Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:6262

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-11-2017
Datum publicatie
30-11-2017
Zaaknummer
01/865017-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tweemaal veroordeling voor artikel 245 Wetboek van Strafrecht, kortgezegd het plegen van ontuchtige handelingen waaronder het binnendringen van het lichaam. Slachtoffers jonger dan 16 jaar.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Verdachte dient schade te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865017-16

Datum uitspraak: 30 november 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 november 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 oktober 2017.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 16 november 2017 is gewijzigd, is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1. A

hij, meermalen, althans eenmaal,

in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 01 november 2014 te Grave en/of Nijmegen en/of Escharen en/of Schaijk, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ), (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte,(telkens):

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- een vibrator in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- die [slachtoffer 1] ge(tong)zoend en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt en/of

- vagina en/of billen en/of borsten, in elk geval het lichaam van die [slachtoffer 1] betast en/of

- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 1] ;

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte, (telkens):

- die [slachtoffer 1] naar een bos heeft gebracht en/of

- situaties heeft gecreeërd en/of van gelegenheden gebruik heeft gemaakt waardoor hij, verdachte, alleen kon zijn met die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] heeft ontkleed en/of

- de enkel(s) van die [slachtoffer 1] vast heeft gehouden en/of

- (een) bedwelmend(e) middel(len) heeft toegediend aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] aan een potje met daarin een bedwelmend middel laten snuiven en/of ruiken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij niets mocht vertellen en/of

- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 1] zich bevond en/of

- fysiek en/of psychisch en/of feitelijk overwicht op die [slachtoffer 1] heeft gehad vanwege het (grote) leeftijdsverschil en/of de verstandelijke beperking van die [slachtoffer 1] en/of de afhankelijkheidsrelatie, waardoor die [slachtoffer 1] niet, in elk geval onvoldoende in staat is geweest weerstand te bieden aan hem, verdachte, en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art. 242 Wetboek van Strafrecht

en/of

B

hij, meermalen, althans eenmaal,

in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 10 augustus 2013 te

Grave en/of Nijmegen en/of Escharen en/of Schaijk, in elk geval in Nederland,

met [slachtoffer 1] , geboren op 11 augustus 1997, die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit

of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1] ,

immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- een vibrator in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en/of

- die [slachtoffer 1] ge(tong)zoend en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt en/of

- de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of

- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 1] ,

zulks terwijl die/dat feit(en) telkens, althans een- of meermalen:

- werd(en) begaan tegen een aan zijn, verdachtes, zorg of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en/of

- werd(en) begaan tegen een persoon bij wie misbruik van een kwetsbare positie

werd gemaakt;

art 245 Wetboek van Strafrecht

2. A

hij, meermalen, althans eenmaal,

in of omstreeks de periode van 25 december 2010 tot en met 01 december 2014 te

Grave, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] ),

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen tot het ondergaan

van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte, (telkens):

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of

- een vibrator, in elk geval een voorwerp, in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- een seksspeeltje (bal voor in mond), in elk geval een voorwerp, in de mond van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of

- een seksspeeltje (dolfijn en/of metalen voorwerp), in elk geval een voorwerp, in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of

- met een zweep op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of

- de vagina en/of borsten en/of billen, in elk geval het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft betast en/of

- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen om een voorbinddildo, in elk geval een voorwerp, in de anus van hem, verdachte, te brengen,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en), hierin dat hij, verdachte, (telkens):

- met een zweep op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of

- situaties heeft gecreeërd en/of van gelegenheden gebruik heeft gemaakt

waardoor hij, verdachte, alleen kon zijn met die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] heeft ontkleed en/of

- armen en/of handen van die [slachtoffer 2] vast heeft gehouden en/of

- (een) bedwelmend(e) middel(len) heeft toegediend aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] aan een potje met daarin een bedwelmend middel heeft laten ruiken en/of snuiven en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij niets mocht vertellen en/of

- voorbij is gegaan aan de verbalen en/of non-verbale tekenen van onwil/verzet

van die [slachtoffer 2] en/of

- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbare positie waarin die [slachtoffer 2] zich

bevond en/of

- fysiek en/of psychisch en/of feitelijk overwicht op die [slachtoffer 2] heeft

gehad vanwege het (grote) leeftijdsverschil en/of de afhankelijkheidsrelatie, waardoor die [slachtoffer 2] niet, in elk geval onvoldoende in staat is geweest weerstand te bieden aan hem, verdachte, en/of

(aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

B

hij, meermalen, althans eenmaal,

in of omstreeks de periode van 25 december 2010 tot en met 01 december 2014 te

Grave, in elk geval in Nederland,

met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 2] ,

immers heeft hij, verdachte:

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- een vibrator, in elk geval een voorwerp, in de vagina van die [slachtoffer 2]

gebracht en/of

- een seksspeeltje (bal voor in mond), in elk geval een voorwerp, in de mond

van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of

- een seksspeeltje (dolfijn en/of metalen voorwerp), in elk geval een voorwerp

in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- met een zweep op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen en/of

- de vagina en/of borsten en/of billen, in elk geval het lichaam van die

[slachtoffer 2] betast en/of

- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen om een voorbinddildo, in elk geval een voorwerp, in

de anus van hem, verdachte, te brengen,

zulks terwijl die/dat feit(en) telkens, althans een- of meermalen:

- werd(en) begaan tegen een aan zijn, verdachtes, zorg of waakzaamheid

toevertrouwde minderjarige en/of

- werd(en) begaan tegen een persoon bij wie misbruik van een kwetsbare positie

werd gemaakt;

art. 245 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd het tenlastegelegde onder 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen te verklaren, in die zin dat bij beide feiten sprake is van zowel verkrachting (A) als het plegen van ontuchtige handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam (B).

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte van beide feiten vrij te spreken in verband met het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft het tenlastegelegde ontkend.

