Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:838

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
16-02-2017
Datum publicatie
22-02-2017
Zaaknummer
C/01/315785 / KG ZA 16-733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, opheffing beslag, retentierecht

Vordering in conventie betreft opheffing conservatoir verhaalsbeslag op paarden, wordt afgewezen op basis van een belangenafweging waarin het retentierecht van de beslaglegger mede een rol speelt.

Vorderingen in reconventie betreffen onder meer het conservatoir beslag tot afgifte op basis van eigendomsrecht. Deze vordering wordt toegewezen voor zover het betreft conservatoir beslag tot afgifte van een paard waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat het eigendomsrecht niet bij degene ligt die het beslag tot afgifte heeft gelegd. Tevens wordt de beslaglegger veroordeeld in het voldoen in de kosten van de gerechtelijke bewaring die met het conservatoir beslag tot afgifte is ingesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/315785 / KG ZA 16-733

Vonnis in kort geding van 16 februari 2017

in de zaak van

[eiser conventie/verweerder reconventie] ,

wonende te [woonplaats] , [land] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaten mr. L.M. Schelstraete en mr. V. Zitman te Oisterwijk,

tegen

[gedaagde conventie/eiser reconventie] ,

wonende te [woonplaats] , [land]

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. S.M. van der Zwan te Dieren.

Partijen zullen hierna [eiser conventie/verweerder reconventie] en [gedaagde conventie/eiser reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 23 december 2017 met 13 producties

  • -

    de brief van 12 januari 2017 van de zijde van [gedaagde conventie/eiser reconventie] met producties A t/m D met aankondiging van eis in reconventie

  • -

    de brief van 18 januari 2017 van [eiser conventie/verweerder reconventie] met producties 16 t/m 19

  • -

    de brief van 19 januari 2017 van de zijde van [eiser conventie/verweerder reconventie] met producties 20 t/m 24

  • -

    de brief van 19 januari 2017 van de zijde van [gedaagde conventie/eiser reconventie] met productie E

  • -

    de mondelinge behandeling die plaats vond op 23 januari 2017

  • -

    de pleitnota van de zijde van [eiser conventie/verweerder reconventie]

  • -

    de pleitnota van de zijde van [gedaagde conventie/eiser reconventie]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser conventie/verweerder reconventie] is eigenaar van de paarden [paard 1] , met chipnummer [chipnummer] ; [paard 2] met chipnummer [chipnummer] ; [paard 3] met chipnummer [chipnummer] en [paard 4] met chipnummer [chipnummer] . De paarden zijn in 2009 en 2010 door [gedaagde conventie/eiser reconventie] (een olympisch springruiter) namens de vader van [eiser conventie/verweerder reconventie] , [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] , op een paardenveiling in Frankrijk gekocht, waarna [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] de paarden direct aan zijn zoon [eiser conventie/verweerder reconventie] heeft geschonken.

2.2.

In 2009 hebben [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] en [gedaagde conventie/eiser reconventie] een overeenkomst van opdracht gesloten waarbij [gedaagde conventie/eiser reconventie] in opdracht van [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] de bovengenoemde paarden zou verzorgen, trainen en met deze paarden deel zou nemen aan wedstrijden. [gedaagde conventie/eiser reconventie] zou voor deze werkzaamheden een vergoeding ontvangen van GBP (Engelse pond) 5.000,- per maand. [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] zou de kosten van de stalling en de verzorging van deze paarden verzorgen.

2.3.

Op of omstreeks 16 juli 2014 heeft [gedaagde conventie/eiser reconventie] bovengenoemde paarden, alsmede het paard [paard 5] , met chipnummer [chipnummer] vanuit de stal in Hickstead, Verenigd Koninkrijk, met paspoorten laten transporteren naar een stal in Nederland.

2.4.

