Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5401

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
17_1240
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging pgb wegens schending van de aan de bij een pgb behorende verplichtingen. Met het toegekende pgb werd ten behoeve van eiseres zorg ingekocht bij twee zorgverleners. M.b.t. één van de zorgverleners komt de urenverantwoording niet overeen met het aantal uren zorg dat de zorgverlener heeft gedeclareerd en voorts heeft de gewaarborgde hulp verzuimd om te controleren of de zorgverlener de juiste uren heeft gedeclareerd. Dit is tussen partijen niet in geschil. Omdat ook uit de in beroep overgelegde stukken naar het oordeel van de rechtbank niet valt vast te stellen of de zorgverlener daadwerkelijk het aantal uren zorg aan eiseres heeft geleverd dat is gedeclareerd, was verweerder bevoegd tot beëindiging van het pgb en heeft verweerder ook in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kunnen maken. Dat de gewaarborgde hulp nooit op de hoogte is gesteld van de bij een pgb behorende verplichtingen en dat zij het controleren van de zorg en facturen niet goed meer kon doen vanwege haar eigen gezondheid, volgt de rechtbank niet. De rechtbank onderschrijft voorts de overwegingen die verweerder ertoe hebben gebracht om het individuele belang van eiseres ondergeschikt te achten aan het belang van verweerder. Bovendien heeft eiseres nog altijd recht op zorg in natura en heeft verweerder het pgb uitsluitend beëindigd voor de toekomst en niet ingetrokken met terugwerkende kracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 17/1240

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. Nederlof),

en

VGZ Zorgkantoor B.V., verweerder

(gemachtigde: mr. M.M.B.D. van Gils).

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het toekenningsbesluit persoonsgebonden budget (pgb) 2016 ingetrokken en het pgb met ingang van 1 januari 2017 beëindigd.

Bij besluit van 9 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2017. Voor eiseres zijn verschenen haar gemachtigde en haar curatoren, zijnde haar moeder, [moeder] , en haar zus, [zus] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en zijn medewerkers [medewerkers] .

Overwegingen

Relevante feiten en omstandigheden

1. Eiseres is geboren op 14 augustus 1980. Zij heeft een matige tot ernstige verstandelijke beperking en een aantal lichamelijke handicaps. Eiseres woont bij haar moeder. Een van de drie (jongere) zussen van eiseres, [zus] , woont in dezelfde straat. Eiseres staat onder curatele van haar moeder, [moeder] , en haar zus, voornoemde [zus] (hierna: de zus). Eiseres ontvangt al langere tijd een pgb voor de voor haar geïndiceerde persoonlijke verzorging, begeleiding individueel, begeleiding groep en verpleging. De zus vervult de rol van gewaarborgde hulp. Zij moet erop toezien dat de verplichtingen die behoren bij het pgb correct worden uitgevoerd.

2. Eiseres koopt haar zorg in bij de Stichting Prisma (Prisma), een zorginstelling voor verstandelijk gehandicapten, en MD-Zorg B.V. (MD-Zorg), een particuliere, multiculturele zorginstelling voor mensen met een verstandelijke en/of een lichamelijke beperking.
Van Prisma betrekt eiseres op de donderdag en vrijdag vier dagdelen begeleiding groep.
De rest van de zorg wordt geleverd door MD-Zorg.

3. Bij brief van 27 september 2016 heeft verweerder eiseres verzocht om stukken in te sturen met betrekking tot zorgverlener MD-Zorg over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2016. Dit om te controleren of het aan eiseres toegekende pgb goed is besteed en of eiseres zich heeft gehouden aan de verplichtingen behorende bij het pgb.
Verweerder heeft eiseres gevraagd aan te leveren:

- gespecificeerde en door de zorgverlener ondertekende facturen, waarop is vermeld
1. een overzicht van de dagen waarop is gewerkt,
2. het gehanteerde uurtarief,
3. het aantal te betalen uren/dagdelen en
4. het KvK nummer van de zorgverlener, MD-zorg;

- een toelichting op de zorg die eiseres ontvangt van MD-Zorg. Dat wil zeggen: wat houdt de zorg in die eiseres ontvangt en op welke dagen en tijdstippen ontvangt eiseres de zorg.

4. Op 17 oktober 2016 heeft verweerders klantadviseur een huisbezoek gebracht op het adres van eiseres. Het huisbezoek is afgelegd om eiseres, althans de gewaarborgde hulp, te informeren en adviseren over het pgb en de gang van zaken rondom het pgb te evalueren.

