Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:6307

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
01/880101-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met een ander 206 gram cocaïne via een postpakket in Nederland gebracht. Daarvoor wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 84 dagen met aftrek waarvan 66 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 80 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/880101-16

Datum uitspraak: 05 december 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1979] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 november 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 oktober 2017.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 21 november 2017 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2016 tot en met 25 juli 2016 te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 350 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval bevattende een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Overweging met betrekking tot de gebruikte bewijsmiddelen

Het standpunt van de verdediging.

Volgens de raadvrouw is er in casu sprake geweest van een gecontroleerde aflevering van 5 gram cocaïne. Nadat op Schiphol is geconstateerd dat er cocaïne in een postpakket uit Curacao zat is besloten dat een als DHL medewerker verklede politieman het pakket bij verdachte zou afleveren. Het pakket was voorzien van Track & Trace. Bij DHL is het pakket op zodanige manier beïnvloed dat het er voor de afzender op leek dat er niets aan de hand was. Op 21 juli 2016 heeft een politiemedewerker getracht het pakket af te leveren op het adres [adres 1] te Eindhoven. Dit is toen niet gelukt omdat op het adres niemand thuis bleek te zijn. Vervolgens heeft het openbaar ministerie besloten dat het onderzoek afgesloten was. Later deelde de Security Officer van DHL de politie mede dat de geadresseerde telefonisch contact had opgenomen met DHL omdat hij zijn pakket niet had ontvangen op het adres [adres 1] te Eindhoven. De Security Officer deelde mede dat geadresseerde had gevraagd of hij een nieuwe afspraak kon maken. Vanuit DHL is toen de afspraak gemaakt dat het pakket op 25 juli 2016 tussen 17.00 uur en 18.00 uur zou worden afgeleverd.

Als DHL deze tweede afspraak niet op eigen houtje had gemaakt zou verdachte het pakket nooit hebben aangenomen. DHL heeft verdachte door het maken van een tweede afspraak tot het plegen van het feit gebracht. Volgens artikel 126i Sv. had voor de pseudokoop of pseudodienstverlening de officier van justitie een bevel moeten afgegeven. Zowel voor de geplande levering op 21 juni 2016 als voor de uiteindelijke levering op 25 juni 2016 is geen bevel afgegeven. Doordat DHL op eigen houtje zonder bevel van de officier van justitie akkoord is gegaan met de aflevering op 25 juli 2016 heeft DHL verdachte gebracht tot het plegen van het feit. Door zonder de vereiste bevelen te handelen is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim.

Primair stelt de verdediging zich op het standpunt dat dit vormverzuim moet leiden tot bewijsuitsluiting van alle resultaten die zijn verkregen nadat het pakket bij de douane op Schiphol is ontdekt. Subsidiair is de verdediging van oordeel dat dit onherstelbaar vormverzuim tot strafvermindering moet leiden.

Het standpunt van de officier van justitie.

In de onderhavige zaak is sprake geweest van pseudodienstverlening. Dit was geen dienstverlening door een burger maar door een politieman. DHL heeft enkel kleding, een aftekenlijst en bordjes met het logo van DHL ter beschikking gesteld. Nadat op Schiphol was ontdekt dat er cocaïne in het postpakket zat hebben twee officieren van justitie toestemming gegeven voor een gecontroleerde aflevering. Nagelaten is om een bevel tot pseudekoop of pseudodienstverlening op te maken. Volgens artikel 126i derde lid Sv. had een dergelijk bevel wel moeten worden opgemaakt. In dat opzicht is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Het is niet zo dat verdachte door de pseudodienstverlener tot andere strafbare feiten is gebracht dan waarop verdachtes opzet was gericht. Het postpakket was immers geadresseerd aan ene [persoon 1] op het adres waar verdachte woonde. Door het vormverzuim is er geen onevenredige inbreuk gemaakt op de privacy van verdachte.

Het vormverzuim is niet van ernstige aard. Daarom kan de rechtbank het laten bij het constateren van het vormverzuim en hieraan geen verdere consequenties verbinden.

De officier van justitie verwijst naar een arrest van de Hoge Raad van 16 november 2010; ECLI:NL:PHR:2010:BO4125.

Het oordeel van de rechtbank.

Door het pakket met daarin cocaïne te laten afleveren door een als DHL medewerker verklede opsporingsambtenaar is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van pseudodienstverlening. De rechtbank is met de raadsvrouw en de officier van justitie van oordeel dat voor deze aflevering conform artikel 126i Sv. door een officier van justitie een bevel pseudodienstverlening had moeten worden afgegeven. Nu in de onderhavige zaak een dergelijk bevel niet is afgegeven is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim.

De rechtbank dient te beoordelen of aan dit vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. De rechtbank dient hierbij rekening te houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, met de ernst van het verzuim en met het nadeel dat door het vormverzuim wordt veroorzaakt.

