Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:1971

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-04-2018
Datum publicatie
24-04-2018
Zaaknummer
01/879871-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een veelheid van strafbare feiten met een pedoseksueel karakter door het plegen van ontuchtige handelingen met drie minderjarigen en door het vervaardigen en verzamelen van kinderpornografisch materiaal. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar en legt verdachte tevens de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op. Twee van de slachtoffers wordt een immateriële schadevergoeding van € 2.500,-- toegekend. Aan het derde slachtoffer wordt een immateriële schadevergoeding van € 7.500,-- toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0381
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879871-17

Datum uitspraak: 24 april 2018

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1956] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 augustus 2017, 21 november 2017, 6 februari 2018 en 10 april 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 januari 2018.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 10 april 2018 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 te Sint-Oedenrode, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] (geboren op [2011] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt,

terwijl voornoemde [slachtoffer 1] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, (telkens) buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- met zijn, verdachtes, mond en/of tong en/of hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of de schaamlippen, althans de schaamstreek en/of de billen van die [slachtoffer 1] betast en/of

- het lichaam van die [slachtoffer 1] betast en/of

- een of meer foto's gemaakt van het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] een of meer foto's laten maken van zijn, verdachtes, (ontblote) geslachtsdeel, in elk geval zijn lichaam en/of

- die [slachtoffer 1] haar schaamlippen en/of vagina en/of billen laten spreiden;

2.

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 te Sint-Oedenrode, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 2] (geboren op [2007] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer 2] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, (telkens) buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- met zijn, verdachtes, mond en/of tong en/of hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of de schaamlippen, althans de schaamstreek en/of de billen van die [slachtoffer 2] betast en/of

- met (een) wattenstaafje(s) en/of een trillend apparaat de vagina en/of de schaamlippen, althans de schaamstreek en/of de billen van die [slachtoffer 2] betast en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] betast en/of - een of meer foto's gemaakt van het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] ontkleed en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] opgemeten terwijl die [slachtoffer 2] was ontkleed en/of

- die [slachtoffer 2] haar vagina en/of schaamstreek laten betasten;

3.

hij, meermalen althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008 te 's-Hertogenbosch en/of Sint-Oedenrode, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer 3] , geboren op [1996] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer 3] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas,

(telkens) buiten echt, (telkens) één of meer handelingen heeft gepleegd, die (telkens) (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 3] ,

immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- het lichaam van die [slachtoffer 3] betast en/of

- die [slachtoffer 3] afgetrokken en/of - zichzelf door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 3] gebracht en/of zich (vervolgens) laten pijpen door die [slachtoffer 3] en/of

- de penis van die [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] gepijpt en/of

- zijn vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 3] gebracht en/of

- een of meer foto's gemaakt van het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] naar (een of meer) kinderpornografische afbeelding(en) laten kijken;

4.

hij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008 te 's-Hertogenbosch en/of Sint-Oedenrode, in ieder geval in Nederland, met [slachtoffer 3] (geboren op [1996] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer 3] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, (telkens) buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- het lichaam van die [slachtoffer 3] betast en/of

- die [slachtoffer 3] afgetrokken en/of - zichzelf door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- de penis van die [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] gepijpt en/of

- een of meer foto's gemaakt van het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] naar (een of meer) (kinder)pornografische afbeelding(en) laten kijken;

5.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 mei 2003 tot en met 29 mei 2017, te 's-Hertogenbosch en/of Sint-Oedenrode, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), een (grote) hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) (grote) hoeveelheid afbeeldingen,

- in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 1] en/of [bestand 2] en/of [bestand 3] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 4] en/of [bestand 5] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 6] en/of [bestand 7] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van [bestand 8] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ), en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

6.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 maart 2017, te 's-Hertogenbosch, meermalen, althans eenmaal, (telkens),

- een (grote) hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) en/of - (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) (grote) hoeveelheid afbeelding(en),

- heeft vervaardigd,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten:

- [slachtoffer 2] (geboren op [2007] ) en/of - [slachtoffer 1] (geboren op [2011] ), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 9] en/of [bestand 10] en/of [bestand 11] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 2] ),

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , althans deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van [bestand 12] en/of [bestand 13] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 2] );

7.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008, te 's-Hertogenbosch en/of Sint-Oedenrode, meermalen, althans eenmaal, (telkens),

- een (grote) hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) video('s) en/of (een) film(s) en/of - (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) (grote) hoeveelheid afbeelding(en),

- heeft vervaardigd,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten:

- [slachtoffer 3] (geboren op [1996] ), was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 3] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 3] , althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 3] , althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer 3] , althans deze persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 14] en/of [bestand 15] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] );

Ten gevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging is onder feit 6 als pleegplaats uitsluitend ’s-Hertogenbosch genoemd. De rechtbank stelt vast dat tussen de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 6 een verband bestaat aangezien deze feiten deels dezelfde handelingen betreffen, te weten het fotograferen van de ontblote lichamen van de minderjarigen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . De tenlasteleggingen van feit 1 en 2 vermelden als pleegplaats “Sint-Oedenrode, in elk geval in Nederland”.