Op 20 oktober 2016 heeft de toenmalige advocaat-gemachtigde van eiseres de maandfacturen en -urenstaten van MD-Zorg over de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2016 verstrekt. Op 14 en 16 november 2016 is er telefonisch contact geweest tussen verweerder en de zus. In een brief van 17 november 2016 heeft verweerder eiseres op de hoogte gebracht van de bevindingen tijdens het huisbezoek en de telefonisch verkregen informatie.

5. Blijkens verweerders brief van 17 november 2016 heeft verweerder middels het huisbezoek en het telefonisch contact met de zus de volgende informatie verkregen. Eiseres gaat in totaal vijf dagen (10 dagdelen) per week naar de dagbesteding: op maandag, dinsdag en woensdag naar MD-Zorg en op donderdag en vrijdag naar Prisma. MD-zorg verleent aan eiseres tevens op onregelmatige tijdstippen persoonlijke verzorging (douchen en aankleden) en verpleging (het toedienen van medicatie in de periodes dat eiseres last heeft van bloedarmoede). Tot slot levert MD-Zorg in de weekenden de individuele begeleiding aan eiseres, onder meer bij het doen van boodschappen, naar de Efteling gaan en bij het winkelen.

6. Uit de bij verweerder ingeleverde facturen en urenstaten bleek dat MD-Zorg eiseres in 2016 factureerde voor gemiddeld ongeveer 60,5 uur per maand (13,9 uur per week) persoonlijke verzorging, 24 dagdelen per maand (6 x 4 uur per week) begeleiding groep,
8 uur per maand (2 uur per week) verpleging en 20 uur per maand (4,6 uur per week) individuele begeleiding. Uit de urenstaten bleek voorts dat vrijwel al deze zorg werd verleend op de maandag, de dinsdag en de woensdag. Dit betekent dat MD-Zorg op die drie dagen in de week 14 tot 16 uur zorg per dag moet hebben verleend aan eiseres.

7. Vervolgens heeft verweerder het primaire besluit genomen. Daarin is vermeld dat het toekenningsbesluit pgb 2016 wordt ingetrokken en dat het pgb zal worden beëindigd per 1 januari 2017 op grond van artikel 5.20, tweede lid, van de Regeling langdurige zorg (Rlz). Hieraan ligt ten grondslag dat het ernstige vermoeden bestaat dat eiseres haar pgb (deels) heeft gebruikt voor het betalen van zorg die niet is geleverd.

Standpunten van partijen

8. Verweerder heeft het primaire besluit genomen omdat de hoeveelheid gedeclareerde uren van 15,9 uur per week, verleend op slechts drie dagen per week, voor persoonlijke verzorging en verpleging niet kunnen worden verklaard door de door de zus en de moeder van eiseres op deze zorgtaken gegeven toelichting, inhoudende dat het betreft het onregelmatig toedienen van medicatie en verlenen van hulp bij het douchen en aankleden. De zus is als gewaarborgde hulp en wettelijk vertegenwoordiger van eiseres verplicht om te controleren of de zorgverlener van eiseres de juiste uren declareert. De zus heeft verzuimd dit te doen en niettemin de facturen voor akkoord getekend. Zij heeft dit tijdens het telefonisch contact ook bevestigd. Verweerder heeft hieruit de conclusie getrokken dat eiseres haar pgb niet op doelmatige wijze heeft besteed, nu zij akkoord heeft gegeven op facturen die zij niet kan verklaren. Omdat dit wordt gezien als een ernstige schending van de verplichtingen die een pgb met zich brengt, heeft verweerder besloten het pgb van eiseres te beëindigen per 1 januari 2017. Omdat eiseres de zorg wel nodig heeft, heeft zij met ingang van die datum recht op zorg in natura.