De rechtbank stelt vast dat uit het strafdossier (blz. 39) blijkt dat twee officieren van justitie een gecontroleerde aflevering van het pakket wensten en daartoe een formulier hebben ondertekend. Uit het strafdossier blijkt dat verdachte voornemens was om een door [persoon 2] vanuit Curacao verzonden pakket met drugs in ontvangst te nemen. Nu de opzet van verdachte gericht was op het onder de naam van [persoon 1] op het woonadres van verdachte in ontvangst nemen van het pakket waarin drugs verborgen zaten is de rechtbank van oordeel dat de als DHL medewerker verklede politieman verdachte niet tot andere strafbare feiten heeft gebracht dan waarop zijn opzet was gericht. Tot slot blijkt uit het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting dat de persoonlijke levenssfeer van verdachte niet is geschonden. Op 21 juli 2016 is getracht het pakket af te leveren op het adres van verdachte maar die dag bleek dat verdachte niet thuis was. Vervolgens heeft verdachte zelf contact opgenomen met DHL en gevraagd of hij een nieuwe afspraak kon maken. Vanuit DHL is toen de afspraak gemaakt dat het pakket op 25 juli 2016 tussen 17.00 uur en 18.00 uur zou worden afgeleverd. Die datum is het pakket daadwerkelijk afgeleverd.

De verdediging heeft gesteld dat DHL op eigen houtje akkoord is gegaan met de aflevering op 25 juli 2016 en dat DHL verdachte heeft gebracht tot het plegen van het feit. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er in casu geen sprake is van een solistische actie van een medewerker van DHL of van opsporingsambtenaren die zich heeft onttrokken aan de regie van het openbaar ministerie. Zoals hiervoor overwogen hebben twee officieren van justitie op 19 en 20 juli 2016 een formulier gecontroleerde aflevering ondertekend en nadat een medewerker van DHL op verzoek van verdacht een nieuwe afspraak had gemaakt voor de levering van het pakket heeft een officier van justitie opdracht gegeven om op maandag 25 juli 2016 tussen 17.00 uur en 18.00 uur een gecontroleerde aflevering uit te voeren en om verdachte aan te houden. Uit het vorenstaande blijkt de levering zich niet heeft onttrokken aan de regie van het openbaar ministerie.

Het ontbreken van een bevel dienstverlening/pseudodienstverlening heeft, gelet op het vorenstaande, naar het oordeel van de rechtbank enkel het karakter van een administratieve misslag. Dat levert weliswaar een onherstelbaar vormverzuim op, maar niet een vormverzuim van ernstige aard. Nu er geen sprake is van een ernstig vormverzuim zal de rechtbank volstaan met het constateren van dit verzuim en hieraan geen verdere consequenties verbinden.

Bewijs

Inleiding.

Verdachte heeft op 25 juli 2016 in Eindhoven een postpakket inhoudende een hoeveelheid cocaïne in ontvangst genomen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 20 juni tot en met 25 juli 2016 samen met [persoon 2] 206 gram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte wist tot kort voor de aflevering niet dat er drugs in het postpakket zaten. Hij wist ook niet welke drugs er in het pakket zaten en hoeveel drugs er in het pakket zaten.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de rechter-commissaris bij de inverzekeringstelling en de inbewaringstelling heeft verdachte verklaard dat hij wist dat hij drugs zou gaan ontvangen en dat hij van [persoon 2] voor het aannemen van het pakket 400 euro zou krijgen. Niet relevant is of verdachte tevoren wist welke drugs er in het pakket zaten en dat de hoeveelheid drugs hem tevoren niet bekend was. Door het pakket waarin drugs waren verborgen in ontvangst te nemen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er een hoeveelheid cocaïne in het pakket was verborgen.

De bewijsmiddelen 1

A.

De hieronder vermelde inhoud van het eindproces-verbaal met nummer 2016162148 in het onderzoek Braunsbedra van de politie Eenheid Oost-Brabant:

(blz. 20 -21)

Bevindingen verbalisanten, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Tijdens een op dinsdag 19 juli 2016 ingestelde reguliere douanecontrole werd door ons, medewerkers van Douane West, in de loods van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM) afdeling Express & Postal Solution (EPS) te Schiphol een koerierszending (enveloppe) aangetroffen waarin onder andere vermoedelijke cocaïne (pasta) werd gevonden. Op dinsdag 19 juli 2016 is genoemde koerierszending inbeslaggenomen.

De enveloppe was bestemd voor: [persoon 1] , [adres 1] , [woonplaats] .

[telefoonnummer] , Nederland.

Afzender: [persoon 3] , [adres 2] , [land] .