De rechtbank herstelt de omissie en leest de onder feit 6 ten laste gelegde pleegplaats als:

“’s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland.”Er kan naar het oordeel van de rechtbank immers geen onduidelijkheid bestaan over wat verdachte verweten wordt. Van een wezenlijke wijziging in de feitelijke omschrijving van het feit en van een grondslagverlating is door de verbeterde lezing geen sprake. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte door het herstel van de omissie niet in de verdediging geschaad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe meent dat de ten laste gelegde feiten 1, 2, 5, 6 en 7 kunnen worden bewezen, met uitzondering van de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde ontuchtige handelingen ”met de mond/tong likken van de vagina/schaamstreek”, en het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde dat betrekking heeft op ”het gekleed en/of opgemaakt zijn en poseren met een voorwerp in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past”.De raadsvrouwe heeft voorts verzocht om verdachte vrij te spreken van hetgeen bij feit 2 onder het tweede gedachtestreepje is ten laste gelegd. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat er tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte geen trillend apparaat is aangetroffen.

Verder hadden de handelingen die verdachte met de wattenstaafjes heeft verricht volgens de raadsvrouwe geen ontuchtig karakter. Dit waren verzorgingshandelingen.

De raadsvrouwe heeft tenslotte verzocht om verdachte vrij te spreken van het onder feit 3 en 4 ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank. 1

De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1

[getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] eind maart 2017 spontaan tegen haar zei: “De buurman doet ook wel eens met mijn billen spelen”. Toen getuige haar vroeg wat de buurman precies deed zag getuige dat [slachtoffer 1] met haar handen een spreidende beweging maakte en hoorde ze dat [slachtoffer 1] daarbij zei dat de buurman haar billen zo open maakte. Getuige zag dat [slachtoffer 1] een wrijvende beweging maakte boven haar kruis en zei: “En hier met zijn tong”.2

[getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] tegen haar zei: “De buurman doet anders bij mij dan bij [slachtoffer 2] ”. Getuige vroeg wat de buurman deed waarop [slachtoffer 1] letterlijk zei: “Hij doet met zijn handen op mijn billen en met zijn tong op mijn billen.” [slachtoffer 1] fluisterende bij getuige in haar oor: “Ik moet dan gaan liggen en dan likt de buurman mij hier”. Getuige zag dat [slachtoffer 1] hierbij naar haar eigen vagina wees.3

[slachtoffer 1] heeft tijdens het studioverhoor het navolgende verklaard:

“De buurman die heb met zijn handen aan mijn billen gezeten. En de buurman heb ook met de tong aan mijn billen gezeten. En dan was het klaar. We waren in het huis van de buurman.”4.“De buurman zat met zijn tong aan de voorkant, hij ging heel lang likken.”5

“De buurman deed met twee handen mijn billen open trekken, dan doet het hier heel pijn.” Verbalisanten zien dat [slachtoffer 1] haar schaamstreek aanwijst en zegt dat ze dit “billen” noemt.

“De buurman doet eerst met de handen en dan met de tong.”6

“Als de buurman dat deed met zijn hand en met zijn tong dan heeft hij daar ook foto’s van gemaakt met het fototoestel. Ik mag er ook een paar maken van de buurman. Ik was bloot.”7

[slachtoffer 1] is geboren op [2011] .8

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [slachtoffer 1] in een weekend in maart 2017 bij hem in Sint-Oedenrode heeft gelogeerd. Tijdens die logeerpartij heeft verdachte de schaamstreek van [slachtoffer 1] betast en haar blote lichaam gefotografeerd. [slachtoffer 1] heeft het ontblote lichaam van verdachte en zijn ontblote geslachtsdeel gefotografeerd. Verdachte heeft toen ook een zogenaamde “proestkus” op de onderbuik van [slachtoffer 1] gegeven.9

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij een paar keer over het geslachtsdeel van [slachtoffer 1] heeft gestreeld en dat zij zelf ook een keer haar schaamlippen heeft gespreid.10

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

[slachtoffer 2] heeft tijdens het studioverhoor het navolgende verklaard:

“De buurman doet met zijn tong over onze billen heen enzo. En hij gaat dingen doen wat niet mag. En dan gaat het met wattenstaafjes enzo en die maakt hij nat en gaat hij ook over mijn billen doen. Ik moest mijn kleren uit. En dan ging hij met meetdingen ofzo, ging hij mij opmeten. En dan ook nog een video maken en foto’s. Volgens mij doet hij ook met zijn handen op mijn billetjes doen met een trilding. Dat is een rood-oranje apparaatje en dan moet je op een knopje duwen en dan gaat hij trillen.”11