Het oordeel van de rechtbank. 1

Juridisch kader

Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Vereist is dat de verklaring van een getuige voldoende wordt ondersteund door bewijsmateriaal uit een andere bron. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Bewijsmiddelen

Verbalisanten hebben gerelateerd dat op 20 maart 2015 een informatief gesprek zeden heeft plaatsgevonden met [naam 3] , zijnde vader van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . [naam 3] vertelt in dit gesprek dat [slachtoffer 1] twee of drie maanden geleden heeft aangegeven dat ze seksueel misbruikt is. Ze heeft stapje voor stapje verteld wat er is gebeurd. De betreffende man zou de vriend van [slachtoffer 1] ’s tante [naam 1] zijn. Hij heet [verdachte] en woont op [adres 2] in Grave. [naam 3] vertelt verder dat [slachtoffer 1] een laag IQ heeft, niet uit haar woorden komt en onzeker en faalangstig is.2

[slachtoffer 1] [slachtoffer 2] is geboren op [geboortedatum 2] .3

Op 23 maart 2015 heeft [naam 3] een door [slachtoffer 1] getypte e-mail aan de politie verzonden. [slachtoffer 1] typt dat het is begonnen op de camping ongeveer vier jaar geleden. [verdachte] was heel erg dronken, kon niet meer op zijn benen staan en moest naar de wc. [slachtoffer 1] ondersteunde hem en wachtte buiten. Op de terugweg hield hij haar vast en stopte zijn hand in haar broek. Hij begon haar te zoenen en tegelijkertijd was zijn hand in haar broek. [verdachte] vertelde dat [slachtoffer 1] het tegen niemand mocht zeggen. [slachtoffer 1] typt dat [verdachte] haar sindsdien elke keer lichamelijk heeft misbruikt en dat zij dit twee maanden geleden aan haar vader heeft verteld. Het is gebeurd op de camping, dan kwam hij ’s nachts naar haar caravan, en als zij bij [verdachte] logeerde. Ook is het gebeurd in een bos bij Escharen, toen zij met [verdachte] ging praten. [slachtoffer 1] typt verder dat [verdachte] haar heeft ontmaagd en dat dit heel zeer deed. De meeste keren is het bij [verdachte] thuis gebeurd, op het moment dat tante sliep of weg was. [verdachte] heeft ook een keer een vibrator gebruikt. Verder heeft [verdachte] een potje dat je moet snuiven, waardoor al je spieren verslappen en dat heeft hij ook bij haar gedaan. Het is verder gebeurd tijdens de Vierdaagse. Vier maanden geleden is het de laatste keer gebeurd, toen [slachtoffer 1] aan [verdachte]

€ 400,00 had geleend en zij dit samen naar de boekhouder brachten. [slachtoffer 1] typt verder dat [verdachte] haar filmpjes en foto’s stuurde van zijn geslacht. Ten slotte typt [slachtoffer 1] dat zij hier heel erg mee in haar hoofd zit, dat zij er de hele dag aan denkt en dat zij zich niet kan concentreren op school.4

Op 17 april 2015 heeft [naam 3] namens [slachtoffer 1] aangifte gedaan.5

[slachtoffer 1] is op 20 juli 2015 gehoord in een kindvriendelijke studio. Dit verhoor is woordelijk uitgewerkt6.

Verbalisant [naam 4] heeft gerelateerd dat zij aanwezig was in de regieruimte van de studio en dat zij van het verhoor een samenvattend verslag heeft gemaakt.

[naam 4] relateert dat [slachtoffer 1] verklaart dat zij komt vertellen over [verdachte] , de vriend van haar tante. [slachtoffer 1] verklaart dat [verdachte] haar heeft aangeraakt op plekken waar zij niet wilde.

De eerste keer was op de camping. [verdachte] was dronken en [slachtoffer 1] begeleidde hem naar het toilet in het toiletgebouw op de camping. Daar wachtte zij buiten op hem. Toen hij terugkwam liepen ze een stukje verder en bij een struik pakte [verdachte] haar vast. Hij stopte zijn hand in haar broek. Hij zoende haar.

Een andere keer, terwijl ze op de camping verbleef in de caravan van haar moeder, zei [verdachte] tegen zijn vriendin, de toen zwangere tante van [slachtoffer 1] , dat hij moest gaan werken. Hij parkeerde de auto buiten de poort en liep terug naar de caravan waar [slachtoffer 1] verbleef. [verdachte] heeft toen ook seks met haar gehad.

[slachtoffer 1] is naar aanleiding van een ruzie met haar moeder van huis weggegaan en is toen 1 maand bij haar tante en [verdachte] gaan slapen. Het was in die maand zo dat [verdachte] haar elke dag wel aanraakte.

[slachtoffer 1] verklaart verder dat [verdachte] haar voor de seks liet snuiven uit een potje. In het potje zat een vloeibare stof. [slachtoffer 1] voelde dat hierdoor haar spieren verslapten.

[slachtoffer 1] verklaart dat zij [verdachte] en haar tante € 400,00 had uitgeleend.7 [slachtoffer 1] wilde zeker weten dat dit geld ook naar de boekhouder ging en is toen met [verdachte] meegegaan daar naar toe. Op de weg terug heeft [verdachte] haar opnieuw verkracht.

Op een ander moment moest [slachtoffer 1] met [verdachte] praten van haar tante. Ze zijn toen naar het bos gereden. Ze hebben samen gepraat. Daar heeft hij haar ook misbruikt.

[slachtoffer 1] verklaart verder dat het vaak bij hem thuis is gebeurd en ook in het vakantiehuisje als haar tante niet thuis was.

De kinderen vonden het leuk als [slachtoffer 1] kwam logeren. [verdachte] haalde haar dan op en bracht haar weer naar huis. Tijdens die ritten kon hij ook zijn handen niet thuis houden.

[slachtoffer 1] verklaart ook dat zij met [verdachte] en haar tante geholpen heeft met de Vierdaagse in Nijmegen. Tijdens die dagen logeerde ze met haar tante en [verdachte] in één tent. Toen heeft hij haar ook misbruikt.

[slachtoffer 1] verklaart dat zij een keertje met [verdachte] boodschappen ging doen op vrijdagavond. [verdachte] moest toen terug naar huis voor de hond. Toen heeft hij haar ook misbruikt.