(blz. 29 - 31)

Bevindingen verbalisant, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 19 juli 2016 is voormelde koerierszending op het kantoor van het CargoHarc-team te Schiphol aan [persoon 4] , werkzaam bij het CargoHarc-team, ten behoeve van nader onderzoek, overgedragen. Door [persoon 5] , werkzaam bij het CargoHarc-team, is een zogenaamd Meldingsformulier Verdovende Middelen(VM) opgemaakt

De hierboven genoemde koerierszending bestond uit een meerkleurige kartonnen enveloppe voorzien van pakketnummer: 7229942101. Door [persoon 5] is in aanwezigheid van [persoon 6] , beide werkzaam bij het CargoHarc-team, de koerierszending nader onderzocht. Na het openen van de meerkleurige kartonnen enveloppe zagen zij een witte enveloppe waarin zij met een mes een snede hebben gemaakt. Vervolgens zagen zij dat zich in de witte enveloppe een crème kleurige substantie bevond en roken zij een chemische lucht. Vervolgens heeft [persoon 5] een monster van de crème kleurige substantie genomen. Door [persoon 5] is, in aanwezigheid van [persoon 6] , het monster met behulp van een door ‘ [persoon 2] Rijkswege verstrekte en daartoe bestemde MMC-cocaïne test, getest. De gebruikte test gaf een positieve reactie, kleur blauw, zodat aangenomen mag worden dat de geteste stof vermoedelijke cocaïne bevat, een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet.

(blz. 33)

Bevindingen officieren van justitie, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Omdat de koerierszending geschikt is voor een gecontroleerde aflevering geven officieren van justitie hiervoor toestemming onder voorwaarde dat de zending onder voortdurende controle blijft van de regiopolitie Brabant Zuidoost.

(blz. 36)

Relaas [verbalisant 1] , zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 19 juli 2016 heb ik telefonisch contact gehad met de DHL. Ik heb aangegeven dat er een pakketje met van cocaïne was onderschept op Schiphol welke door de DHL vervoerd zou worden naar het adres [adres 1] te [woonplaats] . De afzender zou betreffen [persoon 3] , [adres 2] te [land] . De ontvanger zou betreffen [persoon 1] , [adres 1] te [woonplaats] . Door een medewerker van de DHL werd aangegeven dat hij dit pakketje in hun systemen kon zien en dat dit pakketje voorzien was van track & trace. Dit konden zij op een zodanige manier beïnvloeden zodat voor de afzender leek dat er niets aan de hand was. Verder was men bereid om DHL kleding, een aftekenlijst en kenmerkplaten voorzien van het logo van DHL (om achter het raam van de transportvoertuigen te leggen) beschikbaar te stellen aan de politie. De levering van het pakketje zou volgens DHL op donderdag 21 juli 2016 zijn. Tevens kon men zien dat het betreffende pakketje/enveloppe bij intake een totaalgewicht had van 453 gram.

(blz. 37)

Relaas verbalisanten, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Het betreffende pakketje is geprepareerd voor een gecontroleerde aflevering op donderdag 21 juli 2016. Afgesproken is dat 345 gram cocaïne uit het pakketje gehaald zal worden en dat er 5 gram zou achterblijven. De 345 gram cocaïne is vervangen door natte bloem. Het pakketje zal door een politieambtenaar op het adres [adres 1] te [woonplaats] afgeleverd gaan worden. Deze politieambtenaar zal als medewerker van de DHL gekleed worden en zal middelen van de DHL ter beschikking krijgen.

(blz. 52 – 54)

Bevindingen verbalisanten met betrekking tot forensisch sporenonderzoek, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Wij hebben het pakket met cocaïne pasta op 20 juli 2016 gewogen. Het totale pakket had ene gewicht van circa 360 gram. In het pakket zat o.a. het magazine “de Makelaar”. In de binnenzijde van het magazine zaten twee zwarte dicht gesealde plastic zakken. Deze twee zwarte dicht gesealde plastic zakken inclusief de drugs werden

gewogen. Deze wogen respectievelijk circa 122 gram en circa 124 gram. De drugs afzonderlijk wogen circa 206 gram. In een van de zakken werd circa 5 gram teruggeplaatst en het gewicht verder aangevuld met water en bloem om circa op het oorspronkelijke gewicht uit te komen. Circa 5 gram cocaïne pasta werd als monster veiliggesteld voor nader onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut. Dit monster werd gewaarmerkt met SIN AAHI7651NL en verzonden naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag .

(blz. 59 – 60)

Bevindingen rapporteur van het NFI, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Het monster met kenmerk AAHI7651NL bevat cocaïne. Cocaïne is vermeld op lijst 1 behorende bij de Opiumwet.

(blz. 39)

Relaas [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op donderdag 21 juli 2016 is getracht het pakketje af te leveren op het adres [adres 1] te [woonplaats] . Dit is niet gelukt daar op het adres kennelijk niemand thuis was. De voordeur werd niet geopend en niet zichtbaar was dat er iemand aanwezig was. Nadien deelde de Security Officer van DHL mede dat hij informatie had dat de geadresseerde (de zogenaamde heer [persoon 1] ) telefonisch contact had opgenomen met DHL dat hij zijn pakket niet had ontvangen op de [adres 1] te [woonplaats] . De geadresseerde vroeg of hij een nieuwe afspraak kon maken. Vanuit de serviceverlening van DHL is toen de afspraak gemaakt dat het pakket op maandag 25 juli 2016 tussen 17.00 uur en 18.00 uur zou worden afgeleverd. De officier van justitie gaf vervolgens opdracht om op maandag 25 juli 2016 tussen 17.00 uur en 18.00 uur een gecontroleerde aflevering uit te voeren en om verdachte aan te houden.