“Ik zag dat hij dat trilding pakte en over mijn billen ging”12 “Ik voelde dat hij met zijn hand figuren maakte op mijn billen” “Ik lag op het bed in mijn blootje en dan ging hij met zijn tong over mijn billen”13 “Hij maakte gekke figuren met zijn tong. Ik zag dat hij zijn mond open doet en met het puntje van zijn tong precies op mijn billen doet.”14

“Hij had een bak met wattenstaafjes en een beker met water. Hij pakte er eentje, deed die in het water en ging over mijn plasser heen”.15

“Dan moest ik gaan liggen en gaat hij met wattenstaafjes over mijn plasser heen. Dan doet hij rondjes maken over mijn plasser heen. Ik zeg soms au omdat hij hard gaat drukken op mijn plasser.”16

“Hij deed mijn kleren uit. Dat gaat hij een video maken met die camera en foto’s maken. Opeens doet hij mijn benen weer open en maakt vijf foto’s van mijn plasser. Alleen maar van mijn plasser.”17

“Hij zei: Kleren uit, want dan ga ik foto maken en nog een video. Hij liet het zelf zien de video. Ik zag mijn plasser. Hij heeft een video gemaakt. Hij deed de foto’s opbergen op de computer in een mapje. Hij heeft een meetlat en gaat mij meten in mijn blootje. Hij meet mijn plasser.”18

“Hij gaat precies met dat trilding als hij aanstaat op mijn billen, precies op plekken bij mijn plasser. Met de tong was bijna hetzelfde als de triller. Ook om mijn plasser heen. Ook over mijn billen en ook over mijn plasser. Eerst plasser en dan billen.”19

[slachtoffer 2] is geboren op [2007] .20

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [slachtoffer 2] in een weekend in maart 2017 bij hem in Sint-Oendenrode heeft gelogeerd. Tijdens die logeerpartij heeft verdachte de vagina van [slachtoffer 2] met wattenstaafjes aangeraakt en heeft hij met zijn duim haar vagina opengetrokken en haar ontblote vagina gefotografeerd. Verdachte heeft [slachtoffer 2] tevens opgemeten.21

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat [slachtoffer 2] zelf haar geslachtsdeel heeft gespreid en dat er foto’s zijn gemaakt van haar geslachtsdeel.22

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 en feit 2

De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat hij niet met zijn tong de schaamstreek/vagina/billen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft aangeraakt, ongeloofwaardig, nu beide meisjes ten overstaan van anderen hieromtrent gedetailleerde en consistente verklaringen hebben afgelegd. De rechtbank acht de verklaringen van de meisjes authentiek en zal deze verklaringen daarom als uitgangspunt nemen. Dit geldt ook voor zover de verklaring van [slachtoffer 2] inhoudt dat verdachte bij haar een trillend apparaat heeft gebruikt.

De rechtbank acht voorts de verklaring van verdachte, dat de handeling met de wattenstaafjes geen ontuchtig, maar een verzorgend karakter had, onaannemelijk. Gelet op de inhoud van de verklaring van [slachtoffer 2] hieromtrent vormde

de handeling van verdachte met de wattenstaafjes juist een onderdeel van het geheel van ontuchtige handelingen die op dat moment plaatsvonden.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3 en feit 4:

Getuige [slachtoffer 3] heeft verklaard dat er ongeveer dertig keer iets is gebeurd op seksueel gebied tussen hem en [verdachte] . Volgens hem is het in 2003 begonnen.23

Het begon met strelen.24 Getuige heeft verklaard dat hij het jongetje is op de foto’s die hem worden getoond. De foto op bijlage 3 is de foto waarop hij zelfs met zijn “benen open” zit. Verdachte heeft ook kinderpornografische afbeeldingen op zijn computer aan getuige laten zien.25

Aangever [slachtoffer 3] heeft het navolgende verklaard:

“Het seksueel misbruik heeft tot 2009/2010 plaatsgevonden in Sint-Oedenrode. Hij ging met zijn hand op mijn geslachtsdeel en andersom moest ik het ook doen. Oraal moest ik ook doen. Hij maakte foto’s van mij”.26

“Hij ging zo van voren in mijn broek en raakte de blote huid van mijn geslachtsdeel aan met zijn hand. Hij was gewoon bezig met het strelen. Zijn hand ging bij mijn geslachtsdeel op en neer.”27

“Ik wist dat ik hem moest aftrekken als hij zei: “Nu jij” hij sloeg zijn arm om mij heen en trok mij naar zich toe en toen deed ik het. Ik moest doorgaan tot hij klaar kwam.”28

