Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:836

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
17-02-2017
Zaaknummer
01/880698-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan een reeks van oplichtingen c.q. diefstallen. Zij hebben hun hoogbejaarde slachtoffers steeds benaderd met een zogenaamde babbeltruc, waarna zij toegang kregen tot de woning van deze slachtoffers en zo geld en/of goederen konden aftroggelen of zelf konden wegnemen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met onder meer de voorwaarden van toezicht van de reclassering en het volgen van een cursus cognitieve vaardigheden. Voorts moet verdachte de schade van een aantal slachtoffers vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/880698-15

Datum uitspraak: 17 februari 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte ] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 februari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 mei 2016.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 3 februari 2017 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 04 december 2015 te Deurne, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [slachtoffer 1] hardhandig werd vastgepakt en/of op een stoel werd geduwd en/of de armen op haar rug werden bewogen en/of vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer 1] dreigend werd gezegd: "Blijf rustig zitten want ik heb er al twee vermoord. Ik heb al twee jaar in de gevangenis gezeten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 04 december 2015 te Deurne, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, met zijn mededader, althans alleen, de woning van die (hoogbejaarde) [slachtoffer 1] aan de [adres slachtoffer 1] ongevraagd is binnengegaan en/of in die woning die [slachtoffer 1] stevig en/of hardhandig heeft vastgepakt en/of in/op een stoel geduwd en/of gedrukt en/of de armen van die [slachtoffer 1] op haar rug heeft gedaan en/of die [slachtoffer 1] stevig bij de armen heeft vastgehouden en/of (daarbij) gezegd: "Blijf rustig zitten want ik heb er al twee vermoord. Ik heb al twee jaar in de gevangenis gezeten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Je hebt nog meer geld, want dat heb ik woensdag gezien" en/of die woning heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [slachtoffer 1] hardhandig werd vastgepakt en/of op een stoel werd geduwd en/of de armen op haar rug werden bewogen en/of vastgehouden en/of tegen die [slachtoffer 1] dreigend werd gezegd: "Blijf rustig zitten want ik heb er al twee vermoord. Ik heb al twee jaar in de gevangenis gezeten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

[incident 1, aangifte pag. 40]

(artikel 312 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 19 november 2015 te Nuenen, gemeente Nuenen Ca, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 240 tot 340 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 2] ( [verblijfadres slachtoffer 2] ) aangebeld en/of zich aan die [slachtoffer 2] voorgesteld als [verdachte ] , zoon van de buurman, en/of tegen die [slachtoffer 2] verteld dat zijn vader (buurman) de verkeerde brandstof had getankt en/of daardoor 740 euro moest betalen aan de ANWB om de auto te reinigen en/of ze te weinig geld bij zich hadden om de ANWB-rekening te kunnen betalen, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

[incident 3, aangifte pag. 180]

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 19 november 2015 te Asten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen uit de woning [verblijfadres slachtoffer 3] een gouden horloge en/of een geldbedrag van 75 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

[incident 5, aangifte pag. 185]

(artikel 311/310 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 20 november 2015 te Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 240 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 4] ( [verblijfadres slachtoffer 4] ) aangebeld en/of zich aan die [slachtoffer 4] voorgesteld als medewerker(s) van de stadswacht en/of zich daarbij gelegitimeerd met een pasje en/of tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat er in de buurt veel werd ingebroken en/of hij/zij daarom kwam(en) controleren en/of het in de woning aanwezige geld kwam(en) scannen voor de verzekering, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

[incident 6, aangifte pag. 189]

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op of omstreeks 25 november 2015 te Best, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 150 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 5] ( [verblijfadres slachtoffer 5] ) aangebeld en/of zich aan die [slachtoffer 5] voorgesteld als de neef van de buurvrouw en/of tegen die [slachtoffer 5] verteld dat de buurvrouw de verkeerde brandstof had getankt en/of daardoor 400 euro moest betalen om die brandstof uit de auto te laten verwijderen en/of de buurvrouw daarvoor geld nodig had, waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

en/of

hij op of omstreeks 25 november 2015 te Best, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 250 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [slachtoffer 5] werd geduwd om de vluchtweg via/naar de voordeur vrij te maken;

[incident 7, aangifte pag. 193]

