Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:633

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-02-2017
Datum publicatie
13-02-2017
Zaaknummer
01/879787-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op klaarlichte dag, samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval en aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van een 88 jaar oude man in diens woning, waarbij het slachtoffer een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar. Tevens wordt een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden ten uitvoer gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879787-16
Parketnummer vordering: 03/659442-13

Datum uitspraak: 13 februari 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [1985] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,

thans gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 november 2016 en 30 januari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 oktober 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 11 mei 2016 te [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (tot een totaalbedrag van euro 1300,- of daaromtrent) en/of sieraden, te weten een of meer gouden kettinkjes, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] (leeftijd 88 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de vuist met kracht in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of een revolver, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in diens rug heeft/hebben geduwd en/of geduwd gehouden en/of een deken over diens hoofd heeft/hebben gelegd en/of de polsen en/of benen van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden;

en/of

hij op of omstreeks 11 mei 2016 te [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (tot een totaalbedrag van euro 1300,- of daaromtrent) en/of sieraden, te weten een of meer gouden kettinkjes, in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] (leeftijd 88 jaar), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de vuist met kracht in diens gezicht heeft/hebben geslagen en/of een revolver, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in diens rug heeft/hebben geduwd en/of geduwd gehouden en/of een deken over diens hoofd heeft/hebben gelegd en/of de polsen en/of benen van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden;

2.

hij op of omstreeks 11 mei 2016 te [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] (leeftijd 88 jaar) in diens woning ( [adres 2] aldaar) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en / of beroofd gehouden, door tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen, voornoemde [slachtoffer] opzettelijk en wederrechtelijk te dwingen de trap op te lopen en/of een slaapkamer in te duwen en/of op een bed te zetten en/of een deken over het hoofd van die [slachtoffer] te leggen en/of die [slachtoffer] (vervolgens) met zijn polsen en/of benen vast te binden;

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 03/659442-13 is aangebracht bij vordering van 22 september 2016. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, d.d. 30 juli 2014. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Volgens de officier van justitie staat het vast dat de twee personen die in de buurt van de woning van het slachtoffer aan de [adres 2] te [gemeente 2] zijn gezien, ook de daders zijn van de diefstal met geweld in vereniging en de wederrechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft ten aanzien van het ten laste gelegde geconcludeerd tot vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank. 1

De rechtbank bespreekt het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde gezamenlijk, gelet op de samenhang van deze feiten.

Bewijsmiddelen.

Op 11 mei 2016 heeft de 88-jarige [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1928 te [geboorteplaats 2] , aangifte gedaan van diefstal met geweld in vereniging en van wederrechtelijke vrijheidsberoving op die dag tussen 13.45 uur en 14.20 uur. Aangever heeft verklaard dat hij op 11 mei 2016 tussen 13.00 uur en 13.30 uur aanwezig was in zijn woning aan de [adres 2] te [gemeente 2] en dat opeens een hem onbekende man de woonkamer binnen kwam. De onbekende man zei tegen aangever: “Je moet mee naar boven en vlot”. De onbekende man sloeg aangever vervolgens met gebalde vuist in zijn gezicht, waardoor aangever pijn voelde aan de linkerzijde van zijn gezicht. Aangever omschrijft deze man als een getinte man, tegen de 30 jaar oud, iets groter van 1.80 meter en een stevig getraind postuur. De man had zwart haar en droeg een wit overhemd.

Aangever zag vervolgens enkele minuten nadat de eerste man de woning binnen kwam, dat een tweede onbekende man de woning binnen kwam. Aangever omschrijft de tweede man als een man met een donkerdere huidskleur dan de eerste man, gespierd, ongeveer 1.60 meter lang. De tweede man had een donkergrijze gebreide muts op, droeg een zwart jack, een donkere broek en hij had muisgrijze handschoenen aan met een fluorescerend geel (gelijkend op het geel van het nieuwe politie-uniform) embleem op de bovenkant.

