Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5773

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
06-11-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
01/845353-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op de legerbasis Oirschot spullen vernield en gestolen. Met de gestolen ID-kaart heeft hij een telefoon gekocht. De rechtbank acht verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar voor die feiten. Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Daarnaast gelast de rechtbank de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845353-17

Datum uitspraak: 06 november 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 september 2017 en 30 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 augustus 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Oirschot, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rugzak (zogenaamde "grabbag") met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of het ministerie van defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Oirschot, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtauto (legervoertuig), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het ministerie van defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen vrachtauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten een kort voor dit delict gestolen sleutel toebehorende aan [slachtoffer 1] , althans aan het ministerie van defensie);

3.

hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Oirschot, in elk geval in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een poort, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het ministerie van defensie, in elk geval toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield een/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt en/of gemaakt;

4.

hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Veldhoven, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

VODAFONE, althans een medewerker van een VODAFONE winkel, te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het verstrekken van een telefoon en/of een telefoonabonnement, hebbende verdachte zich in die winkel begeven en/of zich gelegitimeerd met een valse ID (op naam gesteld van [slachtoffer 1] ) en/of

(vervolgens) gebruik gemaakt van een pinpas (op naam gesteld van die [slachtoffer 1] ) (als ware verdachte die [slachtoffer 1] ) en/of getracht te pinnen met een pinpas (op naam gesteld van die [slachtoffer 1] ), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een auto('s) (met [kenteken 1] en/of [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 1] en/of [naam 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Ten aanzien van feit 1:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de onder feit 1 ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. 1

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, de ten laste gelegde diefstal, voor zover hierna bewezen is verklaard, wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

- Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1] .2

- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 30 oktober 2017.

De rechtbank volstaat, gelet op het bepaalde in artikel 359, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend.

Ten aanzien van feit 2:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de onder feit 2 ten laste gelegde diefstal met braak door middel van een valse sleutel wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, de ten laste gelegde diefstal met braak door middel van een valse sleutel voor zover hierna bewezen is verklaard, wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

- Het proces-verbaal aangifte van [naam 3] .3

- Het proces-verbaal aanhouding.4

- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 30 oktober 2017.

De rechtbank volstaat, gelet op het bepaalde in artikel 359, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend.

Ten aanzien feit 3:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, het ten laste gelegde feit voor zover hierna bewezen is verklaard, wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

- Het proces-verbaal aangifte van [naam 4] .5

- Het proces-verbaal verhoor van getuige [naam 5] .6

- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 30 oktober 2017.

De rechtbank volstaat, gelet op het bepaalde in artikel 359, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend.

Ten aanzien van feit 4:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de onder feit 4 ten laste gelegde poging tot oplichting wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van het onder feit 4 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, de ten laste gelegde poging tot oplichting voor zover hierna bewezen is verklaard, wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

- Het proces-verbaal verhoor van getuige [naam 6] .7

- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

De rechtbank volstaat, gelet op het bepaalde in artikel 359, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend.

Ten aanzien van feit 5:

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het onder feit 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van het onder feit 5 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, het ten laste gelegde feit voor zover hierna bewezen is verklaard, wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

- Het proces-verbaal aangifte van [naam 1] .8

- Het proces-verbaal verhoor van getuige [naam 2] .9

- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 30 oktober 2017.

De rechtbank volstaat, gelet op het bepaalde in artikel 359, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 12 juni 2017 te Oirschot, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rugzak (zogenaamde “grabbag”) met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of het ministerie van defensie.

2.

op 12 juni 2017 te Oirschot, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vrachtauto (legervoertuig), toebehorende aan het ministerie van defensie, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen vrachtauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een kort voor dit delict gestolen sleutel toebehorende aan het ministerie van defensie.

3.

op 12 juni 2017 te Oirschot opzettelijk en wederrechtelijk een poort, toebehorende aan het ministerie van defensie, heeft vernield.

4.

op 12 juni 2017 te Veldhoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Vodafone te bewegen tot de afgifte van enig goed en het verlenen van een dienst, te weten het verstrekken van een telefoon en een telefoonabonnement, hebbende verdachte zich in die winkel begeven en zich gelegitimeerd met een valse ID, op naam gesteld van [slachtoffer 1] als ware verdachte die [slachtoffer 1] , en getracht te pinnen met een pinpas op naam gesteld van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

5.

op 12 juni 2017 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk twee auto’s met [kenteken 1] en [kenteken 2] , toebehorende aan [naam 1] en [naam 2] , heeft beschadigd.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie stelt zich, gelet op de over verdachte opgemaakte rapportages, op het standpunt dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht en vordert dat hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte (verminderd) toerekeningsvatbaar moet worden geacht en dat aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd waarvan de duur gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en ambulante behandeling.

