Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5366

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-09-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
5687427
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tweedehands auto, wanprestatie, dwaling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer : 5687427

Rolnummer : 17-1155

Uitspraak : 28 september 2017

in de zaak van:

[koper] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. A.E. Osseweijer,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verkoper] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.S. de Jong (Bovemij Rechtshulp).

Partijen zullen hierna worden genoemd “ [koper] ” en “ [verkoper] ”.

1 Het verloop van het geding

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

a. het tussenvonnis van 23 maart 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

b. de comparitie na antwoord d.d. 31 augustus 2017, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden.

1.2.

[koper] heeft zijn vordering ter zitting verminderd.

1.3.

Tot slot is wederom vonnis bepaald.

2 De feiten

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende

weersproken en/of op grond van de onbestreden inhoud van overgelegde producties het volgende vast.

2.1.

[verkoper] exploiteert een onderneming die:

- handelt in auto’s en lichte bedrijfsauto’s;

- deze auto’s repareert.

2.2.

Begin november 2015 heeft [koper] - na het maken van een proefrit - van [verkoper] een gebruikte auto van het merk en type Ford Focus met kenteken [kenteken] , bouwjaar 2012 (hierna te noemen: de auto), gekocht. [koper] heeft de koopprijs ad € 15.509,83 inclusief btw aan [verkoper] voldaan en de auto meegenomen.

2.3.

De koopovereenkomst is neergelegd in de verkoopfactuur van 7 november 2015 en de bijbehorende - door [koper] voor akkoord getekende en geparafeerde - orderbijlage (productie 1 bij dagvaarding).

2.4.

In genoemde orderbijlage staat onder meer letterlijk vermeld:

“Meeneemprijs:

Geen enkele garantie. Tevens ook uitgesloten van BOVAG garantie.

Voetstoots verkocht. (Gekocht zonder enige nadere bepaling of voorwaarde met alle zichtbare en onzichtbare gebreken)

(…)

U heeft gekozen voor pakket 2

(…)

Pakket 1, 2 en 3 bevatten uitsluitend de omschreven garantievorm. U wenst geen gebruik te maken van elke andere vorm van garantie of BOVAG garantie. Voetstoots verkocht. (Gekocht zonder enige nadere bepaling of voorwaarde met alle zichtbare en onzichtbare gebreken)

(…)

Indien u geen gebruik maakt van de BOVAG garantie:

Wij hebben u geadviseerd een proefrit te maken alsmede het verzoek om de auto zelf goed te controleren. Tevens heeft u de mogelijkheid om zelf een aankoopkeuring uit te laten voeren door

bijvoorbeeld de ANWB, DEKRA of de merkdealer.

(…)

Pakket 2 € 500,=

inhoud van pakket 1

15 liter brandstof

3 maanden garantie op motor, versnellingsbak en aandrijving (i.p.v. garantie uit pakket 1)”

2.5.

Bij e-mailbericht van 24 september 2016 heeft [koper] aan [verkoper] te kennen gegeven dat ernstige schade aan de motor van de auto is ontstaan als gevolg van een gescheurde koelslang. [koper] houdt [verkoper] verantwoordelijk voor de ontstane schade. In genoemd e-mailbericht staat onder meer letterlijk vermeld (productie 2 bij dagvaarding):

“De schade wordt ingeschat op 5.500,- euro.

Nu blijkt er al ca. een jaar een servicebericht open te staan voor dit type auto. Naast het openstaande servicebericht zijn bovendien alle eigenaars van de Ford focus destijds aangeschreven met het verzoek om de zwakke koelslang van hun auto preventief te laten vervangen om ernstige gevolgen te voorkomen. Ik heb dit bericht niet ontvangen, dus dit moet gespeeld hebben v—r de aankoop.

U bent als verkoper verantwoordelijk voor het afleveren van een technisch goede auto en had dit kunnen en moeten voorkomen. U begrijpt dat ik niet blij ben met de huidige situatie en niet wil opdraaien voor de kosten.

Het betreft gevolgschade die gemakkelijk voorkomen had kunnen worden indien de koelslang, op advies van Ford Nederland, was vervangen.”

2.6.

