Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2018:1174

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
16-03-2018
Datum publicatie
16-03-2018
Zaaknummer
01/860218-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft het slachtoffer, die zich als stagiair in een afhankelijke positie bevond ten opzichte van verdachte, op drie verschillende momenten gedwongen tot het ondergaan en tot het verrichten van diverse seksuele handelingen. Bewezenverklaring van verkrachting.

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 30 maanden met aftrek van het voorarrest. Tevens moet verdachte een schadebedrag van € 3.560,39 aan het slachtoffer betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/860218-17

Datum uitspraak: 16 maart 2018

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1974] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 maart 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 januari 2018.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 april 2017 tot en met 11 april 2017 te Helmond, in elk geval in het arrondissement Oost-Brabant

door geweld en/of een (andere) feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een (andere) feitelijkheid [slachtoffer] (geboren [1999] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte

meermalen, in elk geval éénmaal,

- met zijn hand(en) de penis van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en/of - met zijn hand(en) de penis van die [slachtoffer] vastgepakt en/of (vervolgens) op-en-neer-gaande bewegingen gemaakt (aftrekken) en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer] vastgepakt en/of richting zijn, verdachtes, (stijve) penis gebracht en/of ertegen aangehouden en/of - de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond genomen/gehouden en/of die [slachtoffer] gepijpt en/of

- de (teel)ballen en/of penis van die [slachtoffer] gelikt en/of

- die [slachtoffer] een tongzoen gegeven en/of gezoend en/of

- die [slachtoffer] hem, verdachte, laten pijpen en/of laten aftrekken en/of

- zijn, verdachtes, penis in de mond gebracht en/of gehouden van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten likken en/of laten betasten en/of laten vastgehouden

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

- gebruik heeft gemaakt van zijn positie/functie als stagebegeleider/beoordelaar van die [slachtoffer] en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn geestelijke overwicht en/of het leeftijdsverschil en/of

- misbruik heeft gemaakt van de (ontwikkelings)stoornis van die [slachtoffer] en/of van het beperkte vermogen van [slachtoffer] om weerstand te bieden en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "ik kan je een goede beoordeling geven en regelen dat je een vast contract krijgt maar ik kan ook dingen vertellen tegen [betrokkene] over dingen die je hebt meegenomen. Dan krijg je geen goede beoordeling." en/of "je weet wat ik anders ga doen", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "je bent medeplichtig omdat je het hebt toegelaten", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- voorbij is gegaan aan de door die [slachtoffer] geuite signalen ("nee, ik wil niet, althans woorden van soortgelijke strekking) dat hij voornoemde handeling(en) niet wilde;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 4 april 2017 tot en met 11 april 2017 te Helmond, in elk geval in het arrondissement Oost-Brabant (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding/stage en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] , geboren op [1999]

immers heeft hij, verdachte, meermalen, in elk geval éénmaal,

- met zijn hand(en) de penis van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en/of - met zijn hand(en) de penis van die [slachtoffer] vastgepakt en/of (vervolgens) op-en-neer-gaande bewegingen gemaakt (aftrekken) en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer] vastgepakt en/of richting zijn, verdachtes, (stijve) penis gebracht en/of ertegen aangehouden en/of - de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond genomen/gehouden en/of die [slachtoffer] gepijpt en/of

- de (teel)ballen en/of penis van die [slachtoffer] gelikt en/of

- die [slachtoffer] een tongzoen gegeven en/of gezoend en/of

- die [slachtoffer] hem, verdachte, laten pijpen en/of laten aftrekken en/of

- zijn, verdachtes, penis in de mond gebracht en/of gehouden van die [slachtoffer] en/of

- - die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten likken en/of laten betasten en/of laten vastgehouden

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat de door aangever afgelegde verklaringen tijdens het informatief gesprek zeden en het aanvullend verhoor bij de politie onbetrouwbaar zijn, omdat die verklaringen aantoonbare onjuistheden bevatten en om die reden niet voor het bewijs dienen te worden gebruikt.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de ter terechtzitting getoonde camerabeelden de onbetrouwbaarheid van de verklaring van aangever bevestigen.

Ten slotte heeft de raadsman betoogd dat het monster met SIN-nummer AAJD4437 met een aanzienlijk lagere waarschijnlijkheidsgraad overeenkomt met het DNA van verdachte dan de waarschijnlijkheidsgraad die in het NFI-rapport d.d. 4 juli 2017 wordt genoemd, omdat sprake is van een gemengd DNA-profiel waarin kenmerken van minimaal twee andere personen aanwezig zijn.

Het oordeel van de rechtbank.

Bewijsmiddelen. 1

Het proces-verbaal verhoor aangever, voor zover inhoudende: 2

Aangever volgt een BBL-opleiding en werkt 4 dagen per week bij hetzelfde bedrijf als verdachte. Verdachte is zijn stagebegeleider bij dit bedrijf.

Aangever heeft verklaard dat op 4 april 2017 een [audit] plaatsvond in het bedrijf.

Het personeel mocht die dag niet roken op het bedrijfsterrein. Verdachte vroeg aan aangever of hij mee wilde gaan om achter een container een sigaret te roken. Aangever ging samen met verdachte achter een container staan.

Aangever moest plassen en hij merkte dat verdachte naar zijn geslachtsdeel keek toen hij stond te plassen. Verdachte kwam steeds bij hem staan. Aangever is een paar keer weggelopen zodat hij niet mee kon kijken maar verdachte bleef bij hem staan en bleef kijken. Toen aangever klaar was en zijn broek aan deed vroeg verdachte of hij aan aangevers geslachtsdeel mocht voelen. Aangever gaf aan dat hij dit niet wilde.

