Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:5300

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
06-10-2017
Datum publicatie
06-10-2017
Zaaknummer
01/845354-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en voor het verboden bezit van een elektrische stroomstootwapen.

Verdachte heeft mensen bedreigd door uit een auto te stappen, een mes ter hand te nemen en een met tape omwikkeld voorwerp waaraan een kabel was bevestigd ter hand te nemen.

Vrijspraak voor bedreiging met een terroristisch misdrijf.

Opgelegd wordt een taakstraf van 65 uren met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,

Team strafrecht

Parketnummer: 01/845354-17

Datum uitspraak: 06 oktober 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] [Iran] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd te: Vught PPC.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 augustus 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Eindhoven [slachtoffers] ( [geboortedatum slachtoffer] ) en/of een of meer andere omstanders heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en/of met brandstichting, door in de [straat pleegplaats] , in de onmiddellijke nabijheid van die [slachtoffers] en/of andere omstanders, uit een auto te stappen en/of (daarbij) in die auto zeer luid een (islamitisch/Arabisch) gebed en/of islamitische/Arabische muziek en/of tekst (waarin het woord "Allah" was te horen) af te spelen en/of een (groot) mes ter hand te nemen en/of een met tape omwikkeld voorwerp waaraan een kabel was bevestigd ter hand te nemen (daarmee de suggestie wekkend dat hij een bom droeg) en/of (daarbij) dreigend –zakelijk weergegeven- te roepen "dat iedereen moet gaan slapen" en/of "Allah", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Eindhoven (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zoals ten laste gelegd onder feit 1. Vanwege het gebrek aan bewijs ten aanzien van het strafverzwarende deel van het onder 1 ten laste gelegde, te weten bedreiging met een terroristisch misdrijf, dient verdachte van dit deel van de tenlastelegging [partieel] vrijgesproken te worden.

Voorts kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een wapen van categorie II onder 5 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een elektrisch stroomstootwapen, zoals ten laste gelegd onder feit 2.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte ontkent dat hij op 11 juni 2017 te Eindhoven een of meer personen heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, met een misdrijf tegen het leven gericht of anderszins. Verdachte bekent dat hij op 11 juni 2017 te Eindhoven een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad, maar hij wist niet dat dit in Nederland strafbaar is. De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte is op 11 juni 2017 de [straat pleegplaats] te Eindhoven in gereden en aldaar uit zijn auto gestapt. Hij heeft geschreeuwd naar een aantal personen en heeft in de onmiddellijke nabijheid van deze personen ter hand genomen: een mes en een met tape omwikkeld voorwerp waaraan een kabel was bevestigd. Hierdoor heeft verdachte meerdere personen vrees aangejaagd. De rechtbank acht dan ook - op grond van na te melden bewijsmiddelen - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 11 juni 2017 te Eindhoven heeft schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, zoals ten laste gelegd onder feit 1.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op voornoemde pleegdatum en -plaats schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met een terroristisch misdrijf, zoals ten laste gelegd onder 1. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Eén getuige heeft verklaard dat verdachte een touw met daaraan iets bevestigd bij zich had en dat het erop leek dat het een bom was. Voorts zou verdachte in zijn auto een cd hebben afgespeeld waarop “Allah” te horen was. Door verdachte is ter terechtzitting van 22 september 2017 verklaard dat het om Islamitische muziek ging. Andere getuigen hebben weliswaar verklaard over een touw, maar noemen niet dat zij dachten dat het een bom was.

Verdachte heeft met betrekking tot zijn aanwezigheid in de [straat pleegplaats] gezegd dat hij daar was om zijn (voormalige) dealer te bezoeken. Het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat verdachte het oogmerk had om de bevolking [dan wel een deel daarvan] ernstige vrees aan te jagen, noch dat zijn handelen daarvoor geschikt moet worden geacht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van een terroristisch oogmerk in de onderhavige zaak geen sprake is, waardoor verdachte van dit deel van de tenlastelegging -partieel- zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 juni 2017 te Eindhoven een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad, zoals ten laste gelegd onder feit 2.

