Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:1292

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
09-04-2018
Zaaknummer
6503928
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Besluit(vorming) bestuur beheerscoöperatie recreatiepark eiser niet tot dat park toe te laten is niet transparant en voorshands willekeurig. Daarmee handelt bestuur voorshands niet zorgvuldig jegens eiser. Belang van eiser om gebruik te kunnen maken van het door hem gehuurde chalet weegt zwaarder dan het belang van de beheerscoöperatie eiser de toegang tot het park te ontzeggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: 6503928 \ CV EXPL 17-8769

Vonnis in kort geding van 14 februari 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R.L.A. Klaassen te Vught,

tegen

de coöperatie

DE WILDHORST BEHEERSCOÖPERATIE U.A.,

gevestigd te Heeswijk-Dinther,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M. van Schoonhoven-Sloot te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en de coöperatie genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 december 2017 met producties;

  • -

    de namens de coöperatie op 17 januari 2018 ingestelde eis in reconventie en in het geding gebrachte producties;

  • -

    de namens [eiser] op 17 januari 2018 in het geding gebrachte producties;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 18 januari 2018;

  • -

    de bij brief van 25 januari 2017 aangepaste eis in reconventie;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 29 januari 2018, mede inhoudende de pleitaantekeningen van de gemachtigde van de coöperatie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Voorshands staat als niet weersproken het volgende tussen partijen vast:

2.1.

Landgoed De Wildhorst (hierna: het park) is een privaat park met een recreatieve bestemming. De gemeente Bernheze heeft de grond aan diverse partijen in erfpacht uitgegeven. De coöperatie heeft een recht van erfpacht op de gronden waarop of waarin zich wegen, netwerken (gas-, water-, elektriciteits-, en rioolleidingen) en voorzieningen bevinden.

2.2.

Behalve de coöperatie zijn particulieren en twee investeerders erfpachter. Zij hebben een recht van erfpacht op een of meerdere kavels, waarop chalets zijn gerealiseerd. In totaal gaat het om 350 kavels en 48 erfpachters. De erfpachters gebruiken de chalets voor recreatieve doeleinden of zij verhuren deze aan derden.

2.3.

Alle erfpachters worden, als zij het recht van erfpacht bij notariële akte verkrijgen, lid van de coöperatie. Het dagelijks bestuur van de coöperatie bestaat uit vijf leden die op basis van vrijwilligheid zijn toegetreden.

2.4.

Het verblijf in het park en het gebruik van de chalets en de gemeenschappelijke voorzieningen is onder meer gereglementeerd in het door de algemene ledenvergadering van de coöperatie vastgestelde Parkreglement Landgoed De Wildhorst, versie juli 2012 (hierna: het reglement). Dit reglement bevat – voor zover relevant – de volgende artikelen:

“1. Uitgangspunten

1.1

Handhaving van de geldende regels waarbij een verblijf op Landgoed de Wildhorst wordt gekenmerkt door respect voor de mederecreanten en eerbied voor de natuur en het milieu. […]

2. Algemene toelatingseisen

2.2

Elke potentiële bewoner / gebruiker van het park, dient zich voortijdig te melden bij de receptie en zich door middel van een daartoe geëigend legitimatiebewijs te legitimeren, welk identificatiebewijs middels een kopie t.b.v. administratievoering door de coöperatie wordt bewaard. De coöperatie beoordeelt op haar wijze of de betreffende potentiële bewoner / gebruiker toegelaten wordt tot het park. […]

2.8

Het dagelijks bestuur van De Wildhorst behoudt zich te allen tijde het recht voor om gasten of bezoekers de toegang tot het park te weigeren zonder opgaaf van redenen.

3. Verblijfsrecreanten

3.2

Verhuur van het recreatieverblijf dan wel gratis ingebruikgeving aan derden is slechts toegelaten na toestemming van het dagelijks bestuur en onder door het dagelijkse bestuur te stellen nadere voorwaarden. […]

13. Verkoop en/of verhuur van het recreatiebedrijf

13.2

Het dagelijks bestuur behoudt zich te allen tijde het recht voor om achteraf zijn goedkeuring te onthouden aan de verkoop met behoud van het kavel indien de vervangende erfpachter/eigenaar niet voldoet aan de eisen die het dagelijks bestuur aan zijn gasten redelijkerwijs mag stellen. […]”

2.5.