Verdachte zei tegen aangever: “Ik kan je een goede beoordeling geven en regelen dat je een vast contract krijgt, maar ik kan ook dingen vertellen tegen [betrokkene] over dingen die je hebt meegenomen. Dan krijg je hier geen goede beoordeling”. Dat gesprek ging over spullen waarvan aangever aan verdachte had gevraagd of hij die kon kopen en waarvan verdachte had gezegd dat aangever die gewoon mocht meenemen.

Verdachte zei: “Mannen moeten elkaar wel eens verwennen”. Aangever zei toen: “Nee, ik zou het liever met een meisje doen. Verdachte bleef aandringen en uiteindelijk maakte verdachte de broek van aangever los en betastte zijn geslachtsdeel. Aangever zag aan het gezicht van verdachte dat hij heel geil werd en hoorde verdachte zeggen: “O dat is fijn”. Verdachte ging met zijn hand op en neer bij het geslachtsdeel van aangever. Verdachte zat af en toe aan zijn eigen penis. Hij vroeg aan aangever of deze de penis van verdachte wilde vasthouden. Aangever wilde dit niet en heeft dit tegen verdachte gezegd. Verdachte pakte toen de hand van aangever en drukte die tegen de penis van verdachte aan. Verdachte had zijn broek open. Aangever heeft toen vanaf de buitenzijde van de onderbroek van verdachte aan diens penis gevoeld. Toen verdachte aan de penis van aangever zat was de broek van aangever open en zijn onderbroek was een stukje omlaag. Verdachte had de blote penis van aangever vast. Na afloop zei verdachte tegen aangever: “Was lekker hè?”. Aangever zei: “Nee”. Verdachte zei: “Moeten we vaker doen”. Aangever zei: “Nee”. Verdachte zei toen: “Je moet je mond er over dicht houden, want je hebt het toegelaten en bent dus ook medeplichtig”. Verdachte vroeg aangever of hij ooit een weedhok had gezien en hij zei dat aangever samen met verdachte een weedhok kon gaan bekijken. Dan moest hij die dag om 17.00 uur met verdachte meefietsen. Verdachte stond die dag om 17.00 uur op aangever te wachten. Een collega vroeg aangever of hij nog wat dingen wilde doen die dag. Aangever kon niet met verdachte mee.

Op 6 april 2017 vroeg verdachte aan aangever of hij die dag het weedhok wilde zien. Aangever wilde dat wel zien. Verdachte stond om 17.00 uur op aangever te wachten.

Om 17:00 uur kwam er een andere collega uit hal 3 gelopen die vroeg of aangever de dag erna al om 05.30 uur kon beginnen. Aangever reed op de fiets, verdachte reed op de scooter. Verdachte stopte bij de kassen. Aldaar vroeg aangever hem waar het weedhok was. Verdachte legde zijn werkjas op de grond. Aangever vroeg hem wat de bedoeling hiervan was. Verdachte zei: “Nu hebben we meer tijd, mannen moeten zich gewoon kunnen verwennen”. Aangever zei: “Ik wil dit niet, ik wil gewoon naar mijn opa”. Aangever zei: “Ja, kom je weet wat ik anders ga doen”. Verdachte pakte de rechterhand van aangever vast en zette aangever op zijn jas neer. Verdachte zei tegen aangever: “Maak je broek los”. Aangever zei: “Ik wil dit niet [verdachte] ”. Verdachte zei weer: “Je weet wat ik anders ga doen”. Daarop maakte aangever zijn broek los en verdachte trok daarop de broek en onderbroek van aangever tot op zijn bovenbenen naar beneden. Verdachte begon te likken aan de penis van aangever en hem af te trekken. Daarbij ging hij aangever ook pijpen en aan zijn teelballen likken. Aangever voelde dat hij klaar kwam. Daarna zei verdachte tegen aangever: “Ik wil dat je nu bij mij begint”. Aangever zei dat hij dit niet wilde, omdat hij naar zijn opa toe wilde. Daarop zei verdachte: “Jij doet het ook bij mij, je weet wat er anders gaat gebeuren”. Aangever heeft verdachte toen afgetrokken. Verdachte zei dat aangever hem moest pijpen. Aangever zei dat hij dat niet wilde omdat hij dat echt vies vond.

Verdachte zei: “Doe gewoon want je weet wat ik kan gaan zeggen”. Aangever heeft verdachte toen heel kort gepijpt. Daarna heeft aangever verdachte verder afgetrokken, totdat verdachte klaar kwam. Verdachte heeft aangever ook getongzoend. Aangever heeft verklaard dat verdachte alles bij hem binnen raakte, zijn tong en zo.

Toen verdachte met aangever bezig was, kwamen er twee grote honden blaffend op hen af gerend. Aangever heeft toen snel zijn broek omhoog gedaan. Aangever zag op 200 meter afstand een man met grijs haar staan, die bij de honden hoorde. Die man riep de honden terug. Het was rond 17.15 uur. Aangever voelde zich echt walgelijk en durfde het aan niemand te vertellen.