(blz. 40 – 41)

Bevindingen verbalisant, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op maandag 25 juli 2016 was ik omstreeks 17.00 uur belast met de observatie van de woning [adres 1] te [woonplaats] . Ik heb het volgende geconstateerd:

- Op maandag 25 juli 2016, omstreeks 17.17 uur liep een mij onbekende man over de bovenste galerij van de Galerijflat [adres 1] in de richting van de geobserveerde woning.

- Deze man was tussen de 30 en 35 jaar oud, had een bruine huidskleur, een normaal postuur en kort zwart haar.

- De man ging gekleed in een blauw shirt, voorzien van lange mouwen welke opgestroopt waren. Hij droeg een blauwe spijkerbroek.

- De man voldeed aan de uiterlijke kenmerken, zoals ik, verbalisant, die ken van [verdachte] .

- De man stopte bij de voordeur van de geobserveerde woning. De man opende met een sleutel de voordeur. De man betrad de woning en hij deed de voordeur weer achter zich dicht.

Op maandag 25 juli 2016, omstreeks 17.40 uur constateerde ik dat:

- De voordeur van de geobserveerde woning werd geopend door de hierboven omschreven man.

- De man vanuit de woning naar de leuning van de galerij liep en over de leuning naar beneden keek.

- Direct hierop liep de man met een versnelde pas in de richting van de liftschaft.

- Enkele ogenblikken later liep de man over de bovenste galerij terug in de richting van de geobserveerde woning. De man had in zijn linker hand een voorwerp. Het voorwerp was dun en mogelijk van papier gemaakt.

- Via de portofoon hoorde ik, verbalisant, dat het voorwerp vermoedelijk het afgegeven pakket betrof.

- De man liep naar de voordeur van de geobserveerde woning, ontsloot deze weer met een sleutel, betrad de woning en sloot de voordeur weer achter zich.

- De man die vervolgens werd aangehouden in de woning werd door mij herkend als de man die ik hiervoor hem omschreven.

(blz. 42)

Bevindingen [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 25 juli 2016 was ik belast met het onderzoek waarbij een partij van 5 gram cocaïne gecontroleerd werd afgeleverd op het adres [adres 1] te [woonplaats] . Ik was onopvallend gekleed in een outfit van DHL. Omstreeks 17:29 uur belde ik aan bij de intercom van het flatgebouw aan de [adres 1] te [woonplaats] . Ik maakte me kenbaar als medewerker van DHL en gaf aan dat ik een pakketje had voor meneer [persoon 1] . Hierop ben ik met de lift naar de 6e etage gegaan waar [adres 1] gelegen is. Op het moment dat ik uit de liftdeur stapte zag ik een getinte man in de hal waar de lift gevestigd zit op mij af lopen. De man zei tegen mij dat het pakketje voor hem bestemd was. Ik vroeg: “Oh bent u meneer [persoon 1] ”. De man zei dat hij meneer [persoon 1] was. Ik vroeg of de man op de aftekenlijst zijn naam in blokletters wilde schrijven en daarna zijn handtekening. De man schreef met blokletters de naam [persoon 1] en zette daarna een handtekening. Ik overhandigde vervolgens omstreeks 17:32 uur het pakketje, waarop de naam [persoon 1] vermeld stond, aan deze man. Het signalement van de man: donker getinte man, lengte tussen de 170 en 175cm, kort kroeshaar. Hij droeg een blauwe sweater met o.a. de naam Denim op het shirt gedrukt. Verder droeg de man een blauwe spijkerbroek en blauw/zwarte sportschoenen. De man droeg ook een gouden ketting.

(blz. 73)

Relaas [verbalisant 4] , zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 25 juli 2016 omstreeks 17.45 uur trad ik vergezeld door een aantal collega’ [persoon 2] binnen in de woning [adres 1] te [woonplaats] . In de woning werd aangehouden [verdachte] , geboren op [1979] te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres 1] .

(blz. 77 – 78)

Bevindingen verbalisanten, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op maandag 25 juli 2016, omstreeks 18.10 uur, betraden wij ter doorzoeking de woning [adres 1] te [woonplaats] . Deze woning betreft een flatwoning welke is gelegen op de 6e etage van een flatgebouw.

In deze woning had zojuist de aanhouding plaatsgevonden van de [verdachte] . Wij betraden de woning ter inbeslagname van de zojuist aan [verdachte] afgeleverde post-enveloppe met hierin cocaïne. Door ons, verbalisanten, werd de genoemde enveloppe aangetroffen op een tafeltje in de hal. Naast de enveloppe lag een mobiele telefoon, merk Samsung. De post-enveloppe met cocaïne en de mobiele telefoon zijn in beslag genomen.