[slachtoffer 1] verklaart spontaan dat zij niet de enige is die seksueel is misbruikt door [verdachte] . Ze verklaart dat haar zusje [slachtoffer 2] ook misbruikt is door hem.

Op de vraag hoe vaak het gebeurd is verklaart [slachtoffer 1] dat het heel vaak is gebeurd.

Op de vraag waar het allemaal gebeurd is verklaart zij: op de camping, bij haar tante thuis, in de auto van [verdachte] , in het bos en bij het hertenkamp.

Op de vraag om de allereerste keer te vertellen in detail verklaart [slachtoffer 1] dat ze met [verdachte] op de camping naar het toilet was gelopen. Ze had voor het toilet op [verdachte] gewacht. Toen [verdachte] terug was ging hij in de buurt van een bosje met haar staan. Hij zoende haar en stopte zijn hand in haar broek.8 [verdachte] ging met de hand aan de voorzijde in haar broek. [verdachte] ging met zijn hand naar haar kruis. Zij bedoelt met haar kruis haar vagina. [verdachte] begon met die hand te voelen. Hij ging met zijn hand in haar boxershort op haar blote lijf. [naam 4] relateert dat [slachtoffer 1] op dit moment tranen in haar ogen krijgt die zij wegveegt. [slachtoffer 1] verklaart dat de andere hand van [verdachte] op haar kont lag. [verdachte] gaf haar een tongzoen. Zij draaide daarbij het gezicht weg. Zijn tong kwam tegen haar lippen. Het stopte toen [verdachte] zijn hand uit haar broek haalde. Dit gebeurde in het campingseizoen 2010/2011, in de zomer. [slachtoffer 1] wist dit nog goed, omdat dit het eerste jaar is dat zij op de camping verbleven.

[slachtoffer 1] verklaart dat het heel vaak bij hem thuis gebeurde.

Over het bos verklaart [slachtoffer 1] dat hij uit een potje had gesnoven en [slachtoffer 1] zelf ook. Het zat in een donker potje. Het dekseltje moest je eraf draaien. [slachtoffer 1] moest eraan snuiven van [verdachte] . Daarna werd ze duizelig. [verdachte] stopte het potje toen in zijn zak. [verdachte] trok haar boxershort en trainingsbroek naar beneden tot aan de enkels. [verdachte] deed ook zijn broek tot de enkels omlaag. [verdachte] legde haar op de grond en ging met zijn knieën voor haar zitten.9

[verdachte] tilde haar benen omhoog bij de enkels. Haar benen waren een beetje uit elkaar. Hij neukte haar met zijn piemel in haar vagina. Op de vraag wat hij deed met de piemel bij de vagina, verklaart [slachtoffer 1] erin. Ze verklaart dat ze dit voelde. [slachtoffer 1] verklaart dat de piemel op en neer ging. Het stopte toen hij klaar kwam. Op de vraag wat er dan gebeurde, verklaart ze dat hij spuit. Hij spoot in een condoom in haar. [slachtoffer 1] verklaarde dat hij altijd een condoom heeft gebruikt.10

Op de vraag wat [verdachte] allemaal bij haar gedaan had, gaf [slachtoffer 1] aan neuken, zoenen, hand in de broek, beffen/likken aan de vagina en bij hem thuis heeft hij een keer een vibrator gebruikt. Op de vraag hoe vaak dat [verdachte] met haar geneukt heeft, verklaart zij dat ze dat niet weet. Op de vraag of dit 2, 5, 7 keer of vaker was, verklaart zij wel vaker. Op vraag hoe vaak hij zoende, verklaart zij niet zo vaak. Op de vraag hoe vaak de hand in de broek, verklaart zij dat wel vaak. Op de vraag hoe vaak het beffen voorkwam, verklaart zij niet zo vaak en op de vraag hoe vaak met de vibrator, verklaart zij maar één keer.

Op de vraag of [slachtoffer 1] nog dingen bij hem had gedaan, verklaart zij pijpen en trekken.11

Op de vraag hoe [verdachte] verder heet, verklaart zij [verdachte] .

Op de vraag waar het bij hem thuis plaatsvond, verklaart zij in de woonkamer, ook bij hun in bed op zijn slaapkamer. Ook in de caravan van haar moeder. Niet in de caravan van hem. Op de vraag waar in de caravan van de moeder verklaart ze op bed. Op de vraag waar het bed stond, verklaart ze aan beide kanten. Er staat een bed waar je binnen komt en er staat ook een bed voorbij de keuken, badkamer en wc. Op de vraag hoe vaak het bij haar thuis plaatsvond, verklaart ze één keer in de kamer. Verder verklaart ze dat het ook in de auto gebeurde.12

Op 16 juli 2015 is de bedrijfsleidster van de Albert Heijn waar [slachtoffer 1] heeft gewerkt gehoord. De bedrijfsleidster verklaart dat [slachtoffer 1] heel erg gesloten is. Ze doet alles wat er wordt gevraagd.13

De bedrijfsleidster verklaart verder dat zij veel contact met [slachtoffer 1] had via de app. [slachtoffer 1] stuurde haar opeens een app, dat zij nog niet nog niet alles van [slachtoffer 1] wist. [slachtoffer 1] appte dat ze was misbruikt door de vriend van haar tante. Ze ging daar vroeger ieder weekend naar toe. Ze heeft er ook een tijd gewoond, toen het niet lekker ging met haar moeder. De bedrijfsleidster verklaart dat zij toen heeft gevraagd wat hij had gedaan en wanneer het was begonnen. [slachtoffer 1] wist niet meer precies wanneer, maar wel dat het 3 jaar had geduurd. Iedere keer als ze daar was, gebeurde het. Ze vertelde dat hij haar had verkracht, geneukt, gebeft en dat ze ook van alles moest doen bij hem zoals pijpen. De bedrijfsleidster verklaart dat zij toen gezegd heeft dat [slachtoffer 1] het aan papa moest laten lezen en dat heeft zij gedaan. De laatste keer dat het gebeurd is, heeft ze [verdachte] € 400,00 geleend. Ze is toen door [verdachte] verkracht. De bedrijfsleidster verklaart dat zij denkt dat dit rond maart/april 2015 was.14