[eiser conventie/verweerder reconventie] heeft hierop een vordering ingesteld bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel die er primair toe strekte de paarden als zijn eigendom te revindiceren, en subsidiair deze paarden te stallen bij een onafhankelijke derde. [gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft zich in deze procedure (onder meer) beroepen op zijn retentierecht. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis in kort geding op 2 oktober 2014 (KG ZA 14-311) [gedaagde conventie/eiser reconventie] veroordeeld om de paarden [paard 5] , [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . te stallen en gestald te houden bij [naam stalhouder 1] te [plaats] , tot het moment dat de bodemrechter bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis over de eigendom van de paarden en het retentierecht van [gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft beslist, dan wel dat partijen de zaak in der minne hebben geregeld.

2.5.

Op 3 november 2014 is op verzoek van [eiser conventie/verweerder reconventie] conservatoir beslag tot afgifte gelegd op de paarden [paard 5] , [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . en zijn de paarden in gerechtelijke bewaring gegeven aan de door [eiser conventie/verweerder reconventie] aangewezen [naam stalhouder 2] te [plaats] alwaar zij tot op heden gestald staan en getraind worden. De kosten van stalling en training van de paarden bij [naam stalhouder 2] belopen € 1.500,- per paard per maand.

2.6.

Bij arrest van 13 januari 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2014 bekrachtigd, met dien verstande dat waar in het dictum [naam stalhouder 1] werd vermeld, [naam stalhouder 2] diende te worden gelezen.

2.7.

Op 4 februari 2015 heeft [gedaagde conventie/eiser reconventie] conservatoir beslag gelegd op de in 2.5. genoemde paarden tot verhaal van een vordering op [eiser conventie/verweerder reconventie] ter hoogte van € 600.000,- inclusief rente en kosten.

2.8.

Op 5 september 2014 heeft [eiser conventie/verweerder reconventie] een bodemprocedure (HA ZA 14-525) aanhangig gemaakt tegen [gedaagde conventie/eiser reconventie] bij de rechtbank Overijssel. [gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft in deze procedure een vordering in reconventie ingesteld.

De rechtbank Overijssel heeft op 25 november 2015 vonnis (hierna: het vonnis) gewezen waarbij de rechtbank in conventie

I heeft verklaard voor recht dat [eiser conventie/verweerder reconventie] gerechtigd is de door [gedaagde conventie/eiser reconventie] in beslag genomen paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . als zijn eigendom op te vorderen;

II [gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft geboden om binnen 24 uur nadat hem het bedrag van GBP 196.979,39 of tegenwaarde daarvan in Euro, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 zal zijn voldaan, zodanig dat hij daarvoor kwijting heeft moeten geven, die vier paarden met bijbehorende paspoorten aan [eiser conventie/verweerder reconventie] feitelijk in bezit te stellen zulks op straffe van verbeurte van de in het vonnis genoemde dwangsom;

en in reconventie voor recht heeft verklaard

III dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] gerechtigd is tegenover [eiser conventie/verweerder reconventie] het recht van retentie uit te oefenen voor een bedrag van GBP 196.979,39 vermeerderd met de wettelijke rente op de door hem in beslag genomen paarden van [eiser conventie/verweerder reconventie] , te weten [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] .

2.9.