(blz. 44 -50)

Bevindingen verbalisant, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op woensdag 27 juli 2016 werd een eerste onderzoek ingesteld naar de GSM gegevens van [verdachte] .

In de contacten in deze telefoon staat [persoon 2] . Er zijn ook whats app gesprekken tussen deze [persoon 2] en het toestel van [verdachte] in de periode van 20 juni 2016 tot en met 25 juli 2016 over onder meer het betreffende DHL-pakket met verzendingsnummer 7229942120 en de ontvanger [persoon 1] . Dit verzendingsnummer en de naam van de ontvanger komen exact overeen met de gegevens op het DHL-pakket dat werd afgeleverd op 25 juli 2016.

Whatsapp gesprekken tussen ‘ [persoon 2] ’ (telefoonnummer [telefoonnummer] ) en toestel [verdachte]

[persoon 2]

[verdachte]

20 juni 2016

[persoon 2] : Ik heb je nodig

: Wie is dit?

[persoon 2] : [voornaam persoon 2]

[persoon 2] : Alles ok?

: Ja hoor alles rustig weet je

[persoon 2] : Hej, luister joh. Ben je klaar zodat wij iets gaan doen?

[persoon 2] : Of ben je ermee gestopt?

: Wat doen?

[persoon 2] : Bezig hier om een nieuw systeem weer te ontwikkelen

[persoon 2] : Net als die ene die ik al had

[persoon 2] : Maar deze vanuit een bedrijf

[persoon 2] : Maar het moet daar naar een bedrijf toe

[persoon 2] : Wat denk je ervan?

: Ik werk nu ergens anders met een andere functie maar het kan wel ik heb 2 of 3 plaatsen dus dat wordt geen probleem.

: Begin mij de plaats op te sturen en de personen die het kunnen ontvangen.

: We starten volgende week. Niet via de app. Laat me weten wanneer skypen.

22 juni 2016

[verdachte] : Zo meteen laat ikje even het een en ander weten. Ik kan ook uithalen.

[persoon 2] : Laat me weten zodat ik kan weten wat we allemaal kunnen doen.

[verdachte] : Ik heb een beetje chocolade aan die kant. Kan je het voor mij van de hand doen?

[persoon 2] : (Voice) Laat ze het voor mij brengen en dan ga ik kijken wat ik ermee kan doen. Hoeveel is het en laat me de prijs weten wat je ervoor wil hebben. Laat ze bij mij thuis brengen en dan kan ik bij mensen activeren.

[verdachte] : Ja, ik laat ze bij jou komen. Ze komen straks.

[verdachte] : Ik heb ze al gezegd om ze bij jou nu langs te laten rijden

[verdachte] : Het is mijn kleine neef, die lange

[persoon 2] : (Voice) Geef ze maar mijn nummer en laat ze maar langs komen. Ik moet zo meteen nog even wat doen maar laat ze maar langs komen. Maar als ik het opstuur heb je dan zeker mensen die het zeker zeker in ontvangst kunnen nemen want ik heb gehoord dat de straten daar vol en vol zitten. Ja want ik wil opnieuw gaan beginnen, opnieuw gaan beginnen. Maar hoe zijn jouw mensen? Heb jij mensen dat we meteen rarara kunnen activeren? Als je mensen kan regelen waar we over gesproken hebben dan kan het zo maar zijn dat we

volgende week kunnen beginnen.

[persoon 2] : Ok

[verdachte] : Heel veel gekke gekke dingen

[persoon 2] : Ik heb nu iets dat zeker is. Dynamite. Regel de dingen zodat we kunnen beginnen.

[verdachte] : Jazeker

[persoon 2] : 0k, ga even iets kleins testen en daarna is het klaar zodat iedereen eraan kan deelnemen.

24 juni 2016

[persoon 2] : Vergeet niet dat ik op jou aan het wachten ben om te starten

[verdachte] : Ok, blijf rustig voor maandag heb je het.

28 juni 2016

[persoon 2] : Een goeie week

[persoon 2] : Hoe ver staat het?

[verdachte] : Een goede week, rustig, Je krijgt het zo meteen

[persoon 2] : Ok

29 juni 2016

[persoon 2] : De week is in twee stukken gehakt hier.

30 juni 2016

[verdachte] : Als ik tegen jou zeg ok dan stuur ik het voor je op.

[verdachte] : Het is niet mijn plek. Als ik daar zou werken dan had ik het je al dagen geleden verteld. Maar wacht hij gaat zo groen licht geven.

[persoon 2] : Ok

3 juli 2016

[persoon 2] : Maat, een fijne zondag.

[persoon 2] : Laat me weten wat je allemaal al hebt

[persoon 2] : Zo lang we wachten op die ene bedrijf. Geef me van je huis zelf.

[persoon 2] : Maar het is zeker

[persoon 2] : Zodat we kunnen bewegen

[verdachte] : Een goeie zondag. Hoe is het daar?