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op of omstreeks 25 november 2015 te Schijndel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 70 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 6] ( [verblijfadres slachtoffer 6] ) aangebeld en/of zich, nadat die [slachtoffer 6] daarnaar had gevraagd, aan die [slachtoffer 6] voorgesteld als de zoon van de buren en/of tegen die [slachtoffer 6] verteld dat hij zonder benzine stond en/of gevraagd of hij daarom geld kon lenen, waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

[incident 8, aangifte pag. 206]

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op of omstreeks 27 november 2015 te Sleeuwijk, gemeente Werkendam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten enig geldbedrag, bij de woning ( [verblijfadres slachtoffer 7] van die [slachtoffer 7] heeft aangebeld en/of tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd dat ze van de politie waren en/of die [slachtoffer 7] (daarbij) een pasje als legitimatie heeft getoond en/of die [slachtoffer 7] heeft gevraagd om het geld dat zij bij de bank had opgenomen af te geven en gezegd dat ze dat later weer terug zou krijgen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[incident 10, aangifte pag. 211]

(artikel 326 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

8.

hij op of omstreeks 27 november 2015 te Zaltbommel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 325 euro, in elk geval enig geldbedrag, en/of een gouden armband en/of een gouden horloge en/of een gouden oorbel, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 8] ( [verblijfadres slachtoffer 8] ) zich aan die [slachtoffer 8] voorgesteld als politieambtena(a)r(en) in burger en/of zich daarbij gelegitimeerd met een rijbewijs op naam van [naam] en/of zich daarbij bediend van de naam [verdachte 3] , in ieder geval zich bediend van een valse identiteit, en/of tegen die [slachtoffer 8] gezegd dat haar woning op een lijst van inbrekers stond en/of daarbij een lijst met namen/adressen laten zien en/of gezegd dat zij, [slachtoffer 8] , dat geldbedrag en/of die armband en/of horloge en/of oorbel moest afgeven om te laten registreren en/of om te wisselen en/of te verzekeren, waardoor die [slachtoffer 8] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

[incident 11, aangifte pag. 220]

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

9.

hij op of omstreeks 27 november 2015 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 9] ( [verblijfadres slachtoffer 9] ) aangebeld en/of tegen die [slachtoffer 9] gezegd dat er iets mankeerde aan zijn scootmobiel en/of dat die [slachtoffer 9] een aanbetaling moest doen voor een nieuwe scootmobiel, waardoor die [slachtoffer 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

[incident 12, aangifte pag. 224]

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan de verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en vrijspraak bepleit van de onder feit 2 tot en met 9 ten laste feiten.

Het oordeel van de rechtbank.

i. De rechtbank stelt de navolgende feiten en omstandigheden vast.

Feit 1 (incident 2: 4 december 2015)

Op 4 december 2015 doet [slachtoffer 1] , wonende te [adresgegevens slachtoffer 1] , aangifte van een tweetal incidenten, te weten – kort gezegd – een babbeltruc op 2 december 2015 en een diefstal met geweld op 4 december 2015, die plaatsvond tussen 10.30 uur en 10.52 uur. Getuige [getuige] ziet op 4 december 2015 rond 11.00 uur in de straat vlakbij de plaats delict twee rennende mannen die in een grijze Mercedes met kenteken [kenteken 1] stappen. Deze auto blijkt een huurauto te zijn, die op de datum van het gepleegde delict werd gehuurd door verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij bij deze diefstal was betrokken samen met medeverdachte [medeverdachte] en dat medeverdachte een koevoet, die verdachte die ochtend samen met medeverdachte bij de Praxis te Eindhoven had gekocht, mee naar binnen had genomen maar aldaar had achtergelaten, en dat medeverdachte binnen in de woning de kabel van de telefoon had doorgesneden. De politie heeft bij onderzoek in de woning van [slachtoffer 1] in de slaapkamer een koevoet aangetroffen. Bij bemonstering van die koevoet werd DNA veiliggesteld. Het NFI heeft geconcludeerd dat er aanzienlijk statistisch bewijs is voor de veronderstelling dat het op de koevoet aangetroffen DNA afkomstig is van de medeverdachte.