De door de verdachte gevoerde verweren ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde merkt de rechtbank aan als bewijsverweren. Deze verweren worden weerlegd door de inhoud van na te melden bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen. 1

Verklaring [getuige 1], proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 juni 2017 [pagina 15 t/m 16]

Op zondag 11 juni 2017, omstreeks 22.45 uur, zat ik in mijn auto en stond geparkeerd aan de [straat pleegplaats] te Eindhoven. Ik zag dat een aantal van mijn vrienden ook op straat stonden en waren weggerend, omdat een gek met een mes op straat aan het schreeuwen was. Ik zag dat hij het mes in zijn rechterhand had. Ik denk dat het een

soort keukenmes was. (…) Ik zag dat hij richting huisnummer 28 liep. Ik zag dat er uit de woning van huisnummer 28 een hond naar buiten kwam. Ik zag dat deze man de hond probeerde te slaan. Dit deed hij met een soort touw. (…) Daarna is deze man richting zijn eigen auto liep (de rechtbank begrijpt: gelopen). Ik zag dat hij het touw eerst weggooide en vervolgens gooide hij het mes weg.

Verklaring (dhr.) [slachtoffer 1], proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 juni 2017 [pagina 17 t/m 18]

Op zondag 11 juni 2017, omstreeks 22.40 uur, stond ik samen met vrienden op straat, [straat pleegplaats] ter hoogte van 24 te Eindhoven. Op dat moment zag ik een zwarte Audi de straat inrijden. Ik zag dat die Audi ter hoogte van huisnummer 20 langzamer/stapvoets begon te rijden. (…) Ik zag dat die Audi doorreed en ter hoogte van huisnummer 28 schuin op de weg stopte. Ik zag dat er een manspersoon uit die auto stapte. Ik zag dat hij langzaam richting ons kwam gelopen. Ik zag dat deze man een touw of iets dergelijks in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat het touw oranje/rood van kleur was. Ik zag op het

uiteinde van dat touw iets ronds was gevestigd. Ik zag dat hij in zijn linkerhand een keukenmes vasthield. Het betrof een keukenmes van ongeveer 30 cm (…) Ik zag dat hij nog steeds richting ons kwam gelopen. Ik zag dat deze manspersoon richting ons aan het kijken was en hoorde dat hij aan het schreeuwen was. Ik hoorde dat hij zei dat wij moesten oprotten. De afstand tussen ons en deze man was ongeveer 2 meter. Ik schrok mij kapot. Vervolgens ben ik samen met mijn vrienden weggerend.

Verklaring (mw.) [getuige 2], proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 juni 2017 [pagina 19 t/m 20]

Ik ben de bewoner van het adres [straat pleegplaats] Eindhoven. Ik zat vanavond omstreeks 22.20 uur op de bank. Ik zag een auto voor de deur stilstaan met zijn lichten aan. De bestuurder zag ik voor de auto staan. (…) Ik zag dat de man een oranje touw vast had. (…) Ik zag toen dat de man in zijn andere hand een mes vast had. Ik zag dat de man het mes voor mijn deur gooide. (…) Ik was bang dat de man mij met het touw wilde slaan. Ik zag namelijk dat er iets vast zat had aan het touw, iets glimmends. (…) Ik ben naar binnen gelopen want ik was bang. (…) Ik vond het wel een enge situatie.

Verklaring [slachtoffer 2], proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 juni 2017 [pagina 21 t/m 22]

Ik woon op de [straat pleegplaats] te Eindhoven. Vanavond omstreeks 22.20 uur zag ik een hoop mensen voor mijn deur. Ik ben naar buiten gegaan om te kijken wat er aan de hand was. Ik zag midden op de weg een zwarte Audi staan met draaiende motor en de portierdeur open. Ik zag een man midden op straat staan met een groot mes in zijn hand en in zijn andere hand een oranje touw. (…) Ik zag dat de man met het mes stond te zwaaien (…). Ik zag dat hij het mes weggooide voor de deur van de overbuurvrouw. Ik zag dat de man het mes van de grond pakte en weer opnieuw hiermee begon te zwaaien. (…) Het oranje touw had een lus die hij om zijn hand had. De mensen waren echt bang en zijn bij mij naar binnen gevlogen. (…)