9. In bezwaar heeft eiseres aangevoerd dat de uren zorg zoals gedeclareerd wel allemaal geleverd zijn, maar dat de urenregistratie niet klopt omdat de boekhouder, aan wie MD-Zorg de administratie heeft uitbesteed, niet heeft geweten noch heeft begrepen dat er op sommige dagen twee zorgverleners actief waren, te weten MD-Zorg en Prisma. Daardoor zijn alle verleende zorguren van donderdag tot en met zondag foutief op de drie weekdagen geboekt waarop MD-Zorg de dagbesteding van eiseres verzorgde. Het lijkt daarom alsof alle gedurende de gehele week door MD-zorg verleende zorguren op slechts drie weekdagen zijn gemaakt en dat is onjuist. De gewaarborgde hulp, de zus, heeft slechts het aantal gedeclareerde uren op de facturen gecontroleerd en niet de urenstaten. Het aantal uren klopt wel, maar de verdeling van de uren over de week is onjuist geadministreerd. In feite wordt er door MD-Zorg zeven dagen per week zorg verleend, namelijk elke ochtend en avond persoonlijke verzorging, op maandag, dinsdag en woensdag ook dagbesteding en in de weekenden ook individuele begeleiding. Het klopt dus dat MD-Zorg niet op maandag, dinsdag en woensdag telkens 14 tot 16 uur per etmaal zorg verleent en ook klopt het dat de administratie van MD-Zorg niet helemaal op orde is. Juist is ook dat de gewaarborgde hulp de urenstaten onvoldoende zorgvuldig heeft gecontroleerd en daarmee haar controleplicht heeft verzuimd. Eiseres stelt echter dat zij door deze omstandigheden, die volkomen buiten haarzelf liggen, ten onrechte enorm benadeeld wordt. Haar psychisch welzijn is erbij gebaat als zij kan blijven knutselen bij MD-Zorg. Het pgb beëindigen zonder een oplossing te bieden is volgens eiseres in strijd met een evenwichtige en zorgvuldige belangenafweging.

10. Omdat verweerder zich ervan bewust is dat eiseres wordt benadeeld door het beëindigen van het pgb, heeft verweerder eiseres in de bezwaarfase de mogelijkheid geboden om de uren in te leveren die de zorgverlener aan de boekhouder heeft aangeleverd, zodat verweerder kan controleren wanneer de zorg dan wel is verleend. In plaats daarvan heeft de toenmalige advocaat-gemachtigde van eiseres op 2 februari 2017 een aantal nieuwe urenstaten betreffende de periode januari 2015 tot en met september 2016 naar verweerder gestuurd. Volgens de begeleidende brief is hierin de juiste urenverantwoording van MD-Zorg vermeld.

11. Verweerder heeft de op 2 februari 2017 ingestuurde stukken vergeleken met de uren die de boekhouder in eerste instantie had gefactureerd. Omdat ook deze urenverantwoording niet overeenkwam met het aantal uren zorg dat MD-Zorg gedeclareerd had, heeft verweerder het primaire besluit bij het bestreden besluit gehandhaafd.

12. In het bestreden besluit heeft verweerder te kennen gegeven dat het pgb is beëindigd, niet zozeer omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat de gedeclareerde zorg niet is verleend, maar omdat niet is voldaan aan de verplichtingen die horen bij een pgb. Aangezien de administratie al zeker een jaar niet in orde was kan verweerder niet controleren wanneer welke zorg is geleverd en of die is geleverd. Verweerder heeft in het bestreden besluit tot slot aangegeven dat de door MD-Zorg in het weekend verschafte individuele begeleiding bij het winkelen, naar de Efteling of de stad gaan en andere leuke dingen doen, geen Wlz-zorg is. De 20 uur per maand die MD-Zorg daarvoor heeft gedeclareerd kan daarom ook niet worden goedgekeurd.

13. In het kader van de te verrichten belangenafweging op grond van artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de individuele belangen van eiseres dienen te wijken voor de belangen van verweerder.
De verplichtingen die omtrent het pgb gelden om kwalitatieve zorg te waarborgen wegen zwaar en verweerder dient op een verantwoorde en doelmatige wijze om te gaan met de maatschappelijke middelen. Het is van belang is dat het pgb wordt besteed aan Wlz-zorg en dat verweerder de mogelijkheid krijgt om de zorgovereenkomst(en) en zorgbeschrijving(en) vooraf te controleren, zodat de cliënt kwalitatief verantwoorde zorg geleverd krijgt. Verweerder informeert de budgethouders bij elke toekenningsbeschikking over de verplichtingen die een pgb met zich brengt. Van een budgethouder en diens wettelijke vertegenwoordiger (maar ook van de zorgverlener) mag verwacht worden dat ze van de regelgeving, inclusief de verplichtingen, op de hoogte zijn. De keuze voor een pgb is een eigen verantwoordelijkheid, omdat ook de mogelijkheid van zorg in natura openstaat. Tot slot heeft verweerder nog aangegeven dat eiseres wel recht houdt op zorg en dat zij, om deze zorg te krijgen, kan kiezen voor zorg in natura.