Aangeefster [slachtoffer 1] verklaarde dat zij een van de daders - namelijk degene die de kabel van de telefoon had kapotgetrokken en die op haar slaapkamer was geweest - twee dagen eerder in haar woning had binnengelaten nadat deze aanbelde en zei dat hij van het gasbedrijf was en de gasleiding wilde controleren. Zij heeft toen € 500 aan hem gegeven vanwege diens toezegging een dag later terug te zullen komen voor het installeren van een vaatwasser en deze dader heeft vervolgens zelf nog € 1.000 uit een kast genomen. Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat aangeefster medeverdachte herkende als de man die twee dagen eerder bij haar was toen hij met hem op 4 december 2015 de woning van aangeefster binnentrad.

Uit de GPS-gegevens van de door verdachte gehuurde auto met kenteken [kenteken 1] blijkt dat deze auto zich op 4 december 2015 vanaf de verhuurlocatie nabij de [straat 1] te Eindhoven via de Tenierslaan alwaar de Praxis is gevestigd heeft verplaatst richting Deurne en dat het voertuig in de tijdspanne tussen 10:22 uur en in ieder geval 10:32 uur stilstaand op de [straat 2] in Deurne, dus in de directe omgeving van de plaats delict, is geweest.

Verder onderzoek naar door verdachte gehuurde auto’s leert dat hij vaker auto’s huurde en dat zulks ook het geval was op 2 december 2015. Op die datum had verdachte een huurauto met kenteken [kenteken 2] tot zijn beschikking. Uit de opgevraagde GPS-gegevens van dat voertuig blijkt dat deze auto op 2 december 2015 rond 15:14 uur op de [straat 2] te Deurne is geweest, dus, zoals gezegd, in de directe omgeving van de plaats delict aan [adresgegevens slachtoffer 1] .

Naast de GPS-gegevens van de gehuurde voertuigen, zijn ook telefoongegevens onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat twee telefoonnummers aan de medeverdachte kunnen worden toegeschreven, te weten het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het eerstgenoemde telefoonnummer wordt aan de medeverdachte toegeschreven via een analyse van de verkregen telefoongegevens in combinatie met gegevens uit politiesystemen. Het laatstgenoemde telefoonnummer wordt aan de medeverdachte toegeschreven op grond van de omstandigheid dat de simkaart met dat telefoonnummer zich bevond in een mobiele telefoon die tijdens doorzoeking van de verblijfplaats van medeverdachte aldaar werd aangetroffen en de omstandigheid dat bij doorzoeking van de woning van verdachte een briefje is gevonden waarop dit telefoonnummer stond geschreven met daarbij de vermelding van de naam “ [medeverdachte] ”, zijnde de voornaam van medeverdachte.

Uit een analyse van de historische printgegevens van het nummer [telefoonnummer 1] blijkt dat deze zowel op 2 als op 4 december 2015 rondom het tijdstip van de door aangeefster [slachtoffer 1] beschreven incidenten een mast aanstraalde op de [straat 3] te Deurne, zijnde een mast die vanaf de plaats delict aan [adresgegevens slachtoffer 1] kan worden aangestraald.

Intermezzo

Het onderzoek naar de incidenten op 2 en 4 december 2015 brengt de politie ertoe om de telefoongegevens en de ter beschikking gekregen gegevens van door verdachte gehuurde voertuigen verder te onderzoeken en te vergelijken met aangiften van soortgelijke strafbare feiten. Dat leidt tot de verdenking dat de verdachte zich samen met de medeverdachte aan meerdere zogenaamde babbeltrucs had schuldig gemaakt. Een aantal van die incidenten is op de tenlastelegging van de verdachten terecht gekomen. Niet alle incidenten op de tenlastelegging zullen door de rechtbank worden bewezenverklaard. Daar zal de rechtbank later de redenen voor opgeven. De hierna te bespreken incidenten acht de rechtbank ten aanzien van verdachte echter wel bewijsbaar.

Feit 4 (incident 6: 20 november 2015)

Aangeefster [slachtoffer 4] , wonende op de [verblijfadres slachtoffer 4] te Helmond, doet op 20 november 2015 aangifte van het feit dat zij omstreeks 17:00 uur is bestolen van een geldbedrag. Het ging om 2 mannen die zich uitgaven als Stadswacht, die vertelden dat er in de buurt veel werd ingebroken en dat ze het geld dat aangeefster even tevoren had gepind wilden scannen. Aangeefster geeft hen daarop een geldbedrag hetgeen zij in ontvangst nemen, zij scanden het geld met een telefoon en hebben uiteindelijk met het geld de woning verlaten.