Medio 2017 heeft mevrouw [naam (1) eigenaar chalet] de coöperatie verzocht in te stemmen met het gebruik/de verhuur van één van haar vier chalets door/aan [eiser] . De coöperatie heeft [naam (1) eigenaar chalet] laten weten geen toestemming te verlenen. [eiser] is gebruik blijven maken van voornoemd chalet (nr. [nummer chalet] ). Op of na 18 augustus 2017 heeft de coöperatie de gas-, water- en elektriciteitstoevoer van dit chalet afgesloten.

2.6.

Op enig moment nadien heeft [eiser] chalet nr. [nummer chalet] betrokken (hierna: het chalet), dat in eigendom is van de heer [naam (2) eigenaar chalet] (hierna: [naam (2) eigenaar chalet] ). De coöperatie is verzocht in te stemmen met de verhuur van het chalet aan [eiser] . De coöperatie heeft dit geweigerd. Op enig moment heeft zij de gas-, water- en elektriciteitstoevoer van het chalet afgesloten.

2.7.

Bij brief van 20 oktober 2017 heeft mr. Klaassen de coöperatie gesommeerd te bevestigen dat [eiser] welkom is op het park. Ook heeft mr. Klaassen de coöperatie gevraagd uiteen te zetten hoe de ‘screening’ van [eiser] door de coöperatie is vormgegeven.

2.8.

Bij brief van 27 oktober 2017 heeft de coöperatie onder verwijzing naar de artikelen 2.1 en 2.7 van het reglement (ktr: geciteerd in de brief zijn de artikelen 2.2 en 2.8) geantwoord dat de coöperatie met het oog op het voorkomen van ‘ongewenste bewoners (die overlast bezorgen of niet betalen)’ bevoegd is potentiële bewoners te (laten) screenen en de toegang tot het park te ontzeggen. De coöperatie stelt de onderbouwing c.q. motivatie van haar besluit en de daarvoor door haar gebruikte bronnen mede gelet op de wet op de privacy niet te kunnen verstrekken c.q. daarvan opgave te doen.

2.9.

[eiser] en [naam (2) eigenaar chalet] zijn op 26 november 2017 ter zake het chalet een huurovereenkomst aangegaan voor de periode 1 december 2017 tot 1 maart 2018 met de intentie deze na 1 maart 2018 voort te zetten.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair: de coöperatie te veroordelen en te gebieden om binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis [eiser] de vrije toegang te geven tot het park daaronder begrepen te gehengen en te gedogen dat [eiser] op het park verblijft in een door [eiser] van [naam (2) eigenaar chalet] te huren chalet, meer in het bijzonder chalet nr. [nummer chalet] , en de coöperatie te veroordelen om de toevoer van gas, elektriciteit en water naar het gehuurde chalet nr. [nummer chalet] te herstellen en hersteld te houden, met bepaling dat de coöperatie voor iedere dag dat zij in strijd handelt met het gevorderde gebod aan [eiser] een dwangsom verbeurt van € 250,00, althans:

Subsidiair: de coöperatie te verbieden om [eiser] de vrije toegang tot het park, daaronder begrepen recreatief verblijf in het door hem gehuurde chalet nr. [nummer chalet] , te ontzeggen en gedaagde voorts te verbieden om ter plekke gas, licht en water af te sluiten, althans voornoemd chalet daarvan afgesloten te laten blijven, met bepaling dat de coöperatie voor iedere dag dat zij in strijd handelt met het gevorderde verbod aan eiser een dwangsom verbeurt van € 250,00, althans:

Meer subsidiair: te beslissen zoals de voorzieningenrechter in casu vermeent te behoren, met veroordeling van de coöperatie in de proceskosten.

3.2.