14. In beroep heeft verweerder nog de Zorg- en ondersteuningsplannen van januari 2012 en oktober 2014, opgesteld door MD-zorg en (de curator van) eiseres, met betrekking tot eiseres overgelegd. Omdat de hierin als ‘haalbaar’ beschreven leerdoelen vrijwel exact overeenkomen en, blijkens het gesprek tijdens het huisbezoek, nog steeds worden nagestreefd, moet volgens verweerder de conclusie zijn dat er in de afgelopen zes jaar geen verbetering is opgetreden. Verweerder heeft daardoor zijn twijfels bij de doelmatigheid en effectiviteit van de door MD-Zorg geleverde zorg, gezien ook de veelheid aan gedeclareerde uren.

15. Eiseres heeft in het beroepschrift nogmaals uitgelegd hoe het heeft kunnen gebeuren dat alle door MD-Zorg geleverde thuiszorg (persoonlijke verzorging, individuele begeleiding en verpleging) op de dagen dat dagbesteding bij MD-Zorg werd afgenomen zijn geboekt op de in eerste instantie op 20 oktober 2016 ingeleverde urenstaten. Eiseres stelt dat zij de dupe wordt van de ‘papieren werkelijkheid’ waarvan de boekhouder is uitgegaan. De zorg is echt geleverd en eiseres voelde zich zeer gelukkig op de dagbesteding van MD-zorg. Eiseres heeft in beroep wederom een aantal nieuwe urenstaten ingeleverd. Deze urenstaten betreffen de maanden juni tot en met december 2016. Daarmee is volledig inzichtelijk gemaakt op welke uren en welke tijd en welke zorg is verleend, aldus eiseres.

Wettelijk kader

16. In artikel 3.1.1, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Wlz is bepaald dat het op grond van deze wet verzekerde pakket omvat persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleging en vervoer naar een plaats waar de verzekerde gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt.

17. In artikel 3.3.3, eerste lid, van de Wlz is - voor zover relevant - bepaald dat het zorgkantoor op aanvraag van de verzekerde een persoonsgebonden budget verleent waarmee de verzekerde, in plaats van zorg in natura te ontvangen, zelf betalingen doet voor zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, b, f of g.

18. Ingevolge artikel 5.17, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rlz mag het persoonsgebonden budget uitsluitend worden gebruikt voor het door de Sociale verzekeringsbank, op verzoek van de verzekerde, doen van betalingen voor zorg als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wlz.

19. Ingevolge artikel 5.18 van de Rlz, voor zover hier van belang, worden de verzekerde bij de verlening van een pgb in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd:

a. de verzekerde gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor het doen betalen door de Sociale verzekeringsbank van zorg als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid;

b. de zorg die de verzekerde inkoopt, is kwalitatief verantwoord;

c. de verzekerde past een zorgovereenkomst en zorgbeschrijving onverwijld aan indien van enige verandering in de daarin opgenomen feiten sprake is.

20. Ingevolge artikel 5.20, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rlz kan het zorgkantoor de verleningsbeschikking pgb intrekken of wijzigen met ingang van de dag waarop de verzekerde, of de derde die aan de verzekerde gewaarborgde hulp biedt, de opgelegde verplichtingen niet nakomt of niet langer voldoet aan de voorwaarden of verleningsgrond van het persoonsgebonden budget of aan de eisen van gewaarborgde hulp. Ingevolge het vermelde onder c van dit artikellid kan het zorgkantoor de verleningsbeschikking ook intrekken of wijzigen indien de verzekerde zich bij de eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget niet heeft gehouden aan de opgelegde verplichtingen.

Beoordeling

21. Over de beëindiging van het pgb per 1 januari 2017 overweegt de rechtbank het volgende.

22. Van de door de toenmalige gemachtigde van eiseres op 20 oktober 2016 aangeleverde stukken - urenverantwoordingsbriefjes en bijbehorende facturen over de periode van januari 2015 tot en met september 2016 - klopten de urenverantwoordingsbriefjes niet, zoals ook erkend wordt door (de gemachtigde van) eiseres en haar zus, de gewaarborgde hulp. Vrijwel alle zorg - inclusief de begeleiding groep èn de individuele begeleiding - zou zijn geleverd op de maandagen, dinsdagen en woensdagen. Eiseres stelt dat de boekhouder van MD-Zorg uit gemakzucht en/of onkunde de urenstaten zo zou hebben ingevuld. Des te opmerkelijker is het naar het oordeel van de rechtbank, dat volgens die urenstaten in de genoemde periode niettemin heel incidenteel alle zorgtaken - dus inclusief de begeleiding groep - op zaterdag (28 mei 2015, 23 maart 2016, 30 april 2016), zondag (26 april 2015), en zelfs op een vrijdag (13 mei 2016) zouden zijn verleend.