Aangever heeft verklaard dat verdachte hem op 11 april 2017 om 06.20 uur op de werkvloer in bedrijfshal 4 heeft benaderd. Op dat moment stond aangever met een andere jongen te werken. Verdachte gaf die andere jongen opdracht om iets te gaan doen in bedrijfshal 1. Verdachte vroeg aangever om naar de keuken op de begane grond in bedrijfshal 4 te kijken. Toen aangever voor de ingang van de keuken stond, trok verdachte hem de keuken binnen. Verdachte begon aangever meteen te zoenen en met zijn tong naar binnen te drukken.

Aangever zei tegen verdachte dat hij dit niet wilde. Verdachte maakte de broek van aangever los en begon aangever af te trekken. Verdachte zei tegen aangever dat hij op het keukentje moest gaan zitten en begon aangever te pijpen. Dit deed hij heel even. Toen zei verdachte dat ze naar het kantoor op de bovenverdieping moesten gaan om niet betrapt te worden. Verdachte zei: “Opletten voor de camera”. Deze camera hangt in de hal en het kantoor heeft een raam dat uitkijkt op de hal. Verdachte ging in de hoek van het kantoor zitten en aangever moest naast hem zitten. Verdachte ging verder met aangever aftrekken, pijpen en aan de teelballen likken. Aangever is daar klaargekomen. Verdachte zei dat hij weg moest draaien. Daarna moest aangever verdachte pijpen. Aangever hoorde verdachte kreungeluiden maken. Aangever heeft verdachte daarna afgetrokken. Verdachte voelde dat hij ging klaarkomen en nam het zelf over. Verdachte kwam klaar op de vloer en wreef het sperma daarna uit met zijn schoenen. Aangever zat dichter bij de deur dan verdachte, verdachte zat aan de kant van de hal.

Aangever is daarna snel weggegaan en richting de kast met kluisjes gelopen om zijn telefoon te pakken en zijn moeder een WhatsApp-bericht te sturen. Dit WhatsApp-bericht is verzonden om 06.43 uur en hield in: “Ik moet vandaag met je praten want er is iets ergs gebeurd, hier zakt je broek van af”. ’s Avonds heeft aangever tegen zijn moeder verteld dat hij misbruikt werd op het werk. Aangever is in het verleden eerder misbruikt.

Het proces-verbaal aangifte door [moeder slachtoffer] (moeder van aangever) namens haar zoon, alsmede de fotobijlage van het van aangever ontvangen WhatsApp-bericht, voor zover inhoudende: 3

Aangeefster heeft verklaard dat aangever PDD-NOS heeft. Zijn IQ is 74. Aangever accepteert zelf niet dat hij PDD-NOS heeft. Aangever kan zich moeilijk in andere mensen verplaatsen en heeft om die reden vaak conflicten. Aangeefster heeft verklaard dat zij afgelopen dinsdag om 06.43 uur een WhatsApp-bericht van aangever ontving, waarin stond dat hij met haar wilde praten. Omdat aangeefster aan het werk was, kon dat niet eerder dan die avond. Aangever vertelde haar die avond dat hij seksueel misbruikt werd door verdachte en dat het misbruik sinds twee weken bezig was.

Het proces-verbaal van bevindingen uitlezen camerabeelden, voor zover inhoudende: 4

[verbalisant 1] heeft op maandag 8 mei 2017 de door de directeur van het [bedrijf] beschikbaar gestelde camerabeelden bekeken. Verbalisant zag op de camerabeelden van 4 april 2017, bestandsmap [bestandsmap 1] , dat aangever met een manspersoon met een kalend hoofd, brildragend en met een fluorescerende jas om 12:12 uur een bedrijfshal inloopt. Deze man is ogenschijnlijk verdachte. Verdachte loopt voorop en aangever loopt ongeveer 10 meter achter hem. Daarna verdwijnen beiden samen uit beeld. Vanuit de volgende camerapositie is te zien dat verdachte en aangever over de buitenplaats van het bedrijf lopen. Verdachte loopt voorop en aangever loopt vlak achter hem.

Daarna verdwijnen zij uit beeld achter een aantal containers. Verbalisant zag dat verdachte en aangever om 12:31 uur weer van achter de containers teruglopen en ieder een andere bedrijfshal inlopen.

Verbalisant zag op de camerabeelden van 6 april 2017, bestandsmap [bestandsmap 2] , dat aangever met verdachte om 17.00 uur het bedrijfspand van [bedrijf] aan de voorzijde verlaat. Aangever stapt op de fiets en rijdt richting de openbare weg. Verdachte rijdt op de scooter in dezelfde richting. Verbalisant zag verdachte en aangever om 17.01 uur samen het terrein verlaten, door een poort fietsen en daarna rechtsaf slaan.

Verbalisant zag op de camerabeelden van 11 april 2017 dat aangever in een bedrijfshal samen met een manspersoon bakken verplaatste en dat verdachte op dat moment in dezelfde bedrijfshal werkte. Om 06.23 uur verlaat de persoon waarmee aangever bakken aan het verplaatsen was, de hal. Om 06.24 uur loopt verdachte naar de locatie in de hal waar aangever aan het werk is. Om 06.25 uur loopt aangever bij verdachte vandaan.

Om 06.26 uur loopt verdachte uit beeld. Aangever loopt dezelfde richting op en verdwijnt ook uit beeld. Om 06.34 uur lopen aangever en verdachte de bedrijfshal weer in. Om 06.41 uur loopt aangever in de richting van een kast met lockers. Aangever blijft op deze plek staan tot 06.43 uur.

