Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5578

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
01/860380-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf voor de duur van een week voor een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met brandstichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/860380-17

Datum uitspraak: 25 oktober 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 september 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 juli 2017 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of brandstiching, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik rijg je aan het mes en/of "ik zweer op mijn moeders kut dat ik vannacht terug kom en je auto in de fik steek", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De beoordeling van de bewijsmiddelen. 1

Inleiding.

Reageerde verdachte door te roepen: ‘Ik steek vanavond je auto in de brand’.

Het standpunt van de officier van justitie.

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat op 26 juli 2017 omstreeks 18.18 uur op de vensterbank van haar woning aan de [adres 2] te [gemeente] een man zat. Aangeefster verzocht deze man om van de vensterbank af te gaan. Hierop reageerde de man door te roepen: “Ik zweer op mijn moeders kut dat ik vannacht terug kom en je auto in de fik steek” en “Ik rijg je aan het mes”. 2, 3, 4

Getuige [getuige 1] was op 26 juli 2017 omstreeks 18:15 uur doende met schilderwerkzaamheden op de [adres 2] te [gemeente] . Hij hoorde toen dat een man tegen een vrouw te keer ging en riep: “Ik kom vannacht of morgen wel terug om jullie auto in de fik te steken”. [getuige 1] hoorde bij deze bedreiging dat de man dat zweerde op de kut van zijn moeder. 5 Ook heeft [getuige 1] de man tegen de vrouw horen zeggen: “Ik rijg je aan het mes”. 6

Verdachte heeft bekend dat hij tegen aangeefster heeft gezegd dat hij die avond terug zou komen en haar auto in brand zou steken.7

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 26 juli 2017 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en brandstichting, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik rijg je aan het mes en "ik zweer op mijn moeders kut dat ik vannacht terug kom en je auto in de fik steek”.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman begrijpt het standpunt van de officier van justitie, maar verzoekt in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 26 juli 2017 te Geldrop zat verdachte ongevraagd op de vensterbank van de woning van aangeefster. Nadat aangeefster verdachte verzocht om van de vensterbank af te gaan heeft verdachte aangeefster bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en brandstichting. Om zijn bedreigingen kracht bij te zetten, heeft verdachte tegen de toegangspoort van de tuin van aangeefster getrapt en met gebalde vuist tegen haar keukenraam geslagen.

Verdachte heeft door zijn handelwijze aangeefster, blijkens haar aangifte, vrees aangejaagd. Een dergelijk feit draagt bovendien bij aan het in de maatschappij levende gevoel van onrust en onveiligheid.

De raadsman heeft verzocht om aan verdachte een taakstraf op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. Een gevangenisstraf van na te melden duur vormt een passende en geboden reactie; een taakstraf zou geen recht doen aan de ernst van het bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering is ten bedrage van € 200,-- toewijsbaar. Ter zake het overige dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

Het causaal verband ontbreekt, om die reden verzoekt de raadsman om de vordering te matigen en toe te wijzen tot een bedrag van € 200,--.

Beoordeling. De rechtbank is van oordeel dat gezien de zwaarte en vulgariteit van de bedreiging het niet anders kan dan dat deze diepe indruk heeft gemaakt op de benadeelde partij en deels tot de aangevoerde klachten heeft geleid dan wel verergerd; ook al kan de bedreiging niet in directe relatie tot de geleden schade worden gebracht. De rechtbank acht de vordering daarom deels toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2017 tot de dag der algehele voldoening.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 36f, 57, 63, 285.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting.De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf en maatregel.

Gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Maatregel van schadevergoeding van € 200,00 subsidiair 4 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van € 200,-- (zegge: tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 200,-- (zegge: tweehonderd euro). Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Brouwer, voorzitter,

mr. A.W.A. Kap-Knippels en mr. R. van Marle, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 25 oktober 2017.

Mr. R. van Marle is buiten staat om dit vonnis (mede) te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces- verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het einddossier van de politie eenheid Oost-Brabant, district Helmond, genummerd PL2100-2017156240, aantal doorgenummerde pagina’s: 26. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.

2 Als verklaring van [slachtoffer] , aangeefster, d.d. 26 juli 2017 p. 3, 4

3 Als verklaring van [getuige 2] , getuige, d.d. 26 juli 2017 p. 10,11

4 Als verklaring van [slachtoffer] , aangeefster, d.d. 26 juli 2017 p. 3, 4

5 Als verklaring van [getuige 1] , getuige, d.d. 26 juli 2017 p. 6, 7

6 Als verklaring van [getuige 1] , getuige, d.d. 26 juli 2017 p. 9

7 Als verklaring van verdachte d.d. 27 juli 2017 p. 23