Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5629

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27-10-2017
Datum publicatie
27-10-2017
Zaaknummer
01/845418-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het vervoeren en aanwezig hebben van amfetamine [art. 2 onder B en C en art. 10a van de Opiumwet] wordt verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845418-16

Datum uitspraak: 27 oktober 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres 1]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 2 oktober 2017.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 13 oktober 2017 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1. Hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2016 tot en met 4 juli 2016, te Eindhoven en/of Son en Breugel en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad (een) aanzienlijke hoeveelhe(i)d(en) (totaal 125 liter) amfetamineolie, althans (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2016 tot en met 4 juli 2016, te Eindhoven en/of Son en Breugel en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

één of meer voorwerp(en) en/of vervoermiddel(en) en/of één of meer stof(fen) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk daartoe:

- - een auto (merk Peugeot, type Boxer, met [kenteken] ) aangeschaft en/of verstrekt en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad,

en/of

- één of meer voor de vervaardiging van amfetamine benodigde grondstof(fen), te weten (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een (of meer) hoeveelhe(i)d(en) van één of meer materia(a)l(en) bevattende mierenzuur (totaal 360 liter) en/of zoutzuur (totaal 140 liter) en/of zwavelzuur (totaal 300 liter) aangeschaft en/of vervoerd en/of doen vervoeren en/of opgeslagen en/of overgeladen en/of voorhanden gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsoverwegingen.

De bestemming van de aangetroffen stoffen.

Op 4 juli 2016 heeft de politie een witte bestelbus, [kenteken] , die onder verdachte omstandigheden was gezien in Veghel, gevolgd. De bus reed naar de [adres 2] in Eindhoven. Op het woonwagenkamp aan de [adres 2] werd verdachte nabij de bestelbus aangetroffen. Hij was bezig met het uitladen van jerrycans. In en naast het voertuig werden meerdere jerrycans aangetroffen. Die jerrycans bevatten: 300 liter zwavelzuur, 140 liter zoutzuur, 360 liter mierenzuur en 125 liter amfetamineolie. Volgens de Dienst operationele samenwerking, landelijke faciliteit ontmantelen van de Landelijke Eenheid van de politie worden mierenzuur, zoutzuur en zwavelzuur gebruikt bij de vervaardiging van amfetamine. De rechtbank acht bewezen dat deze chemicaliën, nu zij in deze grote hoeveelheden en in combinatie met de amfetamineolie zijn aangetroffen, bestemd waren voor de productie van amfetamine. Een legale toepassing van die middelen is niet aannemelijk geworden.

Wetenschap van verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat hij voor het vervoer van de stoffen € 500,- zou ontvangen en dat daarmee een schuld die hij aan de opdrachtgevers had gedeeltelijk zou worden afgelost. Hij heeft bij de politie verklaard dat hij niet precies wist wat hij wegbracht, wel besefte hij dat het niet goed was ‘omdat het anders rook’. Verdachte wil de naam van de opdrachtgevers niet noemen, omdat hij vreest voor represailles. Hij heeft de stoffen naar eigen zeggen voorts niet bij hem thuis opgeslagen, omdat hij zijn vrouw en kinderen er niet mee wilde belasten.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij niet wist welke stoffen hij vervoerde, niet aannemelijk. Ook wanneer hem dit niet zou zijn medegedeeld had hij kunnen en moeten beseffen dat het hier om stoffen ging die gebruikt worden bij de productie van synthetische drugs. Immers, hij wist dat wat hij vervoerde niet klopte, hij vervoerde grote hoeveelheden vloeistoffen in jerrycans, hij rook een chemische lucht, de opdrachtgevers waren zware criminelen, hij kreeg € 500,- voor beperkte werkzaamheden en verdachte wilde de stoffen niet bij hem thuis opslaan. De rechtbank gaat er ten slotte van uit dat algemeen bekend mag worden verondersteld dat bij de productie van synthetische drugs chemische stoffen worden gebruikt die zijn opgeslagen in vaten of jerrycans.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte stoffen heeft vervoerd en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die stoffen bestemd waren voor de productie van amfetamine.

Medeplegen.

De rechtbank stelt vast dat er in het dossier aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van derden, maar onvoldoende om te kunnen spreken van de voor het bewezen verklaren van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Daarom zal verdachte ten aanzien van feit 1 en 2 van het ten laste gelegde bestanddeel medeplegen worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2; de bestelbus.