[persoon 2] : We zijn er

[persoon 2] : Deze week ben ik klaar met het testen van een paar dingen. Plus de mensen. Snap je?

[persoon 2] : Als je eentje kan regelen van het huis dat zou goed zijn zodat we kunnen kijken.

[verdachte] : Ja, rustig. Tel gewoon deze.

[persoon 2] : Dat zou goed zijn. Welke bedoel je?

[persoon 2] : Stuur het nog een keer zodat ik het op kan schrijven.

7 juli 2016

[persoon 2] : Maat, ben je er?

[persoon 2] : Als het je kan lukken om maandag klaar te zijn met het bedrijf zou goed zijn.

[verdachte] : Je bent er wel. Ja, straks ga ik voor je kijken zodat ik er eentje aan jou kan geven.

[persoon 2] : Zeker. Ok, klaar

[verdachte] : Ik heb een paar mascotten zodat ik voor een kinderfeestje. Mascotten met muziek etc. en choreografie. Zodat ik papier (tolk: geld) kan binnen halen voor het kinderfeestje.

[persoon 2] : Ok, zeker.

[verdachte] : 200 gulden voor 3 uur en klaar.

[persoon 2] : Zeker, samen met je bonser.

[persoon 2] : Dan moet het wel wat worden.

[verdachte] : Iemand heb ik nodig om erachter te gaan staan.

[persoon 2] : Ja, net als [alias 1] (= oom) [naam 1]

[persoon 2] : Nu ga je [alias 1] (= oom) [naam 2] worden

[persoon 2] : Wrm kom september en dan praten we

[persoon 2] : We gaan van alles doen

[verdachte] : Nee man. [alias 1] [naam 1] is iets van plastic.. mijn bouncer is van zeil

[persoon 2] : September kom ik en dan blijf ik 2 dagen bij jou dan kunnen we praten

[verdachte] : Ik heb ook iets anders. Iets wat top is.

[persoon 2] : Het is klote, ik een andere klote iets.. ik moet papier (Tolk:geld) bij elkaar krijgen zodat ik er zelf ben en het kan zetten.

[persoon 2] : Ok, ok

[persoon 2] : Maak een bedrijf open die kinderfeestjes compleet organiseert. Alles versieren, feesttasjes, versiering, taarten, van alles. [alias 1] [naam 2] partycentre.

[persoon 2] : Hahaha die naam zelf

[persoon 2] : Hahahahaha

[verdachte] : Ik heb een maat die dat heeft voor versieringen voor trouwerijen waar je een hele ruimte heel luxe maakt. Echt.

[persoon 2] : Goed man, doe dat dan maat.

[verdachte] : Feest, tasjes etc. of anders gewoon versiering.

[persoon 2] : 0k, we praten in september. Nu gaan we papier (Tolk: geld) maken.

[verdachte] : Dat is een state of mmd. Dus het is een illusie die je moet komen kijken om het te verkopen. Zeker alle papier (=geld) ga je maken. Illusie als presentatie en geen training. Gewoon presentatie.

[persoon 2] : Ja maat

[persoon 2] : Ik snap het.

8 juli 2016

[persoon 2] : Hoe is het gegaan?

11 juli 2016

[persoon 2] : Het is nu

12 juli 2016

[verdachte] : Hej, hoe is het daar?

[verdachte] : Is [alias 2] bij jou langs geweest?

[verdachte] : Heeft hij jou een plek gegeven?

[persoon 2] : Hej, ja ik heb dat ding gekregen. Nu ga ik kijken wat ik voor jou kan betekenen.

[persoon 2] : Luister, hoe staat het ervoor voor ons? Nog niks??

14 juli 2016

[persoon 2] : (Voice) Hej, broer er gaan weken voorbij. Leg me uit wat er moet gebeuren. Zeg me dit of dat zodat ik weet waar ik aan toe ben.

[verdachte] : Nee maat ik ben daar mee bezig maar die man die twijfelt om mij een plek te geven. Als het nee is dan zegje gewoon dat het nee is

[persoon 2] : Rustig

18 juli 2016

[persoon 2] : Wat is je postcode?

[verdachte] : Een goeie week

[persoon 2] : Ook een goeie week

[verdachte] : [postcode]

[persoon 2] : Ok

[verdachte] : Je bent er wel

[persoon 2] : [nummer 1] toch?

[persoon 2] : Alles ok?

[verdachte] : Ja

[persoon 2] : Ik laat het je zo weten

[persoon 2] : Zijn er mensen woensdag bij jou thuis?

[verdachte] : Nee weet je

[verdachte] : Wat zit er in dat ding voor mij?

[persoon 2] : Het huisnummer is [nummer 2]

[persoon 2] : Plus neem 25 gram

[persoon 2] : Voor mij 175 voor [nummer 2] euro

[persoon 2] : Regel iemand voor donderdag

[persoon 2] : Hej maat er moet wel iemand thuis zijn.

[verdachte] : Ok

19 juli 2016

[verdachte] : (Voicebericht) je bedoelt woensdag? Morgen?