Met aangeefster [slachtoffer 4] is een meervoudige fotoconfrontatie gehouden, waarbij zij verdachte [verdachte ] als één van beide personen heeft herkend.

Verder blijkt uit een analyse van de bakengegevens van het op die datum door [verdachte ] gehuurde voertuig met kenteken [kenteken 2] dat deze auto op de datum van het delict tussen 16:55 uur en 17:09 uur stil heeft gestaan op de [straat 4] te Helmond en dus in de directe omgeving van de plaats delict op een tijdstip die past bij de verklaring van aangeefster.

Uit een analyse van de historische telefonie gegevens blijkt dat het aan de medeverdachte toegeschreven telefoonnummer [telefoonnummer 2] synchroon loopt met de bewegingen van het door verdachte gehuurde voertuig.

Feit 7, 8 en 9 (incidenten 10, 11 en 12: 27 november 2015)

Aangeefster [slachtoffer 7] , wonende aan de [adresgegevens slachtoffer 7] , doet op 27 november 2015 aangifte van een poging tot oplichting met gebruik making van een babbeltruc door 2 personen. Deze personen kwamen rond 12:15 uur aan de deur, gaven zich uit als politieagenten en vroegen om het geldbedrag dat aangeefster had gepind. Getuigen die nabij aangeefster wonen verklaren dat zij twee mannen hadden gezien. Een van deze getuigen verklaart dat deze mannen in een kleine witte auto stappen.

Uit de bakengegevens van het op deze datum door medeverdachte [verdachte ] gehuurde voertuig met [kenteken 3] , zijnde een kleine witte Toyota Yaris, blijkt dat dit voertuig tussen 12:24 en 12:38 uur stil stond op de [straat 5] te Sleeuwijk, welke straat zich in de directe omgeving van de plaats delict bevindt.

Aangeefster [slachtoffer 8] , wonende aan de [verblijfadres slachtoffer 8] , verklaart dat zij na een babbeltruc op 27 november 2015 omstreeks 13:30 uur is bestolen van geld. Het betrof 2 personen die zich uitgaven als politieagenten, die zeiden dat aangeefster op een lijst van inbrekers zou staan, die het vervolgens door haar overhandigde geld scanden met een telefoon en uiteindelijk met medeneming van het geld en enkele sieraden de woning hebben verlaten.

Ook ten aanzien van dit incident kan worden vastgesteld dat het door [verdachte ] gehuurde voertuig [kenteken 5] in de directe nabijheid van de plaats delict is geweest ten tijde van het door aangeefster beschreven incident, te weten op 27 november 2015 tussen 13:37 uur en 14:01 uur op de [straat 6] te Zaltbommel.

Aangever [slachtoffer 9] , wonende aan het [verblijfadres slachtoffer 9] te Geldrop, doet op 27 november 2015 aangifte van diefstal van een geldbedrag van € 500,- na een babbeltruc door 2 personen omstreeks 16:30 uur die dag. Hij moest een aanbetaling doen voor de aanschaf van een nieuwe scootmobiel die wat zou mankeren. De mannen verlieten zijn woning met het geld en zijn niet meer teruggekomen.

Het voertuig [kenteken 5] blijkt blijkens de gevorderde bakengegevens op die datum tussen 16:23 uur en 16:41 uur stil te staan op de [straat 7] te Geldrop, dus in de directe omgeving van de plaats delict.

ii. In het dossier bevinden zich – naast de aangifte van [slachtoffer 1] ten aanzien van het incident op 4 december 2015 – aldus aangiften van vier andere oplichtingen door middel van zogenoemde babbeltrucs op 20 en 27 november 2015. Aan de hand van de verkregen verhuurgegevens heeft de rechtbank vastgesteld dat op de datum van deze incidenten telkens een door verdachte gehuurde auto zich op relevante tijdstippen bevindt in de directe omgeving als waar een oplichting werd begaan.