Aangever heeft verklaard dat de tweede man een revolver in de rug van aangever zette en dat hij zei: “Vlug, vlug”. Aangever werd gedwongen de trap op te lopen, waarbij hij nog steeds met de revolver in zijn rug werd gedrukt. Aangever werd zijn slaapkamer in geduwd, op zijn bed gezet en door de tweede man werd een deken over zijn hoofd gegooid. De onbekende mannen riepen: “geld, geld”. De tweede man pakte de portemonnee van aangever af en gooide de mobiele telefoon van aangever in het nachtkastje. In de portemonnee van aangever zat € 300,- contant geld, een identiteitskaart en een pasje van de Gamma. Op het moment dat aangever wilde opstaan werd hij meteen met gebalde vuist in zijn gezicht geslagen, waardoor hij pijn ondervond. Aangever denkt dat hij wel drie of vier keer is geslagen door de tweede man. Nadat de deken van aangever werd getrokken, probeerde aangever op te staan, maar hij werd meteen weer terug geduwd. De eerste man bond de polsen en benen van aangever vast met tie-wraps, waardoor aangever pijn ondervond. De tie-wraps werden strak aangetrokken, waardoor aangever zich niet meer vrij kon bewegen. De tweede man brak de mobiele telefoon van aangever doormidden voordat hij wegging. Beide mannen vluchtten de slaapkamer uit. Nadat de beide onbekende mannen waren vertrokken is aangever naar het openstaande slaapkamerraam gelopen en heeft hij om hulp geroepen. Na een tijdje werd aangever door zijn buurvrouw [getuige 1] bevrijd. Aangever had in het nachtkastje een geldbedrag van € 1.000,- liggen, dat was weggenomen. Ook zijn twee gouden kettinkjes van de overleden vrouw van aangever door de onbekende mannen weggenomen.2 Foto’s van het letsel van aangever zijn in het dossier gevoegd.3

Later heeft aangever nogmaals verklaard dat de twee onbekende mannen een geldbedrag van € 1.000,- en geldbedrag van € 300,- en twee gouden kettinkjes van zijn overleden vrouw uit zijn slaapkamer hebben weggenomen.4

Uit de medische informatie van aangever [slachtoffer] blijkt dat hij als gevolg van de overval in zijn woning op 11 mei 2016 blauwe plekken in het aangezicht, een wondje aan de linker oorschelp en blauwe plekken aan de onderarmen heeft opgelopen. Verder is gebleken dat aangever erg emotioneel, psychisch aangedaan was toen hij werd onderzocht op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis Bernhoven te Uden.5

[getuige 1] heeft onder meer verklaard dat zij op 11 mei 2016 iemand hoorde roepen, wat op haar paniekerig overkwam. Getuige zag en hoorde dat haar buurman “ [slachtoffer] ” van [adres 2] te [gemeente 2] naar een andere buurvrouw “ [getuige 2] ” riep. Getuige hoorde dat die buurman riep dat hij was vastgebonden met tie-wraps en dat hij was overvallen. Getuige zag dat de buurman met beide armen vooruit, voor het raam stond en dat zijn handen waren vastgebonden. Getuige merkte dat buurvrouw [getuige 2] ook reageerde op de buurman, hoorde haar stem en het werd haar duidelijk dat [getuige 2] met de politie belde. Getuige ging naar de voordeur van de woning van deze buurman, maar die was geheel afgesloten. Vervolgens is getuige via de brandgang achterom via de openstaande achterdeur de woning van de buurman binnen gegaan. Getuige zag dat er zwarte tie-wraps om de armen en benen van de buurman zaten. Getuige heeft de tie-wraps losgeknipt en op de eettafel in de woonkamer neergelegd.6

[getuige 2] heeft onder meer verklaard dat ze op 11 mei 2016 omstreeks 14.00 uur hoorde dat haar buurman [slachtoffer] van [adres 2] te [gemeente 2] aan het roepen was: “ [getuige 2] , [getuige 2] , bel de politie”. Getuige hoorde dat [slachtoffer] riep: “Ik ben overvallen”. Ze zag dat [slachtoffer] zijn handen uit het open raam stak en ze zag dat zijn handen vastgebonden waren en dat er iets zwarts om zijn armen zat, volgens haar tie-wraps. Getuige heeft direct de politie gebeld en het voorval gemeld. Getuige is achterom via de brandgang naar de achterzijde van de woning van de buurman gegaan. In de woning zag getuige dat een andere buurvrouw al in de woning van de buurman was, dat zijn handen niet meer vastgebonden waren en dat er enkele tie-wraps op de eettafel in de woonkamer lagen. Getuige verklaart verder dat zij de volledig afgesloten voordeur van het slot heeft gedaan, zodat de familie naar binnen kon.7

In de eerste bevindingen ter plaatse beschrijft de politie dat volgens aangever [slachtoffer] de beide daders donkergrijze handschoenen met een geel embleem bovenop droegen.8

[getuige 3] heeft onder meer verklaard dat hij op 11 mei 2016 rond 13.30 uur twee jongens zag lopen vanuit de richting van de Kromstraat en in de richting van de [adres 2] . Hij had deze jongens nooit eerder in de straat gezien. De twee jongens keken om zich heen en ze keken ook met name naar hem en waar hij mee bezig was. Getuige vond dat opvallend. Getuige omschrijft de jongens als volgt:

Man 1:

Getint, lengte 1.70 tot 1.75 meter, leeftijd 20 tot 30 jaar oud, postuur gemiddeld/normaal, bol gezicht, donkerblond tot zwart haar en wat krullen tot in de nek.