“Hij liet een filmpje zien van kinderporno en zei dat het heel normaal was. Hij zei volgens mij iets over het filmpje en toen zei hij: “Doe dat maar bij mij.” Andersom deed hij het dus ook, oraal bij mij.”29

“Ik moest hem eerst met mijn hand bevredigen en daarna oraal. Orale seks die ik bij hem heb moeten doen is ongeveer tien keer gebeurd. Hij heeft een keer geprobeerd om zijn vinger in mijn anus te stoppen. Ik had toen stop gezegd omdat het zeer deed.”30

[slachtoffer 3] is geboren op [1996] .31

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 3] in de periode van 1 januari 2003 tot 1 juli 2008 regelmatig bij hem logeerde in zijn woning in Sint-Oedenrode.

Verdachte heeft wel erkend dat hij in die periode naaktfoto’s van [slachtoffer 3] heeft gemaakt en dat op een van die foto’s [slachtoffer 3] met een stijve penis te zien is. Verdachte heeft gezien dat [slachtoffer 3] zich aftrok bij verdachte thuis op de bank. Desgevraagd heeft verdachte verklaard dat de erectie van [slachtoffer 3] door de nodige prikkeling werd veroorzaakt en dat die prikkeling mogelijk van verdachte is uitgegaan. 32


Bewijswaardering ten aanzien van feit 3 en feit 4:

Verdachte heeft over het merendeel van de hem ten laste gelegde handelingen met betrekking tot [slachtoffer 3] geen verklaring af willen leggen.

De rechtbank is echter van oordeel dat de gedetailleerde verklaring van [slachtoffer 3] in voldoende mate wordt ondersteund door de kinderpornografische afbeeldingen die verdachte van hem heeft gemaakt en door de - zij het summiere - verklaring die verdachte over het ten laste gelegde ter terechtzitting heeft afgelegd. De rechtbank acht dan ook bewezen hetgeen hierna onder de bewezenverklaring is vermeld.

In de bewezenverklaring brengt de rechtbank tot uitdrukking dat bij verschillende gelegenheden, verschillende ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden, al dan niet in combinatie met elkaar. Voor zover van een bepaalde handeling het ontuchtige karakter niet zonder meer gegeven is, acht de rechtbank die handeling ontuchtig gelet op de samenhang met andere handelingen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 5:

De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging, gelet op een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal33 en de bekennende verklaring van verdachte34, wettig en overtuigend bewezen hetgeen hierna in de bewezenverklaring is vermeld.

De rechtbank heeft, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 6:

De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging, gelet op het proces-verbaal van bevindingen35, het proces-verbaal beschrijving ontucht36, de verklaring van [slachtoffer 1]37, de verklaring van [slachtoffer 2]38, de geboorteakten van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]39 en de bekennende verklaring van verdachte40, wettig en overtuigend bewezen hetgeen hierna in de bewezenverklaring is vermeld.

De rechtbank heeft, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 7:

De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging, gelet op een proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal41, de verklaring van [slachtoffer 3]42, de geboorteakte van [slachtoffer 3]43 en de bekennende verklaring van verdachte44, wettig en overtuigend bewezen hetgeen hierna onder de bewezenverklaring is vermeld.

De rechtbank heeft, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

in de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 te Sint-Oedenrode, met [slachtoffer 1] (geboren op [2011] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer 1] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte:

- met zijn, verdachtes, mond en/of tong en handen en/of vinger(s) de vagina de schaamlippen, althans de schaamstreek van die [slachtoffer 1] betast en

- foto's gemaakt van het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] een of meer foto's laten maken van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel, in elk geval zijn lichaam en

- die [slachtoffer 1] haar schaamlippen laten spreiden;

2.

in de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 te Sint-Oedenrode, met [slachtoffer 2] (geboren op [2007] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer 2] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, buiten echt,

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte:

- met zijn, verdachtes, mond en/of tong en hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of de schaamlippen, althans de schaamstreek en de billen van die [slachtoffer 2] betast en

- met wattenstaafjes en een trillend apparaat de vagina en/of de schaamlippen, althans de schaamstreek en de billen van die [slachtoffer 2] betast en het lichaam van die [slachtoffer 2] betast en - foto's gemaakt van het ontblote lichaam van die [slachtoffer 2] en

- die [slachtoffer 2] ontkleed en (daarbij) die [slachtoffer 2] opgemeten terwijl die [slachtoffer 2] was ontkleed en

- die [slachtoffer 2] haar vagina en/of schaamstreek laten betasten;

3.

meermalen in de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008 te Sint-Oedenrode,

met [slachtoffer 3] , geboren op [1996] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer 3] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, telkens buiten echt handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer 3] , immers heeft hij, verdachte telkens:

- het lichaam van die [slachtoffer 3] betast en/of

- die [slachtoffer 3] afgetrokken en/of - zichzelf door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 3] gebracht en zich vervolgens laten pijpen door die [slachtoffer 3] en/of

- de penis van die [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond gebracht en vervolgens die [slachtoffer 3] gepijpt en/of

- zijn vinger in de anus van die [slachtoffer 3] gebracht en/of

- foto's gemaakt van het ontblote lichaam van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] naar (een of meer) kinderpornografische afbeelding(en) laten kijken;

4.

meermalen in de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008 te Sint-Oedenrode, met [slachtoffer 3] (geboren op [1996] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

terwijl voornoemde [slachtoffer 3] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, te weten als oppas, telkens buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte telkens:

- het lichaam van die [slachtoffer 3] betast en/of

- die [slachtoffer 3] afgetrokken en/of - zichzelf door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- de penis van die [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond gebracht en vervolgens die [slachtoffer 3] gepijpt en/of

- foto's gemaakt van het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] naar (een of meer) (kinder)pornografische afbeelding(en) laten kijken;

5.

in de periode van 21 mei 2003 tot en met 29 mei 2017, te 's-Hertogenbosch en/of Sint-Oedenrode, meermalen telkens, een grote hoeveelheid afbeeldingen, te weten foto's en video's en films - en gegevensdragers bevattende een grote hoeveelheid afbeeldingen,

- in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 1] en/of [bestand 2] en/of [bestand 3] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 4] en/of [bestand 5] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 6] en/of [bestand 7] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 8] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] ),

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

6.

in de periode van 01 januari 2017 tot en met 31 maart 2017, in Nederland, meermalen

- een hoeveelheid afbeeldingen, te weten foto’s en een video heeft vervaardigd,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten:

- [slachtoffer 2] (geboren op [2007] ) of - [slachtoffer 1] (geboren op [2011] ),

was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het betasten en aanraken van het geslachtsdeel en de billen van die [slachtoffer 2] of [slachtoffer 1] .

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 9] en/of [bestand 10] en/of [bestand 11] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 2] ),

en

het naakt laten poseren van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , waarbij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 12] en/of [bestand 13] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 2] );

7.

in de periode van 01 januari 2003 tot en met 01 juli 2008, te Sint-Oedenrode,

- een hoeveelheid afbeeldingen, te weten foto's heeft vervaardigd, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten:

- [slachtoffer 3] (geboren op [1996] ), was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het naakt laten poseren van die [slachtoffer 3] , waarbij die [slachtoffer 3] , poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van die [slachtoffer 3] , nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel van die [slachtoffer 3] in beeld gebracht wordt, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

((onder andere) de in de toonmap opgenomen afbeeldingen onder vermelding van

[bestand 14] en/of [bestand 15] en beschreven in het proces-verbaal met [documentcode 1] );

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6 en feit 7:

-een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

-de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft verzocht om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen om een maatregelenrapport omtrent verdachte op te maken waarin de mogelijkheid van een terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt onderzocht. De raadsvrouwe heeft in dit kader aangevoerd dat terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging een ultimum remedium is waartoe niet lichtvaardig moet worden overgegaan. De raadsvrouwe acht een levenslang toezicht, zoals omschreven in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht, passender.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan een veelheid van strafbare feiten met een pedoseksueel karakter.

Hij heeft in de eerste plaats ontuchtige handelingen verricht met zijn minderjarige buurmeisjes die, afzonderlijk van elkaar, in maart 2017 een weekend bij hem thuis logeerden. Verdachte heeft tevens jarenlang ontuchtige handelingen - waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam - verricht met het minderjarige zoontje van een voormalige collega, dat in de periode van 2003 tot 2008 regelmatig bij hem logeerde. Verdachte heeft tijdens de logeerpartijtjes ook kinderpornografische afbeeldingen van deze drie minderjarigen vervaardigd.

Hij heeft hiermee op ernstige wijze hun lichamelijke integriteit geschonden. Een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, is door het handelen van verdachte op grove wijze aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort strafbare feiten vaak langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de slachtoffers. Uit de ter terechtzitting door de vader van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] afgelegde slachtofferverklaring en de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt ook dat de handelingen van verdachte tot op heden grote nadelige gevolgen hebben voor de slachtoffers. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan. Voorts neemt de rechtbank het verdachte bijzonder kwalijk dat hij het vertrouwen, dat zowel de kinderen als hun ouders in hem als oppas stelden, op die manier heeft geschaad.

Verdachte heeft kennelijk niet stilgestaan bij dit alles en uitsluitend zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld.