De bedrijfsleidster verklaart verder dat zij er op het werk op terug kwam. Dan kroop [slachtoffer 1] in elkaar en zei ze niets, trillen, huilen. [slachtoffer 1] heeft het hele verhaal verteld op 13 maart 2015. De bedrijfsleidster verklaart dat [slachtoffer 1] het haar vertelde, omdat [slachtoffer 1] haar vertrouwt. [slachtoffer 1] vertelde verder dat [verdachte] vaak met zijn handen in haar broek zat. De bedrijfsleidster verklaart dat [slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] het ook bij haar zus [slachtoffer 2] had gedaan.15

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] een zachtaardig meisje is. Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens te veel dronk en dat het zou kunnen dat [slachtoffer 1] hem op de camping heeft begeleid naar het toilet. Verdachte heeft verder verklaard dat [slachtoffer 1] bij hem en [naam 1] heeft gewoond. Verdachte ging wel eens met [slachtoffer 1] boodschappen doen en de hond uitlaten. Verdachte verklaart dat het klopt dat [slachtoffer 1] bij hem op schoot ging zitten en in zijn nek kriebelde. Ook is het juist dat [slachtoffer 1] hem € 400,00 heeft geleend en dat zij dit samen naar de boekhouder hebben gebracht. Verdachte verklaart verder dat hij met [slachtoffer 1] in het bos heeft gepraat en dat hij toen een arm om haar heen heeft geslagen. Ook hebben zij samen met [naam 1] en zijn zoontje in een tent geslapen tijdens de Vierdaagse. Verdachte verklaart verder dat hij potjes had. In die potjes zaten poppers en verdachte snoof daaraan. Ook verklaart verdachte dat hij een vibrator had die bij hem thuis onder het bed lag.16

Op 2 oktober 2015 is [slachtoffer 2] als getuige gehoord. [slachtoffer 2] verklaart dat [naam 1] haar tante is, dat het contact vroeger sterk was, maar nu bijna niet meer.17

[slachtoffer 2] verklaart dat zij, vanaf dat zij in de 2e klas zat van de middelbare school, vaak logeerde bij [naam 1] , sowieso ieder weekend en ook wel eens door de week. [verdachte] is de vriend van tante [naam 1] . [slachtoffer 2] verklaart dat zij [verdachte] niet meer leuk vindt sinds hij een keer aan haar ging zitten. Het is pas gestopt een half jaar nadat [slachtoffer 2] haar vriend had. [slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] de deuren allemaal op slot deed en dat hij dan aan haar ging zitten. [verdachte] raakte haar aan over haar hele lichaam. Hij had een potje. Daar zat een vloeistof in. Als je er aan snoof dan werd je gek in je hoofd. [verdachte] snoof dat. [slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] haar aanraakte bij haar borsten en bij haar vagina. Hij deed dit in het begin boven de kleding en daarna ging hij eronder. Hij voelde met zijn handen.18

[slachtoffer 2] verklaart verder dat [verdachte] naar binnen ging met zijn vingers en zijn piemel. [verdachte] trok haar kleren dan uit en zijn kleding ook. Piemel in mond is best wel vaak gebeurd. [slachtoffer 2] denkt sowieso 7 keer. Het begon toen [slachtoffer 2] 12 of 13 jaar was, met haar aanraken. Zij was ook 12 of 13 jaar toen [verdachte] voor het eerst in haar lichaam ging. Dat gebeurde bij hem thuis, op het adres [adres 1] in Grave. [slachtoffer 2] denkt dat het wel meer dan 15 keer is gebeurd dat [verdachte] in haar lichaam is geweest. Hij deed het ook als [naam 1] boven op bed lag of naar de winkel was.19

Het stopte als hij klaar was gekomen. [verdachte] kwam gewoon klaar in haar. [slachtoffer 2] heeft de pil. De pil lag bij [naam 1] en [verdachte] in het kastje. Het is gestopt toen [slachtoffer 2] een half jaar verkering had met haar vriend had en haar vriend erachter was gekomen. Hij zag berichten van [verdachte] op haar telefoon. [slachtoffer 2] verklaart dat zij nu 1 jaar en 6 maanden verkering heeft met haar vriend. [slachtoffer 2] verklaart dat zij het niet mocht vertellen. [verdachte] zei dan dat het hun geheim was en dat niemand dat hoeft te weten.20

[slachtoffer 2] verklaart verder dat [slachtoffer 1] haar heeft verteld dat het bij haar ook was gebeurd. [slachtoffer 2] verklaart dat aftrekken bijna niet is gebeurd.21 [verdachte] deed dit zelf heel veel. [verdachte] filmde het of maakte foto’s. Die foto’s stuurde hij naar [slachtoffer 2] .22

[slachtoffer 2] verklaart verder dat [slachtoffer 1] bij [verdachte] op schoot ging zitten en kriebelde in zijn nek.23

Verbalisanten [naam 5] en [naam 6] hebben gerelateerd dat zij op 15 februari 2016 in de woning aan De [adres 1] hebben aangehouden [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] .24

Verbalisanten [geboortedatum 1] en [geboortedatum 1] hebben gerelateerd dat zij op 18 februari 2016 in een woning aan [adres 3] te Grave een kluis inbeslaggenomen hebben.25

Verdachte verklaart dat hij in het bezit is van een kluis en dat deze kluis bij zijn moeder op het adres [adres 3] te Grave staat. In de kluis zitten 2 tassen met seksartikelen. Verdachte verklaart dat alle goederen zijn eigendom zijn.26

Verbalisant [naam 7] heeft gerelateerd dat hij de inbeslaggenomen goederen heeft onderzocht en dat dit een tweetal tasjes betrof met daarin seksartikelen. [naam 7] heeft verder gerelateerd dat hij fotografische opnamen heeft gemaakt van de tasjes en de seksartikelen.27 Er is wangslijmvlies van [naam 7] afgenomen ten behoeve van DNA-onderzoek.28 Op de identiteitszegel van dit celmateriaal is vermeld RABI6489NL.29