Het proces-verbaal verhoor [getuige 1] , voor zover inhoudende: 5

Getuige werkt bij [bedrijf] . Getuige heeft verklaard dat aangever voor wat betreft de gesprekken met school afhankelijk was van verdachte, omdat verdachte aangever beoordeelde. Aangever heeft getuige verteld dat verdachte hem heeft verteld wat er tussen aangever en verdachte was gebeurd. Aangever heeft getuige verteld dat verdachte op 4 april 2017 aan aangever had gevraagd of hij zin had om buiten achter de containers een sigaret te roken. Getuige vindt dit raar, omdat verdachte en aangever ook buiten voor de kantine een sigaret konden roken. De auditor had de kantine al bezocht en personeel rookt normaal gesproken altijd buiten voor de kantine. Getuige heeft verder verklaard dat aangever hem had verteld dat verdachte aangever op 6 april 2017 had gevraagd of hij een weedhok wilde zien. Getuige zag op 6 april 2017 dat verdachte en aangever rechtsaf de poort uitreden. Normaal gesproken wachtte verdachte nooit op aangever en normaal gesproken gingen ze nooit rechtsaf. Kort daarvoor had getuige aangever nog aangesproken en tegen hem gezegd dat hij de dag erna eerder moest beginnen.

Proces-verbaal verhoor [getuige 2] d.d. 30 juni 2017 voor zover inhoudende: 6

[verdachte] leidde mij in. Hij zei: “dit ga jij doen en zo. In de 4e week begon het eigenlijk een beetje. Ik merkte toen aan [verdachte] dat hij soms van die rare grappen had. Het waren vaak seksueel getinte grappen. Wat ik zelf heb meegemaakt, is dat [verdachte] [slachtoffer] vaak een por gaf in zijn buik, maar ook daaronder. Hij prikte [slachtoffer] dan in zijn buik of tegen zijn lul. Volgens mij heb ik ook wel eens gezien dat hij [slachtoffer] bij zijn kont pakte. Hij kneep [slachtoffer] dan in zijn kont. [slachtoffer] zei altijd als [verdachte] zoiets deed: “blijf van me af”. Ik heb dat gezien en gehoord. Ik heb ook gezien dat [verdachte] een keer tegen [slachtoffer] aan ging staan en neukbewegingen maakte tegen de kont van [slachtoffer] . Als [verdachte] [slachtoffer] aanraakte dan zei die altijd tegen [verdachte] : “blijf van mij af”. [verdachte] zei ook van alles over [slachtoffer] . Hij zei bijvoorbeeld dat [slachtoffer] een kleine lul had. Hij zei ook dat hij een keertje achter de container had gekeken waar [slachtoffer] toen had staan plassen.

Het proces-verbaal verhoor [getuige 3] , alsmede de aangehechte plattegrond rijrichting 2 mannen, voor zover inhoudende: 7

Getuige heeft verklaard dat hij maximaal 4 weken geleden een man op een bromfiets en een jongen op een fiets de [straat] in zag rijden. Dit is een doodlopende weg die uitkomt bij plantenkassen. Getuige kwam met een bestelauto vanuit de kanaalzijde aan rijden en ging zijn honden uitlaten. De mannen kwamen vanaf de andere zijde aanrijden. Dit was omstreeks 17.00 of 17.15 uur. Getuige weet niet meer op welke dag dit was, omdat hij nagenoeg dagelijks daar komt, steeds op dezelfde tijdstippen. Toen getuige de honden uit de auto liet, verloor hij de mannen uit het oog. Getuige zag dat zijn honden in de richting liepen waar hij de twee mannen uit het oog was verloren. Getuige heeft verklaard dat hij plotseling zag dat één van de twee mannen zijn hoofd om de hoek stak. Getuige stond toen 100 meter van de mannen vandaan.

Het proces-verbaal verhoor [getuige 4] . 8

Getuige is stagebegeleider bij het [school] te Eindhoven. Aangever heeft tegen getuige verteld wat er tussen aangever en verdachte is gebeurd. Getuige heeft verklaard dat hij had gemerkt dat zij redelijk amicaal met elkaar omgingen. De afspraak was dat aangever na de stage bij het bedrijf in dienst zou komen. Verdachte had hierin als stagebegeleider een grote rol. Een slechte stagebeoordeling zou ertoe leiden dat de stagiair geen functie binnen het bedrijf kan verwerven.

De beroepspraktijkvormingsovereenkomst tussen het [school] en [bedrijf] . 9

(..).

Studentnummer/BSN: [nummer] .

Voornamen: [slachtoffer] .

Achternaam: [slachtoffer] .

(..).

De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij

Naam bedrijf/locatie: [bedrijf] .

(..).

Adres: [adres bedrijf] .

(..).

De praktijkbiedende organisatie belast met de opleiding op de praktijkplaats

Naam praktijkopleider: [verdachte] .

[school] belast met de begeleiding

Naam begeleider: [getuige 4] .

Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 24 april 2017, voor zover inhoudende: 10

Verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben op woensdag 12 en op zaterdag 22 april 2017 als forensisch onderzoekers op verzoek van de politie een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een zedendelict, gepleegd tussen dinsdag 4 april 2017 te 06:00 uur en dinsdag 11 april 2017 te 06:45 uur.

Bij binnenkomst in de leegstaande ruimte zagen verbalisanten in de linkerhoek op het laminaat een uitgesmeerde vlek (foto 9 en 10). Bij nader onderzoek zagen verbalisanten dat de vlek bestond uit materiaal van de besmeurde stoffige ondergrond samen met een vochtige onbekende substantie dat met een ronddraaiende beweging was uitgesmeerd (foto 11 en 12).