Verdachte had ook een zeer uitgebreide verzameling kinderpornografische afbeeldingen van andere minderjarigen in zijn bezit. Onder deze afbeeldingen bevonden zich foto's en filmpjes waarop vergaande seksuele handelingen bij en met minderjarigen te zien waren. Door het verzamelen van dit materiaal heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de commerciële markt voor kinderporno . Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die slachtoffer zijn van kinderporno nog jarenlang, zo niet permanent, zowel psychische als lichamelijke gevolgen ondervinden van het (seksueel) misbruik dat zij hebben moeten doorstaan en de daarmee gepaard gaande vernederingen. De rechtbank acht dit een zeer kwalijk feit en rekent ook dit verdachte zwaar aan.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten tot onder meer een gevangenisstraf is veroordeeld.

Uit het omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte rapportage door

M. van Heteren, GZ-psycholoog, van 23 augustus 2017 en de rapportage van het Pieter Baan Centrum uitgebracht door S. Labrijn, GZ-psycholoog, en J. Markx, psychiater, van

28 maart 2018 blijkt dat er bij verdachte sprake is van een pedofiele stoornis van het

niet-exclusieve type. Deze stoornis heeft duidelijk doorgewerkt in de door verdachte gepleegde feiten. De deskundigen adviseren om de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verminderde mate aan hem toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze conclusies over.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking brengt en omdat de uitvoering van de maatregel die de rechtbank op zal leggen niet te lang op zich moet laten wachten.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of naast de op te leggen gevangenisstraf de maatregel van terbeschikkingstelling dient te worden opgelegd.

Het recidiverisico en de afdoeningsmodaliteit.
De rechtbank constateert dat er een verschil bestaat tussen de conclusies van de deskundigen Labrijn en Markx van het Pieter Baan Centrum enerzijds en de conclusie van de deskundige Van Heteren, anderzijds. De deskundigen van het Pieter Baan Centrum hebben terbeschikkingstelling met dwangverpleging geadviseerd als afdoeningsmodaliteit. Volgens deskundige

Van Heteren is een poliklinische behandeling van verdachte voldoende in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf. Ter terechtzitting van 10 april 2018 hebben de deskundigen Labrijn, Marx en

Van Heteren de door hen uitgebrachte rapportages toegelicht. Zij hebben gepersisteerd bij hun conclusies ten aanzien van het door hen getaxeerde recidiverisico en de door hen geadviseerde afdoeningsmodaliteit.

De officier van justitie sluit zich aan bij het advies dat in de rapportage van het Pieter Baan Centrum wordt gegeven en gaat bij haar strafeis uit van een hoog recidiverisico en de ernst en hardnekkigheid van de stoornis van verdachte.

De rechtbank gaat, in navolging van de conclusies van het Pieter Baan Centrum, uit van een hoog recidiverisico. De rechtbank acht in dit verband doorslaggevend dat die conclusies tot stand zijn gekomen na een intensieve klinische observatie van verdachte gedurende zeven weken. Daarbij hebben de deskundigen vastgesteld dat verdachte seksuele preoccupatie ontkent, terwijl daar - mede gelet op de eerdere veroordelingen voor zedendelicten - wel degelijk aanwijzingen voor zijn. De deskundigen hebben bovendien de uitkomsten van hun risicotaxatie-instrumenten in samenhang gebracht en geïndividualiseerd en zijn hierbij naar het oordeel van de rechtbank op goede wijze tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een hoog recidiverisico. Hun onderbouwing van de inschatting van het recidiverisico heeft de rechtbank meer overtuigd dan die van de psychologe.

Door de raadsvrouwe is verzocht om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen om de reclassering de opdracht te geven te onderzoeken of een terbeschikkingstelling met voorwaarden een mogelijke afdoeningsmodaliteit zou zijn. De rechtbank acht geen termen aanwezig om dit onderzoek te laten verrichten, nu geen van de deskundigen dit als passende afdoeningsmodaliteit heeft geadviseerd en de rechtbank van oordeel is dat - gelet op de hardnekkige problematiek van verdachte, de onbenutte mogelijkheden voor een intensieve behandeling in het verleden, zijn moeite om openheid van zaken te geven en het daarmee gepaard gaande hoge recidiverisico - een terbeschikkingstelling met voorwaarden als afdoeningsmodaliteit ontoereikend zal zijn.

De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum over. Met hen is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk maakt.

De rechtbank overweegt voorts dat is voldaan aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen. De hierna te kwalificeren feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Voorts merkt de rechtbank op dat het ernstige misdrijven betreffen die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte ter beschikking stellen. De rechtbank zal voorts bevelen dat verdachte van overheidswege verpleegd wordt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft verzocht om de gevorderde immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 2.000,-.