Tegen bovenstaand vonnis zijn beide partijen in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De twee hoger beroepsprocedures zijn daar thans aanhangig.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiser conventie/verweerder reconventie] vordert samengevat – om [gedaagde conventie/eiser reconventie] te veroordelen om binnen twee dagen nadat [eiser conventie/verweerder reconventie] een bankgarantie heeft gesteld conform het Rotterdams Garantieformulier voor een bedrag van € 250.000,-, althans voor een in goede justitie te bepalen bedrag, het door hem op 4 februari 2015 op de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . gelegde conservatoir verhaalsbeslag op te heffen en te gehengen en gedogen dat [naam stalhouder 2] deze paarden met de daarbij behorende paarden-paspoorten aan [eiser conventie/verweerder reconventie] afgeeft, nadat [eiser conventie/verweerder reconventie] het door hem op deze paarden en paspoorten op 3 november 2014 gelegde conservatoir beslag tot afgifte heeft opgeheven, zulks op straffe van de in de dagvaarding genoemde dwangsom, met veroordeling van [gedaagde conventie/eiser reconventie] in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Aan zijn vorderingen legt [eiser conventie/verweerder reconventie] – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. In hoger beroep heeft geen der partijen een grief gericht tegen het onderdeel van het vonnis waarin de rechtbank oordeelt dat [eiser conventie/verweerder reconventie] gerechtigd is de door [gedaagde conventie/eiser reconventie] in beslag genomen paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . als zijn eigendom op te vorderen. Hiermee is in rechte vast komen te staan dat [eiser conventie/verweerder reconventie] de eigenaar is van deze paarden. De kosten van de gerechtelijke bewaring van de paarden, waarop tot op heden het door [gedaagde conventie/eiser reconventie] gelegde verhaalsbeslag en het door [eiser conventie/verweerder reconventie] gelegde beslag tot afgifte ligt, lopen maandelijks op en [eiser conventie/verweerder reconventie] wenst dit te stoppen.

Het door [gedaagde conventie/eiser reconventie] gelegde verhaalsbeslag dient volgens [eiser conventie/verweerder reconventie] te worden opgegeven omdat [gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft verzuimd tijdig een eis in de hoofdzaak in te stellen.

Voor zover al zou komen vast te staan dat de eis in de hoofdzaak tijdig is ingesteld, dan is met het vonnis summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door [gedaagde conventie/eiser reconventie] als beslaglegger ingeroepen recht gebleken, aangezien de vorderingen van [gedaagde conventie/eiser reconventie] die strekken tot het verkrijgen van een betaling tot schadevergoeding van [eiser conventie/verweerder reconventie] zijn afgewezen.

Met betrekking tot het paard [paard 5] staat niet vast dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] daarvan eigenaar is en betwist [eiser conventie/verweerder reconventie] de door [gedaagde conventie/eiser reconventie] gestelde waardedaling die volgens [gedaagde conventie/eiser reconventie] zou zijn te wijten aan de gerechtelijke bewaring.

Tot slot is [eiser conventie/verweerder reconventie] bereid om vervangende zekerheid te stellen tot een bedrag van

€ 250.000,- zodat [gedaagde conventie/eiser reconventie] ook geen belang meer heeft bij het retentierecht.

3.3.

[gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde conventie/eiser reconventie] vordert samengevat -:

1. te bepalen dat [eiser conventie/verweerder reconventie] jegens [gedaagde conventie/eiser reconventie] (tenminste) aansprakelijk is voor het verhaal van de vordering van [gedaagde conventie/eiser reconventie] zoals door de rechtbank reeds vastgesteld voor een bedrag van GBP 196.79,39, vermeerderd met de wettelijke rente wegens de schuld van [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] met dien verstande dat:

a. [gedaagde conventie/eiser reconventie] dat bedrag uitsluitend kan verhalen op de aan [eiser conventie/verweerder reconventie] toebehorende paarden, te weten [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] ,

b. de aansprakelijkheid van [eiser conventie/verweerder reconventie] (vooralsnog) niet verder sterkt dan het bedrag van de opbrengst van de paarde indien de opbrengst minder bedraagt dan GBP 196.979,39;

2. te bepalen dat [eiser conventie/verweerder reconventie] jegens [gedaagde conventie/eiser reconventie] eveneens aansprakelijk is voor het verhaal van andere door [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] in verband met deze paarden verschuldigde bedragen zoals vermeld in sub 18 van de (door [gedaagde conventie/eiser reconventie] in deze procedure als productie B overgelegde, vrzr) dagvaarding onder dezelfde beperkingen (a en b) als hiervoor aangegeven;

3. [gedaagde conventie/eiser reconventie] verlof te verlenen voormelde paarden uit te winnen tot verhaal zoals in sub 1 en sub 2 vermeld;

