actief van de onderneming. Dat geldt ook voor het ter beschikking stellen door de RAI van goederen ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden.

Van immateriële activa ten behoeve van het verrichten van de werkzaamheden is geen sprake. “Het verwerken van de waardepapieren” kan, in tegenstelling tot hetgeen Ricoh c.s. stelt, niet als een immaterieel actief worden aangemerkt.

4.5.

Het standpunt van Ricoh c.s. dat de door de RAI ter beschikking gestelde activa van wezenlijk belang zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden, en dat er om die reden sprake is van een kapitaalintensief karakter van de onderneming, kan niet worden gevolgd. De waardepapieren, brieven en postpakketten en overige stukken/papieren die voorwerp zijn van de door partijen verrichte activiteiten in de RAI, zijn geen middelen waarmee de werkzaamheden worden verricht, in de zin waarin in het Sodexho-arrest de keukenuitrusting die nodig is voor het bereiden van de maaltijden is aangemerkt. Terecht is van de zijde van Canon aangevoerd dat het hierbij niet gaat om hulpmiddelen voor het uitvoeren van de werkzaamheden, dat wil zeggen om goederen waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd, maar om goederen “waaraan” de werkzaamheden worden uitgevoerd, dus die onderwerp van de werkzaamheden zijn.

De door de RAI aan Ricoh ter beschikking gestelde goederen waarmee de werkzaamheden werden verricht en waarmee ook Canon de werkzaamheden verricht, bestaan voornamelijk in de ruimten, de locaties, waar de werkzaamheden worden verricht. De werknemers van Canon werken niet met het RAIcomsysteem en het EBMS-systeem. De computers, scanner en printers waarmee door Ricoh werd gewerkt, zijn niet aan Canon overgedragen.

4.6.

Alle Spijkersfactoren in aanmerking genomen moet de conclusie zijn dat er geen sprake is van identiteitsbehoud. Er zijn geen activa overgenomen. Er zijn geen werknemers overgenomen. Aan de door de RAI ten behoeve van de werkzaamheden ter beschikking gestelde goederen komt, bezien in het licht van de te verrichten activiteiten en de daartoe benodigde middelen, weinig gewicht toe. De aard van de onderneming en de activiteiten zijn, waar het de backoffice werkzaamheden betreft, weliswaar voor een belangrijk deel gelijk gebleven, maar een economische eenheid kan niet worden gereduceerd tot de activiteit waarmee zij is belast. Het adagium “werknemer volgt werk” prevaleert niet in alle omstandigheden. Uit de rechtspraak van het HvJ EU blijkt dat het in het geval van een contractwissel onder omstandigheden mogelijk is dat de nieuwe ondernemer de activiteit voortzet zonder verplicht te zijn om de betrokken werknemers over te nemen.

Er is derhalve geen sprake van een overgang van onderneming als bedoeld in de wet en de richtlijn.

4.7.

De vorderingen worden daarom afgewezen. Ricoh c.s. wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Ricoh c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Canon begroot op € 1.200,- aan salaris gemachtigde (niet met btw belast).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2018.