Verbalisanten [naam 8] en [naam 9] hebben gerelateerd dat zij twee tassen ontvingen. De inhoud bestond uit meerdere seksartikelen en flesjes. De tassen werden inbeslaggenomen naar aanleiding van een zedendelict. [naam 8] en [naam 9] relateren dat de inbeslaggenomen sporendragers door twee verbalisanten van de Tactische Recherche fotografisch zijn vastgelegd en beschreven, waarvan een apart proces-verbaal is opgemaakt. Het referentiemonsters van één van de twee verbalisanten betrof RABI6489NL. [naam 8] en [naam 10] relateren verder dat zij de tassen en de inhoud fotografisch hebben vastgelegd, foto 1 t/m 58 en dat zij de sporendragers hebben gewaarmerkt en voorzien van SIN nummers. Dit betroffen onder meer Jungle Juice SIN AAIJ6360NL en Bal voor in mond met riem SIN AAJC2742NL.30

Op 20 april 2016 is door [slachtoffer 2] aangifte gedaan. Zij verklaart dat zij aangifte wil doen tegen [verdachte] die haar een paar jaar lang heeft verkracht, vanaf haar 11e/12e jaar tot haar 15e jaar toen zij haar vriend [naam 11] leerde kennen. Het is gebeurd bij [verdachte] thuis, [adres 1] in Grave, en één keer bij de moeder van [verdachte] thuis op de [adres 3] in Grave.31

[slachtoffer 2] verklaart dat zij haar eerste seksuele ervaring had toen zij 11/12 jaar was en dat was met [verdachte] . Het aanraken door [verdachte] begon ook toen zij 11/12 jaar was. Dit weet [slachtoffer 2] , omdat zij rond die tijd naar de middelbare school ging.32

[slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] haar de eerste keer aanraakte over haar borsten en dat dit bij [verdachte] thuis was. Later ging dat ook onder haar kleren over haar borsten. Er ging een tijdje overheen dat [verdachte] haar ook op andere plaatsen aanraakte. Toen begon hij haar uit te kleden. [slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] daarna ook in haar ging met zijn piemel. Zij was toen ook 11/12 jaar. [slachtoffer 2] verklaart dat zij die aanrakingen niet prettig vond, maar dat zijn niks durfde te zeggen. [slachtoffer 2] was bang dat [verdachte] boos zou worden.33

[slachtoffer 2] verklaart dat de aanrakingen iedere week wel gebeurden en dat [verdachte] de voordeur en de poort op slot deed. [slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] een potje uit zijn broekzak haalde. Het was bruin/zwart van kleur. [verdachte] gebruikte dit bijna iedere keer als zij geslachtsgemeenschap hadden.34

Verbalisanten tonen [slachtoffer 2] een mapje met een aantal fotoprinten van seksartikelen en vragen haar of ze iets herkent. [slachtoffer 2] verklaart dat zij op pagina 6 potjes ziet en dat de grootte van het kleine oranje potje en de dop lijken op het potje waarover zij heeft verklaard. [slachtoffer 2] ziet op pagina 23 een voorbinddildo en verklaart dat [verdachte] er ook een had. Die moest [slachtoffer 2] van [verdachte] een keer omdoen en zij moest hem toen in zijn kont nemen, [verdachte] zei dat. [slachtoffer 2] herkent het zwarte gedeelte wat zij aan moest trekken. De dildo herkent zij van kleur. [slachtoffer 2] verklaart dat hij een beetje te groot was voor haar en dat zij er van [verdachte] een elastiekje om moest doen, anders zakte deze af. [slachtoffer 2] verklaart dat zij toen 13/14 jaar oud was. [slachtoffer 2] verklaart verder dat zij op pagina 25 een voorwerp ziet, niet weet hoe het ding heet, maar dat [verdachte] ook zo’n ding had.35 Zo’n ding had [verdachte] wel eens bij haar gebruikt. Het dunne gedeelte stopte hij dan in haar kont. [verdachte] duwde op het balletje en dan werd het dunne gedeelte dikker. [slachtoffer 2] verklaart dat het een beetje pijn deed. [slachtoffer 2] verklaart dat zij op pagina 26 een ding ziet wat [verdachte] ook had. Die bal van het ding ging in haar mond. De touwtjes zaten bij haar mondhoeken. De gespjes gingen om haar hoofd en die gingen dan vast. [verdachte] maakte deze vast. [slachtoffer 2] denkt dat zij toen 14 jaar was. [slachtoffer 2] verklaart dat, toen zij dat ding in haar mond had, [verdachte] haar ging neuken. [slachtoffer 2] verklaart dat zij op pagina 33 een zweepje ziet. Daar sloeg [verdachte] haar mee en daarna ging hij haar neuken. [verdachte] sloeg op haar borsten en op haar kont. [slachtoffer 2] verklaart dat zij dan niks droeg, dan had [verdachte] haar uitgekleed.36 [slachtoffer 2] verklaart dat zij op bladzijde 34 een ding ziet. [verdachte] heeft dat ook. Hij noemde dit dolfijn. Het dikke gedeelte deed [verdachte] in haar vagina en het dunne gedeelte deed hij in haar kont. Op pagina 36 ziet [slachtoffer 2] een zweepje. [slachtoffer 2] verklaart dat zij begint te twijfelen en dat dit volgens haar het zweepje is dat [verdachte] bij haar gebruikte en niet die van bladzijde 33. Ze ziet op het zweepje van bladzijde 36 ook de touwtjes die een beetje aan het verslijten waren. [slachtoffer 2] verklaart dat zij op bladzijde 45 een ding ziet dat [verdachte] ook heeft. Zij weet niet wat het is, maar het was van metaal en voelde koud aan. [verdachte] stopte het in haar vagina en dan bewoog hij hem op en neer. [slachtoffer 2] verklaart dat zij toen ongeveer 13 jaar was. [slachtoffer 2] verklaart dat zij op pagina 52 een cockring ziet en dat [verdachte] die ook om zijn penis heeft gehad. Zijn penis bleef toen recht overeind staan en werd een beetje blauw. Toen ging hij haar neuken.37 [slachtoffer 2] verklaart dat zij 12 jaar was toen [verdachte] voor de eerste keer in haar vagina ging. Hij ging toen eerst met zijn vingers in haar vagina. Op dezelfde dag ging hij met zijn piemel in haar vagina. Het begon een tijdje nadat hij haar voor het eerst had aangeraakt. [slachtoffer 2] verklaart dat zij toen bij [verdachte] thuis was. [verdachte] had de deuren op slot gedaan. Toen kwam hij naar haar toe. [slachtoffer 2] verklaart dat hij haar eerst ging aanraken bij haar borsten. Toen probeerde hij in haar broek te gaan. Daarna deed hij haar broek uit. Eerst gingen zijn vingers in haar vagina. [slachtoffer 2] verklaart dat zij voorover gebukt stond toen [verdachte] in haar vagina ging. [verdachte] zei dat zij voorover moest staan. Hij ging via achter in haar vagina. [slachtoffer 2] verklaart dat geen sprake was van voorbehoedsmiddelen en dat zij de pil gebruikt.38 [slachtoffer 2] verklaart dat haar lichaam het wel leuk vond, maar dat zij het zelf niet fijn vond. Het voelde pijnlijk toen [verdachte] in haar was met zijn piemel. [verdachte] bewoog met zijn piemel in haar vagina. Hij stopte als hij klaar was gekomen. Hij kwam klaar in haar vagina. [slachtoffer 2] verklaart dat het heel vaak is gebeurd dat [verdachte] met zijn piemel in haar vagina ging, zij denkt wel 50 keer. [slachtoffer 2] verklaart dat [verdachte] wist dat zij aan de pil was.39 [slachtoffer 2] verklaart verder dat als hij een voorwerp gebruikte, dit altijd gebeurde op zijn slaapkamer. Met het metalen voorwerp gebeurde het 1 keer, met de voorbinddildo 1 keer en met de dolfijn 2 keer. Het zweepje gebruikte hij 3 keer. [slachtoffer 2] verklaart dat zij bijna ieder keer aan het potje heeft gesnoven en dat zij er een beetje duizelig van werd. [slachtoffer 2] verklaart dat zij [verdachte] zo’n 5 keer heeft afgetrokken.40 [slachtoffer 2] verklaart verder dat [verdachte] voordeed hoe je aan het potje moest ruiken. Zij moest 1 neusgat dichtduwen en dan met het andere neusgat snuiven. [verdachte] hield het potje vast.41