4. de door [eiser conventie/verweerder reconventie] gelegde beslagen op de aan hem toebehorende paarden en op het niet aan [eiser conventie/verweerder reconventie] toebehorende paard [paard 5] alsmede de gerechtelijke bewaring van deze paarden op te heffen en [eiser conventie/verweerder reconventie] te veroordelen eraan mee te werken dat al deze paarden aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] worden afgegeven op straffe van de in de dagvaarding (productie B van [gedaagde conventie/eiser reconventie] ) genoemde dwangsom;

5. [eiser conventie/verweerder reconventie] te veroordelen de kosten van de bewaarneming door [naam stalhouder 2] , welke nog niet betaald zijn, binnen een week na betekening van dit vonnis alsnog aan [naam stalhouder 2] te voldoen op straffe van de in de dagvaarding genoemde dwangsom;

6. [eiser conventie/verweerder reconventie] te veroordelen de verdere kosten van bewaarneming door [naam stalhouder 2] tijdig, uiterlijk op de vervaldag van de facturen van [naam stalhouder 2] , te voldoen, eveneens op straffe van een dwangsom;

7. [eiser conventie/verweerder reconventie] te verbieden nieuwe beslagen op (één van) de paarden te leggen op straffe van een dwangsom;

8. [eiser conventie/verweerder reconventie] te gebieden te gehengen en gedogen dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] alle paarden onder zich neemt, deze te gelde maakt voor zijn vorderingen en zich dadelijk verhaalt op de opbrengst tot een beloop van GBP 196,979,39 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 en vermeerderd met het bedrag dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] wellicht nog aan [naam stalhouder 2] zou betalen (als [eiser conventie/verweerder reconventie] dat niet doet en [naam stalhouder 2] de paarden niet vrij zou geven) en te gehengen en gedogen dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] daartoe de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . te gelde maakt op de wijze welke [gedaagde conventie/eiser reconventie] juist zal achten, alsmede [eiser conventie/verweerder reconventie] te verbieden enig beslag te leggen ten laste van [gedaagde conventie/eiser reconventie] dat aan uitoefening van deze rechten in de weg staat, dit alles op straffe van een dwangsom;

9. [eiser conventie/verweerder reconventie] te veroordelen te gehengen en gedogen dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] zichzelf uit de opbrengst van de paarden betaalt wat volgens de rechtbank aan hem verschuldigd is (GBP 196.979,39, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015), alsmede wat aan [naam stalhouder 2] dient te worden betaald, en de opbrengst voor het overige onder zich houdt in afwachting van de uitkomst van de verdere procedures, op straffe van een dwangsom;

10. althans een zodanige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter juist acht;

11. met veroordeling van [eiser conventie/verweerder reconventie] in de proceskosten.

4.2.

[gedaagde conventie/eiser reconventie] legt aan zijn vorderingen – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag.

[gedaagde conventie/eiser reconventie] wenst tot uitoefening van zijn retentierecht te komen, zoals dat aan hem in het vonnis is toegekend.

Van de gerechtelijk bewaarder, [naam stalhouder 2] , heeft [gedaagde conventie/eiser reconventie] vernomen dat het overeengekomen bewaarloon voor de paarden door [eiser conventie/verweerder reconventie] niet (tijdig) wordt betaald, met het risico dat de paarden uiteindelijk op verzoek van de bewaarder in het openbaar zullen worden verkocht. Dit gaat ten koste van het verhaal dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] op [eiser conventie/verweerder reconventie] kan uitoefenen door middel van de uitoefening van zijn retentierecht.

Bovendien vermindert door de in bewaringstelling de waarde van de paarden waardoor [gedaagde conventie/eiser reconventie] wordt benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden voor zijn vordering op [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] .

Ten aanzien van [paard 5] is door de rechtbank Overijssel bepaald dat [eiser conventie/verweerder reconventie] op dat paard geen (eigendoms)rechten kan uitoefenen. De op dit paard gelegde beslagen en de gerechtelijke bewaring van dit paard moeten dan ook worden opgeheven en het paard moet terug naar [gedaagde conventie/eiser reconventie] .