(..).

Dit spoor werd vervolgens in een papieren enveloppe opgeborgen die verzegeld werd met een sluitzegel en respectievelijk voorzien van een SIN-sticker.

- biologisch spoor midden, d.d. 12 maart 2017, SIN AAJD4437NL.

(..).

Door de politiespeurhond van speurhondenbegeleider [speurhondenbegeleider] werd op het laminaat, ongeveer op 1 meter afstand van de eerder aangetroffen vlek op twee plaatsen dicht bij elkaar “getekend” (foto 19 t/m 22). Deze beide sporen werden vervolgens door mij, [verbalisant 3] , bemonsterd en verpakt in een papieren enveloppe die werd voorzien van een sluitzegel en respectievelijk een SIN-sticker.

(..).

- biologisch spoor, d.d. 22 maart 2017, SIN AAHO0428NL.

Het NFI-rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek d.d. 4 juli 2017, voor zover inhoudende: 11

(..).

Onderzoek naar biologische sporen.

De bemonsteringen AAJD4437NL en AAHO0428NL zijn onderzocht op de aanwezigheid van sperma(vloeistof) en bloed. In de bemonstering AAHO0428NL zijn microscopische spermacellen aangetroffen. In de bemonstering AAJD4437NL is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van spermacellen, maar zijn microscopisch geen spermacellen waargenomen.

(..).

Tabel 1. Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek.

SIN AAHO0428NL#01 DNA-profiel van een man slachtoffer [slachtoffer] (sperma), matchkans DNA-profiel kleiner dan 1 op 1 miljard.

SIN AAJD4437NL#01 DNA-mengprofiel van minimaal drie personen, afgeleid DNA-hoofdprofiel verdachte [verdachte], matchkans DNA-profiel kleiner dan 1 op 1 miljard. [toelichting]

Naast de in Tabel 1 beschreven onderlinge match, zijn hierbij geen matches met andere DNA-profielen gevonden.

Bewijsmotivering (t.a.v. primair).

Op basis van de aangehaalde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de periode van 4 april 2017 tot en met 11 april 2017 door een feitelijkheid en door bedreiging met een andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op [1999] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Aangever heeft tijdens het informatief gesprek zeden en het aanvullend verhoor bij de politie verklaard dat verdachte hem op 4, 6 en 11 april 2017 heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen. De rechtbank stelt vast dat in het onderhavige geval geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden op basis waarvan aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever dient te worden getwijfeld.

De door aangever afgelegde verklaringen zijn gedetailleerd en consistent ten aanzien van de tijdstippen, locaties en omstandigheden waarin verdachte de seksuele handelingen heeft gepleegd. Bovendien vindt de inhoud van de verklaringen van aangever steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier, zoals hierna weergegeven. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de tijdens het informatief gesprek zeden en het aanvullend verhoor bij de politie afgelegde verklaringen door aangever voor het bewijs kunnen worden gebruikt,

voor zover hierna is weergegeven.

Dat verdachte in de voormelde periode aangever heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, baseert de rechtbank op het volgende.

Ten aanzien van de seksuele handelingen op 4 april 2017.

De verklaring van aangever vindt steun in de volgende bewijsmiddelen. Uit het proces-verbaal van bevindingen uitlezen camerabeelden volgt dat op de camerabeelden van het bedrijf [bedrijf] te zien is dat aangever op 4 april 2017 omstreeks 12.12 uur met een kale man, met bril en gele fluorescerende jas de bedrijfshal in loopt.

Verdachte loopt voorop en aangever loopt 10 meter achter hem. Verbalisant herkent de kale man als zijnde verdachte. Op de volgende camerapositie is te zien dat verdachte en aangever achter een paar containers uit beeld verdwijnen. Om 12.31 uur is te zien dat verdachte en aangever van achter de containers teruglopen richting de bedrijfshallen en dat zij ieder een andere bedrijfshal inlopen. Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij samen met aangever naar de containers is gelopen. [getuige 1] heeft verklaard dat het personeel op de dag van de [audit] in de grote pauze buiten voor bij de personeelskantine kon roken en dat het personeel normaal gesproken nooit bij de containers ging roken.

Ten aanzien van de seksuele handelingen op 6 april 2017.

De verklaring van aangever vindt, voor zover hiervoor weergegeven, steun in de volgende bewijsmiddelen. Uit het proces-verbaal uitlezen camerabeelden volgt dat op de camerabeelden van het bedrijf [bedrijf] te zien is dat aangever op 6 april 2017 om 17.00 uur samen met verdachte de voorzijde van het pand verlaat.

Aangever fietst weg in de richting van de openbare weg. Verdachte rijdt met zijn scooter in dezelfde richting. Verdachte en aangever stoppen nog even bij een persoon, die tegen aangever zegt dat hij de dag erna om 05.30 uur moet beginnen. Om 17.01 uur verlaten verdachte en aangever het terrein door de bedrijfspoort en slaan rechtsaf. [getuige 1] heeft gezien dat verdachte op aangever stond te wachten en dat ze na de poort samen rechtsaf sloegen. [getuige 1] had aangever kort ervoor aangesproken dat hij de dag erna iets eerder moest beginnen. [getuige 3] heeft op 13 mei 2017 verklaard dat hij maximaal vier weken geleden een man en een jongen de straat de [straat] in zag rijden. De [straat] is een doodlopende straat die uitkomt bij plantenkassen. Dit was omstreeks 17.00, 17.15 uur. [getuige 3] liet zijn honden los, die richting de twee mannen renden. Plotseling zag [getuige 3] , vanaf ongeveer 100 meter afstand, dat één van de twee mannen zijn hoofd om de hoek stak.