[verkoper] heeft daarop per e-mailbericht van 24 september 2016 onder meer het volgende aan [koper] geantwoord (productie 2 bij dagvaarding):

“U gaf aan dat hiervoor een terugroepactie is geweest. Helaas heeft de vorige eigenaar hier geen gebruik van gemaakt.

Nu stelt u ons verantwoordelijk, maar als koper heeft u een onderzoeksplicht. U dient onderzoek te doen naar wat u koopt. Uiteraard hebben wij een meldingsplicht en wat we weten over de auto moeten wij u vertellen. Echter zijn wij als geen officiele Ford garage niet aansprakelijk om de auto hierop te onderzoeken. Wij zijn dan ook niet verplicht om eerst navraag te doen over een eventuele terugroepactie. U kunt ons hier helaas niet op aanspreken.

Daarnaast, heeft u niet gekozen voor zes maanden Bovag garantie en is het defect niet binnen twee maanden na de zes maanden bovaggarantie gemeld.”

2.7.

Op 23 september 2016 is de auto getransporteerd naar Ford-dealer [X] te [plaats] (hierna te noemen: Ford-dealer [X] ).

2.8.

Op verzoek van [koper] heeft DEKRA Automotive (hierna te noemen: DEKRA) op 6 oktober 2016 de aard, de oorzaak en de omvang van de motorschade aan de auto onderzocht. In het door haar opgestelde rapport van expertise van 18 oktober 2016 staat onder meer vermeld (productie 4 bij dagvaarding):

6. OORZAAK/CONCLUSIE

De motorschade is, voor zover in het huidige stadium herleidbaar, veroorzaakt door een gebrek aan koeling.

Het gebrek aan koeling is veroorzaakt door een gescheurde kunststof ontluchtingsslang van het koelsysteem, welke aanwezig is tussen het koelvloeistof-reservoir, de turbo en de radiateur waaruit koelvloeistof is weggelekt.

(…)

Er blijkt, aldus aanwezige documentatie en de huidige tellerstand van het voertuig, na de aflevering van het voertuig door de firma [verkoper] tot op het huidige moment 11.986 kilometer met het voertuig te zijn gereden. Hieruit concluderen wij dat de ontluchtingsslang van het koelsysteem op het moment van de aflevering door de firma [verkoper] nog niet defect was.

(…)

Wij zijn van mening dat de gevolgschade aan de motor voorkomen had kunnen worden als de ontluchtingsslang van het koelsysteem preventief vervangen was geworden zoals voorgeschreven door de Ford organisatie. (…) Gelet op de publicatiedatum van de service actie op 29 juni 2015 achten wij het aannemelijk dat de brief rond deze periode is verzonden naar de op dat moment zijnde eigenaar van het voertuig. (…)

Verder willen wij opmerken zoals omschreven onder paragraaf 4.7 administratief onderzoek dat er zowel bij de RDW als de voor de “universele” markt beschikbare systemen geen registratie is van de betreffende service actie.”

2.9.

Bij brief van 21 oktober 2016 heeft de gemachtigde van [koper] het rapport van expertise van DEKRA aan [verkoper] gezonden en [verkoper] namens [koper] in gebreke gesteld. [verkoper] is bij dezelfde brief verzocht/gesommeerd om kosteloos tot herstel van de motorschade over te gaan (productie 5 bij dagvaarding).

2.10.

[verkoper] heeft de gemachtigde van [koper] vervolgens bij brief van 28 oktober 2016 medegedeeld niet te zullen voldoen aan het verzoek/de sommatie (productie 6 bij dagvaarding).

2.11.

Partijen zijn nadien niet nader tot elkaar gekomen.

2.12.

[koper] heeft de auto uiteindelijk op 13 december 2016 laten repareren door Ford-dealer [X] . Na toepassing van een coulanceregeling van Ford Nederland heeft Ford-dealer [X] een bedrag van € 4.803,12 inclusief btw in rekening gebracht bij [koper] (productie 8 bij dagvaarding).

3 Het geschil

3.1.