[eiser conventie/verweerder reconventie] kan in zijn eigen vermogen worden aangesproken, in eerste instantie wegens ongerechtvaardigde verrijking. Bovendien kan [gedaagde conventie/eiser reconventie] op basis van artikel 3:291 en 3:292 BW zijn retentierecht mede tegen derden inroepen zodat [eiser conventie/verweerder reconventie] jegens [gedaagde conventie/eiser reconventie] aansprakelijk is voor verhaal van de vordering op [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] , welk verhaal beperkt blijft tot de paarden waarop het retentierecht wordt uitgeoefend en tot het bedrag dat die paarden bij verkoop opbrengen, indien die opbrengst minder zou zijn dan het bedrag waarop [gedaagde conventie/eiser reconventie] aanspraak kan maken.

4.3.

[eiser conventie/verweerder reconventie] voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Omdat partijen buiten Nederland woonachtig zijn, heeft de zaak een internationaalrechtelijk karakter.

Op grond van artikel 705 lid 1 Rv is de voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven tevens bevoegd tot opheffing van dat beslag in kort geding. Nu de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof heeft verleend voor het door [gedaagde conventie/eiser reconventie] gelegde beslag, waarvan [eiser conventie/verweerder reconventie] thans opheffing vordert, is daarmee de bevoegdheid van de voorzieningenrechter gegeven.

Omdat het geschil van partijen betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van het vonnis is Nederlands recht van toepassing.

5.2.

[eiser conventie/verweerder reconventie] vordert in conventie het door [gedaagde conventie/eiser reconventie] op de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . gelegde conservatoir verhaalsbeslag op te heffen en hem te veroordelen te gehengen en gedogen dat de gerechtelijk bewaarder deze paarden aan [eiser conventie/verweerder reconventie] afgeeft.

De beoordeling van deze vordering moet plaats vinden met inachtneming van het vonnis. Partijen zijn beiden van dit vonnis in hoger beroep gegaan maar zolang het Hof in de hoger beroepsprocedure geen uitspraak heeft gedaan, dient de voorzieningenrechter zijn oordeel in beginsel af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter.

In het vonnis is bepaald dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] het retentierecht tegenover [eiser conventie/verweerder reconventie] mag uitoefenen voor een bedrag van GBP 196.979,39 vermeerderd met de wettelijke rente op de door hem in beslag genomen paarden van [eiser conventie/verweerder reconventie] (de vier bovengenoemde paarden) en dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] nadat hem het bedrag van GBP 196.979,39 of het equivalent daarvan in Euro is voldaan, deze paarden met paspoorten aan [eiser conventie/verweerder reconventie] moet doen toekomen. [gedaagde conventie/eiser reconventie] kan krachtens art. 435 lid 2 Rv op basis van dat vonnis tot executie overgaan door ten laste van [eiser conventie/verweerder reconventie] executoriaal beslag te leggen op de in r.o, 2.1. genoemde paarden.

Alhoewel het conservatoir verhaalsbeslag is gelegd voor een vordering die op een hoger bedrag is begroot (€ 600.000,- inclusief rente en kosten) dan het bedrag waarvoor [gedaagde conventie/eiser reconventie] het retentierecht mag uitoefenen (GBP 196.979,39), zou toewijzing van de onderhavige vordering van [eiser conventie/verweerder reconventie] het in het vonnis aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] toegekende retentierecht in feite teniet doen.

5.3.

Ten aanzien van het conservatoir verhaalsbeslag op de paarden voor zover dit is gelegd voor het hogere bedrag dan GBP 196.979,39 overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

In het vonnis is voor recht verklaard dat [eiser conventie/verweerder reconventie] eigenaar is van de vier in r.o. 2.1. genoemde paarden en dat hij deze als zijn eigendom kan opvorderen. Onder verwijzing naar dit eigendomsrecht vordert [eiser conventie/verweerder reconventie] opheffing van het verhaalsbeslag.