iii. Uit mastgegevens is gebleken dat de telefoon met nummer [telefoonnummer 2] , waarvan de rechtbank hiervoor heeft overwogen dat en waarom dit nummer aan de medeverdachte kan worden toegeschreven, zich op 20 november 2015 en 27 november 2015 verplaatste via een route waarin een omstreeks 17.00 uur gepleegde oplichting in Helmond (20 november 2015), een omstreeks 12.15 uur gepleegde oplichting in Sleeuwijk (27 november) en een omstreeks 16.30 uur gepleegde oplichting in Geldrop (27 november 2015) naadloos past.

iv. Verdachte heeft verklaard dat hij weliswaar degene was die de auto’s huurde maar dat hij dit deed op verzoek van medeverdachte en dat het in werkelijkheid de medeverdachte was die de auto’s in gebruik had. Deze verklaring vindt op dit punt bevestiging in de GPS-gegevens van de gehuurde auto’s, nu daaruit blijkt dat die auto’s zich in de vroege ochtend en tegen de nacht bevinden in de straat alwaar de medeverdachte in die periode verbleef. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in die periode een aantal keer met medeverdachte op pad is geweest om – zo kan diens verklaring uiteindelijk worden uitgelegd – met gebruikmaking van babbeltrucs aan geld te komen.

v. De rechtbank hecht geloof aan de verklaringen van de verdachte waar het zijn eigen betrokkenheid en de betrokkenheid van de medeverdachte bij het misdrijf van 4 december 2015 betreft, alsmede zijn verklaring omtrent het gebruik van de huurauto’s door voornamelijk medeverdachte, met name omdat zijn verklaring op dat essentiële punt steun vindt in andere bewijsmiddelen, zoals de GPS-gegevens van de huurauto’s en de mastgegevens van het eerder genoemde telefoonnummer. In het verlengde daarvan acht de rechtbank de verklaring van de verdachte ook geloofwaardig daar waar hij verklaart dat de medeverdachte ook wel eens alleen op pad is geweest met de huurauto en dus dat hij niet alle keren samen met de verdachte op pad is geweest.

vi. Dat betekent echter niet dat de rechtbank de verklaringen van de verdachte integraal geloofwaardig acht. Geconstateerd moet namelijk worden dat de verklaringen van de verdachte verre van volledig zijn en ook niet op alle punten betrouwbaar is gebleken. Zo acht de rechtbank de onderdelen van de verklaring van verdachte niet geloofwaardig waar het betreft de ontkenning van zijn betrokkenheid bij andere misdrijven dan de op 4 december 2015 te Deurne gepleegde diefstal en diens aandeel in het op 4 december 2015 te Deurne gepleegde geweld. De rechtbank verwijst daarvoor bijvoorbeeld naar het feit dat aangeefster [slachtoffer 4] de verdachte heeft herkend als één van de oplichters op 20 november 2015, terwijl de verdachte verklaart alleen bij het feit van 4 december 2015 en niet tenlastegelegde oplichtingen in Odiliapeel betrokken te zijn geweest. Ook de verklaring van de verdachte dat het altijd zijn medeverdachte was die aan de deur het woord voerde en dat hij altijd op enige afstand bleef wachten en nooit mee naar binnen ging, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Deze lezing vindt bovendien weerlegging in het feit dat hij bij aangeefster [slachtoffer 1] en aangeefster [slachtoffer 4] wél binnen in de woning is geweest.

vii. Alles overziend moet het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] meerdere keren op pad is geweest om met gebruik van babbeltrucs aan geld te komen, dat dit niet beperkt is gebleven tot het incident van 4 december 2015 en niet-tenlastegelegde incidenten in Odiliapeel maar dat het bij de tenlastegelegde incidenten, waar de aangever over 2 personen aan de deur praat, verdachte en zijn medeverdachte moet hebben betroffen. Daarbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat voor het bestaan van een andere persoon dan de verdachte, met wie de medeverdachte dergelijke oplichtingspraktijken uitoefende, uit het strafdossier geen aanknopingspunt is te vinden en onvoldoende aannemelijk is geworden. Dat verdachte vaak niet aan het door de slachtoffers gegeven signalement voldoet, is, gelet op het feit dat het zonder uitzondering om hoogbejaarde slachtoffers gaat die de signalementen opgaven nadat zij waren overrompeld door verdachte en zijn medeverdachte in wie zij bij aanvang nog vertrouwen hadden gesteld, een onvoldoende aanwijzing voor het bestaan van een andere mededader dan de verdachte.