[eiser] legt het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. Chaleteigenaren zijn gerechtigd om hun chalets voor korte of langere tijd te verhuren. Verhuur aan derden binnen het park is ook gebruikelijk. De coöperatie handelt onrechtmatig door, voor zover zij daartoe al bevoegd zou zijn, [eiser] zonder zwaarwegende en kenbaar gemaakte argumenten als (potentiële) huurder van het chalet te weigeren.

3.3.

De coöperatie voert verweer. Als de beheerder van het park is het een van haar taken zorg te dragen voor de ‘rust en ontspanning’ ter plekke. Conform het geldende parkreglement beoordeelt de coöperatie zelf en op haar wijze wie zij als bezoeker of potentiële bewoner of gebruiker toelaat. Een weigering hoeft zij niet te verantwoorden. Los daarvan is de screening van [eiser] objectief gebeurd en bestaan er ook gegronde redenen om [eiser] niet toe te laten. Eén daarvan is de veroordeling van [eiser] wegens betrokkenheid bij een hennepplantage. [eiser] heeft het chalet betrokken en is met eigenaar [naam (2) eigenaar chalet] een huurovereenkomst aangegaan, ondanks de wetenschap dat de coöperatie kort daarvoor niet heeft ingestemd met de verhuur van een chalet door [naam (1) eigenaar chalet] aan [eiser] . Nu [eiser] zonder recht of titel op het park verblijft vordert de coöperatie in reconventie dat [eiser] het park verlaat en verlaten houdt op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie zullen gelijktijdig worden besproken, omdat deze met elkaar samenhangen.

4.2.

Het spoedeisend belang van de vordering van [eiser] vloeit naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate voort uit zijn stellingen. Deze houden in dat hij een hardwerkende (inter)nationaal vrachtwagenchauffeur is die door de week onderweg is en het chalet hoofdzakelijk in de weekenden wenst te gebruiken. In dat kader huurt hij het chalet van [naam (2) eigenaar chalet] . De coöperatie frustreert [eiser] in het consumeren van zijn huurrecht door hem de toegang tot het park en haar voorzieningen te ontzeggen en in zijn daadwerkelijke verblijf door de toevoer van gas, water en elektriciteit af te sluiten. Dit alles vormt een voldoende spoedeisend belang, welk belang overigens door de coöperatie niet is betwist.

4.3.

Voor toewijzing van de vordering van [eiser] is plaats indien de kantonrechter, handelend als voorzieningenrechter, tot het oordeel komt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de rechter in een nog aanhangig te maken bodemprocedure de vordering van [eiser] zal toewijzen.

4.4.

Kern van het verweer van de coöperatie is dat het de coöperatie vrij staat [eiser] de toegang tot het park te ontzeggen zonder opgaaf van redenen, gelet op het besloten, private karakter van het park, het niet bestaan van enige contractuele relatie tussen [eiser] en de coöperatie en de aan haar in het reglement toegekende bevoegdheden. Volgens de coöperatie hebben de chaleteigenaren c.q. erfpachters er altijd voor gepleit dat bewoners worden ‘gescreend’. Dit hebben zij gedaan opdat de coöperatie kan voorkomen, althans kan proberen te voorkomen dat ‘ongewenste’ bewoners (‘die overlast bezorgen of niet betalen’) zich op het park vestigen. In dit kader verwijst de coöperatie naar de in de media bekende perikelen rondom de camping Fort Oranje te Zundert.

4.5.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is de coöperatie, gelet op het private karakter van het park en het rechtsgeldig tot stand gekomen parkreglement, bevoegd derden de toegang tot het park te ontzeggen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat zij in beginsel vrij is te bepalen wie zij tot het park toelaat, zolang zij daarbij jegens zowel de chaleteigenaar als de betrokken derde(n) de zorgvuldigheid in acht neemt die in het maatschappelijk verkeer is betaamd. Deze zorgvuldigheid is geboden gelet op de eigendoms- en/of gebruiksrechten van chaleteigenaars en betrokken derden, die in het geding zijn bij toelatingsbeslissingen.