De verdachte heeft tijdens het tweede politieverhoor en ter terechtzitting verklaard dat aangever wel met hem rechtsaf is geslagen, maar dat hij later alsnog linksaf is gegaan. Deze verklaring vindt geen enkele steun in de bewijsmiddelen. Verdachte heeft deze verklaring pas afgelegd, nadat hij door de politie is geconfronteerd met het feit dat op camerabeelden te zien is dat hij samen met aangever na het uitrijden van de bedrijfspoort rechtsaf is geslagen. De rechtbank acht de tijdens het derde politieverhoor en de ter terechtzitting gegeven verklaring door verdachte, gelet op het voorgaande, niet aannemelijk geworden en ongeloofwaardig en gaat uit van de lezing van gebeurtenissen zoals die volgt uit de verklaringen van aangever.

Ten aanzien van de seksuele handelingen op 11 april 2017.

De verklaring van aangever vindt, voor zover hiervoor weergegeven, steun in de volgende bewijsmiddelen. Uit het proces-verbaal uitlezen camerabeelden volgt dat op de camerabeelden van het bedrijf [bedrijf] te zien is dat aangever op 11 april 2017 samen met verdachte in dezelfde bedrijfshal aan het werk is. Om 06.26 uur loopt verdachte samen met aangever uit beeld. Om 06.34 uur komen verdachte een aangever weer in beeld gelopen. Om 06.41 uur loopt aangever naar een kast met kluisjes. Aangever blijft daar staan tot 06.43 uur.

[moeder slachtoffer] (de moeder van aangever) heeft verklaard dat zij om 06.43 uur van aangever een WhatsApp-bericht heeft ontvangen met de tekst: “mama ik moet vandaag met jou praten. Alleen wij ik weet niet wat ik moet doen? Het is er je broek zakt der van af”.

Dit tijdstip strookt met de camerabeelden waaruit volgt dat aangever om 06.41 uur naar de kast met kluisjes en gelopen en daar tot 06.43 uur is blijven staan.

Uit het proces-verbaal sporenonderzoek volgt dat in het kantoor op de bovenverdieping van bedrijfshal 4, onder meer op aanwijzing van een zedenhond, twee spermasporen zijn aangetroffen. De plaats waar deze spermasporen zijn aangetroffen strookt met de locaties die aangever in zijn verklaring heeft genoemd. Het spermaspoor met SIN-nummer AAH0428NL is aangetroffen op de vloer in de richting van deur van het kantoor.

Het spermaspoor met SIN-nummer AAJD4437NL, is aangetroffen op de vloer links in de hoek van het kantoor.

Uit het NFI-rapport d.d. 4 juli 2017 volgt dat het spermaspoor met SIN-nummer AAH0428NL met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid afkomstig is van het DNA-profiel van aangever. Het spermaspoor met SIN-nummer AAJD4437NL is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid afkomstig van een DNA-mengprofiel dat uit het DNA-profiel van verdachte bestaat en waarin tevens zwakke additionele kenmerken van minimaal twee personen aanwezig zijn. De verdachte heeft bij het tweede politieverhoor verklaard dat hij één keer in het bewuste kantoor heeft gemasturbeerd, zodat zijn DNA op die manier op de vloer terecht kan zijn gekomen. Hij heeft dit pas verklaard nadat hij werd geconfronteerd met het feit dat er sporenonderzoek was gedaan en hem werd gevraagd naar de mogelijke uitkomsten daarvan.

De rechtbank zal de verklaring van verdachte als onvoldoende aannemelijk geworden terzijde stellen en uitgaan van de lezing van gebeurtenissen zoals die volgt uit de verklaringen van aangever.

Dat verdachte op aangever psychische druk heeft uitgeoefend door hem door bedreiging met een andere feitelijkheid te dwingen tot het ondergaan van seksuele handelingen, baseert de rechtbank op het volgende.

Aangever heeft in het aanvullend verhoor bij de politie verklaard dat er wel eens spullen in de bedrijfshal lagen die hij kon gebruiken en dat hij aan zijn leidinggevende ( [betrokkene 2] ) en aan verdachte heeft gevraagd of hij de spullen mocht kopen. Zij zeiden tegen aangever dat hij daarvoor geen toestemming aan de bedrijfsdirecteur ( [betrokkene] ) hoefde te vragen en de spullen, waaronder een koptelefoon, zonder te betalen mee kon nemen. Aangever heeft verklaard dat verdachte op 4 april 2017 voorafgaand aan de seksuele handelingen tegen hem zei dat als hij niet zou mee werken, hij de bedrijfsdirecteur zou vertellen dat aangever spullen had gestolen. Aangever heeft tevens verklaard dat verdachte op 6 april 2017 voorafgaand aan de seksuele handelingen tegen hem heeft gezegd: “Ja, kom je weet ik dan anders ga doen”. Aangever heeft verklaard verdachte daarmee bedoelde dat hij de directeur zou vertellen dat aangever spullen had gestolen. Verdachte heeft dit dreigement meerdere keren herhaald. Aangever heeft ten slotte verklaard dat verdachte op 11 april 2017, voorafgaand aan de seksuele handelingen in het kantoor op de bovenverdieping van bedrijfshal 4, herhaaldelijk tegen hem heeft gezegd dat hij mee moest werken, omdat verdachte anders bij zijn baas ( [betrokkene] ) over het contract van aangever zou beginnen. Na afloop van de seksuele handelingen op 11 april 2017 had verdachte tegen aangever met een lach op zijn gezicht gezegd: “Je doet het wel goed, ik denk dat je wel een vast contract krijgt”.