[slachtoffer 2] is geboren op [geboortedatum 3] .42

Op 16 februari 2016 is [naam 11] , de vriend van [slachtoffer 2] , gehoord. [naam 11] verklaart dat hij ongeveer 2 jaar samen is met [slachtoffer 2] .43

Op 20 april 2016 is [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] nader gehoord. [slachtoffer 1] verklaart dat het potje waarover zij heeft verklaard bruin en klein was. Verbalisant merkt op dat [slachtoffer 1] met haar duim en wijsvinger een gebaar maakt waarbij ze haar vingers ongeveer 7 centimeter uit elkaar houdt. Het potje ging dicht met een zwarte draaipop. [slachtoffer 1] verklaart dat [verdachte] haar vaak uit het potje liet snuiven.44 [verdachte] snoof ook vaak uit het potje. [verdachte] pakte dat potje. Meestal had hij die in zijn broekzak.45 De vibrator pakte hij onder het bed uit.46 Daar had hij bakken staan. [slachtoffer 1] verklaart dat zij voelde dat [verdachte] de vibrator bij haar vagina gebruikte en ook erin.47 Dat is 1 keer gebeurd. [slachtoffer 1] verklaart dat [verdachte] geen andere dingen heeft gebruikt tijdens de seks. Verbalisanten tonen [slachtoffer 1] een mapje met een aantal foto’s van seksartikelen. 48 [slachtoffer 1] verklaart dat zij de zakjes op foto 19 herkent. Zij heeft die vaak gezien. [slachtoffer 1] verklaart dat [verdachte] vaak een nektasje om had en daarin zaten die zakjes, maar hij had ze ook vaak in zijn broekzak. Hij maakte die dan open en deed die om zijn penis als hij seks wil met haar. [slachtoffer 1] verklaart dat zij foto 17 herkent. Het is gel. [verdachte] heeft dit wel eens gebruikt bij haar. Hij spoot dat op haar vagina om het gladder te maken en verdeelde dat een beetje met zijn hand.49 Dan ging hij er met die vibrator in.50

Verbalisant [naam 8] heeft gerelateerd dat hij onderzoek heeft verricht aan de sporendrager met SIN AAIJ6360NL (zwart potje met opschrift: Jungle Juice Black Label). [naam 8] relateert dat de sporendrager een hoogte had van 53 millimeter (inclusief deksel) en een diameter van 27 millimeter.51

Verbalisanten hebben gerelateerd dat van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] alsook van verdachte wangslijmvlies is afgenomen ten behoeve van DNA-onderzoek.52 Deze referentiemonsters zijn verzonden aan het NFI. Verder zijn aan het NFI sporendragers van de vaginapomp, voorbinddildo, dong, vibrator en Bal voor in mond met riem verzonden.53

Het NFI heeft een onderzoek naar biologische sporen en een DNA-onderzoek uitgevoerd. De bemonstering AAJC2742NL#02 van de bal (van de Bal voor in mond met riem) is onderzocht op de aanwezigheid van speeksel. Hierbij is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van speeksel in deze bemonstering. Genoemde bemonstering is onderworpen aan een DNA-onderzoek. Van de aangeleverde referentiemonsters zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek. In genoemde bemonstering AAJC2742NL#02 is een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal drie personen waaronder verdachte [verdachte] , onbekende vrouw A en getuige [slachtoffer 2] .54 Bij de berekening van de bewijskracht van de gevonden matches komt het NFI - kort gezegd - tot de conclusie dat de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek meer dan een miljoen maal waarschijnlijker zijn als de bemonstering celmateriaal van [slachtoffer 2] bevat dan wanneer de bemonstering celmateriaal bevat van drie willekeurige onbekende personen.55

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] consistente en zeer gedetailleerde verklaringen hebben afgelegd. De rechtbank acht deze verklaringen geloofwaardig. De verklaringen bevestigen niet alleen elkaar, maar worden ook ondersteund door andere bewijsmiddelen, waaronder DNA-bewijs.