viii. Al hetgeen hiervoor is overwogen en vastgesteld is redengevend voor het daderschap van de verdachte bij de misdrijven die zijn tenlastegelegd onder feit 1, 4, 7, 8, en 9. Kort samengevat: ten aanzien van feit 1 erkent de verdachte zijn betrokkenheid en de aangevers van feiten 4, 7, 8 en 9 reppen over twee personen die aan de deur kwamen.

Vrijspraak

De rechtbank acht hetgeen onder feit 2, 3, 5 en 6 is ten laste gelegd niet bewezen. De aangevers van deze misdrijven maken steeds melding van één persoon die aan de deur komt en zich ‘binnenpraat’ met een babbeltruc.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 wijzen de telefoongegevens in de richting van de medeverdachte en is er geen bewijs voor de conclusie dat verdachte daarbij aanwezig is geweest. Ten aanzien van de feiten 5 en 6 kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte die persoon was – het zou immers ook medeverdachte [medeverdachte] geweest kunnen zijn – en houdt het strafdossier onvoldoende bewijs in op grond waarvan de rechtbank verdachte als medepleger kan aanmerken. Het enkele door de officier van justitie gestelde feit dat, wat daar overigens verder van zij, verdachte en zijn mededader telkens samen op pad zouden zijn gegaan met de bedoeling om babbeltrucs toe te passen, is onvoldoende voor het bewijs van medeplegen. Weliswaar heeft dit feit betekenis voor de vraag in hoeverre het opzet bestond op de samenwerking bij het toepassen van een babbeltruc, maar zegt nog te weinig over het gewicht van de concrete bijdrage van de daders aan het delict. Met boos opzet op de babbeltruc, kan bijvoorbeeld ook nog steeds sprake zijn van medeplichtigheid. Het dossier houdt verder niets in omtrent vooraf door de daders gemaakte afspraken, verdeling van buit of iets anders dat een indicatie geeft voor het gewicht van de concrete bijdrage van de daders.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. op 04 december 2015 te Deurne, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 1] ,

en

op 04 december 2015 te Deurne, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 1] , met zijn mededader de woning van die (hoogbejaarde) [slachtoffer 1] aan de [adres slachtoffer 1] ongevraagd is binnengegaan en tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Je hebt nog meer geld, want dat heb ik woensdag gezien" en die woning heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [slachtoffer 1] hardhandig werd vastgepakt en op een stoel werd geduwd en de armen op haar rug werden bewogen en vastgehouden en tegen die [slachtoffer 1] dreigend werd gezegd: "Blijf rustig zitten want ik heb er al twee vermoord. Ik heb al twee jaar in de gevangenis gezeten".

4. op 20 november 2015 te Helmond, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 240 euro, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 4] ( [verblijfadres slachtoffer 4] ) aangebeld en zich aan die [slachtoffer 4] voorgesteld als medewerkers van de stadswacht en zich daarbij gelegitimeerd met een pasje en tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat er in de buurt veel werd ingebroken en zij daarom kwamen controleren en het in de woning aanwezige geld kwamen scannen voor de verzekering, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7. op 27 november 2015 te Sleeuwijk, gemeente Werkendam tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten enig geldbedrag, bij de woning ( [verblijfadres slachtoffer 7] van die [slachtoffer 7] heeft aangebeld en tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd dat ze van de politie waren en die [slachtoffer 7] daarbij een pasje als legitimatie heeft getoond en die [slachtoffer 7] heeft gevraagd om het geld dat zij bij de bank had opgenomen af te geven en gezegd dat ze dat later weer terug zou krijgen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8. op 27 november 2015 te Zaltbommel, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en valse hoedanigheid en door een door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 325 euro, en een gouden armband en een gouden horloge en een gouden oorbel, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk, bedrieglijk en in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 8] ( [verblijfadres slachtoffer 8] ) aangebeld en zich aan die [slachtoffer 8] voorgesteld als politieambtenaren in burger en zich daarbij gelegitimeerd met een rijbewijs op naam van [naam] en zich daarbij bediend van de naam [verdachte 3] , en tegen die [slachtoffer 8] gezegd dat haar woning op een lijst van inbrekers stond en daarbij een lijst met namen/adressen laten zien en gezegd dat zij, [slachtoffer 8] , dat geldbedrag en die armband en horloge en oorbel moest afgeven om te laten registreren en om te wisselen en te verzekeren, waardoor die [slachtoffer 8] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