De rechtbank leidt uit de verklaringen van [moeder slachtoffer] , de moeder van aangever, en [getuige 4] , stagebegeleider van aangever bij het [school] , af, dat verdachte een kwetsbare jongen is die beïnvloedbaar is gebleken door verdachte. [moeder slachtoffer] heeft verklaard dat haar zoon lijdt aan PDD-NOS, een laagontwikkeld IQ heeft, zijn eigen beperking niet aanvaardt en zich moeilijk in anderen kan verplaatsen.

[getuige 4] heeft verklaard dat hij aan het gesprek met verdachte en aangever binnen het bedrijf had gevoerd, merkte dat verdachte en aangever redelijk amicaal met elkaar omgingen en dat hij dacht dat aangever mogelijk beïnvloedbaar was voor verdachte. Aangever zocht zekerheid bij verdachte, omdat hij wist dat een slechte stagebeoordeling ertoe zou kunnen leiden dat hij geen functie binnen het bedrijf zou kunnen verwerven.

De verklaring van aangever omtrent de psychische druk die door verdachte op hem werd uitgeoefend, vindt voorts steun in de verklaring van getuige [getuige 2] , die heeft verklaard dat hij zag dat verdachte opvallend seksueel gedrag richting aangever vertoonde.

Ten slotte heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij stagebegeleider is, dat hij kinderen begeleidt die vaak een beperking hebben, dat hij het stagetraject van aangever beoordeelde en dat hij wist dat aangever destijds onzeker was over de beoordeling van zijn stage en zijn toekomst bij [bedrijf] . De rechtbank leidt uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting en de hiervoor genoemde omstandigheden af dat

verdachte wetenschap had van de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van aangever.

De rechtbank is op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 4, 6 en 11 april 2017 door een feitelijkheid en door bedreiging met een andere feitelijkheid aangever meermalen, in elk geval eenmaal heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de periode van 4 april 2017 tot en met 11 april 2017 te Helmond door een feitelijkheid en door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op [1999] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, meermalen, in elk geval éénmaal,

- met zijn handen de penis van die [slachtoffer] betast/aangeraakt en

- met zijn handen de penis van die [slachtoffer] vastgepakt en vervolgens op-en-neer-gaande bewegingen gemaakt (aftrekken) en

- de handen van die [slachtoffer] vastgepakt en richting zijn, verdachtes, stijve penis gebracht en er tegenaan gehouden en

- de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond genomen/gehouden en die [slachtoffer] gepijpt en

- de teelballen en penis van die [slachtoffer] gelikt en

- die [slachtoffer] een tongzoen gegeven en gezoend en

- die [slachtoffer] hem, verdachte, laten pijpen en laten aftrekken en

- zijn, verdachtes, penis in de mond gebracht en gehouden van die [slachtoffer] en

- die van [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis laten likken en laten betasten en laten vasthouden.

en bestaande die feitelijkheid en die bedreiging met een feitelijkheid hierin dat hij, verdachte

- gebruik heeft gemaakt zijn positie/functie als stagebegeleider/beoordelaar van die [slachtoffer] en

- gebruik heeft gemaakt van zijn geestelijke overwicht en

- misbruik heeft gemaakt van de ontwikkelingsstoornis van die [slachtoffer] en van het beperkte vermogen van [slachtoffer] om weerstand te bieden en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd “ik kan je een goede beoordeling geven en regelen dat je een vast contract krijgt, maar ik kan ook dingen vertellen tegen [betrokkene] over dingen die je hebt meegenomen. Dan krijg je geen goede beoordeling” en “je weet wat ik anders ga doen”.

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd “je bent medeplichtig, omdat je het hebt toegelaten” en

- voorbij is gegaan aan de door [slachtoffer] geuite signalen “nee, ik wil niet”, althans woorden van soortgelijke strekking dat hij voornoemde handelingen niet wilde.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde:

Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van de tijd die reeds in voorarrest is doorgebracht. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de op te leggen straf dient te matigen. Daartoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat verdachte zijn baan heeft verloren, dat de psychische toestand van verdachte op dit moment slecht is en dat het eerder opgelegde contact- en gebiedsverbod een forse impact hebben gehad op verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, let de rechtbank op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft het slachtoffer, die zich als stagiair in een afhankelijke positie bevond ten opzichte van verdachte, op drie verschillende momenten gedwongen tot het ondergaan en tot het verrichten van diverse seksuele handelingen. Daarbij heeft verdachte op slinkse wijze misbruik gemaakt van zijn gezagsverhouding tot het slachtoffer, van zijn wetenschap van de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van het slachtoffer en daarmee van diens verminderde vermogen om weerstand aan verdachte te kunnen bieden.