De stelling van [eiser conventie/verweerder reconventie] dat het conservatoir beslag reeds moet worden opgeheven omdat [gedaagde conventie/eiser reconventie] geen eis in de hoofdzaak heeft ingesteld treft geen doel, aangezien de vordering in reconventie, die [gedaagde conventie/eiser reconventie] in december 2014 in de procedure bij de rechtbank Overijssel die heeft geleid tot het vonnis van 25 november 2015, heeft ingediend, overeenkomt met de door hem in het kader van het conservatoir beslag gelegde vordering. Kennelijk is ook de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant die het verlof beslag (d.d. 15 januari 2015, BP RK 14-1243) heeft verleend van deze vordering uit gegaan, nu er in de beschikking geen termijn voor het instellen van de hoofdzaak is gegeven.

5.4.

In het vonnis is overwogen dat het retentierecht (slechts) strekt tot het bedrag van GBP 196.979,39. Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van de blessure van het paard [paard 5] (waarop een deel van het bedrag boven GBP 196.979,39 ziet) is overwogen dat deze buiten het bestek van de procedure valt. De beoordeling van een vordering die strekt tot het opheffen van conservatoir beslag kan echter niet geschieden los van een belangenafweging.

[gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft gesteld en aannemelijk gemaakt dat hij zich, in het geval de door hem gestelde vordering aan schadevergoeding en kosten voor de blessure van paard [paard 5] door de bodemrechter zou worden toegewezen, enkel kan verhalen op de vier paarden van [eiser conventie/verweerder reconventie] . Opheffing van het conservatoir beslag zou er dan ook toe leiden dat aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] de mogelijkheid zou worden ontnomen om de vordering met betrekking tot schadevergoeding te innen via het beslag op de paarden in geval [eiser conventie/verweerder reconventie] niet (vrijwillig) zou betalen.

Tegenover het belang van [eiser conventie/verweerder reconventie] dat naar zijn zeggen is gelegen in de kosten van de inbewaringstelling van de paarden, weegt het belang van [gedaagde conventie/eiser reconventie] bij het handhaven van het conservatoir beslag voor het bedrag tot € 600.000,- naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder.

De voorzieningenrechter zal het conservatoir verhaalsbeslag dan ook handhaven totdat [gedaagde conventie/eiser reconventie] conform het bepaalde in punt II in het dictum van het vonnis, betaling van GBP 196.979,39 of de tegenwaarde daarvan in Euro ontvangt, en aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] zekerheid wordt gesteld door middel van een bankgarantie van een Nederlandse bank op de gebruikelijke voorwaarden voor het meerdere bedrag tot € 600.000,-.

5.5.

Nu de vordering in conventie niet volledig wordt toegewezen moeten beide partijen geacht worden deels in het ongelijk te zijn gesteld, zodat de proceskosten in conventie tussen hen gecompenseerd worden.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Op grond van art. 7 Rv heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht met betrekking tot de vorderingen in reconventie. Omdat het geschil van partijen betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van het vonnis is Nederlands recht van toepassing.

6.2.

Het gevorderde onder 1. a en b, en onder 2., dat ertoe strekt te bepalen dat [eiser conventie/verweerder reconventie] aansprakelijk is voor de vordering die [gedaagde conventie/eiser reconventie] op [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] heeft, wordt afgewezen. Met het bepalen van aansprakelijkheid wordt de rechtstoestand tussen partijen vastgesteld, hetgeen in een kort gedingprocedure niet mogelijk is. Los daarvan geldt dat [eiser conventie/verweerder reconventie] geen opdrachtgever en derhalve in zoverre ook geen schuldenaar van [gedaagde conventie/eiser reconventie] is, zodat voor aansprakelijkheid van [eiser conventie/verweerder reconventie] in dit verband geen grond bestaat.

6.3.