[koper] vordert na genoemde eisvermindering (kort gezegd):

primair:

I. [verkoper] te veroordelen tot betaling aan [koper] van een bedrag van € 4.898,52 inclusief btw, zijnde de door [koper] geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 november 2016 tot aan de dag van algehele voldoening;

subsidiair:

II. de koopovereenkomst partieel te vernietigen, in die zin dat de koopsom wordt verminderd met een bedrag van € 4.898,52, zijnde de door [koper] geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 november 2016 tot aan de dag van algehele voldoening;

primair en subsidiair:

III. [verkoper] te veroordelen tot betaling aan [koper] van een bedrag van € 875,-- aan incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

IV. [verkoper] te veroordelen in de proceskosten van deze procedure, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na de dagtekening van dit vonnis en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten, te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor de voldoening, alsmede een bedrag van € 68,-- in het geval van een betekening van dit vonnis.

3.2.

[koper] legt daaraan, kort en zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag.

Primair

[verkoper] heeft wanprestatie gepleegd. De auto had niet de eigenschappen die [koper] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Hij mocht een auto verwachten zonder gebrek aan de ontluchtingsslang van het koelsysteem en zonder nog openstaande service acties. [koper] verwijst daartoe onder meer naar het rapport van expertise van DEKRA. Aangezien [verkoper] heeft geweigerd om de auto te herstellen, heeft [koper] de auto door een ander bedrijf moeten laten repareren. De totale reparatiekosten bedragen € 4.400,-- en zijn aan te merken als door [koper] geleden schade, die [verkoper] moet vergoeden. Hetzelfde geldt voor de rapportagekosten van DEKRA van € 498,52 inclusief btw (productie 9 bij dagvaarding). De totale schade komt daarmee op € 4.898,52.

Subsidiair

De koopovereenkomst is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en zou bij een juiste voorstelling van zaken (omtrent het gebrek aan de ontluchtingsslang van het koelsysteem en de openstaande service actie) niet of niet onder dezelfde voorwaarden door [koper] zijn gesloten. [verkoper] was bekend met de service actie dan wel had hiermee bekend moeten zijn. Zij had [koper] over de service actie moeten informeren, omdat zij wist dat die informatie voor [koper] relevant was. [verkoper] heeft haar mededelingsplicht geschonden. [koper] wenst gecompenseerd te worden voor de schade die hij hierdoor lijdt middels partiële vernietiging van de koopovereenkomst.

3.3.

[verkoper] voert verweer.

3.4.

Op hetgeen partijen verder hebben aangevoerd zal, voor zover van belang, onder de beoordeling worden ingegaan.

4 De beoordeling

Wanprestatie

4.1.

Bij het beoordelen van de vordering tot schadevergoeding moet het volgende worden vooropgesteld. Ingeval een tweedehands auto wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, aan het verkeer deel te nemen, zal als regel moeten worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Niet uitgesloten is dat deze regel uitzondering lijdt, bijvoorbeeld wanneer de koper het risico van zodanig gebrek had aanvaard (Hoge Raad 15 april 1994, NJ 1995, 614.)

4.2.

Op basis van het verhandelde ter zitting en de door partijen overgelegde stukken is voldoende komen vast te staan dat de auto bij het sluiten van de koopovereenkomst een gebrek vertoonde. Weliswaar volgt uit het rapport van expertise van DEKRA dat de ontluchtingsslang van het koelsysteem bij het sluiten van de koopovereenkomst nog niet feitelijk defect was, maar de volgende omstandigheden brengen met zich dat de ontluchtingsslang op dat moment (kennelijk) wel een gebrek in zich had:

 bij verkoop in november 2015 stond nog een service actie uit juni 2015 open, inhoudende het vervangen van de ontluchtingsslang, naar mag worden aangenomen omdat de slang niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen;

 in september 2016 is de ontluchtingsslang daadwerkelijk defect geraakt.

Gesteld noch gebleken is echter dat de auto als gevolg van dit gebrek zodanig defect is geraakt dat de auto niet meer veilig aan het verkeer kon deelnemen. Sterker nog, [koper] heeft ter comparitie erkend dat de (openstaande) service actie niet bij de RDW stond geregistreerd en hij heeft hiervoor als mogelijke verklaring gegeven dat de RDW bij het registeren van service acties als criterium hanteert dat er sprake moet zijn van gevaar voor de verkeersveiligheid. [koper] heeft met zijn verklaring indirect aangegeven dat er in dit geval dus geen sprake zou zijn van gevaar voor de verkeersveiligheid.

4.3.