9. op 27 november 2015 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500 euro, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - bedrieglijk en in strijd met de waarheid bij de woning van die [slachtoffer 9] ( [verblijfadres slachtoffer 9] ) aangebeld en tegen die [slachtoffer 9] gezegd dat er iets mankeerde aan zijn scootmobiel en dat die [slachtoffer 9] een aanbetaling moest doen voor een nieuwe scootmobiel, waardoor die [slachtoffer 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de

bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.(bijlage)

Ten aanzien van feit 1 t/m 9:

Een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis en met de bijzondere voorwaarden – kort gezegd – toezicht door de reclassering, een meldplicht en het volgen van een Covatraining.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe bepleit om de eis van de officier van justitie te matigen indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt. Verdachte heeft ruim drie maanden in voorarrest gezeten en heeft ook een beduidend mindere als ook een andere rol gehad dan zijn mededader. Daarnaast heeft verdachte een beperkt strafblad. Een straf gelijk aan het voorarrest met eventueel daarnaast een voorwaardelijke straf ligt meer in de rede.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan een reeks van oplichtingen c.q. diefstallen. Zij hebben hun slachtoffers – zonder uitzondering hoogbejaarde mensen – steeds benaderd met een zogenaamde babbeltruc, waarna zij toegang kregen tot de woning van deze slachtoffers en zo geld en/of goederen konden aftroggelen of zelf konden wegnemen. Zij hebben deze door hun hoge leeftijd kwetsbare personen kennelijk doelbewust als gemakkelijke prooi uitgekozen en hen op een geoefende en doortrapte wijze benaderd.

Een van de babbeltrucs is geëscaleerd in het binnendringen van de woning van een hoogbejaarde mevrouw teneinde aldaar geld weg te kunnen nemen. In die woning zijn verdachte en zijn mededader er niet voor teruggedeinsd om deze zeer kwetsbare mevrouw op een stoel te duwen, haar handen achter haar lichaam vast te houden en haar via bedreigingen te bewegen de vindplaats van het geld te vertellen. Het is aan het kordate handelen van het slachtoffer te danken geweest dat het bij het wegnemen van slechts een sleutelbos is gebleven.

Dit zijn buitengewoon ernstige feiten. Dergelijke feiten veroorzaken wegens het brutale karakter niet alleen gevoelens van intense verontwaardiging in de maatschappij maar kweken ook gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de doelgroep van oudere op zichzelf wonende personen in het algemeen. De verdachte heeft zich kennelijk louter laten leiden door financieel gewin, zonder er bij stil te staan dat door zijn optreden het vertrouwen in de medemens, van wie oudere mensen in toenemende mate afhankelijk zijn, ernstig heeft geschaad. De rechtbank neemt hierbij tevens in aanmerking dat de feiten steeds in de woning van de slachtoffers hebben plaatsgevonden, waardoor het gevoel van veiligheid dat een ieder – en oudere mensen te meer – in en rond zijn huis probeert te waarborgen, ernstig is geschaad. De woning is immers bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Daarnaast brengen dergelijke misselijk makende feiten voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee. Verdachte heeft zich van dit alles in het geheel niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven. De meermaals door de verdachte ter terechtzitting gemaakte opmerking dat hij respect heeft voor oudere mensen is in dit opzicht ronduit stuitend te noemen.

Verdachte heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Hoogbejaarde slachtoffers van dit soort ernstige feiten kunnen daar vaak psychisch nog lang last van houden en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit een schriftelijke slachtofferverklaring en de ter terechtzitting gegeven toelichting op enkele van de vorderingen van benadeelde partijen blijkt dat dit ook hier het geval is.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten werd veroordeeld.