[persoon 2] : Ja, ja zeker

[persoon 2] : Je moet klaar staan

20 juli 2016

[persoon 2] : Je bent er wel

[verdachte] : Nog niks weet je

[persoon 2] : Nee rustig ik laat het volgen

[persoon 2] : Het is al in je stad aangekomen. Grote kans voor 4 uur.

[verdachte] : (16.00pm) niks

[persoon 2] : (Voice)rustig maat ik heb gezien dat dat ding bij jou al is aangekomen dus elk moment kan het er zijn.

[persoon 2] : Het wordt morgen maat

21 juli 2016

[persoon 2] : Het is onderweg jouw kant op

[persoon 2] : Ben je er?

[persoon 2] : Een fijne dag maat

[verdachte] : Nu? Een fijne dag.

[verdachte] : Ze hebben gebeld net en ze komen met mij praten maar ik kon niet opnemen ik ben op mijn werk.

[persoon 2] : Heb je wel mensen thuis?

[persoon 2] : Want ik kom zo langs

[verdachte] : Nee, nee er is niemand thuis.

[verdachte] : Ik ben zo klaar

[persoon 2] : Jeetje

[verdachte] : Maak je niet druk we krijgen het.

[persoon 2] : Rustig

[verdachte] : Ja

[persoon 2] : Voor 4 uur komen ze bij jou thuis langs

[persoon 2] : In ieder geval laat me het weten.

[persoon 2] : Dan kan ik even checken hoe of wat.

[verdachte] : Ja, het geeft aan dat het langs is geweest. Je hoort het wel.

[persoon 2] : Zeker

[verdachte] : Nog niks.

[persoon 2] : Hoe laat is het daar?

[verdachte] : Half 7

[verdachte] : Vanaf 2 uur was er een kind die aan het wachten was voor mij maar niks.

[persoon 2] : Ok

[persoon 2] : (Voicebericht) Het staat nog steeds dat de koerier hem heeft. Dus dat het nog niet bezorgd is. Dus het kan zijn dat het morgen wordt. Het kan zijn dat het morgenochtend wordt maar zodra het veranderd dan laat ik het je weten.

[verdachte] : Ok, ok.

[persoon 2] : Wel raar hoor want ze blijven niet tot laat werken. Wat normaliter ronden ze rond 4 uur af. We wachten gewoon even anders bel ik ze op.

[verdachte] : Ja, hoe heet de plaats?

[persoon 2] : DHL

[verdachte] : Ok, ik ga er naar kijken.

[persoon 2] : Rustig

[verdachte] : Ik heb daar een maat die daar werkt

[persoon 2] : 7229944101

[persoon 2] : E, is het nummer

[persoon 2] : Sorry

[persoon 2] : 7229942101

[persoon 2] : Ga zelf tracken dan kan je het zien

[persoon 2] : Morgen laat ik het bedrijf van hier bellen zodat ze kunnen checken waarom het lang onderweg is en wat er gebeurd is.

Donderdag 22 juli 2016

[persoon 2] : Ik ben bij je thuis langs gekomen maar je was er niet.

[persoon 2] : Hoogstwaarschijnlijk wordt het pas maandag.

[verdachte] : Daar was iemand thuis weet je en gisteren ook.

[persoon 2] (Voicebericht) rond 11.30 uur ongeveer zijn ze langs geweest en ze zeggen dat er niemand thuis was dus hoogstwaarschijnlijk zul je een brief in je brievenbus aantreffen dat er niemand thuis was.

[persoon 2] : (Voicebericht) Dus kijk in je brievenbus daar zal een brief liggen dat ze langs zijn geweest.

[verdachte] : Ik heb ook geen brief van hun ontvangen, Ik ga bellen om te kijken hoe laat ze het voor mij kunnen bezorgen.

[persoon 2] : Ja bel hun en laat me wat weten.

[verdachte] : Ja ik laat het je zo weten.

[persoon 2] : 11.35 zijn ze langs geweest. Heb je ze al gebeld?

[verdachte] : Ze hebben ja gezegd ik kan komen dus ik ga kijken om het te gaan ophalen.

[persoon 2] : (Voicebericht) hej broer en vergeet 1 ding niet het staat niet op jouw naam.

[persoon 2] : (Voicebericht) Als je het gaat ophalen dan gaan ze jouw ID vragen, het is het best dat ze dat ze dat bij je langs brengen.

[persoon 2] : De ontvanger is [persoon 1] . Met nummer 7229942101. Misschien geven ze je de document toch, probeer het. Ik zou gewoon een afspraak maken en hun het gewoon laten bezorgen.

[persoon 2] : Hoe is het gegaan???

[verdachte] : Nee, maandag zelf weet je.

[persoon 2] : Ja ik heb het gezien.