Man 2:

Donkerder getint, lengte 1.75 tot 1.85 meter, leeftijd 20 tot 30 jaar, postuur iets tengerder/smaller dan man 1. Smaller gezicht. Zwart haar, kort en wat steiler.

Volgens getuige had één van de twee mannen een zonnebril op. Ze hadden een tas bij zich.9

[getuige 4] heeft onder meer verklaard dat hij op 11 mei 2016 tussen 14.00 uur en 14.30 uur een zwarte Volvo Station zag parkeren op het [adres 13] te [gemeente 2] . Getuige woont op de [adres 3] te [gemeente 2] . Getuige zag dat in ieder geval één man uitstapte aan de passagierszijde. Deze man had een zwarte huidskleur en een bol postuur. Nadat getuige via een app op zijn telefoon bericht kreeg van de overval op het slachtoffer, was de Volvo weg.10

In een nader verhoor heeft [getuige 4] onder meer verklaard dat de Volvo rond half twee of kwart voor twee parkeerde bij de flat op het [adres 13] . Uit de auto kwamen twee personen. Een van hen had een gehaakte muts, zo’n rasta geval maar dan grijs. Die man liep samen met een andere persoon uit de Volvo vanaf het [adres 13] de [adres 14] in. Het leek erop dat de donkere man van de twee, de negroïde persoon, iets achterin zijn broek stopte. De andere persoon had een wit bloesje aan. De mannen waren volgens getuige tussen de 20 en 30 jaar oud. Die donkere man met die muts vergeet getuige nooit meer, hij heeft getuige recht aan gekeken. De man had een grijs t-shirt aan, een grijze muts en een spijkerbroek.11

[getuige 5] heeft onder meer verklaard dat zij in de flat op het [adres 13] woont en dat zij op 11 mei 2016 voor 14.00 uur een glimmende auto zag parkeren, waaruit zij een blanke man zag uitstappen en dat zij kort daarna twee mannen zag lopen richting de [straat] , de blanke man en een donkere man, die opviel door zijn halflang neger haar of rasta haar en een petje op.12

[getuige 6] heeft onder meer verklaard dat zij op 11 mei 2016 rond 13.45 uur voor haar woning aan de [adres 4] te [gemeente 2] twee mannen voorbij zag lopen uit de richting van de [straat] te [gemeente 2] . Een van de mannen hield een zwarte plastic koffer vast. De beide mannen liepen haar woning voorbij en gingen de brandgang naast haar woning in. Deze brandgang komt uit op de [adres 2] te [gemeente 2] . Ongeveer vijf minuten later zag ze beide mannen wederom langs haar woning lopen in de richting van de [straat] en binnen twee minuten waren beide mannen weer terug en liepen zij weer voor haar woning langs, de brandgang in. Ongeveer vijf minuten daarna zag ze beide mannen weer vanuit de richting van de brandgang komen en zag ze dat beide mannen met versnelde pas langs haar woning liepen in de richting van de [straat] . Op dat moment hadden de mannen geen zwarte koffer meer bij zich, maar had een van hen een grote grijze linnen tas over zijn schouder hangen. Getuige omschrijft de beide mannen als volgt:

Man 1 met koffer:

Licht getint, 1.70 – 1.75 meter lang, gezet postuur, kort golvend haar tot in de nek, bol gezicht.

Man 2:

Negroïde, 1.65 – 1.70 meter lang, opvallende beige/kaki soort muts op zijn hoofd met een grote bol in de nek. Getuige verklaart dat zij weet dat negroïde mannen met lang rasta haar dit soort mutsen gebruiken om hun haar in te stoppen.

Later hoorde getuige rond 14.45 uur dat haar achterbuurman van de [adres 2] te [gemeente 2] was overvallen.13

[getuige 7] heeft onder meer verklaard dat zij op 11 mei 2016 zag dat een zwarte auto vanuit de [straat] de straat in kwam en parkeerde tegenover de flat, in een parkeervak. Twee mannen stapten uit de auto. Getuige heeft een foto gemaakt toen ze bij de auto wegliepen en ze heeft een foto gemaakt toen de twee mannen terug kwamen bij de auto, rond kwart voor twee. Getuige heeft de foto’s gemaakt omdat de mannen niet in de buurt pasten. De mannen liepen weg in de richting van de [adres 14] . Toen de mannen vanuit de richting van de [straat] weer bij de auto terug waren ging de zwarte man voorin op de passagiersstoel zitten en die andere man deed een paar minuten iets in de kofferbak van de auto. Daarna kwam de zwarte man uit de auto en ging hij naar de andere man bij de kofferbak toe. Daarna zijn ze allebei ingestapt en zijn de mannen weggereden, de Kromstraat in. De zwarte man had een muts op waar nog ruimte in zat, zo’n muts waar wel eens dreadlocks onder kunnen zitten. Hij had een grijs t-shirt aan. De zwarte man was kleiner dan de blanke man. Getuige schat de zwarte man tussen de 20 en 30 jaar oud.