Ook blijkt daaruit dat op de maandag en dinsdag (en op de hiervoor genoemde zaterdagen, zondag en vrijdag) standaard één uur verpleging en op de maandag, dinsdag en woensdag vier tot vijf uur persoonlijke verzorging werd geleverd. Dit, terwijl uit de toelichting van de zus op de als verpleging aangemerkte zorg blijkt dat deze zorg bestaat uit het aanreiken van medicijnen als eiseres last heeft van bloedarmoede - hetgeen niet altijd het geval is - en/of het desinfecteren en bepleisteren van een opengekrabde muggenbult of ander wondje en persoonlijke verzorging bestaat uit hulp bij het wassen en uitkleden ’s avonds en bij het aankleden ‘s morgens. Voor verpleging declareert MD-Zorg standaard acht uur per maand en voor de persoonlijke verzorging om en nabij de 60 uur per maand.

23. Op de op 2 februari 2017 ingeleverde (en volgens de begeleidende brief van de gemachtigde van eiseres wel correct opgemaakte) urenstaten over de periode januari 2015 tot en met september 2016 is wederom vermeld dat gemiddeld ongeveer twee keer per week één (soms twee) uur verpleging wordt verleend. MD-zorg declareert daarvoor standaard acht uur per maand. Verder zou MD-zorg volgens deze urenstaten gemiddeld elke dag twee uur persoonlijke verzorging leveren. Het gemiddelde van twee uur per dag wordt bereikt doordat de urenstaten vermelden dat twee, drie of vier keer per maand - meestal op de zaterdag en/of zondag - vier, vijf tot zelfs bijna zes uur persoonlijke verzorging wordt verleend. Dat er extra verzorging noodzakelijk is wanneer eiseres menstrueert, zoals de zus ter zitting heeft gesteld, is te begrijpen. Echter dat eiseres regelmatig wel drie tot vier keer per maand en telkens in het weekend menstrueert, acht de rechtbank niet bijzonder aannemelijk. Het is door deze regelmatige uitschieters dat MD-zorg rond de 60 uur persoonlijke verzorging per maand kan declareren.

24. Over de in beroep door eiseres overgelegde urenstaten (‘Periode rapport’) betreffende (een deel van) de periode van 1 juni 2016 tot en met 31 december 2016 merkt de rechtbank het volgende op. In dit rapport zijn helemaal geen uren meer voor verpleging vermeld, terwijl in het beroepschrift nog uitgebreid is toegelicht dat gemiddeld ongeveer twee keer vijf minuten per dag besteed wordt aan verpleging (medicatie, wondverzorging, menstruatieverzorging), hetgeen dan separaat als ‘bulk bedrag’ gedeclareerd wordt als één uur per week. Dit strookt dus niet met de in beroep ingediende urenstaten en evenmin met de acht uur per maand die door MD-Zorg voor verpleging gedeclareerd is.

25. In het Periode rapport worden de tijdstippen (kloktijden) vermeld waarop de zorg is verleend. Hieruit blijkt echter geenszins dat elke dag, ’s-morgens en ‘s-avonds, persoonlijke verzorging is verleend zoals door de zus is aangegeven. Heel vaak wordt aangegeven dat op weekdagen alleen ’s-morgens tussen 9.00 en 11.00 uur persoonlijke verzorging is verleend alsook soms tussen de middag en rond etenstijd.

26. Ook valt op dat het aantal uren persoonlijke verzorging zoals die volgens het Periode rapport zijn verleend niet strookt met de declaraties van MD-Zorg. In juni 2016 zou er 149,55 uur zijn besteed aan persoonlijke verzorging en in december 2016 167,74 uur, terwijl in 2016 vrijwel elke maand voor persoonlijke verzorging 60,50 uur gedeclareerd is.

27. Zoals verweerder terecht heeft opgemerkt in het verweerschrift, sluiten de door eiseres aangeleverde declaraties van 2016 niet aan op de nieuwe, door MD-Zorg in beroep aangeleverde (nieuwe) urenstaten. Het heeft er naar het oordeel van de rechtbank alle schijn van dat steeds nieuwe urenstaten worden geconstrueerd, niet zozeer om duidelijkheid te verschaffen over de verleende zorg, maar om de door MD-Zorg ingediende declaraties te onderbouwen.