4.6.

De coöperatie heeft [eiser] niet kenbaar gemaakt en ook niet willen maken aan welke eisen hij als potentiële bewoner c.q. gebruiker heeft te voldoen. Desgevraagd heeft de coöperatie ter zitting aangegeven geen criteria te hebben ontwikkeld die als leidraad kunnen dienen bij verzoeken om toestemming. Ook heeft de coöperatie niet kenbaar willen maken om welke reden(en) zij [eiser] als bewoner c.q. gebruiker weigert en hem de toegang tot het park ontzegt. Van enige transparantie en toetsbaarheid van een beslissing omtrent toestemming is onder deze omstandigheden geen sprake. De besluitvorming van de coöperatie die thans voorligt, kenmerkt zich naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter door een grote mate van willekeur en dat maakt de besluitvorming onzorgvuldig jegens [eiser] . Dit klemt te meer nu in artikel 13.2 van het parkreglement is vermeld dat in geval van goedkeuring door het dagelijks bestuur van wisseling van erfpachter of chaleteigenaar relevant zijn de eisen die het dagelijks bestuur ‘redelijkerwijs aan zijn gasten mag stellen’. Een dergelijke bepaling, die ook voor huurders/gebruikers van chalets zou behoren te gelden, impliceert dat er is nagedacht over welke die eisen zijn die het dagelijks bestuur “redelijkerwijs aan zijn gasten mag stellen” en dat zij die eisen in bijvoorbeeld een algemene ledenvergadering bespreekt en laat vaststellen. Dit alles is niet gebeurd, zo volgt uit hetgeen ter zitting is verklaard.

4.7.

De kantonrechter acht voldoende aannemelijk dat ook een bodemrechter zal oordelen dat de coöperatie jegens [eiser] niet de zorgvuldigheid heeft betracht die haar in dit geval betaamt en de thans voorliggende besluitvorming onrechtmatig zal oordelen. Uit een dergelijk oordeel volgt echter nog niet een voor [eiser] positieve beslissing omtrent toelating tot het gehuurde chalet. Besluitvorming daaromtrent is aan de coöperatie voorbehouden. De rechter heeft op dit vlak in beginsel slechts een toetsende rol. Het is dus zeer wel mogelijk dat de coöperatie tot een nieuw besluit komt dat de toets der kritiek wél kan doorstaan.

4.8.

Het voorgaande betekent dat de kantonrechter geen ongelimiteerd gebod tot toelating of verbod tot ontzegging van de toegang zal uitspreken, zoals [eiser] vordert. Gelet op de wederzijdse belangen van partijen zal de kantonrechter volstaan met een in tijd beperkt gebod, op te leggen aan de coöperatie, om te gedogen dat [eiser] op het park verblijft in het door hem gehuurde chalet [nummer chalet] en gebruik maakt van de gemeenschappelijke voorzieningen. Dit gebod zal gelden totdat de coöperatie een nieuw besluit omtrent toelating heeft genomen dat aan daaraan te stellen zorgvuldigheidseisen voldoet. Het gebod houdt vanzelfsprekend ook in dat aan [eiser] in de tijd dat het gebod geldt de toegang tot het park wordt verleend. Voorts zal de kantonrechter de coöperatie gebieden om gedurende die tijd de toevoer van gas, water en elektriciteit naar het chalet aangesloten te houden, zulks onder de voorwaarde dat [eiser] de verschuldigde kosten daarvan rechtstreeks aan de coöperatie voldoet overeenkomstig zijn toezegging daartoe. Aan de overtreding van deze geboden verbindt de kantonrechter een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat de coöperatie in strijd met één van deze geboden handelt, met een maximum van € 50.000,-. De kantonrechter zal de vordering in reconventie afwijzen nu dit voortvloeit uit de toewijzing van de vordering in conventie. Ter toelichting op de belangenafweging overweegt de kantonrechter als volgt.