Wat hier verder ook van zij, de omstandigheden dat:

 [koper] de auto voetstoots heeft aanvaard blijkens de door hem voor akkoord getekende en geparafeerde orderbijlage bij de verkoopfactuur;

 [koper] blijkens genoemde orderbijlage heeft gekozen voor garantie op slechts drie onderdelen van de auto gedurende drie maanden en elke andere vorm van garantie of BOVAG garantie is uitgesloten;

 [koper] blijkens genoemde orderbijlage is gewezen op de mogelijkheid om een aankoopkeuring te laten uitvoeren, van welke mogelijkheid [koper] geen gebruik heeft gemaakt,

maken dat [koper] het risico van het opgetreden gebrek aan de ontluchtingsslang van het koelsysteem heeft aanvaard. Met name het voetstoots - derhalve met alle bekende en onbekende gebreken - aanvaarden van de auto, brengt met zich dat de koper na koop en levering de verkoper voor nagenoeg geen enkel gebrek meer zal kunnen aanspreken. Bijzondere omstandigheden, die met zich brengen dat sprake zou zijn van een uitzondering op genoemd uitgangspunt, zijn gesteld noch gebleken.

4.4.

Op grond van het vorenstaande is niet komen vast te staan dat de auto niet beantwoordde aan de koopovereenkomst. De primaire vordering zal daarom worden afgewezen.

Dwaling

4.5.

[koper] doet subsidiair een beroep op dwaling ex artikel 6:228 BW. In dit artikel is bepaald dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar is. In dat kader heeft [koper] aangevoerd dat [verkoper] hem had moeten mededelen dat er een service actie openstond, inhoudende het vervangen van de ontluchtingsslang van het koelsysteem (lid 1 sub b van artikel 6:228 BW).

4.6.

[verkoper] heeft hier onder andere tegenin gebracht dat zij niet van de service actie wist, omdat deze service actie in juni 2015 door Ford Nederland per brief aan de eigenaren van het betreffende type auto kenbaar is gemaakt en [verkoper] pas in september 2015 eigenaar is geworden van de auto. [verkoper] is naar eigen zeggen evenmin door de vorige eigenaar van de auto op de service actie gewezen. De service actie is volgens [verkoper] niet terug te vinden in de voor haar toegankelijke systemen. Zij is geen Ford-dealer en kan daarom niet in het door Ford gehanteerde administratiesysteem nakijken of er service acties openstaan voor Ford auto’s.

4.7.

[koper] heeft onvoldoende weersproken dat [verkoper] bij het sluiten van de koopovereenkomst niet op de hoogte was van de openstaande service actie met betrekking tot de ontluchtingsslang. Anders dan [koper] stelt, kan evenmin aan [verkoper] worden tegengeworpen dat zij van de service actie had behoren te weten. Bij dit oordeel speelt met name het volgende een rol.

  1. DEKRA heeft in haar rapport van expertise geconstateerd dat zowel bij de RDW als bij de voor de “universele” markt beschikbare systemen geen registratie is van de betreffende service actie.

  2. [koper] heeft erkend dat de service actie door Ford Nederland niet algemeen bekend is gemaakt, doch slechts middels een brief aan alle eigenaren in juni 2015. [verkoper] was op dat moment niet de eigenaar van de auto.

  3. Vast staat dat [verkoper] geen Ford-dealer is. Gesteld noch gebleken is dat [koper] hiervan niet op de hoogte was bij het sluiten van de koopovereenkomst.

  4. [verkoper] heeft geen toegang tot het door Ford gehanteerde administratiesysteem.

  5. De pas ter comparitie door [koper] geponeerde stelling dat het in de autobranche gebruikelijk is om bij verkoop van een tweedehands auto van tevoren een dealer van het betreffende merk te verzoeken het kenteken van de auto te checken op eventuele openstaande service acties, is door [verkoper] weersproken. Nu [koper] heeft nagelaten zijn stelling te onderbouwen, is de juistheid van zijn stelling niet komen vast te staan.

4.8.

Op grond van het vorenstaande is niet komen vast te staan dat sprake is van dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 sub b BW. De koopovereenkomst is derhalve niet vernietigbaar. De subsidiaire vordering zal eveneens worden afgewezen.

Proceskostenveroordeling

4.9.

[koper] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [koper] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verkoper] tot heden begroot op € 500,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2017.