De rechtbank is – alles afwegende – van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorarrest heeft doorgebracht en met daarbij oplegging van voorwaarden als na te noemen. De rechtbank heeft de ogen niet gesloten voor de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar is van oordeel dat deze ten opzichte van hetgeen hiervoor is overwogen onvoldoende gewicht in de schaal leggen om tot een andere strafoplegging te komen. Het verweer van de verdediging om bij het bepalen van de strafmaat in het voordeel van verdachte in het bijzonder rekening te houden met zijn detentie en mogelijk verlies van huisvesting, is voor de rechtbank -gelet op het vorenstaande- evenmin reden om tot een andersluidend oordeel te komen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank bij het opleggen van de straf uitgaat van minder bewezenverklaarde feiten en zij van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partijen:

Beoordeling

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . (feit 1)

De rechtbank acht de vordering wat betreft de geleden immateriële schade als rechtstreeks gevolg van het incident op 4 december 2015 (incident 2) en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid toewijsbaar tot het gevorderde bedrag van € 800,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze ziet op het op 2 december 2015 (incident 1) weggenomen geldbedrag, aangezien de verdachte niet voor dit incident wordt veroordeeld.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale immateriële schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] . (feit 4)

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] . (feit 8)

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] . (feit 9)

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] . (feit 5)

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken voor het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] . (feit 6)

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

Beslag. De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen geld ten bedrage van € 377,71 moet worden teruggegeven aan de verdachte, aangezien aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring niet wordt voldaan. In het bijzonder niet omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat dit geldbedrag geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van een van de bewezenverklaarde strafbare feiten is verkregen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 310, 312, 326.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

T.a.v. feit 2, feit 3, feit 5 en feit 6:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

T.a.v. feit 1, feit 4, feit 7, feit 8 en feit 9:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1: diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen T.a.v. feit 4: medeplegen van oplichting T.a.v. feit 7: medeplegen van poging tot oplichting T.a.v. feit 8: medeplegen van oplichting T.a.v. feit 9: medeplegen van oplichting verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straf en maatregel

T.a.v. feit 1, feit 4, feit 7, feit 8, feit 9:

Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2

Jaren

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;

- dat veroordeelde een GI-RN Cognitieve Vaardigheden plus cursus zal volgen;

- dat veroordeelde zich binnen twee dagen na het onherroepelijk zijn van het vonnis tussen 09.00 uur en 12.00 uur telefonisch zal melden bij Reclassering Nederland met telefoonnummer 088 804 15 03, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij:

T.a.v. feit 1: Maatregel van schadevergoeding van EUR 800,00 subsidiair 16 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] , van een bedrag van EUR 800,= (zegge: achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis. Het bedrag betreft immateriële schadevergoeding. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 800,= (zegge: achthonderd euro) immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 4: Maatregel van schadevergoeding van EUR 200,00 subsidiair 4 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] ,van een bedrag van EUR 200,= (zegge: tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 150,= immateriële schadevergoeding en EUR 50,= materiële schadevergoeding . Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 4):

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 200,= (zegge: tweehonderd euro), te weten EUR 150,= immateriële schadevergoeding en EUR 50,= materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 8: Maatregel van schadevergoeding van EUR 1.425,00 subsidiair 24 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] , van een bedrag van EUR 1.425,=, (zegge: veertienhonderd vijf en twintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 1.250,= immateriële schadevergoeding en EUR 175,= materiële schadevergoeding.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] , van een bedrag van EUR 1.425,= (zegge: veertienhonderd vijfentwintig euro), te weten EUR 1.250,= immateriële schadevergoeding en EUR 175,= materiële schadevergoeding .

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 9: Maatregel van schadevergoeding van EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] , van een bedrag van EUR 500,= (zegge: vijfhonderd euro), materiele schadevergoeding bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 9] van een bedrag van EUR 500,= (zegge: vijfhonderd euro) materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

T.a.v. feit 5: Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 5] in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

T.a.v. feit 6: Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 6] in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Teruggave aan de verdachte van het inbeslaggenomene te weten een geldbedrag van

EUR 377,71.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. J.M.J. Denie, leden,

in tegenwoordigheid van Y.A.M. van Erp, griffier,

en is uitgesproken op 17 februari 2017.

Mr. Denie is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.