Relaas verbalisanten [verbalisanten], proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2017 [pagina 7 t/m 8]

Op zondag 11 juni 2017 waren wij omstreeks 22:29 uur ter plaatse aan de [straat pleegplaats] te Eindhoven. Wij zagen dat ter hoogte van huisnummer 31, een hoop mensen buiten stonden. Ik vroeg hen waar de verdachte was. Waarop ik direct in de richting werd gewezen van de verdachte. Ik zag dat de verdachte over de stoep, in de richting van de [straat] liep.(…)

Verdachte is door ons aangehouden aangehouden terzake bedreiging. Middels een aangetroffen vreemdelingendocument, werd ons duidelijk dat de aangehouden verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] Iran, betrof.

Relaas verbalisanten [verbalisanten], proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2017 [pagina 9]

Op zondag 11 juni 2017 zijn wij naar de [straat pleegplaats] te Eindhoven gegaan. (…) Ter hoogte van huisnummer 34 hebben wij een mes en een rode kabel aangetroffen die vermoedelijk met dit incident te maken heeft. De aangetroffen goederen zijn in beslag genomen. Ter plaatse hebben wij (…) in het voertuig, voorzien van het kenteken [kenteken] een taser aangetroffen. Dit voertuig staat op naam van de aangehouden verdachte. Dit wapen is aangetroffen in een zwarte rugzak die achter de bestuurdersstoel stond. (…)

Relaas verbalisant [verbalisant], proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2017 [pagina 23]

+ bijlagen

Op maandag 12 juni 2017, werd ik belast met de identificatie en het categoriseren van het ingevoerde goed [PL2100-2017121227-1200531, wapens/munitie/springstof, stroomstootwapen, kleur zwart, Nederland]. Dit heb ik gedaan via het politiesysteem: Kennissysteem Wet Wapens en Munitie. Hieruit kwam naar voren de volgende conclusie omtrent het ingevoerde goed.

Met dit voorwerp kunnen personen door een elektrische stroomstoot weerloos worden gemaakt of pijn toegebracht. Dit voorwerp is niet een medisch hulpmiddel. De vrijstelling als bedoeld in artikel 21 van de Regeling wapens en munitie is niet van toepassing. Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin artikel 2 lid 1, Categorie II onder 5 van de Wet wapens en Munitie.

[Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat volgens de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 12 juni 2017, pagina 41, het stroomstootwapen in beslag genomen is onder verdachte en aan dit voorwerp is toegevoegd het goednummer: PL2100-2017121227-1200531]

Verklaring verdachte, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 juni 2017 [pagina 29 t/m 34]

(…)

V: Heeft u een voertuig op naam staan?

A: Een Audi. A3 Zwart

V: Weet u zo het kenteken?

A: [kenteken] volgens mij.

(…)

V: Wat kwam u, gisteren zondag 11 juni 2017 in Eindhoven doen?

A: (…) Die taser is van mij. (…)

(…)

O: Ik laat de verdachte de foto zien van de lamp tevens taser.

V: Is dit de lamp welke u bedoelde zojuist?

A: Ja.

V: Wist u dat dit ook een taser betreft?

A: Dit heb ik in Turkije gekocht. Toen ik wist dat het een schok gaf heb ik deze altijd in huis gelaten. (…)

(…)

V: Van wie is de taser?

A: Van mij.

(…)

V: Had u een taser in uw personenauto liggen?

A: Ja.

