Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5452

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
12-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
17_2607
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Hondenpension op afstand van ruim 900 meter afstand van woningen. Verzoekers hebben nauwelijks zicht op het hondenpension.

Zelfs als de betwisting van het akoestische rapport van verweerder zou moeten leiden tot aanpassingen van de onderzoeksresultaten, is het niet aannemelijk dat verzoekers, naar objectieve maatstaven gemeten, hinder van enige betekenis ondervinden, gelet op de ruim dertigmaal grotere afstand tot de woningen van verzoekers, dan de afstand van 30 meter waarop volgens verweerder van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat sprake is.

Verzoekers zijn geen belanghebbenden. Verzoek om voorlopige voorziening en beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 17/2607 en SHE 17/2583

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep in de zaak tussen

[verzoekers] , allen te [woonplaats], verzoekers,

(gemachtigde: mr. M. Woestenenk),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, verweerder,

(gemachtigde: mr. R.P. Randewijk).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder], te [plaats], vergunninghouder,

(gemachtigde: mr. W.P.N. Remie).

Procesverloop

Bij besluit van 9 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan en voor handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden, ten behoeve van het realiseren van een dierenpension aan de Kruishoeveweg 5 te Vught (dierenpension Grancyhoeve).

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 19 september 2017 beroep ingesteld bij de rechtbank. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd met zaaknummer

SHE 17/2583. Bij brief van eveneens 19 september 2017 hebben verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd met zaaknummer SHE 17/2607.

Vergunninghouder heeft zijn zienswijze over de zaak gegeven.

Verweerder heeft naar aanleiding van het verzoek en het beroep de op zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2017. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en vergezeld van ing. R. van de Bank, geluidsdeskundige. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Vergunninghouder is verschenen, bijgestaan door mr. M.I.J. Toonders, kantoorgenoot van zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting van 12 oktober 2017 gesloten en vervolgens onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter heeft de volgende beslissing genomen.

Beslissing

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De voorzieningenrechter heeft aan deze beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

Overwegingen

1. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) hanteert in haar jurisprudentie, ten aanzien van de vaststelling van een bestemmingsplan, in voorkomende gevallen het criterium dat, voor zover de belanghebbendheid wordt ontleend aan hinder vanwege in het bestemmingsplan toegestane activiteiten, de betrokkene aannemelijk moet maken dat hij, naar objectieve maatstaven gemeten, hinder van enige betekenis ondervindt (zie de uitspraak van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737). De Afdeling heeft dit uitgangspunt verduidelijkt in haar uitspraak van 23 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2271).

2. In dit geval richten de gronden van het beroep zich met name tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor met het bestemmingsplan strijdig gebruik. In het bijzonder gaat het om de vraag of het dierenpension, door de geluidsproductie van in het pension aanwezige honden, wel is te beschouwen als een bedrijf dat vergelijkbaar is met een bedrijf in categorie 2 van de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure). De voorzieningenrechter acht de jurisprudentie van de Afdeling ook van belang bij deze soort ruimtelijke besluiten.

3. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 23 augustus 2017 overwogen, dat gevolgen van enige betekenis ontbreken, indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon- en leefsituatie van betrokkenen dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij moet acht worden geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

4. Uit de gedingstukken kan worden opgemaakt dat de woningen van verzoekers op meer dan 900 meter afstand van de uitloopweides van het bedrijf van vergunninghouder zijn gelegen. Deze afstand is aanzienlijk ruimer dan de indicatieve richtafstand van 30 meter voor geluid, zoals die in de VNG-brochure wordt gehanteerd voor een categorie-2-bedrijf in een rustige woonwijk/rustig woongebied, waarbij wordt aangenomen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verder hebben verzoekers nauwelijks zicht op het bedrijf.

5. Weliswaar betwisten verzoekers de uitkomsten van het aan de verlening van de omgevingsvergunning ten grondslag liggende akoestische rapport waarop verweerder zijn conclusie heeft gebaseerd dat het bedrijf vergelijkbaar is met een bedrijf van categorie 2, maar die betwisting betreft een gestelde onderschatting van onderdelen van het onderzoek. Hiermee is, zelfs als die betwisting op onderdelen zou moeten leiden tot aanpassingen van de resultaten van het onderzoek, niet aannemelijk dat verzoekers, naar objectieve maatstaven gemeten, hinder van enige betekenis ondervinden, gelet op de ruim dertigmaal grotere afstand tot de woningen van verzoekers, dan de afstand van 30 meter waarop volgens verweerder van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat sprake is.

6. De omstandigheid dat verzoekers in de procedure over het bestemmingsplan (uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2014:602), als (derde-) belanghebbenden zijn aangemerkt, brengt de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel, gelet op de uitspraken van de Afdeling van 16 maart 2016 en 23 augustus 2017.

7. De conclusie van de voorzieningenrechter is, dat verzoekers geen belanghebbenden zijn.

8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zodat onmiddellijk uitspraak wordt gedaan in de hoofdzaak.

9. Het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep zullen niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

10. De voorzieningenrechter heeft er melding van gemaakt dat, overeenkomstig het onderaan dit proces-verbaal vermelde rechtsmiddel, tegen deze uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld, voor zover daarbij is beslist op het beroep.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. de Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover het beroep daarbij niet-ontvankelijk is verklaard, binnen zes weken na de dag van verzending van het proces‑verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.