Verdachte heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens en zijn behoefte aan snelle bevrediging, zonder zich te bekommeren om de mogelijke gevolgen die zijn handelen voor het slachtoffer zou hebben. Bovendien heeft verdachte er ter terechtzitting blijk van gegeven dat hij de ernst van de gevolgen van het delict voor het slachtoffer onvoldoende inziet door vooral zichzelf te zien als slachtoffer en de gevolgen voor hemzelf te benadrukken. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Seksueel misbruik betekent per definitie een ernstige en grove aantasting van de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Het gaat in zijn algemeenheid om schokkende, ingrijpende, beangstigende en vernederende gebeurtenissen voor het slachtoffer, waardoor het slachtoffer (doorgaans langdurige) psychische en emotionele schade oploopt en nadelige gevolgen ondervindt in zijn seksuele ontwikkeling. Blijkens de ter terechtzitting voorgedragen schriftelijke slachtofferverklaring is dat ook aan de orde in de onderhavige zaak. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat aangever nog steeds last heeft van het delict. Hij begrijpt niet dat verdachte zijn macht als stagebegeleider zodanig heeft kunnen misbruiken.

Aangever heeft als gevolg van hetgeen hem is overkomen moeite om mensen te vertrouwen, stoot zelfs mensen af en volgt therapiegesprekken in de hoop beter met de gevolgen van het delict te kunnen omgaan.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Daarbij heeft de rechtbank zich laten leiden door de uit de rechtspraak blijkende opgelegde straffen in soortgelijke zaken.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering in haar geheel toewijsbaar. Het bedrag aan gevorderde immateriële schade is redelijk, gelet op langdurige psychische gevolgen voor verdachte en de nadelige gevolgen voor zijn seksuele ontwikkeling. De officier van justitie acht de ter onderbouwing van de gevorderde immateriële schade aangehaalde jurisprudentie toereikend. Tevens vordert de officier van justitie het gevorderde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de vordering benadeelde partij onbetwist gelaten.

Beoordeling.

Blijkens het schadevergoedingsformulier en de nadien opgegeven schadepost ter zake gederfde loonkosten, bedraagt de gevorderde materiële schade € 560,39. De rechtbank acht de onderbouwing van de gevorderde materiële schade, zoals blijkend uit de bijgevoegde producties, toereikend. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade om die reden geheel toewijzen.

De gevorderde immateriële schade bedraagt € 3.000,00 en is onderbouwd met een nadere toelichting, een verwijzingsbrief van de huisarts en verwijzing naar relevante jurisprudentie.

De rechtbank acht de onderbouwing van de gevorderde immateriële schade toereikend en acht de hoogte van het gevorderde schadebedrag redelijk.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank toewijsbaar een bedrag van € 3.560,39. Dit bedrag dient voor wat betreft de materiële schadevergoeding te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2018 (datum indiening vordering benadeelde partij) tot aan de dag der algehele voldoening en voor wat betreft de immateriële schadevergoeding te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 april 2017 (pleegdatum van het delict) tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de proceskosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op:

Wetboek van Strafrecht, art. 10, 27, 36f, 242.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

verkrachting.

verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf.

T.a.v. primair:

Een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 3.560, 39 subsidiair 45 dagen hechtenis

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 3.560,39 (zegge: drieduizendvijfhonderdzestig euro en negenendertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis.

Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 3.000,00 immateriële schadevergoeding en

EUR 560,39 materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan materiële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2018 (datum indienen vordering benadeelde partij) tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag aan immateriële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 april 2017 (pleegdatum van het delict) tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedragen veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van EUR 3.560,39 (zegge: drieduizend vijfhonderdzestig euro en negenendertig eurocent), te weten EUR 3.000,00 immateriële schadevergoeding en EUR 560,39 materiële schadevergoeding.

Het bedrag aan materiële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2018 (datum indienen vordering benadeelde partij) tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag aan immateriële schadevergoeding dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 april 2017 (pleegdatum van het delict) tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Bossink, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, en mr. M.E.L. Hendriks, leden,

in tegenwoordigheid van mr. R.J.A. Klaar, griffier,

en is uitgesproken op 16 maart 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche (OB), Afdeling Thematische Opsporing (OB), Team Zeden (OB), genummerd PL2100-2017075809, aantal pagina’s: 1 tot en met 127. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

2 Het proces-verbaal verhoor getuige/aangever [slachtoffer] d.d. 13 april 2017, opgesteld door [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , op p. 58-66 van het dossier.

3 Het proces-verbaal aangifte door [moeder slachtoffer] (moeder van aangever), opgesteld door [verbalisant 7] d.d. 14 april 2017, op p. 51-55 van het dossier, alsmede de fotobijlage van het van aangever ontvangen WhatsApp-bericht op p. 56 van het dossier.

4 Het proces-verbaal van bevindingen uitlezen camerabeelden d.d. 8 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 1] , op p. 110-111 van het dossier.

5 Het proces-verbaal verhoor [getuige 1] d.d. 2 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 8] en [verbalisant 1] , op p. 67-70 van het dossier.

6 Het proces-verbaal verhoor [getuige 2] d.d. 30 juni 2017 op p. 77-79.

7 Het proces-verbaal verhoor [getuige 3] d.d. 13 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 8] , op p. 71-72 van het dossier, alsmede de aangehechte plattegrond rijrichting 2 mannen op p. 73 van het dossier.

8 Het proces-verbaal verhoor [getuige 4] d.d. 9 mei 2017, opgesteld door [verbalisant 1] , op p. 74-76 van het dossier.

9 De beroepspraktijkvormingsovereenkomst tussen het [school] en [bedrijf] d.d. 12 september 2016, op p. 122-127.

10 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 24 april 2017, opgesteld door [verbalisant 3] [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , op p. 83-87 van het dossier.

11 Het NFI-rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Helmond op 4 april 2017 d.d. 4 juli 2017, opgesteld door ing. J.L.W. Dieltjes, op p. 118-121 van het dossier.