Het oordeel van de rechtbank.

Over verdachte is op 27 september 2017 gerapporteerd door de deskundigen N. van der Weegen, GGZ psycholoog, respectievelijk R.J. Koers, arts in opleiding tot psychiater onder supervisie van A.X. Rutten, kinder- en jeugdpsychiater. Uit deze rapporten blijkt dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of ander type psychotische stoornis. De overtuigingen en belevingen, voortkomende uit de psychotische stoornis, hebben verdachte aangezet tot het plegen van het bewezen verklaarde. Er is sprake van paranoïde wanen die maken dat verdachte bezorgd is over de algemene veiligheid in Nederland. Hij is er van overtuigd dat de Illuminati de maatschappij sterk beïnvloeden en in hun greep willen hebben en ziet voor zich zelf een belangrijke rol in het aan het licht brengen van de gevolgen die de Illuminati hebben voor onze maatschappij. Hij is er door zijn psychotische gedachten van overtuigd geraakt dat zijn gedrag nodig was om aan te tonen dat de veiligheid van de legerbasis in Oirschot onvoldoende is. De gedragsdeskundigen concluderen dat het amfetaminegebruik van verdachte en zijn ADD de psychotische klachten vermoedelijk hebben verergerd. Amfetaminegebruik en ADD leiden beiden tot een verminderde impulscontrole en een verminderd vermogen om de gevolgen van het eigen gedrag te overzien. De deskundigen komen tot de conclusie dat het gedrag van verdachte en zijn overwegingen volledig werden gestuurd door zijn wanen, samenhangend met de ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Zij adviseren de rechtbank om verdachte de gepleegde feiten geheel niet toe te rekenen.

De rechtbank neemt dit advies over en bepaalt dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is. Verdachte is dan ook niet strafbaar, omdat gebleken is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. Op grond daarvan zal de rechtbank verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De vordering van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert te gelasten dat verdachte voor de duur van één jaar zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis. De gedragsdeskundigen wijzen er in hun onderzoeksrapportage op dat het gedrag van verdachte niet alleen voor hemzelf gevaarlijk was, maar dat in de toekomst ook gevaarlijke situaties voor de algemene veiligheid van andere personen en/of goederen kunnen ontstaan. Aan de vereisten van artikel 37 van het

Wetboek van Strafrecht is voldaan. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd waarvan de duur van het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Aan een fors voorwaardelijk deel kunnen als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en ambulante behandeling worden opgelegd. De voorkeur van de verdediging gaat uit naar een ambulante behandeling. Indien de rechtbank toch oplegging van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis gelast, zal verdachte daaraan zijn medewerking verlenen.

Het oordeel van de rechtbank.

Voorop gesteld wordt dat de rechtbank op grond van de door de gedragsdeskundige vastgestelde ziekelijk stoornis heeft bepaald dat de bewezenverklaarde feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend. Daarom kan aan verdachte geen straf worden opgelegd.

Gelet op de vordering van de officier van justitie en het advies van de deskundigen is aan de orde de vraag of aan verdachte de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis moet worden opgelegd. Daarvoor is vereist dat verdachte gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

Verdachte heeft een militaire rugtas met inhoud weggenomen. Met de defensiepas die hij in de rugtas vond heeft hij zich toegang verschaft tot het kazerneterrein. Met behulp van de autosleutel die hij in de rugtas vond heeft hij een Scania vrachtauto van het kazerneterrein weggenomen. Met deze vrachtauto is hij door een van de afgesloten toegangspoorten van de kazerne gereden. Daarna is hij richting Veldhoven gereden. Aldaar heeft hij zich in een Vodafone-winkel met een vals identiteitsbewijs gelegitimeerd en met de pinpas van een ander geprobeerd een telefoonabonnement af te sluiten. Daarna is hij met de vrachtauto in de richting van Geldrop en Woensel gereden. In Woensel is hij, in de nabijheid van spelende kinderen, tegen een geparkeerde personenauto aangereden. Door de botsing is tevens schade ontstaan aan een andere geparkeerde personenauto.

De rechtbank acht de diefstal van de militaire uitrusting en het legervoertuig en de vernieling van de poorten van het kazerneterrein en de beschadiging van de auto’s ernstige feiten. Het handelen van verdachte heeft niet slechts materiële schade tot gevolg gehad, maar heeft ook geleid tot grote onrust ten aanzien van de algemene veiligheid en heeft in de plaatselijke gemeenschap gevoelens van angst en onveiligheid opgeroepen. Verdachte heeft bovendien door zich met het legervoertuig op de openbare weg te begeven, terwijl hij voor het rijden met een vrachtwagen geen rijbewijs had, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor andere weggebruikers een gevaarlijke situatie doen ontstaan. Ook de omstandigheid dat verdachte zich onbevoegd toegang heeft verschaft tot het kazerneterrein was niet zonder risico, vooral voor hemzelf.