(…)

Verklaring verdachte, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 juni 2017 [pagina 57 t/m 59]

A: Ik had dat touw in mijn handen voor mijn eigen veiligheid.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. op 11 juni 2017 te Eindhoven [slachtoffers] (geboren [geboortedatum slachtoffer] ) en een of meer andere omstanders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door in de [straat pleegplaats] , in de onmiddellijke nabijheid van die [slachtoffers] en/of andere omstanders, uit een auto te stappen en (daarbij) een mes ter hand te nemen en een met tape omwikkeld voorwerp waaraan een kabel was bevestigd ter hand te nemen;

2. op 11 juni 2017 te Eindhoven een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Bij het formuleren van de strafeis heeft de officier rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte blijkens de pro justitia rapportage d.d. 25 augustus 2017 volgens de psycholoog als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd en het aantal dagen dat verdachte reeds heeft doorgebracht in voorarrest. De officier van justitie vordert dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 150 dagen, waarvan 34 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het psychologisch onderzoek d.d. 25 augustus 2017 naar voren is gekomen dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Verdachte staat open voor eventuele behandelingen. Voorts dient bij de strafoplegging rekening gehouden te worden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De verdediging heeft erop gewezen dat verdachte reeds 103 dagen in voorarrest heeft gezeten en dat uit de in de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten volgt dat er voor een bedreiging als de onderhavige gemiddeld 60 uur taakstraf wordt opgelegd. Gelet op het voorgaande is verdachte inmiddels al genoeg gestraft.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Voorts houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon van verdachte en diens persoonlijke omstandigheden. Daarnaast heeft de rechtbank bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Strafverzwarende omstandigheden

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling van meerdere personen. Verdachte heeft door middel van de door hem geuite bedreigingen de slachtoffers vrees aangejaagd. Hiermee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. De door verdachte gepleegde bedreigingen hebben ook onrust veroorzaakt in de wijk in Eindhoven, alwaar het delict gepleegd is en waar de slachtoffers woonachtig zijn. Daarnaast kan een delict als het onderhavige maatschappelijke onrust veroorzaken en leiden tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Voorts heeft verdachte gehandeld in strijd met de Wet Wapens en Munitie nu hij een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad. Ook het ongecontroleerde bezit van wapens leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Strafmatigende omstandigheden

De officier van justitie en de verdediging hebben zich onder verwijzing naar de inhoud van de inhoud van de omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportage d.d. 25 augustus 2017 van GZ psycholoog J.F.L.M. van Kemenade op het standpunt gesteld dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies van de deskundige niet over, omdat deze naar haar oordeel gelet op de summiere inhoud van de rapportage onvoldoende onderbouwd zijn.

De strafsoort, strafmaat en strafmodaliteit

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Anders dan de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf, zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf. De rechtbank houdt hierbij rekening met de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Hieruit volgt dat ten aanzien van een bedreiging waarbij een steekwapen of een ander als zodanig aan te merken voorwerp wordt getoond aan verdachte opgelegd dient te worden een taakstraf van 60 uur. De rechtbank ziet geen aanleiding hiervan af te wijken qua strafmodaliteit of duur. Ten aanzien van het voorhanden hebben van een stroomstootwapen, zoals genoemd in categorie II onder 5 van de Wet Wapens en Munitie, schrijven voornoemde oriëntatiepunten voor dat aan verdachte opgelegd dient te worden een geldboete ter hoogte van € 550,00. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de in detentie opgelopen huurachterstand alsmede andere schulden, acht de rechtbank het opleggen van een geldboete niet wenselijk. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank ten aanzien van beide feiten aan verdachte opleggen een taakstraf. De rechtbank zal bepalen dat de tijd die verdachte reeds heeft doorgebracht in voorarrest in mindering wordt gebracht op deze taakstraf.

Conclusie

Alle feiten en omstandigheden tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een taakstraf van 65 uur, met aftrek van de tijd die verdachte reeds heeft doorgebracht in voorarrest, passend en geboden is. De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 22c, 22d, 27, 57, 91, 285.

Wet wapens en munitie art. 26, 55.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Taakstraf voor de duur van 65 uren subsidiair 32 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C. Palmboom, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. R.J. Bokhorst en leden,

in tegenwoordigheid van mr. F.E.M. de Haas, griffier,

en is uitgesproken op 6 oktober 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgenomen in het proces-verbaal van voorgeleiding en tevens einddossier van de politie Oost-Brabant, afhandeleenheid Eindhoven, registratienummer PL 2100-2017121227 aantal doorgenummerde pagina’s: 64. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen opgenomen in genoemd einddossier.