De blanke man droeg een wit shirt of hemdje en hij was langer dan de zwarte man. Getuige schat de blanke man iets ouder dan 30 jaar. De blanke man was de bestuurder van de auto.

[verbalisant 1] heeft op 18 mei 2016 de camerabeelden van de camera aan de [adres 14] 20 te [gemeente 2] bekeken en hij zag twee mannen van rechts in beeld komen lopen die hij heeft omschreven als:

Man 1:

Opvallend gespierd bovenlichaam, donker kort haar, ongeveer 180 à 185 centimeter lang, licht getinte huidskleur.

Zwarte zonnebril. Wit t-shirt. Een vlak vanuit de nek naar de schouders in een punt iets donkerder van kleur.

Kaki/groene lange broek met op linker bovenbeen een zak met flap. Donkere schoenen met licht kleurige rand om de zool. Aan linkerhand een zwarte armband of horloge.

Ik zag dat hij tijdens het lopen zijn rechter arm stil naast zijn lichaam droeg. Leek alsof hij iets klem hield tussen zijn elleboog en heup. Hij hield zijn onderarm horizontaal.

Man 2:

Opvallend gespierd bovenlichaam, liep opvallend met de borst vooruit. Zeer donker getinte huidskleur, ongeveer 10 a 20 cm kleiner dan man 1. Donkere muts cq haarnetje, iets lichter van kleur dan zijn huid. De muts cq haarnetje stond bol alsof hij was gevuld met haar.

Grijs shirt met lange mouwen en een lichte band aan de onderkant. Blauwe spijkerbroek. Donkere schoenen met lichte rand om de zool. Ik zag dat hij een opvallend loopje had, alsof hij kreupel liep of een klein hupje maakte tijdens zijn loop.14

[verbalisant 2] heeft voornoemde beelden ook bekeken en zij relateert dat twee personen die al eerder zijn omschreven van rechts naar links in beeld kwamen gelopen. Het betreft de persoon met donker uiterlijk en de persoon met blank uiterlijk, werkelijke tijd: 13.28.53 uur.

Zij zag een zwarte Volvo van rechts in beeld komen rijden. Tijdstip 13.37.04 uur.

Van de Volvo en van de twee personen zijn printscreens genomen. Zij ziet dat de bestuurder van de auto, de Volvo, een wit shirt met korte mouwen draagt.15

[verbalisant 3] van politie Eenheid Limburg heeft per mail een bestand met bewegende beelden ontvangen van collega [verbalisant 4] . Op de beelden zijn twee lopende mannen te zien, waarvan één is gekleed in een wit t-shirt. Deze man is wat langer dan de andere man. De man met het witte t-shirt herkent verbalisant als de haar ambtshalve bekende [medeverdachte] , geboren op [1987] te [geboorteplaats 1] , wonende aan de [adres 6] te [woonplaats] , gemeente [gemeente 1] . Ze herkent verdachte [medeverdachte] aan zijn houding, postuur en loop.16

Door de verbalisant werden de videobeelden waarop de vermoedelijke verdachten van de woningovervaller stonden gemaild naar collega [verbalisant 4] van de politie eenheid Limburg. [verbalisant 4] berichtte de verbalisant dat de persoon op de beelden staande bij de kofferbak van de Volvo V50, vermoedelijk [medeverdachte] betreft.17

De verbalisanten hebben in Blueview in de processen van 2016 gezocht naar een Volvo V50. Ze hebben een proces gevonden waarin sprake is van een zwarte Volvo V50 met het [kenteken] . Dit voertuig stond onder andere gekoppeld aan (als inzittende aangetroffen) [verdachte] . Deze persoon zou vuurwapengevaarlijk zijn. De keren dat [verdachte] als inzittende van de Volvo V50 werd gezien, was hij steeds vergezeld van [medeverdachte] , die steeds als bestuurder van dat voertuig optrad.

Een recente verdachtenfoto werd aangetroffen van verdachte [verdachte] . Deze persoon vertoonde erg veel gelijkenis met de op de videobeelden waargenomen vermoedelijke verdachte van de woningoverval aan de [adres 2] in [gemeente 2] .

Meest voorname contact van verdachte [verdachte] bleek [medeverdachte] te zijn. Het voertuig, de Volvo V50, staat op naam van de vader van [medeverdachte] , de heer [persoon 1] .

Tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 7] te [woonplaats] op 20 juli 2016, waar verdachte [verdachte] verbleef en werd aangehouden, werd onder meer een Samsung tablet aangetroffen en in beslag genomen.18 Uit onderzoek naar de gegevens op deze tablet bleek dat op 29 april 2016 tussen 20.11.46 uur en 20.37.10 uur via de browser Chrome van Google werd gezocht op onder andere de zoekwoorden ‘ [zoekwoorden] ’.19

Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] aan de [adres 6] te [woonplaats] werd onder meer een mobiele telefoon, een Apple Iphone, aangetroffen en in beslag genomen. Uit onderzoek naar de gegevens op deze Iphone bleek onder meer het volgende:

1. Op 5 mei 2016 te 15.41 uur werd via de browser Safari gezocht op: [gemeente 1] [gemeente 2] afstand.

Opm. bij deze tijd moet 2 uur worden opgeteld.

2. Op 11 mei 2016 te 13.45 uur werd via de browser Safari gezocht op: politieberichten

Opm. Bij deze tijd moet 2 uur worden opgeteld. Circa 1.45 uur na de overval werd er op deze gsm gezocht op politieberichten. Er werden geen andere dagen aangetroffen waarop werd gezocht op de term politieberichten.

3. Op 11 mei 2016 om 18.43.38 uur werd de website 112-nu.nl bezocht.

Opm. bij deze tijd moet 2 uur worden opgeteld. De betreffende website werd niet op andere dagen bezocht. Op de betreffende website kunnen actuele 112-meldingen worden bekeken.20

Op de dag van de doorzoekingen werd ook een auto aangetroffen, een Volvo V50 met het [kenteken] . In de kofferbak van deze auto werd een wapen aangetroffen.21

De vader van [medeverdachte] heeft onder meer verklaard dat voornoemde Volvo het merendeel in gebruik is bij [medeverdachte] , omdat die geen vervoer had en dat het in de Volvo aangetroffen TomTom navigatiesysteem niet van hem is. Hij heeft verder verklaard dat [medeverdachte] de Volvo voortdurend en al geruim tijd in gebruik heeft, zonder dat anderen daarvan gebruik maken.22

Tijdens de doorzoeking van de garagebox van de vader van [medeverdachte] werd onder meer een paar handschoenen, grijs-blauw met geel fluorescerende streep, aangetroffen en in beslag genomen.23 De vader van [medeverdachte] verklaarde daaromtrent dat hij die altijd meeneemt van zijn werk, thuis nog tig paar heeft liggen en dat hij daar ladingen van heeft.24

Tijdens het onderzoek in de Volvo V50 met het [kenteken] werd onder meer een TomTom navigatiesysteem aangetroffen en in beslag genomen.25 Uit de analyse van de gegevens in het geheugen van dit navigatiesysteem bleek het volgende:

- Als thuisadres stond vermeld: [adres 8] te [woonplaats] , waar de oom van [medeverdachte] staat ingeschreven.

- Opvallende locaties. Onder het hoofdstuk locaties stonden 674 adressen ingevoerd, waaronder 2 in [gemeente 2] , te weten:

* Locatie 188: [gemeente 2] , [adres 9] ;

* Locatie 189: [adres 10] .26

Verbalisanten hebben de ARS gegevens bekeken met betrekking tot voornoemde Volvo en onderzoek gedaan naar de historische gegevens van de mobiele telefoons in gebruik bij [medeverdachte] , [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , en van de mobiele telefoon in gebruik bij verdachte [verdachte] , [telefoonnummer 3] .

Uit de ARS gegevens bleek dat de Volvo V50 met het [kenteken] in gebruik bij [medeverdachte] zich op de onderstaande data in de omgeving van [gemeente 2] bevond:

 5 5 mei 2016 te 21.27 uur. (Rijksweg A59, oprit 52 richting knooppunt Paalgraven) (zie ook pagina 348)

 5 11 mei 2016 te 14.04 uur. (Rijksweg A59, oprit 52 richting knooppunt Paalgraven). (zie ook pagina 349)

Uit de historische gegevens van voornoemde mobiele telefoons bleek het volgende.

  • -

    5 mei 2016 te 21.20 uur. Gsm in gebruik bij [medeverdachte] maakt gebruikt van zendmast [adres 11] te [gemeente 2] . Deze ligt op 50 meter van de plaats delict.

  • -

    5 mei 2016 te 21.38 uur. Gsm in gebruikt bij [medeverdachte] maakt gebruik van zendmast in Schaijk.

  • -

    Om 22.15 uur is hij weer in Maasbree en om 22.26 uur nabij verdachte [verdachte] , [adres 12] te [gemeente 1] .