28. ( De gemachtigde van) eiseres en haar zus hebben ter zitting toegegeven dat de aan de hand van de (diverse) door MD-Zorg aangeleverde urenstaten en declaraties niet (meer) kenbaar en/of te controleren is of, door wie en wanneer er zorgtaken zijn verricht ten behoeve van eiseres. Anders dan is gesteld namens eiseres kan dus niet worden vastgesteld of MD-Zorg daadwerkelijk het aantal uren zorg aan eiseres heeft geleverd dat is gedeclareerd. Verweerder heeft in verband hiermee naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid van de hem in artikel 5.20, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rlz gegeven bevoegdheid om de verleningsbeschikking in te trekken, althans met ingang van 1 januari 2017 geen pgb meer toe te kennen, gebruik kunnen maken.

29. Ter zitting heeft (de gemachtigde van) eiseres nog aangevoerd dat de zus als gewaarborgde hulp nooit op de hoogte is gesteld van de bij een pgb behorende verplichtingen. Er is alleen in vage, algemene bewoordingen gewag van gemaakt bij de toekenningsbeschikkingen. Verweerder heeft geen richtlijnen opgesteld op basis waarvan een gewaarborgde hulp weet wat er van hem of haar wordt verwacht. Weliswaar wist de zus dat zij de zorg en facturen moest controleren, maar dat laatste heeft zij in 2016 niet meer (goed) kunnen doen omdat zij zelf met haar gezondheid tobde. Het belangrijkste is, volgens eiseres, dat de zorg daadwerkelijk is verleend.

30. De rechtbank overweegt ten aanzien hiervan het navolgende. Indien men kiest voor een pgb in plaats van voor zorg in natura betekent dat, dat de verantwoordelijkheid voor een goed beheer van het pgb bij de budgethouder ofwel bij de gewaarborgde hulp komt te liggen. In dit geval was de zus er dus verantwoordelijk voor dat de administratie en het beheer van het pgb op juiste wijze plaatsvond en dat de facturen van de zorgverlener op juistheid werden gecontroleerd. De zus heeft aan die verplichtingen, ook naar eigen zeggen, niet voldaan omdat zij met haar gezondheid tobde. De pas ter zitting namens eiseres geponeerde stelling dat zij zich van haar verplichtingen c.q. verantwoordelijkheid niet bewust kon zijn omdat verweerder daaromtrent geen richtlijnen heeft verstrekt, volgt de rechtbank daarom niet. De stelling van eiseres dat het belangrijkste is, dat de zorg is verleend kan de rechtbank evenmin volgen. Doordat de zus haar verplichtingen niet is nagekomen is immers niet te controleren of, wanneer er door wie de zorg, die is gedeclareerd door MD-Zorg, daadwerkelijk is verleend.

31. Eiseres heeft in beroep de bezwaargrond herhaald dat de beëindiging van het pgb in strijd is met een evenwichtige en zorgvuldige belangenafweging omdat eiseres part noch deel heeft gehad aan de administratie van de gewerkte uren terwijl zij door de beëindiging wel enorm benadeeld wordt. De belangen van eiseres dienen te allen tijde voorop te staan en zwaar te wegen, aldus eiseres.

32. De rechtbank merkt hierover op dat verweerder in het bestreden besluit uitgebreid is ingegaan op de door hem gemaakte belangenafweging. De rechtbank onderschrijft de overwegingen die verweerder ertoe gebracht hebben om het individuele belang van eiseres ondergeschikt te achten aan het belang dat verweerder erbij heeft dat de door hem ter beschikking gestelde algemene middelen op een goede en controleerbare manier worden besteed. Daarbij komt dat eiseres nog altijd recht heeft op zorg in natura.

33. Ter zitting is bovendien gebleken dat verweerder uitsluitend het pgb heeft beëindigd per 1 januari 2017. Verweerder is er in het belang van eiseres niet toe overgegaan om, zoals is vermeld in het primaire besluit, het pgb toekenningsbesluit 2016 in te trekken (en de in dat jaar verstrekte voorschotten terug te vorderen). Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat verweerder voldoende gewicht heeft toegekend aan de belangen van eiseres.
De stelling van eiseres dat haar belangen te allen tijde voorop zouden moeten staan kan de rechtbank dan ook niet volgen.

34. Uit het voorgaande volgt dat het beroep ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van ‘t Klooster, voorzitter, en
mr. M.G.P.A. Burghoorn en mr. S.D.M. Michael, leden, in aanwezigheid van

H.J. Renders als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.