4.9.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat voor de weigering van toestemming redengevend is geweest dat de coöperatie ermee bekend is geworden dat [eiser] in het verleden is veroordeeld tot een taakstraf wegens betrokkenheid bij een hennepplantage. De wijze waarop de coöperatie deze informatie heeft verkregen, roept vraagtekens op. Wat hier verder ook van zij, [eiser] heeft erkend dat hij vanwege een voorval met een hennepplantage in 2013 is veroordeeld tot een taakstraf. Hij heeft ook verklaard dat hij sinds 2015 voor de uitvoering van zijn werkzaamheden beschikt over een ‘verzwaarde’ verklaring omtrent het gedrag aangezien hij soms medicijnen vervoert en opdrachtgevers in dat geval deze eis stellen.

4.10.

De coöperatie heeft ter zitting verklaard dat zij heeft gepoogd om ten behoeve van haar toelatingsbeslissingen een verklaring omtrent het gedrag te verlangen, maar dit stuitte op formele bezwaren. Uit deze pogingen maakt de kantonrechter voorshands op dat de coöperatie het bezit van een verklaring omtrent het gedrag in beginsel toereikend zou vinden voor toelating tot het park. [eiser] beschikt thans over een verklaring omtrent het gedrag die zelfs aan strengere criteria is getoetst en die verklaring is – naar eigen zeggen – na zijn veroordeling afgegeven.

4.11.

De kantonrechter heeft ook meegewogen dat is gesteld noch gebleken dat [eiser] gedurende zijn verblijf op het park voor enigerlei vorm van overlast heeft gezorgd of geen respect heeft getoond voor de mederecreanten en eerbied heeft gehad voor de natuur en het milieu (zie artikel 1.1 van het reglement).

4.12.

Nu uit het parkreglement volgt dat de coöperatie wil voorkomen dat zich op het park overlast veroorzakende en niet-betalende bewoners c.q. gebruikers vestigen en er vooralsnog geen enkele grond is gebleken om aan te nemen dat [eiser] zich aan dergelijk gedrag schuldig heeft gemaakt, weegt het belang van [eiser] om tussen zijn werkweken als chauffeur gebruik te kunnen maken van het chalet vooralsnog zwaarder dan het belang van de coöperatie om hem toegang tot het park te ontzeggen gedurende een periode dat daartoe geen zorgvuldige besluitvorming heeft plaatsgevonden. Het belang om in die periode te kunnen beschikken over gas, water en elektriciteit volgt uit het besluit omtrent tijdelijk verblijf op het park. Dit geldt temeer nu betaling van de met de levering gemoeide kosten aan de coöperatie door [eiser] is toegezegd.

4.13.

De coöperatie zal als de in conventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 103,10

- griffierecht 78,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 200,00

Totaal € 381,10

De coöperatie zal ook als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- salaris advocaat € 200,00 (factor 0,5 × tarief € 400,00)

- overige kosten 0,00

Totaal € 200,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

5.1.

gebiedt de coöperatie voor de duur dat zij geen nieuw besluit omtrent toelating heeft genomen dat aan daaraan te stellen zorgvuldigheidseisen voldoet, [eiser] de vrije toegang te verlenen tot park Landgoed De Wildhorst en te gedogen dat [eiser] op het park verblijft in het door hem gehuurde chalet nr. [nummer chalet] en gebruik maakt van de gemeenschappelijke voorzieningen, en gebiedt de coöperatie om de toevoer van gas, elektriciteit en water naar chalet nr. [nummer chalet] te herstellen en hersteld te houden, onder de voorwaarde dat, indien de coöperatie dit wenst, [eiser] de verschuldigde (voorschot)bedragen voor geleverd gas, water en elektriciteit rechtstreeks aan de coöperatie voldoet;

5.2.

veroordeelt de coöperatie om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag dat zij niet aan de onder 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt, waarbij geldt dat deze dwangsomsanctie vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter voor zover handhaving van die sanctie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

5.3.

veroordeelt de coöperatie in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 381,10,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

wijst de vorderingen af,

5.7.

veroordeelt de coöperatie in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 200,00,

5.8.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.