Ook de vordering onder 3. wordt afgewezen. Voor zover [gedaagde conventie/eiser reconventie] het erom gaat zijn retentierecht uit te oefenen, dient hij hiervoor een andere weg te bewandelen. Ten aanzien van de stelling dat de vordering van [gedaagde conventie/eiser reconventie] waarvoor hij zijn retentierecht uitoefent betrekking heeft op de opdrachtrelatie met [naam vader van eiser conventie/verweerder reconventie] , terwijl de paarden eigendom zijn van [eiser conventie/verweerder reconventie] , overweegt de voorzieningenrechter dat de wet in art. 3:291 lid 2 BW voorziet in de mogelijkheid voor de schuldeiser het retentierecht mede in te roepen tegen derden met een ouder recht op de zaak. In bovenstaande overwegingen met betrekking tot het gevorderde in conventie, is reeds overwogen dat de bodemrechter heeft bepaald dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] gerechtigd is zijn recht van retentie tegenover [eiser conventie/verweerder reconventie] uit te oefenen en dat [gedaagde conventie/eiser reconventie] het vonnis voor het bedrag van GBP 196.979,39 kan executeren. De weg die [gedaagde conventie/eiser reconventie] dan dient te volgen is executie via zijn retentierecht. Voor toewijzing van de vordering aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] verlof te verlenen de paarden uit te winnen bestaat geen wettelijke grondslag.

6.4.

De vordering tot het opheffen van de door [eiser conventie/verweerder reconventie] gelegde conservatoire beslagen tot afgifte op en de gerechtelijke bewaring van de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . wordt afgewezen aangezien de deugdelijkheid van het recht op grond waarvan beslag is gelegd – het eigendomsrecht van [eiser conventie/verweerder reconventie] met betrekking tot deze paarden – onder meer op basis van het vonnis – wordt aangenomen.

Er zijn onvoldoende belangen aan de zijde van [gedaagde conventie/eiser reconventie] om de conservatoire beslagen en de gerechtelijke bewaring, ondanks het zeer aannemelijke eigendomsrecht aan de zijde van [eiser conventie/verweerder reconventie] op te heffen.

Dit ligt anders voor het paard [paard 5] . Ten aanzien van dit paard heeft de bodemrechter van de rechtbank Overijssel overwogen dat [eiser conventie/verweerder reconventie] geen eigendomsrecht heeft. [gedaagde conventie/eiser reconventie] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij er belang bij heeft dat het door [eiser conventie/verweerder reconventie] op dit paard gelegde beslag wordt opgeheven, welk belang reeds eerder wordt aangenomen nu het recht van [eiser conventie/verweerder reconventie] uit hoofde waarvan hij het conservatoir beslag heeft gelegd, gelet op het vonnis niet summierlijk aannemelijk is. De vordering voor zover die ziet op het opheffen van het door [eiser conventie/verweerder reconventie] gelegde conservatoir beslag op het paard [paard 5] zal dan ook worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de opheffing van de gerechtelijke bewaring van [paard 5] alsmede de vordering eraan mee te werken dat [paard 5] aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] zal worden afgegeven.

6.5.

Bij een veroordeling van [eiser conventie/verweerder reconventie] om de kosten van de bewaarneming door [naam stalhouder 2] te betalen, voor zover deze nog niet betaald zijn, heeft [gedaagde conventie/eiser reconventie] een voldoende aannemelijk belang. Het onder 5. gevorderde wordt dan ook toegewezen. In dit verband wijst de voorzieningenrechter erop dat de bewaarnemer met betrekking tot hetgeen hem terzake van de bewaring toekomt op grond van art. 857 lid 2 Rv een retentierecht met betrekking tot de in bewaring gegeven zaken heeft. Dit retentierecht kan, in het geval de kosten van de bewaring niet zouden zijn voldaan, ook aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] worden tegengeworpen. Dezelfde overweging geldt voor het gevorderde onder 6. Ook deze vordering zal worden toegewezen.

6.6.