De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door de verklaring van verdachte omtrent het samenzijn met [slachtoffer 1] op specifieke plaatsen en tijdstippen, alsmede het bezit van een vibrator en een potje met daarin poppers. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting dat hij regelmatig aan dergelijke potjes snoof - en dat [slachtoffer 1] dat gezien kan hebben - zonder dat dit een seksuele lading had, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen ongeloofwaardig. De rechtbank merkt op dat de potjes met poppers ook samen met de seksartikelen in de kluis zijn aangetroffen.

De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] worden ook ondersteund door het aantreffen van een groot aantal seksartikelen, waarvan verdachte heeft verklaard de eigenaar te zijn, in een kluis in de woning van de moeder van verdachte. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze goederen uit het zicht van zijn kleine kinderen wilde houden en dat hij ze daarom in de kluis heeft opgeborgen. De rechtbank acht die verklaring niet geloofwaardig, reeds omdat het opbergen van die goederen in een af te sluiten kast of op een hoger gelegen plank in de eigen woning voldoende was geweest. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte deze seksartikelen enkel uit het zicht van politie en justitie heeft willen houden.

[slachtoffer 2] heeft meerdere seksartikelen herkend en daarvan een zeer gedetailleerde beschrijving gegeven; over de voorbinddildo verklaart zij onder meer dat deze een beetje te groot was voor haar en dat zij er van verdachte een elastiekje om moest doen, omdat deze anders afzakte. Haar verklaring is niet alleen gedetailleerd, maar ook authentiek, zoals onder meer naar voren komt in haar verhoor waarin bij het beschrijven van de seksartikelen en het tonen van de foto’s ervan zij terugkomt op haar eerdere herkenning van een zweepje. De geloofwaardigheid van haar verklaring wordt verder versterkt door haar opmerking dat zij het zelf niet fijn vond, maar haar lichaam wel.

In de bemonstering van een van de seksartikelen is een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal drie personen onder wie verdachte en [slachtoffer 2] . Dat het DNA van [slachtoffer 2] op een andere manier op het betreffende seksartikel is terechtgekomen, gelet op het regelmatige verblijf van [slachtoffer 2] in de woning van verdachte, zoals door de raadsman is aangevoerd, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. In het dossier bevinden zich daarvoor geen aanwijzingen en ook de door het NFI gerapporteerde aanwezigheid van speeksel in de bemonstering is daarvoor een contra-indicatie.

De verklaring van [slachtoffer 1] wordt verder ondersteund door de verklaring van de bedrijfsleidster van Albert Heijn waar [slachtoffer 1] werkte, zowel inhoudelijk als voor wat betreft de waarneming van emoties bij [slachtoffer 1] .

Dat [slachtoffer 1] de door haar vader aan de politie verzonden e-mail niet zelf getypt zou hebben, zoals de raadsman heeft aangevoerd, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. [slachtoffer 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij de e-mail helemaal zelf heeft gemaakt en geen hulp heeft gehad bij het typen.56 De rechtbank ziet geen aanleiding om daaraan te twijfelen. De rechtbank heeft daarbij mede gelet op de verklaring van de bedrijfsleidster dat zij van [slachtoffer 1] hele stukken op de app kreeg en dat ze op die manier alles durft te zeggen, waaruit naar voren komt dat [slachtoffer 1] kennelijk in staat was haar gevoelens schriftelijk te verwoorden.

Voor zover er ten slotte sprake is van tegenstrijdigheden of inconsistenties in de verklaringen, bijvoorbeeld ten aanzien van de momenten van openbaring (disclosure) zoals door de raadsman is aangevoerd, zijn die naar het oordeel van de rechtbank van ondergeschikte aard en begrijpelijk gelet op de werking van het menselijk geheugen.

Conclusie

De rechtbank acht gelet op de bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] seksueel heeft misbruikt, een en ander zoals hierna is bewezenverklaard. De rechtbank verwerpt de verweren van de verdediging.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van verkrachting. Van verkrachting is sprake wanneer iemand door geweld of een andere feitelijkheid (of bedreiging daarmee) wordt gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestaan of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Voor geweld of een andere feitelijkheid (of bedreiging daarmee) waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tot het ondergaan van dergelijke handelingen werden gedwongen is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank zal verdachte van het tenlastegelegde onder A bij beide feiten vrijspreken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. B

meermalen in de periode van 01 januari 2010 tot en met 10 augustus 2013 in Nederland met [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] , geboren op 11 augustus 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte,:

- zijn penis in de vagina en mond van die [slachtoffer 1] gebracht en

- een vibrator in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en

- die [slachtoffer 1] ge(tong)zoend en

- de vagina van die [slachtoffer 1] gelikt en

- de vagina van die [slachtoffer 1] betast en

- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 1] ;

2.

B

meermalen in de periode van 25 december 2010 tot en met 01 december 2014 te Grave met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, telkens ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte,:

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en

- zijn penis in de vagina en mond van die [slachtoffer 2] gebracht en

- een vibrator in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht en

- een seksspeeltje (bal voor in mond) in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en

- een seksspeeltje (dolfijn en metalen voorwerp) in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 2] gebracht en

- met een zweep tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] geslagen en

- de vagina en borsten en billen van die [slachtoffer 2] betast en

- zichzelf laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en

- die [slachtoffer 2] een voorbinddildo in de anus van hem, verdachte, laten brengen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar eis rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte gruwelijk misbruik heeft gemaakt van twee jonge meiden, dat zij in een afhankelijkheidsrelatie stonden tot verdachte, deze was immers hun oom, en dat het vertrouwen van deze meiden in mannen door het handelen van verdachte behoorlijk is afgenomen. De officier van justitie acht alleen een forse gevangenisstraf op zijn plaats.

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen in hun geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte van de feiten vrij te spreken. De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.