  • -

    Om 22.38 uur: internetcontact met de gsm in gebruik bij verdachte [verdachte] .

  • -

    Om 23.20 uur: sms contact tussen de gsm in gebruik bij [medeverdachte] en de gsm in gebruik bij verdachte [verdachte] .

Op 5 mei 2016 heeft in de visie van de verbalisanten mogelijk een voorverkenning in de omgeving van de woning van het slachtoffer plaatsgevonden.

Op 11 mei 2016 heeft de overval in de woning van aangever [slachtoffer] plaatsgevonden.

  • -

    Van 10.29 uur tot 11.09 uur. Telefooncontacten tussen de gsm in gebruik bij verdachte [medeverdachte] en de gsm in gebruik bij verdachte [verdachte] , te [gemeente 1] .

  • -

    Van 12.47 uur tot 14.54 uur: de gsm in gebruik bij verdachte [verdachte] staat uit, voicemail.

  • -

    Om 14.00 uur: het tijdstip van de overval.

  • -

    Om 14.04 uur: de Volvo V50 is in de omgeving van [gemeente 2] (zie de ARS-gegevens).

  • -

    Om 15.07 uur: internetcontact met de gsm in gebruik bij verdachte [verdachte] , zendmast te [gemeente 1] , in de omgeving van de woning van verdachte [medeverdachte] .

  • -

    Om 15.35 uur: telefooncontact tussen de gsm in gebruik bij verdachte [verdachte] met de gsm in gebruik bij verdachte [medeverdachte] . Beiden stralen een zendmast aan nabij hun woning.

  • -

    Van 15.43 uur tot 23.59 uur: veel telefooncontact tussen de gsm in gebruik van verdachte [verdachte] en de gsm in gebruik bij verdachte [medeverdachte] , daarbij worden alleen telefoonmasten in de omgeving van [gemeente 1] en/of Tegelen aangestraald.27

In het dossier bevinden zich diverse tapgesprekken die er, in hun onderlinge verband en samenhang bezien, op kunnen duiden dat verdachte en medeverdachte [verdachte] vaker gezamenlijk criminele activiteiten ondernemen. Zij spreken in bedekte termen tegen elkaar over “iets simpels, dagelijkse kost, anderhalve kop de man, vijf erop klaar, dat ding, ik heb hem gewoon lekker gemaakt al, snap je wat ik bedoel? En jij hebt die genade klap gegeven… een mooi klassiek een-tweetje zo… hij zat zus en zo te kermen.”28

Bij het verhoor van verdachte [verdachte] heeft [verbalisant 5] opgemerkt dat verdachte sleept met zijn linkerbeen. Hij maakt hierover een opmerking tegen zijn eveneens aanwezige collega [verbalisant 1] , die zich dan zijn bevindingen van 18 mei 2016 herinnert omtrent het loopje van de getinte persoon die te zien was op de camerabeelden van de [adres 14] . Voor de aanvang van het volgende verhoor van verdachte [verdachte] confronteert [verbalisant 5] hem hiermee. Verbalisant constateert na afloop van het verhoor dat verdachte met zijn linkerbeen niet meer slepend liep.29

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 is de rechtbank van oordeel dat beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Alle getuigen verklaren over twee mannen, een getinte wat langere man in een wit shirt of (over)hemd en een donker getinte dan wel negroïde man die kleiner is dan de andere man en een grote (rasta-)muts op heeft, zo een die doorgaans mensen met dreadlocks dragen om hun haar in op te bergen. Ook de aangever verklaart dat de tweede man zo’n muts op had en dat de eerste man met het witte shirt of overhemd lichter getint was dan de tweede man. Tegen de ter plaatse gekomen verbalisanten verklaart aangever dat een van de daders muisgrijze handschoenen met iets - naar de rechtbank begrijpt: fluorescerend - geels erop droegen. Verbalisanten beschrijven dat aangever heeft verklaard dat de beide daders zulke handschoenen droegen.

Diverse getuigen hebben verklaard dat zij (de combinatie van) deze twee mannen hebben gezien in de directe omgeving van de [adres 2] te [gemeente 2] , waarbij [getuige 6] heeft verklaard dat deze mannen door de brandgang naast haar woning richting de [adres 2] zijn gelopen en zij later heeft gehoord dat haar achterbuurman door twee mannen is overvallen.