Beoordeling. De rechtbank acht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid toewijsbaar als rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte schade, de volgende onderdelen van gestelde materiële schade, zoals de ter terechtzitting door de raadsvrouwe van de benadeelde partij toegelichte posten tijdsbesteding ad € 1738,59, reiskosten ad € 129,65, parkeerkosten ad € 4,00 en vervangen sloten ad

€ 111,93. Het totaalbedrag van de gevorderde materiële schade bedraagt € 1984,17.

De rechtbank zal dit totaalbedrag aan materiële schade ponds-pondsgewijs toewijzen, nu deze kosten slechts eenmaal zijn gemaakt en deze zowel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] als de benadeelde partij [slachtoffer 1] zijn gevorderd.

De rechtbank acht daarom een bedrag van € 992,10 materiële schadevergoeding toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering.

De rechtbank acht voorts toewijsbaar een immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de (eind)datum van het delict (31 maart 2017) tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de gevorderde immateriële schade, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van het resterende deel van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank kan in dit stadium immers niet, op basis van de beschikbare informatie die ten grondslag ligt aan de vordering, beoordelen in hoeverre het bewezenverklaarde heeft geleid tot de gestelde psychische schade en of de bewezenverklaarde handelingen wellicht meer schade opleveren dan thans door de rechtbank tot een bedrag van € 2.500,- is begroot.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft verzocht om de gevorderde immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 2.000,-.

Beoordeling. De rechtbank acht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte schade toewijsbaar, de volgende onderdelen van gestelde materiële schade, zoals de ter terechtzitting door de raadsvrouwe van de benadeelde partij toegelichte posten tijdsbesteding ad € 1738,59, reiskosten ad € 129,65, parkeerkosten ad € 4,00 en vervangen sloten ad € 111,93. Het totaalbedrag van de gevorderde materiële schade bedraagt € 1984,17.

De rechtbank zal dit totaalbedrag aan materiële schade ponds-pondsgewijs toewijzen, nu deze kosten slechts eenmaal zijn gemaakt en zowel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] als de benadeelde partij [slachtoffer 2] zijn gevorderd.

De rechtbank acht daarom een bedrag van € 992,10 materiële schadevergoeding toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering.

De rechtbank acht voorts toewijsbaar een immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de (eind)datum van het delict (31 maart 2017) tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de gevorderde immateriële schade, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van het resterende deel van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank kan in dit stadium immers niet, op basis van de beschikbare informatie die ten grondslag ligt aan de vordering, beoordelen in hoeverre het bewezenverklaarde heeft geleid tot de gestelde psychische schade en of de bewezenverklaarde handelingen wellicht meer schade opleveren dan thans door de rechtbank tot een bedrag van € 2.500,- is begroot.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 13,39 terzake van kosten rechtsbijstand overeenkomstig het liquidatietarief kantonzaken.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering geheel toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft verzocht om de vordering af te wijzen.

Beoordeling. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde materiële schade. Van dit gedeelte van de vordering is niet eenvoudig vast te stellen of deze schade rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten is toegebracht. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door de bewezen verklaarde feiten toegebrachte immateriële schade, een bedrag dat de rechtbank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid begroot op € 7.500,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de einddatum van het delict (1 juli 2008) tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de gevorderde immateriële schade, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van het resterende deel van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank kan in dit stadium immers niet, op basis van de beschikbare informatie die ten grondslag ligt aan de vordering, beoordelen in hoeverre het bewezenverklaarde heeft geleid tot de gestelde psychische schade en of de bewezenverklaarde handelingen wellicht meer schade opleveren dan thans door de rechtbank tot een bedrag van € 7.500,- is begroot.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave daarvan.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 57, 60a, 240b, 244, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht. DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

t.a.v. feit 2: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

t.a.v. feit 3: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd; t.a.v. feit 4: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd; t.a.v. feit 5: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt; t.a.v. feit 6: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd. t.a.v. feit 7: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd; verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf en maatregelen;

t.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7: gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

t.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7: terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging voor de duur van 2 jaar;

Benadeelde [slachtoffer 2]

t.a.v. feit 2, feit 6: maatregel van schadevergoeding van € 3.492,10 subsidiair 44 dagen hechtenis;

legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van € 3.492,10, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 dagen hechtenis;

het bedrag bestaat uit een bedrag van € 2.500,- immateriële schadevergoeding en € 992,10 materiële schadevergoeding (post tijdsbesteding, reiskosten, parkeerkosten en vervangen sloten);

de toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op;

het bedrag van immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (31 maart 2017) tot aan de dag der algehele voldoening;

het bedrag van materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering (6 april 2018) tot aan de dag der algehele voldoening;

beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 3.492,10, te weten € 2.500,- immateriële schadevergoeding en € 992,10 materiële schadevergoeding;

het bedrag van immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (31 maart 2017) tot aan de dag der algehele voldoening;

het bedrag van materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering (6 april 2018) tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil;

veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;

bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is;

indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen;