De vordering om [eiser conventie/verweerder reconventie] te veroordelen nieuwe beslagen op (één van) de paarden te leggen wordt bij gebrek aan een wettelijke grondslag afgewezen. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding [eiser conventie/verweerder reconventie] te veroordelen om, in het geval hij opnieuw verlof verzoekt voor conservatoir beslag op (één van) de paarden, dit vonnis aan het verzoek te hechten.

6.7.

Toewijzing van het gevorderde in reconventie onder 8 en 9 staat haaks op het vonnis, waarin immers voor recht is verklaard dat [eiser conventie/verweerder reconventie] gerechtigd is de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . als zijn eigendom op te vorderen. Ook bovenstaande overwegingen ten aanzien van de overige vorderingen in reconventie leiden ertoe dat voor toewijzing van de vorderingen in reconventie onder punt 8 en 9 geen grond bestaat. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor het treffen van enige andere voorlopige voorziening en zal de vordering onder 10 dan ook afwijzen.

6.8.

Nu de vorderingen in reconventie deels worden toegewezen geldt dat beide partijen deels in het ongelijk gesteld zijn, zodat de proceskosten tussen hen gecompenseerd worden.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

In conventie:

7.1.

gebiedt [gedaagde conventie/eiser reconventie] om binnen twee dagen nadat:

hem het bedrag van GBP 196.979,39 of de tegenwaarde daarvan in Euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 zal zijn voldaan zodanig dat hij daarvoor kwijting heeft moeten geven, en aan hem zekerheid is gesteld door middel van een bankgarantie van een Nederlandse bank op de gebruikelijke voorwaarden voor het meerdere bedrag tot

€ 600.000,- het gelegde conservatoir verhaalsbeslag op de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] en [paard 4] . op te heffen en te gehengen en gedogen dat [naam stalhouder 2] deze paarden met de daarbij behorende paarden-paspoorten aan [eiser conventie/verweerder reconventie] afgeeft,

7.2.

veroordeelt [gedaagde conventie/eiser reconventie] tot betaling van een dwangsom aan [eiser conventie/verweerder reconventie] van

€ 5.000,- per dag of gedeelte daarvan dat hij niet voldoet aan het onder 7.1 bepaalde;

7.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde;

7.4.

compenseert de kosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

In reconventie:

7.5.

heft op het door [eiser conventie/verweerder reconventie] gelegd conservatoir beslag tot afgifte op het paard [paard 5] en de op dit paard uitgeoefende gerechtelijke bewaring door [naam stalhouder 2] en veroordeelt [eiser conventie/verweerder reconventie] eraan mee te werken dat dit paard binnen een week na de datum van dit vonnis aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] of aan een door [gedaagde conventie/eiser reconventie] aan te wijzen persoon wordt afgegeven;

7.6.

veroordeelt [eiser conventie/verweerder reconventie] tot betaling van een dwangsom aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] van

€ 5.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet mee werkt aan het in 7.5. bepaalde;

7.7.

veroordeelt [eiser conventie/verweerder reconventie] tot betaling van de (achterstallige) kosten en tot tijdige betaling van de nog te vervallen kosten voor de bewaarneming door [naam stalhouder 2] tot aan de dag dat (het) paard(en) uit de bewaring wordt cq worden afgegeven;

7.8.

veroordeelt [eiser conventie/verweerder reconventie] tot betaling van een dwangsom aan [gedaagde conventie/eiser reconventie] van

€ 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet mee werkt aan het in 7.7. bepaalde;

7.9.

bepaalt dat [eiser conventie/verweerder reconventie] , indien hij opnieuw conservatoir beslag wenst te leggen op (één van) de paarden [paard 1] , [paard 2] , [paard 3] , [paard 4] . en/of [paard 5] , een afschrift van dit vonnis overlegt bij het alsdan door hem in te dienen verzoekschrift;

7.10.

veroordeelt [eiser conventie/verweerder reconventie] een dwangsom te betalen van € 100.000,- per in beslag genomen paard in het geval hij niet voldoet aan het in 7.9. bepaalde;

7.11.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.12.

wijst het meer of anders gevorderde af;

7.13.

compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2017.