Op de foto’s in het dossier op de pagina’s 117 tot en met 139 zijn twee mannen te zien die qua uiterlijke verschijning passen in de door aangever en de getuigen beschreven personen. De rechtbank heeft de beide verdachten op de terechtzitting van 30 januari 2017 laten opstaan en toen bleek dat er een aanzienlijk verschil is in lengte tussen de beide verdachten, waarbij te zien was dat verdachte [medeverdachte] duidelijk groter is dan verdachte [verdachte] , hetgeen overeenkomt met de beschreven lengte van de daders en het lengteverschil tussen de 2 personen op de foto’s in het dossier. Verdachte [medeverdachte] wordt door [verbalisant 3] van de Eenheid Limburg ambtshalve herkend als de man met het witte shirt die op de foto’s te zien is.

De rechtbank betrekt hierbij ook de ARS gegevens betreffende de Volvo V50 in de periode van 1 april tot en met 26 mei 2016, die erop neerkomen dat de Volvo enkel op 5 en 11 mei 2016 in [gemeente 2] is gesignaleerd en de Tom Tom gegevens waaruit is gebleken dat de twee adressen die zijn ingevoerd in [gemeente 2] geen enkele relatie tot verdachte [medeverdachte] opleveren en verdachte [medeverdachte] hierover niet nader heeft willen verklaren.

Verder hebben verdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] veelvuldig telefonisch contact met elkaar, onder meer over ogenschijnlijk criminele bezigheden, en worden zij blijkens de onderzochte Blueview gegevens vaker samen gesignaleerd in de Volvo V50, waarbij verdachte [medeverdachte] de bestuurder is en verdachte [verdachte] de bijrijder.

De rechtbank kent ook gewicht toe aan het zoeken door verdachte [medeverdachte] op zijn mobiele telefoon op 5 mei 2016 naar de afstand [gemeente 1] - [gemeente 2] naar [gemeente 2] en op 11 mei 2016 1.45 uur na het tijdstip van de overval op ‘politieberichten’ en later die avond op de website

‘112-nu.nl’.

Betrokkenheid van verdachte [verdachte] blijkt verder uit het feit dat verdachte [verdachte] op 29 april 2016 via de website ‘google’ onder meer heeft gezocht met de zoekterm ‘ [zoekwoorden] ’, een adres waarmee verdachte [verdachte] geen enkele band heeft. Verdachte [verdachte] heeft hiervoor geen plausibele verklaring gegeven. Aan de omstandigheid dat de hiervoor gebruikte i-pad geen wachtwoord bevatte en de adressen ook door bezoekers van zijn woning konden zijn ingevoerd, zoals verdachte [verdachte] ter zitting heeft gesteld, kent de rechtbank minder gewicht toe, nu verdachte geen namen heeft willen noemen van de personen die op dit adres hebben gezocht en dit scenario ook overigens ongeloofwaardig is.

Ten slotte weegt de rechtbank mee dat twee verbalisanten onafhankelijk van elkaar en op verschillende tijdstippen hebben opgemerkt dat verdachte [verdachte] een bijzonder loopje heeft en dat verdachte dit loopje niet meer had nadat hij hiermee werd geconfronteerd. Verdachte noch medeverdachte [medeverdachte] heeft een verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid aldaar – op circa 80 km afstand van hun woonplaats – op dat moment.

Er zijn in het dossier geen aanwijzingen dat andere personen dan de beide verdachten rond het tijdstip van de overval in de nabijheid van de woning van het slachtoffer zijn waargenomen. Daarmee acht de rechtbank het volstrekt onaannemelijk dat twee andere personen dan de verdachten de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging en wederrechtelijke vrijheidsberoving hebben gepleegd.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] samen in de woning van aangever [slachtoffer] zijn geweest en aldaar samen de diefstal met geweld en de wederrechtelijke vrijheidsberoving hebben gepleegd. Gelet op de uit de bewijsmiddelen voortvloeiende nauwe en bewuste samenwerking, ook naar zijn uiterlijke verschijningsvorm, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van medeplegen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

ten aanzien van feit 1:

op 11 mei 2016 te [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (tot een totaalbedrag van euro 1300,- of daaromtrent) en sieraden, te weten een of meer gouden kettinkjes, toebehorende aan [slachtoffer] (leeftijd 88 jaar),

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen genoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader die [slachtoffer] meermalen met de vuist met kracht in diens gezicht heeft geslagen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in diens rug heeft geduwd en geduwd gehouden en een deken over diens hoofd heeft gelegd en de polsen en benen van die [slachtoffer] heeft vastgebonden;

ten aanzien van feit 2:

op 11 mei 2016 te [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] (leeftijd 88 jaar) in diens woning ( [adres 2] aldaar) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door voornoemde [slachtoffer] opzettelijk en wederrechtelijk te dwingen de trap op te lopen en een slaapkamer in te duwen en op een bed te zetten en een deken over het hoofd van die [slachtoffer] te leggen en die [slachtoffer] (vervolgens) met zijn polsen en benen vast te binden.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert ten aanzien van feit 1 en feit 2 een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek van het voorarrest en toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft vrijspraak en afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging bepleit en verder geen opmerkingen gemaakt met betrekking tot de strafmaat. De raadsman heeft verzocht de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich op klaarlichte dag samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval en aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van een 88 jaar oude man in diens woning. Dergelijke feiten zorgen voor angst en een gevoel van onveiligheid bij het slachtoffer dat zich juist in zijn eigen woning geborgen moet voelen. Het slachtoffer is daar echter op brutale wijze en met gebruikmaking van geweld overvallen en van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden. Bij deze overval is een aanzienlijk geldbedrag weggenomen, alsmede twee gouden kettinkjes van de overleden vrouw van het slachtoffer. Verdachte heeft het slachtoffer geslagen en heeft hem een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de rug geduwd en geduwd gehouden teneinde ervoor te zorgen dat het slachtoffer de trap op naar zijn slaapkamer ging, alwaar hij van zijn vrijheid werd beroofd en beroofd gehouden. Het slachtoffer werd gedwongen in zijn slaapkamer op het bed te blijven zitten en er werd een deken over zijn hoofd gegooid. Onderwijl werd door de medeverdachte de gehele bovenverdieping doorzocht op waardevolle spullen. Vervolgens werd het slachtoffer bij de polsen en benen vastgebonden met tie-wraps, waarna de beide verdachten de woning weer hebben verlaten.

De rechtbank weegt mee dat in het algemeen feiten als de onderhavige zorgen voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Daarbij komt dat verdachte eerder voor een soortgelijk feit werd veroordeeld en dat

verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming van langere duur op zijn plaats.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag. De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is dat veroordeelde geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 03/659442-13.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 33, 33a, 47, 57, 282, 310, 312.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1: Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Ten aanzien van feit 2: Medeplegen van:opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.Verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen.

Ten aanzien van feit 1, feit 2: Gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: - Samsung tablet in bruine hoes (voorwerpnummer OB1R016051_340104). Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten aan de rechthebbende: - Apple Ipad aan verdachte (voorwerpnummer OB1R016051_340103);

- haarnetje aan verdachte (voorwerpnummer OB1R016051_340121);

- mobiele telefoon merk Acer aan verdachte (voorwerpnummer OB1R016051_340122);

- geldbedrag van 2.050,- euro (voorwerpnummer OB1R016051_340109).

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling: Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Limburg, zittingsplaats Roermond, d.d. 30 juli 2014, gewezen onder parketnummer 03/659442-13, te weten:

Gevangenisstraf van 3 maanden.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, voorzitter,

mr. H.M. Hettinga en mr. A.M. Bossink, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 13 februari 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, Districtsrecherche ‘s-Hertogenbosch, proces-verbaal nummer OB1R016051-311, BVH nummer 2016104937, afgesloten d.d. 27 oktober 2016, aantal doorgenummerde bladzijden: 576.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina’s 191 tot en met 193.

3 Foto’s van het letsel van aangever, pagina’s 196 tot en met 205.

4 Proces-verbaal van verhoor van aangever, pagina’s 208 en 210.

5 Medische informatie over aangever [slachtoffer] , pagina 215.

6 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] , pagina’s 230 en 231.

7 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] , pagina’s 233 en 234.

8 Relaas proces-verbaal, pagina 7.

9 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] , pagina’s 220 en 221.

10 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] , pagina 222.

11 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] , pagina 225 tot en met 227.

12 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] , pagina 243.

13 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] , pagina’s 251 en 252.

14 Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [adres 14] 20 te [gemeente 2] , pagina 316.

15 Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [verbalisant 2] , pagina’s 320 tot en met 325.

16 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 326.

17 Proces-verbaal van bevindingen, ivm blueview Volvo V50, pagina’s 309 en 310.

18 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina’s 120 tot en met 122 en de kennisgeving van inbeslagname, pagina‘s 568 tot en met 570.

19 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 462 tot en met 482.

20 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 460 en 461.

21 Proces-verbaal van doorzoeking personenauto [kenteken] , pagina 68.

22 Proces-verbaal van verhoor van [persoon 1] , de vader van verdachte [medeverdachte] , pagina 286.

23 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina’s 66 en 67.

24 Proces-verbaal van verhoor van [persoon 1] , de vader van verdachte [medeverdachte] , pagina 284.

25 Proces-verbaal van doorzoeking personenauto [kenteken] , pagina’s 68 en 69.

26 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 458 en 459.

27 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 341 tot en met 345 en proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 346 tot en met 350.

28 Tapgesprekken, pagina’s 364, 366, 376, 380, 385, 387, 406 en 407.

29 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 414 tot en met 416.