Benadeelde [slachtoffer 1]

t.a.v. feit 1, feit 6: maatregel van schadevergoeding van € 3.492,10 subsidiair 44 dagen hechtenis;

legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 3.492,10, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 dagen hechtenis;

het bedrag bestaat uit een bedrag van € 2.500,- immateriële schadevergoeding en € 992,10 materiële schadevergoeding (post tijdsbesteding, reiskosten, parkeerkosten en vervangen sloten);

de toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op;

het bedrag van immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (31 maart 2017) tot aan de dag der algehele voldoening;

het bedrag van materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering (6 april 2018) tot aan de dag der algehele voldoening;

beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 3.492,10, te weten € 2.500,- immateriële schadevergoeding en € 992,10 materiële schadevergoeding;

het bedrag van immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (31 maart 2017) tot aan de dag der algehele voldoening;

het bedrag van materiële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering (6 april 2018) tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op

€ 13,39;

veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten;

bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is;

indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen;

Benadeelde [slachtoffer 3]

t.a.v. feit 3, feit 4, feit 7: maatregel van schadevergoeding van € 7.500,- subsidiair 72 dagen hechtenis;

legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van € 7.500,- , bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis;

het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding; de toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op;

het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (1 juli 2008) tot aan de dag der algehele voldoening;

beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 7.500,- , te weten immateriële schadevergoeding;

het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (1 juli 2008) tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil;

veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;

bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is;

indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen;

Beslag

onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: van de onder nummers 7, 8, 9, 11,14, 15, 16, 17, 22, 23, 44 en 46 genoemde goederen zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen; teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: van de onder nummers 2, 3, 4, 5, 6, 10, 12, 13, 18, 19, 20, 21, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57 en 58 genoemde goederen zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.G. Vos, voorzitter,

mr. R. van den Munckhof en mr. W. Heijninck, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken op 24 april 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie eenheid Oost-Brabant, afdeling Zedenteam ‘s-Hertogenbosch, genummerd BHV 2017065454 (onderzoek Malvern), aantal pagina’s: 667. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

2 Verklaring van [getuige 1] d.d. 14 april 2017, proces-verbaal pag. 434-435.

3 Verklaring van [getuige 2] d.d. 18 april 2018, proces-verbaal pag. 441-442.

4 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2017, proces-verbaal pag. 447.

5 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2017, proces-verbaal pag. 448.

6 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2017, proces-verbaal pag. 449.

7 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2017, proces-verbaal pag. 450.

8 Geboorteakte van [slachtoffer 1] , proces-verbaal pag. 641.

9 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 april 2018.

10 Verklaring van verdachte d.d. 7 juli 2017, proces-verbaal pag. 84.

11 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 456.

12 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 458.

13 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 460.

14 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 461.

15 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 462.

16 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 463.

17 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 464.

18 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 465.

19 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 466.

20 Geboorteakte van [slachtoffer 2] , proces-verbaal pag. 640.

21 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 april 2018.

22 Verklaring van verdachte d.d. 7 juli 2017, proces-verbaal pag. 80.

23 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.1 september 2017, proces-verbaal pag. 618.

24 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.1 september 2017, proces-verbaal pag. 619.

25 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.1 september 2017, proces-verbaal pag. 620 en foto’s op proces-verbaal pag. 622-624.

26 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.12 september 2017, proces-verbaal pag. 645.

27 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.12 september 2017, proces-verbaal pag. 646.

28 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.12 september 2017, proces-verbaal pag. 647.

29 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.12 september 2017, proces-verbaal pag. 648.

30 Verklaring van [slachtoffer 3] d.d.12 september 2017, proces-verbaal pag. 649.

31 Geboorteakte van [slachtoffer 3] , proces-verbaal pag. 660.

32 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 april 2018.

33 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Malvern d.d. 28 augustus 2017, proces-verbaal pag. 513-544.

34 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 april 2018.

35 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2017, proces-verbaal pag. 469-471.

36 Proces-verbaal beschrijving ontucht d.d. 31 mei 2017, proces-verbaal pag. 496-510.

37 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2017, proces-verbaal pag. 450

38 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. studioverhoor van [slachtoffer 2] d.d. 25 april 2017, proces-verbaal pag. 464-465.

39 Geboorteakten van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , proces-verbaal pag. 640-641.

40 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 april 2018.

41 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal Malvern d.d. 28 augustus 2017, proces-verbaal pag. 523-529.

42 Verklaring van [slachtoffer 3] . d.d.1 september 2017, proces-verbaal pag. 620 en foto’s op proces-verbaal pag. 622-624.

43 Geboorteakte van [slachtoffer 3] , proces-verbaal pag. 660.

44 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 10 april 2018.