De raadsman heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen gelet op de door hem bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vergaand seksueel misbruik van zijn nichtjes [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De meisjes waren toen het misbruik begon zeer jong, 11 à 12 jaar, en verdachte heeft het misbruik gedurende een aantal jaren doorgezet. Beide meisjes zijn door verdachte ontmaagd en [slachtoffer 1] was bovendien zeer kwetsbaar. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zijn eigen seksuele behoefte boven het belang van zijn nichtjes heeft gesteld. Het behoeft geen betoog dat seksueel misbruik van een minderjarige zeer nadelige gevolgen kan hebben in de zin van psychische en emotionele schade bij de desbetreffende minderjarige en dat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat de feiten een grote impact hebben gehad op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De feiten hebben bovendien negatieve gevolgen gehad voor de onderlinge familiebanden.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 3,5 jaar (42 maanden). De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal op de straf in mindering worden gebracht.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank vrijspreekt van verkrachting en rekening houdend met het tijdsverloop sindsdien.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 2] .

De rechtbank acht – nu de verdediging de hoogte van de vorderingen niet heeft betwist – de vorderingen in hun geheel toewijsbaar, met uitzondering van een deel van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] gevorderde schadevergoeding voor reiskosten.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in de helft van de gevorderde schadevergoeding voor reiskosten, aangezien zij deze vergoeding ook heeft gevorderd in de zaak tegen [naam 12] . De benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de toe te wijzen bedragen vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Als begindatum zal de rechtbank voor wat betreft de materiële schade aansluiten bij de datum van indiening van het verzoek tot schadevergoeding en voor wat betreft de immateriële schade bij het einde van de bewezenverklaarde periode. Genoemde vermeerdering geldt tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor is overwogen.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 57, 245.

DE UITSPRAAK

De rechtbank verklaart het tenlastegelegde onder 1 en 2 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd T.a.v. feit 2: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen.

T.a.v. feit 1, feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1:Maatregel van schadevergoeding van € 14.059,64 subsidiair 105 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 14.059,64 (zegge: veertienduizend-negenenvijftig euro en vierenzestig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 105 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 59,64 materiële schadevergoeding en € 14.000,00 immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het bedrag van € 59,64 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag van € 14.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 14.059,64 (zegge: veertienduizendnegenenvijftig euro en vierenzestig eurocent). Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 59,64 materiële schadevergoeding en € 14.000,00 immateriële schadevergoeding. Het bedrag van € 59,64 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag van € 14.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van € 14.025,12 subsidiair 105 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van € 14.025,12 (zegge: veertienduizend-vijfentwintig euro en twaalf eurocent ), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 105 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 25,12 materiële schadevergoeding en € 14.000,00 immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het bedrag van € 25,12 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag van € 14.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 14.059,64 (zegge: veertienduizendvijfentwintig euro en twaalf eurocent). Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 25,12 materiële schadevergoeding en € 14.000,00 immateriële schadevergoeding. Het bedrag van € 25,12 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag van € 14.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. R.J. Bokhorst en mr. W.B. Kok, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,

en is uitgesproken op 30 november 2017.

mr. W.B. Kok is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Thematische Opsporing, Team Zeden, registratienummer PL2100-2015058071, aantal pagina’s: 547. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

2 Relaas verbalisanten [naam 4] en [naam 13] , dossierpagina 33-35

3 Akte van geboorte [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] , dossierpagina 52

4 E-mail van [naam 3] aan [naam 4] , dossierpagina 38

5 Aangifte door [naam 3] , dossierpagina 42

6 Verslag verbatim studioverhoor, dossierpagina 113-148

7 Relaas verbalisant [naam 4] , dossierpagina 53

8 Relaas verbalisant [naam 4] , dossierpagina 54

9 Relaas verbalisant [naam 4] , dossierpagina 55

10 Relaas verbalisant [naam 4] , dossierpagina 56

11 Relaas verbalisant [naam 4] , dossierpagina 57

12 Relaas verbalisant [naam 4] , dossierpagina 58

13 Verklaring [naam 14] , dossierpagina 87

14 Verklaring [naam 14] , dossierpagina 88

15 Verklaring [naam 14] , dossierpagina 89

16 Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting

17 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 77

18 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 78

19 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 79

20 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 80

21 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 81

22 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 82

23 Verklaring [slachtoffer 2] , dossierpagina 83

24 Relaas verbalisanten A.T. [naam 5] en F.L.J.H. [naam 6] , dossierpagina 20

25 Relaas verbalisanten M.S.H. [geboortedatum 1] en A.W.M. [geboortedatum 1] , dossierpagina 186

26 Verklaring verdachte, dossierpagina 282

27 Relaas verbalisant G. [naam 7] , dossierpagina 207

28 Relaas verbalisant [naam 16] , dossierpagina 428

29 Relaas verbalisant [naam 13] , dossierpagina 429

30 Relaas [naam 8] en [naam 9] , dossierpagina 442

31 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 290

32 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 292

33 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 293

34 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 294

35 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 295 en 306-308

36 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 296 en 309-310

37 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 297 en 311-312 en 314

38 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 298-299

39 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 300

40 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 301-302

41 Aangifte [slachtoffer 2] , dossierpagina 305

42 Akte van geboorte [slachtoffer 2] , dossierpagina 319

43 Verklaring [naam 11] , dossierpagina 179

44 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 342

45 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 343

46 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 344

47 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 345

48 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 346

49 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 347

50 Verklaring [slachtoffer 1] , dossierpagina 348

51 Relaas verbalisant [naam 8] , los opgenomen in dossier

52 Relazen verbalisant [naam 16] , dossierpagina 339 en 428, relaas verbalisant [naam 17] , dossierpagina 329, relaas verbalisant [naam 15] , dossierpagina 338 en relazen verbalisant [naam 13] , dossierpagina 330 en 429

53 Relaas verbalisanten [naam 8] en [naam 9] , dossierpagina 446-448 en 450

54 Rapport NFI opgemaakt door dr. A.G.M. van Gorp d.d. 22 augustus 2016, dossierpagina 486-488 en 490

55 Rapport NFI opgemaakt door dr. A.G.M. van Gorp d.d. 25 oktober 2016, dossierpagina 495

56 Verklaring [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris, pagina 2