[persoon 2] : Ok klaar. Rustig

[verdachte] : Ze hebben gezegd dat ze zijn gekomen en ze hebben niks achtergelaten plus er was iemand thuis

[persoon 2] : Wel raar hoor

[persoon 2] : (Voicebericht) Het zou wel handig zijn als je het even nakijkt of er echt [nummer 1] op staat dat ze echt op [nummer 1] zijn geweest. Niet op [nummer 3] , [nummer 4] of [nummer 5] dat het verkeerd gaat.

[verdachte] : Ja ze hebben mij gezegd dat ik langs kan komen op het op te halen.

[persoon 2] : 0k, ok

25 juli 2016

[persoon 2] : Een goede week en zorg dat je klaar staat. Je bent er wel toch?

[verdachte] : Nog niks

[persoon 2] : Heb je een tijdstip gezegd?

[persoon 2] : Het geeft aan dat het onderweg is

[verdachte] : Ik denk dat ik het zelf ga ophalen

[persoon 2] : Bel even en vraag even na het tijdstip dat ze het voor jou komen brengen

[verdachte] : Ik laat het zo weten

[persoon 2] : Rustig. Hoe is het afgelopen??

[verdachte] : De volgende keer doe je niks op eigen houtje. 0k? 5.39 PM

[persoon 2] : Hoe bedoel je??

[persoon 2] : Wat moet ik uit mezelf doen?

[persoon 2] : Je moet wel praten maat.

(blz. 84 – 94)

Verklaringen [verdachte] afgelegd op 26 juli 2016, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben [verdachte] . Ik ben in 2000 in Nederland gekomen. Ik kom oorspronkelijk uit Curacao. Sinds 2004 woon ik op de [adres 1] te [woonplaats] . De telefoon die in beslag is genomen is mijn eigendom. Vorige week hebben ze mij gezegd dat er een pakketje voor mij kwam. Ze hebben mij gevraagd of ik het pakketje kon aannemen. In berichten in mijn telefoon staat dat er een pakketje naar mij toe komt. Ik ben schuldig aan het aannemen van het pakketje. Iemand heeft het pakketje naar mijn adres gestuurd. Op het laatste tijdstip wist ik wel wat er in zat. Drugs ja. [persoon 2] is een familielid van mij. Hij woont in Curaçao. We hebben contact gehad via Whatsapp. Hij had een pakketje naar mij gestuurd. Ik zal uitleggen hoe het is gegaan. Iemand kwam bij mij thuis en die geeft mij dat pakket. Ik zou later van de afzender horen voor wie het pakketje bestemd was, dus van [persoon 2] . [persoon 2] geeft mij de opdracht.

B.

De verklaring [verdachte] bij de rechter-commissaris (bij de inverzekeringstelling + inbewaringstelling) op 28 juli 2016, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[persoon 2] is een neef van mij. Ik heb inderdaad appcontact met hem gehad. Ik wist dat ik dit keer drugs zou gaan ontvangen. Desgevraagd zeg ik u dat ik van [persoon 2] voor het aannemen van het pakketje € 400,- zou krijgen. Ik heb me inderdaad naar die DHL bezorger voorgedaan als meneer [persoon 1] .

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de periode van 20 juni 2016 tot en met 25 juli 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 206 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Gevangenisstraf voor de duur van 84 dagen met aftrek van voorarrest.

(Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht).

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte is een a-typische verdachte. Hij is geen drugscrimineel. Hij draagt bij aan de maatschappij. Hij is vader. Hij heeft geen strafblad. Hij werkt bij [bedrijf 1] . In het geval hij worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf raakt hij zijn baan kwijt. Voor zijn werk heeft hij een verklaring omtrent het gedrag nodig.

De verdediging verzoekt de rechtbank om in dit bijzondere geval maatwerk te leveren en om verdachte -in het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt- te veroordelen tot een vrijheidsstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en daarnaast nog tot een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met een ander 206 gram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Het is algemeen bekend dat die verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen.

Verdachte heeft het mede door hem gepleegde strafbare feit gepleegd in georganiseerd verband. Hij heeft bij het plegen van het feit gehandeld uit puur winstbejag..

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat sinds het tijdstip waarop het door hem gepleegde strafbare feit heeft plaatsgehad geruime tijd is verstreken, terwijl verdachte, voor zover nu bekend, in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en dat

verdachte in verband met het door hem gepleegde strafbare feit door zijn toenmalige werkgever ( [bedrijf 2] ) is ontslagen.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 84 dagen.

De rechtbank zal deze straf voor een gedeelte van 66 dagen voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving het tevens opleggen van een taakstraf voor de duur van 80 uren passend is.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47,

Opiumwet art. 2, 10.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef en onder A van de Opiumwet gegeven verbod. verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

legt op de volgende straffen:

gevangenisstraf voor de duur van 84 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 66 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.

opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 10 augustus 2016 reeds met ingang van 11 augustus 2016 geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Brouwer, voorzitter,

mr. P.J.H. Van Dellen en mr. B. Damen, leden,

in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier,

en is uitgesproken op 5 december 2017,

zijnde mr. B. Damen buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, genummerd 2016162148, aantal pagina’s: 95. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.