De psycholoog geeft in de rapportage de volgende risicoanalyse. Betrokkene is nog altijd doordrongen van het idee dat hij degene is die de wereld moet waarschuwen voor hetgeen de Illuminati aanrichten. Hij ziet dat als “zijn werk.” Het risico dat betrokkene opnieuw strafbaar gedrag gaat vertonen om deze missie te volbrengen acht de rapporteur zeer groot.

De psychiater concludeert dat indien betrokkene niet wordt behandeld, zijn functioneren vermoedelijk verder zal verslechteren. Daardoor neemt het recidiverisico nog verder toe dan op basis van de huidige klachten al mocht worden verwacht.

De reclassering komt in haar rapportage van 4 september 2017 op basis van de RISc, een diagnostisch instrument voor inschatting van het recidiverisico, tot de conclusie dat het recidive risico hoog is en dat betrokkene anderen in gevaar kan brengen, al zal dit niet zijn intentie zijn.

De beide gedragsdeskundigen en de reclassering adviseren de rechtbank om verdachte binnen een zogeheten artikel 37-maatregel voor een klinische behandeling op te laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis.

De rechtbank acht – met de officier van justitie en gelet op de inschatting van het recidiverisico door de gedragsdeskundigen en de reclassering – waarschijnlijk dat door het gebrek aan beoordelingsvermogen van verdachte in de toekomst wederom gevaarlijke situaties voor zichzelf, anderen of de algemene veiligheid van personen en goederen zullen ontstaan. Verdachte heeft door zijn psychotische stoornis de stellige overtuiging dat zijn gedrag nodig was om de algemene veiligheid in Nederland ter discussie te stellen. Verdachte is zich op geen enkele manier bewust van zijn paranoïde wanen en overtuigingen en heeft geen enkel ziekte-inzicht.

Conclusie

Gelet op hetgeen is vastgesteld in de hiervoor genoemde gedragskundige rapportages, die gedegen zijn onderbouwd, is de rechtbank van oordeel dat dient te worden geconcludeerd dat verdachte een gevaar is voor zichzelf, anderen en voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De psychische conditie en gezondheid van verdachte staan in een nauw verband tot de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank acht van belang dat verdachte wordt behandeld voor zijn ziekte. Gelet op het feit dat verdachte geen besef en geen inzicht heeft in zijn ziekte, niet gemotiveerd is voor behandeling en de kans bestaat dat hij zich aan een behandeling zal onttrekken, acht de rechtbank noodzakelijk dat behandeling in een klinische setting plaatsvindt. Ambulante behandeling zoals de raadsvrouw heeft voorgesteld is niet haalbaar en is, zoals de reclassering het beschrijft gedoemd te mislukken.

De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, zoals neergelegd in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht, is voldaan.

De rechtbank legt aan verdachte de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van 1 jaar op.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 37, 45, 310, 311, 326, 350.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert de volgende misdrijven:

T.a.v. feit 1:diefstal.T.a.v. feit 2:diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijfheeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van valse sleutels.

T.a.v. feit 3:opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een andertoebehoort, vernielen.T.a.v. feit 4:poging tot oplichting.T.a.v. feit 5:opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een andertoebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.

verklaart dat verdachte niet strafbaar is voor alle bewezen verklaarde feiten en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.

gelast de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van 1 jaar.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. R.J. Bokhorst en mr. A.C. Palmboom, leden,

in tegenwoordigheid van mr. R. Klaar, griffier,

en is uitgesproken op 6 november 2017.

mr. A.C. Palmboom is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie Oost-Brabant, District Zuid, Brigade Brabant-Zuid, Afdeling Recherche, aantal pagina’s: 1 tot en met 102. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

2 Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 13 juni 2017, op p. 19-21.

3 Het proces-verbaal aangifte van [naam 3] d.d. 12 juni 2017, op p. 41-42.

4 Het proces-verbaal aanhouding d.d. 12 juni 2017, op p. 8-10.

5 Het proces-verbaal aangifte [naam 4] d.d. 13 juni 2017, op p. 26-27.

6 Het proces-verbaal verhoor van getuige [naam 5] d.d. 13 juni 2017, op p. 49-50.

7 Het proces-verbaal verhoor van getuige [naam 6] d.d. 15 juni 2017, op p. 88-89.

8 Het proces-verbaal aangifte van [naam 1] d.d. 14 juni 2017, op p. 31-33.

9 Het proces-verbaal verhoor van getuige [naam 2] d.d. 17 juni 2017, op p. 76-77.