Verdachte heeft - naar eigen zeggen - een week voordat hij de jerrycans vervoerde, voor

€ 1.250,- een bestelbus (Peugeot Boxer) voorzien van [kenteken] voor eigen gebruik gekocht. De rechtbank stelt vast dat het aantal jerrycans met inhoud dat op 4 juli 2016 op de [adres 2] te Eindhoven in / nabij de bestelbus zijn aangetroffen niet in een reguliere personenauto konden worden vervoerd. Hoewel het mogelijk is dat voornoemde bestelauto voor het vervoer van de jerrycans is aangeschaft, kan dit niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld. De rechtbank zal verdachte derhalve van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. in de periode van 3 juli 2016 tot en met 4 juli 2016, te Eindhoven en/of Son en Breugel, opzettelijk heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad een aanzienlijke hoeveelheid (totaal 125 liter) van een materiaal bevattende amfetamine;

2. in de periode van 3 juli 2016 tot en met 4 juli 2016, te Eindhoven en/of Son en Breugel om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten, immers heeft verdachte opzettelijk daartoe

- voor de vervaardiging van amfetamine benodigde grondstoffen, te weten (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende mierenzuur (totaal 360 liter) en zoutzuur

totaal 140 liter) en zwavelzuur (totaal 300 liter) vervoerd en overgeladen en voorhanden

gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1 en 2:

  • -

    gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen munitie;

  • -

    verbeurdverklaring van de in beslag genomen auto merk Peugeot Boxer [kenteken] .

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder zijn draagkracht.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode gelegen tussen 3 juli 2016 en 4 juli 2016 grote hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, mierenzuur, zoutzuur en zwavelzuur voorhanden gehad en vervoerd. Met de stoffen die verdachte voorhanden had, kon een grote hoeveelheid amfetamine worden geproduceerd.

Naar algemeen bekend is wordt door de productie van amfetamine de volksgezondheid en het milieu ernstig bedreigd.

Het gebruik van amfetamine brengt niet alleen gezondheidsrisico’s mee voor de gebruiker. Daarnaast heeft de productie van amfetamine, waaraan verdachte een bijdrage heeft geleverd, meer algemeen maatschappelijke problemen tot gevolg. Chemisch afval afkomstig van de laboratoria waar synthetische drugs worden gemaakt, wordt vaak in de natuur gedumpt en leidt daar tot schade en risico’s voor mens en milieu. Bij de productie ontstaat brand- en ontploffingsgevaar. Daarnaast gaat de productie van en de handel in synthetische drugs gepaard met allerlei bijkomende vormen van georganiseerde criminaliteit, onder meer gericht op het verhullen en beschermen van deze activiteiten. Daarbij worden fors geweld en bedreigingen niet geschuwd. Verdachte heeft ook verklaard bang te zijn voor zijn opdrachtgevers.

Tenslotte leidt het amfetaminegebruik vaak tot vermogensdelicten, omdat de gebruikers van amfetamine op die manier hun gebruik bekostigen.

Verdachte heeft zich niet bekommerd om de negatieve bijeffecten van zijn handelen. Verdachte heeft ook geen openheid van zaken gegeven.

De raadsman heeft verzocht aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De aard en de ernst van het bewezenverklaarde maakt dat het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf door de rechtbank niet passend wordt geacht.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank de rol van verdachte anders beoordeelt dan de officier van justitie en de rechtbank met name gelet daarop van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Verbeurdverklaring.De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp, de personenauto, vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.

Onttrekking aan het verkeer.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen, 3 stuks munitie, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 57

Opiumwet art. 2, 10, 10a.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B, van de Opiumwet gegeven verbodenopzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.Ten aanzien van feit 2:om een feit, bedoeld in het vierde lid, van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen en maatregel.

Ten aanzien van feit 1, feit 2:gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen goederen, te weten: - 3 stuks munitie Luger 9 mm, goednummer 1031046.Verbeurdverklaring van de in beslag genomen goederen, te weten: - een personenauto, merk Peugeot Boxer 2001, voorzien van [kenteken] ,

goednummer 1030502.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Bossink, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. T. van de Woestijne, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 27 oktober 2017.